Antwoordbrief Burgeradviesraad.pdf
Tekst van het document
Burgeradviesraad Ridderkerk T.a.v. de heer R. Tomeï
Uw brief van: Uw kenmerk: Bijlage(n): -
13 december 2024
Ons kenmerk: Contact: Doorkiesnummer: E-mailadres: Datum:
2024-085018 M. Maaroufi 0180-451234 m.maaroufi@ridderkerk.nl
Betreft: Antwoordbrief n.a.v. ontvangen Advies Verordening Inburgering Geachte leden van de Burgeradviesraad Ridderkerk, Hartelijk dank voor uw advies van 13 december 2024 over de Verordening Inburgering. Wij waarderen de uitgebreide feedback en betrokkenheid bij dit belangrijke onderwerp. In deze brief geven wij een reactie op de door u aangedragen thema’s en aanbevelingen. Algemeen: Verordening versus uitvoering Een verordening is een juridisch instrument en vormt een formeel kader voor de uitvoering van beleid. Dit zorgt voor rechtszekerheid en uniforme toepassing. De uitvoering is gericht op ondersteuning in begrijpelijke taal, aangepast aan de behoeften van de inburgeringsplichtige. Hoewel de verordening formeel van aard is, wordt via informatievoorziening, gesprekken en maatwerk in de uitvoering gezorgd voor een toegankelijke en persoonlijke aanpak. Advies 1A, ten aanzien van artikel 3 De Informatieverstrekking (artikel 3). Betere informatie over het recht om gesprekken in het kader van de Brede Intake met de gemeente alleen te voeren of met aanwezigheid van een onafhankelijk cliëntondersteuner (artikel 5). Reactie: Artikel 3; Informatieverstrekking Vanuit juridisch oogpunt biedt het woord “recht” meer rechtszekerheid dan “als geadviseerd wordt om een ondersteuner te nemen”.
In de verordening moet het woord “recht” dus blijven staan om te voorkomen dat de gemeente een verzoek kan weigeren. De gemeente moet dan namelijk altijd gehoor geven aan een verzoek. Op de website en bij het (intake)gesprekken zal de gemeente adviseren om een ondersteuner te nemen als dat een meerwaarde heeft. De gemeente is al een gespecialiseerde ondersteuner. De brede intake is juist bedoeld om de inburgeringsplichtige volledig en in begrijpelijke taal te informeren over al zijn rechten en plichten. Zo nodig huurt de gemeente een beëdigde tolk in. De gemeente onderzoekt bij een intakegesprek ook wat de inburgeringsplichtige nodig heeft. Uiteraard wordt de behoefte in volgende gesprekken geëvalueerd en kunnen nieuwe afspraken worden gemaakt.
1
Advies 1B, ten aanzien van artikel 5,6 en 13 Het proces (artikel 5, 6 en 13). Wij adviseren de Brede Intake te laten bestaan uit twee gesprekken. Reactie: Artikel 5, 6 en 13; het proces Zoals hierboven is beschreven geeft de verordening een juridisch basiskader. Bij de uitvoering wordt hier invulling aan gegeven in overleg met de inburgeringsplichtige en op basis van zijn specifieke behoefte. Iedereen is anders en heeft een ander bevattingsvermogen en ondersteuningsbehoefte. Het is niet doelmatig en flexibel om iedere inburgeringsplichtige eenzelfde proces en ondersteuning aan te bieden. De verordening biedt voldoende mogelijkheden voor maatwerk. Een PIP wordt in nauw overleg met de inburgeringsplichtige opgesteld. Er worden zoveel gesprekken gevoerd als nodig. De inburgeringsplichtige heeft voldoende mogelijkheden om zelf zaken in te brengen. Ook krijgt hij bedenktijd. Als het plan is vastgesteld dan kan het altijd nog worden bijgesteld. Is de inburgeringsplichtige het niet eens met het vaststellingsbesluit dan staat bezwaar en beroep open waarvoor hij ondersteuning kan krijgen. De Regelgeving biedt dus veel mogelijkheden voor de inburgeringsplichtige om gehoord te worden. Advies, ten aanzien van artikel 13.3 Advies: geef in de verordening duidelijk aan hoe tijdens het inwinnen van informatie de AVG wordt gerespecteerd.
Reactie: De gemeente is verplicht om bij al haar taken de rechten en plichten uit de Algemene verordening gegevensbescherming na te leven. Zij heeft hiervoor een aparte verklaring geplaatst op de website www.ridderkerk.nl/privacyverklaring/ Uiteraard zal een medewerker van de gemeente een inburgeringsplichtige nader informeren conform de behoefte van het individu. Het is niet mogelijk en wenselijk om alle kaders waaraan de gemeente zich moet houden vast te leggen in een specifieke verordening voor een bepaalde taak. Advies 1C, ten aanzien van artikel 5 De bejegening. Wij adviseren om in de verordening (artikel 5) op te nemen dat de Brede intake te allen tijde door 3 personen wordt uitgevoerd. Advies toevoeging. In artikel 5 van de verordening: De cliënt bevestigd de uitnodiging te hebben ontvangen en aanwezig te zijn met of zonder ondersteuner. Reactie: Artikel 5 bejegening Bejegening heeft niets te maken met de aanwezigheid van een ondersteuner. Het hangt veeleer af van de houding en gedrag van de klantmanager. Hoe open de klantmanager zich opstelt voor de wensen van de klant. De klantmanager is een professional die hiervoor is opgeleid. Tijdens het gesprek kan de behoefte immers worden getoetst en zo nodig worden toegewezen. Mocht een klant op voorhand behoefte hebben aan een ondersteuner en tolk dan worden deze uiteraard mee uitgenodigd.
Advies 1D, ten aanzien van artikel 6 Wij adviseren de cliënt bij het eerste gesprek al op de hoogte te brengen van de mogelijkheid om af te wijken van de tienwekentermijn, en aan te geven dat bij voldoende motivering daar gehoor aan zal worden gegeven. Ook hier moet sprake kunnen zijn van maatwerk, afhankelijk van de capaciteit en mogelijke beperkingen van de cliënt. Reactie: PIP-termijn De opgenomen termijn is een bescherming voor de inburgeringsplichtige en een inspanningsverplichting voor de gemeente. Uiteraard mag de gemeente op verzoek van de inburgeringsplichtige de termijn verlengen als dat noodzakelijk is. De regelgeving inburgering legt wel beperkingen op omdat tijdig aan de inburgeringsplicht moet worden voldaan. Het later opstellen van een PIP geeft geen uitstel om te voldoen aan deze verplichting (artikel 11 Wet Inburgering). Het is dus in het belang van de inburgeringsplichtige om snel een PIP op te stellen, waardoor hij adequaat wordt ondersteund
2
om tijdig aan deze verplichting te kunnen voldoen. De kaders voor het bepalen van een langere termijn staan in de Regelgeving Inburgering en de ongeschreven algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Een verordening mag niet van hogere regelgeving afwijken. Advies 1E en 2, ten aanzien van artikel 6, 12 en 15 Wij adviseren in het kader van transparantie om in de verordening op te nemen dat in beschikking zal worden vermeld welke deskundigheid, intern of extern, per specialisme is geraadpleegd zijn om tot het besluit te komen. Dit geldt met name vanwege de nieuwe maatwerktrajecten, omdat daar de kans op afwijkingen hoger is dan de standaard. Advies Verwijs hier naar een Programma Van Eisen waarin duidelijk wordt wat die eisen precies zijn. Zie in dit verband ook artikel 12.1a (Kwaliteit) en artikel 15 (Handhaving). Reactie: Besluitvorming en 2 Inburgering op maat De wetgever gaat ervan uit dat de ambtenaren voldoende deskundig zijn om enerzijds de regelgeving uit te voeren en anderzijds te bepalen waarvoor deskundigen nodig zijn en waar zij aan moeten voldoen. In de gesprekken en een PIP wordt aangegeven welke deskundigen moeten worden of zijn ingeschakeld en wat hun advies is.
Het is niet wenselijk om dit apart te regelen omdat dit al besloten ligt in Wet Open Overheid en de algemene beginselen van behoorlijk bestuur (de beginsels van informatieplicht, transparantie en motivering). Bovendien kunnen de kwaliteitseisen per individueel geval verschillen. Advies 3, ten aanzien van artikel 4 en 5 Pas hier ook ‘inburgering op maat toe’. Geef aan dat maatwerk Taalniveau en Participatie ook zal voorzien in de behoefte van mensen met een beperking, bijvoorbeeld dyslexie. Ga desnoods in een toelichting hier dieper op in, zodat onjuiste of onvolledige interpretaties van het containerbegrip ‘maatwerk’ (zoals nu vaak het geval is volgens de signalen die wij binnen krijgen) worden vermeden. Reactie: Taalniveau De kaders en de uitzonderingen voor de inburgeringsplicht zijn wettelijk vastgelegd (zie m.n. artikelen 4 en 5 Wet Inburgering). Een verordening mag hiervan niet afwijken. Advies 4, ten aanzien van artikel 7 Drie nieuwe leerroutes: 1 B1-route: Voor taal en (vrijwilligers)werk, gericht op het behalen van niveau B1 binnen maximaal 3 jaar. 2 Onderwijsroute: Voor jongeren die de taal op niveau B1 of hoger leren en worden voorbereid op vervolgopleidingen. 3 Zelfredzaamheidsroute: Voor degenen voor wie de andere routes te moeilijk zijn, met focus op niveau A1.
Advies ad punt 2: De onderwijsroute van toepassing laten zijn op alle leeftijdsgroepen, niet alleen jongeren. Advies ad punt 3: Suggestie: . . . met de focus op het voor de inburgeringsplichtige haalbare maatwerkplan om niveau A1 te halen. Overig advies: Hoe wordt omgegaan met ‘dropouts’? Geef aan dat ook voor deze groep een plan van aanpak is voorzien. Reactie: B1-route, Onderwijsroute en Zelfredzaamheidsroute De drie leerroutes zijn ontworpen om te voldoen aan de diverse behoeften van inburgeringsplichtigen. Elk van deze routes heeft een specifiek doel en is gericht op de vaardigheden en mogelijkheden van de deelnemers. De B1-route in het kader van de Wet Inburgering is bedoeld voor inburgeringsplichtigen die in staat worden geacht om de Nederlandse taal te leren op niveau B1. Deze route richt zich met name op: Asielstatushouders: Personen met een verblijfsstatus op grond van asiel. Gezinsmigranten: Personen die naar Nederland zijn gekomen in het kader van gezinshereniging of -vorming.
3
Overige inburgeringsplichtigen: Bijvoorbeeld migranten die zich om andere redenen in Nederland vestigen.
Doelgroep kenmerken: Taalvaardigheid en leervermogen: Geschikt voor mensen die de capaciteit hebben om binnen een redelijke termijn het taalniveau B1 te behalen. Arbeidsmarktgericht: Gericht op personen die de arbeidsmarkt willen betreden of deelnemen aan vrijwilligerswerk, waarbij het beheersen van B1-niveau een belangrijke factor is. Combinatie van taal en participatie: De route omvat niet alleen taallessen, maar ook participatieactiviteiten zoals vrijwilligerswerk, stages of andere vormen van werkervaring. Volwassenen die verder willen studeren: Speciaal geschikt voor mensen die na het behalen van B1-niveau willen doorstromen naar vervolgopleidingen, zoals mbo, hbo, of universitaire studies. De B1-route biedt inburgeringsplichtigen een solide basis om succesvol deel te nemen aan de Nederlandse samenleving, hetzij door werk, maatschappelijke participatie of verdere scholing. Punt 2: Onderwijsroute voor alle leeftijdsgroepen Wij begrijpen de suggestie om de onderwijsroute open te stellen voor alle leeftijdsgroepen. De onderwijsroute is specifiek gericht op jongeren die zich voorbereiden op vervolgonderwijs, omdat dit aansluit bij hun leeftijdsfase en toekomstperspectief. Voor andere leeftijdsgroepen worden op maat oplossingen geboden binnen de andere leerroutes. Zo blijft er ruimte voor individueel maatwerk op basis van behoeften en mogelijkheden.
Punt 3: Zelfredzaamheidsroute en maatwerk De zelfredzaamheidsroute richt zich op het behalen van taalniveau A1 voor deelnemers waarvoor andere routes te moeilijk zijn. In de uitvoering wordt nadruk gelegd op een haalbaar maatwerkplan. Dit sluit aan bij ons streven naar een inburgering op maat, waarbij rekening wordt gehouden met persoonlijke omstandigheden en beperkingen. Overig advies: Omgaan met ‘dropouts’ Wij erkennen het belang van een plan van aanpak voor inburgeringsplichtigen die vroegtijdig uitvallen ('dropouts'). Voor deze groep wordt in de uitvoering gekeken naar passende vervolgstappen, zoals begeleiding richting een andere leerroute of aanvullende ondersteuning. Dit wordt afgestemd op de behoeften van de inburgeringsplichtige, zodat ook zij perspectief krijgen op deelname aan de samenleving. Advies Algemeen, ten aanzien van artikel 1 Begripsomschrijvingen. De volgende aanduidingen worden niet consequent eenduidig gebruikt: Asielstatushouders, Statushouders, Inburgeraars, Inburgingsplichtige, Inwoner en Cliënt. Tenslotte is de vraag gesteld hoe de verordening het best kan worden geïmplementeerd. Reactie: Begripsomschrijving De begrippen uit de hogere regelgeving worden gebruikt in de verordening. Bij de begripsomschrijving wordt aangegeven welke regel op dit begrip van toepassing is.
De verordening mag daarvan niet afwijken omdat er dan veel onduidelijkheid gaat ontstaan over de juridische status van betrokkene en de daarbij behorende rechten en plichten. Hoogachtend, het college van burgemeester en wethouders van Ridderkerk, de secretaris,
de burgemeester,
mevr. M. Kitselar
dhr. C.A. Oosterwijk
4