CConstaterende datRidderkerk
Koppel je AI →
Document · PDF

Antwoordbrief aan Burgeradviesraad SD - Beleidsregels leerlingenvervoer.pdf

Commissie Samen leven RK 27 mei 2026, gemeente RidderkerkBij agendapunt: 12: Ter kennisneming: raadsinformatiebrieven2.991 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Burgeradviesraad Sociaal Domein Ridderkerk T.a.v. de voorzitter

Uw brief van: Uw kenmerk: Bijlage(n):

3 september 2025 1

Ons kenmerk: 2025-067762 Contact: L. Vlaar Telefoonnummer: 451717 0180 Team: Wmo Datum: 3 april 2026

Betreft: Reactie op gevraagd advies beleidsregels leerlingenvervoer gemeente Ridderkerk

Geachte leden van de Burgeradviesraad Sociaal Domein, Op 3 september 2025 ontvingen wij uw advies op de beleidsregels leerlingenvervoer. Hartelijk dank voor het door u uitgebrachte advies. U heeft enkele adviezen van algemene aard meegegeven en adviezen op specifieke artikelen. Hieronder treft u onze reactie aan. Ter inleiding worden in uw advies enkele opmerkingen gemaakt met betrekking tot het vergelijken van de regeling met de modelverordening VNG. We vermoeden dat hier sprake is van begripsverwarring. Het gevraagd advies betreft de beleidsregels leerlingenvervoer. Voor de verordening heeft u separaat een adviesaanvraag ontvangen. De inhoud van de opmerkingen lijkt wel te gaan over de beleidsregels. Hieronder gaan we daar op in onder het kopje ‘adviezen van algemene aard’. Adviezen van algemene aard Advies 1. Wat gemist wordt in de Verordening1 zijn: 1. Een duidelijke hardheidsclausule, zodat het college bij schrijnende of complexe situaties maatwerk kan leveren; 2. Mensbeeld. (een voorstel hiervoor staat onder het kopje “Het individuele kind centraal stellen”); 3. Cliëntondersteuning; 4. De gemeente is verantwoordelijk voor het organiseren van leerlingenvervoer. In de huidige beleidsregels worden echter nauwelijks voorwaarden gesteld aan de kwaliteit van dit vervoer. Dit is een risico voor zowel de leerlingen als hun ouders.

De kwaliteit van het vervoer bepaalt immers in hoge mate of kinderen veilig, op tijd en in een passende omgeving naar school kunnen reizen. Voor ouders is dit een belangrijke voorwaarde om vertrouwen te hebben in de regeling. Reactie: 1. In de verordening is de hardheidsclausule opgenomen (zie artikel 25). Dit geeft het college de mogelijkheid om af te wijken van de bindende bepalingen van de verordening. Uit de aard van beleidsregels volgt dat bij beleidsregels gemotiveerd afwijken van de beleidsregels mogelijk is. Het college mag afwijken van een beleidsregels als de beleidsregel anders tot een onredelijke uitkomst zou leiden. Hiervoor is het niet nodig een hardheidsclausule in de beleidsregels op te nemen. 1 Er wordt vanuit gegaan dat hier de beleidsregels bedoeld worden. In de verordening wordt immers wel een

hardheidsclausule genoemd.

Koningsplein 1 Postbus 271 2980 AG Ridderkerk

Pagina 2 van 6

2. Zie de reactie onder advies 2. 3. Het opnemen van cliëntondersteuning in de verordening of beleidsregels leerlingenvervoer is niet nodig. De leerlingen kunnen gebruik maken van cliëntondersteuning via stichting MEE Rotterdam Rijnmond. 4. De verordening en beleidsregels gaan over de relatie tussen de gemeente en de inwoner die hulp nodig heeft en welke voorwaarden de gemeente daarvoor stelt. Afspraken over de kwaliteit van het vervoer maakt de gemeente in de contracten met de vervoersbedrijven.

Advies 2. Het individuele kind centraal stellen: Het is essentieel dat bij het leerlingenvervoer de situatie van elk kind zorgvuldig wordt bekeken. Er moet meer aandacht zijn voor maatwerk, zodat er voldoende ruimte is voor het afstemmen van vervoersbehoeften op het individuele kind. In de verordening dient expliciet te staan dat het individuele kind altijd centraal staat bij het bepalen van de vervoersbehoeften, conform het gestelde in het Kinderrechtenverdrag. Volgens dit verdrag zou er ook afstemming met het kind zelf moeten plaatsvinden. Reactie: Bij het leerlingenvervoer is maatwerk het uitgangspunt. De vervoersvoorziening wordt afgestemd op de behoeften van het individuele kind en de ouders/verzorgers. Dit kan onder meer worden afgeleid uit artikel 2 en 4 van de verordening en artikel 7 en 14 van de beleidsregels. Zolang het kind minderjarig is zijn de ouders verantwoordelijk voor de aanvraag van het leerlingenvervoer. De leerling kan wel bij het gesprek aanwezig zijn (zie artikel 4 lid 3 van de verordening). Advies 3. Empathie en veiligheid Nadrukkelijk wordt in de Verordening leerlingenvervoer Ridderkerk 2026 de empathie voor het kwetsbare kind en zijn/haar veiligheid gemist. Elke regel en voorschrift zal gebaseerd moeten zijn op empathie voor ouder en kind en de veiligheid voor het kind.

Kwetsbare kinderen laat je als ouder niet in het donker van ochtend en namiddag alleen over straat lopen. Dat er een zekere zorgplicht voor het kind bestaat staat buiten twijfel. Echter ouders zullen niet altijd, zelfs vaak niet, in de gelegenheid zijn om het kind te begeleiden op weg naar de actuele bestemming, zoals school, buitenschoolse opvang, etc. Afstanden die het kind zou moeten afleggen mogen om die reden nooit groter zijn dan 100 meter. Een belangrijk aspect in de veiligheid van het kind in de openbare ruimte is dat het niet langer dan strikt noodzakelijk op welke locatie dan ook (rond school en opvang) moet verblijven. Derhalve dienen afspraken met vervoerders zo gemaakt te worden dat de wachttijden voor het kind bij school, opvang en huis niet meer kan bedragen dan vijf minuten. Reactie: Zoals in de reactie op advies 2 is aangeven is bij het leerlingenvervoer maatwerk het uitgangspunt. De vervoersvoorziening wordt afgestemd op de behoeften van het individuele kind en de ouders/verzorgers. Dit geldt ook voor de af te leggen afstanden. Hierbij wordt gekeken of een kind zelfstandig of onder begeleiding kan reizen of door ouders kan worden gebracht. Indien dit niet het geval is, zal sneller aanspraak bestaan op leerlingenvervoer. Een maximale wachttijd van 5 minuten is niet haalbaar, gezien er ook andere leerlingen opgehaald of meegenomen moeten worden.

Leerlingen zitten in principe gedurende de wachttijd thuis, in het busje of op school en niet in de openbare ruimte. Het is daarom aan de ouders/verzorgers, chauffeur op de school om de veiligheid van de kinderen te garanderen gedurende de wachttijd.

Advies 4. Maatwerk Wij zien dat een belangrijke zinsnede uit de vorige verordening “Beleidsregels bekostiging leerlingenvervoer Ridderkerk 2023” niet terug te vinden is. Het gaat om deze zin, zoals opgenomen in de toelichting van artikel 6 t/m 11: c. Daarom is het toepassen van maatwerk belangrijk. De vervoersmatrixen dienen als algemene beoordelingsrichtlijn. Wij hebben geen toelichting ontvangen. Dat maatwerk kan worden toegepast is (was) dus van toepassing op een groot deel van de artikelen. Dat de vervoersmatrices zijn vervallen en impliciet zijn opgenomen in artikel 8 is voor de ALGEMENE toepassingsmogelijkheid van maatwerk niet relevant. Zoals gezegd, in de toelichting, is het toepassen van maatwerk belangrijk. Omdat het college dit terecht belangrijk vindt hoort het niet in de toelichting maar dient het in de artikelen zelf te worden opgenomen. De toepassing van maatwerk zien we terug in veel van de laatst aangepaste verordeningen, dit is volledig in overeenstemming met het algemene beleid en juichen wij toe. In deze beleidsregels komt dat echter onvoldoende tot uiting. Uitvoerende ambtenaren hebben met maatwerk in ieder geval de mogelijkheid om, daar waar dat noodzakelijk is, de regels flexibel toe te passen. Reactie: Bij het leerlingenvervoer is maatwerk het uitgangspunt.

De vervoersvoorziening wordt afgestemd op de behoeften van het individuele kind en de ouders/verzorgers. Dit kan onder meer worden afgeleid uit artikel 2 en 4 van de verordening en artikel 14 en 15 lid 3 van de beleidsregels.

Advies 5. Algemeen advies Neem in hoofdstuk 3 Beoordelingscriteria in artikel 7 een extra sub-artikel (7.3) op, waarin wordt opgenomen dat maatwerk zal worden toegepast als met de algemene beoordelingsrichtlijnen geen passende vervoersoplossing kan worden aangeboden. Of iets in die geest. Wij vernemen graag wat met dit advies gedaan wordt voordat de definitieve versie aan de raad wordt voorgelegd. Reactie: Het uitgangspunt van de beleidsregels is dat de vervoersvoorziening aansluit op de individuele behoeften van een leerling. Dit komt in verschillende artikelen naar voren (zie de reactie op advies 2 en 4). We achtten het daarom niet noodzakelijk daarvoor een artikellid toe te voegen aan artikel 7.

Advies 6. Onderwerpen van algemene aard. De praktijk. Uit onze achterban krijgen we (veel) klachten over de uitvoering van het leerlingenvervoerbeleid. Het vermoeden is bij ons ontstaan dat de uitvraag, om leerlingvervoerders te contracteren, onvoldoende rekening houdt met wat het beleid voor ogen heeft. M.a.w. de contracten deugen niet en volgen het beleid niet. Als daar ook advies over gevraagd zal worden kunnen we een belangrijke meerwaarde creëren. N.B.: Dit advies heeft geen invloed op de beleidsregels. Reactie: Wanneer de dienstverlening niet in orde is, kan er gebruik gemaakt worden van de daarvoor bestemde klachtenregeling en mede met die concrete klachten kunnen wij het gesprek aangaan met de leerlingvervoerders. De contracten sluiten aan op de inhoud van de verordening en de beleidsregels. Deze vormen dus de basis voor de contracten. De contracten met vervoerders zijn privaatrechtelijke overeenkomsten die de gemeente sluit en lenen zich daarom niet voor een adviesaanvraag.

Pagina 4 van 6

Adviezen per artikel Advies 7. Advies aanvraagprocedure medische verklaring (artikel 2 Aanvraagprocedure) Wij adviseren de gemeente om aangepast leerlingenvervoer te erkennen als een noodzakelijke voorziening voor kinderen die door een beperking of ernstige belemmering niet zelfstandig of met regulier vervoer naar school kunnen. Start daarbij vanuit vertrouwen dat ouders het beste weten wat hun kind nodig heeft. Deze werkwijze voorkomt onnodige belasting voor gezinnen en bevordert een mensgerichte uitvoering waarin de ondersteuningsvraag centraal staat – niet het bewijs van de beperking. Een toekenning van een voorziening dient gedurende de gehele schoolperiode van het kind automatisch verlengd te worden. Indien de ouders de aanvraag niet kunnen doen, bv. door laaggeletterdheid, kan de onderwijsinstelling de aanvraag namens hen doen. Reactie: De genoemde werkwijze is het uitgangspunt van de beleidsregels. Een beschikking voor meerdere jaren kan in verschillende gevallen worden afgegeven. Dit staat uitgebreid genoemd in artikel 16 van de beleidsregels. Voor sommigen leerlingen is het juist wenselijk om gedurende de schoolperiode te kijken of zelfstandig(er) reizen mogelijk is. Dit bevordert de zelfstandigheid en zelfredzaamheid van de leerling. De ouders (of verzorgers of wettelijke vertegenwoordigers) van een leerling kunnen de vervoersvoorziening aanvragen.

De school kan dat niet doen. De scholen kunnen uiteraard wel ondersteunen bij het proces. Advies 8. Nieuwe melding tijdens het lopende schooljaar en mutaties (artikel 6) Wanneer een aanvraag midden in het schooljaar wordt ingediend, dan zijn de ouders verantwoordelijk voor het vervoer van de leerlingen tot het besluit is genomen. En dat kan 6 tot 8 weken duren. Gedurende de looptijd van de aanvraag heeft het kind recht op leerlingenvervoer. Mocht later blijken dat de aanvraag wordt afgewezen, dan wordt de voorziening stopgezet en hoeven de ouders de gemaakte kosten niet terug te betalen. Hoewel regels nodig zijn om duidelijkheid te geven en om iedereen eerlijk en gelijk te behandelen, kan geen enkele regel alle persoonlijke omstandigheden volledig dekken. Elke situatie van een inwoner is namelijk net iets anders. Daarom is het belangrijk dat beleidsmedewerkers niet alleen strak de regels volgen, maar ook de ruimte krijgen om zelf af te wegen wat in een bepaalde situatie passend en wenselijk is. In de praktijk gebeurt het dat kinderen pas naar school gaan als het besluit is genomen van het vervoer. Wij vinden dat het perspectief van het kind centraal moet staan. En regelwerk mag nooit het recht op onderwijs worden beperkt door wachttijd of regelwerk. Reactie: Bij het leerlingenvervoer is maatwerk het uitgangspunt.

De vervoersvoorziening wordt afgestemd op de behoeften van het individuele kind en de ouders/verzorgers. Dit kan onder meer worden afgeleid uit artikel 2 en 4 van de verordening en artikel 14 en artikel 15, lid 3 van de beleidsregels. Advies 9. Verantwoordelijkheid van ouders (artikel 7) Het is niet redelijk om van ouders te verwachten dat zij hun baan of inkomen opofferen om leerlingenvervoer zelf te regelen. Carpoolen kan soms een oplossing zijn, maar dat vergt veel afstemming: dezelfde schooltijden, nabijheid van andere ouders, en het kind moet sociaal/medisch gezien wel in staat zijn om samen te reizen. Voor kinderen met een beperking is dat niet altijd passend.

Het kán in sommige situaties redelijk zijn dat ouders een vervoersmiddel aanschaffen. Maar het is niet realistisch om dat te verwachten van álle ouders van kinderen met een beperking. De gemeente moet per situatie bekijken of dit een reële en haalbare optie is, en zo niet, zelf leerlingenvervoer regelen. Reactie: Zie het antwoord op advies 2, 4 en 8.

Advies 10 Bepalen afstand (artikel 21) 1. Voor het bepalen van afstanden maakt het college gebruik van de routeplanner Google Maps. Daarbij wordt altijd gekozen voor de kortste afstand (‘kortste route’) en wordt het gemiddelde van de heenreis en terugreis berekend. Dit is één van de artikelen die op hoofdlijnen is gewijzigd. De matrix voor afstanden is weggelaten en impliciet in artikelen verwerkt (art. 21). In de vorige beleidsregels was maatwerk hier óók van toepassing. Artikel 3.3 luidde: Als er sprake is van een wachtlijst, dan geven de samenwerkingsverbanden een definitief advies over het al dan niet tussentijds kunnen overplaatsen naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school en eventueel benodigd maatwerk. Nu is opgenomen dat er ALTIJD gekozen wordt voor de kortste afstand, dit laat geen ruimte voor maatwerk; zie ook voorgaand algemeen advies. Advies Artikel 21.1 Wijzig de tekst in: 1. Voor het bepalen van afstanden maakt het college gebruik van de routeplanner Google Maps. Daarbij wordt in de meeste gevallen gekozen voor de kortste afstand (‘kortste route’) en wordt het gemiddelde van de heenreis en terugreis berekend. Of iets van deze strekking. Reactie: In artikel 21 wordt aangegeven hoe de afstand naar een school wordt berekend, namelijk: op basis van de kortste afstand die de routeplanner van Google Maps aangeeft.

Dit artikel doelt niet op het feit dat de leerling in principe een vervoersvoorziening krijgt voor de dichtstbijzijnde toegankelijke school, tenzij die school niet passend is voor de leerling. In artikel 3, lid 3 uit de vorige beleidsregels staat dezelfde strekking als in artikel 15 lid 3 van deze beleidsregels. We nemen het advies daarom niet over. Advies 11. Opstapplaatsen (artikel 9) Quote van Mobiliteit .nl: “In de helft van alle Nederlandse gemeenten hebben inwoners een halte voor het stads- of steekvervoer op maximaal 400 meter afstand. Dit wordt vaak genoemd als maximaal acceptabele loopafstand naar een bushalte. De gemiddelde reisafstand tot een halte in heel Nederland bedraagt 400 meter. Dat blijkt uit onderzoek van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).” Uit eigen jarenlange ervaring met leerlingenvervoer in een middelgrote gemeente weet ik dat elk kind van huis opgehaald wordt en thuis wordt gebracht. Ergo dient ten alle tijden het kind van huis afgehaald te moeten worden. In andere gemeenten is niet een gezamenlijke opstapplaats van belang maar meer het feit dat de opstapplaats “op de route ligt”. De zin van artikel 5.1 ontgaat ons, omdat deze al in artikel 9.2 is ingebed. Advies Artikel 9.2 Wijzig de tekst in: “De opstapplaats bevindt zich op een redelijke afstand.” In alle gevallen is een afstand van 2 km ondoenlijk.

Het 2 km lopen met een kind met een beperking of handicap duurt ca 30 minuten. In de regen, in de vrieskou, in het donker, heen en terug. Nu zal dat niet vaak voorkomen maar ook hier is er geen ruimte geboden voor maatwerk. Voor deze specifieke groep zou een maximale afstand tot een opstapplaats nooit meer mogen bedragen dan 100 meter.

Pagina 6 van 6

Reactie: In Ridderkerk wordt geen gebruik gemaakt van opstapplaatsen. Leerlingen worden in principe thuis opgehaald door de vervoerder. De verordening en de beleidsregels bieden daartoe wel de mogelijkheid mocht het in de toekomst voor het gezin gewenst zijn of noodzakelijk blijken. Wanneer dit het geval is, zijn de ouders verantwoordelijk voor het organiseren van de begeleiding van de leerling van, naar en op de opstapplaats. Er zal dan altijd eerst naar de persoonlijke situatie van de aanvragende partij worden gekeken. Zoals eerder benoemd is maatwerk bij het leerlingenvervoer het uitgangspunt. We nemen het advies daarom niet over. Advies 12. Hoogbegaafd onderwijs (artikel 25) In zijn algemeenheid kan gesteld worden dat scholen geld ontvangen voor de specifieke benadering van ‘zorgleerlingen’. Hieronder vallen ook hoogbegaafde kinderen met of zonder beperking. De praktijk leert dat veel scholen deze zorg alleen besteden aan moeilijk lerende kinderen of kinderen met gedragsproblemen en niet aan hoogbegaafde kinderen. Scholen kunnen hierop aangesproken worden (bijvoorbeeld in een OOGO). Het ministerie van OCW heeft geld beschikbaar gesteld om projecten op te starten, gericht op het stimuleren van uitmuntende prestaties van toptalenten op basisscholen en het stimuleren van een omgeving waarin excellentie wordt gewaardeerd.

Uit het rapport van de kinderombudsman blijkt dat er meerdere knelpunten zijn, zowel bij het toekennen van het vervoer als in de uitvoering ervan. Soms vallen groepen leerlingen zonder handicap buiten de boot, terwijl zij wel tot een speciale school zijn toegelaten. Hoogbegaafde kinderen krijgen niet altijd leerlingenvervoer toegewezen ook al moeten zij naar een school die past bij hun behoeften. Het levert leerkrachten en orthopedagogen veel werk op. “Leerkrachten moeten zeker in het begin van het jaar veel met ouders communiceren over de ophaal-tijden en als die verlaat zijn moet je dat ouders laten weten.” Orthopedagogen moeten veel administratieve rompslomp invullen voor de noodzakelijkheidsverklaring. “Dat is een bulk werk, maar wat is het nut van een verklaring als het kind al een toelating tot het speciaal onderwijs heeft", zegt Goossens. "Het is niet dat we ons hier zitten te vervelen. Ik zou die uren van leraren en orthopedagogen liever in het onderwijs steken, maar als we deze acties niet doen komt het kind niet op onze school.”: Er wordt teveel vanuit regels en systemen gedacht, en te weinig vanuit het kind.' Reactie: Deze algemene opmerkingen zien niet direct op de beleidsregels leerlingenvervoer. Hoogbegaafdheid is volgens de beleidsregels inderdaad geen reden om vervoer te verstrekken naar een verder weg gelegen school voor primair onderwijs.

Door de ouders aangeleverde specifieke informatie over de leerling kan echter aanleiding zijn om maatwerk toe te passen. De ouders moeten dan aantonen dat hun kind op de dichtstbijzijnde school niet het onderwijs kan krijgen dat hij nodig heeft. Nogmaals dank voor de door u gegeven adviezen. Wij verwachten u met deze antwoordbrief voldoende te hebben geïnformeerd. Hoogachtend, Het college van burgemeester en wethouders van Ridderkerk, de secretaris, de burgemeester,

Mw. M. Kitselar

Dhr. C.A. Oosterwijk

Bijlage: - Verordening leerlingenvervoer Ridderkerk

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.ridderkerk.nl/api/v1/meetings/1287/documents/43088