amendement 48-2021 Bo1 Verordening en tarieventabel Afvalstoffenheffing aangenomen.pdf
Tekst van het document
Amendement 2021 - 48
Amendement Afvalstoffenheffing 2022 Inhoud van het amendement 1.
Voorstel
U wordt voorgesteld het variabel tarief van de afvalstoffenheffing te innen door middel van voorschot en verrekening achteraf en daartoe in de verordening: a. Artikel 8 Wijze van heffing
1. De belasting bedoeld in hoofdstuk 1.1 en hoofdstuk 1.2 onderdelen 1.2.1 en 1.2.2 van de tarieventabel wordt geheven bij wege van aanslag. 2. De belasting bedoeld in hoofdstuk 1.2, onderdelen 1.2.3. en 1.2.4 van de tarieventabel wordt geheven door middel van een mondelinge dan wel een schriftelijke gedagtekende kennisgeving waarop de verschuldigde belasting is vermeld. Het gevorderde bedrag wordt door toezending of uitreiking van de kennisgeving aan de belastingschuldige bekend gemaakt. te wijzigen in: Artikel 8 Wijze van heffing 1. De belasting bedoeld in hoofdstuk 1.1 van de tarieventabel wordt geheven bij wege van aanslag. De belasting bedoeld in hoofdstuk 1.2 onderdelen 1.2.1 en 1.2.2 van de tarieventabel wordt geheven bij wege van voorlopige aanslag berekend op basis van 26 ledigingen van een minicontainer per jaar, dan wel 104 ontgrendelingen van een ondergrondse inzamelcontainer per jaar. 2. De verrekening van de belasting bedoeld in hoofdstuk 1.2 onderdelen 1.2.1 en 1.2.2 van de tarieventabel vindt in het daarop volgende belastingjaar plaats. 3. De belasting bedoeld in hoofdstuk 1.2, onderdelen 1.2.3. en 1.2.4 van de tarieventabel wordt geheven door middel van een mondelinge dan wel een schriftelijke gedagtekende kennisgeving waarop de verschuldigde belasting is vermeld.
Het gevorderde bedrag wordt door toezending of uitreiking van de kennisgeving aan de belastingschuldige bekend gemaakt.. b.
Artikel 9 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang
1. De belasting bedoeld in hoofdstuk 1 van de tarieventabel is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2. Indien de belastingplicht in de loop van het jaar aanvangt, is de belasting bedoeld in hoofdstuk 1 van de tarieventabel, verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 3. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing van de belasting bedoeld in hoofdstuk 1 van de tarieventabel voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar nog volle kalendermaanden overblijven, tenzij het bedrag van de ontheffing minder bedraagt dan € 10,--. te wijzigen in: Artikel 9 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang 1. De belasting bedoeld in hoofdstuk 1.1 en hoofdstuk 1.2 onderdelen 1.2.1 en 1.2.2 van de tarieventabel is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2.
Indien de belastingplicht in de loop van het jaar aanvangt, is de belasting bedoeld in hoofdstuk 1.1 van de tarieventabel, verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. Indien de belastingplicht in de loop van het jaar aanvangt, is de belasting bedoeld in hoofdstuk 1.2 onderdelen 1.2.1 en 1.2.2 van de tarieventabel, verschuldigd voor zoveel tweeënvijftigste gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als bedoeld in artikel 8, lid 1 laatste zin, als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalenderweken overblijven. 3. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing van de belasting bedoeld in hoofdstuk 1.1 van de tarieventabel voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar nog volle kalendermaanden overblijven, tenzij het bedrag van de ontheffing minder bedraagt dan € 10,--. De verrekening van de belasting bedoeld in hoofdstuk 1.2 onderdelen 1.2.1 en 1.2.2 van de tarieventabel vindt bij het einde van de belastingplicht in de loop van het belastingjaar plaats op basis van het daadwerkelijke aantal ledigingen dan wel ontgrendelingen.
2.
Aanleiding
De behandeling van de Verordening en tarieventabel Afvalstoffenheffing 2022 3.
Aspecten
De gemeente moet duidelijk beleid maken en door in ieder geval voor komend jaar het variabel tarief inclusief 2 ontgrendelingen en 1 lediging te hanteren gaan mensen erop letten dat het zoveel mogelijk hierbij blijft. Dit kan aanzetten tot nadenken. Zo kan je (deels) voorkomen dat men afvalzakken elders dumpt, je hebt immers al voor 2 per week/1 x per 2 weken mini container, betaald. 4.
Aanpak/Uitvoering
Na aanname van het amendement wordt de Verordening en tarieventabel Afvalstoffenheffing 2022 aangepast. 5.
Kosten/Opbrengsten/Dekking
N.v.t.
De raadsleden, Petra van Nes – de Man, Burger op 1
Edward Piena, VVD Ridderkerk
Karin Kayadoe, Leefbaar Ridderkerk
Jeroen Rijsdijk, PvdA
Algemene informatie Betreft raadsvoorstel nr. 388489 Behandeld in de raadsvergadering van 16 december 2021 Samenvatting Onderwerp is de wijze van heffen van de afvalstoffenheffing. De raad wordt voorgesteld de verordening zo te wijzigen dat de inwoners in 2022 een tarief betalen en begin 2023 daarmee verrekend wordt het daadwerkelijk gebruik van de minicontainer of de ondergrondse afvalcontainer. Uitslag stemming Het amendement is aangenomen.
Stemverhouding Voor: 19 (VVD, GroenLinks, CDA, Los, Van der Linden, Burger op 1, Partij 18Plus, Leefbaar Ridderkerk, PvdA) Tegen: 9 (Van Vliet, Kloos, ChristenUnie, SGP, D66)