CConstaterende datRidderkerk
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendapost Adviescommissie VA evaluatie GR MRDH.pdf

Commissie Samen leven en Samen wonen RK 29 augustus 2024, gemeente RidderkerkBij agendapunt: 9: Mededelingen Gemeenschappelijke Regelingen1.753 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Adviescommissie Va Datum vergadering Agendapunt (nummer)

Onderwerp

Bestuurlijk trekker Portefeuille Aard bespreking

Evaluatie Gemeenschappelijke Regeling Metropoolregio Rotterdam Den Haag

Burgemeester van Bijsterveldt Anders Adviserend

Gevraagd aan de adviescommissie 1. Adviseren over de door het Algemeen Bestuur voorgestelde aanpak van de tweede fase van de evaluatie 2. Adviseren over de thema’s die aan de orde moeten komen bij de tweede fase van de evaluatie 3. Adviseren over de wijze waarop invulling is gegeven aan de betrokkenheid van gemeenteraden bij de tweede fase van de evaluatie Context Op 3 november 2023 heeft het Algemeen Bestuur het plan van aanpak voor de evaluatie van de Gemeenschappelijke Regeling MRDH vastgesteld. Daarmee is gestart met het invulling geven aan artikel 8.3 van de Gemeenschappelijke Regeling, waarin is benoemd dat de Gemeenschappelijke Regeling na 10 jaar wordt geëvalueerd en wordt onderzocht of er voldoende grond is om de Gemeenschappelijke Regeling te continueren. Overeenkomstig het plan van aanpak is de evaluatie in twee fasen opgedeeld: • Deel 1: een factbased onderzoek uitgevoerd door een externe partij, dit ter onderbouwing voor het beantwoorden van de vraag van artikel 8.3a. • Deel 2: vertaling van de bevindingen naar de wijze waarop doorontwikkeling van de MRDH vorm kan gegeven. Op 22 juni 2024 heeft Berenschot het factbased onderzoek afgerond en ter bespreking aangeboden aan het bestuur van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag.

Resultaten factbased onderzoek Het onderzoek laat zien dat de samenwerking binnen de MRDH bestaanswaarde en meerwaarde heeft, zowel op Verkeer en Vervoer als op Economisch Vestigingsklimaat. In tien jaar is veel gebeurd en zijn binnen de beide pijlers veel resultaten geboekt. Dat daarbij niet alle doelstellingen uit 2014 zijn behaald heeft uiteenlopende verklaringen. Zo waren sommige doelstellingen dusdanig geformuleerd dat ze ambitieus waren, niet solitair vanuit alleen MRDH bereikt kunnen worden, dan wel afhankelijkheden kennen. Tenslotte heeft Corona veel impact gehad op de haalbaarheid van de doelstellingen.

Aanvullend op de hoofdlijn trekt Berenschot de volgende conclusies: Verkeer en vervoer: Er is op dit beleidsterrein veel gepresteerd binnen een woelige context. Grote versterkingen in het netwerk zoals de E-lijn en de Hoekse Lijn worden gewaardeerd, net als de prominente en bepalende rol van MRDH in de investeringen vanuit het Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport zoals de Oude Lijn, de Oeververbinding Rotterdam en het Central Innovation District-Binckhorst. De rol van de MRDH voor het openbaar vervoer en de openbaar vervoerbedrijven tijdens de Coronaperiode wordt gewaardeerd en is van groot belang geweest. De MRDH heeft daarnaast een bijdrage geleverd aan een samenhangend verkeer en vervoersnetwerk, de samenwerking wordt zeer gewaardeerd – zowel door interne als externe stakeholders. Tegelijkertijd constateert Berenschot dat sommige ambities soms te groot zijn gebleken (bijvoorbeeld verkeersveiligheid en kwaliteit van stations). Economisch vestigingsklimaat: Ook binnen deze pijler zijn herkenbare resultaten geboekt en is een bijdrage geleverd aan de economische vernieuwing van de regio. De samenwerking binnen deze pijler wordt gewaardeerd. Tegelijkertijd stelt Berenschot vast dat de impact van de MRDH op het economisch vestigingsklimaat en de concurrentiepositie met de huidige invulling beperkt is.

Oorzaken zijn een onvoldoende collectief gedeelde visie en een nadruk op de operationele kant (bijvoorbeeld via de bijdrageregeling). Tenslotte staat de ambtelijke capaciteit niet in verhouding tot de oorspronkelijke ambities. Berenschot stelt ook vast dat met de nieuwe Strategische Agenda – waarin meer focus is aangebracht - eerste stappen zijn gezet om hier een antwoord op te geven alsook met het besluit van de bestuurscommissie op 3 juli om te komen tot een economische visie. Democratische legitimiteit: Berenschot stelt vast dat de samenwerking binnen de MRDH in formele zin sterk is gelegitimeerd, op zichzelf en in vergelijking met andere gemeenschappelijke regelingen en samenwerkingsverbanden. Dit komt tot uitdrukking in de veelheid aan onderwerpen waarop vanuit gemeenteraden formele zienswijzen kunnen worden ingediend, het belang wat door het Algemeen Bestuur en de Bestuurscommissies wordt gehecht aan advisering van de Adviescommissies en de instrumenten die gemeenteraden hebben om bij te sturen. Tegelijkertijd concludeert Berenschot ook dat de ervaren legitimiteit (op onderdelen) beperkt is. Hier zit dus een duidelijke discrepantie tussen. Wederkerigheid daarbij is belangrijk: zowel de werkorganisatie MRDH, de bestuurders als de raadsleden hebben een rol te spelen waar het gaat om het vergroten van de ervaren legitimiteit.

Een andere conclusie is dat participatie en het betrekken van andere partners punten van aandacht zijn. Organisatie en samenwerking: De samenwerking binnen de MRDH heeft zich sterk ontwikkeld en het daarbij behorende besluitvormingsproces werkt naar behoren. Tegelijkertijd is er geen sprake van een lichte, effectieve en efficiënte samenwerking (zoals ooit beoogd bij de oprichting van de MRDH). Gelet op de grote belangen, behoeften van gremia en publieke middelen (>€ 600 miljoen/jaar) geeft Berenschot aan dat dit daarom verklaarbaar én verdedigbaar is. De ambtelijke organisatie is ondersteunend aan de samenwerking en wordt door de 21 gemeenten en partners zeer gewaardeerd.

Relatie met de Strategische Agenda Eén van de aspecten van de evaluatie was om te onderzoeken of en in welke mate de doelstellingen van de regeling behaald zijn en daarmee hoe is bijgedragen aan de drijvers achter de samenwerking (‘een sterkere regio met betere kansen voor mensen door versterking van de onderlinge verbondenheid en economisch vestigingsklimaat'), wat dus betrekking heeft op de taakvelden van de MRDH. Met de aanbevelingen uit de evaluatie Berenschot kan de regio zich doorontwikkelen met als doel samenwerking ook in de toekomst maximaal te laten renderen voor inwoners, bedrijfsleven en kennisinstellingen. Motivering 1. Voorgestelde aanpak tweede fase van de evaluatie In het plan van aanpak is opgenomen dat na afronding van fase 1 de uitvoering van de daadwerkelijke evaluatie wordt gestart, gericht op de doorontwikkeling van de MRDH. Gelet op de suggesties van Berenschot is het voorstel de tweede fase in te richten via 3 sporen: a. Drie regionale werksessies waar een aantal overkoepelende, generieke thema’s breed worden besproken met raadsleden, wethouders en burgemeesters uit de 21 gemeenten Tijdens drie werksessies wordt het gesprek gevoerd over de relevante thema’s die betrekking hebben op de doorontwikkeling van de MRDH. Het gaat om drie identieke sessies, met als hoofdthema de inhoudelijke doorontwikkeling MRDH op basis van thema's uit de evaluatie.

Er wordt daarbij grote waarde gehecht aan een actieve (mogelijkheid tot) betrokkenheid van alle raadsleden en bestuurders. De planning is dat er drie regionale werksessies georganiseerd worden in september/ begin oktober, verspreid over de regio. De uitkomsten en suggesties van het factbased onderzoek uit fase 1 worden gebruikt als input voor de thema’s van de werksessies. b. Bezoeken aan (commissies van) de 21 gemeenteraden, waarbij specifiek gesproken wordt over aandachtspunten die bij de betreffende gemeente leven Uit de evaluatie blijkt dat de 21 gemeenten op verschillende wijze invulling geven aan hun betrokkenheid bij de MRDH. Daar waar tijdens de regionale werksessies een meer overkoepelend gesprek wordt gevoerd over de doorontwikkeling van de MRDH, wordt voorgesteld om aanvullend op deze werksessies actief de 21 gemeenten te bezoeken (combinatie van bestuurders en vertegenwoordigers werkorganisatie MRDH) om meer gefocust het gesprek te kunnen voeren over de gewenste doorontwikkeling van de Gemeenschappelijke Regeling. Hierbij kunnen dan gemeentespecifieke behoeften en aandachtspunten aan de orde komen. De resultaten van de gesprekken worden meegenomen in de rapportage die in december in het algemeen bestuur wordt besproken. c.

Een ambtelijk werkspoor om nader te verkennen hoe we deze samenwerking kunnen versterken en wat dat betekent voor de Gemeenschappelijke Regeling. Tenslotte wordt, naast het bestuurlijke spoor, voorgesteld om ook een ambtelijk spoor in te richten. Via dit spoor kan het gesprek worden gevoerd over de wijze waarop de ambtelijke samenwerking versterkt kan worden, welke rollen de ambtelijke overleggen daarin hebben en hoe daarmee de verbinding met het bestuurlijke spoor vergroot kan worden. De gesprekken zijn bedoeld om te bespreken welke mogelijkheden er zijn om de werkwijze van de MRDH beter aan te laten sluiten op de werkwijze van de 21 gemeenten en v.v. 2. Voorgestelde thema’s die aan de orde komen tijdens de tweede fase Op basis van de rapportage van Berenschot wordt voorgesteld de werksessies in vier thema’s te verdelen, te weten: • Regionale samenwerking thema’s verkeer en vervoer • Regionale samenwerking thema’s economisch vestigingsklimaat • Raadsbetrokkenheid • Betrokkenheid en participatie van partners en inwoners

Binnen deze thema’s zal tijdens de sessies expliciet aandacht worden besteed aan de beleidsrijke punten die door gemeenten in het kader van de wijziging van de Gemeenschappelijke Regeling door diverse gemeenten zijn meegegeven. Ook zal aandacht worden besteed aan het onderzoek van de Rekenkamer Den Haag (verschenen op 8 juni 2024) waarin een vergelijk is gemaakt tussen verschillende modellen voor raadsbetrokkenheid. Om de gemeenten de mogelijkheden te geven om binnen de eigen gemeente input op te halen voor de werksessies, wordt er twee werken voorafgaand aan de werksessies voor elke werksessie een korte notitie verspreid waarin het thema, de belangrijkste bevindingen uit fase 1 en de onderliggende vraagstukken worden toegelicht. 3. Betrokkenheid van gemeenteraden bij de tweede fase van de evaluatie Op 28 augustus vindt – als vervolg op de presentatie van Berenschot op 19 juni 2024 - een eerste bespreking plaats van de stukken in de Adviescommissies. In deze bespreking wordt ruimte gegeven voor eerste reflecties op het rapport Berenschot én is ruimte voor eerste reflecties op de aanpak en thema’s van fase 2.

Op verzoek van de Adviescommissies is op 11 september een extra vergadering ingepland, hetgeen de leden van de Adviescommissies ruimere mogelijkheid geeft na het zomerreces afstemming te zoeken in de eigen raden over de aanpak en thema’s van fase 2, waarop zij dan adviseren. Op 13 september stelt het Algemeen Bestuur de definitieve aanpak van fase 2 vast. Naast de werksessies en gemeentelijke raads/commissiegesprekken start na besluitvorming door het algemeen bestuur in december 2024 een zienswijzeprocedure. Raadsleden en gemeenteraden zijn hierdoor op drie momenten actief betrokken en in positie. Vervolgproces De uitkomsten van de werksessies worden vertaald naar concrete voorstellen voor de doorontwikkeling van de MRDH. Deze voorstellen zijn zienswijzeplichtig en kunnen betrekking hebben op: • Wijzigingen van de Gemeenschappelijke Regeling; • Samenwerkingsvorm (veranderen betrokkenheid raden en inwoners, meer betrokkenheid van bedrijfsleven en kennisinstellingen) • Governancestructuur (effectiviteit MRDH) • Procedurewijzigingen De planning is erop gericht dat het Algemeen Bestuur de resultaten van fase 1 en 2 op 6 december 2024 vrijgeeft voor zienswijzen, waarna de evaluatie in april 2025 kan worden vastgesteld. Bijlagen 1.

Factbased onderzoek Berenschot evaluatie Gemeenschappelijke Regeling Metropoolregio Rotterdam Den Haag Gevolgde procedure Bestuurscommissie Dagelijks bestuur Zienswijzetermijn

3 juli 2024 27 juni 2024 n.v.t.

Verdere procedure Zienswijzetermijn Bestuursperiode Dagelijks bestuur Algemeen bestuur

n.t.b. n.v.t. 27 november 2024 6 december 2024

Anders, te weten

n.v.t.

Contactpersoon • Naam: Jos Wassens • Telefoonnummer: 088 5445 100 • Mailadres: j.wassens@mrdh.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.ridderkerk.nl/api/v1/meetings/1142/documents/38605