Afwegingskader Ontwerpwijziging gemeenschappelijke regeling NRIJ.pdf
Tekst van het document
Bijlage 2. Afwegingen en advies over wijzingen in de gemeenschappelijke regeling Natuur- en recreateschap IJsselmonde (NRIJ) Inleiding In deze bijlage leest u onze afwegingen bij de door de regeling voorgestelde wijzingen die voortvloeien uit de recente wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr). Per onderwerp leest u eerst een korte toelichtng op de wetswijziging. Dan wat daarover in de voorgelegde regeling is voorgesteld. Vervolgens leest u de eventuele voor- en nadelen voor de gemeente Ridderkerk en ons advies wat op te nemen in de zienswijze.
Wijzigingen in de regeling a. Zienswijze bij besluiten In de regeling moeten afspraken zijn opgenomen over welke besluiten van het bestuur van een GR vatbaar zijn voor een zienswijze van de raden.
Voorgestelde regeling en toelichtng Toegevoegd is een nieuw artkel 26 waarin is uitgewerkt dat ten aanzien van besluiten van het algemeen bestuur die ingrijpende ruimtelijke wijzigingen tot gevolg hebben of kunnen hebben, de raden van de deelnemende gemeenten voorafgaand aan het te nemen besluit, een zienswijze naar voren kunnen brengen. Artikel 26 1.
2. 3. 4.
5.
Ten aanzien van de volgende besluiten kunnen de raden van de deelnemende gemeenten, voorafgaand aan het nemen van het besluit, een zienswijze naar voren brengen: besluiten door het algemeen bestuur die ingrijpende ruimtelijke wijzigingen tot gevolg hebben of kunnen hebben. Het dagelijks bestuur stelt vast of er sprake is van een besluit als vermeld in lid 1. Indien daarvan sprake is, zendt het dagelijks bestuur het ontwerp- besluit toe aan de raden van de deelnemende gemeenten. De raden van de deelnemende gemeenten kunnen bij het dagelijks bestuur binnen acht weken na ontvangst van het ontwerp hun zienswijze over het ontwerp- besluit naar voren brengen. Het dagelijks bestuur stelt, voorafgaand aan de besluitvorming door het algemeen bestuur, de raden van de deelnemende gemeenten schrifelijk en gemotveerd in kennis van het oordeel over de zienswijzen en de eventuele conclusies die het daaraan verbindt. Ook het algemeen bestuur wordt daarvan op de hoogte gesteld. Het algemeen bestuur zendt, na defniteve besluitvorming, de raden van de deelnemende gemeenten het besluit ter informate toe.
Nieuw zijn ook de artkelen 43 en 44 met bepalingen dat raden een zienswijze kunnen geven over een conceptuittredingsplan. Niet duidelijk is waarom dit zowel is opgenomen in artkel 43 als 44. In de zienswijze is daarom als vraag opgenomen of in artkel 44 het tweede lid niet moet vervallen. Artikel 43 1. Het dagelijks bestuur stelt ten behoeve van het opstellen van het concept-uittredingsplan een projectgroep samen die onder leiding van een onafankelijke (externe) deskundige het conceptuittredingsplan voorbereidt. 2. Het dagelijks bestuur geef de accountant van het Natuur- en recreateschap IJsselmonde opdracht om het door de projectgroep voorbereide concept-uittredingsplan te toetsen. 3. De kosten voor het toetsen van het concept- uittredingsplan zoals genoemd in lid 2 van dit artkel, zijn voor rekening van de uittredende deelnemende gemeente. 1
4. Alvorens het dagelijks bestuur het voorstel voor het uittredingsplan ter vaststelling zendt aan het algemeen bestuur, zendt het dagelijks bestuur het voorstel voor het concept- uittredingsplan aan de raden van de deelnemende gemeenten. De raden van de deelnemende gemeenten kunnen gedurende acht weken na verzending van het voorstel hun zienswijzen over het voorstel voor het concept-uittredingsplan bij het dagelijks bestuur indienen. Het dagelijks bestuur voegt de ingediende zienswijzen bij het voorstel voor het concept- uittredingsplan dat het dagelijks bestuur zendt aan het algemeen bestuur. 5. Uiterlijk 8 maanden na het kenbaar maken van het voornemen tot uittreding, stelt het algemeen bestuur het concept- uittredingsplan en de voorlopige uittreedsom vast. Artikel 44 1. 2.
3. 4.
Het uittredingsplan bevat de systematek voor de berekening van de fnanciiële gevolgen van de uittreding, te betalen door de uittredende deelnemende gemeente, hierna te noemen de uittreedsom. Alvorens het dagelijks bestuur het voorstel voor het uittredingsplan ter vaststelling zendt aan het algemeen bestuur, zendt het dagelijks bestuur het voorstel voor het uittredingsplan toe aan de raden van de deelnemende gemeenten. De raden van de deelnemende gemeenten kunnen gedurende acht weken hun zienswijzen over het voorstel bij het dagelijks bestuur indienen. Het dagelijks bestuur voegt de ingediende zienswijzen bij het voorstel dat het dagelijks bestuur zendt aan het algemeen bestuur. Vaststelling van het uittredingsplan geschiedt bij unaniem besluit. Uiterlijk 8 maanden na ontvangst van het defniteve besluit tot uittreding stelt het algemeen bestuur het uittredingsplan met daarin de uittreedsom vast. Het algemeen bestuur baseert de berekening van de defniteve uittreedsom op de systematek als bedoeld in het tweede lid en op een gemiddelde van de jaarrekeningen van de voorafgaande vier begrotngsjaren.
Advies aan de gemeenteraad De termijn van tenminste acht weken om een zienswijze te geven is erg krap gelet op onze eigen vergadercyclus. Wij adviseren u te verzoeken de termijn van ten minste acht weken uit de artkelen 26, derde lid, 43, vierde lid en 44, tweede lid, te wijzigen in 10 weken. Naar de mening van ons college heef de raad op dit moment al ruime mogelijkheden om invloed uit te oefenen op het beleid en zijn er daarom geen andere besluiten waarop de raden eerst hun zienswijze zouden moeten geven.
b. Afspraken over partcipate In elke regeling moeten afspraken worden opgenomen of, en zo ja op welke wijze burgers de mogelijkheid krijgen tot inspraak over bepaalde onderwerpen die tot de taak van de GR horen. In de regeling kan worden opgenomen dat die partcipate niet wordt geboden.
Voorgestelde regeling en toelichtng Deze verplichtng is doorgevoerd in artkel 21. Hierin is uitgewerkt dat het dagelijks bestuur bij besluiten over ontwikkelingen aangaande de fysieke leefomgeving beslist of de mogelijkheid tot burgerpartcipate wordt aangeboden. Artikel 21
1.
2.
Het dagelijks bestuur beslist per ontwikkeling aangaande de fysieke leefomgeving, of de mogelijkheid tot burgerpartcipate aan ingezetenen van de deelnemende gemeente en/of belanghebbenden wordt geboden. Ingezetenen en belanghebbenden worden, indien de mogelijkheid tot burgerpartcipate wordt geboden, zowel bij de voorbereiding, de uitvoering als de evaluate van voornoemde ontwikkeling betrokken. Indien de mogelijkheid tot burgerpartcipate op grond van lid 1 van dit artkel wordt geboden, wordt gebruik gemaakt van het partcipatebeleid van de deelnemende gemeente waarbinnen de ontwikkeling zich afspeelt. 2
3. 4.
Het recreateschap en de deelnemende gemeente zoals bedoeld in lid 2 van dit artkel, zullen het partcipateproces in gezamenlijkheid toepassen. Er is geen partcipate mogelijk: a. ten aanzien van ondergeschikte herzieningen van een eerder vastgesteld beleidsvoornemen; b. als partcipate bij of krachtens wettelijk voorschrif is uitgesloten; c. als sprake is van uitvoering van wetgeving waarbij het bestuur geen of nauwelijks beleidsvrijheid heef of als daarbij niet meer dan één belanghebbende betrokken is; d. bij beslissingen over fnanciiën van het recreateschap, zoals maar niet uitsluitend, het opstellen en vaststellen van de begrotng en het vaststellen van tarieven; e. als de uitvoering van een beleidsvoornemen dermate spoedeisend is dat partcipate niet kan worden afgewacht; f. bij beslissingen of beleidsvoornemens die uitsluitend of hoofdzakelijk betrekking hebben op interne of organisatorische aangelegenheden, waaronder de inrichtng en samenstelling van het bestuur; g. als de aard van de door het bestuur uit te oefenen bevoegdheid zich hiertegen verzet.
Advies aan de gemeenteraad Ten aanzien van partcipate is de zienswijze van uw raad dat belanghebbenden bij het Algemeen Bestuur moeten kunnen inspreken over de onderwerpen die geagendeerd staan op de agenda van de betrefende vergadering, met uitzondering van de verslagen van de vergaderingen van het Algemeen Bestuur. Het spreekrecht voor belanghebbenden is niet geregeld in de voorliggende gemeenschappelijke regeling. Wij adviseren u te verzoeken om het spreekrecht voor belanghebbenden op te nemen in de gemeenschappelijke regeling.
c. Informateplicht: acteve en passieve Deze acteve informateplicht bestaat al. In de regeling moeten afspraken worden opgenomen over het moment waarop, de wijze van en het onderwerp van de informatevoorziening.
Voorgestelde regeling en toelichtng Deze verplichtng is doorgevoerd in artkel 20. Dit artkel geef aan dat het bestuur aan de raden, alle inlichtngen geef die de raden nodig hebben voor de uitoefening van hun taken. Artikel 20 Het bestuur van het Natuur- en recreateschap IJsselmonde en ingestelde commissies geven de raden van de deelnemende gemeenten alle inlichtngen die de raden nodig hebben voor de uitoefening van hun taken. Deze informate delen zij door: -
Rechtstreekse schrifelijke verzending aan de raden van de deelnemende gemeenten; of Mededeling in een raadsinformatebijeenkomst bij alle deelnemende gemeenten.
3
Advies aan de gemeenteraad De bepaling in artkel 20 is te summier en geef geen duidelijke richtlijnen welke informate minimaal moet worden verstrekt. Wij adviseren u om in uw zienswijze te verzoeken om aan de bepaling toe te voegen dat: -
de verslagen van het Algemeen Bestuur, de vastgestelde begrotng, de vastgestelde jaarrekening en bijbehorende accountantsrapportage in ieder geval beschouwd dienen te worden als informate die de raden nodig hebben voor de uitoefening van hun taken.
Passieve informateplicht Deze is opgenomen in artkel 13 en is ten opzichte van het huidige artkel 12 niet gewijzigd. Dit geef geen reden tot het maken van opmerkingen in de zienswijze.
d. Afspraken over evaluate Het is verplicht afspraken te maken over evaluate van de regeling. Waar de evaluate op gericht moet zijn, hoe vaak die moet plaatsvinden en op welke wijze die wordt uitgevoerd, is niet voorgeschreven. Dat kan worden opgenomen in de regeling. In de regeling kan ook worden opgenomen dat deze niet geiëvalueerd wordt.
Voorgestelde regeling en toelichtng In artkel 3 is bepaald dat de raden en colleges van de deelnemende gemeenten het algemeen bestuur ieder vierde jaar van de zitngstermijn kunnen verzoeken, de in artkel 2, vierde lid, beschreven taak, te evalueren. Artikel 3 1. 2. 3.
De raden en colleges van de deelnemende gemeenten kunnen het algemeen bestuur ieder vierde jaar van de zitngstermijn verzoeken, de in artkel 2 lid 4 beschreven taak, te evalueren. De raden en colleges van de deelnemende gemeenten die hiertoe verzoeken, zullen het verzoek motveren. Het algemeen bestuur stelt na een verzoek als bedoeld in lid 1 van dit artkel vast op welke wijze de taakstelling van de Gemeenschappelijke Regeling zal worden geiëvalueerd.
Advies aan de gemeenteraad Uit het bepaalde blijkt niet of aan een verzoek moet worden voldaan en of bijvoorbeeld één verzoek al voldoende is. Het advies is om in uw zienswijze te verzoeken om artkel 3 stelliger te formuleren en te vervangen door een artkel dat luidt: 1. Op een gezamenlijk verzoek van de raad en het college van één of meer van de deelnemers zal het algemeen bestuur de toepassing en werking van deze regeling evalueren. Dit verzoek kan ieder vierde jaar van de zitngstermijn worden gedaan. Het algemeen bestuur kan hiertoe ook op eigen initatef besluiten. 2. De in het eerste lid bedoeld evaluate heef onder meer, doch niet uitsluitend, tot doel na te gaan: a. of, en zo ja in welke mate de in deze regeling geformuleerde doelstellingen zijn behaald; b. of, en zo ja in welke mate de in deze regeling vastgelegde overdracht van taken en bevoegdheden, in het licht van de doelstelling van deze regeling, aanpassing behoef. 3. Door het algemeen bestuur wordt een regeling vastgesteld, volgens welke procedure de in het eerste lid bedoelde evaluate zal plaatsvinden. 4. De raden worden op de hoogte gesteld van de resultaten van de evaluate, de conclusies en de wijzigingen die naar aanleiding van de evaluate worden/zijn doorgevoerd.
e. Afspraken over uittreding Er kan niet langer volstaan worden met de afspraak dat het bestuur de uittredingsvoorwaarden vaststelt. In ieder geval moeten worden opgenomen afspraken over de gevolgen voor het vermogen, waarbij moet worden gedacht aan afspraken over personeel, contracten, huisvestng en investeringen.
4
Voorgestelde regeling en toelichtng In de gewijzigde artkelen 42 tot en met 49 zijn de bepalingen over uittreding opgenomen. Deze zijn: Artikel 42 1. Voorafgaand aan een besluit tot uittreding, maken de raden en colleges van de deelnemende gemeente het voornemen tot uittreding kenbaar aan het algemeen bestuur. Direct na het kenbaar maken van het voornemen tot uittreding, wordt conform artkel 43 gestart met het opstellen van een conceptuittredingsplan met daarin de fnanciiële, juridische, personele en organisatorische gevolgen van de uittreding alsmede een voorlopige uittreedsom. 2. De gevolgen voor de eigendomsposite van, of de zakelijke rechten op, de gronden van de het Natuur- en recreateschap IJsselmonde zullen door de projectgroep als bedoeld in artkel 43, bij de voorbereiding van het concept- uittredingsplan buiten beschouwing worden gelaten. De deelnemende gemeenten onderhandelen hier zelf over en de uitkomst hiervan zal als bijlage worden toegevoegd aan het conceptuittredingsplan. 3. Het algemeen bestuur maakt het concept- uittredingsplan en de voorlopige uittreedsom aan de deelnemende gemeente die wenst uit te treden, kenbaar. 4.
De deelnemende gemeente die wenst uit te treden heef na ontvangst van het conceptuittredingsplan en de voorlopige uittreedsom, de mogelijkheid defnitef uit het Natuur- en recreateschap IJsselmonde te treden bij daartoe strekkend besluit, dat binnen twee weken nadat het is genomen aan het algemeen bestuur wordt toegezonden. De procedure voor uittreding vangt aan de dag nadat het algemeen bestuur het besluit heef ontvangen. 5. De uittreding als bedoeld in het vierde lid heef plaats op het einde van het jaar volgend op het jaar waarin de uittredende deelnemende gemeente het besluit tot uittreding kenbaar heef gemaakt aan het algemeen bestuur. 6. Het dagelijks bestuur zendt de besluiten tot uittreding aan de raden en colleges van de overige deelnemende gemeenten. 7. De besluiten tot uittreding worden door het dagelijks bestuur van het Natuur- en recreateschap IJsselmonde toegezonden aan het college van gedeputeerde staten. Artikel 43 1. Het dagelijks bestuur stelt ten behoeve van het opstellen van het concept-uittredingsplan een projectgroep samen die onder leiding van een onafankelijke (externe) deskundige het conceptuittredingsplan voorbereidt. 2. Het dagelijks bestuur geef de accountant van het Natuur- en recreateschap IJsselmonde opdracht om het door de projectgroep voorbereide concept-uittredingsplan te toetsen. 3.
De kosten voor het toetsen van het concept- uittredingsplan zoals genoemd in lid 2 van dit artkel, zijn voor rekening van de uittredende deelnemende gemeente. 4. Alvorens het dagelijks bestuur het voorstel voor het uittredingsplan ter vaststelling zendt aan het algemeen bestuur, zendt het dagelijks bestuur het voorstel voor het concept-uittredingsplan aan de raden van de deelnemende gemeenten. De raden van de deelnemende gemeenten kunnen gedurende acht weken na verzending van het voorstel hun zienswijzen over het voorstel voor het concept-uittredingsplan bij het dagelijks bestuur indienen. Het dagelijks bestuur voegt de ingediende zienswijzen bij het voorstel voor het concept- uittredingsplan dat het dagelijks bestuur zendt aan het algemeen bestuur. 5. Uiterlijk 8 maanden na het kenbaar maken van het voornemen tot uittreding, stelt het algemeen bestuur het concept- uittredingsplan en de voorlopige uittreedsom vast.
5
Artikel 44 1. Het uittredingsplan bevat de systematek voor de berekening van de fnanciiële gevolgen van de uittreding, te betalen door de uittredende deelnemende gemeente, hierna te noemen de uittreedsom. 2. Alvorens het dagelijks bestuur het voorstel voor het uittredingsplan ter vaststelling zendt aan het algemeen bestuur, zendt het dagelijks bestuur het voorstel voor het uittredingsplan toe aan de raden van de deelnemende gemeenten. De raden van de deelnemende gemeenten kunnen gedurende acht weken hun zienswijzen over het voorstel bij het dagelijks bestuur indienen. Het dagelijks bestuur voegt de ingediende zienswijzen bij het voorstel dat het dagelijks bestuur zendt aan het algemeen bestuur. 3. Vaststelling van het uittredingsplan geschiedt bij unaniem besluit. 4. Uiterlijk 8 maanden na ontvangst van het defniteve besluit tot uittreding stelt het algemeen bestuur het uittredingsplan met daarin de uittreedsom vast. Het algemeen bestuur baseert de berekening van de defniteve uittreedsom op de systematek als bedoeld in het tweede lid en op een gemiddelde van de jaarrekeningen van de voorafgaande vier begrotngsjaren. Artikel 45 1.
De voorlopige respectevelijk defniteve uittreedsom bestaat uit een vergoeding ter compensate van directe kosten van uittreding (frictekosten en desintegratekosten), verminderd met het aandeel van de uittredende deelnemende gemeente in het eigen vermogen minus de bestemmingsreserves van het Natuur- en recreateschap IJsselmonde op de datum van uittreding. 2. Onder frictekosten wordt verstaan alle incidentele kosten te maken door de gemeenschappelijke regeling die het directe gevolg zijn van de beslissing tot uittreding van een deelnemende gemeente, zoals maar niet uitsluitend, de inhuur van deskundigen, een accountant en advocaat. 3. Onder desintegratekosten wordt verstaan alle kosten direct dan wel toekomstg te maken dan wel te dragen door de gemeenschappelijke regeling die samenhangen met de afouw van overcapaciteit in personele en materiiële sfeer, ontstaan als direct gevolg van de uittreding. Onder desintegratekosten wordt mede verstaan alle kosten uit overige verplichtngen, zoals de afouw van risico’s alsmede de door deelnemende gemeenten aangegane langlopende contractuele betalingsverplichtngen. 4.
Het derde lid is van overeenkomstge toepassing op kosten te dragen door het Natuur- en recreateschap IJsselmonde die samenhangen met de afouw van overcapaciteit in personele en materiiële sfeer en andere verplichtngen, de afouw van risico’s daarbij inbegrepen, ontstaan binnen een periode van 5 jaar vanaf het moment van uittreding als direct gevolg van de uittreding. 5. Het Natuur- en recreateschap IJsselmonde brengt alle frictekosten en desintegratekosten, onder afrek van het eigen vermogen van de uittredende deelnemende gemeente minus de bestemmingsreserves van de gemeenschappelijke regeling zoals genoemd in lid 1, in rekening bij de uittredende deelnemende gemeente. De uittredende deelnemende gemeente is verplicht tot betaling van de defniteve uittreedsom, op de wijze zoals genoemd in artkel 49. 6. Kosten die de uittredende deelnemende gemeente maakt ter voorbereiding op of als gevolg van de beslissing tot uittreding komen voor rekening van die deelnemende gemeente. Artikel 46 1. De raming en berekening van de kosten voor uittreding worden gebaseerd op de feiten en omstandigheden die bekend waren op het moment van de daadwerkelijke uittreding.
Beleidswijzigingen, wijziging van economische omstandigheden en wijziging van inzichten die zich voordoen of opkomen na het moment van de daadwerkelijke uittreding kunnen niet worden betrokken bij de bepaling van de hoogte van de uittreedsom. 2. Feiten en omstandigheden die zich hebben voorgedaan na het moment van daadwerkelijke uittreding kunnen niet leiden tot wijziging van de hoogte van de uittreedsom, tenzij de uitgetreden deelnemende gemeente dan wel het algemeen bestuur kan aantonen dat de hoogte van de uittreedsom anders zou zijn bepaald indien: a. de wederpartj onjuiste inlichtngen heef verstrekt waarvan deze diende aan te nemen dat de hoogte van de uittreedsom anders zou luiden indien deze onjuiste inlichtngen niet zouden zijn verstrekt; 6
3.
b. de wederpartj inlichtngen die hem op het moment van het bepalen van de uittreedsom bekend waren niet heef verstrekt terwijl de wederpartj redelijkerwijs had moeten aannemen dat deze inlichtngen van invloed zouden kunnen zijn op de bepaling van de hoogte van de uittreedsom. De tussen de deelnemende gemeenten bestaande verhoudingen en afspraken met betrekking tot milieuproblematek, waaronder bodemverontreiniging, zullen gedurende een periode van 30 jaren ongewijzigd gecontnueerd worden, als waren zij nog gezamenlijk deelnemende gemeenten aan het Natuur- en recreateschap IJsselmonde. Het vorenstaande geldt voor wat betref besluitvorming ten aanzien van vraagstukken betrefende milieuproblematek, als ook fnanciiële inbreng van de deelnemende gemeenten met betrekking tot de aan dit onderwerp verbonden kosten, voor zover die voor rekening en risico van het Natuur- en recreateschap IJsselmonde komen en voor zover de bestemmings- en algemene reserves bezien vanuit de reserveposite van het Natuur- en recreateschap IJsselmonde, niet toereikend zijn om die schade (geheel of gedeeltelijk) te dekken. Artkel 47 Na uittreding van de uittredende deelnemende gemeente, zal de gemeenschappelijke regeling gewijzigd dienen te worden conform artkel 40 van deze regeling.
Artikel 47 Na uittreding van de uittredende deelnemende gemeente, zal de gemeenschappelijke regeling gewijzigd dienen te worden conform artkel 40 van deze regeling. Artikel 48 1. Het Natuur- en recreateschap IJsselmonde is gehouden redelijkerwijs al het mogelijke te doen om de uittreedsom zo laag mogelijk te houden. Het voorgaande behoef niet te leiden tot wijziging van overeenkomsten met en verplichtngen jegens derden die zijn aangegaan respectevelijk bepaald voorafgaand aan het tjdstp van ontvangst door het algemeen bestuur van het besluit tot uittreding van de deelnemende gemeente. 2. De vertegenwoordiger van de uittredende deelnemende gemeente in het algemeen bestuur, houdt gedurende de periode vanaf het besluit tot uittreding tot de daadwerkelijke uittreding, bij de beraadslaging en besluitvorming door het algemeen bestuur rekening met de belangen van het Natuur- en recreateschap IJsselmonde zoals deze zich kunnen voordoen vanaf het moment van daadwerkelijke uittreding. Indien nodig onthoudt deze vertegenwoordiger zich van beraadslaging en besluitvorming. 3. Gedurende de periode tussen het besluit tot uittreding en efectuering daarvan is de uittredende deelnemer gehouden al haar verplichtngen na te komen. Artikel 49 1.
Bij de voorbereiding van het concept uittredingsplan biedt het algemeen bestuur de uitredende deelnemende gemeente de keuze tussen een betaling van de uittreedsom in een aantal termijnen of voor betaling van de uittreedsom in één keer. In het uittredingsplan bepaalt het algemeen bestuur conform de voorkeur van de uittredende deelnemende gemeente of de uittredende deelnemende gemeente de uittreedsom in een aantal termijnen (het aantal termijnen zal naar redelijkheid door het algemeen bestuur bepaald worden) of in één keer dient te betalen. In geval van betaling in één termijn, dient die betaling binnen 6 maanden na uittreding plaats te vinden.
Advies aan de gemeenteraad De voorliggende ontwerpregeling geef op één punt reden tot het maken van een opmerking. In artkel 43 vierde lid wordt ook het concept- uittredingsplan aan de raden van de deelnemende gemeenten gestuurd om zienswijzen. In artkel 44 tweede lid wordt het uitredingsplan nogmaals om een zienswijze voorgelegd aan uw raad. Wij adviseren u om in uw zienswijze te verzoeken om artkel 43 vierde lid te schrappen. Het eenmaal aanbieden van het uittredingsplan voor een zienswijze volstaat.
7
f. Aanpassing begrotngscyclus Daar waar in de regeling hierover termijnen zijn opgenomen, moeten deze voldoen aan de wet. De wet geef in sommige gevallen de vrijheid de termijn in de regeling te bepalen. Bijvoorbeeld kan, op grond van het bepaalde in artkel 35, zesde lid, Wgr, voor bepaalde categorieiën begrotngswijzigingen een andere termijn (dan 12 weken) voor het indienen van een zienswijze worden bepaald in de regeling. De raad kan zijn zienswijze desgewenst zijn mening geven over de in de regeling opgenomen termijn.
Voorgestelde regeling en toelichtng In artkel 34, eerste lid, van de regeling is bepaald dat het dagelijks bestuur de ontwerpbegrotng twaalf weken voordat zij aan het algemeen bestuur wordt aangeboden toestuurt aan de raden van de deelnemende gemeenten. Artikel 34
1. 2.
3. 4.
5. 6.
Het dagelijks bestuur zendt de ontwerpbegrotng twaalf weken voordat zij aan het algemeen bestuur wordt aangeboden toe aan de raden van de deelnemende gemeenten. De ontwerpbegrotng wordt door de zorg van de deelnemende gemeenten voor een ieder ter inzage gelegd en, tegen betaling van de kosten, algemeen verkrijgbaar gesteld. Van de terinzagelegging wordt openbaar kennis gegeven. De raden van de deelnemende gemeenten beraadslagen over de ontwerpbegrotng niet eerder dan twee weken na de openbare kennisgeving als in het tweede lid bedoeld. De raad van een deelnemende gemeente kan bij het dagelijks bestuur zienswijze over de ontwerpbegrotng naar voren brengen. Het dagelijks bestuur voegt de commentaren waarin deze zienswijze is vervat bij de ontwerpbegrotng, zoals deze aan het algemeen bestuur wordt aangeboden. Nadat deze is vastgesteld, zendt het algemeen bestuur, zo nodig, de begrotng aan de raden der deelnemende gemeenten, die ter zake bij gedeputeerde staten hun zienswijze naar voren kunnen brengen. Het bepaalde in het eerste, derde en vijfde lid van dit artkel is mede van toepassing op een besluit tot wijziging van de begrotng, met uitzondering van die wijzigingen waarbij geen verandering wordt gebracht in de hoogte van de totale begrotng (lasten) of in de bijdragen van de deelnemers.
Advies aan de gemeenteraad Voldaan is aan de wettelijke termijn van 12 weken. Ons advies is in de zienswijze op te nemen het verzoek om het derde lid te schrappen. Dat is geen wettelijk voorschrif en naar onze mening is een regeling daaromtrent aan de gemeenten zelf. In het voorgestelde artkel is niet opgenomen de wettelijke eis (artkel 35, vierde lid, Wgr) dat het dagelijks bestuur, voorafgaande aan het vaststellen van de begrotng, schrifelijk en gemotveerd de raden in kennis moet stellen van zijn oordeel over de zienswijzen. In de zienswijze is daarom opgenomen het verzoek om in artkel 34 een lid op te nemen dat luidt: “Het dagelijks bestuur stelt de raden van de deelnemende gemeenten voorafgaande aan het vaststellen van de begrotng schrifelijk en gemotveerd in kennis van zijn oordeel over de zienswijze, bedoeld in het vierde lid, alsmede van de eventuele conclusies die het daaraan verbindt”.
g. De instelling van adviescommissies Een raadsadviescommissie zou gebruikt kunnen worden om de raden met elkaar te laten overleggen, bijvoorbeeld over een gezamenlijke zienswijze. Een raadsadviescommissie zou advies kunnen geven aan de raden, maar ook aan het algemeen bestuur. Ze zou een voorbereidende rol kunnen hebben in de beleidscyclus van de GR. De raadsadviescommissie is nadrukkelijk niet bedoeld om de rol van de gemeenteraden over te nemen of om tot besluitvorming te komen.
8
De rechtsgrond voor de instelling van een adviescommissie staat in de Wet gemeenschappelijke regelingen en behoef niet in de regeling zelf te worden opgenomen.
Voorgestelde regeling en toelichtng Overeenkomstg de huidige regeling bevat de gewijzigde regeling bepalingen over de instelling van commissies, waaraan bevoegdheden kunnen worden overgedragen. Dat is opgenomen in artkel 25. Dit zijn andere commissies dan de zogeheten raadsadviescommissie. In de aanbiedingsbrief is niet gevraagd of uw raad tot instelling van zo’n raadsadviescommissie zou willen verzoeken.
Advies aan de gemeenteraad Een verzoek tot instellen van een adviescommissie moet gesteund worden door alle raden. In het presidium van uw raad is hierover afgesproken dat u, los van deze zienswijze, binnen uw raad eerst wilt afwegen of tot een dergelijk verzoek wordt overgegaan. Er is geen aanleiding daar in uw zienswijze een verdere opmerking over op te nemen. In de zienswijze is wel een opmerking gemaakt over de formulering van artkel 25, eerste lid, van de regeling. De daarin opgenomen artkelen van de Gemeentewet zijn vervallen per 1 juli 2021. Voor de juiste formulering wordt verwezen naar artkel 25, eerste lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen.
Overige wijzigen In de voorliggende ontwerpregeling is nog een aantal technische wijzigingen aangebracht. De overige wijzigingen geven geen reden tot het maken van opmerkingen.
9