CConstaterende datRidderkerk
Koppel je AI →
Document · PDF

Afwegingen en advies over wijzingen GR GGD.pdf

Commissie Samen leven RK 1 februari 2024, gemeente RidderkerkBij agendapunt: 5: Zienswijze op de ontwerpwijziging van de Gemeenschappelijke Regeling GGD Rotterdam-Rijnmond1.558 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bijlage 2. Afwegingen en advies over wijzingen in de gemeenschappelijke regeling GGD Rotterdam-Rijnmond Inleiding

In deze bijlage leest u onze afwegingen bij de door de regeling voorgestelde wijzingen die voortvloeien uit de recente wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr). Per onderwerp leest u eerst een korte toelichting op de wetswijziging. Dan wat daarover in de voorgelegde regeling is voorgesteld. Vervolgens leest u de eventuele voor- en nadelen voor de gemeente Ridderkerk en ons advies wat op te nemen in de zienswijze.

Wijzigingen in de regeling a. Zienswijze bij besluiten

In de regeling moeten afspraken zijn opgenomen over welke besluiten van het bestuur van een GR vatbaar zijn voor een zienswijze van de raden.

Voorgestelde regeling en toelichting Dit is geregeld in artikel 10a: Zienswijze Artikel 10a 1. Er zijn geen besluiten aangewezen waarover de raden van de gemeenten een zienswijze naar voren kunnen brengen voorafgaand aan het nemen van het besluit, zoals bedoeld in artikel 10, vijfde lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen. 2. Het algemeen bestuur kan indien het dat nodig acht een besluit voorafgaand aan het nemen van het besluit ter zienswijze voorleggen aan de raden van de gemeenten, en bepaalt in dat geval tevens de wijze waarop de zienswijze kan worden gegeven.

Advies aan de gemeenteraad

De GGD RR is een beleidsarme en een collegeregeling. Naast de begroting zijn er naar onze mening geen andere besluiten waar de raad, gelet op zijn kaderstellende en controlerende rol, eerst een zienswijze op zou moeten geven.

b. Afspraken over participatie

In elke regeling moeten afspraken worden opgenomen of, en zo ja op welke wijze burgers de mogelijkheid krijgen tot inspraak over bepaalde onderwerpen die tot de taak van de GR horen. In de regeling kan worden opgenomen dat die participatie niet wordt geboden.

Voorgestelde regeling en toelichting Dit is geregeld in artikel 31b: Artikel 31b De mogelijkheid tot participatie als bedoeld in artikel 10, zevende lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen wordt niet geopend.

1

Advies aan de gemeenteraad

Ten aanzien van participatie is de zienswijze van uw raad dat belanghebbenden bij het algemeen bestuur moeten kunnen inspreken over de onderwerpen die geagendeerd staan op de agenda van de betreffende vergadering, met uitzondering van de verslagen van de vergaderingen van het algemeen bestuur. Het spreekrecht voor belanghebbenden is niet geregeld in de voorliggende gemeenschappelijke regeling. Wij adviseren u te verzoeken om het spreekrecht voor belanghebbenden op te nemen in de gemeenschappelijke regeling.

c. Informatieplicht: actieve en passieve

Deze actieve informatieplicht bestaat al. In de regeling moeten afspraken worden opgenomen over het moment waarop, de wijze van en het onderwerp van de informatievoorziening.

Voorgestelde regeling en toelichting

De actieve en passieve informatieplicht is geregeld in artikel 12: Artikel 12 1. Het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter geven aan de raden en de colleges van de gemeenten gevraagd en ongevraagd alle inlichtingen die zij nodig hebben voor de uitoefening van hun taken. De betreffende inlichtingen aan de raden worden schriftelijk verstrekt via de griffies van de gemeenten of via bijeenkomsten waarvoor alle raadsleden van alle deelnemers zullen worden uitgenodigd. 2. Het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter verstrekken aan de raden en de colleges van de gemeenten alle inlichtingen die door één of meer leden van die raden of colleges worden gevraagd. 3. Het reglement van orde van het algemeen bestuur regelt de wijze waarop uitvoering wordt gegeven aan het in de twee vorige leden bepaalde.

Advies aan de gemeenteraad

De bepaling in artikel 12 is te summier en geeft geen duidelijke richtlijnen welke informatie minimaal moet worden verstrekt. Wij adviseren u om in uw zienswijze te verzoeken: a. Een nieuw tweede lid op te nemen met de tekst: “De verslagen van het Algemeen Bestuur, de vastgestelde begroting, de vastgestelde jaarrekening en bijbehorende accountantsrapportage behoren in ieder geval tot de inlichtingen die de raden nodig hebben voor de uitoefening van hun taken.’ b. Aan het nieuwe derde lid (was 2e) toe te voegen: “Deze inlichtingen worden ter kennis gebracht van alle raden van de deelnemende gemeenten.”

d. Afspraken over evaluatie

Het is verplicht afspraken te maken over evaluatie van de regeling. Waar de evaluatie op gericht moet zijn, hoe vaak die moet plaatsvinden en op welke wijze die wordt uitgevoerd, is niet voorgeschreven. Dat kan worden opgenomen in de regeling. In de regeling kan ook worden opgenomen dat deze niet geëvalueerd wordt.

Voorgestelde regeling en toelichting De evaluatie is geregeld in artikel 31a: Evaluatie Artikel 31a

2

Het algemeen bestuur kan besluiten het functioneren van de regeling te evalueren. Het algemeen bestuur stelt daartoe vooraf het doel en de reikwijdte van de evaluatie, alsmede de wijze van evalueren vast. Daarbij worden de colleges gehoord.

Advies aan de gemeenteraad

Ons advies is dezelfde lijn te volgen als bij de GR Jeugdhulp Rijnmond, die ook een collegeregeling is. In de zienswijze is daarom opgenomen de tekst: “Wij vinden het wenselijk dat een evaluatieplicht wordt opgenomen van eens in een bestuursperiode van vier jaar. Onze suggestie is op te nemen dat een evaluatie in het derde jaar in een bestuursperiode zal plaatsvinden en dat de eerste zal zijn in 2024. De evaluatie zou dan moeten gaan over de samenwerking en de resultaten. Het algemeen bestuur moet dit initiëren. De deelnemende colleges van burgemeester en wethouders zouden moeten worden bevraagd op hun ervaringen en de uiteindelijke evaluatie moeten ontvangen. De raden van de deelnemende gemeenten zouden op de hoogte gesteld dienen te worden van de resultaten van de evaluatie, de conclusies en de wijzigingen die naar aanleiding van de evaluatie worden/zijn doorgevoerd.”

e. Afspraken over uittreding

Er kan niet langer volstaan worden met de afspraak dat het bestuur de uittredingsvoorwaarden vaststelt. In ieder geval moeten worden opgenomen afspraken over de gevolgen voor het vermogen, waarbij moet worden gedacht aan afspraken over personeel, contracten, huisvesting en investeringen.

Voorgestelde regeling en toelichting De voorgestelde tekst is: Uittreding Artikel 28 1. Te allen tijde kan een gemeente besluiten uit deze regeling te treden. Uittreding dient te geschieden bij besluit van het college, waarbij een opzegtermijn van drie jaar wordt aangehouden. Dit besluit wordt ter kennis gebracht van het algemeen bestuur. 2. Het algemeen bestuur stelt regels vast met betrekking tot de berekeningswijze van de aan een uittredende gemeente toe te rekenen kosten bij uittreding en de wijze waarop deze door de uittredende gemeente worden betaald. 3. Het algemeen bestuur stelt in overleg met de uittredende gemeente en in overeenstemming met dit artikel, ten minste zes maanden voor het tijdstip van uittreding een regeling op met betrekking tot de gevolgen van de uittreding. Indien geen overeenstemming kan worden bereikt, wordt een geschil als bedoeld in artikel 28 van de Wet gemeenschappelijke regelingen, geacht te bestaan. 4. De uittreedsom bestaat in beginsel uit een vergoeding ter compensatie van frictiekosten en desintegratiekosten, onder aftrek van eventuele baten. 5. Onder frictiekosten wordt verstaan alle incidentele kosten op het moment van uittreding te maken door het lichaam, ontstaan als direct gevolg van de uittreding. 6.

Onder desintegratiekosten wordt verstaan alle kosten binnen een periode van vijf jaar vanaf het moment van uittreding te maken door het lichaam, die samenhangen met de afbouw van overcapaciteit in personele en materiële sfeer en andere verplichtingen, de afbouw van risico’s daarbij inbegrepen, ontstaan als direct gevolg van de uittreding. Nieuw zijn de leden 4 tot en met 6.

3

Advies aan de gemeenteraad

Een verdere regeling van een uittreding zoals voorgesteld, lijkt ons niet zinvol.

f. Aanpassing begrotingscyclus

Daar waar in de regeling hierover termijnen zijn opgenomen, moeten deze voldoen aan de wet. De wet geeft in sommige gevallen de vrijheid de termijn in de regeling te bepalen. Bijvoorbeeld kan, op grond van het bepaalde in artikel 35, zesde lid, Wgr, voor bepaalde categorieën begrotingswijzigingen een andere termijn (dan 12 weken) voor het indienen van een zienswijze worden bepaald in de regeling. De raad kan in zijn zienswijze desgewenst zijn mening geven over de in de regeling opgenomen termijn.

Voorgestelde regeling en toelichting

In artikel 23 is de termijn voor het toesturen van de ontwerpbegroting (voor een zienswijze) gewijzigd van 8 naar de wettelijk voorgeschreven 12 weken. Dit geldt ook ten aanzien van begrotingswijzigingen.

Advies aan de gemeenteraad

De wettelijke termijn is overgenomen. In de regeling staat geen kortere termijn dan 12 weken waarbinnen de raad moet reageren.

g. De instelling van adviescommissies

Een raadsadviescommissie zou gebruikt kunnen worden om de raden met elkaar te laten overleggen, bijvoorbeeld over een gezamenlijke zienswijze. Een raadsadviescommissie zou advies kunnen geven aan de raden, maar ook aan het algemeen bestuur. Ze zou een voorbereidende rol kunnen hebben in de beleidscyclus van de GR. De raadsadviescommissie is nadrukkelijk niet bedoeld om de rol van de gemeenteraden over te nemen of om tot besluitvorming te komen. De rechtsgrond voor de instelling van een adviescommissie staat in de Wet gemeenschappelijke regelingen en behoeft niet in de regeling zelf te worden opgenomen.

Voorgestelde regeling en toelichting

In de toezendbrief is niets gevraagd over de wenselijkheid tot instelling van een adviescommissie

Advies aan de gemeenteraad

Aangezien hierover niets is gevraagd en u binnen uw raad eerst een afweging wilt maken of een verzoek tot instelling van zo’n adviescommissie gedaan wordt, hebben wij hierover niets opgenomen in de voorgestelde zienswijze.

h. Overige wijzigen

In de voorliggende ontwerpregeling is nog een aantal wijzigingen aangebracht. De overige wijzigingen geven geen reden tot het maken van opmerkingen.

4

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.ridderkerk.nl/api/v1/meetings/1077/documents/36759