CConstaterende datRidderkerk
Koppel je AI →
Document · PDF

Advies MBR regiovisie Jeugdhulp Rijnmond.pdf

Commissie Samen leven RK 7 april 2021, gemeente RidderkerkBij agendapunt: 6: Regiovisie Jeugdhulp regio Rijnmond1.075 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bijdrage aan reactie Regiovisie jeugdhulp Passend en Nabij In een eerder stadium heeft het MBR al een eerste advies uitgebracht op de conceptvisie. Toch heeft het MBR de behoefte om op het formele visiestuk nog enkele opmerkingen te plaatsen. 1. Algemene opmerkingen Op de eerste plaats onze waardering dat het MBR ook in de gelegenheid wordt gesteld om een formeel advies uit te brengen. Tevens onze waardering dat we een bijdrage hebben kunnen leveren in het tot stand komen van deze regiovisie. Wij herkennen diverse punten van onze inbreng. Een uitgesproken positieve ontwikkeling is de opbouw via een sterke lokale infrastructuur en een aansluitende regionale infrastructuur. In deze visieontwikkeling wordt terecht veel waarde gehecht aan deze lokale infrastructuur, gelet op de 9 bouwstenen om dit te realiseren. Onlangs hebben we ook kennis kunnen nemen van de Kadernota 2022 Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond, en de daarin voorstelde financiële kaders 2021 – 2024. Vier zaken vallen ons hierbij op. a. Normaliter wordt eerst een visie – gebaseerd op maatschappelijke urgentie ontwikkeld en worden aan de hand van die visie de financiële kaders opgebouwd. Uit de GRJR-aanbiedingsbrief bij de bovengenoemde Kadernota blijkt dat er een omgekeerde volgorde wordt gehanteerd: eerst worden de financiële kaders vastgesteld, en binnen die kaders mag een visie worden ontwikkeld.

Op zijn minst zou er een goede wisselwerking moeten zijn tussen deze twee visie/ambities en budget. Die wisselwerking missen we. b. In de financiële kadernota wordt een bedrag van ca € 250 miljoen nagenoeg uitsluitend ingezet op de regionale infrastructuur , inclusief overheadkosten. Er wordt geen recente informatie gegeven over welk aandeel de gemeenten van de hun toegewezen rijksmiddelen inzetten voor de regionale infrastructuur en welk aandeel ze inzetten voor de lokale infrastructuur. Volgens een gemeentelijke beleidsnotitie was In het begin van de decentralisatie (2015) de verhouding regionaal – lokaal 78,5 – 21,5. Voor zover bekend is de verhouding niet veranderd. Is die aanname juist? c. In de GRJR kadernota wordt voorgesteld om in 2021 t/m 2024 telkens 1 % per jaar om te buigen. Of dit is bedoeld om ‘de beweging naar voren’ te maken (verschuiving van regionaal specialistische jeugdhulp naar lokale eerste lijn jeugdhulp) te realiseren, dit is niet duidelijk. d. Het lijkt ons niet realistisch om de negen lokale doelen/bouwstenen te realiseren binnen de hierboven genoemde financiële middelen. Dan komt men niet verder dan intenties. Het MBR heeft eerder bij de Ridderkerkse beleidsnota Integraal Beleid Sociaal Domein geadviseerd een groter aandeel van het jeugdhulp budget dat het rijk

1

toekent aan de gemeenten te bestemmen voor de lokale infrastructuur (preventie en eerste lijn zorg). Kortom: de vraag is of de ambitie van ‘Nabij en passend’ kan worden gerealiseerd binnen de huidige financiële kaders. 2. Specifieke opmerkingen  Pag. 4-6 Waarom deze visie? Toevoegen: Ontschotten: sector overstijgende aanpak. Onlangs bepleitten de besturen van enkele zorgverzekeraars om meer dwarsverbanden aan de brengen tussen o.a. de ZVW, de jeugdwet, de WMO, de jeugdgezondheidszorg e.d. en om bovenlokale/regionale experimenten te doen op dit gebied. Komen daar aanvullende budgetten, bijv. vanuit de zorgverzekeraars voor beschikbaar?  Pag. 8 Punt 2 Een sterke lokale infrastructuur. Toevoegen: Bouwsteen 10 (wellicht bouwsteen 1) Sterker inzetten bij lage Sociaal Economische Status. Er is veel literatuur dat problemen in de opvoeding en opgroeien zich in grotere mate voordoen in geval van een lage Sociaal Economische Status. Vooral de hoogte van de opleiding van de ouders, een langdurige geschiedenis van (jeugd-)zorg en opgroeien in één ouder gezinnen verhogen de kans op de noodzaak om jeugdhulp te moeten verlenen. Lokaal dit instrument benutten.  P. 8-9 Bouwsteen Een goed opvoedkundig klimaat en inzet op preventie Toevoegen: inzetten op hulp aan ouders bij huwelijk- en relatieproblemen en in geval van echtscheiding. Kortom; inzetten op krachtige gezinnen.

Ook inzetten in geval van problemen met integratie en dreigende marginalisering.  P. 11 punt. 2.2 investeren in vraagverheldering en indicering, onderdeel ‘het resultaat’ Toevoegen: het element ‘welke hulp is er eerder geboden en wat was het resultaat?’  P. 11 punt. 2.4 Ruimte voor het bieden van hulp door de lokale infrastructuur Meer capaciteit (inhoudelijk, methodisch en in volume) voor (al dan niet groepsgerichte) psycho-educatie (is geen therapie ) sociaal-emotionele competenties t.a.v. autonomie en relaties van ouders en kinderen. Hiermee wordt de ‘eigen kracht’ geactiveerd en geoperationaliseerd. Tevens meer capaciteit voor directe eerstelijnshulp aan ouders en kinderen. Dus meer dan consultatie en advies. Versterken eerstelijnshulp.  P. 12-13 punt 2.6 Afstemming onderwijs en jeugdhulp De hier voorgestelde samenwerking is gericht op de versterking van de onderwijsstructuur c.q. de schoolloopbaan van de jongeren. Echter, veel leerlingen en opvoedsituaties hebben de maken met onderwijs overstijgende vragen, die primair moeten worden opgepakt in de gezinssituatie. Indien onderwijs dit constateert, dient capaciteit bij de (lokale) jeugdhulp beschikbaar te zijn om dit aan te pakken. Dit gebeurt nu te weinig. De afstemming onderwijs en jeugdzorg behoeft in die zin een verbreding.  P.13 punt Ondersteunen huisarts in vraagstelling en verwijzing.

In aanvulling op wat hier is verwoord is het nog belangrijker dat de huisarts kan samenwerken met een lokaal (jeugd)zorgteam om laagdrempelig eerstelijnszorg aan 2

  

te bieden. Dit is vooral van belang voor gezinnen met een kleine portemonnee die niet in staat zijn om – bij verwijzing naar de (J)GGZ - de eigen bijdrage ZVW te moeten aanspreken. P. 15 Toevoegen bouwsteen 2.11 Vaststellen realistische caseload voor de lokale teams Goede preventie en eerstelijnszorg kunnen alleen effectief zijn als er gewerkt kan worden met een realistische caseload. Lokale teams worden in feite overvraagd, zowel qua aantal hulpverleningen als qua diversiteit in problematiek. Er is te weinig zicht op wat een lokaal team kan, c.q. wat van een lokaal team kan worden verwacht. Tevens aandacht voor deskundigheidsbevordering van de professionals in de lokale teams. Tevens pleiten we voor een analyse van het huidige financiële systeem. Wat werkt er niet goed en zijn er oplossingen? Wat werkt goed en moeten we behouden of uitbreiden? Is er een knelpuntenvisie? in welke mate zijn knelpunten met elkaar verbonden? Zo’n knelpunt kan zijn: de wachttijd tot er specialistische hulp beschikbaar komt. Kan er in die gevallen noodhulp beschikbaar worden gesteld? ‘Jongeren en gezinnen weten in veel gevallen wat werkt en wat niet’. In die gevallen is kritisch meedenken en maatwerk van belang. Eigen kracht is een belangrijke factor voor succes, maar overschatting van eigen mogelijkheden of het buiten de deur houden van ‘meekijkers’ liggen hier ook op de loer.

Namens het MBR de voorzitter Wim Blok

3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.ridderkerk.nl/api/v1/meetings/753/documents/28241