CConstaterende datRidderkerk
Koppel je AI →
Document · PDF

Advies commissie bezwaarschriften voorkeursrecht 12-05-2026

Gemeenteraad RK 24 september 2026, gemeente RidderkerkBij agendapunt: 13: Beslissing op bezwaar voorkeursrechtbeschikking Bolnes-Zuid1.800 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Advies Commissie | bezwaarschriften Over | het | bezwaar | van | de ever | (geanonimiseerd) | de | gebroeders | (geanonimiseerd)5 | en | het | bezwaar | van | AM | B.V. en | Heijmans | Vastgoed | B.V. | (hierna: | bezwaarmakers) | tegen | het | besluit | van | de | gemeenteraad | van | de | gemeente Ridderkerk | (hierna: | raad) | van | 26 | februari | 2026 | tot | het | vestigen | van | een | voorkeursrecht | (hierna: | bestreden | besluit). De | commissie | adviseert | de | raad | om | het | bestreden | besluit | in stand | te | laten. Feiten Op | 2 december | 2025 | heeft | het | college | van | de | gemeente | Ridderkerk | een | voorlopig | voorkeursrechtbesluit | genomen | op de | locatie | ‘Bolnes, | zoekgebied | 150 | kV-station’ | in Ridderkerk. Bij brief | van | 6 januari | 2026 | hebben | de erven | (geanonimiseerd) | de | gebroeders DT | (geanonimiseerd) gemaakt | tegen | het besluit | tot | vestiging | van | een | voorkeursrecht | van | het | college | -- van 2 | december | 2025. Bij brief | van | 12 | januari | 2026, | door | het | college | ontvangen | op | 13 | januari | 2026, | heeft | bezwaarmaker | A. B.V. | en Heijmans Vastgoed | B.V. | bezwaar | gemaakt | tegen | het | voorlopig | voorkeursrechtbesluit | van | het | college.

Op | 26 | februari | 2026 | heeft | de | gemeenteraad | van | Ridderkerk | besloten | om | een | voorkeursrecht | te | vestigen | op | de | locatie ‘Bolnes, | zoekgebied | 150 | kV-station’ | in Ridderkerk. Op | 10 | maart | 2026 | heeft | bezwaarmaker | A.M. | BV | en | Heijmans | Vastgoed | B.V. | nadere | bezwaargronden | ingediend. | Op grond | van | artikel | 16.32c | Omgevingswet | wordt | het | bezwaar | tegen | het | collegebesluit | geacht | mede | te zijn | gericht | tegen het | besluit | van | de | raad | tot | vestiging | van | het | voorkeursrecht. Bij brief | van | 23 | maart | 2026 | is er door | bezwaarmaker | erven | Oe (geanonimiseerd) | de gebroeders | (geanonimiseerd)J bezwaar | gemaakt | tegen | het | besluit | van | de | raad | van | 26 | februari | 2026 | tot | bestendiging | van | het voorkeursrecht. | Op grond | van | artikel | 16.32c | Omgevingswet | wordt | het | bezwaar | tegen | het | collegebesluit | geacht | mede | te zijn | gericht | tegen het | besluit | van | de | raad | tot | vestiging | van | het | voorkeursrecht. Op | 12 | mei | 2026 | heeft | de | commissie | een | hoorzitting | over | het | bezwaar | gehouden. | Bezwaarmaker | A.M. | BV | en | Heijmans BV | heeft | het | bezwaar | Bezwaarmaker | erven | (geanonimiseerd) | de Vastgoed | mondeling | toegelicht. | en | gebroeders.

| (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) | niet | van | de | mogelijkheid | gebruik | gemaakt | hun | bezwaar | mondeling | toe | te lichten. ee Het | verslag | van | de | hoorzitting | is bijgevoegd. Ontvankelijkheid Beide bezwaarschriften van bezwaarmakers zijn ontvankelijk. De bezwaarschriften zijn onder verwijzing naar artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) tijdig en dus binnen de termijn van zes weken ingediend. De bezwaarschriften zijn gericht tegen een besluit waartegen bezwaar kan worden gemaakt en ook aan de andere eisen die de wet aan een bezwaarschrift stelt , is voldaan. Bezwaargronden In bezwaar worden – zakelijk samengevat – de volgende gronden aangevoerd: De doorkruising van de ontwikkelingsplannen en schending van algemene beginselen van behoorlijk bestuur ; De noodzaak tot het vestigen van een voorkeursrecht is onvoldoende onderbouwd ; Het voorkeursrecht is onvoldoende gemotiveerd qua noodzaak en subsidiariteit en de bezwaren zijn niet hoofdzakelijk planologisch van aard. – – – Inhoudelijke beoordeling Op grond van artikel 9.1 , eerste lid , onder b , van de Omgevingswet kan de raad een voorkeursrecht vestigen op gronden waaraan in een omgevingsvisie een niet-agrarische functie is toegedacht en waarvan het huidige gebruik afwijkt van die toegedachte functie.

De bevoegdheid tot vestiging van een voorkeursrecht betreft een discretionaire bevoegdheid van de gemeenteraad. Dat betekent dat de raad beleidsruimte toekomt bij de afweging of toepassing van het instrument noodzakelijk is in het kader van de gewenste ruimtelijke ontwikkeling. De commissie stelt voorop dat de raad bevoegd is zelfstandig ruimtelijke keuzes te maken ten aanzien van de fysieke leefomgeving. Deze taak vloeit voort uit artikel 3. 1 van de Omgevingswet. Die keuzes worden neergelegd in onder meer de omgevingsvisie en uiteindelijk het omgevingsplan. De bestuursrechter toetst dergelijke keuzes terughoudend. Bezwaargrond 1: de doorkruising van eigen ontwikkelingsplannen Bezwaarmakers voeren aan dat zij onvoldoende zijn betrokken bij de planvorming en dat de gemeenteraad van Ridderkerk hun eerdere initiatief voor woningbouwontwikkeling ongemotiveerd terzijde heeft geschoven. Volgens hen is sprake van strijd met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Op de Visiekaart bij de Omgevingsvisie Ridderkerk 2050 heeft de raad vastgesteld de bedoelde locatie niet in te willen zetten voor woningbouw , maar voor doelen met betrekking tot de energietransitie.

Uit onderzoek is namelijk gebleken dat de locatie in vergelijking met andere mogelijk geschikte locaties binnen de gemeentegrenzen het minste aantal planologische beperkingen kent en daarmee kan worden gezien als kansrijke locatie voor de oprichting van een hoogspanningsstation. De gemeenteraad van Ridderkerk heeft beleidsvrijheid bij het bepalen van de gewenste ruimtelijke ontwikkeling van het betreffende gebied. Uit de stukken blijkt dat de raad in de Omgevingsvisie Ridderkerk 2050 bewust heeft gekozen voor reservering van het gebied ten behoeve van energie-infrastructuur , waaronder een 150 kV-station. Daarbij heeft de raad gewicht mogen toekennen aan het maatschappelijk belang van de energietransitie. De commissie constateert dat bezwaarmakers een alternatieve visie hebben op de invulling van het gebied en dat zij hier graag woningbouw willen ontwikkelen. Dit betekent echter niet dat de raad gehouden is deze ontwikkeling over te nemen of nader uit te werken. De commissie acht van belang dat woningbouw op deze locatie niet past binnen de door de raad vastgestelde ruimtelijke beleidskeuzes. Volgens de commissie is er geen sprake van strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel. De raad heeft voldoende onderzoek verricht naar geschikte locaties voor het hoogspanningsstation en heeft gemotiveerd 2 waarom juist deze locatie planologisch het meest kansrijk is.

Ook is er geen sprake van een motiveringsgebrek , nu de raad inzichtelijk heeft gemaakt dat het gebied noodzakelijk is voor de energietransitie , de locatie hiervoor planologisch geschikt wordt geacht en de gemeente regie wil houden over de gebiedsontwikkeling. Dat bezwaarmakers in het verleden betrokken zijn geweest bij woningbouwontwikkelingen binnen de gemeente en bereid zijn tot samenwerking , maakt niet dat de raad gehouden was af te zien van het vestigen van een voorkeursrecht. De raad mocht doorslaggevende betekenis toekennen aan het belang om de regie over de toekomstige gebiedsontwikkeling zelfstandig te behouden. Deze bezwaargrond slaagt niet. Bezwaargrond 2: Onevenredigheid van het voorkeursrecht Bezwaarmakers stellen dat het voorkeursrecht onevenredig is , omdat het hun ontwikkelingsmogelijkheden belemmert en hun positie als grondeigenaar aantast. Volgens hen had de raad kunnen volstaan met minder ingrijpende instrumenten , zoals samenwerkingsovereenkomsten of anterieure overeenkomsten. Het voorkeursrecht is volgens bezwaarmakers onvoldoende gemotiveerd qua noodzaak en subsidiariteit. De commissie stelt voorop dat het voorkeursrecht slechts een beperking inhoudt van de vrije vervreemdbaarheid van de gronden. Het verplicht eigenaren niet hun gronden aan de gemeente te verkopen.

De gemeenteraad van Ridderkerk heeft zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat het voorkeursrecht noodzakelijk is om de gemeentelijke regierol veilig te stellen en ongewenste grondtransacties en prijsopdrijving te voorkomen. Hierbij acht de commissie het van belang dat de gemeente zelf geen gronden in het gebied bezit , het gaat om een maatschappelijke ontwikkeling in het kader van de energietransitie en de realisatie van een hoogspanningsstation een zwaarwegend publiek belang dient. De commissie merkt op dat bezwaarmakers bereid zouden zijn geweest samen te werken aan een woningbouwontwikkeling. Dit gegeven doet echter niets af aan de noodzaak van het voorkeursrecht. De raad heeft immers juist gekozen voor een andere invulling van het gebied. Om die reden hoefde de raad niet te onderzoeken of een samenwerkingsovereenkomst voor woningbouw een geschikt alternatief zou zijn. Een dergelijk alternatief sluit niet aan bij de beoogde ontwikkeling van het gebied. De commissie volgt bezwaarmakers niet in hun standpunt dat de raad had moeten volstaan met een anterieure overeenkomst of een publiek-private samenwerking. De raad heeft zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat dergelijke instrumenten onvoldoende waarborgen bieden voor het behouden van de gemeentelijke regierol en het voorkomen van ongewenste transacties en prijsopdrijving.

Daarbij acht de commissie van belang dat het voorkeursrecht juist is bedoeld als publiekrechtelijk instrument om de positie van de gemeente op de markt veilig te stellen gedurende het planvormingsproces. De commissie is van oordeel dat de raad de betrokken belangen voldoende heeft afgewogen en in redelijkheid meer gewicht heeft mogen toekennen aan het algemene belang van de energietransitie en regievoering dan aan de individuele ontwikkelbelangen van bezwaarmakers. Van strijd met het evenredigheidsbeginsel is dan ook geen sprake. Deze bezwaargrond slaagt daarom niet. Conclusie De commissie constateert dat de gemeenteraad van Ridderkerk de keuze heeft gemaakt een voorkeursrecht te vestigen op de betrokken locatie. Daarnaast constateert de commissie dat de keuze van de raad erop neerkomt voorlopig geen woningbouw op deze locatie te organiseren , maar te reserveren ten behoeve van energie- infrastructuur. De raad heeft deze keuze in redelijkheid mogen maken. De commissie is van oordeel dat de 3 aangevoerde bezwaargronden en de heroverweging niet leiden tot herroeping van het bestreden besluit. De raad stond in zijn recht een voorkeursrecht te vestigen op de betreffende locatie. De commissie adviseert het bestreden besluit in stand te laten. Proceskostenvergoeding Als de raad het advies van de commissie overneemt, dan wordt het bestreden besluit niet herroepen.

Er is dan ook geen aanleiding om proceskostenvergoeding toe te kennen (artikel 7:15, tweede lid, van de Awb). De commissie adviseert om het verzoek om proceskostenvergoeding af te wijzen. Ten overvloede De commissie wijst er graag op dat bezwaarmakers tijdens de hoorzitting van 12 mei 2025 de uitdrukkelijke uitnodiging hebben gekregen met de gemeente het gesprek aan te gaan over de planologische invulling van het gebied. Vastgesteld door de Commissie bezwaarschriften op 28 mei 2026, de secretaris, de voorzitter n (nl (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) Betrokkenen — voorzitter van de commissie lid van de commissie (geanonimiseerd) (geanonimiseerd)(geanonimiseerd)(geanonimiseerd) lid van de commissie secretaris van de commissie — namens het college van burgemeester en wethouders n |D & — gemachtigde namens bezwaarmaker Maus Beheer, AM B.V. en Heijmans Vastgoed B.V. | a (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) Toepasselijke regelgeving Algemene wet bestuursrecht Artikel 1:3 1 Onder besluit wordt verstaan: een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan , inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling. 2 Onder beschikking wordt verstaan: een besluit dat niet van algemene strekking is , met inbegrip van de afwijzing van een aanvraag daarvan.

3 Onder aanvraag wordt verstaan: een verzoek van een belanghebbende , een besluit te nemen. (…) Omgevingswet Artikel 3. 1 1 De gemeenteraad stelt een gemeentelijke omgevingsvisie vast. Omgevingswet Artikel 9. 1 1 De gemeenteraad , provinciale staten of Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties kunnen bij voorkeursrechtbeschikking op een onroerende zaak een gemeentelijk , provinciaal of nationaal voorkeursrecht vestigen , voor zover die zaak deel uitmaakt van een locatie waaraan: b. in een gemeentelijke , een provinciale respectievelijk de nationale omgevingsvisie of in een programma een niet-agrarische functie of moderniseringslocatie is toegedacht en waarvan het gebruik afwijkt van die functie en de functie niet is toegedeeld in een omgevingsplan. (…) • • 5 Toelichting grondslagen In dit document kunt u secties vinden die onleesbaar zijn gemaakt. Deze informatie is achterwege gelaten op basis van de Wet open overheid (Woo). De letter die hierbij is vermeld correspondeert met de bijbehorende grondslag in onderstaand overzicht. J Art. 5.1 lid 2 sub e Het belang van de openbaarmaking van deze informatie weegt niet op tegen het belang van de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van betrokkenen

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.ridderkerk.nl/api/v1/meetings/1250/documents/43522