CConstaterende datRidderkerk
Koppel je AI →
Document · PDF

Aanvraag en verklaring 2023.pdf

Commissie Samen leven RK 30 mei 2024, gemeente RidderkerkBij agendapunt: 8: Aanvraagformulier vangnetuitkering 202311.927 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Aanvraag Vangnetuitkering Participatiewet over 20231 Versie: uitgebreid verzoek2

Wat is een vangnetuitkering? Gemeenten ontvangen op grond van de Participatiewet budget voor bijstandsuitkeringen en loonkostensubsidies. Dit budget wordt ook wel het BUIG-budget genoemd. Gemeenten die een tekort hebben kunnen in aanmerking komen voor een vangnetuitkering. De voorwaarden op hoofdlijnen zijn: -

het tekort is groter dan een bepaalde toegangsdrempel; het college verklaart maatregelen te hebben getroffen om te komen tot tekortreductie; het college geeft een toelichting op deze verklaring; de gemeenteraad stemt in met de verklaring van het college.

Bekostiging door en verantwoording aan andere gemeenten Met de verklaring verantwoordt u zich als college niet alleen naar de gemeenteraad, maar ook naar andere gemeenten. Deze gemeenten dragen immers financieel bij aan de vangnetuitkering waarop uw gemeente een beroep doet. Het gaat dus om solidariteit tussen gemeenten. De vangnetuitkeringen worden bekostigd uit het macrobudget (voor alle gemeenten) van twee jaar na het tekortjaar. Daarom moet het college inzicht geven in de maatregelen die het heeft getroffen om het tekort te reduceren.

Wat wordt verwacht van het college en de gemeenteraad? Bij het indienen van het verzoek moet het college verklaren dat het maatregelen heeft getroffen om tot tekortreductie te komen. Deze verklaring moet de instemming hebben van de gemeenteraad. Ook moet deze verklaring worden toegelicht, zoals gevraagd in het aanvraagformulier (op het formulier de onderdelen A, B en C).

Wat is de autonome rol van de gemeenteraad t.a.v. de vangnetuitkering? Het college vraagt de gemeenteraad om in te stemmen met de verklaring van het college. Met deze instemming bevestigt de gemeenteraad dat het college inzicht heeft gegeven in de maatregelen die zijn getroffen om het tekort te reduceren. De gemeenteraad moet in staat worden gesteld om de verklaring van het college adequaat te kunnen beoordelen. Het gaat hierbij dus om een gelijkwaardige informatiepositie van de gemeenteraad ten opzichte van het college. Daarom moet het college een samenvatting van de verklaring maken. De toetsingscommissie heeft een checklist voor raadsleden gemaakt, waarmee raadsleden de verklaring inhoudelijk kunnen controleren. Deze checklist wordt tezamen met andere informatie door VNG aangeboden op de website van VNG, zie link website VNG pagina raadsleden:

1 2

Versie aanvraagformulier d.d. 17 november 2022 Toelichting voor ambtelijke ondersteuning onderaan dit formulier.

1

Op welke wijze is de gemeenteraad geïnformeerd door het college? Een belangrijke veronderstelling bij het vangnet is dat gemeenteraad en college regelmatig in gesprek zijn over ontwikkelingen in het bijstandsvolume (bijv. middels kwartaalrapportages). Op dit niveau wordt inhoudelijk gesproken over maatregelen (beleid en uitvoering) om eventuele tekorten te reduceren. Het college wordt verzocht te beschrijven op welke wijze de gemeenteraad is betrokken vanaf het moment dat het tekort door het college wordt gesignaleerd tot en met het treffen van de maatregelen en de monitoring daarvan. Dit onderdeel is opgenomen na de samenvatting.

Wat mag de gemeenteraad van het college verwachten?  

 

Het college en de gemeenteraad moeten een gelijkwaardige informatiepositie hebben, daarom maakt het college een samenvatting van de toelichting. Het college beschrijft op welke wijze de gemeenteraad is betrokken vanaf het moment dat het tekort door het college wordt gesignaleerd tot en met het treffen van de maatregelen en de monitoring daarvan. Onderdeel A: Het college geeft de gemeenteraad via een analyse inzicht in de oorzaken van het tekort op de gebundelde uitkering (ook wel BUIG genoemd). Deze analyse kan zowel kwantitatieve als kwalitatieve elementen bevatten. Onderdeel B: Het college geeft de gemeenteraad inzicht in de (interne en externe) maatregelen, met een kwantitatieve en kwalitatieve toelichting waarom die naar verwachting leiden tot een reductie van het tekort. Onderdeel C: Het college geeft de gemeenteraad inzicht in welke mate (interne en externe) maatregelen beogen bij te dragen aan het (verder) reduceren van het tekort. Het college geeft de gemeenteraad inzicht in de planning en control-cyclus ten aanzien van het vangnet.

Bovenstaande informatie staat ook op de website van de VNG3.

Op welke wijze wordt de gemeenteraad gefaciliteerd? De toetsingscommissie heeft een checklist gemaakt voor gemeenteraadsleden. Het is een handzaam lijstje vragen en aandachtspunten. Raadsleden kunnen dit lijstje gebruiken bij het beoordelen van de vangnetaanvraag van het college. Deze checklist is opgesteld in samenwerking met raadsleden uit verschillende gemeenten en de Nederlandse Vereniging voor Raadsleden. De checklist staat samen met andere informatie op de website van de VNG, zie link website VNG pagina raadsleden. De gemeenteraad heeft de mogelijkheid om in de aanvraag vangnetuitkering zijn opvattingen te geven over de verklaring van het college (in de verklaring staan de oorzaken van het tekort, de maatregelen om het tekort te reduceren, etc.). In het formulier zal op hoofdlijnen het proces worden beschreven hoe de gemeenteraad betrokken is. Dit is vanaf het moment van signalering van het tekort en het 3

Vangnetuitkering Participatiewet: informatie voor raadsleden | VNG

2

daaropvolgend proces van treffen van maatregelen waar de raad bij betrokken is voordat de raad instemt met de verklaring van het college. De voorzitter van de gemeenteraad en de griffier tekenen voor de juistheid hiervan en worden in de gelegenheid gesteld om dit overzicht aan te vullen.

Hoe verloopt de aanvraagprocedure? Het college dient het aanvraagformulier in bij de onafhankelijke Toetsingscommissie vangnet Participatiewet. De commissie moet de aanvraag uiterlijk op 15 augustus 2024 hebben ontvangen. De aanvraag dient met behulp van dit, door de minister vastgestelde aanvraagformulier, voor instemming aan de raad te worden voorgelegd en wordt naar ondertekening aangeboden aan de commissie via de website. De Toetsingscommissie beoordeelt de aanvraag procedureel. Dit betekent dat wordt beoordeeld of het college en de gemeenteraad een aantal processtappen hebben doorlopen: het tekort is groter dan de drempelwaarde; het college heeft in de verklaring toegelicht dat maatregelen zijn getroffen om het tekort te reduceren en de gemeenteraad heeft ingestemd met de verklaring. De commissie geeft dus geen inhoudelijk oordeel over de aanvraag. Vervolgens adviseert deze commissie de Minister. Deze adviezen worden in beginsel overgenomen. Gemeenten die interesse hebben in de maatregelen van andere gemeenten, kunnen terecht op de website van het vangnet. Hier zijn alle aanvragen gepubliceerd en gerubriceerd naar type maatregel, omvang van de gemeente en omvang van het tekort. Aan het eind van het aanvraagformulier is een uitgebreide toelichting per vraag opgenomen voor de ambtelijke ondersteuning van het college.

Voor een verdere toelichting op dit formulier wordt verwezen naar de informatie op de website: https://www.toetsingscommissievp.nl/vangnetuitkering-2023

3

1. Verklaring college bij een uitgebreid verzoek Dit gedeelte bestaat de volgende onderdelen: -

Samenvatting van de verklaring De beschrijving van de wijze waarop de gemeenteraad is geïnformeerd door het college A. Analyse van de oorzaken van het tekort B. Getroffen interne en externe maatregelen om het tekort verder te reduceren C. Beoogde effect van de genoemde maatregelen D. Ondertekening door het college

4

Samenvatting van de verklaring van het college De verklaring van het college bestaat uit vier subonderdelen: A) analyse van de oorzaken van het tekort, B) getroffen interne en externe maatregelen om het tekort verder te reduceren, C) beoogd effect van de genoemde maatregelen & D) ondertekening door het college. Het college geeft hieronder een samenvatting van onderdeel A, B en C. Dat geeft de gemeenteraad een kernachtig overzicht, op basis waarvan het raadslid kan vaststellen waarmee hij instemt voordat hij ondertekent. Voor het gemeenteraadslid dat zich wil verdiepen in de verklaring van het college, wordt verwezen naar onderdelen A, B, C en D van het aanvraagformulier. Richtlijn voor de omvang van de samenvatting van de drie onderdelen is in totaal maximaal twee A4. Het ligt voor de hand dat een gemeenteraadslid de antwoorden op de checklist (zie achteraan dit formulier) terug kan vinden in de samenvatting. A. Samenvatting onderdeel analyse van de oorzaken van het tekort Het college maakt in dit onderdeel duidelijk wat het probleem is. Het college benadrukt in dit rapport verschillende problemen en maatregelen met betrekking tot de bijstandsuitgaven en klantenbestand in Ridderkerk in het jaar 2023. 1.

Problemen: Ondanks uitstroom uit de bijstand, blijven de uitgaven hoog vanwege extra instroom, voornamelijk door gehuisveste statushouders en inwoners die vanuit Rotterdam naar Ridderkerk verhuizen en een beroep doen op een bijstandsuitkering. Het BUIG-budget blijkt uiteindelijk lager dan verwacht. 2. Klantenbestand: Het totale aantal klanten is in 2023 over het algemeen gestegen, zij het slechts licht. Dit heeft echter wel invloed gehad op de uitgaven, met name gedurende bepaalde maanden. De toename in het klantenbestand is met name te wijten aan een extra instroom van alleenstaanden en alleenstaande ouders, voornamelijk mensen met complexe problematiek. 3. Maatregelen: Diverse maatregelen zijn genomen om het tekort te verminderen, waaronder inzet op verminderen van uitkeringen door werk en opleiding te stimuleren en intensivering van handhaving. 4. De stijging van het wettelijk minimumloon (WML) is een oorzaak van het tekort op het BUIGbudget, omdat de gemeente onvoldoende gecompenseerd wordt voor deze stijging. Het rapport is gebaseerd op interne gegevens van de gemeente Ridderkerk en externe bronnen zoals wetenschappelijke artikelen en overheidspublicaties.

5

B. Samenvatting onderdeel getroffen interne en externe maatregelen om het tekort verder te reduceren. Het college van de gemeente Ridderkerk heeft verschillende interne maatregelen getroffen om het tekort te verminderen en arbeidsparticipatie te bevorderen. Deze omvatten het stimuleren van uitstroom naar werk of opleiding, controle op rechtmatigheid, speciale aandacht voor jongeren, inzet van loonkostensubsidies, samenwerking met externe partners en monitoring en evaluatie. Deze maatregelen worden voortgezet en aangepast op basis van evaluaties. Nieuwe maatregelen omvatten het vereenvoudigen van procedures voor uitstroompremies, intensivering van samenwerking met lokale werkgevers, uitbreiding van begeleidingstrajecten en uitbreiding van re-integratieprogramma's voor specifieke doelgroepen. Externe maatregelen zijn gebaseerd op raadpleging van bronnen zoals rapporten, onderzoeken, beleidsdocumenten van instanties zoals het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en regionale arbeidsmarktorganisaties. Deze maatregelen omvatten aanpassingen in beleid, nieuwe samenwerkingsverbanden, subsidies voor alternatieve programma's en het bijstellen van contracten met externe dienstverleners.

Door deze interne en externe maatregelen beoogt de gemeente Ridderkerk haar inspanningen te intensiveren en effectiever te maken in het bevorderen van arbeidsparticipatie en het terugdringen van het aantal uitkeringen. C. Samenvatting onderdeel beoogd effect van de genoemde maatregelen Het college maakt in dit onderdeel duidelijk dat dit pakket van maatregelen tezamen leidt tot tekortreductie, waarbij het effect van deze maatregelen kwantitatief dan wel kwalitatief is beschreven en inzichtelijk is gemaakt. De gemeente Ridderkerk heeft diverse maatregelen genomen om het tekort aan bijstandsuitkeringen te verminderen en arbeidsparticipatie te bevorderen. Deze maatregelen omvatten het stimuleren van uitstroom naar werk of opleiding, verbetering van rechtmatigheid en efficiëntie, optimalisatie van re-integratietrajecten en samenwerking met externe partners. Het uiteindelijke doel is om het aantal uitkeringen te verminderen en economische zelfstandigheid te bevorderen van inwoners in de uitkering. Indien de effecten van de maatregelen niet kunnen worden gekwantificeerd, kan dit te wijten zijn aan complexiteit, lange termijn impact en subjectieve factoren. In dergelijke gevallen is het van belang om ook kwalitatieve aspecten te evalueren, zoals tevredenheid van stakeholders.

De effecten van de maatregelen worden gemonitord via data-analyse, evaluatie van programma's, kwalitatief onderzoek en feedbackmechanismen. Deze monitoringmethoden stellen de gemeente in staat om de impact van de maatregelen te evalueren en waar nodig aanpassingen door te voeren. 6

Op welke wijze is de gemeenteraad geïnformeerd door het college? In dit onderdeel wordt het proces op hoofdlijnen beschreven hoe de raad betrokken is vanaf het moment van signalering van het tekort op het BUIG-budget en het daaropvolgend proces van bepalen en treffen van maatregelen, tot aan het moment dat de verklaring van het college voor instemming wordt voorgelegd aan de raad. Ten einde dit zo eenvoudig mogelijk te beschrijven wordt gevraagd aan te kruisen op welke momenten de raad hierbij is betrokken. Dit geschiedt d.m.v. het plaatsen van een X voor het betreffende onderdeel. Daarnaast is er ruimte voor aanvullingen. Op welke momenten werd de raad geïnformeerd over beleid, uitvoering en sturing van de Participatiewet en meer specifiek over het tekort op de BUIG, de maatregelen en de beoogde effecten daarvan? X

Moment in het proces De kadernota, de begroting.

X

Voorjaars- en najaarsbericht en jaarrekening.

X

Maand-, kwartaal- of halfjaarrapportage. (ook wel genoemd Turap, Marap etc) Beleidsplannen, strategie- of koersdocumenten, plannen van aanpak of evaluaties. Informatie over bestandsontwikkelingen of over de voortgang van maatregelen. Nieuwsbrieven, bijeenkomsten en/of presentaties.

7

A. Analyse van de oorzaken van het tekort Hieronder toont het college de analyse, waaruit volgt wat de oorzaken van het tekort van de gemeente (A1) zijn. Vervolgens wordt de analyse opgenomen van het effect van getroffen maatregelen in voorgaande jaren (A2). Tot slot wordt kort beschreven welke bronnen zijn gebruikt bij de analyse (A3). A1.

Analyse van de oorzaken van het tekort van de gemeente Algemeen In dit gedeelte maakt het college duidelijk welk probleem er speelt. Ondanks de behaalde uitstroom heeft dit niet geleid tot een daling van de bijstandsuitgaven, vanwege de extra instroom. Deze extra instroom bestaat voornamelijk uit gehuisveste statushouders en inwoners die vanuit Rotterdam naar Ridderkerk verhuizen en een beroep doen op een bijstandsuitkering. Daarnaast is het definitieve BUIG-budget lager vastgesteld dan aanvankelijk verwacht, waardoor het budget ontoereikend blijkt te zijn. 1. Ontwikkeling van het klantenbestand 2023 In dit onderdeel benadrukt het college dat het pakket aan maatregelen afdoende is om de geschetste problemen aan te pakken. Het aantal klanten, exclusief IOAW/IOAZ/Bbz, is met zes dossiers toegenomen van 860 in januari 2023 tot 866 in december 2023. Tegelijkertijd is het aantal klanten voor IOAW/IOAZ met twee dossiers gedaald van 44 in januari 2023 naar 42 in december 2023. Per saldo is er een stijging van vier dossiers (Pw: +zes, IOAW/Z: -twee-> Totaal: toename vier) in het jaar 2023. Het saldo, het verschil tussen instroom en uitstroom, bedraagt vier dossiers op een totaal van 908 (866+42), wat neerkomt op een toename van 0,4%. Het college beschouwt dit als verwaarloosbaar en stelt dat aan het einde van het jaar de uitstroom ongeveer gelijk is aan de instroom.

Ondanks het stabiele aantal dossiers zien we binnen het uitkeringsbestand wel een verschuiving. Het aantal klanten in het uitkeringsbestand met een zeer grote afstand tot de arbeidsmarkt is van begin 2023 tot eind december met 19,76% gestegen (402 naar 501).

8

In- en uitstroom 2023 30 20 10 0

i ar -10 nu Ja -20

i ar ru b Fe

aa M

rt

ril Ap

ei M

ni Ju

li Ju

st gu u A

us

em pt e S

r be

r be to k O

m ve No

r be

m ce De

r be

-30 Instroom

Uitstroom

Gedurende het jaar, met name in januari, april, oktober, november en december was er sprake van een toename van uitkeringsgerechtigden en daarmee van de bijstandsuitgaven. Deze hebben doorgewerkt in het uiteindelijke resultaat over 2023. We hebben de Bbz-verstrekkingen hier niet vermeld, aangezien dit, vanuit de aard van de regeling, tijdelijke verstrekkingen zijn en bovendien in beginsel moeten worden terugbetaald. 2. Extra inspanning voor de huisvesting van statushouders Het kabinet heeft gemeenten verzocht om extra inspanningen te leveren om statushouders te huisvesten, met als doel de asielzoekerscentra (AZC's) te ontlasten. Naar aanleiding hiervan zijn er bestuurlijke afspraken gemaakt. Ridderkerk heeft zich ingespannen om te voldoen aan het verzoek om statushouders te huisvesten, zoals overeengekomen in de bestuurlijke afspraken. Voor het eerste halfjaar van 2023 was de taakstelling vanuit de provincie 57, terwijl voor het tweede halfjaar een taakstelling van 47 gold. In het tweede halfjaar werd de oorspronkelijke taakstelling van 73 bijgesteld naar 47. Dit kwam doordat het Centraal Orgaan Asielzoekers (COA) niet voldoende statushouders kon koppelen aan de gemeente, vanwege een achterstand bij de Immigratie en Naturalisatie Dienst (IND) in het beoordelen van asielaanvragen.

Hierdoor kregen andere doelgroepen prioriteit bij het verkrijgen van voorrang in de sociale huursector, wat resulteerde in minder huisvesting van statushouders die een beroep doen op een bijstandsuitkering. Het is de verwachting dat in samenwerking met de woningcorporatie de huisvesting van statushouders weer op gang komt in de eerste helft van 2024. Het verplichte inburgeringsproces voor statushouders kan invloed hebben op het BUIG-budget, met name vanwege de volgende redenen:

9

1. Langere periode van uitkering: Het inburgeringsproces kan enige tijd in beslag nemen en tijdens deze periode kunnen statushouders mogelijk nog afhankelijk zijn van een uitkering van de gemeente, zoals bijstandsuitkeringen. Aangezien statushouders drie jaar de tijd hebben om in te burgeren, kan dit resulteren in een langere periode waarin zij financiële ondersteuning nodig hebben vanuit het BUIG-budget. 2. Beperkte mogelijkheden voor arbeidsparticipatie: Gedurende het inburgeringsproces kunnen statushouders mogelijk beperkte mogelijkheden hebben om werk te vinden vanwege taal- en cultuurbarrières, wat hun afhankelijkheid van een uitkering kan verlengen. Bovenstaande kan van invloed zijn op de begroting en planning van de gemeente Ridderkerk met betrekking tot sociale uitkeringen en integratieprogramma's.

3. Bijstelling van het BUIG-budget Het aantal mensen dat een beroep doet op bijstand is landelijk licht gestegen, wat heeft geleid tot een bijstelling van het macrobudget voor 2023. In eerste instantie was het BUIG-budget voor Ridderkerk vastgesteld op € 13.169.264, maar dit werd later herzien naar € 13.082.755. Uiteindelijk is het definitief vastgesteld op € 14.595.117. Er is bij de definitieve vaststelling een verhoging van € 1.512.362. Daarnaast hebben we ook nog inkomsten uit terugvorderingen en verhaal ter waarde van € 200.879 en ontvangen Bbz-groepen 60 en 62 nog een bedrag van € 4.174. Het totale inkomen van het Rijk en de terugvorderingen en verhaal bedraagt € 14.800.170.

10

Definitief BUIG Inkomsten uit terugvordering en verhaal Ontvangen Bbz (groep 60+62) Totaal baten € 14.800.170

€ 14.595.177 € 200.879 € 4.174

Uitkeringen Belaste bijzondere bijstand Totale lasten Resultaat tekort

€ 15.978.329 € 424 € 15.978.753 € 1.178.583 tekort tot 7,5% tekort 7,5% tot 12,5% tekort boven 12,5%

Verwachte Vangnetuitkering

€ 1.094.634 eerste 7,5 is eigen risico: vergoeding 0% € 83.949 binnen deze bandbreedte: vergoeding 50% € 0 boven 12,5% vergoeding 100% € 1.178.583

€ 41.975 50% van € 83.949 vergoeding

De uitgaven in 2023 bedroegen € 15.978.753, wat resulteerde in een negatief saldo van € 1.178.583, met daaruit volgend een te verwachten Vangnetuitkering van € 41.975 (50% van € 83.949). Dit komt overeen met ruim 8% van het BUIG-budget (zie overzicht verwachte vangnetuitkering). Het definitieve BUIG-budget voor 2023 is vastgesteld op € 14.595.117. Het Rijk ging uit van 857 dossiers (€ 14.595.117 / 17.028 (Gemiddeld uitkering per dossier op jaarbasis in 2023). Echter, Ridderkerk had 908 dossiers, wat een verschil van 51 dossiers oplevert. Hierdoor hebben we meer uitkeringen verstrekt dan begroot door het Rijk. Tevens hebben wij meer loonkostensubsidie toegepast om inwoners aan het werk te helpen. Elke maand vinden er ambtelijke budgetgesprekken plaats waarin de ontwikkelingen van verschillende budgetten in het sociale domein worden geanalyseerd en prognoses worden gemaakt. Aan het begin van het laatste kwartaal werd duidelijk dat er sprake zou zijn van een overschrijding, die hoger zou uitvallen dan het eigen risico van 7,5%. 4. De hogere uitgaven aan loonkostensubsidies Er zijn in de gemeente Ridderkerk relatief veel mensen aan het werk gegaan met ondersteuning van loonkostensubsidie. Dit zijn inwoners die niet zelfstandig het wettelijk minimumloon kunnen verdienen. Door loonkostensubsidie kunnen zij wel een baan krijgen en wordt de werkgever gecompenseerd.

Hoewel deze inwoners werken, en daardoor geen of minder uitkering nodig hebben, drukken deze kosten wel op het BUIG-budget. De kosten voor loonkostensubsidies waren in 2023 € 157.670 hoger dan 2022 (€ 633.602 uitgaven 2023 – 475.932 uitgaven 2022). Loonkostensubsidies zijn in principe structurele kosten (zo lang het dienstverband voortduurt en de inwoner tot de doelgroep behoort).

11

5. Verhoging van het wettelijk minimumloon (WML) De stijging van het wettelijk minimumloon (WML) is een oorzaak van het tekort op het BUIGbudget, vooral als de gemeente onvoldoende gecompenseerd wordt voor deze stijging. Er zijn een paar manieren waarop een stijging van het WML het BUIG-budget kan beïnvloeden: 1. Toenemende uitkeringslasten: Een stijging van het WML resulteert in een hogere bijstandsuitkering omdat deze gekoppeld zijn aan het WML. 2. Verhoogde kosten van loonkostensubsidies: Een aantal werkgevers ontvangen loonkostensubsidies om hen te helpen de extra kosten van het in dienst nemen van mensen met een arbeidsbeperking te dekken. Als het WML stijgt, kunnen ook de kosten van deze loonkostensubsidies stijgen. Als de gemeente niet volledig gecompenseerd wordt voor deze stijging, kan dit bijdragen aan het tekort op het BUIG-budget. De stijging van het WML is een factor die bijdraagt aan het tekort op het BUIG-budget, omdat de gemeente niet volledig gecompenseerd wordt voor de extra kosten die hieruit voortvloeien.

A2.

Analyse van het effect van getroffen maatregelen in voorgaande jaren Hieronder beschrijft het college maatregelen die zijn getroffen om bij te dragen aan het reduceren van het tekort: Inzet op Vermindering: 1. Er is een plan van aanpak opgesteld om de uitstroom te stimuleren. Een cruciaal aspect hiervan is het nauwgezet monitoren van het bestedingsplan met betrekking tot het reintegratie-instrumentarium. Dit heeft geleid tot extra begeleidingstrajecten voor de grote groep mensen die een grote afstand heeft tot de arbeidsmarkt. Met "grote afstand" bedoelen we dat het naar verwachting 6 tot 18 maanden duurt voordat iemand klaar is om weer aan het werk te gaan. Deze trajecten richten zich op complexe problematiek. Bovendien is er nadruk gelegd op de focus van de klantmanagers op uitstroom. Een onderdeel hiervan is de vroege betrokkenheid van de Klantmanager Werkdiagnose bij het opstellen van een uitstroomplan voor de kandidaat. 2. Samen met Barendrecht en Albrandswaard hebben we ons eigen werkgeversservicepunt (WSP BAR) opgezet, waar vacatures uit onze regio worden gekoppeld aan klanten uit onze eigen bestanden. Dit servicepunt werkt nauw samen met het WSP Rijnmond en maakt gebruik van HalloWerk om werkgevers en werkzoekenden snel en eenvoudig met elkaar in contact te brengen. 3.

We hanteren een strenge controle bij de toegangspoort om te voorkomen dat het aantal uitkeringen stijgt. Dit omvat zorgvuldige beoordelingen van de rechtmatigheid van uitkeringen en actieve werkzoekendebenadering tijdens het aanvraagproces, om de focus van aanvragers op werk te houden in plaats van op een uitkering. Deze aanpak is van 12

toepassing op alle inwoners, met bijzondere aandacht voor jongeren, waarbij we toeleiding naar scholing en opleiding als een maatwerkvoorziening beschikbaar hebben gesteld. 4. We werken samen met Jong Vermogen, een aanbieder van leerwerkplekken in Ridderkerk, om jongeren met een beperking en andere bijstandsgerechtigden een passende leerwerkplek aan te bieden. 5. We maken gebruik van loonkostensubsidies om mensen in het kader van het Banenplan aan werk te helpen, waarbij we aanzienlijk meer hebben besteed dan het budget voor loonkostensubsidies. Handhaving: 1. Via periodieke rechtmatigheidsonderzoeken zien we erop toe dat alleen mensen die recht hebben op een uitkering deze ook ontvangen. Bij een bijstandsaanvraag wordt zorgvuldig het recht op bijstand beoordeeld. 2. We hebben het afgelopen jaar extra ingezet op handhaving om onrechtmatige verstrekkingen op te sporen en de uitgaven te verminderen, wat ook heeft geleid tot terugvorderingen van bijstand en daarmee tot een reductie van de uitgaven. 3. Bij handhaving houden we rekening met maatschappelijke tendensen en inzichten, waarbij we streven naar een evenwichtige toepassing van de Participatiewet en het vermijden van schrijnende situaties.

Zo hebben we bijvoorbeeld de inhoudingen op uitkeringen beperkt tot 5% voor de vaststelling van de beslagvrije voet en hebben we de mogelijkheden voor kwijtschelding versoepeld, waarmee we onze debiteuren niet tot het uiterste belasten. A3.

Gehanteerde bronnen die bij de analyse (A1) zijn gebruikt. De gehanteerde bronnen voor de analyse bestaan uit een combinatie van interne gegevens van de gemeente Ridderkerk, zoals rapporten, statistieken, beleidsdocumenten en verslagen van vergaderingen, evenals externe bronnen zoals wetenschappelijke artikelen, overheidspublicaties en rapporten van relevante organisaties.

B. Getroffen interne en externe maatregelen om het tekort verder te reduceren In dit onderdeel van de verklaring van het college wordt beschreven welke interne (B1) en externe maatregelen (B2) zijn getroffen om een bijdrage te leveren aan de verdere tekortreductie. Bij B2 wordt aan de hand van drie vragen beschreven hoe de consultatie van de externe partij of externe bron heeft geleid tot de getroffen externe maatregelen. Bij zowel B1 als B2 wordt onderscheid gemaakt of de maatregel al dan niet wordt voortgezet of nieuw is.

13

B1.

Beschrijving getroffen interne maatregelen Hieronder maakt het college inzichtelijk dat de getroffen maatregelen bijdragen aan het reduceren van het tekort. Hierbij gaat het om een inschatting van het beoogde effect.

De maatregelen zijn gericht op het bevorderen van de uitstroom naar werk of opleiding, wat grotendeels is gerealiseerd: in 2023 zijn 82 klanten uitgestroomd naar werk en hebben 4 klanten (jongeren) ervoor gekozen om een opleiding te volgen. De controles op de rechtmatigheid hebben geleid tot 10 beëindigingen.

Redenen Uitstroom 12 10 8 6 4 2 0 J

ri ua n a

i ar ru b Fe

aa M

rt

ril Ap

ei M

ni Ju

Ander inkomen Schenden Verplichtingen

li Ju

st gu u A

Andere oorzaak Studie

us

em pt Se

r be

r be to k O

m ve No

r be

m ce De

r be

Geen invloed Werk

Een deel van de uitstroom ligt buiten onze invloedssfeer, zoals verhuizingen, samenwonen en pensioneringen, enzovoort. Deze worden samengevat onder "andere oorzaken". De speciale aandacht voor jongeren zou moeten leiden tot een afname van het aantal uitkeringen aan jongeren, maar helaas is dit aantal juist gestegen van 105 naar 115. Dit is grotendeels toe te schrijven aan de toestroom van jongeren die niet direct naar werk of opleiding kunnen worden geleid, vooral degenen afkomstig van het speciaal onderwijs (VSO) en het Praktijkonderwijs (Pro). Deze aantallen fluctueren jaarlijks. Het inzetten van loonkostensubsidies blijkt een effectief middel te zijn om mensen met een beperking naar werk te begeleiden. Het aantal mensen dat hiervan profiteert, neemt gestaag toe, hoewel we grotendeels afhankelijk zijn van het aantal mensen in het doelgroepregister.

14

In 2023 waren 234 personen opgenomen in dit register en we verwachten dat dit aantal zal blijven toenemen. In hetzelfde jaar zijn er 22 garantiebanen gerealiseerd, waarmee het totaal op 98 lopende garantiebanen komt. Daarnaast zijn 9 personen geplaatst in beschut werk. Voor 2023 getroffen maatregelen, die zijn voortgezet: 1. Bevordering van de uitstroom naar werk of opleiding: Maatregelen gericht op het stimuleren van de uitstroom naar werk of opleiding worden voortgezet, zoals jobcoaching, opleidingsprogramma's en begeleidingstrajecten naar werk. 2. Klantmanager Werkdiagnose: De maatregel is per 1 juli 2023 ingezet, direct bij de Poort na de uitkeringsaanvraag. Het doel is om zo snel mogelijk een plan van aanpak op te stellen met de betrokken inwoner, zodat er meteen actie ondernomen kan worden, bijvoorbeeld via het WSP / Hallo Werk, enzovoort. Zodra de uitkering wordt toegekend, kan de klantmanager direct doorgaan met de rest van de gemaakte afspraken. De begeleiding begint dus al voordat er een besluit is genomen over de aanvraag. 3. Doorpakken na trajecten: We zullen nauwlettender volgen wanneer een traject afloopt, zodat er direct een vervolgactie ondernomen kan worden. 4. Controles op rechtmatigheid: Het voortzetten van regelmatige controles op de rechtmatigheid van uitkeringen om fraude te voorkomen en te identificeren. 5.

Speciale aandacht voor jongeren: Het blijven bieden van speciale programma's en ondersteuning voor jongeren om hen te helpen bij het vinden van werk of het volgen van een opleiding. 6. Inzetten van loonkostensubsidies: Voortzetting van het gebruik van loonkostensubsidies als een middel om mensen met een arbeidsbeperking in dienst te nemen en te behouden. 7. Samenwerking met externe partners: Voortdurende samenwerking met externe partners zoals werkgevers, onderwijsinstellingen en andere relevante organisaties om kansen op werk en opleiding voor uitkeringsgerechtigden te vergroten. 8. Monitoring en evaluatie: Continu monitoren en evalueren van de effectiviteit van de genomen maatregelen en waar nodig aanpassingen maken om de doelstellingen te behalen. Het voortzetten van deze maatregelen is essentieel om de positieve effecten te handhaven en eventuele uitdagingen aan te pakken die zich kunnen voordoen in het streven naar het verminderen van het aantal uitkeringen en het bevorderen van arbeidsparticipatie. Maatregelen die na evaluatie niet meer worden voortgezet:

15

1. Beëindiging van ineffectieve trajecten: Na evaluatie van Baanbrekend4 is gebleken dat het beoogde resultaat niet behaald is. 2. Dit komt voornamelijk door de toename van mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt, die te kampen hebben met multi-problematiek en/of mensen die zich eerst moeten richten op hun inburgering (statushouders). 3. Verbetering van beleidsinstrumenten: De oude verordening “De Re-integratieverordening Participatiewet Ridderkerk 2018, de Verordening Loonkostensubsidie Participatiewet (Ridderkerk) 2015 en de Verordening Tegenprestatie Ridderkerk 2015” zijn herzien. De nieuwe verordening Re-integratie, loonkostensubsidie en tegenprestatie gemeente Ridderkerk 2023 is overzichtelijker en transparanter gemaakt, zodat deze beter voldoet aan de behoeften van uitkeringsgerechtigden en werkgevers. Door een kritische evaluatie van de effectiviteit van deze maatregelen kan de gemeente Ridderkerk haar middelen en inspanningen gerichter inzetten om de arbeidsparticipatie te stimuleren en het aantal uitkeringen te verminderen. Maatregelen die nieuw zijn getroffen: Nieuwe maatregelen die zijn getroffen om de arbeidsparticipatie te bevorderen en het aantal uitkeringen te verminderen zijn onder meer: 1.

Uitstroompremie: Uit analyse van de uitstroomprocessen bleek dat het aanvragen van de uitstroompremie door uitkeringsgerechtigden een obstakel vormde, waardoor de stimuleringsregeling niet optimaal benut werd. De gemeente heeft besloten om de procedure te vereenvoudigen door de uitstroompremie ambtshalve toe te kennen aan uitkeringsgerechtigden die voldoen aan de gestelde voorwaarden. Hierdoor wordt de drempel voor uitkeringsgerechtigden om de premie te ontvangen verlaagd, wat de stimuleringsregeling effectiever maakt. 2. Intensivering van samenwerking met lokale werkgevers: Er is een gerichte inspanning gestart om nauwer samen te werken met lokale werkgevers om meer vacatures beschikbaar te stellen voor uitkeringsgerechtigden. Dit omvat onder andere het actief benaderen van werkgevers en het faciliteren van kennismakingen tussen werkzoekenden en werkgevers. 3. Uitbreiding van integrale begeleidingstrajecten: Er zijn programma's geïmplementeerd om uitkeringsgerechtigden met een grote afstand tot de arbeidsmarkt te ondersteunen bij het

4

Baanbrekend, onderdeel Randstad, is een organisatie die zich richt op het begeleiden van mensen naar werk en het ondersteunen van werkgevers bij het invullen van vacatures. Ze bieden verschillende diensten aan, zoals jobcoaching, trainingen en advies aan zowel werkzoekenden als werkgevers. Baanbrekend werkt vaak in opdracht van gemeenten of andere overheidsinstellingen en heeft als doel om mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt te helpen bij het vinden en behouden van passend werk. Hun aanpak kan variëren afhankelijk van de specifieke behoeften van de persoon of werkgever waarmee ze samenwerken.

16

vinden en behouden van werk. Deze programma's bieden individuele begeleiding en ondersteuning op de werkvloer om de kans op duurzame arbeidsplaatsen te vergroten. 4. Uitbreiding van re-integratieprogramma's voor specifieke doelgroepen: Er zijn nieuwe reintegratieprogramma's opgezet die specifiek zijn gericht op bepaalde doelgroepen, zoals jongeren, langdurig werklozen en mensen met een migratieachtergrond. Deze programma's bieden maatwerkondersteuning en trainingen om de kansen op werk te vergroten en de zelfredzaamheid te bevorderen. 5. Empowermenttrainingen: In 2023 zijn verschillende groepen begonnen met empowermenttrainingen. Door deze trainingen in groepsverband aan te bieden, kunnen uitkeringsgerechtigden van elkaar leren en zo hun eerste stappen zetten richting de arbeidsmarkt. Dit helpt hen uit hun isolement te komen en biedt weer perspectief, waardoor ze zelf actief aan de slag gaan. Na de empowermenttraining worden ze gecoacht om werk te vinden, indien nodig via een werkervaringsplaats. Door het implementeren van deze nieuwe maatregelen beoogt de gemeente Ridderkerk haar inspanningen te intensiveren en effectiever te maken in het bevorderen van arbeidsparticipatie en het terugdringen van het aantal uitkeringen. B2.

Beschrijving getroffen externe maatregelen

Elke getroffen maatregel wordt beschreven met de naam van de maatregel, een omschrijving van de maatregel en gevolgd door de antwoorden op elk van de volgende drie vragen t.a.v. die maatregel: a) Wat is (zijn) de externe bron(nen) (partij of ‘schriftelijke’ informatie) voor deze maatregel geweest? b) Welk inzicht bij de gemeente is gekregen door die externe partij of externe ‘schriftelijke’ informatie? c) Welke externe maatregel is getroffen naar aanleiding van de conclusie(s) uit deze consultatie? Maatregelen die in voorgaande jaren zijn getroffenen en zijn voortgezet a) De externe bronnen die zijn geraadpleegd voor de voortzetting van deze maatregelen zijn onder meer rapporten, onderzoeken, evaluaties en beleidsdocumenten van relevante organisaties en instanties op het gebied van arbeidsmarkt, sociale zaken en re-integratie. Externe partijen zijn:  Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid  Regionale arbeidsmarktorganisaties  Gemeentelijke samenwerkingsverbanden en kennisnetwerken. b) Door het raadplegen van deze externe bronnen heeft de gemeente Ridderkerk inzicht verkregen in best practices, trends, ontwikkelingen, effectiviteit van verschillende reintegratiemaatregelen en interventies die elders zijn toegepast. Deze informatie heeft de 17

gemeente geholpen bij het identificeren van succesvolle methoden en benaderingen die kunnen worden toegepast om de arbeidsparticipatie te bevorderen en het aantal uitkeringen te verminderen. c) Naar aanleiding van de conclusies en inzichten uit deze consultaties zijn externe maatregelen getroffen zoals het bijstellen of aanpassen van bestaand beleid, het initiëren van nieuwe samenwerkingsverbanden, het implementeren van nieuwe re-integratieprogramma's, het uitbreiden van ondersteunings- en begeleidingsdiensten, het intensiveren van de samenwerking met lokale stakeholders zoals werkgevers, onderwijsinstellingen en maatschappelijke organisaties. Deze maatregelen zijn gericht op het verbeteren van de effectiviteit en efficiëntie van het beleid en de dienstverlening op het gebied van arbeidsparticipatie en re-integratie. Maatregelen die na evaluatie niet meer worden voortgezet a) De externe bronnen die hebben bijgedragen aan het besluit om bepaalde maatregelen niet voort te zetten, verschillende partijen en informatiebronnen omvatten, waaronder:  Onderzoeksinstituten en adviesbureaus gespecialiseerd in sociale zaken en re-integratie.  Evaluatierapporten en studies over de effectiviteit van specifieke reintegratiemaatregelen.  Beleidsdocumenten en richtlijnen van overheidsinstanties zoals het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

 Ervaringen en best practices van andere gemeenten of arbeidsmarktregio's.  Feedback en input van lokale stakeholders zoals werkgevers, uitkeringsgerechtigden en maatschappelijke organisaties. b) De gemeente Ridderkerk heeft door het raadplegen van deze externe bronnen inzicht gekregen in de effectiviteit, efficiëntie en relevantie van de maatregelen die werden geëvalueerd. Dit bestaat onder meer uit informatie over de impact van de maatregelen op de arbeidsparticipatie van uitkeringsgerechtigden, de kosten-batenanalyse van de maatregelen, de tevredenheid van belanghebbenden en de mate waarin de doelstellingen van de maatregelen zijn behaald. c) Naar aanleiding van de conclusies uit de evaluaties en de consultatie van externe bronnen zijn verschillende externe maatregelen getroffen. Dit zijn:  Aanpassingen in het lokale re-integratiebeleid op basis van best practices en aanbevelingen uit onderzoeksrapporten.  Samenwerking met externe partners zoals arbeidsmarktorganisaties, onderwijsinstellingen en sociale ondernemingen om nieuwe initiatieven te ontwikkelen.  Het aanvragen van nieuwe subsidies of financiering voor alternatieve programma's en interventies die effectiever zijn gebleken.  Het bijstellen van de samenwerkingsverbanden en contracten met externe dienstverleners op basis van de evaluatieresultaten.

 Het ontwikkelen van nieuwe richtlijnen en procedures voor het selecteren en implementeren van re-integratiemaatregelen in de toekomst. 18

Maatregelen die nieuw zijn getroffen a) De externe bronnen die hebben bijgedragen aan het besluit om nieuwe maatregelen te treffen, bevatten verschillende partijen en informatiebronnen, waaronder:  Onderzoeksinstituten en adviesbureaus gespecialiseerd in sociale zaken en arbeidsmarktintegratie.  Rapporten en studies van overheidsinstanties zoals het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, die trends en uitdagingen op de arbeidsmarkt identificeren.  Best practices en ervaringen van andere gemeenten, arbeidsmarktregio's of landen die vergelijkbare problemen hebben aangepakt.  Richtlijnen en aanbevelingen van internationale organisaties zoals de Europese Unie of de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) met betrekking tot werkgelegenheidsbeleid.  Feedback en input van lokale stakeholders zoals werkgevers, maatschappelijke organisaties en uitkeringsgerechtigden over de behoeften en uitdagingen op de lokale arbeidsmarkt. b) Door het raadplegen van deze externe bronnen heeft de gemeente Ridderkerk inzicht gekregen in nieuwe benaderingen, strategieën en best practices op het gebied van arbeidsmarktintegratie.

Dit inzicht bestaat onder meer uit informatie over effectieve interventies, succesvolle programma's en initiatieven die elders zijn uitgevoerd, trends en ontwikkelingen in de arbeidsmarkt en nieuwe wet- en regelgeving die van invloed kan zijn op het lokale beleid. c) Naar aanleiding van de conclusies uit de consultatie van externe bronnen en het verkregen inzicht zijn verschillende nieuwe maatregelen getroffen. Dit zijn:  De lancering van nieuwe re-integratieprogramma's of initiatieven gericht op specifieke doelgroepen, gebaseerd op best practices en aanbevelingen uit externe bronnen.  Het opzetten van samenwerkingsverbanden met externe partners zoals bedrijven, onderwijsinstellingen en maatschappelijke organisaties om innovatieve arbeidsmarktprojecten te ontwikkelen.  De introductie van nieuwe werkgeversinstrumenten, financieringsmogelijkheden of andere stimuleringsmaatregelen om de lokale arbeidsmarkt te ondersteunen.  Het aanpassen van bestaande beleidsrichtlijnen en procedures op basis van nieuwe inzichten en aanbevelingen, om zo effectiever te kunnen reageren op de veranderende behoeften en uitdagingen op de arbeidsmarkt.

C. Beoogd effect van de genoemde maatregelen op de tekortreductie In dit onderdeel van de verklaring van het college wordt het beoogde effect beschreven van de genoemde (aanvullende) interne en externe maatregelen, die een bijdrage leveren aan de verdere tekortreductie (C1). Het gaat hierbij om een inschatting van het beoogde effect. Ook wordt aangegeven hoe het effect van de maatregelen zal worden gemonitord (C3).

19

Het effect van de maatregel wordt zoveel mogelijk gekwantificeerd (C1). In bepaalde gevallen is het kwantificeren van het effect van maatregelen slecht of niet mogelijk. In die gevallen wordt kort toegelicht waarom alleen een kwalificering van het effect van de maatregel mogelijk is (C2).

C1. Beoogd effect van de getroffen maatregelen op de verdere tekortreductie. Het beoogde effect van de getroffen maatregelen is gericht op het verder reduceren van het tekort op bijstandsuitkeringen. Dit kan worden bereikt door verschillende doelstellingen na te streven: 1. Toename van de uitstroom naar werk of opleiding: Door gerichte programma's en ondersteuning te bieden aan uitkeringsgerechtigden om werk te vinden of een opleiding te volgen, wordt de uitstroom uit de bijstand vergroot. Het vinden van passend werk of het volgen van een opleiding kan leiden tot economische zelfstandigheid en minder afhankelijkheid van een uitkering. 2. Verbetering van de rechtmatigheid en efficiëntie: Door middel van strenge controles bij de toegangspoort en periodieke rechtmatigheidsonderzoeken kan worden voorkomen dat mensen onterecht een uitkering ontvangen. Dit draagt bij aan het verminderen van onrechtmatige verstrekkingen en het optimaliseren van de uitgaven. 3. Optimalisatie van re-integratietrajecten: Door effectieve re-integratieprogramma's aan te bieden die zijn afgestemd op de behoeften van verschillende doelgroepen, zoals jongeren, statushouders en mensen met een arbeidsbeperking, kan de kans op succesvolle uitstroom naar werk worden vergroot. 4.

Samenwerking en kennisdeling: Door samen te werken met externe partners, zoals werkgevers, onderwijsinstellingen en maatschappelijke organisaties en door kennis en ervaringen te delen met andere gemeenten en arbeidsmarktregio's, kan de effectiviteit van de maatregelen worden versterkt en kunnen best practices worden geïmplementeerd. Het uiteindelijke doel van deze maatregelen is om het aantal bijstandsuitkeringen te verminderen, wat niet alleen leidt tot een verbetering van de financiële situatie van de gemeente, maar ook tot een verhoging van de economische zelfstandigheid en participatie van haar inwoners. Als deze genomen maatregelen niet waren getroffen, zou het aantal uitkeringen aanzienlijk hoger zijn geweest C2. Toelichting indien deze effecten niet kunnen worden gekwantificeerd. Indien de effecten van de getroffen maatregelen niet kunnen worden gekwantificeerd, kan dit verschillende redenen hebben: 1. Complexiteit van de situatie: Het reduceren van financieel tekort door bijstandsuitkeringen is een complex proces dat wordt beïnvloed door diverse factoren, waaronder economische 20

omstandigheden, demografische veranderingen en individuele situaties van uitkeringsgerechtigden. Het kan moeilijk zijn om het specifieke effect van afzonderlijke maatregelen te isoleren en te meten vanwege de vele variabelen die hierbij een rol spelen. 2. Lange termijn impact: Sommige maatregelen kunnen pas op de lange termijneffect hebben en het kan lastig zijn om op korte termijn significante veranderingen te observeren. Bijvoorbeeld, investeringen in opleidingen en trainingen kunnen pas na verloop van tijd leiden tot verbeterde arbeidsmarktpositie en verminderde afhankelijkheid van een uitkering. 3. Subjectieve factoren: Niet alle effecten van de maatregelen zijn gemakkelijk te kwantificeren omdat ze ook afhankelijk zijn van subjectieve interpretaties en percepties. Bijvoorbeeld, de mate van tevredenheid onder uitkeringsgerechtigden over de geboden ondersteuning en dienstverlening kan van invloed zijn op hun bereidheid om deel te nemen aan reintegratietrajecten en hun kans op succes op de arbeidsmarkt, maar dit kan moeilijk meetbaar zijn. In dergelijke gevallen is het van belang om ook kwalitatieve aspecten van de maatregelen te evalueren, zoals de tevredenheid van stakeholders, de mate van betrokkenheid van uitkeringsgerechtigden en de perceptie van de effectiviteit van de geboden ondersteuning.

Dit kan waardevolle inzichten bieden die niet direct in kwantitatieve cijfers kunnen worden uitgedrukt. C3. De wijze waarop het effect van de maatregelen wordt gemonitord. Het effect van de maatregelen wordt op verschillende manieren gemonitord om de voortgang en impact ervan te evalueren. Enkele methoden die gebruikt worden om het effect van de maatregelen te monitoren zijn: 1. Data-analyse: Door regelmatig gegevens te verzamelen en te analyseren over bijvoorbeeld het aantal uitkeringsgerechtigden, de duur van de uitkeringen, uitstroom naar werk of opleiding en andere relevante variabelen, kan de gemeente de impact van de genomen maatregelen volgen. Dit omvat ook het volgen van trends en het identificeren van eventuele veranderingen in de situatie. 2. Evaluatie van specifieke programma's en trajecten: Voor specifieke re-integratieprogramma's of trajecten kunnen evaluaties worden uitgevoerd om de effectiviteit ervan te beoordelen. Dit kan bijvoorbeeld inhouden dat de resultaten van deelnemers aan dergelijke programma's worden gevolgd, inclusief hun uitstroom naar werk, de duurzaamheid van hun arbeidspositie en hun tevredenheid over het programma. 3. Kwalitatief onderzoek: Naast kwantitatieve gegevens wordt ook kwalitatief onderzoek worden uitgevoerd, zoals interviews met uitkeringsgerechtigden, werkgevers en andere belanghebbenden.

Dit kan inzicht bieden in de percepties, ervaringen en meningen over de effectiviteit van de genomen maatregelen en de geboden ondersteuning. 4. Feedbackmechanismen: Het opzetten van feedbackmechanismen, zoals klanttevredenheidsonderzoeken of regelmatige overleggen met belanghebbenden, stelt de 21

gemeente in staat om directe feedback te verzamelen over de maatregelen en de dienstverlening. Deze feedback kan worden gebruikt om eventuele knelpunten te identificeren en verbeteringen aan te brengen. Door een combinatie van deze monitoringmethoden toe te passen, kan de gemeente een holistisch beeld krijgen van de effectiviteit van de genomen maatregelen en waar nodig aanpassingen doorvoeren om de beoogde doelen te bereiken.

D. Ondertekening Een verzoek tot vangnetuitkering dient door het college van burgemeester en wethouders te worden ingediend, ook indien de uitvoering van de Participatiewet aan een samenwerkingsverband is overgedragen (meer informatie hierover in de toelichting onderaan het formulier). Omdat de financiering van de bijstand via de gemeenten verloopt, ligt het ook in de lijn dat de colleges en raden van gemeenten de aanvraag opstellen/indienen. De ondertekening geschiedt door burgemeester en secretaris. De ondertekening is volledig indien de naam van de gemeente en de naam van de ondertekenaar zijn ingevuld, de datum is ingevuld en de handtekening is gezet. De verklaring is slechts geldig indien dit door middel van het door de minister van SZW ter beschikking gestelde aanvraagformulier wordt aangeboden aan de raad. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Ridderkerk verklaart dat het voor 15 augustus 2024 de genoemde interne en externe maatregelen heeft getroffen om te komen tot verdere tekortreductie. Datum: ___________ De secretaris,

Naam van de ondertekenaar: mevr. M. Kitselar De burgemeester,

Naam van de ondertekenaar: dhr. C.A. Oosterwijk

22

2. Instemming gemeenteraad In artikel art. 10, eerste lid, onderdeel d, BPw staat dat de verklaring van het college de instemming van de gemeenteraad moet hebben. De instemming is pas geldig indien de verklaring aan de raad is aangeboden in de vorm van het door de minister vastgestelde aanvraagformulier.

De gemeenteraad stemt in met de verklaring van het college. Daarmee bevestigt de gemeenteraad dat het college: 1. 2. 3.

voldoende duidelijk heeft gemaakt wat de oorzaken zijn van het tekort; voldoende duidelijk heeft gemaakt dat het pakket van maatregelen effectief is om de geschetste problemen aan te pakken, binnen de mogelijkheden die de gemeente heeft; voldoende duidelijk heeft gemaakt dat dit pakket van maatregelen, voor zo ver door de gemeente beïnvloedbaar is, leidt tot een beoogde tekortreductie. Daarbij wordt het effect van deze maatregelen kwantitatief dan wel kwalitatief inzichtelijk gemaakt.

Op welke wijze is de gemeenteraad geïnformeerd door het college? Voorafgaand aan, het hiervoor opgenomen onderdeel A. Analyse, is door het college het proces op hoofdlijnen beschreven hoe de raad betrokken is: vanaf het moment van signalering van het tekort op het BUIG-budget en het daarop volgend proces van bepalen en treffen van maatregelen, tot aan het moment dat de verklaring van het college voor instemming wordt voorgelegd aan de raad. Hieronder is er ruimte voor de gemeenteraad voor aanvullingen op het genoemde overzicht. Samenvatting van de opvattingen van de gemeenteraad In de samenvatting van de opvattingen van de gemeenteraad staat op hoofdlijnen op welke onderwerpen de raad heeft gereageerd op de verklaring van het college. De onderdelen van de verklaring zijn vaak al eerder in de raad besproken. Het gaat dus om het gehele proces vanaf de signalering van het tekort. Verder betreft het hier alleen onderwerpen die in de raadsbesluiten zijn opgenomen, die afwijkend zijn van het raadsvoorstel. Om de beschrijving zo eenvoudig mogelijk te houden wordt gebruik gemaakt van een checklist die kan worden aangevuld. Het verzoek is om aan te kruisen welke onderwerpen in de raadsbesluiten zijn

23

opgenomen. Dit geschiedt d.m.v. het plaatsen van een X voor de betreffende onderdelen. Daarnaast is er ruimte voor aanvullingen. X

Typering van de reacties die in de raadsbesluiten zijn opgenomen gedurende het gehele proces Expliciet goedkeurend, waardering over analyse en maatregelen uitgesproken Impliciet goedkeurend, is behandeld als hamerstuk Afkeurend en gevraagd het plan te herzien Verzoek om onderdelen van de globale analyse te herzien of aan te vullen Verzoek om bepaalde maatregelen te schrappen of aanvullend maatregelen te treffen. Verzoek om het tempo van invoering en/of uitvoering van maatregelen te versnellen. Verzoek om extra informatie over maatregelen Verzoek on meer informatie t.a.v. de beoogde effecten van maatregelen Verzoek om gerealiseerde effecten te monitoren en terug te koppelen Motie om een andere beleidsmaatregel te treffen

Ondertekening De ondertekening geschiedt door voorzitter en griffier. De gemeenteraad dient voor het moment van indiening van het verzoek zijn instemming te hebben gegeven. De aanvraag dient uiterlijk 15 augustus 2024 door de Toetsingscommissie te zijn ontvangen. De gemeenteraad van de gemeente Ridderkerk stemt in met de onder 1 afgegeven verklaring door het college van deze gemeente. Ondertekening in dit formulier is een vormvereiste. Het is niet toegestaan om ter vervanging van onderstaande handtekeningen het gemeenteraadbesluit in te voegen of mee te sturen. De ondertekening is volledig indien de naam van de gemeente en de naam van de ondertekenaars zijn ingevuld, de datum is ingevuld en de handtekeningen zijn gezet. Met de ondertekening gaat de gemeenteraad akkoord met de beschrijving van de wijze waarop hij is geïnformeerd door het college en met de weergave van de samenvatting van de opvattingen van de gemeenteraad. 24

25

Datum: ___________ De voorzitter,

Naam van de ondertekenaar: dhr. C.A. Oosterwijk De griffier,

Naam van de ondertekenaar: mr. J.G. van Straalen

26

Toelichting op het aanvraagformulier bij het uitgebreide verzoek voor de ambtelijke ondersteuning van het college Voor de juistheid en de beoordeling van de aanvraag is het niet toegestaan dat u het format van de pagina’s met de vragen en ondertekening aanpast. U vindt in deze toelichting          

Hoe verloopt de aanvraagprocedure? Waarom zijn er twee versies van dit formulier? Hoe is het aanvraagformulier opgebouwd? Waarom is er een samenvatting in het aanvraagformulier opgenomen? Waarom is er een procesvraag in het aanvraagformulier opgenomen over de wisselwerking tussen het college en de gemeenteraad? Hoe uitgebreid moet het aanvraagformulier worden ingevuld en is hier een extern bureau bij nodig? Toelichting per vraag Wet- en regelgeving, relatie met Sisa verantwoording Ondersteuning vanuit Divosa Toelichting op begrip ‘externe maatregel’ en voorbeeld van goede beantwoording

Op de website www.toetsingscommissievp.nl kunt u meer informatie vinden over de vangnetuitkering. Hoe verloopt de aanvraagprocedure? Een verzoek om een vangnetuitkering over 2023 dient uiterlijk op 15 augustus 2024 te zijn ontvangen door de Toetsingscommissie vangnet Participatiewet. Omdat sprake is van een fatale termijn worden verzoeken, die na 15 augustus 2024 door de Toetsingscommissie vangnet Participatiewet worden ontvangen, niet in behandeling genomen. Het college dient het verzoek digitaal door middel van het webformulier op www.toetsingscommissievp.nl in te dienen. Na de aangegeven datum is dit webformulier niet meer beschikbaar. De toekenning van een vangnetuitkering gebeurt uitsluitend op verzoek van het college van burgemeester en wethouders van de tekortgemeente en nadat is vastgesteld dat aan alle geldende eisen wordt voldaan. Blijkens artikel 8c, eerste lid, van de Participatiewet, kan het indienen van een verzoek tot vangnetuitkering niet worden overgedragen aan het bestuur van een openbaar lichaam op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen. Waarom zijn er twee versies van dit formulier? Van dit formulier bestaan twee versies: ‘basisverzoek’ en ‘uitgebreid verzoek’. Tussen een ‘basisverzoek’ 27

en een ‘uitgebreid verzoek’ zijn inhoudelijke verschillen. De versie die u moet gebruiken is afhankelijk van het volgende: 

indien uw gemeente zowel over 2021 als over 2022 geen vangnetuitkering is verleend, gebruikt u de versie ‘basisverzoek’.

indien uw gemeente over 2021 en/of over 2022 wel een vangnetuitkering is verleend, gebruikt u de versie ‘uitgebreid verzoek’.

De tool op de website ondersteunt u bij het aanvraagproces: “Tool toegang, berekening en keuze formulier vangnetuitkering Participatiewet” Hoe is het aanvraagformulier opgebouwd? De vangnetaanvraag bestaat uit twee gedeelten: 1. De verklaring van het college en de toelichting op de verklaring 2. De instemming van de gemeenteraad In gedeelte 1 licht het college toe wat de analyse is van oorzaken van het tekort (onderdeel A), wat de maatregelen zijn gericht op tekortreductie (onderdeel B) en wat het beoogd effect is van de maatregelen op de tekortreductie (onderdeel C). Onderdeel D betreft de verklaring van het college en een toelichting van het college op deze verklaring. Deze toelichting gebeurt aan de hand van drie vragen (onderdelen A, B en C). Na iedere vraag kunt u het antwoord invoegen. Om te verduidelijken wat de commissie van u verwacht, staan er verschillende tussenkopjes. U kunt eventueel tabellen of grafieken invoegen. U kunt aangegeven op welke brondocumenten, die eventueel in de gemeenteraad zijn besproken, de aanvraag is gebaseerd. U kunt geen bijlagen toevoegen aan deze aanvraag. Hieronder wordt per vraag aangegeven wat verwacht wordt van de beantwoording. Daarna dient in gedeelte 2 de gemeenteraad te tekenen voor zijn instemming met de verklaring van het college. Dit mag niet worden vervangen door het in- of toevoegen van een gemeenteraadbesluit.

Waarom is er een samenvatting in het aanvraagformulier opgenomen? Uit het onderzoek naar de rol van de gemeenteraad is duidelijk geworden dat raadsleden behoefte hebben aan beknopte informatie op hoofdlijnen, zodat de rol van de gemeenteraad om in te stemmen met de verklaring van het college beter uitvoerbaar wordt. Waarom is er een procesvraag in het aanvraagformulier opgenomen over de wisselwerking tussen het college en de gemeenteraad?

28

In het aanvraagformulier is de volgende vraag opgenomen: ‘op welke wijze is de gemeenteraad geïnformeerd door het college?’ Onder deze vraag is een korte checklist opgenomen met een zestal punten die kunnen worden aangevuld. Vanaf de invoering van de vangnetuitkering in 2015 heeft de gemeenteraad een inhoudelijkbeoordelende ten aanzien van de vangnetuitkering; deze rol lag voorheen bij de Toetsingscommissie vangnet Participatiewet. Uit een onderzoek door de Toetsingscommissie bleek dat gemeenteraden slechts beperkt de vangnetaanvragen inhoudelijk beoordeelden. De beantwoording van de procesvraag geeft inzicht in de mate waarin de raad is betrokken bij de processtappen van signalering tot reductie van het tekort. Hoe uitgebreid moet het aanvraagformulier worden ingevuld en is hier een extern bureau bij nodig? Het uitgangspunt van de aanvraag van de vangnetuitkering is dat elke gemeente – ongeacht het aantal inwoners – zelfstandig de aanvraag moet kunnen voorbereiden en indienen. Dat houdt in dat alleen het opstellen van de aanvraag geen reden is om een extern bureau te betrekken. Daarbij wordt benadrukt dat het aan het lokale bestuur is hoe uitgebreid de vragen in het aanvraagformulier worden beantwoord, mits deze vragen duidelijk worden beantwoord. De beantwoording van de vragen in het aanvraagformulier is verplicht.

Dat geldt niet voor de suggesties in de onderstaande toelichting. Op de pagina ‘beoordeling en advisering’ over de VU 2023 wordt een en ander verder toegelicht.

Toelichting per vraag Het college van de tekortgemeente verklaart dat het interne en externe maatregelen heeft getroffen om tot verdere tekortreductie te komen en geeft daarop een toelichting door het invullen van de onderdelen A, B en C. Alle vragen moeten worden beantwoord. Hieronder staat een toelichting bij vraag A, B en C. Hieronder staan suggesties bij vraag A, B en C. Bij D volgt ondertekening door het college van de gemeente. Alle onderdelen moeten worden ingevuld.

Onderdeel A In dit onderdeel van de verklaring van het college wordt een analyse van de oorzaken van het tekort beschreven (onderdeel A1). Hieronder wordt verstaan: ‘een analyse van de ontwikkeling van de uitgaven en de oorzaken daarvan.’ Deze analyse dient specifiek in te gaan op de situatie in de eigen gemeente en/of de eigen arbeidsmarktregio. De analyse dient cijfermatig te worden onderbouwd, zodat duidelijk is op basis van welke cijfers de conclusies over de oorzaken worden getrokken, anders wordt niet voldaan aan het vereiste. Hierdoor krijgt de gemeenteraad voldoende inzicht in de analyse waarop de verklaring van het college is gebaseerd. Daarnaast geeft de analyse andere gemeenten inzicht in de oorzaken van het tekort en de inspanningen van de gemeente om dit tekort te beperken. Navolgbaarheid is van belang met het oog op de onderlinge solidariteit tussen gemeenten en dit kan andere gemeenten ook helpen om lering uit te trekken. 29

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.ridderkerk.nl/api/v1/meetings/1095/documents/37971