3. Concept Participatiestrategie.pdf
Tekst van het document
Concept Participatiestrategie Actualisatie Omgevingsvisie Versie 10 april 2024 1. Achtergrond en doel van dit stuk In de startnotitie Actualisatie Omgevingsvisie Ridderkerk is voorliggende beknopte communicatie- en participatiestrategie toegezegd. Deze legt de kaders vast voor de participatieniveaus van diverse doelgroepen en de rol van de politiek in het participatieproces. Daarnaast schetst deze strategie een globale aanpak, die na besluitvorming in detail wordt uitgewerkt in een concreet communicatie- en participatieplan. Dat plan gaat ter besluitvorming naar het college en ter info naar de gemeenteraad. 2. Participatieniveaus Een van de belangrijkste aspecten bij participatie is dat vooraf voor alle betrokkenen duidelijk is wat ieders invloed is in elke fase. Voor de Actualisatie Omgevingsvisie onderscheiden we vijf participatieniveaus. Dat is een gebruikelijke indeling die ook in de concept Nota Betrokken Samenleving wordt gehanteerd:
3. Verwachtingsmanagement Welk participatieniveau ook wordt gekozen, het is van groot belang dit vooraf aan de verschillende doelgroepen duidelijk te maken. Dat schept de juiste verwachtingen en voorkomt teleurstellingen. Duidelijk moet zijn dat de gemeente eindverantwoordelijk is en dat de gemeenteraad uiteindelijk het besluit zal nemen over de Actualisatie Omgevingsvisie. In zijn algemeenheid geldt: participatie betekent niet dat iedereen zijn zin krijgt, wel dat men gehoord wordt en dat alle belangen die naar voren worden gebracht zorgvuldig worden gewogen. Participatie heeft niet als eerste doel om absoluut draagvlak te realiseren, of
1
bezwaar en beroep te voorkomen. Goede participatie benut de kennis uit de samenleving en maakt (tegenstrijdige) maatschappelijke en particuliere belangen inzichtelijk. Dit inzicht maakt het mogelijk om tot een weloverwogen en gemotiveerd besluit te komen. We gaan niet participeren over al vastgesteld beleid. Wel willen we participeren over de hoogbouwvisie, de visie agrarische gronden en de te maken keuzes (tegenstrijdigheden) tussen al dat vastgestelde beleid. Het niveau van participatie werken we verder uit in het participatieplan. 4. Participatieniveaus voor Actualisatie Omgevingsvisie Ridderkerk Voor de Actualisatie Omgevingsvisie zoeken we qua participatieniveaus naar een balans tussen ambitie en realisme. Invloed van inwoners en ondernemers op de actualisatie vinden we als gemeente belangrijk, maar tegelijkertijd moeten we alleen dat vragen waar we ook daadwerkelijk iets mee kunnen doen. Doorgaans geldt dat hoe hoger het participatieniveau is, hoe meer tijd en aandacht er nodig is. Veel beleid dat wordt opgenomen in de actualisatie van de Omgevingsvisie is al vastgesteld. Op dat beleid zelf is geen participatie meer mogelijk. Maar we vragen wel inbreng van de stakeholders als op bepaalde locaties (als gevolg van het ‘over elkaar heen leggen van beleid’) knelpunten ontstaan.
We vragen inbreng van de stakeholders wat zij vinden welk beleid op die locatie het belangrijkst is. De stakeholders worden wel bevraagd over de varianten en afwegingskader hoogbouwcontour en op de visie agrarische gronden. We hebben deze balans gevonden in een aanpak op maat bij de indeling van participatieniveaus. Dus in elke fase voor elke doelgroep een passend participatieniveau. Deze benadering vraagt dat we in deze notitie eerst stilstaan bij de diverse doelgroepen voor de Actualisatie Omgevingsvisie. Vervolgens zullen we deze doelgroepen de verschillende participatieniveaus per projectfase toekennen. Voor de verdere uitwerking nemen we resultaten mee uit de enquête over de Nota Betrokken Samenleving over hoe inwoners betrokken willen worden en over welke onderwerpen. Voor die groep richten we ons op de door hen aangegeven voorkeursmanieren van participatie. 5. Doelgroepen Er is een stakeholdersanalyse uitgevoerd (zie bijlage 1). Deze resultaten leiden tot verschillende clusters van groepen, waar we de participatie ook op aanpassen. We onderscheiden op hoofdlijnen de volgende clusters van doelgroepen. In het communicatie- en participatieplan worden deze verder gespecificeerd (op naam, per wijk et cetera). • Inwoners o Individuele inwoners zullen we veelal per buurt of wijk aanspreken met thema’s die daadwerkelijk van toepassing zijn in de eigen leefomgeving.
Zo blijft de Actualisatie Omgevingsvisie ‘dicht bij huis’. Hierbij hebben we ook aandacht voor een vertegenwoordiging van jongeren. Ook bekijken we op welke manieren we inwoners betrekken, die minder taalvaardig zijn. o Georganiseerde inwoners: buurt- en wijkbelangenverenigingen, proeftuinen wijkoverleggen, Buurtpreventies.
2
• Ondernemers o Individuele ondernemers zullen we veelal per buurt aanspreken. o Georganiseerde ondernemers. o Agrariërs. • Belangenorganisaties o Natuurvereniging. o Beleidsplatform NMD. o Stichting BOOR. o Welzijn, sport en cultuur, van sportclubs tot historische verenigingen en kerken. • Omgevingspartners, zoals o NRIJ, Staatsbosbeheer. o GGD. o Buurgemeenten: aangrenzende gemeenten. o MRDH. o Nutsbedrijven. o Waterschap Hollandse Delta. o Woningcorporaties Wooncompas, woningbouwvereniging Slikkerveer en Bolnes. o Provincie Zuid-Holland. o Veiligheidsregio. o Rijkswaterstaat. 6. Verschillende intensiteit in deelname Zoals in de startnotitie Actualisatie Omgevingsvisie gesteld, spelen vraagstukken met een hoog abstractieniveau niet alle inwoners (en ondernemers) direct aan. We maken daarom onderscheid in organisaties die intensief mee willen doen op een hoger abstractieniveau, individuen die de Omgevingsvisie bovengemiddeld volgen maar per fase niet al te intensief willen/kunnen meedoen, en individuen die alleen af en toe op laagdrempelige wijze een reactie willen geven. Geïnteresseerde meedenkers De individuele inwoners benaderen we voor openbare bijeenkomsten, waarbij het uitgangspunt is dat elke inwoner per fase niet meerdere themabijeenkomsten hoeft langs te lopen, maar slechts één bijeenkomst hoeft te bezoeken voor een zo integraal mogelijk verhaal op hoofdlijnen.
Tijdens zo’n bijeenkomst zijn dan nog wel subsessies denkbaar, maar het tijdsbeslag blijft beperkt. Incidentele meedenkers Naast fysieke bijeenkomsten zijn er losse, beknopte acties om mensen die minder tijd of aandacht hebben, ook te betrekken. Denk aan een (online) peiling, straatenquête, buurttent et cetera. Hiermee hopen we ook mensen te bereiken die normaliter niet vooraan staan bij de meer klassieke inspraak/participatiegelegenheden, zoals jongeren en jongvolwassenen. Ook mensen die minder mobiel zijn of zeer druk bezet (jonge gezinnen met drukke banen) kunnen we zo eenvoudiger bereiken.
3
Intensieve meedenkers Daarnaast zijn er doelgroepen die we intensief willen betrekken. Met deze partijen gaan we al dan niet in groepsverband gesprekken aan. 7. Per fase We hebben de planning uit de startnotitie nader uitgewerkt, onder meer door hier de doelgroepen per fase aan toe te voegen. De verschillende doelgroepen kunnen hierbij verschillende participatieniveaus hebben. Een van de strategische keuzes die we voorstellen, is om veelal te kiezen voor het diabolomodel: we starten breed met werven en vervolgens ophalen (raadplegen), dan vernauwen we in kleiner gezelschap tot adviseren, vervolgens verbreden we weer door breed te informeren over de uitkomsten. Dit herhaalt zich in alle fasen na de Initiatieffase. Als uitzondering starten we in de fase van de ontwerp Omgevingsvisie weliswaar breed (gericht op alle inwoners), maar is het niveau niet Raadplegen maar Adviseren. De reden is dat in deze fase de belangrijkste keuzes ter sprake komen. Die worden in de volgende fase (Definitieve Omgevingsvisie) nog wel nader getoetst en uitgewerkt, maar we verwachten dat de hoofdlijnen duidelijk zijn aan het slot van de fase van ontwerp Omgevingsvisie. Voor de verdere uitwerking gebruiken we de instrumenten uit de Nota Betrokken Samenleving over hoe inwoners betrokken willen worden en over welke onderwerpen.
Voor die groep richten we ons op de door hen aangegeven voorkeursmanieren van participatie.
4
Fase Wat vragen we van inwoners Fase 1: Geen inbreng nodig. Inventarisatie en Participatiestrategie
Doelgroepen
Ruimte voor participatie Geen participatie.
College
Beslist over concept participatiestrategie en concept analyse en definitie hoogbouw.
Gemeenteraad
Ontvangt een RIB over het collegebesluit ter bespreking/ consultatie in een commissievergadering. Wordt via een commissievergadering geconsulteerd over concept participatiestrategie en concept analyse en definitie hoogbouw.
College
Beslist over concept analyse en concept definitie hoogbouw na commissie-consultatie. Dit is namelijk uitgangspunt bij de volgende fase (varianten hoogbouwcontour en afwegingskader).
College
Beslist over de definitieve participatiestrategie en uitwerking daarvan in een communicatie- en participatieplan.
Gemeenteraad
Ontvangt een RIB over het collegebesluit over de participatiestrategie en het communicatie- en participatieplan.
5
Fase
Wat vragen we van inwoners
Doelgroepen
Fase 2: uitkomst inventarisatie, varianten hoogbouwcontour, visie agrarische gronden en Nota Reikwijdte en Detailniveau
Inbreng over gerichte onderwerpen:
geïnteresseerde Raadplegen. en incidentele meedenkers (inwoners en ondernemers)
* Varianten hoogbouwcontour en afwegingskader voor hoogbouw.
Ruimte voor participatie Ontvangt een RIB over de analyse en definitie hoogbouw.
* Visie agrarische gronden. * Notitie Reikwijdte en detailniveau (planMER). * Uitkomsten inventarisatie bestaand en nieuw beleid: zij geven aan welke thema’s zij belangrijk vinden voor de toekomst van Ridderkerk. Dit in relatie tot al het beleid.
Inbreng over gerichte onderwerpen:
Intensieve meedenkers
Adviseren.
* Varianten hoogbouwcontour en afwegingskader voor hoogbouw. * Visie agrarische gronden. * Notitie Reikwijdte en detailniveau (planMER). * Uitkomsten inventarisatie bestaand en nieuw beleid: zij geven aan welke thema’s zij belangrijk vinden voor de toekomst van Ridderkerk. Dit in relatie tot alle thema’s.
6
Fase
Wat vragen we van inwoners
Doelgroepen College
Ruimte voor participatie Beslist over de concept varianten en concept afwegingskader hoogbouwcontour, concept visie agrarische gronden, concept Nota Reikwijdte en Detailniveau en concept uitkomsten inventarisatie bestaand en nieuw beleid.
Gemeenteraad
Ontvangt een RIB over het collegebesluit ter bespreking/ consultatie in een commissievergadering. Het college stuurt daarbij ook een participatieverslag toe.
Formele inspraakronde.
Fase 3: OntwerpOmgevingsvisie en planMER
Alle betrokkenen
Raadplegen.
College
Beslist over de ontwerp-Omgevingsvisie waarin onder andere de concept definitie en analyse hoogbouw, varianten hoogbouwcontour en afwegingskader, visie agrarische gronden zijn verwerkt en legt deze voor 4 weken ter inzage. Iedereen kan een zienswijze indienen. Beslist na de zienswijze periode over het via een RIB toesturen van alle ingekomen zienswijzen op de ontwerp omgevingsvisie.
7
Fase
Wat vragen we van inwoners
Doelgroepen Gemeenteraad (commissie)
Ruimte voor participatie Ontvangt een RIB over het collegebesluit ter bespreking/ consultatie in een commissievergadering. Ontvangt na de zienswijze-periode een RIB met de binnengekomen zienswijzen en beantwoording op de ontwerp omgevingsvisie.
Zo nodig (bijvoorbeeld als er veel is aangepast) meningen ophalen over de definitieve Omgevingsvisie voordat deze door de raad wordt vastgesteld.
Fase 4: Definitieve omgevingsvisie
Individuele inwoners en ondernemers
Zo nodig (bijvoorbeeld als er veel is aangepast) meningen ophalen over de def. Omgevingsvisie voordat deze door de raad wordt vastgesteld.
Betrokkenen informeren dat de Omgevingsvisie aan de raad ter besluitvorming wordt aangeboden.
Inwoners informeren dat de raad een besluit heeft genomen over de Omgevingsvisie.
Raadplegen.
Raadplegen.
College
College behandelt de Definitieve Omgevingsvisie.
College (projectgroep) Gemeenteraad
Informeren.
Projectgroep
Informeren.
Beslist over vaststelling van de omgevingsvisie.
8
8. Rol van de gemeenteraad, het college en andere partijen In bovenstaand stappenplan is te zien wat de rol van de raad is in elke fase. Voor de aanwezigheid en opstelling van raadsleden bij de diverse participatiemomenten met de bevolking geldt het volgende: • Raadsleden zijn welkom bij openbare sessies, vooral om mee te luisteren naar de inbreng van betrokkenen. Participatie impliceert dat het woord aan de inwoner is. Meepraten doen raadsleden in de commissie en de raad en daar is in het proces alle gelegenheid voor. Voor wethouders en de burgemeester gelden andere uitgangspunten: • Collegeleden zijn welkom bij openbare sessies, zoals bewonersbijeenkomsten (inloop of plenair) en kunnen bij aanvang of slot een bescheiden rol hebben (denk aan welkomst- of dankwoord), maar beperken zich gedurende de rest van de bijeenkomst tot een bescheiden rol: wanneer nodig iets toelichten, maar liever vooral toehoren. Ook voor wethouders geldt dat er voor hen nog alle ruimte is voor politiek bedrijven, maar dan in het college en bij de raad. Bij openbare sessies zijn medewerkers van de gemeente zonder meer welkom, ook wanneer ze uitsluitend toehoorder zijn. In het algemeen geldt uiteraard dat ook medewerkers van de gemeente zich bescheiden opstellen en het woord vooral aan inwoners laten. 9.
Uitwerking in Communicatie- en Participatieplan Het Communicatie- en Participatieplan zal zoals gezegd de doelgroepen nader specificeren/inventariseren. Dit wordt opgesteld in samenspraak met het te selecteren bureau dat de actualisatie van de Omgevingsvisie gaat begeleiden en uitvoeren. Daarnaast wordt onder meer uitgewerkt: • afstemming met eventuele andere participatietrajecten die reeds lopen, om participatiemoeheid en dubbelingen te voorkomen; • werving en informeren vooraf (extra aandacht voor jongeren en jongvolwassenen) en tussentijds (geïnformeerd wachten); • communicatiemiddelen en werkvormen voor participatie (zowel fysiek als online). Voor de uitwerking houden we ons aan de volgende spelregels: 1. Voorafgaand aan het participatietraject beschrijft de gemeente het participatietraject met minimaal de volgende informatie: Het doel van de participatie; De impact van het onderwerp van het participatietraject op de omgeving; Een duidelijke omschrijving waar het participatietraject over gaat; Een analyse van alle betrokkenen bij het participatietraject; De ruimte voor participatie, inclusief een toelichting daarop (participatieladder); Transparantie over het proces tot besluitvorming.
9
2. Het uitgangspunt is dat de mate van participatie in verhouding staat tot de impact van het onderwerp van het participatietraject op de omgeving. De impact is afhankelijk van: de invloed op de omgeving; de maatschappelijke aandacht; de meerwaarde voor de samenleving en/of de ruimtelijke kwaliteit; de mate van hinder voor de omgeving. 3. Voorafgaand aan het participatietraject ontvangen betrokkenen informatie over het participatietraject en de wederzijdse verwachtingen (wie beslist, waarover en wanneer) worden besproken. 4. De besluitvorming gebeurt transparant. Het besluitvormende orgaan is transparant over de opbrengst van het participatieproces (participatiebeschrijving), wat met de opbrengst is gedaan (aanbevelingen wel of niet overgenomen) en onderbouwt het besluit. 5. Over het genomen besluit wordt extern gecommuniceerd. 6. Het bevoegd gezag neemt, voorafgaand aan een participatietraject over een omgevingsvisie of omgevingsprogramma, een besluit over de in spelregel 1 genoemde beschrijving van het participatietraject (participatiestrategie). 7. Het college van B&W werkt de participatiestrategie voor een omgevingsvisie of omgevingsprogramma uit in een participatieplan en overweegt daarin wat de passende wijze is om betrokkenen te informeren over de in spelregel 3 genoemde informatie. 8.
De in spelregel 4 genoemde beschrijving van het afgeronde participatietraject maakt onderdeel uit van de besluitvorming over de vaststelling van een omgevingsvisie, omgevingsprogramma of omgevingsplan.
10
Bijlage 1: Lijst met stakeholders Lijst met stakeholders Hieronder staat een lijst met stakeholders die in meerdere of mindere mate betrokken kunnen zijn bij de actualisatie van de Omgevingsvisie. In het nog op te stellen participatieplan wordt per fase verder uitgewerkt hoe en wanneer deze partijen worden benaderd en wat de mate van participatie is. Tevens geven we aan waarover geparticipeerd kan worden. Mochten er in de loop van de tijd extra stakeholders komen die een plek moeten krijgen in het plan, dan wordt dat uiteraard aangepast. De lijst is nu als volgt (op alfabetische volgorde): Agrariërs Beleidsplatform NMD 2 BIZ’en Burgeradviesraad Sociaal Domein Buurgemeenten College Gemeenteraad GGD Inwoners Jongeren Kerken MRDH NRIJ en Staatsbosbeheer Oasen Oudheidskamer Portefeuillehouder Proeftuinen wijkoverleggen Provincie Zuid-Holland Rijkswaterstaat Rondo Sportverenigingen Stichting BOOR Waterschap Hollandse Delta Woningbouwvereniging Slikkerveer en Bolnes Wooncompas
11