CConstaterende datRidderkerk
Koppel je AI →
Document · PDF

2e Tussenrapportage 2023 Ridderkerk.pdf

Gemeenteraad RK 2 november 2023, gemeente RidderkerkBij agendapunt: 5A: 2e Tussenrapportage 202326.913 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

2822 16-12-2021 CDA

7-9-2023 Commissieconsultati Op 26 september is er een commissiebijeenkomst, e waarin we de uitkomsten van het onderzoek presenteren. In november / december volgt een raadsvoorstel voor vaststelling van de uitvoeringsnota Mobiliteit Bolnes, waarin deze raadstoezegging zal worden opgenomen.

2909 2-6-2022

2822 Gebiedsvisie en planMER Rivieroevers opstellen Mobiliteitsstrategie

Partij 2909 Vragenuur/Hek 18PLUS Middenmolendijk

2e Tussenrapportage 2023

Als de Mobiliteitsstrategie opgesteld gaat worden, wordt aan de voorkant met de raad het gesprek aangegaan.

Als het college een oplossing heeft gevonden 12-9-2023 en de nieuwe situatie duidelijk is, wordt de In 2022 hebben wij naar de bewoners rond de helling raad geïnformeerd. een ontwerp gestuurd voor de fietshelling. Voor een eerder ontwerp voor een hellingbaan moeten kabels en leidingen, die in de grond van de openbare ruimte liggen, verlegd worden. Hiervoor is opdracht aan de nutsbedrijven gegeven. De doorlooptijd hiervan loopt ongeveer tot eind 2023.

N.v.t.

N.v.t. do. 28 Cie. N.v.t. sep SW 2023

N.v.t. N.v.t.

N.v.t.

55

Datum Nr.

Datum

Fractie

Naam / Onderwerp

Actie - toezegging

Stand van zaken

Op te stellen document

RIB

Commissie Raa d

Wij verwachten dat de fietshelling begin 2024 gerealiseerd kan worden. In april 2023 is een bewonersbrief over de fietshelling en het hekwerk gestuurd. In augustus zijn art 41 vragen gesteld over het hekwerk. In september zijn deze vragen beantwoord. 3374 25-5-2023

VVD

3374 Programma Stedelijk Met het waterschap, die daarvoor Water 2023-2027 verantwoordelijk is, zal gesproken worden uitfilteren medicijnresten over een uitbreiding van de zuivering, ten behoeve van het uitfilteren van medicijnresten.

3383 8-6-2023

SGP

3383 Vragenuur Bewoners ontvangen een brief waarin is 11-7-2023 Bouwverkeer Pruimendijk opgenomen wat op korte termijn de oplossing De toegezegde brief is op 19 juni 2023 verstuurd. t.h.v. voormalige manege vormt.

56

10-7-2023 N.v.t. Er is gesproken met het waterschap. De zuivering van Ridderkerk wordt niet aangepast ten behoeve van het uitfilteren van medicijnresten. Het grootste effect in relatie tot de forse investeringen die daarvoor benodigd zijn kan worden bereikt door grote rioolwaterzuiveringen (meer dan 100.000 inwonersequivalenten) aan te passen. Dit wordt mogelijk ook opgenomen in een nieuwe EU-richtlijn. De zuivering van Ridderkerk is hiervoor te klein (66.400 inwonersequivalenten). N.v.t.

N.v.t. N.v.t.

N.v.t.

N.v.t. N.v.t.

N.v.t.

2e Tussenrapportage 2023

Bijlage 3 Bestuursrapportage Sociaal domein

2e Tussenrapportage 2023

57

Bestuursrapportage Sociaal Domein Q2 2023 Gemeente Ridderkerk

Inhoud Inleiding ................................................................................................................................................. 2 Samenvatting......................................................................................................................................... 2 1

2

3

Participatie, minimavoorzieningen en schuldhulpverlening ......................................................... 4 1.1

Ontwikkeling van het uitkeringsbestand ............................................................................... 4

1.2

Segmentatie .......................................................................................................................... 7

1.3

In- en Uitstroom .................................................................................................................. 11

1.4

Arbeidsbeperkten ................................................................................................................ 14

1.5

Minimabeleidsvoorzieningen .............................................................................................. 14

1.6

Schuldhulpverlening ............................................................................................................ 16

Wijkteam en Jeugdhulp ............................................................................................................... 17 2.1

Leeftijdsverdeling ................................................................................................................ 17

2.2

Unieke cliënten.................................................................................................................... 18

2.3

Unieke cliënten per perceel ................................................................................................ 19

2.4

Unieke cliënten per wijk ...................................................................................................... 19

2.5

Verwijzers ............................................................................................................................ 21

2.8

Hulpverlening vanuit de wijkteams ..................................................................................... 24

Wmo en doelgroepenvervoer ..................................................................................................... 25 3.1

Trends en ontwikkelingen ................................................................................................... 25

3.2

Wmo cliënten per wijk ........................................................................................................ 26

3.3

Leeftijdsopbouw Wmo ........................................................................................................ 27

3.4

Zorgstapeling Wmo ............................................................................................................. 28

3.5

Beschikkingen Wmo ............................................................................................................ 29

3.6

Doelgroepenvervoer ........................................................................................................... 30

1

Bestuursrapportage Sociaal Domein Q2 2023 Inleiding Dit is de bestuursrapportage tot en met het tweede kwartaal 2023. We starten met een samenvatting van de belangrijkste ontwikkelingen binnen het Sociaal Domein. Vervolgens treft u de cijfers aan over het tweede kwartaal van 2023 van het Sociaal Domein. Deze cijfers gaan over een aantal inhoudelijke onderwerpen: Participatie, minimavoorzieningen en schuldhulpverlening, Jeugdhulp en wijkteams en Wmo en doelgroepenvervoer. In de tabellen in deze bestuursrapportage zijn de cijfers opgenomen tot en met 30 juni 2023. Na deze datum kunnen deze cijfers nog wijzigen, als gevolg van mutaties die na de peildatum plaatsvinden. Dit is een gevolg van het administratieve proces.

Samenvatting Hieronder worden de belangrijkste ontwikkelingen per aandachtsgebied in het sociaal domein kort samengevat. Participatie Het uitkeringsbestand is over het tweede kwartaal van 2023 gestegen. Het grootste deel van de uitkeringsgerechtigden in Ridderkerk heeft een grote afstand tot de arbeidsmarkt. Dit zien we ook terug in de instroom. Ondanks de krappe arbeidsmarkt is het genereren van uitstroom van mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt een uitdaging . Hierdoor is er niet gebroken met de stijgende trend. Met de specifieke inzet op jongeren en re-integratie is de verwachting dat er meer uitstroom gegenereerd gaat worden. De mensen die uitstromen doen dit doorgaans op een duurzame wijze. Het aandeel jongeren in het uitkeringsbestand is binnen de gestelde Kritische prestatie-indicatoren (KPI’s) gebleven maar wel gestegen. Dit heeft onze aandacht. Voor het minimabeleid zien we in het tweede kwartaal 2023 een stijging als het gaat om het aantal aanvragen bijzondere bijstand en overige minimaregelingen. Wijkteam en jeugdhulp De inzet vanuit het wijkteam is gericht op passende dienstverlening en op laagdrempelige hulp en ondersteuning.

We werken aan het verlagen van de doorlooptijden van aanvragen jeugdhulp, we zetten in op preventieve hulpverlening en ondersteuning en we blijven ons inzetten om gezinnen met zorgen over veiligheid zo vroeg mogelijk van dienst te zijn. Op deze manier verwachten we op de lange termijn dat we steeds vaker kunnen voorkomen dat jeugdhulp nodig is. We zien namelijk een stijgend aantal jeugdigen dat jeugdhulp nodig heeft. Dit werd in 2022 veroorzaakt door onder andere ingehaalde zorg als gevolg van de coronacrisis. Nu deze voorbij is, verwachten we een lichte daling (lokaal, regionaal of een combinatie van beide). In vergelijking met het tweede kwartaal van 2022 is het aantal cliënten dat gebruikmaakt van regionaal ingekochte jeugdhulp (hierna: regionale jeugdhulp) gedaald. Het aantal cliënten dat gebruikmaakt van lokaal ingekochte jeugdhulp (hierna: lokale jeugdhulp) is weliswaar gestegen. Daarentegen stijgen de kosten voor zowel de regionale jeugdhulp als de lokale jeugdhulp ten opzichte van vorig jaar. Het wijkteam en de huisarts blijven de belangrijkste verwijzers voor jeugdhulp. Ook in het tweede kwartaal van dit jaar is ingezet op een betere samenwerking en afstemming met de huisartsen. Opvallend is de afname in het aantal verwijzingen vanuit de Gecertificeerde Instellingen ten opzichte van vorig jaar. Dit kan mogelijk verklaard worden door de inzet van het wijkteam.

Door zorgen en hulpvragen in de eerste lijn zorg van het wijkteam op te pakken voorkomen we opschaling naar Gecertificeerde Instellingen en doorverwijzingen vanuit hen. Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) De lange termijn verwachting blijft dat het aantal cliënten en de zorgstapeling blijven toenemen. De toename is vooral toe te schrijven aan autonome trends en ontwikkelingen zoals de vergrijzing en de ambulantisering van zorg. In de meeste wijken neemt het aantal cliënten in zorg dan ook over de jaren toe. Het beeld over de gehele gemeente in de periode juni 2021 – juni 2023 is dat het aantal cliënten ligt stijgt. Verreweg het grootste gedeelte van de cliënten is 60 jaar of ouder. In lijn met de lange termijn verwachting is er een toename in de zorgstapeling van individuele maatwerkvoorzieningen. Dit komt vooral door de toename van de cliënten die gebruik maken van de diensten Hulp bij het Huishouden.

2

Het gebruik van het Wmo-vervoer is nog niet volledig genormaliseerd ten opzichte van vóór corona. Mede door toename van de doelgroep en complexere zorgbehoefte is het landelijke en regionale beeld dat het gebruik van het leerlingen- en jeugdwetvervoer voor een toename heeft gezorgd. De verwachting is dat door vergrijzing en geen coronamaatregelen het Wmo-vervoer een lichte autonome stijging laat zien van het aantal gereden ritten. Het jeugd- en leerlingenvervoer zal naar alle waarschijnlijkheid verder stijgen.

3

1. Participatie, minimavoorzieningen en schuldhulpverlening Hieronder is verschillend datamateriaal over participatie, minimavoorzieningen en schuldhulpverlening gevisualiseerd om inzicht te geven op deze terreinen. Er wordt gestart met het uitkeringsbestand. De data eronder zijn een nadere uitsplitsing van het uitkeringsbestand. Deze data geven inzicht in de opbouw van het uitkeringsbestand. Verschillende kenmerken worden belicht. Hierna gaan we dieper in op de verschillende segmenten. De hoogte van het uitkeringsbestand is afhankelijk van de in- en uitstroom. Allereerst bekijken we in hoeverre we met preventieve maatregelen voorkomen dat mensen instromen. Vervolgens bekijken we de in- en uitstroom, waarbij er extra aandacht is voor een speciale groep instroom, zijnde statushouders. De groep arbeidsbeperkten is een aparte aandachtsgroep binnen het uitkeringsbestand. Hiervoor is dan ook speciale aandacht voor binnen de bestuursrapportage. Bij de verschillende tabellen staat een uitleg van de tabel. De verklaring is opgenomen in de toelichtingsteksten. Het kan zijn dat cijfers van verschillende tabellen niet exact overeenkomen. Dit komt omdat gegevens uit verschillende rapporten worden gehaald. Dit heeft ook tot gevolg dat tabellen soms worden vergeleken met bijvoorbeeld een jaar en soms met een andere tijdseenheid. Er wordt aan gewerkt om dit te corrigeren.

1.1 Ontwikkeling van het uitkeringsbestand

Uitleg Het betreft het aantal uitkeringsdossiers aan het einde van de maand, ongeacht het aantal personen. Een uitkering die aan één persoon wordt verstrekt telt dus voor één en een uitkering die aan meerdere personen (gezin) wordt verstrekt telt ook voor één. ‘IOAW/IOAZ’ zijn regelingen voor oudere werklozen (IOAW: geboren voor 1965; IOAZ: ex-zelfstandigen van 55 jaar of ouder). De 'BBZ' is een regeling voor inkomensondersteuning voor zelfstandigen. Toelichting In het tweede kwartaal van 2023 zien we een lichte stijging in het uitkeringsbestand van 12. Dit is een voortzetting van de ontwikkeling in het eerste kwartaal. De gestelde KPI is 825. Hier wordt niet aan voldaan. Het beeld van een lichte stijging van het uitkeringsbestand in dossiers is niet in lijn met landelijke ontwikkelingen in 2022 waar er door de economische groei in 2022 en de krappe arbeidsmarkt een lichte daling te zien is. De trajecten die in 2022 en de eerste helft van 2023 zijn ingezet hebben in 2023 nog onvoldoende effect gesorteerd. Dit komt door de soort instroom (relatieve grote afstand tot de arbeidsmarkt; bv. statushouders, multi-problematiek) en doordat trajecten die ingezet zijn voor mensen met een grotere afstand tot de arbeidsmarkt tijd nodig hebben om uitstroom te genereren. In de tabellen hieronder gaan we dieper in op de kenmerken van het uitkeringsbestand.

Daarmee visualiseren we bovenstaande toelichting.

4

Uitleg De groene lijn geeft aan dat het aantal jongeren dat instroomt onder de gestelde KPI is gebleven. In de tabel is het aantal jongerendossiers te zien. Het betreft het aantal uitkeringsdossiers waarbij de cliënt en (indien van toepassing) de partner jonger dan 27 jaar zijn. De KPI in 2023 is mede gebaseerd op het landelijke percentage “aandeel jongerendossiers” ten opzichte van het totaal aantal dossiers. Toelichting De gestelde doelstelling voor het tweede kwartaal van 2023 over het aantal jongerendossiers is behaald. Wel is er een stijging van drie te zien in het aantal jongerendossiers. Deze stijging heeft onze aandacht. Er is een specifieke klantmanager jongeren. Daarbovenop is er extra inzet geweest op de jongerendossiers. Er wordt gekeken om de KPI in 2024 aan te scherpen. Uitkeringsduur Deze tabel verdeelt het uitkeringsbestand in hoe lang mensen een uitkering ontvangen.

5

Toelichting Binnen het uitkeringsbestand zien we een verschuiving van de duur dat mensen in de uitkering zitten. De uitkeringsduur wordt langer. Dit komt doordat er meer meer mensen met een grotere afstand tot de arbeidsmarkt (multi-problematiek) zijn en/of mensen die eerst met hun inburgering aan de gang moeten (statushouders). Dit is ook terug te zien in de segmentering die later aan bod komt. Instelling Het aantal uitkeringsgerechtigden dat in een instelling verblijft is stabiel en relatief laag in Ridderkerk. Zij krijgen begeleiding vanuit de instelling zelf.

Leefvorm Onder de leefvorm 'gehuwd' vallen ook gezinnen en samenwonende partners of personen die een gezamenlijke huishouding met elkaar voeren. De verhoudingen voor de leefvormen: bij alleenstaande is een stijging te zien van twaalf (549 in januari 2023 en 561 in juni 2023), bij alleenstaande ouders is een stijging te zien van twee (200 in januari 2023 en 202 in juni 2023) en bij gehuwden is een lichte stijging te zien van twee (155 in januari 2023 en 157 in juni 2023). De grootste groep is de groep van alleenstaanden.

Uitkeringsbestand per wijk Deze tabel geeft een overzicht weer van het aantal uitkeringsgerechtigden per wijk in de gemeente. De grootte van de wijk speelt een rol. In de tabel is te zien dat daar waar relatief veel sociale huurwoningen zijn, over het algemeen ook meer bijstandsgerechtigden zijn. Dit komt onder meer doordat er in de bijstand een vermogensgrens is. Een koopwoning is vaak niet mogelijk. Daarnaast speelt de hoogte van

6

de huur ook een rol. Tevens is de groep ‘Buiten Ridderkerk’ opgenomen. Het betreft hier personen waarvan de verblijfplaats (nog) niet was geregistreerd. Door de systemen steeds nauwkeuriger te vullen neemt het aantal cliënten in deze groep de laatste jaren flink af. Ten opzichte van 2022 hebben er in het tweede kwartaal van 2023 geen grote wijzigingen plaatsgevonden.

1.2 Segmentatie Uitleg Personen die een bijstandsuitkering ontvangen zijn verdeeld in drie segmenten. Op deze manier kan de ontwikkeling goed gemonitord worden. Het gaat hierbij om het aantal personen dat wij in begeleiding hebben en niet om het aantal uitkeringsdossiers. De drie segmenten zijn: 1. Werk: De verwachting is dat de klant binnen nul tot zes maanden beschikbaar is voor en bemiddelbaar is naar werk. Er zijn weinig tot geen belemmeringen. 2. Re-integratie: De verwachting is dat de klant binnen zes tot achttien maanden beschikbaar is voor en bemiddelbaar is naar werk. Er zijn belemmeringen, bijvoorbeeld op het gebied van werknemersvaardigheden, werkervaring of Nederlandse taal. 3. De klant is niet beschikbaar voor werk of re-integratie en de verwachting is dat hij dat ook niet binnen achttien maanden zal zijn. Dit komt door in de persoon gelegen factoren zoals fysieke of psychische problematiek die hem langdurig zullen beperken. Begeleiding is gericht op deelname aan de maatschappij.

7

Toelichting In het overzicht is te zien dat het grootste gedeelte van de uitkeringsgerechtigden (54,37%) ondersteuning nodig heeft bij het vinden van werk. Voor 31% is het doen van vrijwilligerswerk en het meedoen in de samenleving op dit moment het hoogst haalbare en voor 14,63% is het mogelijk direct aan het werk te gaan eventueel met bemiddeling. Er is te zien dat het overgrote deel van de uitkeringsgerechtigden een grote afstand tot de arbeidsmarkt heeft. Tevens zien we dat dit aandeel stijgt. Dit is in lijn met de tabel uitkeringsduur. Dit komt door de instroom van statushouders (en hun inburgering) en mensen met een dusdanige complexe problematiek dat zij ondanks de krappe arbeidsmarkt niet direct bemiddelbaar zijn. Het kleine en dalende aandeel van het segment ‘werk’ betekent dat die mensen die een korte afstand tot de arbeidsmarkt hebben ook daadwerkelijk niet meer afhankelijk zijn van een uitkering. Segment ‘Werk’ Het college wil arbeidsparticipatie bevorderen en mensen naar werk begeleiden. De uitkeringsgerechtigden uit het segment werk worden dan ook actief bemiddeld naar een nieuwe baan. Voor het tweede kwartaal van 2023 hebben we hiervoor ook doelen gesteld. De uitstroom zit in absolute aantallen nog niet op het gewenste niveau. Op dit moment is de arbeidsmarkt dusdanig dat het arbeidspotentieel benut kan worden.

De mensen die uitstromen naar werk, doen dat dat op een duurzame wijze. Door de huidige karakteristieken van het uitkeringsbestand wordt er ook ingezet op directe trajecten van het segment ‘re-integratie’ naar uitstroom. Een voorbeeld hiervan is Jelloo. Dit traject heeft een integrale aanpak voor mensen met multi-problematiek. Dit is ingezet in het tweede kwartaal van 2023. De eerste resultaten worden in de tweede helft van 2023 verwacht. Een ander voorbeeld zijn de empowermenttrainingen.

8

Uitleg Uitstroom naar werk en opleiding In 2023 willen wij minimaal 200 personen naar werk of een opleiding bemiddeld hebben. Er zijn 37 personen bemiddeld naar werk of een opleiding. De afstand tot de arbeidsmarkt voor uitkeringsgerechtigden is gemiddeld groot. Dat betekent dat mensen eerst nog moeten werken aan bepaalde problematiek voordat zij kunnen uitstromen. In het tweede kwartaal van 2023 zijn er verschillende zaken uitgezet om (in een later stadium) een hogere uitstroom te genereren. Te denken valt aan meer en beter aansluitende trajecten. Dit sluit aan bij het bestedingsplan re-integratie. Duurzame uitstroom Wij willen onze inwoners graag aan het werk helpen en hierbij ondersteuning bieden. Wat wij hierbij ook belangrijk vinden, is dat de inwoner voor langere tijd aan het werk is. Dit betekent in ieder geval een contract van zes maanden met een inkomen boven het bijstandsniveau. Dit noemen we duurzame uitstroom. Het percentage duurzame uitstroom is met 97,7% ruim boven de gestelde norm van 70%. Dit betekent dat bijna alle personen die aan het werk gaan ook aan het werk blijven en duurzaam re-integreren op de arbeidsmarkt. SRoI In het tweede kwartaal van 2023 zijn er acht personen aan het werk gegaan door een plaatsing via een SRoI verplichting.

Er wordt samengewerkt met aanbieders om onze kandidaten te plaatsen op een SRoI plek en de aanbieder te ondersteunen en adviseren bij het vervullen van de SRoI verplichting. Inkomsten uit deeltijd werk In het tweede kwartaal van 2023 heeft 13,18% van het aantal uitkeringsgerechtigden parttime inkomsten. De doelstelling is om dit tenminste 10% te laten zijn. Hierdoor voldoen wij op dit moment aan de gestelde doelstelling. Segment ‘Re-Integratie’ Voor een deel van de mensen met een uitkering is werken niet meteen mogelijk. Hier kunnen verschillende redenen voor zijn. Door deze mensen een passend traject aan te bieden, wil de gemeente ervoor zorgen dat deze groep ook weer aan de slag kan. Dit betekent dat uitkeringsgerechtigden uit het segment re-integratie door kunnen stromen naar het segment werk. Ook zijn er trajecten ingezet om mensen direct te begeleiden naar werk, zoals benoemd bij het segment werk.

9

Toelichting In het tweede kwartaal van 2023 was het doel om voor meer doorstroom tussen het segment re-integratie en werk te zorgen en meer kandidaten ‘jobready’ te maken. Dit betekent dat er over het tweede kwartaal van 2023 een doorstroom van in ieder geval 20% moet zijn van de segmenten sociale activering en re-integratie naar werk. Over het tweede kwartaal van 2023 was de doorstroom naar segment werk 16,8%. Dit betekent dat er groei zit in de doorstroom, maar dat de doorstroom naar het segment werk nog niet voldoet aan de doelstelling van 20%. Hierbij moet worden aangemerkt dat mensen ook direct kunnen uitstromen. Wij hebben in het tweede kwartaal van 2023 68 opleidingstrajecten kunnen aanbieden (waarvan er 21 gestart in de eerste twee kwartalen van 2023), 26 keer een werkervaringsplek ingezet (waarvan er 14 gestart zijn in de eerste twee kwartalen van 2023) en 302 keer een traject ingezet dat bijdraagt aan de ontwikkeling van de persoon, mogelijk richting de arbeidsmarkt (waarvan er 163 gestart zijn in de eerste twee kwartalen van 2023). Hier kunnen zij werkervaring opdoen en werknemersvaardigheden aanleren. Het aantal ingezette werkervaringsplekken blijft achter. Deze plekken moeten qua werkzaamheden en begeleiding aansluiten op de behoefte van de desbetreffende persoon. De gemeente Ridderkerk is continu op zoek naar een goede ‘match’.

Bij een gebrek aan deze match zijn er alternatieve trajecten ingezet om mensen wel de stappen te kunnen laten zetten die zij nodig hebben om de afstand naar de arbeidsmarkt te verkleinen. Dit is terug te zien in het hoge aantal overige re-integratie trajecten. Hierbij valt te denken aan jobcoaching, Bewegen werkt, Taalpunt, Werkfit traject, Jonge Krijger en proefplaatsing.

10

Segment ‘Sociale activering’ Voor personen die in het segment sociale activering vallen is de kans op het direct vinden van betaald werk klein. Dit komt door in de persoon gelegen factoren zoals fysieke of psychische problematiek die hem/haar langdurig zullen beperken. De begeleiding is gericht op deelname aan de maatschappij.

Uitleg Voor het segment sociale activering zijn voor het tweede kwartaal van 2023 een aantal doelen gesteld. Ook al is het doel niet gericht op het vinden van betaald werk, ook voor deze doelgroep zijn er passende trajecten. Voor 2023 willen wij dat in ieder geval 100 personen vrijwilligerswerk verrichten. Te zien is dat in de eerste twee kwartalen van 2023 zestien mensen gestart zijn met vrijwilligerswerk. In totaal zijn er 100 inwoners die vrijwilligerswerk doen in het kader van sociale activering. In het tweede kwartaal van 2023 zien we een stabiel beeld van het aantal mensen dat vrijwilligerswerk verricht. Om ook voor deze doelgroep passende trajecten te vinden waar ontwikkeling mogelijk is, is een verdere intensivering van de samenwerking met onze partners nodig. Daarbij was het streven in het tweede kwartaal van 2023 dat er maximaal 10% van het segment sociale activering is ontheven van alle verplichtingen. Dit percentage ligt nu op 19%. Daar waar nodig wordt er een medische keuring uitgevoerd.. Bij een ontheffing heeft een kandidaat geen re-integratie verplichtingen. Wij proberen regelmatig contact te houden om te kijken of wij op een ander vlak mogelijk wel ondersteuning kunnen bieden. Opvallend zijn de fluctuaties van het aantal ontheffingen. De reden wordt onderzocht.

1.3 In- en Uitstroom De in- en uitstroom bepaalt uiteindelijk de hoogte van het uitkeringsbestand. De instroom is mede afhankelijk van landelijke trends. Op dit moment is er een krappe arbeidsmarkt. De instroom is in vergelijking met 2022 lager. De gemeente Ridderkerk wil voorkomen dat mensen afhankelijk worden van een uitkering als dit nodig is. Dit wordt uitgedrukt in de preventiequote. Ook is het belangrijk om een goed inzicht te hebben in de soort instroom zodat mensen zo kort mogelijk niet deelnemen aan het arbeidsproces. Hoe langer een uitkering hoe moeilijker het wordt om weer aan het werk te gaan. Eerst kijken we naar de hoogte van de in- en uitstroom, vervolgens naar het voorkomen van instroom, specifieke instroom (statushouders) en als laatste naar de soort uitstroom. In- en uitstroom Uitleg Het aantal uitkeringsdossiers dat per maand geopend en het aantal dossiers dat per maand afgesloten is.

11

Toelichting: De lagere instroom is grotendeels toe te schrijven aan het achterblijven van het huisvesten van statushouders. Ongeveer drie kwart van de instroom is niet direct bemiddelbaar naar werk. Van de 25% die instroomt in het segment ‘werk’ verwachten wij dat een groot gedeelte in de tweede helft van 2023 gaat uitstromen. De verwachting is dat er een stijging van de uitstroom komt door de ingezette trajecten. Preventiequote Uitleg Om ervoor te zorgen dat het uitkeringsbestand niet stijgt is een goede controle aan de poort belangrijk. Enerzijds dient er goed beoordeeld te worden of iemand recht heeft op een uitkering. Anderzijds zetten we in op het gelijk vinden van werk tijdens het aanvraagproces. Hiermee blijft de mindset van de aanvragers gericht op werk en niet op een uitkering. Dit geldt voor alle inwoners, maar in het bijzonder voor jongeren. De gemeente Ridderkerk vindt het belangrijk dat jongeren niet in een uitkeringssituatie terecht komen, maar actief blijven met in eerste instantie een opleiding en anders werk. Deze doelstelling wordt gemeten met de preventiequote. Er is te zien hoeveel meldingen er zijn gedaan en hoeveel aanvragen uiteindelijk zijn toegekend.

Als een aanvraag niet is toegekend betekent dit dat een inwoner tijdens het aanvraagproces werk of een opleiding heeft gevonden of op een andere manier niet in aanmerking komt voor een uitkering (vermogen, voorliggende voorziening etc.).

12

Toelichting Er is te zien dat in het tweede kwartaal van 2023 de preventiequote voor jongeren 77% bedraagt. Hiermee voldoen wij op dit moment aan de doelstelling van 60%. De jongeren die geen uitkering toegekend hebben gekregen zijn over het algemeen doorbemiddeld naar in eerste instantie een opleiding en anders werk. Zoals eerder benoemd is er wel een stijging te zien in het aantal jongerendossiers. Dat betekent dat het aantal meldingen is gestegen. Voor volwassenen (ouder dan 27) is de preventiequote 33%. Dit is lager dan de gestelde KPI van 50%. Voor de personen die uiteindelijk geen uitkering hebben gekregen kunnen andere voorliggende voorzieningen een rol spelen, zoals het vinden van werk of studie, recht op een andere voorziening (UWV) of veel eigen vermogen bezitten waardoor bijstand niet mogelijk is. Het is niet mogelijk om deze gegevens per afwijzing inzichtelijk te maken.

Huisvestingstaakstelling statushouders/vergunninghouders Uitleg: De rode lijn geeft de halfjaarlijkse taakstelling weer voor de gemeente. Het staafdiagram geeft per half jaar cumulatief het aantal geplaatste vergunninghouders weer dat door de Rijksoverheid wordt gepubliceerd. Doordat er uitgegaan wordt van de cijfers van de Rijksoverheid zit er een vertraging in de gerapporteerde cijfers. De gerealiseerde taakstelling wordt bepaald door het resultaat van de voorafgaande periode en het aantal geplaatste statushouders in de betreffende periode. Als het staafdiagram boven de rode lijn komt, betekent dit dat er meer statushouders zijn geplaatst dan voor die specifieke periode zijn gevraagd te huisvesten. Alle gezinsleden tellen mee in het aantal gehuisveste statushouders. De vertaling naar aantal uitkeringsdossiers is hiermee niet één op één te maken. Er wordt ervan uitgegaan dat het aantal uitkeringsdossiers 40% is van het gehuisveste aantal personen. Dit is afhankelijk van de migratiestroom en de mogelijkheid tot gezinshereniging. Als er meer alleenstaanden worden gehuisvest is het percentage dossiers hoger.

Toelichting: De taakstelling vanuit de provincie voor het eerste half jaar van 2023 is 23. In de maanden januari en februari hebben er geen huisvestingen plaatsgevonden. In maart zijn er twee statushouders gehuisvest, in april is er 1 statushouder, in mei zijn negen statushouders gehuisvest en in juni heeft er geen huisvesting plaatsgevonden. Dat betekent dat de huisvestingstaakstelling van de eerste helft 2023 niet behaald is. Er is een achterstand van 11 personen. De reden dat er minder statushouders zijn gehuisvest is dat er andere doelgroepen een hogere prioriteit genoten. De verwachting is dat in samenwerking met de woningcorporatie de huisvesting van statushouders weer op gang komt in de tweede helft van 2023. Uitstroom Het aantal uitkeringsdossiers dat per maand afgesloten is uitgesplitst naar reden van beëindiging.

13

Toelichting: Er is in het tweede kwartaal van 2023 geen grote verschuiving te zien in reden van uitstroom. Het deel waar de gemeente invloed op heeft (m.n. opleiding en werk) is verder uitgewerkt in de prestatie-indicatoren die zijn opgenomen in de jaarstukken.

1.4 Arbeidsbeperkten Uitleg: Mensen die werken in een garantiebaan of in het kader van nieuw beschut werk zijn een doelgroep van gemeenten. Om ervoor te zorgen dat mensen met een arbeidsbeperking toch kunnen werken regelt de Wet Banenafspraak dat werkgevers arbeidsplaatsen hiervoor beschikbaar stellen. Gemeenten hebben als opdracht om ervoor te zorgen dat bedrijven in één arbeidsmarktregio op dezelfde wijze daarbij worden geholpen. Een van de voorzieningen is een loonkostensubsidie die de loonwaarde van de medewerker aanvult tot het wettelijk minimumloon. Deze wordt betaald uit de Wet Bundeling uitkeringen inkomensvoorzieningen gemeenten (Buig).

Toelichting: Er zijn 95 lopende garantiebanen. Er zijn 14 garantiebanen gestart in de eerste twee kwartalen van 2023. Hiermee voldoen we aan de kpi lopende garantiebanen (88). Er zijn 23 personen met een advies beschutte werkplek en er zijn acht lopende beschutwerkplaatsen.

1.5

Minimabeleidsvoorzieningen

14

Algemene toelichting en trends Het gebruik van de minimaregelingen laat een stijging zien bij de onderdelen bijzondere bijstand (inclusief individuele inkomenstoeslag) en de regeling Meedoen. Uitkeringsgerechtigden Participatiewet krijgen automatisch Meedoen toegekend bij een nieuw kalenderjaar. Er is nog geen informatie beschikbaar die deze stijging verklaart.

15

1.6

Schuldhulpverlening

Aantal aanmeldingen

Aantal crisisinterventies

Aantal actieve dossiers

Algemene Toelichting In het eerste tabel kunt u zien hoeveel aanmeldingen wij hebben ontvangen per 1 januari 2023 tot en met augustus 2023. In het tweede tabel het aantal crisisinterventies. En in het laatste tabel alle actieve dossiers en aantal gestarte minnelijke trajecten. Nadere toelichting/trend/ontwikkeling We zijn in 2023 van start gegaan met onze nieuwe aanbieder de Kredietbank Nederland. De dossiers bij Plangroep zijn aflopend. Op dit moment hebben wij 84 dossiers lopen bij Plangroep. De aflosperiode van een minnelijke schuldregeling (Msnp) is vanaf 1 juli 2023 verkort van 36 naar 18 maanden door middel van wetswijzigingen. Hierdoor hebben onze inwoners sneller perspectief op een duurzaam schuldenvrije toekomst. De verwachting is dat de verkorting van de aflostermijn zal zorgen voor meer hulpvragen. We zien na 1 juli een stijging van het aantal aanmeldingen. De verkorting van het minnelijk traject kan daar een reden van zijn.

16

2

Wijkteam en Jeugdhulp 2.1

Leeftijdsverdeling

Algemene toelichting Bovenstaande tabel geeft de verhouding weer tussen jeugdigen in een bepaalde leeftijdscategorie in de tweedelijns zorg en van het totaal aantal jeugdigen in die leeftijdscategorie woonachtig in de gemeente. Het betreft het aantal unieke cliënten met een jeugdhulp beschikking in het tweede kwartaal van 2023 ten opzichte van het aantal jeugdigen in het tweede kwartaal van 2021 en 2022. Nadere toelichting Het percentage cliënten met jeugdhulp is bij bijna alle leeftijdscategorieën ten opzichte van het tweede kwartaal 2022 gedaald. Het percentage in de categorie 18 t/m 23 jaar is ongeveer gelijk gebleven. De oorzaak kan gelegen liggen in de gevolgen van de coronacrisis, waarbij in 2021 sprake was van uitgestelde zorg en deze in 2022 is ingezet. Deze uitgestelde zorg neemt in 2023 iets af. Het aantal cliënten neemt licht af, maar de kosten voor jeugdhulp stijgen weliswaar. Als de afname van het aantal cliënten blijft doorzetten, dan is dit in lijn der verwachting. In zijn totaliteit gaat het echter om een voorlopig beeld omdat veel beschikkingen met terugwerkende kracht worden toegekend. Dit komt door wachtlijsten bij het team Toegang van de wijkteams. Deze wachtlijsten worden echter in Q3 van 2023 met behulp van een plan van aanpak zoveel mogelijk weggewerkt.

17

2.2

Unieke cliënten

Per zorgvorm

Toelichting De bovenstaande tabel maakt het aantal unieke cliënten inzichtelijk per zorgvorm: Zorg In Natura (ZIN), Persoonsgebonden budget (PGB) en gecombineerd. Nadere toelichting Na een stijging van het aantal ZIN-cliënten in het jaar 2022, zien we het aantal ZIN-cliënten in het tweede kwartaal 2023 eveneens stijgt. Het aantal cliënten dat gebruik maakt van een PGB daalt echter. We verwachten dat deze ontwikkeling zich blijft doorzetten. We verwachten dat deze lijn zich blijft doorzetten en de meeste jeugdhulpbeschikkingen in vorm van ZIN zullen worden afgegeven.

Per contractvorm

Toelichting De bovenstaande tabel betreft het aantal unieke cliënten met een openstaande beschikking voor Zorg in Natura voor lokale jeugdhulp, regionale jeugdhulp of een combinatie van beide. Nadere toelichting

18

Als we het tweede kwartaal van 2023 vergelijken met dat van 2022 zien we dat er sprake is van een daling in het aantal cliënten dat gebruik maakt van zowel regionale jeugdhulp als een combinatie van lokale en regionale jeugdhulp. Het aantal cliënten, dat in 2023 gebruikmaakt van lokale jeugdhulp, is echter gestegen. Het aantal cliënten dat gebruikmaakt van regionale jeugdhulp daalt, hetgeen in lijn is met onze doelstelling om meer in te zetten op lokale jeugdhulp ten opzichte van regionale jeugdhulp. Op de lange termijn zal de afname van regionale jeugdhulp naar verwachting zorgen voor een lastenvermindering. Regionale jeugdhulp is immers over het algemeen zwaarder en duurder dan lokale jeugdhulp. In samenwerking met het lokale veld blijven we onderzoeken hoe we inwoners nog eerder en beter van dienst kunnen zijn om complexe zorg te voorkomen.

2.3

Unieke cliënten per perceel

In voorgaande bestuursrapportages werden 2 grafieken getoond, waarbij het aandeel cliënten per perceel werd weergegeven voor enerzijds de lokale jeugdhulp en anderzijds de regionale jeugdhulp. Bij deze rapportage is dat helaas niet mogelijk. Dit wordt door de volgende oorzaken verklaard. Ten eerste hebben we in 2022 een Europese aanbesteding uitgevoerd ten behoeve van lokale jeugdhulp. Hierbij zijn we overgestapt naar een andere bekostigingssystematiek (van arrangementenmodel naar P x Q). Hierdoor is het (op dit moment) niet mogelijk om een vergelijking met voorgaande jaren te maken t.a.v. de inzet van de specifieke onderdelen van lokale jeugdhulp. Daarnaast hebben de ministeries van BZK en VWS halverwege 2022 besloten de taakvelden o.a. op het gebied van Jeugd aan te passen en te verfijnen, omdat deze te grofmazig waren voor het aanleveren van o.a. begrotingscijfers. Hierdoor was het voorgaande jaren lastiger om op landelijk niveau data met elkaar te vergelijken en belangrijke trends eruit te kunnen halen. De komende periode gaan we nadere invulling geven aan het verzamelen van data, zodat wederom tabellen met unieke cliënten per perceel gegenereerd kunnen worden.

2.4

Unieke cliënten per wijk

Lokale jeugdhulp

19

Regionale jeugdhulp

Algemene toelichting De bovenstaande tabellen maken het aantal unieke clienten jeugdhulp per wijk inzichtelijk. De bovenste tabel laat dit zien voor lokale jeugdhulp en de onderste tabel voor regionale jeugdhulp. Nadere toelichting Er is inzichtelijk gemaakt hoe het zorggebruik per wijk is opgebouwd. In alle wijken lijkt sprake te zijn van een daling van het aantal unieke cliënten t.o.v. vorig jaar, maar dit is echter een tijdelijk beeld. Eind van het jaar zal pas op basis van deze tabel gezegd kunnen worden hoe het zorgverbruik per wijk zich verhoudt tot voorgaande jaren. Wel is al te zeggen dat net als vorig jaar de meeste cliënten met een jeugdhulpbeschikking wonen in de wijken Slikkerveer, Bolnes, Drievliet, Oost en het Centrum. Een mogelijke verklaring kan zijn dat in sommige van deze wijken in verhouding meer gezinnen met kinderen wonen dan in andere wijken met een lager aantal. Het doel om het zorggebruik per wijk in beeld te brengen past bij de wens om meer wijkgericht interventies te kunnen doen om o.a. meer thuisnabij preventieve ondersteuning te organiseren. Naar verwachting zal hier nog meer invulling aan worden gegeven in de loop van 2024. De aantallen, die zichtbaar zijn in de tabellen, betreffen een voorlopig beeld omdat toewijzingen met terugwerkende kracht worden verwerkt.

20

2.5

Verwijzers

Lokale jeugdhulp

Toelichting Bovenstaande tabel maakt verhouding tussen de verwijzers naar lokale jeugdhulp inzichtelijk. Nadere toelichting Over het algemeen worden de meeste verwijzingen naar lokale jeugdhulp gedaan door het wijkteam (gemeente). Daarnaast is de huisarts ook een belangrijke verwijzer. De huidige verhouding in verwijzers is vergelijkbaar met voorgaande perioden. Net als vorig jaar wordt ingezet op een betere samenwerking met de huisartsen door de inzet van een Praktijkondersteuner Huisarts(POH)-GGZ Jeugd. Het beoogd effect van deze inzet is dat het aantal verwijzingen vanuit de huisartsen verder af gaat nemen. De verwachting is dat we door nog meer via het wijkteam te indiceren meer grip krijgen op de lastenverzwaring op Jeugd.

Regionale jeugdhulp

Toelichting Bovenstaande tabel maakt de verhouding tussen verwijzers naar regionale jeugdhulp inzichtelijk.

21

Nadere toelichting De huisarts en de gemeente zijn daarbij de meest voorkomende verwijzers. Het verschilt per maand door wie de meeste verwijzingen worden gedaan. Ten opzichte van vorig jaar is het aantal verwijzingen in het tweede kwartaal vanuit de Gecertificeerde Instellingen gedaald. Dit kan mogelijk verklaard worden door het feit dat wijkteammedewerkers Preventie & Ondersteuning en Zorg & Veilig (intensieve vrijwillige hulpverlening) nauw samenwerken en omdat er steeds beter wordt samengewerkt met ketenpartners in het jeugdbeschermingsketen. Op die manier daalt het aantal meldingen op het JB-plein en daarmee ook het aantal verwijzingen vanuit de Gecertificeerde Instellingen. Zij verwijzen met name naar jeugdhulp met verblijf. Huisartsen verwijzen voornamelijk naar ambulante specialistische jeugdhulp (regionale jeugdhulp). Hier geldt ook dat wordt ingezet op een betere samenwerking met de huisartsen door de inzet van een Praktijkondersteuner Huisarts (POH)-GGZ Jeugd. Het beoogd effect van deze inzet is dat kinderen sneller worden geholpen door de POH. Op die manier voorkomen we waar mogelijk verwijzingen vanuit de huisartsen waardoor het aantal huisartsverwijzingen afneemt.

2.6

Verwijzingen naar jeugdhulp

Toelichting Bovenstaande tabel laat zien hoeveel verwijzingen er naar lokale jeugdhulp en naar regionale jeugdhulp hebben plaatsgevonden. Nadere toelichting Uit de tabel kunnen we opmaken dat er meer wordt doorverwezen naar lokale jeugdhulp, dan naar regionale jeugdhulp. Dit is in de lijn van de doelstelling om meer in te zetten op lokale jeugdhulp en minder op regionale jeugdhulp. Lokale jeugdhulp is vaak laagdrempeliger dan zwaardere regionale jeugdhulp. Daarnaast valt er beter te sturen op de doelmatigheid en afschaling van lokale jeugdhulp door de nauwe samenwerking met het wijkteam. We verwachten daarmee op de lange termijn een lastenvermindering te realiseren.

22

2.7

Wachttijd

Wachttijd jeugdhulp lokaal

Wachttijd jeugdhulp regionaal

Toelichting De bovenstaande tabellen maken de wachttijd voor zorg in natura voor lokale en regionale jeugdhulp op basis van de gewenste startdatum versus daadwerkelijke startdatum inzichtelijk. Nadere toelichting Er worden nog regelmatig correcties gedaan met betrekking tot de wachttijd. Het komt namelijk regelmatig voor dat een zorgaanbieder een toewijzing met terugwerkende kracht aanvraagt. Of dat arrangementen later binnenkomen bij de backoffice. De wachttijden laten per maand een ander beeld zien, des te langer je terugkijkt des te meer de daadwerkelijke wachttijden inzichtelijk zijn gemaakt. De wachtlijsten op lokale jeugdhulp zijn doorgaans minder lang dan die op regionale jeugdhulp.

23

Via het Berichtenverkeer Jeugdwet wisselen gemeenten en zorgaanbieders informatie uit. Het indiceren, toewijzen en leveren van zorg wordt via deze dienst geregistreerd en gevolgd in de vorm van (retour-)berichten. Vanuit het berichtenverkeer is vanaf 1 april 2023 de overstap gemaakt naar een nieuwe standaard (versie 3.2). Om dit in goede banen te leiden zijn minder berichten verstuurd en is er eind maart een freeze-periode ingelast. In de tussentijd wordt er door middel van een plan van aanpak gewerkt aan het wegwerken van de wachtlijsten bij het team Toegang.

2.8

Hulpverlening vanuit de wijkteams

Algemene toelichting De hulpverlening vanuit het wijkteam wordt gevormd door 4 verschillende teams, namelijk team Toegang, de Backoffice Jeugd, team Zorg & Veilig en team Preventie & Ondersteuning. Elk team richt zich op een bepaalde vorm van hulpverlening of ondersteuning aan het primaire proces van hulpverlening in de eerste lijn. Nadere toelichting Halverwege 2022 is geconstateerd dat er sprake was van wachtlijsten bij de het team Toegang. Naar aanleiding daarvan is in het tweede kwartaal van 2023 een pakket aan maatregelen beschreven met als doel “het grip krijgen op de doorlooptijden aanvragen jeugdhulp”. Op die manier wordt een bijdrage geleverd aan het effectiever en efficiënter werken om zo meer grip te krijgen op de doorlooptijden van aanvragen jeugdhulp. Ook werken we zo aan een stabiele afhandelingstermijn die voldoet aan het wettelijke kader, te weten het afhandelen van de aanvragen jeugdhulp binnen de termijn van 8 weken. Twee van de maatregelen betreffen uitbreiding van de capaciteit bij het team Toegang en de uitbreiding van de inzet bij de Backoffice Jeugd. Dankzij een goede samenwerking op het gebied van veiligheid slaagt het team Zorg & Veilig er steeds vaker in om hulpvragen vroegtijdig op te pakken.

Dit zorgt ervoor dat gezinnen - waar het vermoeden is van een onveilige situatie - eerder in beeld zijn en daarmee aanvullende hulp in veel gevallen voorkomen wordt. Dit ligt in lijn met de richting waarop we ons bewegen in het kader van het Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming. Het team Preventie & Ondersteuning blijft inzetten op hun eerste lijn ondersteuning en hulp. De gemeente blijft onderzoeken hoe we deze inzet kunnen versterken in samenwerking met lokale partners. Door het optimaliseren van deze vorm van hulpverlening hopen we inwoners nog beter en eerder van dienst te kunnen zijn. Daarmee verwachten we zwaardere (jeugd)hulp nog meer te kunnen gaan voorkomen.

24

3

Wmo en doelgroepenvervoer 3.1

Trends en ontwikkelingen

Lokaal en landelijk is het de verwachting dat in de toekomst meer inwoners, vaker en intensiever een beroep (gaan) doen op Wmo voorzieningen. Dit is te verklaren uit de volgende drie maatschappelijke trends en ontwikkelingen: 1. Abonnementstarief Wmo Een landelijk bevestigd beeld is dat door de invoering van het abonnementstarief per 1 januari 2019 de groei van het aantal unieke cliënten met een Wmo voorziening extra toe neemt. Vooral door extra instroom vanuit de hogere inkomensklassen en bij 65-plussers. De genoemde trendbreuk is vooral waarneembaar bij de voorziening Hulp bij het Huishouden. Het kabinet wil weer terug naar een inkomensafhankelijke eigen bijdrage voor de Wmo, met landelijke normen en met oog voor betaalbaarheid van lage- en middeninkomens . Het kabinet wil vanaf 1 januari 2026 de eigen bijdrage aanpassen. Daarbij is het uitgangspunt dat zoveel mogelijk wordt aangesloten bij de vormgeving van de eigen bijdrage zoals die voorheen was, met oog voor inkomenseffecten en het beroep dat wordt gedaan op de Wmo.1 2. De (dubbele) vergrijzing Dubbele vergrijzing is het verschijnsel dat niet alleen de groep ouderen een relatief groter aandeel vormt van de bevolking (o.a. als gevolg van de babyboom na de Tweede Wereldoorlog), maar dat ook de gemiddelde leeftijd steeds hoger komt te liggen. Op twee manieren neemt de vergrijzing daardoor toe.

In de periode 2020 – 2050 wordt een toename van 66% verwacht van het aantal 80-plussers. Tot 2035 bedraagt die verwachte toename zo’n 33%2. Naast dat er dus meer (oudere) ouderen zullen zijn, blijven deze ouderen bovendien langer thuis wonen. Hierdoor maken zij (langer) gebruik van Wmo voorzieningen voordat zij doorstromen naar de Wlz. 3. De ambulantisering van de zorg Hulp en ondersteuning worden steeds vaker in de eigen wijk geboden (ambulantisering). Voor inwoners met psychiatrische problematiek is het bijvoorbeeld sinds de invoering van de wet Verplichte Ggz mogelijk om thuisbehandeling en begeleiding te krijgen in plaats van een opname in een instelling. Hierdoor wordt de doelgroep voor de Wmo vergroot. Ook binnen de doelgroep verstandelijk gehandicapten en beschermd wonen (BW) wonen cliënten steeds vaker en langer thuis. Het rijksbeleid is daar eveneens op gericht.

1 Ministerie van VWS, Voortgangsbrief Wmo 2015, 8 mei 2023, p. 5. 2 Nota Integraal Beleid Sociaal Domein gemeente Ridderkerk, pag. 70.

25

3.2 Wmo cliënten per wijk

Toelichting In de grafiek is een weergave te zien van het aantal cliënten in zorg van januari 2021 tot en met juni 2023. In 2021 en 2022 is te zien dat het aantal cliënten in zorg toe neemt. Dit is in lijn met de lange termijn verwachting. De cijfers voor 2023 betreffen het lopende meetjaar (tot 30 juni 2023) en zullen gedurende het jaar verder oplopen. Daarnaast is logischerwijs te zien dat de wijken met een groter aantal inwoners relatief meer cliënten in zorg heeft. Tevens is de groep ‘Buiten Ridderkerk’ opgenomen. Dit betreft personen die ondersteuning hebben ontvangen, maar inmiddels zijn verhuisd naar een andere gemeente. Dit verklaart ook waarom het aantal hoger is, wanneer het een jaar betreft dat verder in het verleden ligt.

26

3.3 Leeftijdsopbouw Wmo

Toelichting Het gestapelde staafdiagram laat de verdeling van het aantal unieke cliënten verdeeld naar leeftijdsgroep zien. In de periode januari 2023– juni 2023 is het aantal cliënten stabiel. In het eerste halfjaar van 2023 is, zoals ook de voorgaande jaren, verreweg de grootste groep de 75-plussers en daarna de 60-plussers. De groep 60- en 75-plussers doet over het algemeen een beroep op de Wmo vanuit ouderdom gerelateerde klachten zoals somatische en/of psychogeriatrische klachten. Hierbij passen maatwerkvoorzieningen zoals collectief vervoer, Hulpmiddelen, Hulp bij het Huishouden en (minder vaak voorkomend) dagbesteding. De groepen (jongere) Wmo cliënten zijn minder groot. Deze groepen cliënten doen vaak een beroep op de Wmo om de volgende redenen: een beperking of handicap, hierbij zijn vaak de maatwerkvoorzieningen hulpmiddelen, dagbesteding en/of individuele begeleiding passend; Ggz gerelateerde hulpvragen, hierbij zijn vaak de maatwerkvoorzieningen beschermd wonen en maatschappelijke opvang, dagbesteding en/of individuele begeleiding passend; hulpvragen naar aanleiding van een ingrijpende levensgebeurtenis (zoals echtscheiding en/of problematische schulden), hierbij is vaak individuele begeleiding een passende oplossing.

27

3.4 Zorgstapeling Wmo

Toelichting Legenda:  HM = Hulpmiddelen, bestaande uit Rolstoelvoorzieningen, Vervoersvoorzieningen en Woonvoorzieningen. Cliënten met alleen een vervoersvoorziening Collectief vervoer is niet in deze weergave opgenomen omdat dit geen hulpmiddel betreft.  HH = Hulp bij het Huishouden, bestaande uit de algemene- en de maatwerkvoorziening schoonmaakondersteuning en de maatwerkvoorziening persoonlijke dienstverlening.  BG = Wmo Begeleiding, bestaande uit: reguliere- en specialistische individuele begeleiding, reguliere- en specialistische dagbesteding, en vervoer naar dagbesteding. Toelichting ontwikkeling zorgstapeling: Het gestapelde staafdiagram ‘zorgstapeling Wmo’ laat het aantal unieke cliënten in zorg met één of meer individuele Wmo maatwerk voorzieningen zien. In de periode januari 2023 – juni 2023 is het aantal cliënten met een voorziening (HH, BG en/of HM) nagenoeg stabiel gebleven. Over de langere termijn (juni 2021 – juni 2023) zien we dat de zorgstapeling en het aantal cliënten in zorg toeneemt. Wat verder opvalt is dat een meerderheid van de cliënten bestaat uit cliënten met één enkele voorziening (alléén HH, HM óf BG). Een minderheid maakt gebruik van twee of zelfs alle drie de soorten voorzieningen.

28

3.5 Beschikkingen Wmo

Toelichting Legenda:  AVS = Hulp bij het Huishouden: algemene voorziening schoonmaakondersteuning;  BG = Wmo Begeleiding, bestaande uit: reguliere- en specialistische individuele begeleiding, reguliere- en specialistische dagbesteding, en vervoer naar dagbesteding;  HH = Hulp bij het Huishouden: maatwerkvoorziening schoonmaakondersteuning en de maatwerkvoorziening persoonlijke dienstverlening;  RO = Rolstoelvoorziening: rolstoelen en toebehoren  VV = Vervoersvoorziening: zoals een scootmobiel, aangepaste fiets of een collectiefvervoerspas;  WV = Woonvoorziening: zoals een deurdranger, traplift of woningaanpassing; Toelichting ontwikkeling ‘Beschikkingen Wmo’ Het gestapelde staafdiagram ‘beschikkingen Wmo’ laat het aantal nieuwe (blauw) en openstaande (roze) beschikkingen Wmo zien. Totaal is in de periode januari 2021 – juni 2023 sprake van een lichte stijging. De grootste toename is te zien bij de HH, VV en WV. Deze ontwikkeling is in lijn met de genoemde landelijke en lokale ontwikkelingen. In de periode januari 2023 – juni 2023 is de optelsom van het aantal nieuwe en openstaande beschikkingen nagenoeg stabiel. Door het wegwerken van de wachtlijst rond het einde van het jaar, is in januari ’21 en januari ’22 een hogere stijging zichtbaar. Het grote aantal nieuwe beschikkingen in oktober 2022 wordt verklaard door de herindicatie van de Hulp bij het Huishouden indicaties.

Het grote aantal nieuwe beschikkingen in maart 2023 (RO en VV) heeft te maken met een administratieve omzetting. In verband met het terugbrengen van de wachtlijst is de verwachting dat in het tweede halfjaar van 2023 het aantal nieuwe beschikkingen zal toenemen.

29

3.6 Doelgroepenvervoer

Toelichting Doelgroepenvervoer Het volume Doelgroepenvervoer is de laatste jaren sterk beïnvloed door de gevolgen van de coronamaatregelen. Tijdelijke sluiting van het onderwijs, het invoeren van verschillende coronamaatregelen en lockdown-periodes heeft een duidelijke impact op het gebruik van het Doelgroepenvervoer. In het tweede kwartaal 2023 is het aantal ritten bij Wmo en het aantal personen binnen leerlingen- en jeugdvervoer in zekere zin in lijn met de aantallen van het eerste kwartaal 2023. Ten opzichte van het tweede kwartaal 2022 zijn de aantallen in 2023 tot nu toe sterk gestegen. De bezettingsgraad lijkt te normaliseren (zoals voor corona). Het stiptheidspercentage is vergelijkbaar met dezelfde periode in 2022, maar hoger dan het laatste kwartaal van 2022. De verwachting is dat door vergrijzing en geen coronamaatregelen het Wmo-vervoer een lichte autonome stijging laat zien van het aantal gereden ritten. Het jeugd- en leerlingenvervoer zal naar alle waarschijnlijkheid verder stijgen.

30

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.ridderkerk.nl/api/v1/meetings/1053/documents/35754