CConstaterende datRidderkerk
Koppel je AI →
Document · PDF

20250819 Aanvullend Advies Verordening jeugdhulp Ridderkerk 2026.pdf

Commissie Samen leven RK 2 oktober 2025, gemeente RidderkerkBij agendapunt: 5: Verordening jeugdhulp Ridderkerk2.062 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Aan het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Ridderkerk CC: Marissa Kartiko Datum: 19 augustus 2025 Betreft: Aanvullend advies over de Verordening Jeugdhulp 2026

Geacht college, Op uw verzoek ontvangt u hierbij ons aanvullend advies naar aanleiding van aanpassingen die zijn doorgevoerd in de concept verordening Jeugdhulp, nadat wij ons eerste advies met de datum 6 mei 2025 hebben uitgebracht. Het eerste advies treft u aan in de bijlage. Op 17 juli is het verzoek om advies op de aanvullende punten in de verordening Jeugdhulp per mail ontvangen. Het onderstaand advies betreft de aanpassingen van de vorige versie en gaat uitgebreider in op de aanvullende voorstellen uit het vorige advies. Artikel 1.1 Definities - wet: Jeugdwet. Waarom “jeugdwet” afkorten tot “wet”. Met name omdat het niet consequent wordt doorgezet; het maakt het allemaal niet duidelijker. Wat is de achterliggende gedachte? Artikel 2.1 vormen van jeugdhulp 1 De volgende vormen van overige voorzieningen zijn beschikbaar:

Het bieden van informatie, advies en consultatie bij opgroei- en opvoedvragen; a. Ondersteuning en lichte hulp voor jeugdigen en/of zijn ouder(s), waaronder vormen van vrij toegankelijke hulp, gericht op het creëren van een stabiele opvoed- en opgroeisituatie; Vrij toegankelijke hulp wordt alleen onder punt a genoemd. Er is een grijs gebied waarbij ook een aantal van de overige opgesomde vormen van jeugdhulp (deels) kunnen vallen onder “vrij toegankelijk”. Kan de opsomming in punt a smarter worden uitgerold? Preventie wordt uitgesloten in de Jeugdwet (art. 1.1), maar het siert de gemeente wel om daar aandacht aan te besteden, niet alleen op sociaal maatschappelijk vlak maar ook uit het oogpunt van aanzienlijke kostenbesparingen. Advies: geef hier tenminste iets over aan in deze verordening.

info@burgeradviesraadridderkerk.nl www.burgeradviesraadridderkerk.nl WhatsApp: 06 42 04 72 31

Graag worden wij uitgenodigd om hierover een dialoog aan te gaan. Artikel 3.1 Toegang jeugdhulp via de huisarts, medisch specialist of jeugdarts Het college zorgt, overeenkomstig artikel 2.6, eerst lid, aanhef en onder e, van de wet, voor de inzet van jeugdhulp na een verwijzing door de huisarts, medisch specialist of jeugdarts naar een jeugdhulpaanbieder, als en voor zover de jeugdhulpaanbieder van oordeel is dat inzet van jeugdhulp nodig is. In de praktijk blijkt dat de “jeugdhulpaanbieder” (= 1 persoon, zie definitie uit de Jeugdwet hieronder) geen autoriteit is of zelfs maar kan zijn, op alle verschillende kennisgebieden waar huisartsen, medisch specialisten, jeugdpsychologen en jeugdartsen apart op zijn afgestudeerd. Wanneer het verzoek tot jeugdhulp wordt onderbouwd door een specialist en de jeugdhulpaanbieder legt dat advies naast zich neer dan moet het te allen tijde mogelijk zijn voor de hulpvrager om een second opinion aan te vragen. Het is van belang dat de hulpvrager daarop gewezen wordt. Dat is al geregeld in de bezwaarprocedures, maar die duren onnodig lang. Idealiter zou bij een verschil van mening tussen de specialist die de aanvraag ondersteunt en de jeugdhulpaanbieder meteen het proces van een second opinion moeten kunnen worden ingeschakeld.

Hoe kijken beleidmakers hiertegen aan? Definitie “jeugdhulpaanbieder”: natuurlijke persoon die, het verband van natuurlijke personen dat of de rechtspersoon die bedrijfsmatig jeugdhulp doet verlenen onder verantwoordelijkheid van het college. Of: solistisch werkende jeugdhulpverlener onder verantwoordelijkheid van het college; https://wetten.overheid.nl/BWBR0034925/2025-01-01 Artikel 3.2 Toegang jeugdhulp via de gemeente Het eerste contact over de hulpvraag wordt aangemerkt als een aanvraag in de zin van de Algemene wet bestuursrecht als is voldaan aan de vormvoorschriften bedoeld in de artikelen 4:1 en 4:2, van de Algemene wet bestuursrecht. Er is geen termijn opgenomen waarbinnen een hulpvraag, die voorzien is van alle vormvoorschriften en is ingediend, wordt aangemerkt als aanvraag. Dit wordt algemeen door veel hulpvragers (achteraf) als een manco ervaren. Men weet niet waar men aan toe is, en inmiddels wordt het probleem alleen maar groter en lopen de kosten van hulpverlening voor alle betrokkenen (incl. de gemeente) op. Omdat dit termijnloze procesdeel voorafgaat aan het gehele vervolgproces, is er geen termijn vastgesteld waarbinnen hulp na een aanvraag wordt geleverd. Van belang is verder ook de termijn die aan artikel 4.2.1 (van deze verordening) wordt gesteld (zie opmerking aldaar).

Het college merkt een ondertekend onderzoeksrapport van het gesprek als bedoeld in artikel 4.4, van de verordening, aan als een aanvraag als er, gelet op het tweede lid, nog geen aanvraag is ingediend en dit daarop door de belanghebbende is aangegeven. Belanghebbenden hebben vaak niet de benodigde kennis (van deze verordening) om te beseffen dat zij dat uit zichzelf moeten aangeven. Aan dit artikel toevoegen:” . . . . nadat de belanghebbende daarop gewezen is”.

info@burgeradviesraadridderkerk.nl www.burgeradviesraadridderkerk.nl WhatsApp: 06 42 04 72 31

Als een jeugdige of zijn ouder(s) jeugdhulp zelf wenst in te kopen met een pgb, dient hij daartoe een zorg- en budgetplan in als bedoeld in artikel 7.1. Een door de jeugdige of zijn ouder(s) ondertekend zorg- en budgetplan wordt aangemerkt als aanvraag voor een pgb. Het college neemt het besluit op een aanvraag binnen 10 weken na ontvangst van de aanvraag. Graag aanpassen: “. . . aanvraag zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk binnen 10 weken na . . .”, conform artikel 7. Er is namelijk altijd sprake van “spoed” bij een hulpvraag. Ongeacht de uitleg in de toelichting. Artikel 4.1 Onderzoek naar de behoeften, persoonskenmerken en voorkeuren 1. Bij het onderzoek wordt aan de jeugdige of zijn ouder(s) medegedeeld welke

mogelijkheden er bestaan om te kiezen voor de verstrekking van een pgb. De jeugdige of zijn ouder(s) wordt in begrijpelijke bewoordingen ingelicht over de gevolgen van die keuze. Dit vindt in eerste instantie alleen mondeling plaats. Het blijkt dat in de schriftelijke vastlegging, zie artikel 4.4.1 alleen de keuze wordt vermeld en niet de opties waaruit gekozen kon worden. Hulpvragers willen graag, meteen na het gesprek, de opties van keuze NALEZEN, zij hebben tijd nodig om zich te realiseren wat de gevolgen van hun keuze is. Een gesprek met begrijpelijke bewoordingen is dan goed bedoeld vaak onvoldoende. Dus graag ook schriftelijk meteen na het gesprek meegeven wat de opties en de gevolgen van de keuze zijn. In de meeste gevallen volstaat een standaard ‘aanvinksjabloon’. Dit is dus schriftelijke informatie waar behoefte aan is VOORDAT het schriftelijke onderzoek, zoals vermeldt in art. 4.4.1. binnen 10 werkdagen beschikbaar wordt gesteld. Artikel 4.2 Deskundig oordeel, advies en voorbereiding van de besluitvorming 1. Het college wint, met in achtneming van artikel 2.1, van het Besluit Jeugdwet, een specifiek

deskundig oordeel en advies in, als het onderzoek of de beoordeling van een aanvraag dit vereist. In elk geval zou er ALTIJD specifiek deskundig oordeel en advies moeten worden ingewonnen als hulpvrager en de hulpaanbieder (lees: de persoon in functie van jeugdhulpaanbieder) van mening verschillen over de noodzaak van hulpverlening, tijdens de aanvraagprocedure. Want: een, in zekere mate, ondeskundig persoon op de diverse specialisaties (de jeugdhulpaanbieder, zie opm. art. 3.1.1.) gaat beslissen of er deskundig advies nodig is. Graag toevoegen: “ . . . als het onderzoek of de beoordeling van een aanvraag dit vereist of de hulpvrager hierom verzoekt, nadat deze op de mogelijkheid gewezen is”. Zie in dit verband ook opmerking art. 3.2.2 2. Het in het eerste lid bedoelde advies wordt uitgebracht door of onder verantwoordelijkheid van een adviseur die beschikt over een registratie als professional: a. bij de Stichting Kwaliteitsregister Jeugd in het kwaliteitsregister jeugd; b. bij het Nederlands Instituut van Psychologen in het register Kinder- en Jeugdpsychologen; of c. op grond van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg in het BIG-register. 3. Het college treft voorzieningen waarmee is gewaarborgd dat het onderzoek en de

voorbereiding van de besluitvorming via de gemeente op zorgvuldige wijze plaatsvindt, in het bijzonder door te voorkomen dat (medewerkers van) de organisatie die de jeugdhulp biedt of mogelijk gaat bieden, ook het advies geeft over het al dan niet toekennen van jeugdhulp of het

info@burgeradviesraadridderkerk.nl www.burgeradviesraadridderkerk.nl WhatsApp: 06 42 04 72 31

daarop betrekking hebbende besluit neemt. Volgens dit artikel wil het college voorkomen dat een organisatie die de jeugdhulp aanbiedt ook het advies over de jeugdhulp geeft. Het college wil voorkomen dat er belangenverstrengeling plaatsvindt. Vandaar ook hier weer het belang dat, als de hulpvrager en de jeughulpaanbieder van mening verschillen over de noodzaak van hulpverlening, ALTIJD deskundig advies wordt ingewonnen. Zie in dit verband (weer) de opmerking bij artikel 3.1.1. Artikel 4.4 Onderzoeksrapport 1. Als uit het verslag of de opmerkingen of latere aanvullingen van de jeugdige of zijn ouder(s)

blijkt dat een individuele voorziening is aangewezen of gewenst is, wordt het verslag ondertekend door de jeugdige of de jeugdige en zijn ouder(s) en door deze teruggestuurd. “…of gewenst is” vervangen door “ . . . of toegewezen wordt”. Want: de hulpwens was er altijd al, dat is niets nieuws. • Toelichting ALGEMEEN • Toegang jeugdhulp via de gemeente • Een hulpvraag van een jeugdige of zijn ouder kan binnenkomen bij de gemeente (in sommige

gevallen nadat zij naar de gemeente zijn doorverwezen door het Advies- en Meldpunt Huiselijk Geweld en Kindermishandeling). De beslissing door de gemeente welke hulp een jeugdige of zijn ouder precies nodig heeft, komt vervolgens tot stand op basis van het onderzoek dat namens het college in samenspraak met die jeugdige en zijn ouders wordt uitgevoerd. Hier wordt dus niet gekeken OF de hulpvrager hulp nodig heeft maar meteen WELKE hulp de hulpvrager nodig heeft. Klopt het dat een doorverwijzing door het Advies- en meldpunt Huiselijk geweld en Kindermishandeling een uitzondering is op het beoordelingsproces of er sprake is van een aanvraag? Zo ja, waarom? Heeft de jeugdhulpaanbieder onvoldoende kennis op dit gebied? Het is van belang dat de term “jeugdhulpaanbieder” beter gedefinieerd wordt. Het lijkt erop dat er interpretatieverschillen ontstaan tussen de jeugdhulpaanbieder als persoon (volgens de definitie van de Jeugdwet (art. 1.1) en een organisatie. De verordening voorziet in: - Een uitdrukkelijke opname van het stappenplan van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) verplicht stellen voor de medische verwijsroute; en - Duidelijke voorwaarden ter voorkoming van oneigenlijk gebruik en misbruik van de wet. Waar is de uitdrukkelijke opname van het totale stappenplan opgenomen? Van een uitdrukkelijke opname, die helder stapsgewijs te volgen is, is geen sprake.

Er ontbreken ook stappen. Artikel 2. Vormen van jeugdhulp Ook vindt de gemeente het belangrijk dat op voorhand duidelijk is – uitgaande van toegang tot de jeugdhulp via de gemeente (zie artikel 4) – welke vormen van voorzieningen alleen toegankelijk zijn na een besluit van de gemeente.

info@burgeradviesraadridderkerk.nl www.burgeradviesraadridderkerk.nl WhatsApp: 06 42 04 72 31

(de ‘individuele voorzieningen’) en welke in beginsel vrij toegankelijk zijn voor iedereen waarvoor ze bedoeld zijn (de ‘overige voorzieningen’). Waarom is hier “in beginsel” toegevoegd? De vrij toegankelijke voorzieningen zijn gewoon vrij toegankelijk. In de vorige versie was er nog sprake van een (onterechte) toegangsbeoordeling, hierdoor ontstaat de indruk dat de gemeente de vrij toegankelijke voorzieningen zoveel mogelijk wil beperken. Advies: verwijder “in beginsel”. Artikel 3.2 Toegang jeugdhulp via de gemeente Deze en volgende bepalingen regelen de toegang tot jeugdhulp via de gemeente. Dit artikel regelt in algemene zin het toegangs- en besluitvormingsproces en de daaraan verbonden beslistermijnen. De CRvB heeft geoordeeld dat de toegang tot jeugdhulp via de gemeente onderverdeeld kan worden in verschillende “stappen” (CRvB 1 mei 2017, ECLI:NL:CRVB:2017:1477). Die stappen zijn in dit artikel en in artikel 4.1 verdisconteerd en zijn opgenomen om een zorgvuldige procedure te waarborgen. Het college is daarbij verantwoordelijk voor de inzet van de noodzakelijke voorzieningen op het gebied van jeugdhulp en bevoegd om de toegang tot jeugdhulp te verlenen op grond van de wet. In de praktijk zal het college de beslissing over het inzetten van jeugdhulp niet altijd zelf uitvoeren, maar mandateren aan deskundigen.

Bij het ‘verdisconteren’ van het stappenplan van de VNG zijn cruciale stappen weggelaten of anders ingevuld. Van de vereiste uitdrukkelijke opname is geen sprake en deze is niet herkenbaar. Het stappenplan geeft bijvoorbeeld aan dat een melding schriftelijk bevestigd moet worden In het stappenplan is een duidelijke volgorde van acties opgenomen gebaseerd op ervaringen uit de praktijk. etc. etc. Advies: Neem het stappenplan “uitdrukkelijk” op in de verordening, zoals in de toelichting wordt aangegeven.

Indien er nog vragen zijn naar aanleiding van dit advies zijn wij graag bereid mondeling of schriftelijk toelichting te geven. Hoogachtend, Burgeradviesraad Ridderkerk Bijlage: Eerste advies d.d. 6 mei 2025

info@burgeradviesraadridderkerk.nl www.burgeradviesraadridderkerk.nl WhatsApp: 06 42 04 72 31

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.ridderkerk.nl/api/v1/meetings/1186/documents/41570