2025-10-31 RIB Transitie Omgevingsplan Ridderkerk.pdf
Tekst van het document
RIDDERKERK
Gemeenteraad van Ridderkerk p/a griffie
Uw brief van:
Bijlage:
1
Ons kenmerk: 2025-068645 Contact: Ann van Kruijssen E-mail: a.v.kruijssen@ridderkerk.nl Telefoonnr. : +31180451222 Team: Ruimtelijkeontwikkeling 31 oktober 2025 Datum:
Betreft: Raadsinformatiebrief over de transitie van het Omgevingsplan Ridderkerk
Geachte raadsleden, Op 12 december 2024 heeft uw gemeenteraad het transitieplan Ridderkerk 2024 vastgesteld. In het raadsvoorstel is toegezegd uw gemeenteraad jaarlijks via een raadsinformatiebrief op de hoogte te houden over nieuwe inzichten, de voortgang en eventuele aanpassingen van het transitieplan. Vooral omdat de transitie een dynamisch proces is en we gaandeweg leren en ontwikkelen.
1. Nieuwe inzichten Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden en kreeg iedere gemeente een tijdelijk omgevingsplan in haar beheer. Daarin zijn de regels opgenomen van onze bestemmingsplannen en een groot aantal voormalige Rijksregels voor bouwen en milieu (de bruidsschat). Gemeenten hebben tot 1 januari 2032 de tijd om de regels uit het tijdelijke deel om te zetten naar één gebiedsdekkend omgevingsplan. Alle regels voor de fysieke leefomgeving moeten daarin een plek krijgen In hoofdstuk 3 van het transitieplan Ridderkerk 2024 is hiervoor een aanpak beschreven. Zoals gepland is gestart met het opstellen van een basis-omgevingsplan (paragraaf 3.3.1). Op pagina 13 van het transitieplan is beschreven dat we de daarbij volgende acties onderscheiden a. Opstellen structuur en hoofdstukindeling (gereed); b. Het vullen van de structuur met regels uit de Bruidsschat; c. Analyseren en vertalen van instructieregels van het Rijk en de provincie Zuid-Holland naar het
omgevingsplan In 2024 is een structuur en hoofdstukindeling opgesteld (actie a). Bij het vullen van deze structuur met regels uit de Bruidsschat en naar aanleiding van instructieregels (actie b en c) hebben we onze aanpak moeten aanpassen. Hieronder zijn deze aanpassingen toegelicht.
1.1 De eerste wijziging beperkt zich tot bodemactiviteiten De bruidsschat bestaat uit regels over veel verschillende thema’s. Om die verschillende thema’s goed te kunnen verplaatsen moet het kernteam steeds tijdelijk aangevuld worden met collega’s uit de relevante vakdisciplines. Om dit goed te kunnen organiseren is besloten om de bruidsschat niet in één keer, maar themagericht te verplaatsen Daarnaast is besloten om te beginnen met het verplaatsen van regels voor bodemactiviteiten. Voor deze bodemactiviteiten was namelijk inhoudelijk al veel voorbereidend werk gedaan door team Milieu, DCMR en diverse andere gemeenten binnen de DCMR-regio. Dit vanuit de wens om een zekere mate
van uniformiteitaan te brengen in de regels voor bodemactiviteitenin deze regio,
1.2 De eerste wijziging gaat gelden voor het hele grondgebied van de gemeente Zoals beschreven in paragraaf 4.1,1 van het transitieplan, was bedacht om het basis-omgevingsplan in procedure te brengen via de stoeptegelstrategie. Het basis-omgevingsplan zou daarvoor eerst gekoppeld worden aan een klein werkingsgebied (ter grootte van een stoeptegel). Via opeenvolgende wijzigingsbesluiten zou het werkingsgebied dan steeds uitgebreid worden Deze strategie hebben we voor de bodemactiviteiten losgelaten omdat we er bij deze activiteiten geen voordeel uithalen, Het bleek duidelijker om direct bij het opstellen van regels voor bodemactiviteiten ook te bepalen voor welke gebieden deze regels moeten gaan gelden. Meestal is dat voor het hele grondgebied van de gemeente.
1.3 De eerste wijziging bevat ook een beperkt aantal regels voor nieuw beleid Een uitgangspunt bij de transitie is dat we regels beleidsarm omzetten. Dit staat in paragraaf 3.2 van het transitieplan. Toch bevat de wijziging voor bodemactiviteiten ook een aantal regels voor nieuw beleid. Bijvoorbeeld regels met waarden voor de stoffen lood, asbest, PFOS, PFOA en overige PFAS Dit ter bescherming van de gezondheid en de veiligheid van onze inwoners, en dan met name van kinderen, Of regels voor het toepassen van een aantal bouwstoffen (AVI-bodemassen, immobilisaten, grondstabilisatie en slakken) en het toepassen van thermisch gereinigde grond. Deze regels zijn nodig omdat er een hoog risico is op milieuschade bij deze toepassingen. Omdat er een grondwaterbeschermingsgebied in Ridderkerk ligt is dat extra belangrijk 2. Voortgang transitie Op dit moment wordt gewerkt aan de volgende drie wijzigingsprocedures
2.1 De 1- wijziging van het omgevingsplan voor bodemactiviteiten is formeel in procedure Zoals bij 1.1 toegelicht is begin 2025 gestart met het voorbereiden van de wijziging voor activIteiten met betrekking tot bodemkwaliteit en bodembescherming. In juli 2025 is dit via een vooraankondiging bekend gemaakt. Bij deze voorbereiding zijn partijen betrokken die deskundig of (mede)verantwoordelijkzijn voor een goede bodemkwaliteit. Hun reacties en adviezen zijn gebundeld en voorzien van een reactie in een participatieverslag. Een aantal reacties of adviezen heeft geleid tot een aanpassing in de concept-regeling. De voorbereiding van de concept-ontwerpwijziging is afgerond in het derde kwartaal 2025
Met ingang van maandag 22 september 2025 is het ontwerpwijzigingsbesluit formeel ter inzage gelegd. Alle organisaties, inwoners, ondernemers en maatschappelijke instellingen kunnen reageren op het ontwerp-wijzigingsbesluit door een zienswijze in te dienen. De ingekomen zienswijzen worden voorzien van een reactie en daarna verwerkt in een Nota zienswijzen. Per zienswijze wordt vermeld of
deze leidt tot aanpassingenin het wijzigingsbesluit. In het laatste kwartaal van 2025 wordt het wijzigingsbesluit definitief gemaakt en ter besluitvorming aangeboden aan uw gemeenteraad. Voor deze eerste wijziging van het omgevingsplan is op 2 december 2025 een commissiebijeenkomst gepland voor extra toelichting. Besluitvorming over de vaststelling van de wijziging voor bodemactiviteiten is gepland in het eerste kwartaal 2026
2.2 Het kernteam omgevingsplan is medio 2025 gestart met het voorbereiden van de 2e wijziging Deze wijziging bevat actIviteiten binnen de thema's Trillingen, Geur en Externe Veiligheid. Voor deze thema’s is het geldende beleid geïnventariseerd en wordt gestart met uitwerken van regels. We zullen deze wijziging pas formeel in procedure nemen na besluitvorming over de wijziging voor bodemactiviteiten. Dit om te voorkomen dat beide procedures elkaar doorkruisen 2.3 Begin 2026 is gepland de 3ewijziging in voorbereiding te nemen Deze wijziging bevat activiteiten binnen de thema's Cultureel Erfgoed en Monumenten, Afvalwaterbeheer en vergunningplichten voor MBA's (milieubelastende activiteiten)
Bij deze wijziging zijn we van plan om de regels in onze bestemmingsplannen over Cultureel Erfgoed en Monumenten te laten analyseren door een bureau. We doen dit bij wijze van pilot en met het oog op het efficiënt inzetten van ambtelijke capaciteit en kennis. Lokale kennis is bij dit deel van de voorbereiding namelijk minder belangrijk, terwijl het werk erg arbeidsintensief is. We willen ervaren of een bureau ons daarin kan ondersteunen
3. Aanpassing aanpak transitie Naar aanleiding van de hierboven beschreven nieuwe inzichten en voortgang stellen we een aanpassing voor van de aanpak en planning zoals beschreven in het transitieplan.
3.1 We gaan alle regels per thema en activiteitgericht verhuizen De belangrijkste aanpassing is dat we de in paragraaf 3.3 beschreven sporen bundelen tot één spoor en alle regels per thema en activiteitqericht gaan verhuizen. Dit houdt in dat de regels voor één of meerdere activiteiten, zoals nu bij de bodemactiviteiten, in één keer worden verplaatst naar het nieuwe deel Dit heeft een aantal voordelen. De Bruidsschat bevat bijvoorbeeld regels over thema's die ook in bestemmingsplannen en verordeningen zijn geregeld. We kunnen deze regels dan in samenhang beoordelen en in één keer verhuizen. Daarnaast kunnen we per activiteit beter beoordelen of we
direct tot een uniforme regeling kunnen komen voor de hele gemeente.Zoals nu ook bij de regels voor bodemactiviteiten wordt voorgesteld. Ook kunnen we veel gerichter participeren. Bij een gebiedsgerichte wijziging zou je over meerdere onderwerpen of activiteiten tegelijk moeten participeren met meerdere stakeholders. Dat is complexer. Tenslotte heeft themagericht verhuizen ook voordelen voor de interne organisatie. Het kernteam kan, voor de duur van de wijziging, aangevuld worden met de voor dat thema relevante inhoudelijk adviseurs. Dat is een efficiëntere manier van werken dan bij een gebiedsgerichte wijziging. In dat geval zouden we namelijk meer inhoudelijke adviseurs van verschillende afdelingen tegelijkertijd en
voor een langereperiode nodig hebben
3.2 De intentie is om het omgevingsplan twee keer per jaar te wijzigen volgens een vaste cyclus Onder de voormalige Wet ruimtelijke ordening (Wro) stond elk bestemmingsplan op zichzelf. Nu maakt iedere wijziging deel uit van ons (ene) omgevingsplan. Dit betekent dat elke wijziging ook doorwerkt in de volgende wijziging. Soms alleen vanwege de (her)nummering van artikelen, maar soms ook inhoudelijk. Dat maakt het gelijktijdig behandelen van meerdere wijzigingen van het omgevingsplan erg complex, Het moet tenslotte steeds een Ouridisch) kloppend geheel blijven. In de bijlage is een planningsschema opgenomen voor het verwerken van de verschillende thema’s in
het omgevingsplan.
3.3 We nemen nieuw beleid mee als dat voldoende concreet is uitgewerkt Bij iedere start van een nieuwe wijziging stellen we een overzicht op van de activiteiten, gebundeld per thema. die we daarin meenemen. Per activiteit wordt alle informatie uit verschillende bronnen samengebracht. Denk daarbij aan de bruidsschatregels, instructieregels van het Rijk en de provincie Zuid-Holland en regels uit bestemmingsplannen en de lokale verordeningen Verschillende keren is gevraagd of we ook nieuwe regels kunnen verwerken, Dit is niet vanzelfsprekend. Met name omdat harmonisatie en verhuizing van alle bestaande regels al zeer complex en omvangrijk is. Daarnaast hebben we te maken met een harde deadline op 1 januari 2032 Het niet halen van die deadline heeft grote consequenties voor alle bestaande regels,
Desondanks kan het in sommige gevallen wel wenselijk zijn om nIeuwe regels op te stellen. Daarom zullen we dit bij de start van iedere wijziging expliciet uitvragen. Om te voorkomen dat nieuwe regels de voortgang van de transitie belemmeren zijn er wel een aantal voorwaarden. De eerste voorwaarde is dat de gewenste regels voortkomen uit vastqesteld beleid, zoals de Omgevingsvisie of een Omgevingsprogramma. Verder moet voldoende concreet zijn wat geregeld moet worden.
4. Beschikbaar budget gedurende de transitieperiode Bij de vaststelling van het transitieplan in 2024 heeft u financiële middelen beschIkbaar gesteld voor de periode tot en met 2027, Bij de behandeling van de Jaarstukken 2024 in juli 2025 heeft u een bestemmingsreserve ingesteld voor het Transitieplan Ridderkerk 2024. Er is een bedrag van € 3.260.000 uit het jaarresultaat gestort in de bestemmingsreserve Transitieplan Ridderkerk 2024, Dit bedrag is verdeeld over de jaren tot en met 2031. De verwachting is dat met dit bedrag de kosten van de uitvoering van het transitieplan gedekt kunnen worden.
Hoogachtend ,
Het college van burgemeester en wethouders Ridderkerk, de secretaris de burgemeester
d/ mevr, M. Kitselar
Bijlage:
1. Planning
J
C.A. bo%rwUk