CConstaterende datRidderkerk
Koppel je AI →
Document · PDF

2025-09-04-verslag-commissie-samen-leven-ridderkerk.pdf

Commissie Samen leven RK 4 september 2025, gemeente RidderkerkBij agendapunt: 0.: Besluitenlijst en verslag5.507 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Woordelijk verslag vergadering commissie Samen leven Ridderkerk 4 september 2025 1.

Opening en vaststellen agenda De voorzitter: Een hele goedenavond. Ik zou heel graag deze eerste vergadering na het zomerreces willen openen. Dus dat doe ik dan bij deze. Ik wil graag alle aanwezigen welkom heten, raadsleden, burgerleden, het collegelid wat op de tribune zit, de publieke tribune, pers, ambtenaren en luisteraars. Ik constateer dat niet alle fracties vertegenwoordigd zijn, GroenLinks is niet aanwezig. Kan ik de agenda zoals die voorligt vaststellen? Dat is het geval.

2.

Spreekrecht De voorzitter: Dan ga ik graag over naar agendapunt 2, spreekrecht voor hen die zich hebben aangemeld. Er hebben geen sprekers aangemeld.

3.

Vaststellen besluitenlijst van de commissie Samen leven van 26 juni 2025 De voorzitter: Dus wij kunnen gelijk overgaan naar agendapunt 3. Vaststellen besluitenlijst van de commissie Samen Leven van 26 juni 2025. De besluitenlijst 5 juni 2025. Zijn er vragen naar aanleiding van het verslag of opmerkingen ten aanzien van de tekst of naar aanleiding van de inhoud? Dat is niet het geval. Dan is deze vastgesteld. Ten aanzien van de actie Samen Leven actiepunt 2, aanbevelingen jaarverslag bezwaarschriften. De informatie is ontvangen, dus deze actie is afgedaan. Actiepunt 3, bijeenkomst ICT. Deze vindt plaats op dinsdag 18 november. De fracties zal nog gevraagd worden om input te leveren. Actiepunt 4, openstaande vragen veiligheidsregio Rotterdam. Die zijn afgedaan, het antwoord is door u ontvangen en bij de vergaderstukken van de raad van 10 juli geplaatst.

4.

Jeugdhulp op School pilots speciaal onderwijs en regulier onderwijs De voorzitter: Dan kunnen wij overgaan naar agendapunt 4. Dan zou ik heel graag wethouder Piena en mevrouw Kartiko vragen om naast mij plaats te nemen. Onderwerp is jeugdhulp op school pilots speciaal onderwijs en regulier onderwijs. De pilot jeugdhulp op school is succesvol gebleken. Hoewel de pilot nog niet is afgesloten, stelt het college voor de pilot voort te zetten en uit te breiden en hiervoor geld beschikbaar te stellen. De inzet is ter debat. Kunt u daarmee instemmen? De heer Ringlever, VVD. De heer Ringlever: Hij mag van ons, namens ons ter vaststelling. De voorzitter: Zijn er fracties die daar anders over denken? De heer Swarttouw, Leefbaar Ridderkerk. De heer Swarttouw: Dank u wel, voorzitter. Wat ons betreft mag het ter debat. De voorzitter: Dan is er al sowieso één iemand die ter debat gaat, dus hij gaat ter debat. Wethouder Piena, heeft u nog iets toe te voegen? De heer Piena: Voorzitter, op dit moment niet. Volgens mij is het voorstel helder. We hebben een groot aantal vragen schriftelijk al kunnen beantwoorden en daar wil ik het op dit moment even bij laten.

Pagina 1 van 10

De voorzitter: Dat is prima. Zijn er vragen die gesteld moeten worden door de commissieleden? Mevrouw Van Bennekom, Partij 18PUS, één vraag. Echt voor Ridderkerk. Ga ik van vijf uit. De heer Swarttouw, Leefbaar Ridderkerk, vier. Anderen nog? Mijnheer Ruinard, PvdA, u heeft drie vragen. Partij 18PLUS, mevrouw Van Bennekom, u mag starten. Mevrouw Van Bennekom: Ja, ik heb eigenlijk naar aanleiding van het stuk nog één vraag. En dat is, wat is het beoogde effect van de pilot en wanneer is deze volgens jullie succesvol? De voorzitter: Wethouder Piena, gaat u deze vraag beantwoorden? Mevrouw Kartiko. Mevrouw Kartiko: Ja. Deze hebben we reeds schriftelijk beantwoord, dus is te zien bij de antwoorden van andere vragen. Ja? De voorzitter: Volgens mij is de beantwoording van de vraag vandaag binnengekomen. Niet iedereen zal in de gelegenheid … Was die gisteren al binnen? De heer Piena: Volgens mij van EvR zijn de vragen gisteren al aan de raad. De voorzitter: Gisteren? Oké. Mevrouw Van Bennekom, kunt u het alsnog even opzoeken? Dat gaat ze doen. Nou, dan is die vraag afgedaan. Partij van de Arbeid, de heer Ruinard. U had drie vragen, wilt u ze alle drie stellen? De heer Ruinard: Dank u wel, voorzitter. Allereerst wil ik de wethouder bedanken voor het beantwoorden van de schriftelijke vragen. En dan heb ik inderdaad nog drie vragen. Het aantal thuiszitters is van vier naar één gegaan.

Hoeveel kinderen zijn er in totaal geholpen en wat voor soort beschikking hebben die leerlingen dan gekregen? Kunt u eventueel een top drie maken? En dan mijn laatste vraag. Kan het aannemen van dit besluit leiden tot aanscherping of bezuinigingen op andere onderdelen van het sociaal domein? Dank u wel. De voorzitter: Wethouder Piena. De heer Piena: Ja, voorzitter, ook voor de laatste vraag verwijs ik eigenlijk naar de schriftelijke beantwoording. Daar heeft de PvdA volgens mij dezelfde vraag gesteld. Op dit moment zijn wij ons niet bewust van de bezuiniging op het sociaal domein. En deze staat even daar los van en in principe gaat die ten laste van het resultaat, maar dat komt verder in de P&C-cyclus weer terug. Dan vraagt de Partij van de Arbeid hoeveel beschikkingen en wat voor soort beschikkingen zijn er afgegeven? Ja, dat antwoord heb ik gewoon niet paraat. En de vraag is ook even, over welke beschikkingen de Partij van de Arbeid het hier heeft? In combinatie met thuiszitters, of ja, eigenlijk geen idee. Misschien kan de vraag ook dan verduidelijkt worden. Want het is ook op deze termijn volgende week is volgens mij alweer de raadsvergadering. Ja, dat kunnen wij echt niet binnen een week boven water toveren.

En dan ben ik ook altijd weer heel, ja, misschien heel zwart-wit, maar wat gaan we dan met die gegevens doen? Voordat ik heel veel ambtelijke uren hieraan ga besteden die we echt op dit moment voor andere zaken kunnen gebruiken in de uitvoering. De voorzitter: De heer Ruinard, PvdA. De heer Ruinard: Dank u wel, voorzitter. Ja, dan moeten we denk ik ook realistisch zijn. Als het niet haalbaar is, dan laten we dat zo. Dank u wel.

Pagina 2 van 10

De voorzitter: Dat betekent dat al uw vragen zeg maar voor nu voldoende beantwoord zijn? Dan is dat helder. Dan ga ik over naar de heer Swarttouw, Leefbaar Ridderkerk. U had vier vragen. Zou u ze twee om twee willen stellen? De heer Swarttouw: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik ga het proberen, want het voorstel loopt ook een beetje in elkaar over natuurlijk. Dus ik ga het gewoon proberen om zo duidelijk mogelijk te zijn. Bij bladzijde 2 op pagina 2, daar staat iets over samenhang in gemeentelijke interventies bij de inleiding. Ik zou graag willen weten wat daar precies mee bedoeld wordt? Het is een doelstelling, maar hoe moet ik dat zien of hoe moeten wij dat zien? Daarnaast staat ook op bladzijde 2, in navolging op het succes en de effecten voor de leerlingen. Kan daar iets meer duiding aan worden gegeven aan de term succes? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Wethouder Piena, zou u deze twee vragen willen beantwoorden? De heer Piena: Ik ga zeker de hulplijn inroepen. Ik heb even niet helemaal helder, ik kon het niet zo gauw vinden, maar de samenhang gaat om de samenhang. Ook leerlingen kunnen problemen hebben, die kunnen opgelost gaan worden. Maar de problemen kunnen ook met bijvoorbeeld bij een schoolcontactfunctionaris kunnen ook op een ander vlak liggen. En die samenhang tussen de verschillende problematieken, die kan je dan sneller duiden.

En dan kan je ook sneller schakelen om ook op die gebieden zeg maar hulp te verlenen. Daar moeten we denk ik, daar moet de commissie de samenhang in zien. Dus het is het breder perspectief, niet alleen de hulp aan het kind, maar het kan ook in de gezinssituatie zitten. Waardoor we zeggen, nou, de jeugdhulp op school constateert dit, maar constateert ook dat en kan gelijk schakelen met een schoolcontactfunctionaris, met leerkrachten. En zo kan je tot een totaalplan komen om de hele problematiek aan te pakken, en niet alleen het kleine stukje van het kind. Dat moet de commissie onder de samenhang verwachten. En dan het succes. Ja, ook daar doe ik een beetje flauw in. Volgens mij is de vraag door Leefbaar gesteld schriftelijk en is daar antwoord op gekomen. Maar ik kijk even hier naar rechts. De voorzitter: Mevrouw Kartiko. Mevrouw Kartiko: Ja, als het goed is, staat er wel ergens een antwoord. Ik weet niet of het Leefbaar Rotterdam was, maar een succes is bijvoorbeeld ... Ja, Ridderkerk. Of sorry, Rotterdam, sorry. Zwangerschap, gooi het daar maar op. Maar wat ik wel voor nu even kan zeggen, qua succes kan je kijken naar de doelen, de gestelde doelen. Zo die thuiszitters, dat is bijvoorbeeld een van de successen die geboekt is in de pilot nu op speciaal onderwijs. En als het goed is, staat het ook wel in de antwoorden.

De voorzitter: Wethouder Piena, u zou nog wat toe willen voegen? De heer Piena: Nou ja, toch even willen verduidelijken. En nogmaals, dit staat ook in het voorstel. Maar de successen zijn echt wel, nou ja, minder thuiszitters. Maar niet alleen dat is het succes, het is ook inderdaad dat je de problematiek op de school direct kan aanpakken waardoor kinderen niet uitvallen, waardoor kinderen niet eerst moeten wachten op hulp om op een externe plek daar de hulp moeten in vragen. Dus de successen, de samenwerkingsverbanden zijn veel beter. Waar we het net over hebben gehad, over die samenhang, dat is ook een succes waardoor je eerder andere problemen constateert en eerder kan ingrijpen op die problematiek en hulp kan geven. Dus de successen zitten op velerlei gebied in deze. De voorzitter: De heer Swarttouw, Leefbaar Ridderkerk.

Pagina 3 van 10

De heer Swarttouw: Ja, dank u wel. Dank voor de toelichting. De reden van de vraag ook voor de commissie is namelijk dat op een PO-school heb je bijvoorbeeld IB’ers, intern begeleiders, op VO-scholen heb je ZoCo’s, zorgcoördinatoren die al die dingen ook doen, ook samen met professionals. Dus wat ik echt ook zoek of zocht in dit voorstel is, wat is dan het verschil tussen het reguliere, de reguliere zorg op scholen en dit effect wat je dan van jeugdhulp of van de pilot zou kunnen verwachten op een reguliere school? De voorzitter: Wethouder Piena, wilt u gelijk reageren? De heer Piena: Tuurlijk, voorzitter. De jeugdhulp op school is een soort specialistische hulp en dat heeft een schoolcontactfunctionaris weer niet. Die zit op een net ander vlak van de hulpverlening. Die kijkt naar gezinssituaties en dergelijke. Intern begeleider heeft weer een hele andere taak op een school en het is dus complementair aan elkaar dat je de kracht krijgt dat alles bij elkaar komt van de verschillende vlakken. Waardoor je makkelijker, wat we net al hebben aangegeven, de zorgvraag die er is op de juiste manieren kan gaan ondersteunen. En dat, er zit dus wel degelijk een wezenlijk verschil tussen de verschillende functionarissen die er zijn. Ze hebben allemaal ik noem het maar een eigen specialiteit.

Ik begrijp dat voor de buitenwereld het wel lastig is dat je op een school drie, vier verschillende soorten functionarissen hebt waarvan het lijkt alsof ze hetzelfde doen. Maar dat is nou net niet het geval, ze hebben echt allemaal hun eigen specialisme en hun eigen doel. En om die, wat zou ik zeggen, om die aparte wegen samen te brengen, is dit een toegevoegde stukje om het compleet te maken. De voorzitter: Mijnheer Swarttouw, Leefbaar Ridderkerk. U had nog twee vragen? De heer Swarttouw: Ja, klopt. Dank u wel, voorzitter. In het raadsvoorstel ligt ook voor dat er zaken worden besproken in het voorkomen van. En wat ik gewoon heel erg mis in dit stuk is, ja, hoe meetbaar is dat? In welke mate moeten we dat nou zien, dat voorkomen? Want als er staat, wat voorkomt dat zij bijvoorbeeld geschorst worden, dat gebeurt gewoon nog steeds. Er staat ook, versnelt het leerproces bijvoorbeeld, in welke mate dan? Ik bedoel, ik zoek gewoon naar aanknopingspunten waarin duidelijk wordt wat nou het verschil is ten opzichte van wat er nu gebeurt op regulier onderwijs en wat daar het effect van is. En als je in het raadsvoorstel benoemt dat er staat dat iets voorkomt, dus en voorkomt dat zij tussen wal en schip raken. Ja, dat is natuurlijk geen garantie, als je dit voorstel aan zou nemen, dan … Dus ik zoek een beetje naar de mate waarin dat dan, waarin ik dat zou moeten zien.

Zal ik het daar even bij laten voor de laatste vraag. De voorzitter: Nou, dat mag. Wethouder Piena. De heer Piena: Ja, voorzitter, ik neem even een verkeersvoorbeeld. We willen allemaal nul verkeersdoden en daar streven we naar en dat doen we hier eigenlijk ook. We willen voorkomen dat. En dat is geen succes, geen garantie op succes. Dat is er gewoon niet. We hebben hele discussies gehad over preventie en over smart doelstellingen. Preventie is heel moeilijk te vertalen in een financiële vertaalslag. En tuurlijk proberen we dat. We hebben dat ook in het voorstel gezegd, straks bij de evaluatie kijken we naar het aantal beschikkingen wat we nu hebben en hoeveel beschikkingen hebben we als wij zo'n functionaris op die scholen plaatsen? Overigens geeft dat ook nog niet 100 procent garantie dat stel nou dat er een afname is van uitval, wie zegt dan dat het hierdoor komt? Ja, dat kan ik u ook niet met 100 procent zeker zeggen. Maar hetzelfde is, als het zou stijgen, kunnen we ook niet zeggen dat dit een aantal zaken heeft kunnen voorkomen. En dat is nu even de lastigheid met preventie. We investeren en de Partij van de Arbeid heeft wel eens tegen mij gezegd, ja, maar u bent toch van de cijfers en u wilt toch altijd alles goed inzichtelijk gemaakt hebben? Ja, hier moeten we gewoon heel eerlijk in zijn.

Dit is niet keihard te maken, maar wij zijn er met dit voorstel wel van overtuigd dat het eraan toe bijdraagt dat we inderdaad minder zware zorg zullen hebben, dat er minder uitval zou zijn. En Pagina 4 van 10

helaas heel vervelend voor deze commissie, deze wethouder kan u niet beloven of aangeven dat we dat in harde cijfers kenbaar kunnen maken. We kunnen wel monitoren en we kunnen wel aangeven, nou, kijk eens wat er met de beschikking is gebeurd, kijk eens wat er met de zwaarte van de beschikking is gebeurd. Maar om dat een-op-een te koppelen, het causale verband tussen de inzet van de mensen van deze pilot en het resultaat, ja, dat kan ik gewoon niet garanderen. De voorzitter: Mijnheer Swarttouw, Leefbaar Ridderkerk. De heer Swarttouw: Ja, dank u, voorzitter. Ik snap helemaal wat de wethouder zegt. Aan de andere kant is het dan ook lastig om daar zoveel geld voor uit te trekken. Als je dus niet weet waar het toe leidt, enzovoort. Dat is een beetje eigenlijk ook wat we hieruit voelen, laat ik het dan zo zeggen. Zal ik de laatste vraag, maar ik heb er nog eentje bij. De voorzitter: Wethouder Piena wil toch heel graag even kort een reactie geven op uw opmerking van zojuist. De heer Piena: Ja, graag, voorzitter, en dat is het volgende. Ik kan me nog voorstellen in een aantal raadsvergaderingen dan werd er altijd gezegd van, ach, dit college voert geen beleid op het sociaal domein. Nou, dat bestrijd ik ten zeerste.

Maar werd er ook gevraagd om, wat doet u nu aan preventie? Hoeveel maatregelen neemt u nu en wat denkt u nog aan preventie te kunnen gaan doen? En ik mag aannemen dat de raad of ook deze commissie wel beseft als je preventiemaatregelen neemt, dat daar gewoon een geldbedrag aan gekoppeld zit. En ja, ik geef direct toe dat dit heel veel geld is voor iets wat zich ook nog moet gaan bewijzen. Maar ik hoop dat niemand, noch de commissie, noch een raad straks mij gaat verwijten dat ik hier heel veel geld aan investeer. Want als u zegt van, ja, ik vind het te veel geld, dan wordt het wel heel lastig om preventiemaatregelen te gaan nemen. Dus dat wil ik wel graag aan deze commissie in overweging meegeven. De voorzitter: We moeten alleen wel even uitkijken, het gaat ter debat, dus we moeten ons beperken tot technische en inhoudelijke vragen. Ja, en anders hebben we de voorzitter daar die dan heel streng gaat zijn wellicht. Mijnheer Swarttouw, heeft u nog een laatste vraag voor ons? Althans voor de wethouder. De heer Swarttouw: Ja, dank u, voorzitter. Ik heb ook niet gezegd dat het te veel is, hoor, dat heeft u me ook niet horen zeggen. Dus in die zin, maar goed, dat is misschien meer voor het debat inderdaad. Als laatste staat eigenlijk op pagina 3, deze vorm van hulp is een algemene voorziening die zonder indicatie beschikbaar is.

En ergens anders in het stuk wordt geschreven dat er leerlingen zijn met beschikkingen, dat die dan eigenlijk gemeten worden straks. Maar zonder indicatie is geen diagnose vooraf, maar dan heb je ook geen beschikking volgens mij. Kunt u dat toelichten? En ik had er nog een eentje aan gekoppeld. Dat misschien, maar dat is even een interpretatie van mij, dat het proces op dit moment iets te vroeg is. In die zin dat er nog geen evaluatie is geweest, enzovoort, van de lopende pilot. Maar goed, ik weet niet hoe u dat ziet, of u dit nu echt wel het juiste moment vindt om dit te starten of niet? Dank u wel. De voorzitter: Wethouder Piena. De heer Piena: Ja, voorzitter, in de stukken staat ook, en is ook eerder medegedeeld en volgens mij weet u dat ook, is er een tussenevaluatie geweest. Daar is ook dit voorstel op gebaseerd. Wat we bedoelen met een algemene voorziening is, normaal gesproken als je specialistische jeugdhulp krijgt, dan moet je een beschikking krijgen vanuit de gemeente. Hier zit gewoon de jeugdhulp op school. Als daar zich een probleem voordoet met een leerling, dan wordt die opgepakt en daar heb je geen aparte beschikking voor nodig. Dat is

Pagina 5 van 10

de uitleg hierachter. Zeg ik iets verkeerds? Ik kijk nog heel stiekem even naar rechts. Het blijkt het juiste antwoord te zijn. De voorzitter: Ja, er was nog een vraag inderdaad met betrekking tot het proces. Ja, wethouder Piena, wilt u daar nog kort wat op zeggen? De heer Piena: Volgens mij ging het om de evaluatie. De evaluatie hebben we aangegeven tussenevaluatie en in de stukken staat op welke momenten we ook gaan evalueren en waarop we evalueren. Dus ik ben even zoekende wat nog de achterliggende vraag is? Nee, dat denken wij niet. Want nogmaals, we denken, we hebben geconstateerd dat het een succes is. De deelnemende partijen zijn er hard, zijn er enthousiast over. En we denken in de voortgang, en zeker op het gebied van de jeugdhulp waar heel veel speelt en waar de bedragen nog steeds, de kosten nog steeds toenemen, dat het belangrijk is om daar toch gewoon snel mee door te gaan. Vandaar ook de pilot, we maken het nog niet definitief. We evalueren daar nog meer mee. Maar nee, wij vinden dit niet te vroeg om dat te doen. Jeugdhulp en de kostenstijgingen en om het houdbaar te houden is het echt wel noodzakelijk om deze stappen te nemen. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Swarttouw. Zijn daarmee voor nu uw vragen voldoende beantwoord? De heer Swarttouw: Jazeker, voorzitter. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik nu naar Echt voor Ridderkerk.

Mevrouw Van Vliet, u had vijf vragen, zijn dat er nog vijf? Mevrouw Van Vliet: Ja, ik denk het wel, voorzitter. De voorzitter: Zou u er dan de eerste twee willen stellen? Mevrouw Van Vliet: Ja. Als eerste wil ik u allen, of van zowel de wethouder en ambtenaren, heel hartelijk bedanken voor de vele vragen die wij gesteld hebben. Dus dank daarvoor en ook op zo'n korte tijd. En ja, ik wil ook even aangeven dat ik zelf wel overtuigd ben dat de jeugdhulp op school zal leiden tot minder zware jeugdzorg later en daardoor ook minder kosten. Dus ik ben wel blij met de pilot. De voorzitter: U mag nu alleen, we hebben het over technisch-inhoudelijk. U mag het verder volgende week … Mevrouw Van Vliet: Ja, het komt ook in de raad ook nog wel, maar ik wil het toch even … De voorzitter: In de raad mag u het nog een keer zeggen. Mevrouw Van Vliet: Ik wil de wethouder even bijvallen … De voorzitter: Nee, de voorzitter gaat daarover, wethouder, en niet u. Goed, mevrouw Van Vliet, zou u uw vragen willen stellen? Mevrouw Van Vliet: Ja, ik ga met mijn vraag beginnen. In de beantwoording van onze vragen werd op een zeker ogenblik geschetst dat thuiszittende kinderen de maatschappij of de samenleving 50 tot 100 duizend euro per kind kostte.

Zou ik dan voorzichtig kunnen zeggen, zodat, ik heb gelezen dat er vier thuiszitters weer naar school zijn, zou ik dan als ik het gemiddelde zou nemen, toch zeggen dat er minimale financiële voordelen dan vier keer 75 duizend euro kunnen zijn? Dat is minimaal, want er zijn natuurlijk heel veel andere Pagina 6 van 10

voordelen ook te noemen. Maar dit is het financiële. Dat was mijn eerste vraag. Dan mijn tweede vraag. Als ik het ook goed begrepen heb uit de beantwoording zijn er vier kinderen die thuiszitters waren, dat dit alle thuiszitters waren op de scholen die weer naar school gegaan zijn. En dat het kind wat nu nog als thuiszitter zit is een nieuw kind. Ik zie de ambtenaar en de wethouder ja-knikken. Dus dan ga ik gelijk mijn vervolgvraag stellen. Ik ben bang dat het niet helemaal waar is. En dat klinkt niet aardig, maar ik weet dat er al drie jaren één kind thuiszit dat op De Burcht zit. Dat is bekend bij de wethouder Stip, bij de burgemeester en ook bij mij. Dus dat antwoord kan nooit helemaal correct zijn, dus ik wil daar graag een verklaring voor. Zonder namen te noemen, want ik zie dat u knikt, dus mogelijk kent u de casus ook? Dat weet ik niet, maar dat hoor ik dan graag. Dat zijn dan mijn eerste twee vragen. De voorzitter: Wethouder Piena, zou u de vragen die gesteld zijn door mevrouw Van Vliet willen beantwoorden? De heer Piena: Jazeker. En ik ben eigenwijs, maar volgens mij waren het er drie, want vraag twee hebben we knikkend beantwoord en toen ging men over naar vraag drie. Maar oké, dat maakt mij niet zoveel uit.

Kunnen we stellen inderdaad dat we met vier thuiszitten die we dan weer aan de slag hebben gekregen, weer op school hebben terug kunnen keren, mogen we dan zeggen, we hebben drie ton bespaard voor de samenleving. In die kosten moeten we ook wel even heel eerlijk zijn, zitten ook wel wat kosten van ouders bij. Dus het is een totaalplaatje, maar goed, dat zijn ook in principe kosten die meespelen. Tuurlijk kan ik dit hosannaverhaal zeggen, ja, dat klopt. Mooi, dan zijn de kosten helemaal niet zo hoog die ik u nu vraag, de bedragen. Ik vind het wel lastig, ik heb het net ook al uitgelegd, om te zeggen, dit is een-op-een het gevolg van. Dus ja, we kunnen het zeggen, maar dit is, dat zou een succes claimen zijn wat niet helemaal terecht is. Dat we zeggen, nou, we hadden jeugdhulp op school en nu kunnen die kinderen weer aan de slag en daarom hebben we ze teruggebracht. Daar zijn meer factoren die daar meespelen. Maar ja, zeker, een deel mogen we hier wel aan toekennen, dus daar ben ik het helemaal mee eens. De andere vraag van het kind van 3 jaar, daar moet ik echt even hier naar mijn rechterhand kijken die misschien daar wel het antwoord op heeft. Omdat het ook met school te maken heeft en dat zit inderdaad bij wethouder Stip. De voorzitter: Mevrouw Kartiko. Mevrouw Kartiko: Ja.

De vier kinderen die zeg maar in het begin op de lijst staan, dat zijn echt wel andere kinderen dan het kind wat nu … Want dat was het kind bij Maximacollege. Dus de ene nu nog hè. Dus ik ga, ja, ik zal dit verder … De heer Piena: Nee, zij bedoelt van drie jaar geleden het kind. O, sorry, voorzitter. Mevrouw Van Vliet: Het kind is al drie jaar thuis als thuiszitter. Dat is op De Burcht en niet op het Maximacollege. Mevrouw Kartiko: Ja, dus op die vier … Ja. Nee, klopt. En wat ik heb doorgekregen is dat op De Burcht nu nul thuiszitters of in ieder geval op het moment van opvragen. Dus dan zal ik daar achteraan moeten gaan waar dit ene kind van drie jaar geleden dan geregistreerd is. Want het kan dat die ergens anders geregistreerd is, dat zou kunnen. Nee? Maar dat ga ik dan uitzoeken, zou ik uit moeten zoeken. De voorzitter: Daar krijgt u alsnog antwoord op. Mevrouw Van Vliet, zou u uw andere vragen willen stellen?

Pagina 7 van 10

Mevrouw Van Vliet: Uiteraard, voorzitter, wil ik dat graag. Ja, dan heb ik een vraag waar ik eerst het antwoord op wil en dan kan ik daarna mijn echte vervolgvraag stellen. Want u spreekt in de pilot over het Maximacollege dat aan de pilot heeft meegedaan. Welk onderdeel van het Maximacollege is in dit onderzoek meegenomen? De voorzitter: Wethouder Piena. De heer Piena: Kan mevrouw Van Vliet aangeven op welke onderdelen van het Maximacollege ze doelt? Mevrouw Van Vliet: Dat kan ik zeker, wethouder, als de voorzitter mij daartoe permissie geeft. De voorzitter: Inmiddels wel ja, kennelijk. Mevrouw Van Vliet: Ja. Nou, op het Maximacollege hebben we de praktijkschool en we hebben de Rebound. En over welk onderdeel spreken we nou als we het hier over de pilot hebben? Dat is namelijk helemaal niet naar voren gekomen. De voorzitter: Wethouder Piena. De heer Piena: Het antwoord is simpel, praktijkschool. De voorzitter: Mevrouw Van Vliet, Echt voor Ridderkerk. Mevrouw Van Vliet: Ja, maar dat verbaast mij dan, want de praktijkschool valt niet onder speciaal onderwijs, maar onder regulier onderwijs. En u heeft het de hele tijd over een pilot speciaal onderwijs en we gaan nu een pilot doen regulier.

Dus kunt u mij dan uitleggen waarom we het in dat geval een pilot speciaal onderwijs noemen? De voorzitter: Wethouder Piena, kunt u deze vraag beantwoorden? De heer Piena: Ik ga ongetwijfeld zo nog een keer naar rechts kijken. Maar bij de start van de pilot hebben we gekozen voor De Burcht en het Maxima. En het Maxima is natuurlijk wel een school waarbij de kinderen met een wat moeizamere leergang geholpen worden en daarom is het ook een praktijkschool. En ja, daarom hebben we het denk ik ook even specialistisch onderwijs genoemd. Maar als je het heel sec beschouwt, ja, dan zou je het regulier onderwijs kunnen noemen. Dat is, maar dan zitten we echt semantisch hebben we een discussie. Wij vinden, voor het voortgezet onderwijs hebben we het even onder het specialistisch onderwijs laten vallen. De voorzitter: Mevrouw Van Vliet, hoeveel vragen heeft u nog? Mevrouw Van Vliet: Nog één vraag. De voorzitter: Prima. Mevrouw Van Vliet: Er wordt voorgesteld dat er zes scholen in de pilot, reguliere scholen worden meegenomen en er elders staat dat dat drie VO- en drie BO-scholen zijn, dus voortgezet en basisonderwijs. Maar ergens anders staat ook dat u nog helemaal geen keuze hebt gemaakt en toch weet u al dat daar een

Pagina 8 van 10

drie-drie is. Als er nou van het voortgezet onderwijs niemand mee zou willen doen, stel dat. Kijk, snapt u wat ik een beetje bedoel? Ik wil graag daar een beetje duidelijkheid over van, hoe zit het nou? De voorzitter: Wethouder Piena, begrijpt u het? De heer Piena: Gedeeltelijk. Maar als mijn antwoord niet tot verduidelijking leidt, krijg ik vanzelf een vervolgvraag. Ik kan me nergens herinneren drie staat tot drie. We hebben gezegd dat het voortgezet onderwijs meedoet en het basisonderwijs. De keuze die moet nog gemaakt worden. Voor het basisonderwijs hebben wij daar een aantal criteria voor opgesteld. We hebben er volgens mij een aantal in de schriftelijke vraagstelling ook aangegeven. Zat zal heel transparant zijn en is ook redelijk goed te doen. Stel nou dat er een voortgezet onderwijs school niet mee wil doen, om wat voor reden dan ook, dan zullen wij zeker in overweging nemen om het budget wat de raad eventueel beschikbaar gaat stellen in de komende raadsvergadering, om dat budget dan met uw goedvinden, met het goedvinden van de raad te besteden voor een extra basisschool. De voorzitter: Mevrouw Van Vliet, zijn daarmee uw vragen voldoende beantwoord? Dat is het geval. Is er nog een spijtoptant? Dat is ook niet het geval. Bent u van mening dat het nog steeds ter debat moet? Dat is het geval.

En hoeveel tijd denkt u nodig te hebben? Ik zie twee maal drie, één maal vier, drie, drie. Mevrouw Van Nieuwenhuizen, kunt het ook met drie? Dat kan. Dan gaan we drie minuten eerste termijn. Aangezien het vakantie is geweest ga ik heel hard nu naar mijn rechterhand kijken. Zelfs de wethouder zit mee te rekenen. 45 minuten totaal, kunt u daarmee leven? Dat is het geval. Dan staat dat zo vast. Mevrouw Kartiko, bedankt. Volgens mij zit het niet meer zo makkelijk die stoelen. Ga maar gauw lekker ergens anders zitten. Dank u wel. 5.

Benoeming lid Raad van Toezicht OZHW De voorzitter: Agendapunt 5. Ik heb staan dat daar nog iemand naast wethouder Piena aanschuift, maar die zie ik niet in de zaal. Dus ik ga ervan uit dat die niet komt. Dat zou mevrouw Van der Wal zijn, maar die is er niet. De heer Piena: Nee, voorzitter. Volgens mij is het voorstel heel helder en mochten er echt prangende vragen zijn ... De voorzitter: O, u gaat het alleen doen. Oké, helemaal goed. De heer Piena: Ja, doen we het alleen. De voorzitter: Het onderwerp is benoeming lid Raad van Toezicht OZHW. De gemeenteraad heeft een rol in het toezicht op het openbaar onderwijs. Dit komt onder andere tot uiting in de benoeming van de leden van de Raad van Toezicht van de onderwijsgroep OZHW die onderwijs aanbiedt in Ridderkerk. De kandidaat is voorgedragen door de Raad van Toezicht. De inzet is ter vaststelling. Kunt u daarmee instemmen? Dat is het geval. Wethouder Piena, heeft u ondanks alle duidelijkheid nog wat toe te voegen? De heer Piena: Ik kan het niet duidelijker maken, voorzitter. De voorzitter: Dat dacht ik ook. Zijn er vragen vanuit de commissie? Dat is niet het geval. Kan het wat u betreft nog steeds ter vaststelling? Dat is ook het geval, dus dat staat bij deze vast. Blijft u zitten, wethouder Piena? De heer Piena: Voorzitter, als u dat prettig vindt, blijf ik nog even zitten voor het vervolg van de agenda. Pagina 9 van 10

De voorzitter: Enorm prettig. 6.

Mededelingen Gemeenschappelijke Regelingen De voorzitter: Dan ga ik graag over naar agendapunt 6, mededelingen Gemeenschappelijke Regelingen. De bijgevoegde stukken zijn ter kennisname. Zijn er vanuit het college of de raadsleden mededelingen over Gemeenschappelijke Regelingen. Dat is niet het geval.

7.

Mededelingen college De voorzitter: Agendapunt 7, mededelingen college. Zijn er mededelingen vanuit het college? De heer Piena: Nee, voorzitter. De voorzitter: Dat is niet het geval.

8.

Rondvraag leden De voorzitter: Dan ga ik graag over naar agendapunt 8, rondvraag leden. Zijn er vragen onderling? Dat is niet het geval.

9.

Ter kennisneming: raadsinformatiebrieven De voorzitter: Dan ga ik over naar agendapunt 9, ter kennisneming: raadsinformatiebrieven. De raad heeft van het college raadsinformatiebrieven ontvangen, deze worden altijd onder de aandacht gebracht bij de betreffende commissie. Zijn er commissieleden die een van de raadsinformatiebrieven in een toekomstige vergadering willen bespreken? Dat is niet het geval.

10. Ter afdoening: raadstoezegging De voorzitter: Dan ga ik naar agendapunt 10, ter afdoening: raadstoezeggingen. Het college heeft een raadsinformatiebrief gestuurd over de afdoening van raadstoezegging 3699, over digitale dienstverlening. De raadstoezegging is wat het college betreft afgedaan. Vindt u dat deze toezegging is afgedaan? Dat is het geval. 11. Ter afdoening: moties De voorzitter: Dan ga ik naar agendapunt 11, ter afdoening: moties. Het college heeft raadsinformatiebrieven gestuurd over de afdoening van moties. De moties zijn wat het college betreft afgedaan. Ik ga de beide moties langs om te vragen of u het eens bent dat de motie is afgedaan. Ook als u vindt dat de motie is afgedaan, is er de mogelijkheid om de raadsinformatiebrief te agenderen. Dat kunt u dan ook weer aangeven. Motie 2024-92, verhogen initiatiefsubsidies. Is deze afgedaan wat u betreft? Dat is het geval. Wil er nog iemand deze als raadsinformatiebrief agenderen? Dat is niet het geval. Motie 2024-107, armoede op gemeentelijke website. Is deze volgens u afgedaan? Wil iemand deze nog als raadsinformatiebrief agenderen? Dat is niet het geval. 12. Sluiting De voorzitter: Dan wil ik heel graag overgaan naar agendapunt 12, dat is sluiting van deze vergadering. Dank u wel voor uw komst of luisteren of inzet. Dank u wel. Pagina 10 van 10

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.ridderkerk.nl/api/v1/meetings/1183/documents/41659