2025-04-18 RIB Evaluatie nota IBS 2021 en raadstoezegging 2718.pdf
Tekst van het document
Gemeenteraad van Ridderkerk p/a griffie
Uw brief van: Uw kenmerk: Bijlage(n):
1
Ons kenmerk: 2025-008072 Contact: J. Brandwijk Doorkiesnummer: 0180-451717 E-mailadres: j.brandwijk@ridderkerk.nl Datum: 18 april 2025
Betreft: Evaluatie Nota Integraal Beleid Sociaal Domein 2021 en raadstoezegging 2718
Geachte raadsleden, Middels deze raadsinformatiebrief bieden wij u de evaluatie van de Nota Integraal Beleid Sociaal Domein 2021 aan. In deze brief vindt u een korte weergave van de onderzoeksvraag, conclusies en het vervolg. Inleiding In 2021 is het Integraal Beleid Sociaal Domein (hierna: IBSD of nota) vastgesteld als eerste integrale beleidsnota voor het sociaal domein van Ridderkerk. Bij de vaststelling is gekozen voor een nota zonder einddatum. Voor de beoogde transformatiebeweging van zorg naar gezondheid is namelijk een lange adem nodig. De investeringen in welzijn, preventie en vroegsignalering vroegen om een forse omslag in het beleid waarvan het resultaat niet altijd snel zichtbaar is. Mede vanwege die reden is in 2021 besloten een langlopend, integraal beleidskader vast te stellen. Bij de vaststelling is toegezegd deze na vier jaar te evalueren en op basis van de resultaten aan te geven of het wenselijk is de beleidsnota te actualiseren. Met deze evaluatie is het afgelopen half jaar onderzocht of de nota nog steeds volstaat als overkoepelend kader voor het sociaal beleid van de gemeente Ridderkerk. In deze evaluatie is eveneens de evaluatie van de Nota Gezondheidsbeleid Ridderkerk 2021-2025 verwerkt. De Nota Gezondheidsbeleid vloeit voort uit (met name) maatschappelijk effect 4 van het IBSD (Ridderkerkers zijn langer vitaal en gezond).
Daarbij zijn eveneens de sociale vaardigheden meegenomen, waarmee wij raadstoezegging 2718 beschouwen als afgedaan1. Onderzoeksvraag en conclusie De hoofdvraag van de evaluatie luidde als volgt: Geeft het IBSD, met als hoofdlijn de vijf maatschappelijke effecten, de komende jaren nog steeds de juiste richting aan voor het sociaal domein van de gemeente Ridderkerk? Gekoppeld aan de hoofdvraag lag de primaire focus van deze evaluatie daarmee op het fungeren van de nota als overkoepelend kader. Daarbij hebben we naast het evalueren van de afgelopen periode, de evaluatie eveneens gebruikt als peilmoment om vooruit te kijken naar (verwachtte) ontwikkelingen in de komende jaren.
1 Deze raadstoezegging betrof het meenemen van sociale vaardigheden in de evaluatie van de Nota
Gezondheidsbeleid Ridderkerk 2021-2025.
Ten aanzien van de hoofdvraag concluderen we dat gezien 1) de ontwikkelingen in Ridderkerk op de maatschappelijke effecten; 2) de rol van gemeenten binnen het zorgstelsel; en 3) de samenhang van de vijf maatschappelijke effecten uit het IBSD met regionale en landelijke wetten en akkoorden, de doelen uit het IBSD nog steeds van kracht zijn. De evaluatie geeft geen aanleiding om de nota te wijzigen. Daarmee concluderen we dat het IBSD, met zijn vijf maatschappelijke effecten als overkoepelend kader, ook de komende jaren volstaat en de juiste richting aangeeft om invulling te geven aan landelijke, regionale en lokale doelstellingen binnen het sociaal domein. Vervolg Sturing en regionale samenwerking We handhaven het IBSD als overkoepelend kader en sturen op het behalen van de doelstellingen via themagerichte beleidsstukken (bijv. beleidsplannen, verordeningen, beleidsregels, convenanten). Het is daarbij allereerst nodig om de basis op orde te houden. Denk daarbij aan de dienstverlening op de kernwetten (Wmo, Jeugdwet, Participatiewet, Wet gemeentelijke Schuldhulpverlening, etc.) en de wachtlijsten. Daarnaast is het belangrijk om in samenhang daarmee blijvend te investeren in welzijn, preventie en gezondheid.
De kaders van en de financiële middelen vanuit het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) en het Integraal Zorg Akkoord (IZA) zijn daar in de voorbije tijd ondersteunend in geweest. Regionale samenwerking is de komende jaren in steeds grotere mate van invloed op de uitvoering van het IBSD. De toename van complexiteit en domeinoverstijgende vraagstukken maakt de intensivering van regionale samenwerking noodzakelijk. Dit willen we doen langs de inhoudelijke lijnen van het GALA, IZA, de Hervormingsagenda Jeugd, de Arbeidsmarktregio en andere regionale samenwerkingsverbanden. Zo kunnen regionale schaalvoordelen bijdragen aan het behalen van Ridderkerkse doelstellingen. Monitoring Uit de evaluatie is gebleken dat resultaten op het niveau van de maatschappelijke effecten zich moeilijk cijfermatig inzichtelijk laten maken. We kiezen er daarom voor om de voortgang op de maatschappelijke effecten niet te volgen op effectenniveau, maar op inspanningenniveau. Dit heeft ook de afgelopen jaren plaatsgevonden. De in de maatschappelijke effecten gebruikte terminologie van “meer of minder inwoners” wordt daarmee gelezen als een ‘inspanningsverplichting’. In de brief ‘beantwoording schriftelijke vragen (RvO, art. 41) inzake Monitor Sociaal Domein’ met kenmerk 2023-043269 bent u reeds eerder geïnformeerd dat het ontwikkelen van een eigen beleidsmonitor Sociaal Domein niet haalbaar was.
Daarin is verwoord dat het inrichten van een eigen monitor voor de gemeente en partners zeer arbeidsintensief bleek, dat de beschikbare informatie niet altijd het gewenste inzicht geeft en dat op landelijk en regionaal niveau (rondom het IZA, GALA en de Hervormingsagenda Jeugd) nieuwe ontwikkelingen zijn op het gebied van data en monitoring. Ook de VNG heeft in 2025 uitgesproken gemeenten intensiever te willen gaan faciliteren op het gebied van monitoring Sociaal Domein. Deze bewegingen zorgen ervoor dat we als gemeente niet voornemens zijn een eigen effectenrapportage in te richten voor de sturing op de maatschappelijke effecten uit het IBSD. Zoals eerder benoemd vindt sturing plaats op inspanningenniveau. Bij het maken van onze afwegingen over nieuw beleid en/of inspanningen voor de maatschappelijke effecten maken we vanzelfsprekend wel gebruik van de informatie en trendanalyses die we tot onze beschikking hebben via bestaande datasets van bijvoorbeeld de GGD, CJG, Facet, de GRJR, cliëntervaringsonderzoeken, de Burgerpeiling en Waar staat je gemeente. Het uitgangspunt blijft dat we in gezamenlijkheid met onze maatschappelijke partners ons inzetten op de maatschappelijke effecten. In de wetenschap dat onze partners een belangrijke bron van informatie vormen.
Partnerschap Het partnerschap per maatschappelijk effect organiseren we middels bestaande (veelal themagerichte) en vanuit landelijke en regionaal beleid ontwikkelde overlegstructuren. Deze aanpak is de afgelopen jaren doelmatig gebleken en heeft bijgedragen aan het bereiken van integraliteit. Deze manier van sturing wijkt
enigszins af van de in het IBSD en nota Gezondheidsbeleid beschreven werkwijze met opgavetafels (zie hiervoor pagina 16 ‘Opgavetafels en monitoring’ van de evaluatie). Om in partnerschap te sturen, is het echter gezien de ontwikkelingen van de afgelopen jaren en de hoeveelheid bestaande overlegstructuren doelmatiger om op deze wijze te sturen. Financiën De huidige financiële werkelijkheid waar Ridderkerk net als alle andere gemeenten in Nederland mee te maken heeft, noopt tot terughoudendheid ten aanzien van wensen en ambities om aanvullend te investeren in preventie, welzijn en gezondheid. Die financiële werkelijkheid wordt gekenmerkt door oplopende zorgkosten, Rijksbijdragen die niet in relatie staan tot de werkelijke uitvoeringskosten (artikel 108 Gemeentewet) en onvoldoende investeringsruimte voor gezondheid en preventie. De gedane aanbevelingen pakken we daarom zoveel als mogelijk op binnen bestaande budgetten. Indien voor de uitwerking van een aanbeveling aanvullende middelen nodig zijn, zullen we u hiertoe een voorstel doen via de u bekende P&C-producten.
Daarbij dienen we rekening te houden met het wegvallen van enkele onderdelen van de GALA-SPUK in 2026 en de voornemens van het kabinet om gemeentelijke SPUKS om te zetten en over te hevelen naar het gemeentefonds (met een budgetkorting van 10%).2 Dit heeft als gevolg dat deze budgetten niet meer geoormerkt richting de gemeente gaan voor de specifiek te behalen beleidsdoelen, maar terechtkomen in de algemene uitkering. Voor de onderdelen die nu vanuit een SPUK worden bekostigd en die vragen om continuering vanaf 2026 zullen de lasten in onze eigen begroting moeten worden opgenomen. We zullen hier aandacht voor hebben in het kader van de totstandkoming van de meerjarenbegroting 2026-2029. Tot slot Uit de evaluatie is gebleken dat het IBSD een goed bruikbare integrale paraplu vormt voor externe ontwikkelingen, beleidsstukken, regelingen en aanpakken binnen het sociaal domein en daarbuiten. Als college spannen we ons graag samen met onze inwoners en partners in om de uitvoering van de belangrijke, actuele doelstellingen uit de nota voort te zetten. Dit trekken we breder door ook in de nieuwe omgevingsvisie aandacht te hebben voor de doelstellingen uit het IBSD. Zo werken we integraal samen aan een vitale samenleving waarin iedereen mee kan doen. Over vier jaar vindt de volgende evaluatie plaats.
Op basis van de resultaten zullen wij u voorstellen of het wenselijk is de beleidsnota te actualiseren. Wij vertrouwen erop u voldoende te hebben geïnformeerd en beschouwen raadstoezegging met ID 2718 als afgedaan. Hoogachtend, het college van burgemeester en wethouders van Ridderkerk, de secretaris
de burgemeester,
mevr. M. Kitselar
dhr. C.A. Oosterwijk
Bijlage: 1. Evaluatie Nota Integraal Beleid Sociaal Domein (2025) 2 Dit is besloten in het Hoofdlijnenakkoord 2024-2028 en verder uitgewerkt in de Miljoenennota 2025. Hieronder
vallen niet de SPUKS in het kader van de toeslagenaffaire, Oekraïne, de BUIG en de hersteloperatie Groningen.