CConstaterende datRidderkerk
Koppel je AI →
Document · PDF

2025-01-30-verslag-commissie-samen-leven-ridderkerk.pdf

Commissie Samen leven RK 30 januari 2025, gemeente RidderkerkBij agendapunt: 0.: Besluitenlijst en verslag10.912 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Woordelijk verslag vergadering commissie Samen leven 30 januari 2025 1.

Opening en vaststellen agenda De voorzitter: Het is stipt acht uur, kwart over acht. O, ik ben zo gewend om acht uur te zeggen dat ik even abuis ben. Kwart over acht dus ik wil bij deze de vergadering van de commissie Samen Leven openen. Nog even voor alle duidelijkheid wellicht voor de luisteraars, de commissie Samen Wonen vergadert in de raadzaal. Ik wil jullie allemaal welkom heten, raadsleden, burgerleden, collegeleden, mensen op de publieke tribune, ambtenaar en luisteraars. Ik constateer dat niet alle fracties aanwezig zijn, Fractie Van Nieuwenhuizen is niet aanwezig. Kan ik de agenda zo vaststellen zoals die voor u ligt? Dat is het geval. Overigens zie ik nu dat Partij 18PLUS ook niet vertegenwoordigd is.

2.

Spreekrecht voor hen die zich hebben gemeld De voorzitter: Agendapunt 2, spreekrecht voor hen die zich aangemeld hebben. Er hebben zich geen sprekers aangemeld.

3.

Vaststellen besluitenlijsten commissie Samen Leven van 14 en 28 november 2024 De voorzitter: Dus wij kunnen gelijk over naar agendapunt 3, vaststellen besluitenlijst commissie Samen Leven van 14 en 28 november 2024. Naar aanleiding van de besluitenlijst 14 november, zijn er op- of aanmerkingen ten aanzien van de tekst of naar aanleiding van de inhoud? Dat is niet het geval, dan is die vastgesteld. Besluitenlijst 28 november, idem dit, ik vraag naar opmerkingen voor de tekst of inhoud. Dat is niet het geval, dan is ook deze vastgesteld. Ten aanzien van de actie Samen Leven, het overzicht staat op 28 november. Actiepunt drie naar aanleiding van de regionale visie huiselijk geweld is afgedaan. De raad heeft namelijk op 20 december een raadsinformatiebrief gekregen. Actiepunt vier naar aanleiding van de zienswijze Halfjaarsnota Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond is afgedaan. Het antwoord bij de vergaderstukken van de commissie van 14 november geplaatst. Actiepunt vijf naar aanleiding van het integraal veiligheidsbeleid is afgedaan, de nota is gewijzigd vastgesteld door de raad.

4.

Kadernota 2026 Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond De voorzitter: Dan wil ik graag overgaan naar agendapunt 4. Nou, de heer Piena die zit al naast mij dus die hoef ik niet te vragen alsnog naast mij te komen zitten. Onderwerp is de Kadernota 2026, Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond. Het algemeen bestuur van de Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp heeft de kaders voor op te stellen begroting 2026 gedeeld. Een belangrijke wijziging ten opzichte van voorafgaande jaren is de verplaatsing van de zorgkosten van de begroting van de GRJR naar de begroting van de gemeente. Er is geen sprake van een officiële zienswijzeprocedure. U bent vanavond in de gelegenheid de portefeuillehouder vragen te stellen over de Kadernota 2026. Daarnaast kunt u hem meegeven waarop gelet moet worden als de ontwerpbegroting 2026 in het algemeen bestuur behandeld zal gaan worden. Wethouder Piena, heeft u iets toe te voegen? De heer Piena: Nee, voorzitter, volgens mij is het duidelijk met alles wat er meegezonden is dus ik wacht de vragen even rustig af.

Pagina 1 van 19

De voorzitter: Zijn er vragen vanuit de commissie. Mijnheer Haan, hoeveel? Dat zijn er vier. Mevrouw Van Vliet, u heeft er negen. Mevrouw Ripmeester? Mevrouw Ripmeester: Vijf. De voorzitter: Mevrouw Horvath. Mevrouw Horvath: Eén. De voorzitter: Mijnheer Hulman. Hulhoven, excuus. Hulhoven, één. Dan mag u wat mij betreft ook gelijk de vraag stellen. De heer Hulhoven: Voorzitter, dank u wel. Ik zit mij nog even te oriënteren en dat is schrikken zeg, ben ik gelijk aan de beurt. Nou, het betreft meer een vraag in algemene zin want we hebben in de aanbiedingsbrief van de GRJR gezien dat ze een opmerking maken over dat kostenbesparende maatregelen op het gebied van specialistische hulp alleen niet voldoende zijn. We hebben in een eerdere commissie de wethouder ook al gehoord over de specialistische zorg, dat daar maatregelen, dat eraan gewerkt wordt. Mijn vraag in brede zin is, kan de wethouder ook de kostenbesparende maatregelen op andere terreinen misschien wat inzichtelijk maken? Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Wethouder Piena, denkt u dat u deze vraag kunt beantwoorden? De heer Piena: Nou, waarschijnlijk niet, maar ik ga mijn best doen. De vraag is ook niet echt flauw gezegd goed gekaderd want ja, op welke gebieden? Je ziet hier dat er een splitsing is gemaakt omdat dat moet volgens de begrotingsregels, dat de zorgkosten die worden verantwoord bij de gemeentes.

Het enige waar we nog aan kosten denken bij de GRJR, en daar hebben we het vandaag over, we hebben het ook over de Kadernota van de GRJR, dan hebben we het alleen over de subsidies die aan gecertificeerde instellingen, zoals bijvoorbeeld Veilig Thuis en dergelijke, worden gegeven en de apparaatskosten van de GRJR. De GRJR als organisatie kijkt ook op verzoek onder andere van de diverse colleges van de gemeentes of ze inderdaad op die organisatorische kosten kunnen besparen. Daar zijn ze hard mee bezig en ze vertrouwen er ook wel een beetje op dat dat ze een deel gaat lukken. Daar cijfermatig inzicht in geven, dat wordt een beetje lastig op dit moment. Dat staat ook niet in deze Kadernota, daar wordt alleen in zijn algemeenheid gesproken dat de GRJR ik meen uit mijn hoofd 5 procent kijkt of ze dat kunnen besparen. De voorzitter: Mijnheer Hulhoven, ik zie dat u nog een aanvullende vraag wil stellen. De heer Hulhoven: Ja, in die aanbiedingsbrief citeer ik even de GRJR die zegt van, wij wijzen er opnieuw met klem op dat de kostenbeheersingsambitie niet alleen met de maatregelen binnen de specialistische jeugdhulp behaald kan worden. Omdat de uitgaven bij uitblijven van dergelijke beleidsmaatregelen onhoudbaar hoog zullen blijven vragen wij van uw raad aandacht voor deze opgave. Nou, daar zat hem dus mijn stukje.

En als de wethouder mij vertelt dat we daar inderdaad aan werken dan ... De voorzitter: Ik denk dat u een helder antwoord gaat krijgen van de heer Piena. De heer Hulhoven: Dank u, voorzitter. De voorzitter: U wilt eerst nog stapelen, mevrouw Ripmeester, PvdA? Pagina 2 van 19

Mevrouw Ripmeester: Als het mag? De voorzitter: Anders geef ik u het woord niet. Mevrouw Ripmeester: Dank u wel, voorzitter. Ja, ik onderstreep de zorg van de heer Hulhoven. Er staat in dat inderdaad de zorgkosten bij de gemeente zijn, dat daar niet alleen op specialistische zorg bezuinigd kan worden, maar dat er ook wat gevraagd wordt bij de gemeente. En ergens anders in vier linea 's verder staat dat met name de toegang bij de gemeente de hoogte van de zorgkosten bepaalt. Dus mijn zorg zit er wel in als we iets met die zorgkosten gaan doen, gaan we dan beknibbelen op de toegang? Maken we dan de jeugdhulp voor minder kinderen beschikbaar zodat we uiteindelijk leuk in de plaatjes staan met 5 procent kostenreductie of welke reductie dan ook? Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Wethouder Piena, kunt u daar een antwoord op geven? De heer Piena: Ja, voorzitter, wil ik even hier op deze plaats. Ik ga op alle vragen zo goed mogelijk antwoord geven maar iedereen moet wel beseffen dat we het hier over de Kadernota van de GRJR hebben en dat ik het niet over de zorgkosten die in de begroting van de gemeente verantwoord moet worden. Maar nogmaals, u mag die vraag stellen, ik ga het naar beste eer en geweten beantwoorden. Maar u zult begrijpen dat ik, voorzitter, sorry, de commissie zal toch hopelijk begrijpen dat ik waarschijnlijk niet alle vragen adequaat kan beantwoorden.

In deze vraag die hier ligt wel. Hier wordt echt gedoeld op de kosten, de zorgkosten die door de indicering van de gemeente worden gemaakt. Daar hebben we het volgens mij over. En daarvan zegt de GRJR, ja, ook u moet in het voorliggend veld een aantal zaken doen. Maar ook moet de uitvoering van de Hervormingsagenda, zover die bij de gemeente ligt, goed uitgevoerd worden. Maar ook vanuit het Rijk zullen daar maatregelen genomen moeten worden, onder andere het kaderen van welke zorg behoort nu tot de jeugdzorg? En dat bedoelt de GRJR te zeggen, als u wilt … Nee, een afvlakking van de kosten of een bezuiniging kan alleen maar behaald worden als de gemeentes daar ook hun rol in nemen. De voorzitter: Mijnheer Hulhoven, u wilt daar nog kort op reflecteren. De heer Hulhoven: Nou, de wethouder heeft een prachtig antwoord. Alleen hoor ik niet of er inderdaad in algemene zin op dit moment lijnen zijn waarlangs de gemeente maatregelen inderdaad opzet of neemt. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Wethouder Piena. De heer Piena: Ja, voorzitter, dan kan ik natuurlijk een heel flauw antwoord geven, maar in het hele traject bent u meegenomen, u weet welke maatregelen we nemen. U kent ook de maatregelen van de GRJR, de zogenaamde 50 of 51 maatregelen. Van die 51 maatregelen behoren er heel veel tot het gebied van de gemeente. Dus ja, we zijn er hard mee aan het werk.

En u heeft recentelijk nog voor ongeveer 650 duizend euro beschikbaar gesteld voor het plan van aanpak om inderdaad nog verdere stappen te nemen, nog meer dingen inzichtelijk te maken. Dus me dunkt dat deze gemeente stappen voorwaarts zet en hopelijk ook dat dat zijn vruchten gaat afwerpen. De voorzitter: En dat terwijl we het over de Kadernota hebben. Wilt u zich daar wel toe beperken, mijnheer Hulhoven? De heer Hulhoven: Ja hoor, dat is alles wat ik van de wethouder wilde horen. Dank u wel, voorzitter. Pagina 3 van 19

De voorzitter: Helemaal goed. Dan geef ik graag mevrouw Horvath het woord, GroenLinks. Mevrouw Horvath: Dank u wel, voorzitter. Ik heb een vraag over bladzijde 36 en 37 waar het meerjarenperspectief per gemeente wordt gespecificeerd. Daar zagen we een behoorlijke kostenstijging inderdaad van als je naar 2025 kijkt ten opzichte van 2029, een stijging van bijna 50 procent. En GroenLinks vroeg zich af van, zien we dat ook terug in de meerjarenbegroting van de gemeente? De voorzitter: Wethouder Piena. De heer Piena: Sorry, de nummering loopt bij mij iets anders, ik heb pagina 34 voor me. Maar even voor de bedragen die genoemd worden, ja, dat zien we ook terug in de begroting van de gemeente. Ik zal nog even proberen de systematiek uit te leggen. De GRJR maakt deze Kadernota en straks de begroting dus op basis van de subsidies die verstrekt gaan worden en op hun eigen organisatiekosten. Deze kosten worden omgeslagen naar de deelnemende gemeentes van de GRJR dus die zitten sowieso in de kosten, in de begroting. De zorgkosten, daar wordt een schatting van gemaakt, ook door de GRJR op basis van een vierjarig gemiddelde, de meest recente zorgkosten die inzichtelijk zijn. Daar geeft men een advies over af en dat advies dat neemt de gemeente mee, nou, in principe heel vaak één op één maar grotendeels in haar eigen begroting.

Dus ja, deze bedragen zult u uiteindelijk terugzien in de begroting. Tenzij wij hier als gemeente Ridderkerk denken, hé, die maatregelen die leveren versneld voordeel op en dan zullen we de begroting uiteraard lager deze bedragen meenemen. De voorzitter: Mevrouw Ripmeester, PvdA. Mevrouw Ripmeester: Verduidelijkingsvraag. Er staat hierin dat de bedragen zijn in 2029 en in het voorstel staat dat we in ieder geval niet willen dat ze verder stijgen. Betekent dit dat we niet verder willen stijgen dan de bedragen die genoemd worden in 2029 of wordt eigenlijk bedoeld dat we nu gaan afbuigen en dat we ombuigen en dat we lager uitkomen dan de bedragen die hier staan? De voorzitter: Wethouder Piena. De heer Piena: Dank u. Deze bedragen zijn gebaseerd, zoals ik net zei, op het vierjaarlijks gemiddelde en de meest recente kosten en dan doortrommeling met een stukje indexatie. O nee, de indexatie zit hier niet bij. De bedoeling is, dus dat is het meest reële beeld. Wat hierin niet zit is, dat zijn de effecten van de maatregelen die er genomen worden. En die mogen we hier ook niet in opnemen omdat wij niet met een redelijke zekerheid kunnen stellen dat die maatregelen een x bezuiniging opleveren. Vandaar dat het hier nog niet in zit dus we hopen dat naast de autonome stijging van de hulpvraag, naast de indexatie en de maatregelen, dat uiteindelijk toch nog hier een lager bedrag uitkomt.

Maar dat kunnen we niet met zekerheid stellen. De voorzitter: We waren bij mevrouw Horvath, GroenLinks. Is uw vraag voldoende beantwoord? Dat is het geval. Dan ga ik nu graag naar de ChristenUnie, mijnheer Haan. U heeft vier vragen of had vier vragen, dat zijn er nog steeds vier zie ik. Zou u ze twee om twee willen stellen? De heer Haan: Ja, dank u wel, voorzitter. De Kadernota heeft veel aandacht om jeugdhulp passend en nabij te organiseren en de focus wordt dan gelegd op de professionele hulp via de lokale teams. Die zijn ook belangrijk maar bij het lezen van de Kadernota ontbrak er volgens mij een schakel. Want er wordt wel gesproken over preventie en ondersteuning, maar er staat eigenlijk niks over hoe je informele netwerken hierbij kunt betrekken. Daar hadden we een paar vragen over. Is de wethouder het met ons eens dat informele netwerken Pagina 4 van 19

zoals buurtverenigingen, vrijwilligers, kerken, et cetera, steeds belangrijker worden en hier ook aan kunnen bijdragen? En de tweede vraag is, door de informele netwerken beter te benutten kan worden voorkomen dat de druk volledig bij de professionals komt te liggen. Wat doet en wat kan de gemeente nog meer doen om informele netwerken beter te benutten? De voorzitter: Excuus, ik zit ook ondertussen mee te schrijven want je weet maar nooit of de wethouder het in één keer allemaal redt. Wethouder Piena. De heer Piena: Nou, het antwoord op de eerste vraag is kort, informele netwerken zijn zeer belangrijk. Zonder kunnen we in de toekomst niet dus ja, zeer belangrijk. Wat kunnen we meer doen? Ja, steeds stap voor stap nog meer de verbintenissen leggen tussen de verschillende, wat zal ik zeggen, organisaties die ertoe bijdragen. Maar het is niet alleen op het gebied van zorg, het is veel breder. Het zit hem ook in een minimabeleid, het zit hem in Wmo, het zit hem op vele vlakken waarbij je met elkaar moet optrekken. Dus dat is wat we doen. Daarmee zijn we elke dag mee bezig, hoe kunnen we dat verbeteren, hoe kunnen we die verbanden beter leggen? En ja, daar heb je heel veel organisaties voor nodig en dat kost tijd. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Haan. U kijkt nog een beetje sceptisch.

Ik dacht dat het antwoord best wel goed was maar als het niet voldoende is dan hoor ik dat graag van u. En anders wilt u dan uw twee andere vragen stellen? De heer Haan: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, in de wethouder ook bereid om bij de ontwerpbegroting aan het algemeen bestuur mee te geven om na te denken over hoe de GRJR een rol kan spelen in het aanmoedigen bij de gemeentes van deze informele netwerken? En de laatste vraag. De Kadernota geeft ook aan dat de wijkteams versterkt en verbeterd moeten worden en op welke wijze wordt of is dit zichtbaar binnen onze gemeente? De voorzitter: Dan ga ik wethouder Piena vragen om deze twee vragen te beantwoorden. De heer Piena: Ja, de GRJR, die denkfout maken wij heel vaak, de GRJR zijn wij, onder andere de gemeente Ridderkerk en alle andere deelnemende gemeentes. Dus ja, we zijn het zelf. En daarmee beantwoord ik in principe uw vraag al, ja, we zullen zelf die netwerken moeten versterken. En tuurlijk zal de GRJR bij zijn Kadernota en bij zijn begroting altijd erop duiden van, denk erom, wij kunnen mooie getallen presenteren maar u zult het zelf moeten doen. En zij kunnen het alleen doen in het afsluiten van de zorgcontracten, et cetera, op een ander niveau, maar voor de informele netwerken staan we zelf als gemeente wel aan de lat. En dat is denk ik ook hartstikke goed want dat is toch wel lokaal werk.

Dus daar ben ik ook zeker niet op tegen, ben ik een groot voorstander van. En hoe kunnen de wijkteams versterkt worden? Een eerste opmerking is dat iedere gemeente doet het toch ook wel weer een beetje op zijn eigen manier en niet elke gemeente is al even ver. Wij in Ridderkerk hebben al best wel een stevig wijkteam staan. Uiteraard kan het altijd beter, zullen we ook daar de ontwikkelingen in zien. Maar zelf ben ik van mening dat wij het echt niet slecht voor elkaar hebben. Wij hebben echt wel goede verbintenissen met ook de andere speelvelden zoals met scholen, met zorg, met huisartsen en noem maar op. Dus wij zijn echt wel hard bezig om die netwerken en ook de informele netwerken te verstevigen. En heel vaak doen daar ook ambtenaren mee met de verschillende overleggen dus ja, ik denk dat wij al op de goede weg zijn. De voorzitter: Mijnheer Haan, ChristenUnie, zijn daarmee uw vragen voldoende beantwoord? Gaat uw gang.

Pagina 5 van 19

De heer Haan: Ja, dank u, voorzitter. Nou, toch nog één vraagje over wat de GRJR, altijd een lastige afkorting. Ja, ik weet dat die verantwoording van informele netwerken ook bij de gemeente ligt. Maar bent u het niet met ons eens dat de GRJR daar ook overkoepelend wat meer in zou kunnen bijdragen? Samenwerking stimuleren of ja, preventie versterken en advies geven aan de gemeentes. Of denkt u echt dat het enkel een taak van de gemeente zelf is? De voorzitter: Wethouder Piena. De heer Piena: Ja, nogmaals, GRJR zijn wij. U gaat er nu vanuit, dat is een beetje uw aanname, de aanname van de ChristenUnie, dat dat niet gebeurt. Nee, dat gebeurt absoluut. De GRJR, de organisatie GRJR denkt hartstikke goed mee, ook in overleggen, ook in aanbevelingen. Dus nee, dat gebeurt al. De voorzitter: Dank u wel. Daarbij zijn de vragen voldoende beantwoord. Dan ga ik nu graag over naar PvdA. Mevrouw Ripmeester, u had er vijf, zijn dat er nog steeds vijf? Dat vraag ik een beetje hoopvol. Mevrouw Ripmeester: Minimaal. De voorzitter: Zou u ze twee om twee willen stellen? En het moet over de Kadernota gaan hè? Mevrouw Ripmeester: Het gaat over de Kadernota, maar de Kadernota staat vrij veel in dus ik zie een hoop haakjes. Een van de eerste dingen die erin staan, dat het aantal jeugdigen dat hulp ontvangt eigenlijk vrij constant is, maar de kostenstijging is enorm. We zijn nu aan het bezuinigen.

Als die kostenstijging zo groot is, wordt er dan ook wel goed gekeken naar alle apparaatskosten en de bureaucratische kosten die er zijn? Dat we het daar vooral ook weg gaan halen zo nodig en niet zozeer bij de kinderen. Dat is mijn eerste vraag. Mijn tweede vraag is, op het moment dat die zorgkosten komen nu voor rekening van de, nou ja, op de begroting van de gemeente worden die inzichtelijk gemaakt. Dat is mooi, dan zien we dat goed. Maar als het dan toch allemaal op onze eigen begroting komt, kunnen we dan ook lokaal een plus maken als wij dat nodig vinden of zijn we dan gebonden nog steeds aan de regels van de gemeenschappelijke regeling? Daar hangt een vraag aan vast, mag die erbij als een soort 2b? De voorzitter: De wethouder zegt, ja, maar volgens mij ga ik daarover. De heer Piena: Ik zei alleen maar dat dat geen probleem is. De voorzitter: Het mag, mevrouw Ripmeester. Mevrouw Ripmeester: Ik dacht, ik wacht even. En die zorgkosten die komen bij ons op de begroting. Met welke indicatoren wordt dan duidelijk gemaakt in onze eigen P&C-cyclus dat die zorgkosten ook terecht gemaakt zijn en waar de veranderingen zijn geweest. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Het was inderdaad een mooie 2b. Wethouder Piena.

De heer Piena: Ja, voorzitter, de stijging zit hem dus niet zozeer in de aantallen zoals er staat, maar het zit hem in de zwaarte van de zorg, het zit hem in de lengte van de zorgverlening. Dus indexaties die daarmee gepaard gaan die heel hoog zijn geweest de afgelopen jaren dus daar zit die kostenstijging voornamelijk in. En dan de tweede. Even voor deze commissie, die zorgkosten zaten al in onze begroting. Want dat kan niet anders want anders hadden we gaten van 10 miljoen zitten en dan had ik denk ik toch wel wat andere vragen van u kunnen verwachten, van de commissie of de raad kunnen verwachten. Dus die zorgkosten zitten er al in, alleen Pagina 6 van 19

vroeger werden ze qua rechtmatigheid ondergebracht bij de GRJR en dat mag niet meer. Dus die zorgkosten worden nu door de gemeente zelf moeten ze verantwoord worden. Dat vind ik ook best wel een logische zaak want de gemeente is de instantie die de indicaties afgeeft en de GRJR doet niks anders dan de facturen betalen na accordering van de gemeente die de zorgaanbieders ingediend hebben. De indicatoren die zijn er nu zoals ze er nu zijn, dat verandert niet want er verandert niks in de systematiek. Dus de vraag die er ligt, ja, zou er eigenlijk niet hoeven te zijn want er verandert niks in die systematiek, alleen in de rechtmatigheidsverantwoording verandert die. Maar alle bedragen zitten uiteraard al in de begroting. U krijgt een Kadernota straks voor 2026 van de gemeente, daar zullen de zorgkosten in zitten. Dan komt de begroting 2026 waarbij er misschien wat aanpassingen zijn op basis van voortschrijdend inzicht. Maar ze hebben er altijd al in gezeten en ze blijven erin zitten. De voorzitter: Nog even een aanvullende vraag van mevrouw Ripmeester die ze gesteld had, of er ook gekeken wordt naar de overheadkosten, of die naar beneden kunnen? De heer Piena: Volgens mij heb ik die in een eerdere vraag al beantwoord en heb ik gezegd dat de GRJR kijkt of zij in hun organisatiekosten kunnen bezuinigen.

Ze hebben daar een percentage van 5 genoemd dus inderdaad wordt ook daarnaar gekeken of het zuiniger kan. De voorzitter: Mevrouw Ripmeester, dan wordt het nu vraag drie en vier? Mevrouw Ripmeester: Sorry, voorzitter, het wordt een reactie op deze vraag want ik heb geen goed antwoord gekregen. Althans, niet een antwoord waar ik wat mee uit de voeten kan. Er stond in de stukken dat op basis van BBV of iets, klopt dat, dat nu de zorgkosten bij de gemeente verantwoord moeten worden en niet meer opgenomen worden in de GRJR? Er stond ook bij dat dat logisch was omdat juist de gemeente degene was die over, of is, die doordat die de toegang is de zorgkosten kan beïnvloeden. Daar ging mijn vraag over. Als wij door de toegang de zorgkosten kunnen beïnvloeden, kunnen wij ook misschien de kwaliteit of de lokale kwaliteit voor onze Ridderkerkse jongeren vergroten of verkleinen? Dat was mijn eerste vraag. Mijn tweede vraag was, hoe zien wij dat dan in onze begroting terug dat we daar iets mee gedaan hebben, in de P&Ccyclus? De voorzitter: Die indicatoren? Mevrouw Ripmeester: Die indiciatoren, ja, het zijn dezelfde, de herhaling van de vraag is dit. De heer Piena: Hebben wij invloed op de zorgkosten? Ja en nee. De gemeente geeft de indicaties af. Echter, heel veel van die indicaties komen rechtstreeks van onder andere gecertificeerde instellingen, huisartsen.

Als gemeente kunnen we bijna niet anders doen, nee, zijn we zelfs verplicht om die zorgaanvragen te accorderen. Daar hebben wij geen invloed op. Wij kunnen wel, en dat doen we ook al op dit moment, wij zijn in bespreking met bijvoorbeeld huisartsen, daarom hebben we een praktijkondersteuner huisartsen. Zorg ervoor dat voordat u een doorverwijzing doet, leid hem eerst nou even langs die POH’er en dan kan er in het wijkteam ook nog even gekeken naar worden. En dan kunnen we inderdaad even kijken of er niet een voorliggend veld is waarmee we de kinderen kunnen helpen of dat inderdaad die doorgeleiding naar specialistische hulp noodzakelijk is. Daar zit even denk ik de crux. Maar we moeten ons wel ervan bewust zijn, en daar wordt ook landelijk maar ook regionaal heel hard aan gewerkt, hoe kunnen we nou ervoor zorgdragen dat die gecertificeerde instellingen en de huisartsen, nou, laat ik zeggen iets terughoudender zijn om rechtstreeks door te verwijzen maar eerst even nauw in overleg te treden met bijvoorbeeld een wijkteam. Daar zit een mogelijke kostenbesparing, zonder dat dat ten koste gaat van de kwaliteit van de zorg voor jeugdigen. Hoe Pagina 7 van 19

kunnen we dan de indicatoren zien? Ja, de indicatoren zoals u nu in de begroting en in de jaarrekening ziet, zo zijn ze nu. Mochten daar wensen voor zijn dan is het aan de raad om die aan het college mee te geven zodat ernaar gekeken kan worden. De voorzitter: Mevrouw Ripmeester. Mevrouw Ripmeester: Dank u wel, voorzitter. Ik begrijp de opmerkingen die de wethouder maakt dat we qua preventie en meer naar het voorveld toe, dat we dat zouden kunnen doen. Het is natuurlijk nauw gekoppeld aan de samenwerking en überhaupt de snelheid van behandeling, het zit helemaal verstopt. De wethouder kwam ook weer terug op de intenties van de Kadernota en ook van onze lokale intenties. Er staat bij, we gaan … De kwaliteit van de jeugdhulp is verbeterd maar er wordt nergens duidelijk waaruit dat dan is. We gaan ook effectiever doen en we gaan betere voorliggende voorzieningen doen en we gaan passender maatschappelijke ondersteuning doen, maar nergens staat wat dat precies inhoudt en nergens staat wie het bepaalt. Dus mijn vraag is, kunnen we daar wat meer heldere definities doen, wanneer vinden wij nou de jeugdhulp verbeterd in Ridderkerk en wanneer vinden wij nou dat dat doelmatig is? En vinden we dat als de wijkteammedewerker dat zegt of de gecertificeerde instelling het zegt of als de ouder het zegt of het kind? Want we praten over het kind en niet met het kind.

Dus wat kunnen we met die definities want iedereen wil het beter, effectiever en passender en nabijer. Kan dat helderder? Dat is vraag drie. De voorzitter: De wethouder vraagt … Laat hem even deze beantwoorden maar. De heer Piena: Ja, voorzitter, deze vraag slaat, nou, gaat wel heel, heel ver weg zijn van de Kadernota. Dit is echt een hele andere discussie die dan met de commissie of met de raad gevoerd zou moeten worden. Ik heb denk ik net al globaal een antwoord gegeven hoe wij erin staan en waar we ombuigingen kunnen laten zijn. Als we het over indicatoren en dergelijke hebben, dan gaat het echt om onze eigen begroting. Dan vind ik dat daar de vragen gesteld moeten worden of dat er voorstellen moeten komen vanuit een commissie of vanuit een raad om te kijken om beter te kunnen bedienen. Maar ik vind dat nu even denk ik, maar ik kijk naar de voorzitter, iets te ver gaan om hier de discussie vandaag over te voeren. De voorzitter: Nee hoor, daar gaan we geen discussie over voeren. Het stuk ligt voor … Ja, sorry, de Kadernota ligt voor dus de vragen over de Kadernota kunnen beantwoord worden door de portefeuillehouder. Mevrouw Ripmeester. Mevrouw Ripmeester: Dank u wel, voorzitter. Op pagina 1 staat, we staan voor een majeure inhoud of we staan voor een majeure opgave, we moeten passender en nabijere jeugdhulp. Dat wordt verder niet gedefinieerd of er wordt niks bij vermeld.

Dus mijn, het is vandaag ook meningsvorming en wat nemen we mee naar het overleg. Een van de dingen die wij zouden mee willen geven is, gebruik wat minder vaagtaal en definieer dan ook wat je wil, wat je passend vindt, wie bepaalt wat passend is, wat nabij is, wie dat bepaalt? Dit soort dingen, neem dat dan ook mee. Dus als u dat zou willen doen? De voorzitter: Ik dacht eigenlijk dat we nu eerst even een vragenrondje deden … Mevrouw Ripmeester: O, we gaan door met mijn vragen, sorry. De voorzitter: En vervolgens zo meteen maak ik nog even een rondje of er nog wat toegevoegd moet worden als suggestie aan de portefeuillehouder.

Pagina 8 van 19

Mevrouw Ripmeester: Heb ik er nog twee. In het kader van preventie en ook wel een beetje stapelend op de vraag van de heer De Haan over de koppeling met de informele netwerken en is dat iets wat wij alleen lokaal kunnen doen of kunnen we daar ook wat in de gemeenschappelijke regeling doen? Bijvoorbeeld de brief, we hebben een noodbrief gekregen dat pleegzorgouders, om maar iets heel praktisch te noemen, zich bijna niet erkend voelen omdat ze in een bureaucratische molen lopen. Als we nou dat netwerk heel belangrijk vinden, kunnen we daar dan niet regionaal wat handvatten voor geven? Denkt u dat dat iets is wat we zouden kunnen doen? En voor de rest zijn dit tips voor lokaal beleid, voor de gaten die we hier geconstateerd hebben in onze vragenronde. Wilt u die hebben of wilt u die liever als een vraag? De voorzitter: Gaat het over de Kadernota? Mevrouw Ripmeester: Nee, dit gaat over het lokale beleid, over het meer gebruikmaken van het voorveld. Maar goed, vraag vijf … De voorzitter: Volgens mij ligt het … Mevrouw Ripmeester: Ik sla hem over, ik maak vraag vijf. In de Kadernota staat, de kostenstijging zal alleen acceptabel worden als er geld tegenover staat van het Rijk.

Maar stel nu dat we weer een of andere calamiteit hebben of stel nu dat wij iets als Ridderkerk heel erg belangrijk vinden, gaan we dat dan nalaten omdat wij wachten op geld van het Rijk? Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Wethouder Piena. De heer Piena: Ja, eerst even terugkerend, en daar wil ik niet te diep op ingaan want dat is in principe een statement van de Partij van de Arbeid, maar wat is passend en nabij? In de Regiovisie wordt wel degelijk omschreven wat passend en nabij is en wat we daarvan verlangen. Waarschijnlijk wordt hier gevraagd of we een nadere invulling daarvan willen geven en of we op detailniveau willen gaan kijken waar dan de indicatoren moeten zitten en hoe we het moeten doen. Dat is een discussie denk ik voor een andere commissie en bij een ander onderwerp, maar ik ga er niet in mee dat er niet omschreven is wat passend en nabij is. Dat staat echt wel in de Regiovisie en een aantal beleidsstukken, dus dat is er. Pleegzorgouders vond ik een beetje een lastige vraag om te duiden. Het is heel moeilijk om voldoende pleegouders te krijgen. Vanuit de gemeente hebben we daar ook jaarlijks wel even aandacht voor. De pleegouders, dat is ook een inkoopproduct dus het zijn externe partijen die het verzorgen. Bureaucratische rompslomp, die is mij niet bekend en ik heb toch echt wel met een aantal pleegouders gesproken.

Dus ik herken dat niet helemaal dat er, ja, ik herken dat gewoon niet helemaal. Ik weet wel dat pleegouders, dat het heel lastig is, dat het zwaar is. En dat het ook wel moeilijk is om soms tijdelijke pleeghulp, vervangen, dat ze eens even lucht hebben te krijgen, om dat te verzorgen. Ja, dat is duidelijk, maar dat is ook in het veld bekend, dat is bij pleegouders bekend. Ik doe ook hier dan maar gelijk weer heel flauw de oproep aan iedereen, meld u zich aan als pleegouder, u helpt er heel veel mensen mee en het is echt mooi om te doen als u in de gelegenheid bent. De vraag over het geld als er de zorg is. Heel helder, de Jeugdwet zegt, heeft er iemand jeugdzorg nodig, dan zijn wij verplicht dat te geven. Al hebben we geen geld, al gaan we morgen failliet, we zullen de jeugdzorg geven. Dus zou ik heel flauw kunnen zeggen, nou, dat is het antwoord, maar zo werkt dat natuurlijk niet. We kunnen als gemeente niet door blijven gaan als we niet voldoende geld vanuit het Rijk krijgen om deze hele belangrijke taak voor onze jeugd te kunnen uitvoeren. Op dit moment is het zo dat wij veel meer uitgeven dan we binnenkrijgen van het Rijk. Nou, vandaag is toevallig het deskundigenrapport naar buiten gekomen, sorry, het rapport van de deskundigencommissie.

Ik heb hem nog niet kunnen doornemen, geloof ik 95 pagina's, maar ik heb even heel snel naar de highlights gekeken en ik heb hele lieve ambtenaren die voor mij een samenvatting hebben gemaakt. Laat ik zeggen, het had een stuk Pagina 9 van 19

beter gekund die uitspraak voor de gemeentes. Iets is altijd beter dan niets, maar in mijn optiek is het niet voldoende om de gemeentes voldoende tools te geven om de jeugd op een goede wijze te blijven begeleiden zonder dat we ergens anders moeten bezuinigen. Buiten nog om alle bezuinigingsmaatregelen die er eventueel op stapel staan in verband met het ravijnjaar. Er zitten zeker een aantal positieve punten in voor de gemeentes in dat deskundigenrapport, maar het is ook nog afwachten of deze regering er gehoor aan gaat geven. Dat is dus één. Dus geld is hartstikke belangrijk, maar nee, wij zullen geen zorg weigeren van kinderen want dat kunnen we gewoonweg niet. De voorzitter: Ik zag de hand van de heer Haan, ChristenUnie. U had al eerder graag even willen interrumperen maar de wethouder was zo aan zijn spraakwaterval, die was niet te stuiten. Dus hij is nu even gestopt dus gaat uw gang. De heer Haan: Ja, dank u wel, voorzitter. Nog even terugkomend op de vraag van mevrouw Ripmeester en het voorbeeld over de pleegouders. Ja, het duurde zo lang dat ik alles even moest verwerken. En de informele netwerken, kijk, u zegt, de wethouder geeft in zijn antwoord aan van, ja, daar kijken we als gemeente naar. Maar of dit dan het juiste voorbeeld is laat ik even in het midden.

Het zou dus juist iets van de GRJR zijn om zoiets groots gezamenlijk aan te pakken en dat niet alleen aan ons als gemeente over te laten. Dat was ook eigenlijk mijn vraag van, ze kunnen toch veel breder dingen inzetten en de gemeentes daarbij ondersteunen? Nou, daar vroegen we eigenlijk de aandacht voor. De voorzitter: Volgens mij was dat ook eigenlijk min of meer de vraag van mevrouw Ripmeester. Dus misschien kan de wethouder Piena daar een kort, bondig en helder antwoord op geven. De heer Piena: Ja, dan krijgt u het ook kort. De GRJR verzorgt ook de inkoop van pleegoudergezinnen dus daar wordt dit allemaal in meegenomen. Meer mag ik niet zeggen van de voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Ripmeester, PvdA. Mevrouw Ripmeester: Dank u wel, voorzitter. Zou de wethouder dan de brief willen meenemen die gaat over het formaliseren van de netwerkpleegzorg? Die zit bij de stukken van deze vergadering, waarin wordt aangegeven dat er soms een beroep wordt gedaan op het netwerk, die mensen nemen dan een kind in huis omdat dat nodig is en vervolgens hebben ze heel veel problemen om dat te formaliseren. Dat is geen Ridderkerks probleem, dat is een regionaal probleem. Als u zegt, de GRJR heeft de contacten met die officiële instanties, dan denk ik toch dat dat daar thuishoort. Dus het zou heel fijn zijn als dat zo zou zijn.

De voorzitter: Dan gaan we gelijk even wethouder Piena het woord hierover geven. De heer Piena: Ja, er lopen nu twee dingen door elkaar. De GRJR zorgt voor de inkoop hiervan. Dat zijn de zorgaanbieders die pleegoudergezinnen onder zich hebben en daarvoor zorgen. Daar hebben wij als gemeente weer geen invloed op, in zoverre, dat is ook weer met de AVG, wij weten niet eens wie de pleegouders zijn. Laat dat ook even heel helder zijn. Dus de GRJR zal bij zijn inkoop rekening houden met de wensen, waar mensen tegenaan lopen en zorgen dat die inkoop zo goed mogelijk verloopt. En die hebben natuurlijk overleg met de zorgaanbieders die dit product leveren en daarin wordt alles meegenomen. Ik zou niet weten … En tuurlijk geven wij als gemeente daar ook onze draai aan. Ik weet dat mijn collega uit Capelle aan de IJssel meen ik, die maakt zich daar ook altijd hartstikke hard voor, doet die heel goed. Ook hoe krijgen we meer pleeggezinnen, hoe brengen we het onder de aandacht, waar lopen ze tegenaan, waar kunnen we ze helpen?

Pagina 10 van 19

Dus er is zeker aandacht voor, het is zeker een gespreksonderwerp, maar er zijn dus even wat grenzen over wat wij kunnen betekenen. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Ripmeester, zijn daarmee uw vragen voldoende beantwoord? Mevrouw Ripmeester: Dank u wel. Mijn vragen zijn beantwoord. Ik raad de wethouder wel aan om de brief te lezen. Dan begrijpt die beter waar het vandaan komt, begrijpt die ook dat we het over iets anders hebben. Dank u wel. De voorzitter: Goed. Dan ga ik nu … Ja, maar u krijgt zo meteen toch het woord want dan bent u aan de beurt. Dus dan, ik dacht … Ja, maar u bent zo gelijk aan de beurt. Wethouder Piena. De heer Piena: Ja, toch weer even, alle vragen die ik beantwoord die probeer ik zo goed mogelijk te beantwoorden. Maar laten we nog wel even heel helder houden dat ik niet alle antwoorden volledig paraat heb omdat we het hier nog steeds over een Kadernota van de GRJR hebben. U maakt het gespreksonderwerp, de commissie maakt het gespreksonderwerp heel breed. Vind ik geen enkel probleem, maar ik heb dan ook wel zoiets, bedenk dan wel wat u mij meegeeft nu, dat dat wel ook op die Kadernota van toepassing moet zijn. En uiteraard neem ik graag kennis van alle zaken die er lopen, maar wel even graag een goede scheiding houden waar we het hierover hebben. De voorzitter: Mevrouw Van Vliet, Echt voor Ridderkerk. U had er negen en een aanvullende opmerking.

Zijn dat er nog steeds negen? Mevrouw Van Vliet: Ja, plus één als het een andere vraag is die bij elkaar tien, ja. De voorzitter: Oké, prima. Zou u per twee willen stellen? Mevrouw Van Vliet: Dat ga ik doen. Maar ik wil eigenlijk eerst even mijn excuus aanbieden dat ik dit mondeling moet doen omdat er door technische problemen met de iPad in de koppeling met de gemeenteoplossingen, de GO App, al mijn annotaties verdwenen waren. Waardoor ik het hele document weer opnieuw heb moeten doornemen en mijn vragen moeten stellen dus vandaar dat ik het mondeling doe. Als het goed is wist de wethouder daar al van. De voorzitter: U heeft alle recht om net zoveel vragen te stellen, er is geen verplichting om ze vooraf schriftelijk te doen. Maar gaat uw gang. Mevrouw Van Vliet: Nee, maar het had fijn geweest voor de wethouder. Ja, ik reageer even op het antwoord wat de wethouder zojuist gaf op pleegouders. De opmerking dat hij niet weet wie welke pleegouders zijn, dat bevreemdt mij een beetje. Want ik kan me toch herinneren dat wij wel eens cadeaubonnen hebben weggegeven, bloemen hebben weggegeven aan ouders in Ridderkerk die pleegouders waren. Dus als wij niet weten in het kader van de AVG wie dat zijn, hoe hebben we ze dan ooit kunnen benaderen? Is mijn eerste vraag dan even samen.

De voorzitter: Dan wil ik toch wel gelijk eventjes hierop opmerken, heeft dit betrekking op de Kadernota? Mevrouw Van Vliet: Dit heeft betrekking op het antwoord van de wethouder. De voorzitter: Ja, maar hij gaf ook, de wethouder gaf net al aan, u moet … Nou, hij wil toch antwoorden. Pagina 11 van 19

Mevrouw Van Vliet: Zal ik ook gelijk mijn volgende … Ja, oké. De heer Piena: Dat bevestigt datgene wat ik net gezegd heb, ja, wij doen dat voor onze pleegouders, dat vinden we ook heel belangrijk. Dat doen we eenmaal per jaar in ieder geval zo formeel. Maar die mensen krijgen niet rechtstreeks van de gemeente die uitnodiging, die gaat via de organisaties. Dus daarmee hoop ik heel even duidelijkheid te scheppen dat wij als gemeente dus echt niet weten wie onze pleegouders zijn. De voorzitter: Dan volgt er nu een stapelende vraag c.q. opmerking van de heer Van de Waerdt, SGP. De heer Van de Waerdt: Voorzitter, even een punt van orde mede namens Leefbaar Ridderkerk. Verzoek aan andere commissieleden om echt bij het onderwerp te blijven van vanavond. Want ja, het gaat nu alle kanten op en volgens mij zit er kracht in dat we de wethouder bevragen op de stukken die voor ons liggen en niet om allerlei andere onderwerpen erbij te halen. De voorzitter: De commissie heeft de oproep gehoord. Mevrouw Van Vliet. Mevrouw Van Vliet: Dank u wel. Ja, dan geldt dat voor elk lid dus ik ga er ook rekening mee houden. Mijn vragen, op pagina 6 onder paragraaf 1.3.2., dat gaat over de datakwaliteit. Daar staat dat er wordt gesproken over gegevensuitwisseling.

In hoeverre wordt daar dan rekening mee gehouden met de privacy van onze inwoners? Want als je gegevens uitwisselt, dan zal er toch iets bekend moeten worden gemaakt. Mijn tweede vraag, ook op pagina 6, maar dan een paragraaf verder, 1.3, zo realistisch mogelijk begroten. Staat dat voor gemeenten vanaf 2024 de verschillen tussen realisatie en begroting niet altijd dichter naar elkaar komen. Mijn vraag is, hoe is dat dan voor Ridderkerk en waarop is dit nou gebaseerd? Want realisatie kan je toch alleen maar achteraf bepalen en niet al vooraf, dat is voor mij dus onduidelijk. De voorzitter: Helder. Wethouder Piena, zou u deze twee vragen willen beantwoorden? De heer Piena: De eerste vraag, datakwaliteit. Nogmaals, ik zit niet in de uitvoering maar gegevens kunnen ook geanonimiseerd uitgewisseld worden. Het gaat ook vaak gewoon om facturatie waaruit je dus de bedragen kan afleiden. Maar verder moet ik de commissie het antwoord schuldig blijven. Ik heb daar niet gewoon voldoende verstand van om daar een correct antwoord op te geven. Ik kan een heel mooi antwoord geven maar ik wil niet zeggen dat dat dan het juiste antwoord is dus dat laat ik maar even voor wat het is. Maar je kan dus heel veel gegevens uitwisselen, ook geanonimiseerd en uit de bedragen die uitgekeerd worden hoeveel en wat het is. Zo realistisch mogelijk begroten.

Nou ja, dat zegt het al, je probeert zo goed mogelijk aan de hand van data, van de gegevens uit de afgelopen jaren, vanuit verwachtingen, indexaties ga je kijken, autonome groei van zaken, ga je kijken, nou ja, wat je verwachting is en dat doe je zo realistisch mogelijk. Je doet niet … Laat ik het anders stellen, misschien een duidelijker voorbeeld. We hebben de RBOK maatregelen, ongeveer vijftig. Daarbij hebben we verwachting van dat het een bezuiniging oplevert, we kunnen het alleen nog niet hardmaken. En we kunnen dus inderdaad pas aan het einde van de rit zeggen, nou, het heeft opgeleverd wat we verwachten. Met realistisch begroten bedoel ik dan, je kan die verwachting nog niet inboeken en dat doe je dus ook niet. Dus dan zou het kunnen betekenen dat je aan het einde van de rit denkt, hé, dit is allemaal gelukt. Mooi, afgebogen, dus datgene wat we begroot hebben is hoger dan dat het werkelijk is geworden. Helaas is het tot op heden steeds andersom, maar ik ben een positief ingesteld mens dus ik hoop toch dat het een keer andersom gaat. De voorzitter: Mevrouw Van Vliet.

Pagina 12 van 19

Mevrouw Van Vliet: Ja, ik vraag me af of ik duidelijk genoeg mijn vraag wel heb gesteld. Het staat wel onder het kopje, zo realistisch mogelijk begroten, zo heet de paragraaf. Maar er staat een zin in dat voor gemeenten, en nou hebben we het, vanaf 2024 de verschillen tussen realisatie, en realisatie is wat je al hebt gedaan, dus die cijfers moeten dan bekend zijn, en begroting niet altijd dichter naar elkaar komen. Dus dat betekent dat je voor de jaren ook 2025 en verder, dat je dat niet dichter naar elkaar ziet komen. En dat snap ik niet want die realisatiecijfers zijn dan nog niet bekend. Die zijn … Dus waar is die zin dan op gebaseerd? Is mijn vraag nu duidelijker geworden? De voorzitter: Wethouder Piena. De heer Piena: Nee. De voorzitter: Ik denk dat dit … De heer Piena: Maar ik ga het proberen. Het realistisch begroten, kijk, we zijn ook overgestapt van het ene systeem naar het andere systeem. We hebben de zogenaamde, dat we een verwerking achteraf kregen van de bedragen en daarop onze begroting op baseren. En we hebben sinds twee jaar meen ik uit mijn hoofd gezegd van, nee, we kijken naar de daadwerkelijke uitgaven van het jaar daarvoor en wat bekend is in het huidige jaar en we kijken naar een vierjaarlijks gemiddelde van wat er gebeurt.

Dat doen we pas sinds twee jaar en dan hoop ik dat uiteindelijk straks die realistische begroting of de begroting die je maakt ook uiteindelijk beter aansluit met wat er gerealiseerd is. Ik denk dat daar een beetje de vraag ook wel zit van, hoe kan het nou dat je in de afgelopen jaren waar iedereen heeft geroepen realistisch begroten en dat dat dus niet gelukt is, dat dat op basis van de nieuwe manier van begroten uiteindelijk wel beter gaat en wel beter naar elkaar toe kruipt. De voorzitter: Mevrouw Van Vliet, zou u uw volgende twee vragen willen stellen? Mevrouw Van Vliet: Dat wil ik zeker, voorzitter. Onder de paragraaf 1.3.4., tijdige signalering en rapportage. Daarin wordt gesproken over, en daar komt die, actuele informatie welke doorlopend beschikbaar is in de dashboards van de GRJR. Maar staat er gelijk in de zin achter, deze lopen echter door de huidige administratieve werkwijze nog geruime tijd achter. Deelt u dan ook onze mening dat hier geen sprake is van actuele informatie en wanneer denkt u dat dit probleem is opgelost? Mijn tweede vraag. Dan gaat het op pagina 7 over het Rekenkameronderzoek. Daar staat dat de Rekenkamer Rotterdam namens zes gemeenten niet zijnde Ridderkerk een onderzoek start naar de GRJR.

Er wordt nagegaan of de manier van inkoop van specialistische jeugdhulp en de financiering van jeugdreclassering en jeugdbescherming en Veilig Thuis regionaal zijn vormgegeven in de GRJR en of die voldoen aan de verwachtingen van regionaal samenwerken? Nou, een hele mond vol, dat wordt onderzocht. Wij als Ridderkerk doen daar niet aan mee. Gaan we dan eventueel wel iets doen met de uitkomst van dit onderzoek als dit ook voor Ridderkerk opportuun is? De voorzitter: Helder. Wethouder Piena, zou u deze twee vragen willen beantwoorden? De heer Piena: Op de laatste vraag, ja, want het is een onderzoek naar de GRJR en de efficiency voor de deelnemende gemeenten dus het zou wel heel raar zijn als wij niet goed kennisnamen van dit onderzoek. Hoe meer mensen, sorry, gemeenten nemen deel aan dit Rekenkameronderzoek die ook onderdeel uitmaken van de GRJR dus we gaan er zeker naar kijken. En de GRJR heeft ook alle medewerking verricht gedaan om dit onderzoek te laten slagen omdat wij dit ook hartstikke belangrijk vinden. Dan de administratieve processen. Ja, dat is, u gaat wel heel erg de techniek in met de vragen. Waarom lopen, ja, de cijfers zijn wel degelijk Pagina 13 van 19

actueel voor zover we ze hebben. De systematiek is een beetje van, nou ja, er komt een aanvraag binnen hier bij de gemeente, er komt een indicatiestelling die wordt afgegeven en een zorgaanvrager gaat aan de slag. Maar soms gaat een zorgaanbieder ook wel eens aan de slag voordat die indicatie is afgeleverd omdat er een spoedgeval is, et cetera, et cetera. Er zitten heel veel factoren in waar het niet één op één kan lopen. Dat betekent dat bijvoorbeeld er al wel zorg wordt verleend, dat er een factuur is ingediend, maar dat de indicatie er misschien nog niet is. Die indicatie komt wel, maar dan heb je nog niet de match van indicatie en factuur. Nou, en zo zitten er nog heel veel variaties in, daar wil ik niet te diep op ingaan nu. Maar daar zit het een beetje in, in die actualisatie en dat wil je uiteindelijk verbeteren. Een van die verbeteringsmaatregelen is dat wij de zorgaanbieders, of tenminste de GRJR dan voor ons, heeft gezegd van, u zult binnen een x termijn na afloop van een jaar zult u uw facturen indienen en anders heeft u pech. Dus we proberen dat allemaal bij elkaar te brengen en dat moet zich steeds verbeteren. Ook loopt er nog de discussie over de backoffice, of gemeentes wel volledig al hun gegevens geven aan de GRJR zodat ze dat kunnen doen of dat een deel bij de gemeente blijft.

Nou, dat wordt op dit moment ook allemaal onderzocht dus ja, daar moeten dus gewoon stappen in gemaakt worden. Daar heb ik, daar hebben we de komende maanden echt nog geen uitsluitsel over. De voorzitter: Mevrouw Van Vliet, Echt voor Ridderkerk. Mevrouw Van Vliet: Ja, dank u wel. Helder. Nog twee vragen. Op bladzijde 9 staat dat er weer gewerkt moet gaan worden met één inkoopmodel. Momenteel is voor onze jeugdregio wordt er gewerkt met twee modellen, van de NVS-gemeenten één en de overige gemeenten. Mijn vragen zijn, welke werkt het best, is daar al inzicht over? En is het weer gemakkelijk om naar één inkoopmodel te gaan? Dan op bladzijde 15 staat dat de GRJR zeer actief is in de landelijke aanpak om de beheersing van de LTA, de landelijke ingekochte jeugdhulp te verbeteren. Zijn dat onder andere die vijftig punten of zijn er nog andere dingen die de GRJR doen? De voorzitter: Wethouder Piena, zou u deze twee vragen willen beantwoorden? De heer Piena: Er zijn inderdaad twee soorten inkoopmodellen bij de GRJR, zoals de commissie terecht aangeeft of EvR terecht aangeeft. Maar Schiedam en Vlaardingen hebben een eigen inkoopmodel, aan de ene kant vervelend, aan de andere kant hartstikke mooi want je hebt twee vergelijkbare situaties. Die vergelijkingen zijn nog niet volledig gemaakt, daar is NSV nog mee bezig om daar voldoende informatie over te geven.

Echter ook landelijke wetgeving, ook op basis van de Hervormingsagenda, moeten we goed rekening houden dat de Rijksoverheid wil dat we regionaal met een inkoopmodel werken. Dus het zou ook zomaar weer eens kunnen zijn dat we ook in deze regio weer naar één inkoopmodel willen. Is dat makkelijk te regelen? Ja, alles is te regelen in het leven dus ook dit zal te regelen zijn. LTA, dat is, dan hebben we het even voor de niet-kenners over de zeer specialistische hulp die je echt landelijk moet inkopen omdat er maar weinig, ja, ik zou bijna zeggen, vraag naar is maar misschien een beetje het vervelende woord. Maar dat in ieder geval qua volume, dat je daar gewoon dat op landelijk niveau moet doen. Dan was ik even daar de vraag over kwijt. Ik kijk even naar rechts want u schrijft altijd mee, voorzitter. De voorzitter: Of daar ook die vijftig besparingspunten in zitten? De heer Piena: Die durf ik niet, die staat wel op het netvlies van de GRJR omdat er wordt ook maandelijks hierover gesproken ook met de landelijke partijen. Maar ik durf even uit mijn hoofd niet te zeggen of die nou een van de vijftig maatregelen is. Maar als die er niet onder valt dan is het wel degelijk een aandachtspunt om daar goed naar te kijken hoe we dat kunnen monitoren en hoe we dat beter met elkaar kunnen afstemmen. Pagina 14 van 19

De voorzitter: Wellicht kan Echt voor Ridderkerk die zo meteen nog even als suggestie meegeven want die ronde komt zo meteen. Als het goed is heeft u nu nog drie vragen, zijn dat korte vragen dat ze alle drie tegelijkertijd gesteld kunnen worden? Mevrouw Van Vliet: Ik ga het proberen, anders kapt u mij maar af, voorzitter. Op bladzijde 19 staat dat naar verwachting eind 2024 een landelijk besluit volgt over hoe de regionale veiligheidsteams eruit moeten zien, gaan zien. Is daar al iets over bekend en zo ja, wat? Dan hebben we het eventjes over die gemeenten. Op bladzijde 25 staat, de gemeenten hebben aan de GR gevraagd zich in te spannen voor een reductie van de uitvoeringskosten. Hebben we het net ook al over gehad. Maar wij hebben gevraagd om dat met 5 à 10 procent te doen. Zij komen terug met een opmerking van, we kunnen het slechts voor 5 procent, dat is eigenlijk het minimale. Waarom vragen wij niet of zij dit willen verhogen? Want voor je het weet halen ze ook die 5 procent niet. Mijn idee is dat als je het iets hoger doet, dat het vaak wat meer leidt tot een hoger percentage als het doel wat hoger zit. Dus dat is mijn vraag van, waarom zijn wij zomaar akkoord met die 5 procent? En dan nog één laatste vraag en dat gaat ook over de tabellen op bladzijde 36 en 37.

Daar zien we dat de kosten voor Barendrecht voor het eerst sinds lange tijd hoger liggen dan die van Ridderkerk. En als ik me juist herinner … Zeg ik het verkeerd? De kosten van Barendrecht liggen hoger dan die van Ridderkerk in de tabellen en dat is iets wat jarenlang andersom is geweest. Mijn vraag is, heeft u daar nog een verklaring voor die ommezwaai en zo ja, wat is deze dan? De voorzitter: Nou, volgens mij moet de wethouder die heel even kort opzoeken. Dan praat ik heel even de tijd vol. Maar hij is zover dat hij de laatste drie vragen kan beantwoorden. De heer Piena: Ik ga mijn best doen, voorzitter. Veiligheidsteams, dat is inderdaad een nieuwe, nou, geen nieuw fenomeen, daar willen we met zijn allen naartoe hè? Dat zit hem weer in die ketenaanpak om te kijken hoe de jeugdzorg beter kan, hoe de verschillende organisaties beter met elkaar kunnen werken. Hoe de stand van zaken op dit moment is kan ik de commissie niet vertellen, daar wordt hard aan gewerkt. Daar komen inderdaad gewoon regioteams landelijk en veiligheidsteams en ik denk dat dat zeker tot een verbetering kan leiden voor onze zorg. Ja, dan die 5 en 10 procent, dat is een mooi verhaal. De voorzitter: Kort. De heer Piena: Ja, nou ja, de vraag is eigenlijk niet kort te beantwoorden.

De wethouders van financiën hebben alle gemeenschappelijke regelingen gevraagd om te kijken of ze naar een bezuiniging van 5 tot 10 procent kunnen en of ze scenario's willen schetsen van die bezuinigingsmogelijkheden voor 5 of voor 10 procent. Gemeenschappelijke regelingen verschillen natuurlijk ongelofelijk van elkaar. Je kan een GGD of een GRJR of een Centrum voor Jeugd en Gezin niet met elkaar vergelijken. En ook wat de GRJR is, nou, heeft u zelf gezien, is eigenlijk een uitgeklede organisatie. Dus het zegt nogal wat over welke taken heb je, welke werkzaamheden voer je uit als gemeenschappelijke regeling wat direct er is? Dus is het netjes en er staat ook, men gaat uit van 5 procent, maar dat wil niet zeggen dat men niet op een hoger bedrag uitkomt. Elke gemeenschappelijke regeling, en we moeten ook niet vergeten, wij als gemeente zijn die gemeenschappelijke regeling. Wij als, ik als wethouder dan in een drietal, viertal gemeenschappelijke regelingen vertegenwoordigt de gemeenten en die gemeenten bepalen wat er in die gemeenschappelijke regeling gebeurt. Dus we zijn het ook zelf, we staan zelf aan de lat, we bepalen zelf de begrotingen al daar. Dus wij zijn het zelf. En dat daarnaar gekeken moet worden door die organisatie hoe ze dat voor elkaar kunnen krijgen, dat is hartstikke goed. Is zelfs bijna noodzakelijk gezien het ravijnjaar 2026.

Dus ik blijf er even bij, de 5 procent die men hier noemt vind ik op dit moment redelijk. Als ze dat al in eerste instantie voor elkaar krijgen en dan kunnen we daarna Pagina 15 van 19

weer eens verder kijken. Want het wil niet zeggen als men nu die 5 of 10 procent realiseert, dat we ook niet verder moeten kijken. Want nogmaals, de tekorten zijn groot links en rechts. Nou, daar heb ik … De voorzitter: Barendrecht hoger dan Ridderkerk, pagina 36, 37. De heer Piena: Ja, het zal u niet verbazen dat ik het antwoord niet weet. Ik ga over de gemeente Ridderkerk, daar heb ik mijn handen vol aan, zeker op het gebied van jeugdzorg. Tuurlijk kijk ik af en toe met een schuin oog naar andere gemeentes, maar ook in de jeugdzorg. Ja, en volgens mij gaf een van de leden van de commissie het al aan, ik dacht de PvdA, als jeugdzorg oppopt, ja, dan popt die op. De ene keer komt dat in Ridderkerk en morgen komt het in Rotterdam en overmorgen in Oost-Groningen, daar hebben wij geen zeggenschap in, hebben we geen invloed op. Dus ik moet u gewoon het antwoord schuldig blijven waarom Barendrecht in dit geval afwijkt van Ridderkerk. Zoals ik ook, als u andere gemeentes gaat vragen in de vergelijking, ik het antwoord ook niet weet. De voorzitter: Mevrouw Van Vliet, Echt voor Ridderkerk, zijn daarmee uw vragen voldoende beantwoord? Mevrouw Van Vliet: Ja, in principe wel. Nee, ik snap dat de wethouder het niet weet, maar het bevreemdt me toch ook enigszins. We hebben jarenlang in de BAR gezeten, jullie hebben onderling als wethouders ook met elkaar contact in de GR.

En ja, u zegt, het kan per jaar wisselen. Nee, het is al jaren zo dat Ridderkerk hogere kosten heeft. Het doet me deugd te zien dat we er een keer onder zitten bij Barendrecht. Maar, nou ja, dank voor het antwoord, dat is even toch kort mijn reactie daarop. De voorzitter: Prima, het staat genoteerd. Dan ga ik nog eventjes de fracties langs om te kijken of u de wethouder nog wat mee wilt geven? CDA, wilt u de wethouder nog wat meegeven? De heer Hulhoven: Dank u wel, voorzitter. Ik wil bij de wethouder nog wel even schriftelijk contact opnemen. De voorzitter: Helemaal prima, dat kan. De heer Hulhoven: Ja, dank u. De voorzitter: U weet hem te bereiken. De heer Hulhoven: Ik weet waar die zit. Dank voor het woord. De voorzitter: Ja hoor, zeker. Mevrouw Horvath, GroenLinks. De heer Swarttouw, Leefbaar Ridderkerk, niet. Mijnheer Van de Waerdt, SGP, ook niet. Mijnheer Coule ook niet. PvdA, u had wel een opmerking, ga ik vanuit? Mevrouw Ripmeester: Ik heb er zelfs zes. Ik heb even lekker mee zitten schrijven. De voorzitter: U mag ze ook schriftelijk meegeven hoor. Mevrouw Ripmeester: Ja, heb je dat liever? Dan … De voorzitter: Nou ja, als het er zes zijn dan is het in ieder geval duidelijk en concreet. Voordat het …

Pagina 16 van 19

Mevrouw Ripmeester: Nou ja, ik had wethouder hoog en de ambtenaren die meeschrijven ook dus ik denk, het is een beetje een herhaling. De eerste opmerking die ik mee wil geven, wij als gemeente zijn de gemeenschappelijke regeling, dus laten we vooral in het oog houden dat het over het kind en zijn toekomst gaat en van kostenreductie niet het hoofddoel maken. En ook geen rare prikkels geven aan gemeenten om juist iets te doen met de toegang of met de doelgroep zeg maar, dat we die gaan verkleinen zodat die kinderen tussen wal en schip vallen. De gemeenschappelijke regeling zijn we met elkaar, it takes a village to raise a child. Dus laten we elkaar ook oproepen dat we meer doen ten aanzien van het betrekken van de scholen, meer kijken naar de financiën, het perspectief en de omgeving. Want financiële zorg en slechte huisvesting zijn een aanjager van jeugdhulp, dat komt uit 93 onderzoeken inmiddels. Dus wil je kosten verminderen, zullen we daar wat mee moeten doen. En wij zijn de gemeenschappelijke regeling dus moeten wij dat dan ook met elkaar gaan doen. En laten we ook niet te vaag zijn, laten we duidelijk zijn wat we gaan doen, wat passend is, wat nabij is, welke stappen we gaan doen, wat onze doelgroepen zijn. En deel de best practices, bijvoorbeeld een buddysysteem van 8- tot 12-jarigen, dat doet het heel leuk in andere gemeentes.

Dat hebben we hier niet dus dat zouden we hier bijvoorbeeld kunnen doen, waarbij we dan ook vooral de ouders en ervaringsdeskundigen betrekken. En juist in het proces en hun reviews kunnen mee in dat dashboard zodat gemeenten daar misschien hun kennis nog vandaan halen. En zorg ook dat de kinderen weer uit het systeem gaan en uit de data-analyse want daar zit nog een grote zorg. Ik hoop dat de gemeenschappelijke regeling ook adviezen kan geven aan de gemeente of misschien kan bijdragen aan een beter beleid van de gemeente, zoals het inzichtelijk maken van de thuiszitters waarin heel veel problemen zijn die uit beeld verdwijnen, het formaliseren van de netwerkpleegzorg. De brugfunctionarissen waren vandaag op het journaal, die doen het goed, waarom pakken we dat niet regionaal op? En waarom, in zijn algemeenheid, brengen we jeugd niet positiever voor het daglicht want ze hebben niet alleen problemen, maar ze zijn vooral ook hele leuke mensen met een toekomst en een tijdelijke hiccup zeg maar. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik nu over naar VVD, dat is ook niet het geval. ChristenUnie, ook niet. Echt voor Ridderkerk. Mevrouw Van Vliet: Ja, ik heb twee punten. Dank u wel, voorzitter. Ik zou dus willen kijken, meegeven of die 50 verbeterpunten of 51 punten, of die ook inderdaad kunnen slaan of gebruikt worden voor de beheersing van LTA.

De andere is toch nog, ja, we zijn zelf de GR, dat heb ik de wethouder meerdere keren horen zeggen. Nou, streef dan ook naar een kostenreductie van 10 procent in plaats van 5 procent. Want dat heeft u als gemeente gezamenlijk ook gevraagd aan de GR om zich daarvoor in te spannen, er stond namelijk 5 à 10 procent. Dus ik zeg, ga voor de 10. Als het dan iets minder wordt zit je misschien boven die 5 procent. De voorzitter: Dat is helder. De wethouder heeft het allemaal genoteerd dus ik ga ervan uit dat hij dat allemaal mee gaat nemen voor zover mogelijk. Dan hebben wij dit agendapunt voor nu voldoende behandeld en zien wij de ontwerpbegroting in mei en juni voor een zienswijze. 5.

Mededelingen Gemeenschappelijke Regelingen De voorzitter: Dan ga ik over naar agendapunt 5, mededelingen gemeenschappelijke regelingen. Is er vanuit het college een mededeling te doen met betrekking tot gemeenschappelijke regelingen? De heer Piena: Het zou wel mooi zijn, voorzitter, als ik een heel verhaal over de GRJR dan weer houd. De voorzitter: Gaat u niet doen. Pagina 17 van 19

De heer Piena: Maar nee, ik heb geen mededelingen. De voorzitter: Ik ben zelf wel voorzitter geweest van de adviescommissie van de MRDH en morgen wordt de sfeerimpressie van deze commissie gedeeld met u. En kunt u, als u daar verder nog vragen over heeft, mag u zich bij mij voegen. Even kijken. Wat zegt u, mevrouw Ripmeester? Mevrouw Ripmeester: Ik dacht van deze commissie, maar u bedoelt de commissie waar u nu heeft deelgenomen. De voorzitter: De commissie Economisch Vestigingsklimaat. En dan het gezamenlijke deel, dat is de heer Rottier die dat heeft gedaan. Dus daar komt een sfeerimpressie en daar mag u zich over buigen. 6.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.ridderkerk.nl/api/v1/meetings/1209/documents/40167