2024-11-14-verslag-commissie-samen-leven-ridderkerk.pdf
Tekst van het document
Woordelijk verslag vergadering commissie Samen leven 14 november 2024 De voorzitter: Dames en heren, goedenavond. Het is acht uur, we gaan van start met de beëdiging van een nieuw burgerlid, mijnheer Hakemulder voor Leefbaar Ridderkerk. Ik heet iedereen welkom, de raadsleden, de burgerleden, de collegeleden, de pers, de publieke tribune, de ambtelijke ondersteuning en de luisteraars thuis. En in het bijzonder ook mijnheer Hakemulder en zijn familie. Mijnheer Oosterwijk, mag ik u verzoeken naar het spreekgestoelte te lopen? Terwijl u dat doet heb ik gelijk nog een mededeling van huishoudelijke aard. Na de beëdiging is er gelegenheid om de heer Hakemulder te feliciteren en dan zullen de commissievergaderingen om kwart over acht beginnen en de commissie Samen Wonen die is in de trouwzaal. Tot zover. Burgemeester Oosterwijk. Burgemeester Oosterwijk: Ja, dank u wel, voorzitter. En geachte voorzitter, burgerleden, raadsleden en aanwezigen, het is vanavond wederom zover dat een nieuw burgerlid beëdigd gaat worden en daarmee daarna ook zijn werkzaamheden kan gaan aanvangen in uw midden. En dat is niet iets wat verveelt, dat is iedere keer weer een mooi moment. Daarmee hecht ik er ook aan om de heer Hakemulder en zijn familie ook van harte welkom te heten vanaf deze plek. De moeder en de zoons, fijn dat jullie er ook bij zijn.
En voor u specifiek, maar ook voor iedereen die het misschien al een paar keer eerder heeft gehoord, is het wel goed om met elkaar nog even kort stil te staan bij waarom nou dit moment? Want we weten met elkaar dat nadat benoemde raadsleden, dat is die andere categorie, door de gemeenteraad zijn toegelaten tot de raadsvergadering, worden ze beëdigd in verschillende vormen. En wettelijk is voorgeschreven welke eed of verklaring en belofte zij in handen van de raadsvoorzitter dan moeten afleggen. Die eed en verklaring en belofte onderstreept het bijzondere ambt van het raadslid. We weten het met elkaar en we geven er met elkaar ook invulling aan en we houden er elkaar ook op scherp, zij dienen onafhankelijk en integer te handelen en dienen zich te houden aan de wetten van dit land. Maar de raad van Ridderkerk heeft ook de functie van burgerlid ingesteld en het burgerlid ondersteunt de fractie en kan in een commissievergadering functioneren op gelijke wijze als een raadslid. En hij of zij kan daarbij ook deelnemen aan de besloten commissievergaderingen en kan ook kennisnemen van vertrouwelijke stukken. Daarmee is het burgerlidmaatschap gewoon een hele belangrijke functie binnen onze lokale democratie.
Om het belang en ook het bijzondere karakter van het burgerlidmaatschap te onderstrepen heeft de raad verplicht gesteld, dus we doen het ook niet zomaar, dat burgerleden een eed of een verklaring en belofte moeten afleggen. En dat doen ze in mijn handen in een commissievergadering zoals vanavond. Ik heb het al gezegd, ook burgerleden hebben op gelijke wijze toegang tot informatie, hebben dezelfde hoge lat van integriteit te onderschrijven en ze hebben zich op dezelfde wijze ook te houden aan de wetten van dit land. Daarmee heeft u ook een hele verantwoordelijke positie vanaf vanavond. Vanavond is heel veel misschien bijvoorbeeld voor u hetzelfde, maar ook een aantal zaken zeker niet. En nu wordt vanavond mijnheer Hakemulder beëdigd als burgerlid voor de fractie van Leefbaar Ridderkerk. Ik wil u dan ook vragen om hier naar voren te komen en voor mij te komen staan. U heeft aangegeven de eed te willen afleggen. Als u hier staat wil ik ook eenieder die hier is verzoeken te gaan staan op dit moment, wat ook met zoveel woorden plechtig is. Voordat ik u vraag om op het gestelde een antwoord te geven wil ik u eerst de eed voorlezen. Ik zweer dat ik, om als burgerlid te kunnen optreden, rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook, enige gift of gunst heb gegeven of beloofd.
Ik zweer dat ik, om iets in deze functie te doen of te laten, rechtstreeks noch middellijk, enig geschenk of enige belofte heb aangenomen of zal aannemen. Ik zweer dat ik getrouw zal zijn aan de Grondwet, dat ik de wetten zal nakomen en dat ik mijn plichten als burgerlid naar eer en geweten zal vervullen. Als u de eed aflegt dan steekt u de arm op deze wijze omhoog en dan zegt u, zo waarlijk helpe mij God almachtig. Mijnheer Hakemulder. Pagina 1 van 11
De heer Hakemulder: Zo waarlijke helpe mij God almachtig. De voorzitter: Dank u wel. En ook vanaf deze plek van harte gefeliciteerd met uw benoeming als burgerlid van Ridderkerk. En ja, u bent nu geïnstalleerd en kunt naar believen van u en uw fractie ook gewoon instromen vanavond en ik wens u daar heel veel succes mee. Alstublieft. De heer Hakemulder: Dank u wel. 1.
Opening en vaststellen agenda De voorzitter: Nou, goedenavond. Aangezien iedereen zijn zetel wel heeft ingenomen stel ik voor dat we dan ook maar gelijk met de vergadering beginnen. Ik denk dat niemand erop tegen zal zijn als we wellicht ook een keer vroeg thuis zijn. Ik begin om nog een keer de raadsleden, de burgerleden, de collegeleden, er is nog maar één collegelid aanwezig, de publieke tribune, de pers is er niet meer, en de luisteraars thuis, laten we hopen dat we die nog hebben, welkom te heten bij deze vergadering. Ik zie dat niet alle fracties zijn vertegenwoordigd. De fractie van GroenLinks is niet aanwezig en ook de fractie van Partij 18PLUS is niet aanwezig. Mogelijk dat ze later nog zullen komen. Dan begin ik met agendapunt 1, het vaststellen van de agenda. Kan iedereen daarmee instemmen? Dat lijkt het geval. Dan is de agenda vastgesteld.
2.
Spreekrecht voor hen die zich hebben aangemeld De voorzitter: Dat brengt ons bij agendapunt 2, spreekrecht voor hen die zich hebben aangemeld. Er zijn geen insprekers.
3.
Vaststellen besluitenlijst commissie Samen leven van 3 oktober 2024 De voorzitter: Dus we kunnen gelijk door naar agendapunt 3, het vaststellen van de besluitenlijst van de commissie Samen leven van 3 oktober 2024. Zijn er naar aanleiding van het verslag opmerkingen ten aanzien van de tekst of de inhoud van het verslag? Dat lijkt niet het geval. Dan is de besluitenlijst vastgesteld. Ten aanzien van de acties van de commissie Samen leven noem ik alleen de actuele acties. Dat betreft de actiepunten 5, 7 en 8. De aangekondigde gespreksnotities die zijn niet aangeleverd. De afspraak is als dat twee keer niet gebeurt dat de agendapunten dan worden afgevoerd en dat is het geval. Bestaat natuurlijk altijd nog de mogelijkheid om later alsnog de gespreksnotitie aan te leveren. En dan actiepunt 9, die is afgedaan. De antwoorden zijn ontvangen en bij de vergaderstukken geplaatst. Ik zie dat burgemeester Oosterwijk een opmerking heeft. Burgemeester Oosterwijk: Dank u wel, voorzitter. Dat gaat niet over de punten die u noemde maar ik wilde graag even iets noemen ten aanzien van actiepunt 2, het jaarverslag klachten of jaarverslagen klachten. Ik kan u melden dat voor het eind van het jaar dit verslag beschikbaar zal zijn en ook richting uw raad zal worden gestuurd. En dat het dus naar aanleiding daarvan zeer waarschijnlijk is dat het in het eerste kwartaal van 2025 geagendeerd kan worden.
Ik maak de opmerking er ook nog even bij dat we voor het jaarverslag 2024 een beduidend snellere procedure voor ogen hebben. Dat kan naar verwachting ook omdat we dan gesteld staan om dat proces ook goed invulling te geven daar waar het achterliggende jaar wat bemoeilijkt werd door capaciteitsvraagstukken. De voorzitter: Dan het woord aan de commissiegriffier.
Pagina 2 van 11
De heer Slingerland: Ja, ik weet niet of ik de burgemeester mag corrigeren maar ik denk dat hij het jaarverslag van de commissie bezwaarschriften bedoelt. Want die van de klachten, die hebben wij dit jaar wel gehad en behandeld. Burgemeester Oosterwijk: Ah, excuus. Ja, ja, zo hebben we het erover gehad. Akkoord. Ja. Dus dat hoeft niet op deze betrekking te hebben maar dan doe ik al een klein voorzetje ten opzichte van de behandeling straks. Dank u wel. De voorzitter: Dan is dat opgehelderd. 4.
Verordening bezwaarschriften Ridderkerk 2024 De voorzitter: Dat brengt ons bij agendapunt 4, eerste echt inhoudelijke agendapunt. Dan wil ik de burgemeester Oosterwijk en mevrouw Ostojic vragen om voor mij plaats te nemen. En het onderwerp is de Verordening bezwaarschriften Ridderkerk 2024. Aan de commissieleden de vraag, de inzet is ter vaststelling, kunt u daarmee instemmen? Mijnheer Coule, Burger op 1. De heer Coule: Ja, het zou ter vaststelling kunnen, mits er één zin misschien aangepast moet gaan worden. Dat weet ik niet zeker dus misschien dat er een kleine aanpassing moet komen maar daar komen we straks op terug. De voorzitter: Dan houden we hem op dit moment even ter vaststelling en dan wachten we het even af. Dus dat betekent dat iedereen alle vragen kan stellen. Burgemeester Oosterwijk, wilt u nog iets toelichten? Burgemeester Oosterwijk: Nou ja, wat ik misschien zojuist had genoemd had ik hier beter kunnen noemen ten aanzien van het jaarverslag over 2023. Dus dat hoef ik niet te herhalen, voorzitter. Voor het overige kan ik mij zo voorstellen dat datgene wat voorligt best wel een respectabel stapeltje papier was. En tegelijkertijd, als je naar de materiële effecten van de wijzigingen kijkt, het ook een overzichtelijke situatie is. Maar daar heeft de commissie ongetwijfeld zelf ook kennis van genomen. De voorzitter: Oké, dank u wel.
Dan zijn er vragen vanuit de commissie? Mijnheer Alkema, hoeveel? O, mevrouw Vergunst, één vraag. Mijnheer Coele, drie vragen? Mevrouw Veerman, ook drie vragen. Mevrouw Vergunst, ChristenUnie, aan u het woord. Mevrouw Vergunst: Ja, dank u wel. Ik wilde een vraag stellen naar aanleiding van de eerste schriftelijke vraag die ik gesteld heb en dan het antwoord daarop. Ik begrijp dat uiteraard gekozen wordt voor de commissie als het complex en impact vol is. Alleen mijn vraag was meer specifiek. Het wettelijk uitgangspunt is in principe ambtelijk horen en wij kiezen ervoor een omkering van dit wettelijk uitgangspunt. Mijn vraag was meer specifiek van, waarom wijken wij daarin af van bijvoorbeeld de adviezen van de VNG hierin? De voorzitter: Burgemeester Oosterwijk. Burgemeester Oosterwijk: Ik kan me zo voorstellen dat mevrouw Ostojic straks nog even daar iets meer aan toevoegt. Ik denk dat het op zich niet zozeer een principieel punt is om het één of het ander te kiezen. Maar dat we vanuit het principe dat wij nogal vaker nogal eens meemaken dat zeg maar complexere situaties betreft, dit als uitgangspunt hanteren en het andere dus als een verbijzonderd punt zien. In plaats van andersom, maar volgens mij is het materiële effect van wat je doet aan volgordelijkheid hetzelfde. Hoogstens Pagina 3 van 11
dat het misschien tot een iets andere inrichting van de verordening zou hebben geleid. Maar daar kan mevrouw Ostojic waarschijnlijk wat meer over zeggen. Mevrouw Ostojic: In zijn algemeenheid geldt dat in Ridderkerk van oudsher altijd al een commissie bezwaarschriften is geweest. Ik weet in ieder geval niet beter. We zijn ik denk een jaar of vier, vijf geleden begonnen met langzaam ambtelijk horen in te voeren. Dat is meestal bij zaken waar geen derde belanghebbenden bij betrokken zijn omdat er over het algemeen één ambtelijke hoorder is. En dan is het moeilijk om alle partijen in het oog te houden, dus dat is vooral vanuit praktisch oogpunt. Tegelijkertijd zitten er in de commissie ook altijd specifieke deskundigheden die een bijdrage kunnen leveren aan de kwaliteit van de uiteindelijke beslissing op bezwaar. Het zijn allemaal altijd onafhankelijke mensen, die mogen geen binding hebben met de gemeente dus het geeft ook een extra kwaliteitsboost aan de beslissingen. De voorzitter: Mevrouw Vergunst, is uw vraag daarmee beantwoord? Dat is het geval. Mijnheer Coule, Burger op 1, u wil drie vragen. Wat mij betreft stelt u ze in één keer. Aan u het woord. De heer Coule: Ik zal mijn best doen, voorzitter.
Allereerst heb ik een beetje aansluitend op wat er net besproken is de vraag, is het ambtelijk horen een keuze? Kan de keuze zijn om die niet te doen? De tweede vraag die ik heb is de transponeringstabellen, kan dat ook gewoon in een was-wordt lijst zijn in plaats van artikel 1 is artikel 3 en artikel 3 is artikel 1. Die tabel is wat overzichtelijker denk ik. Dan heb ik één vraag, in artikel 16 lid 2 staat een zin die ik niet kan volgen. Ik denk dat er iets van een leesteken mist of een woord niet goed staat maar ik kan hem niet helemaal plaatsen. 16 en dan lid 2. De voorzitter: Aan wie kan ik het woord geven? Burgemeester Oosterwijk: Nou, zullen we maar even bij mij proberen te beginnen. De voorzitter: Dat is goed. Burgemeester Oosterwijk: Ik denk dat ambtelijk horen inderdaad een keuze is, net zo goed als we er een tijdje terug voor gekozen hebben om daarmee voorzichtig te starten. De uitvoeringspraktijk is, nou, plezierig en tevredenstellend en op basis daarvan hebben we er ook voor gekozen om daar weer een volgende stap in te maken. Zoals u ook heeft kunnen zien in deze nieuwe voorliggende versie. Daarmee hebben we volgens mij ook een goede schifting tussen enerzijds, ja, de complexere zaken waarbij het ook gewoon inderdaad van toegevoegde waarde is om die specifieke expertise en de volwaardigheid zeg maar ook een plek te geven.
En u heeft ook kunnen zien dat daar waar gekozen wordt voor ambtelijk horen, dat dat een enorme begrenzing ook in zich heeft zodat dat niet zeg maar allerlei zaken zijn. Dat zijn de redelijk overzichtelijke, niet complexe zaken en die bevorderen natuurlijk ook gewoon simpelweg de doorlooptijd en het proces. De transponeringstabel, ja, dat vind ik wat ingewikkeld om daar antwoord op te geven. Op zijn techniek klopt die zoals die hier nu voorligt. Ik denk dat het ook best wel weer heel veel werk is om hem uiteindelijk in een ander format te gieten. A, omdat we dan even heel goed moeten begrijpen wat u bedoelt en B, er ook weer een aantal uren aan gewijd zou moeten gaan worden. Dus mijn voorstel zou zijn om dat dan ook niet te doen. Tenzij dat u expliciet zegt van, nou, hier kan ik helemaal geen chocolade van maken en dan kan er misschien nog een stukje toelichting volgen vanuit mevrouw Ostojic, als het helpt. Als derde, artikel 16 lid 2. Ik ben daarmee overvraagd. Ik denk dat ik het met u eens zou kunnen zijn dat deze zin niet heel lekker leest, maar of die daarmee niet klopt, dat hoor ik graag even van mevrouw Ostojic.
Pagina 4 van 11
Mevrouw Ostojic: Dank u wel. De elektronische indiening van bezwaarschriften, daar kunnen nadere eisen worden gesteld door het college en de burgemeester. Maar als het gaat om bezwaarschriften gericht aan het college en de raad, kan alleen het college dat. Dus ik ben het met u eens. Wat de burgemeester ook zegt, het is niet heel erg helder, maar het klopt wel. De voorzitter: Mijnheer Coule, ik wilde vragen of uw vragen beantwoord zijn maar ik zie dat u in ieder geval nog een aanvullende vraag heeft. Aan u het woord. De heer Coule: Zoals u hem uitlegt zou ik dan voor willen stellen om die zin zo te maken dat het wel leesbaarder is. Dat het inderdaad gaat om, als het aan het college is, dat het bezwaarschrift voor het college is gericht, dat inderdaad ook het college is. Ik snap hem zelf even niet meer. Maar in ieder geval, iets leesbaarder dan dat die nu is met die komma. En dan mag die van mij, als het goed is, kijk ik de griffier aan, maar als het goed is kan die, als die gewijzigd eventueel wordt, bij de raad gewoon voorgelezen worden. En dan kan die, dat dus. De voorzitter: Ik geef eerst even het woord aan burgemeester Oosterwijk, daarna aan de commissiegriffier. Burgemeester Oosterwijk: Ik denk dat het tijdens het college ook prima is om dat op die manier iets duidelijker te maken.
Ik denk dat de zin al heel veel duidelijker wordt als er staat, aan de elektrische indiening van bezwaarschriften kunnen het college en de burgemeester nadere eisen stellen, komma of puntkomma, waarbij het college bevoegd is voor bezwaarschriften gericht aan het college en de raad. De voorzitter: Dan het woord aan de commissiegriffier. De heer Slingerland: Is de commissie akkoord met het voorstel van de tekst zoals de burgemeester heeft voorgelezen? Dan zal ik dat formuleren als commissieadvies en dan wordt dat in de raad zo ook voorgesteld. Dan luister ik het even terug voor hoe het precies was. De voorzitter: Dan gaan we dat zo doen. Mijnheer Coule, zijn uw vragen beantwoord? Dat is het geval. Mevrouw Veerman, Partij van de Arbeid, u had drie vragen. Zijn dat nog steeds drie vragen? Mevrouw Veerman: Dat zijn nog steeds drie vragen ja, inderdaad. De voorzitter: Aan u het woord. Mevrouw Veerman: Dank u wel, voorzitter. Ja, het is voor mij ook de eerste keer dat ik bij Samen leven zit dus ik hoor ook allerlei dingen waarvan ik denk van, oké, en wat is dat dan precies? Dat ambtelijk horen, wat houdt het nou precies in? En ja, kan de burger zich na afloop toch nog wel verweren en wordt het zwart op wit gezet na zo'n gesprek? Dank u wel. De voorzitter: Burgemeester Oosterwijk. Burgemeester Oosterwijk: Dat zijn de drie vragen dan? Ja, oké.
Nou, duidelijk is uit de tekst van de verordening dat het inzetten van ambtelijk horen geclausuleerd is. Geclausuleerd als het gaat om de aard van het bezwaar en de wijze waarop daarmee omgegaan wordt. Zoals het zeg maar was en is, is dat het vooral gaat over bezwaar in het kader van het sociaal domein, waarbij het gaat over situaties waarbij de complexiteit klein is en de beleidsvrijheid tegelijkertijd ook heel klein is. Op basis van de praktijk die is opgedaan is de suggestie om dat iets uit te breiden. Met name ook voor die bezwaarschriften waarbij, en dat is nieuw, ook Pagina 5 van 11
een derde belang aan de orde zou kunnen zijn. Ook daarbij is het niet ongeclausuleerd, want dan gaat het echt over eenvoudige situaties waarbij die extra expertise met zoveel woorden ingeschat wordt niet nodig te zijn. Als het gaat om de positie van de burger, de bezwaarmaker, is er eigenlijk, en dat zie ik straks wel graag even bevestigd na mijn waarneming, geen enkele devaluatie van de positie van de bezwaarmaker aan de orde. Sterker nog, ik geloof dat dit juist ook het belang van de bezwaarmaker dient omdat die snelstens ook gewoon duidelijkheid krijgt over het bezwaar wat die zeg maar heeft ingediend. De voorzitter: Burgemeester, als ik u even mag onderbreken. U schetst zeg maar de positie zeg maar bij het ambtelijk horen. Maar de vraag was ook, wat is ambtelijk horen? Wellicht dat u daar ook nog even op kunt ingaan. Burgemeester Oosterwijk: Ik zal daar op mij bekende wijze een mooi verhaal over kunnen maken. Het duurt even dan waarschijnlijk want daar heb ik een paar woorden voor nodig. Het lijkt mij goed als mevrouw Ostojic gewoon even vanuit de ambtelijke praktijk ook gewoon daar kort, duidelijk, krachtig en ook heel treffend een aantal woorden aan wijdt. Mevrouw Ostojic: Dank u wel. In principe, op het moment dat iemand een bezwaarschrift indient heeft die het recht om gehoord te worden.
Dat betekent gewoonweg dat die zijn verhaal nog een keertje kan doen, eventueel wat toelichting geven, et cetera, et cetera. Dat is bij ambtelijke horen niet anders dan bij commissie horen. Alleen bij een commissie zit je voor drie externe deskundigen, dit is allemaal iets meer in een soort, nou ja, ik mag het eigenlijk niet zeggen maar een soort rechtbankvorm. Bij ambtelijk horen zit je tegenover één ambtenaar als bezwaarmaker en kan er echt een gesprek plaatsvinden. Je zou in sommige gevallen zelfs kunnen zeggen dat het de burger beter helpt bij ambtelijk horen met name in die sociale zaken omdat het vaak meer ruimte geeft om de hele situatie van de bezwaarmaker te bekijken. Dat is het voordeel van ambtelijk horen. Komt niet altijd even goed uit de verf maar, nou ja, in mijn ervaring is dat zeker een voordeel. De voorzitter: Mevrouw Veerman, ik zie dat u nog aanvullende vragen heeft. Aan u weer het woord. Mevrouw Veerman: Het is voor mij heel duidelijk. Dank u wel, voorzitter. Het is alleen, wordt het ook opgenomen in het jaarverslag dit soort gesprekken? Ja, ik zat tegen mijnheer zijn hoofd aan te kijken dus ik zag u niet knikken. Dank u wel. De voorzitter: Ja, er werd inderdaad geknikt en daarmee is de vraag ook beantwoord. Dat mag. Ga uw gang, mevrouw Vergunst, ChristenUnie. Mevrouw Vergunst: Naar aanleiding van het laatste antwoord wat u gaf.
In feite geeft u daarbij aan dat het voor de burger ook voordelen kan hebben dat ambtelijk horen. Dat is ook waar de VNG op wijst, dat je dan veel meer een gesprek kan hebben zeg maar dan … Mensen kunnen natuurlijk dichtklappen als je voor een hele commissie zit, ik noem maar wat. En dan blijft toch mijn vraag waarom wij dan als uitgangspunt daar niet voor kiezen? Ik zou dan denken, als uitgangspunt kies je voor ambtelijk horen. Tenzij het zo complex is dat je zegt, nu hebben we externe, wat dan ook, deskundigheid nodig dus nu gaan we het andersom doen. De voorzitter: Mevrouw Ostojic. Mevrouw Ostojic: Eigenlijk zit het antwoord al in uw vraag. We doen ambtelijk horen op het moment dat dat de meest geschikte vorm is. En in uitzonderlijke situaties waar deskundigheid vereist is, en dan hebben we het met name over omgevingsvergunningen, handhaving en dergelijke, dan is er sprake van commissie horen. Pagina 6 van 11
Verkeersbesluiten. Er zijn vaak ook meerdere belanghebbenden en met name als de kring van belanghebbenden groot is dan is commissie horen meer aangewezen dan ambtelijk horen. De voorzitter: Is uw vraag daarmee beantwoord, mevrouw Vergunst? Mevrouw Vergunst: Mag ik nog een concluderende vraag stellen, als dat mag? De voorzitter: Dat kan, ga uw gang. Mevrouw Vergunst: Begrijp ik het dan goed dat in feite de toelichting had ik hem zo begrepen dat het uitgangspunt altijd de commissie is, maar dat het in de praktijk niet zo is dat er echt per casus gekeken wordt van wat is hier wel of niet geschikt? De voorzitter: Mevrouw Ostojic. Mevrouw Ostojic: Nou, er moet natuurlijk wel ... De verordening biedt ruimte voor die keuze, maar dat komt de rechtszekerheid niet ten goede. Mensen moeten natuurlijk van tevoren ook wel een beetje weten waar ze aan toe zijn. Dat betekent dat er in het uitvoeringsreglement wat hieraan vastzit of vast komt te zitten, dat daarin wel een aantal zaken zijn aangewezen waarin nagenoeg altijd ambtelijk wordt gehoord. Tenzij bijvoorbeeld iemand zegt van, nou, ik wil per se naar de commissie of er zijn contra-indicaties. De voorzitter: Is uw vraag daarmee beantwoord? Dat is het geval. Dan rest ons nog om de inzet te bepalen. Mijnheer Coule, ik kijk even naar u. U bent op uw wenken bediend, ik zie dat het ter vaststelling kan blijven.
Dat is voor de anderen ook zo, dan gaat deze ter vaststelling. Mevrouw Ostojic, dan wil ik u hartelijk bedanken voor het beantwoorden van de vragen. 5.
Zienswijze Halfjaar Nota 2024 VRR (incl. 3e BW 2024 en 1e BW 2025) De voorzitter: En dan gaan wij naar agendapunt 5. Burgemeester Oosterwijk kan blijven zitten. Dan wil ik de heer Limmen vragen om voor mij plaats te nemen. O, het is de heer Limmen zie ik. Onderwerp is de zienswijze halfjaar nota Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond. Daarbij zijn enkele procedurele opmerkingen te maken. Het is niet gelukt om binnen de gestelde termijn een voorstel aan de gemeenteraad voor te leggen, de zienswijze gaat daarom uit de commissie gehoord hebbende. De concept zienswijze die is van het college ontvangen en u krijgt de gelegenheid om daar een reactie op te geven als commissie. Het is aan het college om eventueel een aanpassing te doen. Voordat ik de commissie vraag of er nog vragen zijn, vraag ik aan burgemeester Oosterwijk, heeft u nog een toelichting? Burgemeester Oosterwijk: Nou, misschien even twee dingen die ik nog even zou willen stipuleren in uw midden. Dat is A, dat er een prettige constatering is dat door inspanningen en ook keuzes bij de Veiligheidsregio er geen situatie meer aan de orde is dat er een tekort is voorzien per eind van 2024. Als gevolg waarvan we net als voorgaand jaar met een naheffing of een afrekening te maken zouden krijgen. Dat is omgebogen en dat is prettig en plezierig.
We hebben ook binnen de Veiligheidsregio vanuit het algemeen bestuur daar ook de waardering voor uitgesproken. U heeft ook gezien dat er richting 2025 een mutatie op het te verwachten resultaat plaatsvindt, dat het iets lager uitvalt als gevolg van bijvoorbeeld cao-ontwikkelingen. Maar het is wel een prettige constatering. En tegelijkertijd hebben we met elkaar, en dat heeft u in de stukken ook kunnen lezen, de vinger er ook bijgelegd dat we in het kader van, nou, ik noem maar even het ravijnjaar wat eraan komt, waarbij de Gemeenschappelijke Regelingen allemaal, of bijna allemaal, ook het verzoek Pagina 7 van 11
hebben gekregen om met bezuinigingsscenario's te komen. Gezegd van, ja, als u dat doet, dan vinden we dat dat ook belangrijk is om die inzichtelijk te hebben. Om het ook te kunnen toetsen aan de effecten die het zou kunnen hebben voor de veiligheid van, ik zeg maar even, iedere Ridderkerker. Daar leggen we de vinger nog even bij. En die discussie over van, welk bezuinigingsscenario is nou behapbaar, en met name ook als je toetst aan de effecten die daarmee samen zouden kunnen hangen op het gebied van preventie, repressie, et cetera, dat loopt nog binnen het algemeen bestuur van de Veiligheidsregio. De voorzitter: Zijn er vragen, opmerkingen vanuit de commissie? U bent de enige, mevrouw Van Vliet. Hoeveel vragen heeft u? Drie. Dan is aan u het woord. Mevrouw Van Vliet, Echt voor Ridderkerk. Mevrouw Van Vliet: Dank u wel, voorzitter. De eerste twee vragen betreffen het collegevoorstel op bladzijde 3 bij de tabel. Wil ik graag even inzicht krijgen over die overheadkosten, waarom die gewoon steeds stijgen? Is daar een reden voor? En de agressie, nee, sorry, het ratio weerstandsvermogen, dat was begroot op min 0,6 en ineens is die weer naar 0,92. We halen nog steeds niet de 1.0. Maar wat is daar nou de verklaring voor, dat het van 0,98 ineens naar min 0,6 en nu zitten we weer op 0,92? Dat betreffen de twee vragen van dit document.
Zal ik ook mijn derde vraag? De voorzitter: Ja, dat is prima. Mevrouw Van Vliet: Ja. Dan ga ik naar de bijlage toe van de halfjaar nota op bladzijde 28. Dan zie ik dat de kosten voor een veiligheidsinformatieknooppunt meer dan verdubbelt in twee jaar tijd. Wat is daar nou de reden exact van? De voorzitter: Burgemeester Oosterwijk, kunt u de vragen van mevrouw Van Vliet beantwoorden? Burgemeester Oosterwijk: Nou, voor een deel hopelijk wel. Maar ik zeg wel gelijk, niet allemaal, maar dat zal blijken. De eerste vraag richtte zich op het collegevoorstel, daar waar het gaat om de overhead. Ik denk … Maar dat is ook wel even een aanname van mij met zoveel woorden. Want ik heb ook niet de gelegenheid om dat gelijk helemaal nu te plaatsen en te kunnen doorgronden want dan zouden de vragen misschien even schriftelijk aangeleverd moeten zijn. En anders, als het antwoord niet tevredenstellend is dan hoor ik het wel. Maar op het moment dat je zeg maar je totale kosten naar beneden weet te drukken en je overhead is daarbij niet de factor die beïnvloed is daarmee, dan zal het percentage van de overhead op het totaalplaatje naar mijn gevoel stijgen. Ik denk dat dat een deel van het antwoord zou kunnen zijn. Zo voorzichtig ik het maar. Daar waar het gaat om de ratio van het weerstandsvermogen, twee opmerkingen. Hier is nog een gehanteerd minimum van 1.0 aan de orde.
U heeft ook in de stukken kunnen lezen dat daar een bestuursbesluit op is genomen om dat naar beneden te brengen en het in de bandbreedte te laten landen van 0,5 tot 0,8. Dat is op zich een verantwoorde keuze. Zeker tegen de achtergrond dat in de methodiek van de gemeenschappelijke regeling begrepen ligt dat als er op enig moment toch een tekort zou moeten zijn, waarbij aanzuivering aan de orde is, dan staan gemeenten toch qualitate qua zou je kunnen zeggen aan de lat om dat te doen. Dat is de ene opmerking die ik wil maken. De andere is dat de ratio van het weerstandsvermogen, kijkend naar ook de kopjes van de tabellen hè, de jaarrekening ’23, begroting ‘24 waarbij het lager uit zou pakken op basis van een voorzien tekort, wat een effect heeft op de ratio, is dat zeg maar weer gecorrigeerd voor de derde. Dan zie je dat die vervolgens omdat die gecorrigeerd is en van een min naar een plus is gekomen, het eigen vermogen niet daalt, enzovoorts, op grond waarvan die ratio uiteindelijk ook weer positiever wordt. Daar waar u het heeft over pagina 28 van zeg maar even de bijlage over het informatieknooppunt. Daar ben ik echt even zelf in ieder geval even overvraagd wat daar precies de aanleiding voor is. Maar misschien weet de heer Limmen daar een prima antwoord op te formuleren. Pagina 8 van 11
De heer Limmen: Ik moet helaas zeggen dat ik u het antwoord schuldig blijf want ik weet het ook niet op mijn hoofd, één, twee, drie. Dat moet ik navragen. De voorzitter: Mevrouw Van Vliet, zijn uw vragen daarmee beantwoord? Mevrouw Van Vliet: Nou, vraag drie niet maar ik hoor net dat het nagegaan wordt dus ik neem aan dat we dat nog toegestuurd krijgen. En de antwoorden van de portefeuillehouder vond ik zo duidelijk verklarend dat dat voor mij voldoende is. Dank u wel. De voorzitter: Oké. Dan was dat de inbreng vanuit de commissie. En ja, dan is het aan het college om eventueel te kijken of het nog aanleiding geeft om de zienswijze aan te passen. En als dat het geval is dan wordt de raad daarover geïnformeerd. Burgemeester Oosterwijk. Burgemeester Oosterwijk: Ja, misschien, soms heb je even een paar seconden langer nodig om even het antwoord even goed te kunnen duiden. Maar als ik kijk naar pagina 28 dan heeft dat onder andere te maken met de ontwikkelagenda van de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond. Dat is eigenlijk niks anders dan dat je, dat we met elkaar een ontwikkelagenda hebben afgesproken om een kwaliteitsimpuls te geven aan de nodige zaken binnen de Veiligheidsregio. Daar is ook geld voor bijgeraamd.
En u ziet daar waar het zeg maar begint op pagina 26 en uiteindelijk doorloopt tot en met pagina 28, dat er dus allerlei acties zijn genoemd voortkomend uit die ontwikkelagenda die te maken hebben met het uitbreiden van een samenwerkingsverband, de inrichting van de informatieorganisatie, dat het gedurende meer dagen doordeweeks operationeel is, er een doorontwikkeling op de risicobeheersing plaatsvindt, enzovoorts, enzovoorts. En dat daardoor en als gevolg daarvan, van die doorontwikkeling, er sprake is van een stijgend kostenpatroon. Dat is niet een toevalligheid, maar dat is ook een bedoelde stijging omdat we met elkaar ook het noodzakelijk hebben gevonden om ook hierop te investeren. Dat is het antwoord wat ik naar mijn overtuiging ook zou gaan geven als ik het nog even zou moeten laten uitzoeken. De voorzitter: Dat was een nuttige toevoeging. Roept dat nog vragen bij u op, mevrouw Van Vliet, of een reactie? Dat is het geval, aan u het woord. Mevrouw Van Vliet: Dank u wel, voorzitter. Nou ja, goed, bladzijde 27 en een deel van 28, de rechterkolom dat geeft aan wat we al bereikt hebben dus dat zit niet in de verdubbeling. Of tenminste, van 791 naar 1038 zit niet volgens mij in de tabel van wat hebben we al bereikt want dat moeten we nog doen.
Dus mag ik daar dan uit concluderen, aan de portefeuillehouder die vraag stellend, dat de overige, nou, bijna wat is het, 300 duizend euro, dat dat dan nog uit te voeren acties zijn die niet in de tabel staan? De voorzitter: Burgemeester Oosterwijk. Burgemeester Oosterwijk: Ja, voorzitter, wat ik in ieder geval altijd erg van belang vind is dat u als commissie en raad ook gewoon op een goede informatiepositie zit. Daar waar ik mijn antwoord van zojuist even terughaal, dan is dat de verklaring waarom het van ‘23 naar ‘24 op deze manier meer ging kosten. Het zal zo zijn naar mijn verwachting dat er nog een verder vervolg van deze doorontwikkeling is in de komende jaren en dat daarmee samenhangend er dus ook weer extra kosten gemaakt zullen gaan worden. Maar omdat ik zei wat ik zei zal ik nagaan bij de veiligheidsregio of dat het geval is zodat u ook gewoon in zijn totaliteit ook het goede antwoord heeft. Ja?
Pagina 9 van 11
De voorzitter: Dat is mooi. Ook tot tevredenheid van mevrouw Van Vliet zie ik. Dan kunnen we dit agendapunt sluiten. Dan wil ik u ook bedanken, mijnheer Limmen. 6.
Mededelingen Gemeenschappelijke Regelingen De voorzitter: Dat brengt ons bij agendapunt 6, mededelingen Gemeenschappelijke Regelingen. Zijn er mededelingen vanuit het college? Burgemeester Oosterwijk: Nee. De enige mededeling die ik hierbij zou hebben kunnen doen is de mededeling dat er binnen de Gemeenschappelijke Regelingen, en dan heb ik het over DCMR, dan heb ik het over GGD, dan heb ik het over de Gemeenschappelijke Regeling Jeugd Rotterdam-Rijnmond maar ook de Veiligheidsregio, conform verzoek van alle colleges van dit hele gebied momenteel een doorrekening en een doordenking plaatsvindt op twee scenario's, namelijk een 5 procent scenario en een 10 procent scenario qua bezuinigingen. Dat betekent niet dat het daarmee, als dat ingevuld wordt, ook een feitelijke invulling gaat zijn. Dat wordt getoetst aan de effectenkant en of dat zeg maar draagbaar en hanteerbaar is. Maar het is wel zo dat er vanuit de Gemeenschappelijke Regelingen hard gewerkt wordt om daar ook inzicht in te verschaffen zodat we met elkaar ook tot conclusies kunnen komen of er daar het één en ander te halen valt, ja dan wel nee. De voorzitter: Oké, dat is duidelijk. Zijn er mededelingen vanuit de commissie? Dat lijkt niet het geval.
7.
Mededelingen college De voorzitter: Dat brengt ons bij agendapunt 7, mededelingen college. Dan kijk ik weer naar u, burgemeester Oosterwijk. Zijn er mededelingen? Burgemeester Oosterwijk: Nee, geen mededelingen voor dit moment. De voorzitter: Oké, dank u wel.
8.
Rondvraag leden De voorzitter: Dat brengt ons bij agendapunten 8, rondvraag leden. Zijn er vragen onderling? Dat is niet het geval.
9.
Ter kennisneming: raadsinformatiebrieven De voorzitter: Agendapunt 9, ter kennisneming: raadsinformatiebrieven. Zijn er fracties die een raadsinformatiebrief willen agenderen? Dat is niet het geval.
10. Ter kennisneming: overige stukken De voorzitter: Dat brengt ons bij agendapunt 10, ter kennisneming: overige stukken. Is er een fractie die het overige stuk wil agenderen voor een commissievergadering? Ook daarvoor zie ik geen enthousiasme dus dat is niet het geval.
Pagina 10 van 11
11. Ter afdoening: raadstoezegging De voorzitter: Dat brengt ons bij agendapunt 11, ter afdoening: de raadstoezegging. De raadstoezegging 3333 en die betreft de eerstejaars evaluatie jong vermogen. Is de commissie het ermee eens dat deze toezegging is afgedaan? Dat is het geval. 12. Sluiting De voorzitter: Nou, dat brengt ons alweer aan het einde van deze vergadering in, ja, toch redelijk snel denk ik. Mevrouw Van Vliet heeft nog een vraag voor het sluiten. Mevrouw Van Vliet: Ja, dank u wel. Nou, even voor mij voor ter verduidelijking. Ik kan toch altijd nog wel schriftelijke vragen stellen over deze raadsinformatiebrief bij de toezegging? Dat kan toch achteraf ook nog? De voorzitter: Dat kan altijd. Mevrouw Van Vliet: Ja, oké. De voorzitter: Dat recht heeft u. Mevrouw Van Vliet: Ja, dank u wel. De voorzitter: Als dat de laatste vraag was dan bedank ik iedereen voor zijn inbreng, wens ik iedereen wel thuis en dan is de vergadering gesloten.
Pagina 11 van 11