2023-08-31-verslag-commissie-samen-leven-ridderkerk.pdf
Tekst van het document
Woordelijk verslag vergadering commissie Samen leven Ridderkerk 31 augustus 2023 1.
Opening en vaststelling agenda Voorzitter: Een hele goedenavond. Een vrolijk begin zo denk ik, aan de eerste commissie Samen Leven na het zomerreces. Helemaal mooi dat er weer zoveel mensen aanwezig zijn om de onderwerpen te bespreken. Nog even voor alle duidelijkheid, mocht er iemand luisteren. De commissie Samen Wonen vergadert momenteel in de raadzaal. Dus bij deze, commissieleden, collegeleden, pers, mensen op de publieke tribune en de volgers thuis, van harte welkom. Ik stel vast dat niet alle partijen vertegenwoordigd zijn. GroenLinks is niet vertegenwoordigd en Burger op 1. Nog even, zeker zo na het zomerreces, wil ik u er nog even aan helpen herinneren dat we spreken via de voorzitter, dus dat ben ik. En dan zou ik nu aan u willen vragen, kan ik de agenda zoals die voorligt vaststellen? En anders, vindt u dat niet, dan zie ik graag een handje. Ik zie geen handjes, dus dan is de agenda bij deze vastgesteld. GroenLinks is dus wel vertegenwoordigd, u heeft geruild, prima. Ik had net vastgesteld dat u er niet was, maar inmiddels bent u aangesloten.
2.
Spreekrecht voor hen die zich hebben aangemeld Voorzitter: Dan zijn we bij agendapunt twee inmiddels aangeland. Even voor uw beeldvorming, mijnheer Ros. Spreekrecht voor hen die zich hebben aangemeld, er hebben geen sprekers zich aangemeld.
3.
Vaststellen besluitenlijsten commissievergaderingen Samen leven van 1 juni en 15 juni 2023 Voorzitter: Dus dan kunnen we gelijk over agendapunt drie, vaststellen besluitenlijsten commissievergaderingen Samen Leven van 1 juni en 15 juni. Zijn er op- of aanmerkingen over de besluitenlijst van 1 juni? Nee? Dan is die bij deze vastgesteld. Zijn er opmerkingen over de besluitenlijst van 15 juni? Ik zie geen handjes, dan is hij bij deze vastgesteld. Ten aanzien van de actiepunten, 15 juni, punt twee, vraag PvdA/GroenLinks, naar aanleiding van aanvraag van uitkering. Deze vragen zijn beantwoord en ontvangen op 19 juni. Dus de toezegging is afgedaan. Punt drie, de vragen over de regeling huisvesting aandachtsgroepen zijn beantwoord, dus ook deze toezegging is afgedaan. Punt vier, de raadsinformatiebrief, BAR-organisatie. Wethouder van Os, kunt u ons een streefdatum voor de raadsinformatiebrief geven? Ik herhaal het even, omdat u niet in de microfoon spreekt. Oktober wordt aangegeven, staat genoteerd. Dank u wel. Punt vijf, aanbesteding windmolens Nieuw Reijerwaard. Wethouder van Os, kunt u wederom een streefdatum geven, maar dan voor dit onderwerp? De streefdatum december, wordt genoteerd. Punt zeven en acht zijn aangekondigde gespreksnotities en als de gespreknotitie geagendeerd moet worden voor 28 september, moet deze uiterlijk maandag 11 september bij de griffie zijn aangeleverd.
Punt zeven, GRJR. De vragen zijn beantwoord, dus ook deze toezegging is afgedaan. Punt negen, de vragen over Ridderkerkers in een verpleeghuis zijn beantwoord, dus ook deze toezegging is afgedaan.
4.
Reactie op brief GR Jeugdhulp Rijnmond over wijziging gemeenschappelijke regeling Voorzitter: Dan wil ik heel graag overgaan naar agendapunt vier. Mag ik wethouder Piena en mevrouw Koek uitnodigen om naast mijn plaats te nemen.? Voor mij lukt niet, dus het wordt naast mij. U bent alleen? Oké, helder. Met het oog op zijn bijgevoegde motie wijzigen af, memo wijziging gemeenschappelijke regeling per 1 juli 2024, is ook de griffier aanwezig. De komende tijd krijgt de raad diverse gewijzigde gemeenschappelijke regelingen voorgelegd en de raad zal daarop dan een zienswijze moeten geven. De memo bevat adviezen aan de raad waarmee rekening te houden bij deze zienswijze. Wethouder Piena, heeft u hier nog wat aan toe te voegen? Pagina 1 van 13
De heer Piena: Nee, voorzitter. Maar ik denk in deze, omdat het toch ook in samenspraak met de griffier is gebeurd, dat de griffier graag even wat wil toelichten naar aanleiding van een memo wat hij geschreven heeft en wat mij betreft spreekt de beantwoording van de vraag van de GR voor zich. Voorzitter: Helder, ik had inderdaad de griffier als eerste het woord gegeven, maar nu krijgt u wel meer ruimte van mij om te spreken, mijnheer de griffier. De heer Van Straalen: Voorzitter, dank u wel. Ik wil graag het belang benadrukken van wat de raad de komende tijd te wachten staat. Als de voorzitter ook zegt, ik verwacht dat de raad dit jaar tien gewijzigde gemeenschappelijke regelingen voorgelegd krijgt, want we doen mee aan tien regelingen. In mijn memo staan er negen. Maar we kwamen tot de ontdekking dat er nog een tiende is, de gemeenschappelijke regeling beschermd wonen. Dus tien regelingen. Die moeten met ingang van juli volgend jaar voldoen aan de wet de, de wet gemeenschappelijke regelingen. Het is een overgangstermijn geweest van twee jaar. De regelingen zijn daarmee zelf aan de slag en zij zullen dus een ontwerp voorleggen aan alle raden die aan de gemeenschap regelingen meedoen. Bijzonder is dat vanavond de gemeenschappelijke regeling Jeugdhulp Rotterdam niet hun ontwerpregeling al voorleggen, maar eerst wat vragen stellen aan de raden.
Ze hebben dat gedaan aan alle raden die in de gemeenschappelijke regeling zitten, omdat ze eerst eens even willen kijken wat voor antwoorden daaruit komen. Dus dat was een leuke start om mij hier ook tegenaan te bemoeien, om zo te zeggen. De brief van de gemeenschappelijk regeling Jeugdhulp Rotterdam was voor mij toch reden om hier en daar eens te informeren hoe ver de diverse gemeenschappelijk regelingen zijn, in welke mate er onderling afstemming is. En dat was voor mij ook reden om dit memo te schrijven. En dat memo is ook een advies aan de raad voor elke gemeenschappelijke regeling. U heeft dat memo van mij al gehad, eind 2 juli. De raad kan per gemeenschappelijke regeling een keuze maken, is ook verstandig. De ene regeling is voor u als raad zwaarder dan de andere. Ik wil er wel op wijzen, de raden kunnen wel van alles willen, maar ik herhaal wat ik in mijn memo heb opgenomen, dat de inzet van een instrument een afweging is tussen informatie, inspanning en invloed die de raad moet maken om te bepalen of de inzet van een instrument ook nuttig is. Als de inzet van instrument geen invloed of weinig invloed heeft, dan is het ook niet erg efficiënt om dat middel in te zetten. Maar wil de raad meer invloed, dan kost de raad dat altijd meer inspanning en dan is altijd ook meer informatie nodig.
Ten aanzien van het voorliggende voorstel vanuit het college, bij de opstelling daarvan ben ik zeer nauw betrokken geweest, in heel goed overleg met de portefeuillehouder de heer Piena en de ambtenaar mevrouw Koek. Zijn er naar aanleiding van mijn memo nog vragen, dan het verzoek om dat expliciet ook aan mij te richten en zijn andere vragen voor de wethouder. Voorzitter, dat was het. Voorzitter: Dank u wel. Zijn er commissieleden die vragen willen stellen, dan zie ik heel graag handjes. Mevrouw van Vliet, Echt voor Ridderkerk, u lijkt de enige die een vraag heeft. Heeft u er een of meerdere en over hoeveel hebben we het dan? Mevrouw van Vliet: Ik heb totaal vijf vragen en een opmerking. Voorzitter: Zou u dan eerst drie vragen willen stellen? Mevrouw van Vliet: Dat wil ik natuurlijk, voorzitter. Ik heb een vraag naar aanleiding van de wijzigingen, de memo van de griffier. En mijn eerste vraag betreft de tekst die staat op pagina vier van zes, de instelling van adviescommissies. Er staat, mijn advies is dat eerst onder de raden wordt geïnventariseerd welke raden zo'n adviescommissie zouden willen hebben en waarom. Mijn vraag is, waarom niet gewoon zelf het initiatief Pagina 2 van 13
nemen tot zo'n adviescommissie? Dat is mijn eerste vraag. Vraag twee, die gaat over dezelfde bladzijde, daarin staat, even kijken hoor. Mijn advies is dat de raad in zijn zienswijze bij elke conceptregeling laat weten nu nog geen uitspraak te doen of hij verzoekt een gezamenlijk adviescommissie in te stellen. Het is wenselijk dat de raden van de deelnemende gemeenten daar eerst onderling over overleggen. Mijn vraag is, wanneer moet dat dan plaatsvinden en hoe, dus wanneer en hoe? Dan over pagina zes van zes, over de afspraak over uittreding. Onder punt f staat dus, naar mijn verwachting zal straks uit de voorgelegd ontwerp gemeenschappelijk regelingen blijken dat dit voor de regeling een lastig onderwerp was en is om op te nemen in de regeling. En dan zeg ik, ja dus? Als iets lastig is, moeten we het daarom niet doen? Dat is even een vraag die ik heb en ik mocht drie stellen geloof ik nu? Voorzitter: Ja, u mocht er drie stellen, ik heb er drie genoteerd. Dus ik ga eerst de griffier de ruimte geven om deze vragen te beantwoorden. De heer Van Straalen: Belangrijk punt, die adviesraden. De wet maakt het nu al mogelijk dat er een raadsadviescommissie wordt ingesteld door de gemeenschappelijke regeling. Dat is dus niet afhankelijk straks van de tekst van de regeling zelf. Dat betekent dat raden ook daar over twee jaar een verzoek toe zouden kunnen indienen.
We zitten niet aan tijd gebonden. Het tijdstip van juli volgend jaar is daar niet op van invloed, maar mijn verwachting is dat al die gemeenschappelijke regelingen wel die vraag gaan stellen. Want ze zijn toch bezig, dus die die vraag komt. Er moet van de deelnemende raden gezamenlijk, dus ze moeten allemaal dat verzoek ondersteunen. Dan is de gemeenschappelijke regeling verplicht om een adviescommissie in te stellen. De gemeenschappelijke regeling bepaalt zelf welke taak die commissie krijgt, hoe die samengesteld is. Dat leggen ze eerst vast en dat voornemen leggen ze dan ook weer aan alle raden voor, wat vinden jullie ervan? Maar een vereist is dat alle raden het eens zijn dat verzoek in te dienen. Een raad is dan niet verplicht ook in de commissie te participeren. Dus als Ridderkerk zou zeggen nou, wij steunen het wel, maar wij hebben er niemand inzitten, dan mag dat. Als een van de raden nu al gaat zeggen, wij hebben er geen behoefte aan. Ja, heb je geen unanimiteit. En dat vind ik eigenlijk zonde, want er zijn misschien raden die hele goede argumenten hebben om zo'n commissie te willen en dat is dus interessant om dat te weten, wat die argumenten zijn. Of zo'n adviescommissie voor Ridderkerk wenselijk zou zijn, dat moet hoe dan ook besproken worden.
Er ligt voor het komende presidium ook een voorstel voor om met de fractievoorzitters daarover te spreken in procedurele zin. Hoe gaan wij hier de discussie voeren of de raad van Ridderkerk het wenselijk vindt dat er een adviescommissie komt voor welke regeling? En wat doet de raad van Ridderkerk als een andere raad zegt, wij willen er een? En dan wordt het bijvoorbeeld heel interessant als er dertien deelnemende gemeenten zijn en er zijn er twaalf die het willen. Zegt Ridderkerk dan, oké dan doen wij niet moeilijk, dan steunen wij dat verzoek. Maar nu zijn het er zeven. En zes hebben eigenlijk geen behoefte. Wat doe je dan? Dat komt procedureel binnenkort in presidium. Van hoe gaan we die discussie voeren? Maar het is verstandig nu nog niet na een regeling te laten blijken, het hoeft van ons niet, want dan is die unanimiteit weg. Ik hoop hier binnenkort ook met mijn collega's in de regio en de griffierskring, is het gebied Rijnmond in Zuid Hollandse eilanden over te spreken of wij hier ook een rol zouden kunnen vervullen? Het is eigenlijk verstandig dat raden daar eerst onderling eens even over spreken. Van bij wie is er behoefte, wat is je motivering en leg die bij ons ook eens op tafel en dan kijken. Dat zou misschien via de griffiers kunnen en dan eens kijken van hoe er onderling over gedacht wordt, voordat er een formeel verzoek wordt ingediend.
Is best een lastige, maar nu al zeggen, het hoeft voor ons niet. Ja, dan gooi je denk de ruiten van alle andere raden in, is onverstandig. Nogmaals, we hebben de tijd. Het kan ook over twee jaar besloten worden. Ook als er nu gezegd zou worden, is geen behoefte aan, bestaat wettelijk gewoon de mogelijkheid om dat verzoek na enige jaren of bij wijze van spreken een half jaar toch ook in te dienen. Ik denk dat ik vraag een en twee daarmee beantwoord heb. Het uittreden. Ja, ik denk dat gemeenschappelijke regelingen dat best lastig vinden. Ik denk Pagina 3 van 13
dat regeling oprichten. Meestal staat er aan het eind over uittreden iets, dan wordt er een plan vastgesteld en dan beginnen we wel te onderhandelen. En nu kan je in de regeling zelf al een aantal zaken dichttimmeren. Ik weet niet waar ze mee gaan komen en in die zin is het denk ik wel interessant, de regeling onderling, in welke mate ze verschillen. Ik vertelde net, ik heb ook geïnformeerd, in welke mate is er afstemming? Dat is er dus eigenlijk niet, want dat is ongelooflijk lastig. Ik had mijn hoop een beetje gevestigd op MRDH. Enige tijd geleden heeft de MRDH de griffiers uit het gebied uitgenodigd om eens kennis te maken en is dit aan de orde gekomen en de MRDH gaf aan, gelet op onze ambtelijk sterkte en omhouden op dit gebied. De MRDH heeft een regeling, die in hoge mate al voldoet aan de nieuwe eisen, heeft ook adviescommissies, altijd al gehad, waar raadsleden inzitten. MRDH liet toen ook blijken, wij zullen eens kijken of wij iets kunnen betekenen voor de anderen. Ik heb contact opgenomen, werd gezegd, dat is toch onmogelijk, want we zitten niet allemaal in dezelfde regelingen, andere gebieden, is heel lastig om tot afstemming te komen. Nogmaals, waar ze mee komen over uittreden en hoever een regeling daarin moet gaan, dat vind ik een hele lastige.
Als zo'n gewijzigde regeling aan de raden wordt voorgelegd, dan weet u vertegenwoordiger, veelal de wethouder natuurlijk, die in die regeling zit, ook wel het één en ander en kan ook achtergrondinformatie geven. En straks is het natuurlijk ook zo, als de raad een zienswijze gaat geven, dan is dat het standpunt van de raad waarmee die vertegenwoordiger ook verder de discussie binnen de regeling zal moeten voeren. Want hij zit door u vertegenwoordigd. Maar ik ben zeer benieuwd wat dat op gaat leveren. Ik denk dat ik alle drie de vragen beantwoord heb. Voorzitter: Mevrouw van Vliet, u had nog twee vragen en een opmerking. Mevrouw van Vliet: Dat klopt, even een reactie op het eerste antwoord van de griffie. Mijn vraag ging niet zozeer om of we het niet zouden doen, dus dat je het nog even aan zou houden. Juist van, waarom nemen we niet het initiatief? Het lijkt mij namelijk best wel nuttig om zo'n adviescommissie te hebben. Ik begrijp uw antwoord ook wel, dus we kunnen ook nog wel even wachten. Ik had nog een opmerking over datzelfde document en daarna had ik een vraag over een ander document, dus ik blijf even bij dit document en dat ging over de afspraak over evaluatie. Daarin zegt u als griffier, dat kan worden opgenomen in de regeling, maar het kan ook niet worden opgenomen, zoiets staat er.
En de regeling kan ook worden opgenomen, dat deze niet geëvalueerd worden, maar het kan ook wel. Maar ik neem aan dat wij gewoon gaan voorstellen dat ze wel geëvalueerd gaan worden en dan lijkt me een evaluatie, gericht op doelstellingen van de regeling financiën, problemen voor het schrijnend inzicht en dergelijke een hele normale evaluatie van de regelingen. Dus graag hun reactie daarop. Dan had ik nog een vraag over bijlage drie, keurige afwegingen en dergelijke, maar ik kan eigenlijk niet zien door wie dat is opgesteld, dus mijn vraag is, wie heeft dat eigenlijk gedaan? En de vraag of het advies van de griffie staat, dat in het derde jaar gaan … Even kijken hoor, wat was het ook alweer, dan moet ik even gauw kijken. Evaluatieplicht, daar ging het ook om. U vond het wenselijk om dat op te nemen in het derde jaar van de bestuursperiode? En mijn vraag is eigenlijk, waarom niet gewoon jaarlijks? Jaarlijks evalueren of dingen goed gaan, even terugkijken, voortschrijdend inzicht kan je eerder bijsturen. Dus dat waren mijn vragen, dank u wel voorzitter. Voorzitter: Dank u wel, staat genoteerd. Ik denk alle drie, twee vragen en de opmerking zijn ook weer voor u mijnheer de griffier. Mag ik u het woord geven? De heer Van Straalen: De vraag over de bijlage met afwegingen is voor de wethouder. Dat is een stuk van het college.
De participatie, dat in de regeling opgenomen kan worden, dat het niet plaatsvindt, dat zegt de wetgever. Dus de wet de gemeenschappelijke regeling heeft de bevoegdheid in de regeling op te nemen. Dat de regel of de evaluatie, dat die niet geëvolueerd wordt. Dat kunnen ze opnemen. Het kan zijn dat straks een
Pagina 4 van 13
van de regelingen dat opneemt en het aan de raad voorleggen en dat de raden dan zeggen, we vinden wel. Dus dan wordt de zienswijze, wij vinden dat er geëvalueerd moet worden. Het college en ik zoek hem even, heeft in de brief voorgesteld om te evalueren, om dat op te nemen. Nee, niet in het derde jaar. Het college geeft het advies om op te nemen, dat er geëvalueerd moet worden. Ik denk inderdaad dat het hoe dan ook verstandig is. Alleen dan heb je het over hoe vaak en wat evalueer jij? Neem je dat ook op in de regeling? En mijn advies is, voor deze gemeenschappelijke regeling, maar dat is eigenlijk voor elke regeling die straks aankomt, om dat een keer in de vier jaar te doen. En het derde jaar is, zoals mijn advies nu luidt, is dat meer een suggestie, ook naar de regeling toe. U moet zich realiseren, om de vier jaar kan daar een nieuw bestuur zitten, want om de vier jaar hebben wij verkiezingen en de raden moeten die vertegenwoordigers gaan aanwijzen. Dat kunnen allemaal vertegenwoordigers, wethouders zijn die nog van niets weten. Die hebben ook even inwerktijd nodig, die moeten aan elkaar wennen, hoe ze met elkaar omgaan, hoe die gemeenschappelijke regeling werkt. Ja, daar hebben ze toch een, twee jaar toch wel even voor nodig.
Waar ik ook op wil wijzen, is dat zo’n evaluatie en natuurlijk is het goed als de regeling, als in de vergadering gewoon nu en dan op teruggeblikt wordt, maar dit is wel echt een evaluatie met een body, om het zo te zeggen. Dat zal voor de regelingen ook capaciteit kosten, ambtelijk. En de ene regeling is qua secretariaat beter bedeeld dan de andere. Daarnaast zou je nog kunnen zeggen, op dit punt zit ook wel een verschil tussen collegeregelingen en regelingen die de raad is aangegaan. Gemeenschappelijke regeling jeugdhulp is een regeling die colleges zijn aangegaan. Dus in welke mate hebben de colleges zelf behoefte aan evaluatie op dit punt? Maar mijn advies is de lijn te volgen, een keer in de vier jaar, dus in de bestuursperiode. En mij lijkt als suggestie, om mee te geven dat dat bijvoorbeeld ook vastgelegd zou kunnen worden derde jaar. En ik heb er ook bij gezegd, nu voor de gemeenschappelijke regeling Jeugdhulp op Rijnmond betekent dat ook het jaartal 2024, meen ik dat ik erin gezet, want anders zit men mogelijk, wat lopende regeling? Is denk gewoon belangrijk ook om een jaartal te noemen. Dus dat is mijn advies aan u en het is aan u als commissie of u dit advies overneemt en het ook formuleert voor de raad of dat u met een ander advies komt naar de raad op dit punt of dat u op dit punt de raad helemaal niet wil adviseren. Dat is ook natuurlijk een mogelijkheid.
Ik meen dat de vragen aan mij beantwoord zijn. Voorzitter: Dat zeker, althans voor zover ik het genoteerd heb, maar ik hoor het zo meteen ook nog even van mevrouw van Vliet. Ik wil graag als eerste wethouder Piena vragen. Er stond nog een vraag met betrekking tot bijlage drie, de afwegingen, wie heeft hij gemaakt? De heer Piena: Voorzitter, dat is simpel, dat heeft de griffier al gegeven, dat is het college. Voorzitter: Mevrouw van Vliet, zijn uw vragen voldoende beantwoord? Mevrouw van Vliet: Dat zijn ze inderdaad, dank u wel voorzitter. Voorzitter: Dank u wel. Ik had van tevoren aan moeten geven dat het voorstel ter debat was. Als u daarmee had ingestemd, hadden er alleen maar technische en duidelijke vragen gesteld mogen worden. Maar dat is volgens mij aardig goed gekomen. De heer Van de Waerdt, SGP, u wilde ook nog wat zeggen, opmerken? De heer Van de Waerdt: Niet zozeer een vraag, maar ik wil mijnheer de griffier hartelijk bedanken voor die memo en tijd en energie die hij erin gestoken heeft. Het heeft mij goed geholpen met het lezen van de stukken. Voorzitter: Dat is zeker. Wethouder Piena, wilde u datzelfde zeggen of wilde u een andere opmerking maken?
Pagina 5 van 13
De heer Piena: Over dit stuk is met de griffier natuurlijk ook gesproken en zijn advies aan deze commissie, die wil ik best ondersteunen. Wij hebben in het stuk opgenomen, evalueren, dat zouden we zeker moeten doen. Ik vind ook dat het een keer in de vier jaar zou moeten en ik steun ook het voorstel om dat in het derde jaar te doen. Ik zit zelf natuurlijk ook in de gemeenschappelijke regelingen en ik en ondersteun de gedachtegang van de griffier. Dus als u dat wenselijk acht, maar dan kijk ik naar de voorzitter, dan hangt het er wel even van af of het in debat gaat of inderdaad dat er nog een wijzigingsvoorstel gaat en ik weet niet hoe dat precies in zijn werk gaat, maar dat is aan u. Voorzitter: Zijn er commissieleden dat vinden dat het naar debat moet gaan? Niemand. Wat gaan we doen met het advies wat de griffier geeft? Ik zie instemmend geknik van deze en gene. Iedereen? Gefeliciteerd mijnheer de griffier, uw nobel werken wordt beloond. We willen heel graag uw advies overnemen. Kunt u daarmee leven? De heer Van Straalen: Het is nu aan de raad om een beslissing te nemen. Voorzitter: Het gaat ter vaststelling, met het voorstel met de wijziging. Dus dan is er geen debat op dit punt. Dan wil ik wethouder Piena ontzettend bedanken voor zijn stevige inbreng voor dit onderwerp. Agendapunt vijf. 5.
Zienswijze conceptbegroting 2024 GR BAR-organisatie nieuwe stijl Voorzitter: Agendapunt vijf. Dan wil ik heel graag wethouder van Os naast mij vragen en de heer Van de Waerdt. Onderwerp is zienswijze conceptbegroting 2024 GR BAR-organisatie nieuwe stijl, vanwege de verandering in de BAR-organisatie, mocht deze begroting later worden opgesteld dan gebruikelijk, daarom behandelen we ook de zienswijze later dan gebruikelijk. Het college heeft een concept zienswijze opgesteld. De inzet is ter vaststelling. Kan de commissie hiermee instemmen? Ja? Dan gaat hij in basis ter vaststellingen, dat betekent ook dat allerhande vragen zou mogen stellen aan de wethouder. Wethouder van Os, heeft u nog wat toe te voegen? De heer Van Os: Jazeker voorzitter, want dit is best een bijzonder moment, want voor ons ligt de eerste begroting van de BAR-organisatie nieuwe stijl, zoals de werktitel want momenteel nog steeds is. Ze zijn daar druk bezig ook met het opbouwen van die BAR-organisatie nieuwe stijl. En tegelijkertijd is daar ook een hele mooie groep mensen bezig om te kijken van, wat zou nou een pakkende naam zijn voor die BAR-organisatie nieuwe stijl, die zich alleen maar bezig gaat houden met bedrijfsvoeringstaken voor Barendrecht Albrandswaard en Ridderkerk.
En ik denk dat de commissieleden bij het kennen van de begroting hebben gezien dat de effecten van de onderhandeling in de financiële sporen hebben geleid tot een lagere bijdrage van de gemeente Ridderkerk aan deze BAR-organisatie nieuwe stijl, met daarbij ook een structureel voordeel. En op beantwoording van de vraag van de ChristenUnie is dat zes ton, dus dat is denk ik een mooi resultaat om de toekomst in te gaan met deze organisatie. Voorzitter: Dank u wel. Zijn er vragen vanuit de commissie, dan wil ik heel graag handjes zien. De heer Overheid, CDA, hoeveel vragen heeft u? Mevrouw van Vliet, Echt voor Ridderkerk, hoeveel vragen heeft u? Vier, geen opmerkingen? Mevrouw de Wolff, ChristenUnie, hoeveel vragen heeft u? Een? Dan mag u als eerste beginnen, want de heer Overheid had een vraag en een opmerking. Gaat uw gang. Mevrouw De Wolff-ter Beek: Een verduidelijkingsvraag, vooral bij vraag vijf. We hebben natuurlijk in eerste instantie gezegd dat er 1 miljoen zal worden bijgestort. En nu wordt dat in feite wat meer. Tegelijkertijd, die Pagina 6 van 13
zes ton besparing snap ik ook wel. Maar ik zit dan echt gewoon naar het antwoord te bussen, want wij vragen, waarom is dat extra budget nodig? En dat antwoord heb ik niet echt teruggekregen. Voorzitter: Wethouder van Os, mag ik u het woord geven? De heer Van Os: Jazeker. In dat financiële spoor, waar de raad uiteindelijk in eerste instantie 1 miljoen euro krediet voor hebt beschikbaar gesteld, voor die ontvlechting kosten, waarvan Barendrecht en Ridderkerk in een gelaagd aantal voor hun rekening nemen, een bepaald bedrag. Als ik het even goed zeg, Barendrecht neemt het eerste 1 miljoen voor haar rekening. En het restant wordt 50/50 gedeeld tussen Barendrecht en Ridderkerk. En daarnaast is nog een deel kosten, wat echt in de BAR-organisatie zit. Zoals mensen die vanuit het plaatsingsproces, niet geplaatst kunnen worden in een van de vele functies die beschikbaar zijn in de organisaties. Nou die blijven dus achter. Dan heb je eigenlijk frictiekosten om die mensen weer naar een baan te helpen binnen een van de vier organisaties of daarbuiten. Daarvan hebben we gezegd, dat zit binnen de BAR-organisatie en dat betalen we volgens verdeelsleutel, dus ook de nieuwe verdeelsleutel, wat voor Ridderkerk gunstiger is.
Maar in die opsomming van dat financiële spoor, waar u over wordt geïnformeerd in die raadsinformatiebrief, die we in oktober hier gaan behandelen met elkaar, daar zitten ook frictiekosten. Die frictiekosten, die nemen Barendrecht en Ridderkerk voor hun rekening. Alleen als je dan kijkt, hoe ga je dat verrekenen? Gaan we dan geld storten vanuit Barendrecht en Ridderkerk, naar de GR BAR. Of pak je dat nu gewoon gelijk in die begroting mee? Is ervoor gekozen om dat gewoon in de begroting te verwerken en in plaats van op dat postje dan de verdeelsleutel tussen de drie deelnemers toe te passen? Ze zegt nee, dat is iets wat is afgesproken tussen Barendrecht en Ridderkerk, voor hun rekening. En dat wordt zo in de begroting opgenomen, dus Barendrecht en Ridderkerk pakken 50/50 van die 500.000, allebei de helft. Worden die frictiekosten nou niet benut? Dan komt dat ook terug naar Barendrecht en Ridderkerk. Voorzitter: Mevrouw de Wolff, ChristenUnie, is uw verduidelijkingsvraag voldoende beantwoord? Mevrouw De Wolff-ter Beek: Helemaal, dank u wel. Voorzitter: Dank u wel. Dan geef ik graag de heer Overheid het woord. Een vraag en een opmerking, wilt u ze allebei tegelijk stellen, zeggen? De heer Overheid: Zeker voorzitter, dank u wel. Een vraag gaat over de begroting 2024-2027.
Op pagina acht staat dan dat voor de BAR-organisatie nieuwe stijl, de prestatieafspraken en indicatoren opnieuw ontwikkeld moeten worden. Nou is mijn beleving dat de taken voor de bedrijfsvoering gelijk zijn gebleven. Dus waarom kunnen dan in eerste instantie ook niet de geldende prestatie en indicatoren blijven gelden? Mogen aanpassingen dan altijd nog plaatsvinden. Maar ook graag de opmerking en de opmerking is bij de zienswijze concept, wat ik echt mis in de tekst is het gevoel voor de onzekere tijden waar de medewerkers mee te maken hebben gekregen. En dat in combinatie met het vele extra werk en het openhouden van de winkel. Misschien dat dat meegenomen kan worden. Voorzitter: Dank u wel. Wethouder van Os, mag ik u het woord geven? De heer Van Os: Jazeker, dat wordt zeker meegenomen, dank daarvoor. En de eerste, met betrekking tot de prestatie indicatoren. U moet u voorstellen dat we een bepaalde dienstverlening vanuit de BAR-organisatie hebben vastgesteld met elkaar, richting de drie deelnemende gemeenten bijvoorbeeld, de wachttijd aan de telefoon en dat soort zaken. De KCC’s worden dan weer deels bij de gemeente ingericht. Dus die prestatie indicatoren die we eerst hadden, die gelden niet meer. Een andere prestatie indicator, die we met elkaar Pagina 7 van 13
hadden in de BAR-organisatie, van hoeveel hebben we nou eigenlijk bespaard door die BAR-organisatie met elkaar op te richten? Nu gaan we ontvlechten, dus die prestatie indicator is er niet meer. Zo zijn er velen die gewoon niet meer van toepassing zijn, dus daarvan hebben we gezegd, die moeten gewoon opnieuw tegen het licht worden gehouden en kijken welke dan nog geldig zijn. Ik zal wel meenemen, want dat proef ik wel een beetje uit de vraag van de heer Overheid, degenen die wel doorwerking hebben, straks in de BARorganisatie nieuwe stijl of daar bij jaarrekening 2023 wel gewoon rekening mee kan worden gehouden, wat daar de effecten van zijn. Dus dat neem ik mee. Voorzitter: Dank u wel. Uw vraag is voldoende beantwoord? Nog even naar aanleiding van de opmerking die u heeft geplaatst. Dit voorstel gaat naar de raad, college mag hier niks meer aan wijzigen. Dus of wij gaan nu als commissie vinden dat er wat toegevoegd moet worden, aan de brief of u gaat een amendement indienen. Dus zegt u het maar, de keuze is aan u. De heer Overheid: Het makkelijkste is als we hem weer kunnen aanpassen, maar ik weet niet of ik daar de handen voor op elkaar krijg. Voorzitter: Dat moet u aan uw medecommissieleden vragen, daar ga ik niet over. De heer Overheid: Dat is waar, maar dat moet ik toch via u spelen volgens mij.
Voorzitter: Dat dan weer wel, maar ik geef u nu permissie om dat even aan de overige commissieleden te vragen. De heer Overheid: Dan het verzoek om wat ik al voorstelde, dan moet ik wel even mijn bril opzetten. De tekst die nu wordt voorgedragen, daar mis ik zeg maar het gevoel voor de onzekere tijden die de medewerkers hebben meegemaakt. En dat zou ik eigenlijk wel in opgenomen willen zien. Ik weet niet of iedereen daarmee kan instemmen. Ik weet niet of er nog een tekstvoorstel moet komen? Voorzitter: Inderdaad, ik probeerde u al te redden, de heer Overheid, om te vragen of de griffier een prachtige tekst kan maken, want die kan dat, dat weet ik. Maar laten we eerst even vragen aan de commissieleden of u het mee eens bent met de suggestie van de heer Overheid met betrekking tot ons … Mevrouw de Wolff, ChristenUnie. Mevrouw De Wolff-ter Beek: Ik snap heel goed wat de heer Overheid aangeeft. En tegelijkertijd hoor ik de wethouder ook aangeven dat er aan alle kanten ruimte is. Voor mij hoeft het niet per se. Voorzitter: De heer Kardol, SGP. De heer Kardol: Even via de VVD, maar ik spreek voor de SGP. Wat mij betreft hoeft die aanvulling er niet te komen, in de zin, dat gevoel heb ik wel gekregen bij het lezen van verschillende zinsneden, in de verschillende stukken. Voorzitter: Dan ga ik maar even, omdat er nu twee andere meningen zijn, de partijen af.
Bij wie zal ik starten? Ik start bij de heer Swarttouw, Leefbaar Ridderkerk. De heer Swarttouw: Dank u wel. Ik sluit mij aan bij het feit dat het er niet per se in hoeft vermeld te worden. Dank uw wel.
Pagina 8 van 13
Voorzitter: Helder, VVD Ridderkerk. Mevrouw … (VVD): VVD Ridderkerk vindt dat het er wel in zou kunnen. Voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Veerman, PvdA Ridderkerk. Mevrouw Veerman: Wij vinden dat ook. Voorzitter: Helder, dank u wel. De heer Ros, GroenLinks. De heer Ros: Ook niet. Voorzitter: U zegt dat het niet hoeft. De heer Ros: Jawel, ik zei, de microfoon doet het ook niet. Wat mij betreft kan die zinsnede er best bij. Voorzitter: Helder, dan wil ik graag mevrouw van Vliet, Echt voor Ridderkerk. Mevrouw van Vliet: Ik sluit mij daarbij aan, van mij mag het erin. Voorzitter: Dank u wel. Dan als laatste partij, 18PLUS. U bent de hekkensluiter. Mevrouw … (18PLUS): Wat is de stand? Maakt het uit of ik? Dan ben ik de boosdoener. Voorzitter: Volgens mij hoort het zo dat u uw eigen mening moet geven. Mevrouw … (18PLUS): Voor ons hoeft het ook niet per se. Voorzitter: Dat is helder, dan ga ik nu even vragen aan de griffier. Meneer de griffier, wat is de stand? De heer Van Straalen: U weet hoe goed ik kan tellen. Volgens mij zijn we met zijn twaalven, klopt dat? Twaalf. Voorzitter: Nee, Burger op 1 is er niet. De heer Van Straalen: Twaalf aanwezigen. U heeft allen een stem. Het gaat om de aanwezigen, dan is de meerderheid naar mijn mening zeven, vindt dat niet nodig. Mevrouw … : Zeven wel. Voorzitter: Nee, we zijn met twaalf man, zegt mijnheer de griffier net.
De heer Van Straalen: Ik heb vijf voorstanders Voorzitter: Dit is ook gelukkig niet iets wat elk commissie voorkomt, dus dan mogen we ook iets meer ruimte hebben om het op de juiste wijze te besluiten. Zeven voor, zes tegen, dus dat betekent dat het wel aangenomen, alleen dat betekent ook dat u nu een tekstvoorstel moet geven. Aangezien we net van reces terug zijn, willen we ook graag met u meedenken. In die zin, dat u hem ook morgenochtend aan mag leveren bij de griffier. Even centraal, de griffier laat het dan ook circuleren tussen de commissieleden, dus dan is als u morgenochtend bij de griffier, voor negen uur is het altijd en dan gaat de griffier zorgen dat het verder Pagina 9 van 13
rondgaat. Is het nog steeds verder dan ter vaststelling eigenlijk? Ja, de commissie adviseert met wijzigingen ter vaststellingen of zegt iemand, ik wil toch ter debat. U heeft alle vrijheid vanavond. Niemand gaat ter debat, dus dan blijft hij ter vaststelling. Mevrouw van Vliet, Echt voor Ridderkerk. O, jouw lampje staan aan. Mevrouw van Vliet: Meestal vraagt u dat helemaal aan het eind, maar ik heb mijn vragen nog niet kunnen stellen, dus krijg ik daar nog de kans voor? Voorzitter: Mijn verontschuldigingen, daar heeft u helemaal gelijk in, want u had ook nog vier vragen. Dat komt omdat de heer Overheid zo’n geniale actie had, dan raak ik van de leg. Mevrouw van Vliet heeft nog vier vragen zou u die nog even willen stellen? Mevrouw van Vliet: Uiteraard voorzitter, dank u wel. Ze hebben alle betrekkingen op de bijlage twee, de aanbiedingsbrief van de begroting, dus dat is misschien even makkelijker om mee te kijken. En mijn eerste vraag is op bladzijde twee, trekpunt van de begroting, daar wordt gesproken over een basisbegroting en mijn vraag is, om hoeveel fte’s gaat het nu, als je over Ridderkerk spreekt, is dat voldoende? Dat is mijn eerste vraag. Bij voortschrijdend inzicht, dat is onder hetzelfde zwarte kopje, daar staat de nieuwe werkelijkheid van het ondersteunen van drie afzonderlijke gemeentelijke organisaties is deels ook nog onbekend.
Maar er was een tijd voor de BAR, want toen werkten we ook allemaal alleen. Dus volgens mij heb je toch wel bepaalde kennis opgedaan in die periode, dus lijkt mij toch dat dat wel aardig bekend moet zijn. Zie ik dat verkeerd? Mijn derde vraagt, zijn nog korte. Die heeft te maken met de verdeelsleutels. Albrandswaard opteert voor een andere verdeling, dus niet op basis van het aantal inwoners, geloof ik. Maar welke gebruiken zij dan of stellen zij voor en waarom stellen zij dat voor? En de laatste is, is er ook een advies van de OR? Dat waren mijn vragen, dank u wel. Voorzitter: Wethouder van Os, mag ik u vragen om deze vragen te beantwoorden? Ik heb met u meegeschreven, dus als u het niet gered heeft, dan kan ik u helpen. De heer Van Os: In de tijd dat u nu aan spreken was, heb ik ook de laatste opgeschreven, dus dat moet denk ik goedkomen. De vraag van mevrouw van Vliet was, hoeveel fte’s voor Ridderkerk betreft het? Als het gaat om het aantal fte's, straks in de BAR-organisatie nieuwe stijl, dan wordt er niemand toebedeeld aan Ridderkerk, dan zijn het gewoon allemaal medewerkers in de GR BAR-organisatie nieuwe stijl, die ten dienste staan voor drie gemeenten op bedrijfsvoeringstaken. En het aantal fte’s, straks in de nieuwe Ridderkerkse organisatie, kunt u lezen in de raadsinformatiebrief, waar het O&F-plan, zoals toegezegd bij zit.
En ook de communicatie vanuit de OR, zoals ook toegezegd en daar hebben ze positief op geadviseerd om dat mee te sturen. Dus dat is dan gelijk het antwoord op uw laatste vraag. De kennis voordat we de BAR-organisatie hadden, is die nog aanwezig? Dat is inmiddels tien jaar geleden. Er is natuurlijk wel verlopen. Er is ook nieuw instroom, zo gaat dat in een organisatie. Natuurlijk is er nog kennis aanwezig en wat ook zeker ingezet zal worden, maar daarnaast moet er ook nieuwe kennis opgedaan worden. Is er heel veel wet- en regelgeving in die tien jaar veranderd. Te denken valt alleen al aan de Omgevingswet die 1 januari 2024 aangaat en de decentralisaties die in 2015 zijn ingegaan. Dat is allemaal in de tijd van de BAR-organisatie, dus de wereld is in tien jaar tijd flink veranderd. Dus die kennis van toen, is niet altijd meer toepasbaar op de kennis van vandaag. En dan de verdeelsleutel van Albrandswaard, dat is natuurlijk een aangelegenheid van Albrandswaard, wat zij een eerlijke verdeelsleutel vinden. Zonder aan borstklopperij te doen, denk ik dat we als Ridderkerk gewoon een hele goede verdeelsleutel hebben uitonderhandeld. Nu voor de BAR-organisatie nieuwe stijl, daar is Albrandswaard financieel de dupe van in deze. En het DB heeft toch ingestemd en er zijn drie gemeenten die deelnemen in DB, dus kunt zich voorstellen dat daar een meerderheid voor was.
Dan kunt u denkt zelf wel raden welke andere gemeente mee heeft gestemd. Nou, die heeft daar niet zoveel nadeel van als Pagina 10 van 13
Albrandswaard. Dus als Ridderkerk komen we daar goed uit. En Albrandswaard zal dat ergens in de begroting moeten gaan dekken voor de komende jaren. Voorzitter: Zijn uw vragen voldoende beantwoord? Helder, dan ga ik het toch nog keer stellen. Blijft de commissie van mening dat het ter vaststelling kan? Ja? Dan is dat bij deze vastgesteld en het tekstvoorstel krijgt u nog toegestuurd. Dan is agendapunt vijf afgerond. Dan ga ik naar agendapunt zes, stand van zaken ontwikkelingen ambtelijke organisatie. 6.
Stand van zaken ontwikkelingen ambtelijke organisatie Voorzitter: Dan ga ik naar agendapunt zes, stand van zaken ontwikkelingen ambtelijke organisatie. Overigens, de heer van der Waal, bedankt voor uw aanwezigheid en de ondersteuning van wethouder van Os. De stand van zaken, dit is een standaard agendapunt op verzoek van de raad. Wethouder van Os, zijn er naast wat net aan de orde is gekomen nog actuele ontwikkelingen? De heer Van Os: Voorzitter, er zitten al een flink aantal weken tussen de laatste commissievergadering en deze commissievergadering, dus de commissie zal wellicht verwachten dat er heel wat nieuws te vermelden is. Helaas is dat dus niet zo, want die belangstellingsregistratie is op 1 juni opengesteld, dat duurde een paar weken en dan is er een externe plaatsings- en adviescommissie, die daarmee aan de slag gaat. Die voert inmiddels gesprek ook met de mensen die niet één op één geplaatst konden worden of mensen die behoefte hadden aan een gesprek, ondanks of ze wel of niet één op één geplaatst konden worden.
Dat is nu gaande en wij hebben nog geen zicht op de uitkomsten daarvan, dus wij zitten in net zoveel spanning denk ik als de commissieleden met wie uiteindelijk op welke functies gesolliciteerd hebben en hoeveel en welke organisatie we straks vanaf 24 gaan krijgen en zodra daar meer over te vertellen is, dan zal ik dat zeker bij de volgende commissievergadering doen. En de verwachting is dat we dan ook wat uitsluitsel hebben. Voorzitter: Dank u wel. Zijn er vanuit de commissie vragen? De heer Swarttouw, Leefbaar Ridderkerk. Een vraag, dan mag u die meteen stellen. De heer Swarttouw: Dank u wel voorzitter. Eerder werd natuurlijk gezegd dat, er zijn veel functies beschikbaar. Dat kan natuurlijk een intern circus worden. En hopelijk dat we dan aan goede kant zitten, met de juiste mensen. Ik werd getriggerd eigenlijk door de vacatures in de gemeente, zijn we naar op zoek geweest. En dan kom ik op een site, waar ik dan veertien vacatures zie, maar meer niet. En ik zag laatst ook een raadsinformatiebrief over de digitale vacaturekrant. Ik mis een klein beetje van waar kunnen mensen nu solliciteren en waar kun je het overzicht zien van de beschikbare vacatures? Dus misschien kan de heer van Os daar wat over zeggen. Dank u wel. Voorzitter: Wethouder van Os. De heer Van Os: Dank u wel. Nee zeker, werkenbijdebarorganisatie.nl, meen ik dat dat de website is waar de vacatures op staan.
Toevallig heb ik van de week ook opgekeken, omdat ik ook zelf even wilde weten hoeveel vacatures zijn er nu extern opengesteld? De commissie moet zich bedenken, met zo’n plaatsingscommissie, dan spreek je ook zaken af met een OR en met de vakbonden. Zodat mensen ook de kans krijgen, die misschien nu beleidsadviseur wonen zijn en boa willen worden, ik noem maar even een zijstraat, dat die dan intern ook de kans krijgen om door te stromen. En als je die vacatures nu extern openstelt, hebben de mensen intern de kans niet om door te stromen. Dus vandaar dat die vacature stop, dat klinkt wat zwaar, maar even on hold is gezet. Zodat mensen ook gewoon in die plaatsingstrajecten hun belangstelling op konden geven. En Pagina 11 van 13
als dat allemaal gesloten is en we weten wie er op welke functie gesolliciteerd heeft en daarvoor in aanmerking komt en we komen niet uit, dan worden de vacatures opengesteld. Zij het voor de drie gemeentelijke organisatie, zij het voor de BAR-organisatie. Voorzitter: De heer Swarttouw, Leefbaar Ridderkerk, is uw vraag afdoende beantwoord? De heer Swarttouw: Ja zeker, ik vraag me alleen daar dan bij af, dus als je intern bent, heb je dan altijd voorrang ten aanzien van een externe vacature? Is dat dan ook het geval? Voorzitter: Ik zie wethouder van Os knikken. Aangezien we geen beeld hebben, doe ik even de ondertiteling. Het antwoord is dus ja. Zijn er verder vanuit de commissie vragen? Nee? Dan is dit agendapunt afgehandeld. U mag blijven zitten hoor, wethouder van Os. Jazeker, dit kan ook niet elke keer, dus ik geniet er even van. 7.
Mededelingen gemeenschappelijke regelingen Voorzitter: Agendapunt zeven, mededelingen gemeenschappelijke regelingen. Zijn er mededelingen? Ja, er is een mededeling. Er is een adviescommissie MRDH geweest. Ik ben daar natuurlijk zelf voorzitter ook van, dus ik moet dan ook zelf hier wat over zeggen. We hebben een korte vergadering gehad, digitaal en daarbij is nog een advies van de adviescommissie geformuleerd inzake de begroting. Die komt, ik heb toevallig vandaag net geaccordeerd, dat die juist is geformuleerd, dus die komt op enig moment nog naar uw middelste griffie. Dus dat is wat betreft de gemeenschappelijke regeling MRDH. Zijn nog wat over andere gemeenschappelijke regelingen te vermelden? Helemaal niets? Naar aanleiding van mijn opmerking, zijn daar vragen over? U wordt geïnformeerd, maar goed. Stel dat u nu een prangende vraag heeft, dan kunt u die stellen. Dat is niet aan de orde, dan ga ik over naar agendapunt acht, mededelingen college.
8.
Mededelingen college Voorzitter: Mag ik een lid van het college vragen om mededeling te doen? Dat mag wethouder van Os doen, wethouder van Os. De heer Van Os: Ja, dank u wel voorzitter. Vandaag had ik het voorrecht om een deeloplevering van sportcentrum Drievliet bij te wonen. Dat betekent dat vanaf aanstaande maandag de eerste basisschoolkinderen van de vernieuwde sporthal gebruik kunnen maken, dat is mooi. Helaas hebben de nutsbedrijven hun planning niet helemaal op orde en kan de hoofdingang nog niet gerealiseerd worden en de verwachting is dat binnen een paar weken dat dat ook klaar is. Dus je moet even via de noodingang naar binnen en weer naar buiten. Maar goed daar zijn alle voorzieningen voor getroffen. En graag zou ik via de griffier straks de raad willen vragen of zij wellicht interesse hebben, als het helemaal opgeleverd is, om een keer te kijken in het nieuwe sportcentrum Drievliet. Voorzitter: Ik zie nu allemaal een heleboel mensen enthousiast kijken, dus ik denk dat de griffier dat niet eens meer hoeft te vragen. Meneer de Griffier, we willen graag uitgenodigd worden voor de nieuwe sporthal, kunt u dat regelen? De heer Van Straalen: Voorzitter, dat komt op een lijstje te staan, wat wij altijd in het presidium tegen het licht houden. Waar er nog steeds werkbezoeken gebracht moet worden of wat de wensen zijn. Dus daar wordt het op genoteerd.
Pagina 12 van 13
Voorzitter: Nou, dan moet uw fractievoorzitter goed oplijnen, voor het presidium. Maar ik heb het voor u geprobeerd, commissieleden. Verder nog vragen met betrekking tot de mededeling? Er zijn geen vragen vanuit de commissie. 9.
Rondvraag leden Voorzitter: Dan ga ik over naar agendapunt negen, rondvraag leden. Zijn er commissieleden die een vraag aan de commissie willen stellen? Ik zie geen handjes, dus dan is agendapunt negen afgehandeld.
10. Ter kennisneming: raadsinformatiebrieven Voorzitter: Dan ga ik graag over naar agendapunt tien, ter kennisneming, raadsinformatiebrieven. Mocht een commissielid een van de raadsinformatie willen agenderen voor een volgende vergadering? Ik zie geen handjes. Dan zijn de raadsinformatiebrieven voor kennisgeving aangenomen. 11. Ter kennisneming: overige stukken Voorzitter: Agendapunt elf, ter kennisneming, overige stukken. Wil een commissielid een van de overige stukken agenderen voor een volgende vergadering? Wederom geen handjes, dan zijn ook de raadsinformatiebrieven voor kennisneming aangenomen. 12. Ter afdoening: motie Voorzitter: Agendapunt twaalf, ter afdoening, motie Het college heeft aangegeven dat motie 2022-37, over voorkomen en bestrijden van wanordelijkheden is afgedaan. Zijn er fracties die de motie 37, voorkomen en bestrijden van wanordelijkheden niet als afgedaan beschouwen? Ik zie geen handjes, dan is de motie bij deze afgedaan. Sluiting Voorzitter: Dat brengt ons ook aan het laatste agendapunt van deze vergadering, dus ik kan bij deze de vergadering sluiten. Ik wil u ontzettend bedanken voor uw komst, uw inzet. Ook het college, publieke tribune, de pers en de luisteraars thuis. Fijne avond verder en tot de volgende keer.
Pagina 13 van 13