2022-09-29-verslag-commissie-samen-leven-wonen-ridderkerk.pdf
Tekst van het document
Woordelijk verslag vergadering commissie Samen leven en Samen wonen 29 september 2022 1.
Opening en vaststellen agenda De voorzitter: Een hele goede avond. Het is acht uur geweest dus ik wil graag de vergadering openen. Als eerste wil ik graag iedereen welkom heten bij deze gezamenlijke commissievergadering Samen leven en Samen wonen. Commissieleden, welkom, publieke tribune, collegeleden en de volgers thuis. Normaal gesproken zouden we nu gelijk met de agenda beginnen maar ik wil daar met jullie permissie graag heel even van afwijken. Want voordat we gaan beginnen wil ik even stilstaan bij een heuglijk feit vandaag. Zoals u bekend is eindigt per 1 oktober de tweede termijn van het burgemeesterschap van onze burgemeester, mevrouw Attema. Vaak wordt tijdens de procedure om een nieuwe burgemeester te vinden een waarnemend burgemeester aangesteld. In ons geval kunnen wij ons gelukkig prijzen dat wij geen vreemde waarnemend burgemeester krijgen, maar dat onze burgemeester, mevrouw Attema, zich beschikbaar heeft gesteld om het waarnemerschap te nemen, te gaan vervullen. Zij is vandaag ook benoemd door de Commissaris van de Koning en beëdigd. U heeft dat allemaal in het persbericht kunnen zien, er zat een hele mooie foto bij. Van harte gefeliciteerd, we wensen je nog een hele fijne tijd toe bij ons en wij vonden dat dat een grote bos bloemen verdient, dus die gaan we even aan je overhandigen.
Maarten? Nou, dat was toch een mooie verrassing zo voor onze waarnemend burgemeester. Vanaf morgen officieel? Kijk eens aan. Overmorgen, overmorgen. Ik denk dat de bloemen het wel zo lang uithouden. Dat is goeie kwaliteit. Dan wil ik nu verdergaan met de vergadering. Ik ga even vaststellen of alle fracties zijn vertegenwoordigd. Dat is aan de orde. Zoals jullie weten, nog eventjes voor alle duidelijkheid, we spreken via de voorzitter. Ik wil ook graag de agenda voorstellen. Zijn er op- of aanmerkingen over de agenda? Nee, dan is die vastgesteld.
2.
Spreekrecht voor hen die zich hebben aangemeld De voorzitter: Agendapunt 2 is spreekrecht voor hen die zich hebben aangemeld. Er zijn geen sprekers aangemeld dus we kunnen gelijk over naar agendapunt 3.
3.
Vaststellen besluitenlijst commissie Samen leven en Samen wonen van 1 september 2022 De voorzitter: Agendapunt 3 is vaststellen besluitenlijst commissie Samen leven en Samen wonen van 1 september 2022. De tekst besluitenlijst 1 september, is deze akkoord? Geen op- of aanmerkingen, dan is deze vastgesteld. Actiepunten en toezeggingen. Ik noem alleen de actiepunten en dan gaan we meteen naar actiepunt 3 van de commissie Samen wonen. Dat is agendapunt 3, strategie klimaatadaptatie, daar staat informatie voortgang klimaat-adaptief bouwen in volgende klimaatmonitor en over wat nog de lastige punten zijn. Daar staat als streefdatum september oktober 2022, wethouder Van Os, dat is een vrij ruim begrip. We zouden heel graag een concrete datum van u willen hebben. De heer Van Os: Dank u wel voorzitter. Ja, zoals u al aangaf is het nog twee nachtjes slapen tot oktober, dus dat gaan we echt niet halen. Maar we hopen nog steeds dat het in oktober aangeleverd wordt aan de raad. Dus oktober blijft voorlopig nog even staan. Maar welke datum concreet in oktober, dat kan ik niet aangeven. De voorzitter: Dan zullen we het denk ik hiermee moeten doen. Punt 4 is de voortgangsrapportage klimaatvisie. In de volgende versie duidelijker aangeven waar percentage voortgang betrekking op heeft. Ook portefeuillehouder wethouder Van Os, daar staat ook weer oktober 2022.
Een ruim begrip, is daar al een specifieke datum voor bekend?
De heer Van Os: Nee, zelfde verhaal, voorzitter. Oktober moet het opgeleverd worden, dat is het streven. Maar welke dag in oktober durf ik echt niet te zeggen. De voorzitter: Dan gaan we het daarmee doen. 4.
Commissie bezwaarschriften jaarverslag en introductie De voorzitter: Dan kunnen wij over naar agendapunt 4, commissie bezwaarschriften jaarverslag en introductie. Dit is een informatie-uitwisseling, het gaat om meningsvorming. Elk jaar stuurt de commissie bezwaarschriften het jaarverslag met een overzicht van de werkzaamheden. En vandaag is te gast de nieuwe voorzitter van de commissie bezwaarschriften, de heer R. van den Berg, om een en ander toe te lichten en uw vragen te beantwoorden. En als het goed is wordt hij bijgestaan door de secretaris van de bezwaarschriftencommissie, de heer J. Vervorst. Mijnheer Van den Berg, kan ik vragen of u naar voren wil komen? Mag u hier voor mij plaatsnemen. Mijnheer Vervorst idem dito. Mijnheer Van den Berg, mag ik u het woord geven? Heeft u nog wat aan ons mee te geven? De heer Van den Berg: Dank u wel voorzitter. Goedenavond allemaal, bedankt voor de uitnodiging. Ja, mijn naam is Rens van den Berg. Ik ben, ja, sinds maart de algemeen voorzitter van de bezwarencommissie van de gemeente Ridderkerk. Zowel van u als gemeenteraad, van het college en van de burgemeester. En ja, ik ben al vier jaar lid geweest van de commissie. En toen ik werd gevraagd om voorzitter te worden, toen dacht ik: nou, we hebben een geweldig secretariaat, dus dat is leuk om te doen en het is ook gewoon een leuke gemeente om in actief te zijn.
Natuurlijk zijn er wat aandachtspuntjes en daar komen we vanavond wel op. En misschien heeft u nog vragen, dan kunnen we het daarover hebben. Misschien is het goed om eerst nog heel kort stil te staan bij de procedure van een bezwaar. U heeft er ongetwijfeld al mee te maken gehad en erover gelezen. Maar ja, het gaat in het bestuursrecht altijd over woorden met een B, er zijn bestuursorganen, er zijn besluiten en er zijn bevoegdheden en er zijn bezwaren. Nou, de bezwaarschriftencommissie gaat over de bezwaren. Maar de bestuursorganen, die nemen besluiten en daarmee is de kous niet af en een bezwaarschriftenprocedure is eigenlijk een vorm van verlengde besluitvorming. Dus ja, het college of de burgemeester of de gemeenteraad, de gemeenteraad stelt bijvoorbeeld een bestemmingsplan vast maar dan is dat nog niet klaar. Dan kun je daarover verder procederen. En dat geldt ook voor vergunningen. En dan zijn er verschillende manieren waarop er met bezwaren wordt omgegaan. Er wordt eerst getoetst door het secretariaat: is de adressering compleet? Is het duidelijk waar het vandaan komt? Is het op de goede manier ingediend? Het kan niet per e-mail bijvoorbeeld. Het moet per brief of met een formulier op de website van de gemeente Ridderkerk. En als het ontvankelijk is, binnen zes weken moet het zijn ingediend, dan wordt het voor de commissie voorgelegd als daar aanleiding voor is.
Soms wordt er ook ambtelijk getoetst als het heel eenvoudig is of als er heel weinig ruimte is om nog iets nader te beslissen. En dan wordt er een hoorzitting gepland en dan wordt er gehoo… Dan wordt, ja, de burger die iets in te brengen heeft die het niet eens is met het besluit, die wordt dan gehoord en dan gaat de commissie adviseren. Aan u, aan de burgemeester of aan het college. En dat advies wordt meestal overgenomen maar niet altijd en daar is soms een goede reden voor volgens het bestuursorgaan dat daar dan kennis van heeft genomen. En vervolgens kan een burger in beroep gaan of hoger beroep bij de rechtbank. Maar daar hebben wij dan niets meer mee te maken. En we bedoelen het ook echt als een informele procedure, we gaan geen, ja, dat verwijt krijgt een bezwarencommissie nog wel eens, geen rechtbankje zitten spelen. We proberen echt de drempel zo laag mogelijk te maken voor de burger die bij ons komt om zijn verhaal te doen. En we willen ook nog wel eens de, ja, de ambtenaren van het college of de burgemeester kritisch aan de tand voelen: ja, hoe komen jullie nou bij dat besluit? Hebben jullie de burger wel even goed, ja, aangehoord? Want anders zou die niet in bezwaar zijn gegaan, misschien. Nou, dus
dat soort gesprekken hebben we en dan gaan we daarover vooral juridisch adviseren. Maar we proberen ook, ja, het gevoel te geven aan de burger dat die gehoord is, dat die serieus wordt genomen. Nou, daarvoor krijgt de commissie ook alle ruimte, dat is mijn ervaring. De voorzitter: Dank u wel. Ik neem aan dat ik nu aan de commissieleden kan vragen of zij zelf nog vragen willen stellen? De heer Van den Berg: Ja, dat kan zeker, ja, voelt u vrij. Ja, ik had nog willen zeggen, er is ook, een van onze commissieleden is overleden. U kent hem nog wel, Egbert Jansen. Dat is natuurlijk een verlies, dat is jammer, dat is, ja, een lokaal heel bekende persoon, die ook heel veel heeft gedaan voor de commissie. En ja, de adviezen die heeft u misschien al gelezen, die staan achter in het jaarverslag. Dus als u vragen heeft, ja, gaat uw gang. De voorzitter: Zijn er commissieleden die vragen willen stellen, dan wil ik inderdaad graag handen zien en ook de hoeveelheid vragen. Mevrouw De Klerk, hoeveel vragen heeft u? Mijnheer Kardol? Hoeveel vragen heeft u? Ook één. De heer Rijsdijk, hoeveel vragen heeft u? Mijnheer Coule, u heeft er vier. Mijnheer Tsjalkema, Alkema, sorry. Daar hebben we een mooie … De heer Alkema: Het is u vergeven. Maar één vraag, ik denk dezelfde als de SGP. De voorzitter: Dan mag u gelijk beginnen, mijnheer Alkema, ChristenUnie, met uw vraag.
De heer Alkema: Nou, ik ben wel een beetje in verwarring want ik kan het aan deze twee heren vragen, maar volgens mij moet ik het aan het college vragen, dus hoe gaat dat? De voorzitter: De burgemeester is ook aanwezig om eventuele vragen te beantwoorden, maar nu hebben we eerst voor de bezwaarcommissie de vragen die u kunt stellen. De heer Alkema: Daar heb ik toch nul vragen voor. De voorzitter: Dan ga ik u het woord ontnemen. Voor nu dan. Dan wil ik graag mevrouw De Klerk, CDA Ridderkerk, het woord geven. U had één vraag? Mevrouw De Klerk: Ja, dat klopt, dank u wel voorzitter. In het rapport worden veelvoorkomende gebreken genoemd, waarom de bezwaren niet-ontvankelijk kunnen worden verklaard. In tabel twee is dan een duidelijke afname te zien vanaf 2020 in het aantal zaken waarbij het advies als niet-ontvankelijk wordt geduid. Ik kan alleen niet goed terugvinden hoeveel van de in eerste instantie ingediende bezwaren worden getoetst die niet voldoen aan de indieningseisen. Hoeveel van deze bezwaren voldoen niet aan die eisen en hoe wordt er gewerkt aan verbetering zodat ze bij de eerste toetsing al gelijk akkoord bevonden worden? De voorzitter: Mijnheer Van den Berg, wilt u deze vraag beantwoorden? De heer Van den Berg: Ja, dank u.
U bedoelt dat de bezwaren die de burgers indienen, dat ze in behandeling kunnen worden genomen? Ja, ik weet niet of dat allemaal geregistreerd wordt. Want als een burger een bezwaar indient zonder zijn handtekening te plaatsen, dan krijgt hij meteen de gelegenheid om dat te corrigeren. Ik kijk even naar de secretaris of … Zo werkt dat, toch? Ja. Ook als het per e-mail wordt ingediend, dan wordt er gewoon ik denk een mailtje terug gestuurd met: dat kan niet per e-mail, dat moet per brief of
gebruik dit formulier en zet uw handtekening, schrijf op wat uw grieven zijn, uw naam en adres. Meestal doen mensen dat ook wel uit zichzelf. Maar hoe vaak het gebeurt, ja, ik weet niet zeker of dat geregistreerd wordt. De voorzitter: Wat zegt u? U mag daar zeker wat op aanvullen. Mijnheer Vervorst, ik wil graag u het woord geven. De heer Vervorst: Dank u wel. Tabel twee ziet ook alleen maar op de adviezen. En die scherpe daling, die komt er van dat precies in dat jaar zijn de meeste niet-ontvankelijke zaken bij de commissie weggehaald, omdat dat, ja, juist die veelvoorkomende gebreken zijn, die paar niet-ontvankelijke zaken die nog bij de commissie komen, dat zijn juist de complexe vraagstukken of dat mensen bijvoorbeeld dichtbij genoeg wonen. En dan mogen mensen wel degelijk alvast uit komen leggen wat ze ervan vinden. De voorzitter: Mevrouw De Klerk, is daarmee uw vraag voldoende beantwoord? Dank u wel. Dan wil ik graag overgaan naar de heer Kardol, SGP Ridderkerk. U had ook een vraag. De heer Kardol: Ja, dank u voorzitter. Ik wil ook onze waardering uitspreken voor het werk wat de commissie doet. En de vraag gaat erover dat vijf aanbevelingen waren geformuleerd, we hebben daar vragen over gesteld of het college reactie kon geven, aan kon geven wat er met die aanbevelingen kan worden gedaan.
Die reactie is gekomen en heeft u er kennis van genomen? En zo ja, stemt het u tevreden? De voorzitter: Mijnheer Van den Berg, mag ik u het woord geven? De heer Van den Berg: Ja, dank u. Bedankt voor de waardering. Ik zal het doorgeven naar de collegacommissieleden, die zullen dat op prijs stellen. Ja, ik heb die vragen en de beantwoording daarop gelezen en, ja, ik denk dat dat een antwoord is dat voldoet. En je kan denken, ja, je kan er uitgebreider op ingaan maar ik snap heel goed hoe dat zo beantwoord wordt. Er wordt aandacht aan besteed en het wordt doorgegeven aan de interne organisatie. En dan moet het daar weer opgepakt worden. Ja, dat lijkt mij een adequaat antwoord. De voorzitter: Dank u wel. De heer Kardol, SGP, is daarmee uw vraag voldoende beantwoord? Dank u wel. Dan wil ik nu overgaan naar de heer Rijsdijk, PvdA/GROENLINKS. U had twee vragen, is dat nog steeds zo? De heer Rijsdijk: Dat is nog steeds zo. Dank u voorzitter. De voorzitter: Zou u ze tegelijk willen stellen? De heer Rijsdijk: Ja, dat moet lukken. Ook namens ons bedankt, ja, waardering voor de inzet van de bezwaarschriftencommissie. Ik heb twee vragen: paragraaf 1.3 van het jaarverslag gaat over ambtelijk horen. En op het einde van die paragraaf staat vrij vertaald dat iemand, ja, er toch voor kan kiezen om zijn zaak voor te leggen aan de commissie bezwaarschriften.
Maar in de zin daarachter staat: het eindoordeel daarvoor ligt bij de secretaris van de commissie bezwaarschriften. Nu vroeg ik me af: heeft iemand nu de vrije keuze zeg maar om die zaak voor te leggen of moet hij dat voorleggen aan de secretaris en is het dan de secretaris die beslist of het doorgezet kan worden naar de commissie bezwaarschriften? Dat is mijn eerste vraag. En de tweede vraag die heeft betrekking op de aanbevelingen. U geeft, ja, in mijn woorden aan dat de kwaliteit van de afhandeling van WOB, WOO-verzoeken beter zou kunnen. Kunt u voor mij, ja, wat nader duiden zeg maar waar die verbetering, ja, in zit? Dank u wel.
De voorzitter: Dank u wel. Er zijn twee vragen gesteld, wie van beide heren wil deze vragen beantwoorden? Die, zeker, de heer Vervorst. De heer Vervorst: Er staat tenslotte dat de secretaris beslist, dus dan voel ik mij aangesproken. Nee, het is, wij vragen bezwaarmakers niet actief of dat ze of ambtelijk gehoord willen of naar de commissie bezwaarschriften. Het college heeft een aantal onderwerpen aangewezen die ambtelijk worden afgedaan en een aantal contra-indicaties waarbij we in dat soort onderwerpen alsnog naar de commissie gaan. Dus dat lijstje lopen we langs voor elke zaak die binnenkomt en op basis daarvan maken wij een keuze. Dus wij vragen dat de indiener niet. Het komt een enkel keertje voor dat een advocaat wel eens op voorhand al vraagt: ik wil graag naar de commissie. En dat is dus één van de contra-indicaties waarop wij dan zeggen: we gaan naar de commissie. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Van den Berg, wilt u de tweede vraag beantwoorden? De heer Van den Berg: Ja, dat zal ik doen, dank u. Ja, de WOB en de WOO, dat zijn dus de, ja, de WOB is de wet openbaarheid van bestuur en de WOO is de opvolger, de open overheid. En dat zijn lastige wetten. En hoe kun je het nou verbeteren, hoe kun je nou beter daarmee omgaan als gemeentelijke overheid? Ik denk dat het begint met er goed kennis van nemen en er wat op studeren.
Dus ik denk dat er gewoon een of twee ambtenaren daar, ja, wat uren in zouden kunnen steken om het kennisniveau op vlieghoogte te krijgen. En ja, het heeft ook iets te maken met een opstelling van de ambtelijke organisatie en misschien wel iedereen binnen de gemeente over het gegeven van transparantie. Dat je als overheid zoveel mogelijk openheid van zaken geeft. En dat roept menselijkerwijze wel eens weerstand op als er dan van die verzoeken binnenkomen: vertel mij even hoeveel lantaarnpalen er in de gemeente staan of hoeveel halve stoeptegels. Er komen onzinverzoeken binnen, of je proeft wel eens: er is hier wat, er is hier iets anders aan de hand dan alleen maar een echt legitiem verzoek van een journalist of een burger die gewoon wil weten waar zijn overheid mee bezig is. Dat loopt wel eens door elkaar en de kunst is om daar toch zo goed mogelijk mee om te gaan en het serieus te nemen. En dat is een beetje corveewerk, ik heb het zelf ook wel eens gedaan bij een gemeente. Het is lastig werk, maar het is echt uiteindelijk wel de moeite waard want transparantie van het bestuur, dat is ook waarom het vanavond gewoon openbaar is, dat is gewoon een heel groot goed. Dus ja, meer studeren en, ja, misschien iets meer tijd ervoor vrijmaken. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Rijsdijk, PvdA/GROENLINKS, zijn daarmee uw vragen voldoende beantwoord? Dank u wel.
Dan ga ik graag over naar de heer Coule, Burger op 1. U had vier vragen. Zijn dat er nog steeds vier? De heer Coule: Het lijkt er wel op. De voorzitter: Wilt u ze dan per twee stellen? De heer Coule: Ik zal ze per twee stellen, voorzitter. Dank u wel. Mijn eerste vraag gaat over de zaken waarvan de termijn niet gehaald wordt. Zijn er afgelopen jaar ook te laat verdaagd geweest? Dus dat de termijn verlopen is zonder goede afronding? En de tweede vraag is: wie bepaalt welke medewerkers van de BAR aanwezig moeten zijn? En indien de bezwaarmaker dat weigert, heeft dit dan ook invloed op de uitspraak? Dat zijn mijn eerste twee vragen, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Van den Berg, mag u ik het woord geven of wil de heer Vervorst de … De heer Vervorst doet de eerste vraag.
De heer Vervorst: Dank u wel. Of dat er termijn ook te laat verdaagd zijn, dat heb ik niet paraat, maar als het al een keer is gebeurd is dat zeer uitzonderlijk. We hebben een administratie die daar zeer dicht op zit dat alles op tijd verdaagd wordt. De voorzitter: Mijnheer Van den Berg. De heer Van den Berg: Ja, dank u. Ik weet niet zeker of ik uw tweede vraag helemaal goed begreep. Maar het ging erover welk ambtenaar naar de commissie komt om het bestuursorgaan te vertegenwoordigen. Daar gaat de commissie helemaal niet over, dat zien wij wel, wie er komt namens het bestuursorgaan. Dus dat heeft ook geen invloed verder op onze advisering. De voorzitter: Dank u wel. De heer Coule. De heer Coule: Is het een verplichting voor die medewerker om aanwezig te zijn? De voorzitter: Mijnheer Van den Berg. De heer Van den Berg: Het college moet vertegenwoordigd worden en een wethouder mag ook zelf komen, maar nee, een verplichting dat is iets van de interne organisatie. Een leidinggevende kan zeggen: jij gaat naar de commissie. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Coule, u had nog twee vragen? Wilt u deze stellen? De heer Coule: Ja, ik wil nog even doorgaan.
Indien bij de hoorzitting wel de belanghebbenden aanwezig zijn maar niet verwerend orgaan, bijvoorbeeld Wooncompas of college of … Kan de hoorzitting dan überhaupt doorgang vinden? En de laatste vraag die ik heb op dit moment is: bij tabel twee, sociale zaken, wat voor advies gegrond zijn het er nul. Is dat een reden waarom het echt helemaal niks meer is? De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Van den Berg, kan ik u het woord geven? De heer Van den Berg: Ja, voor de eerste vraag in ieder geval. Over het sociale kader zal mijnheer Vervorst antwoorden. Als er een hoorzitting is gepland en de commissie is aanwezig en de belanghebbenden, die komt, maar het verwerend orgaan is niet aanwezig, dan kunnen we nog steeds adviseren. Dan kunnen we doorgaan. Maar ik heb het nog nooit meegemaakt hier gelukkig. En we doen nog wel een telefoontje dan even of de secretaris: waar blijven jullie? De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Vervorst, u beantwoordt vraag twee over de sociale kamer? De heer Vervorst: Ja, ik heb het zeer sterke vermoeden dat er dit jaar nul gegronde adviezen zijn is omdat juist in het sociaal domein als we bij het vakteam al wordt geconstateerd: er deugt iets niet, dan wordt het meteen al aan de voorkant gedeeld en dan komt het helemaal niet op zitting. En dan worden die zaken, die bezwaarzaken, meestal ingetrokken.
Dus er wordt een besluit genomen door het college of namens het college, er wordt bezwaar tegen gemaakt, dan gaat het al naar het vakteam. En als zij dan constateren: er klopt iets niet, dan wordt het meteen gerepareerd en wordt het bezwaar weer ingetrokken. En dan komt het niet bij de commissie en de commissie adviseert dan dus ook niet gegrond. Dus blijkbaar vindt daar een bepaalde filtering op plaats in die mate dat de commissie, nou ja, het daarna, wat er nog resteert dat het mee eens is dat het dan dus wel klopt.
De heer Van den Berg: Ja, er kan heel veel gerepareerd worden informeel voordat het bij de commissie komt. Dat is eigenlijk wat mijnheer Vervorst zegt. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Coule, zijn daarmee uw vragen voldoende beantwoord? De heer Coule: Ja, dank u wel. Ik, het is mij redelijk duidelijk nu. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, dan hebben we alle vragenstellers gehad. Dan wil ik de heren Van den Berg en Vervorst van harte bedanken voor uw aanwezigheid en bijdragen en de beantwoording van de vragen, dank u wel. De portefeuillehouder, burgemeester Attema, is ook aanwezig om vragen te beantwoorden over het vervolgproces van de behandeling van bezwaren. Zijn er vragen aan de burgemeester? Ik had er alvast één genoteerd van mijnheer Alkema van de ChristenUnie. Zijn er verder nog vragen aan de portefeuillehouder? Mijnheer Rijsdijk, hoeveel vragen heeft u? Dan ga ik toch als eerste de heer Alkema, ChristenUnie, het woord geven. De heer Alkema: Dank u wel voorzitter. Nou, ik heb gehoord in elk geval dat de commissie, bezwarencommissie, tevreden is met de antwoorden maar dat je er ook op door kan vragen en dat was nou juist onze bedoeling. Eigenlijk zijn de antwoorden op vraag drie en vijf van de SGP, dat gaat over die verordeningen die geüpdatet moeten worden, om duidelijker te zijn. Zodat er geen misverstanden meer over bestaan.
Nou, dat is gezegd, dat gaan we aanpassen, maar ik ben benieuwd: wanneer? Bij een reguliere update of gaan we dat zo snel mogelijk doen? De voorzitter: Mevrouw Attema, mag ik u het woord geven? Burgemeester Attema: Dat gaan we doen bij een reguliere update, dan wordt het meegenomen. Anders zouden we elke maand weer een nieuwe vordering moeten vaststellen en dat is niet de afspraak die we met elkaar hebben. Dus zodra er een update komt, in de loop van het jaar verzamelen we tal van onderwerpen en dan … Daar hoort deze ook bij. De voorzitter: Mijnheer Alkema, ChristenUnie, is daarmee uw vraag voldoende beantwoord? Ja, of wilt u nog een vervolg… Oké, prima, dank u wel. Dan ga ik nu graag over naar de heer Rijsdijk, PvdA/GROENLINKS. U had één vraag. De heer Rijsdijk: Ja klopt, dank u wel voorzitter. Op één van de vragen van de SGP is als antwoord gekomen dat met de implementatie van de wet open overheid ook aandacht wordt besteed aan het opleiden van medewerkers en het bieden van tools om WOO-verzoeken correct af te handelen. De WOO is op 1 mei gedeeltelijk in werking getreden en met name de actieve openbaarmakingsplicht, die zal, ja, fasegewijs worden ingevoerd. En wat ik mij afvroeg, ja, ligt de gemeente daarmee, ja, op schema of heeft dat nog extra aandacht nodig? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel.
Mevrouw Attema, mag ik u het woord geven? Burgemeester Attema: Ja, dat geeft mij ook de gelegenheid ook om van onze kant uit veel dankzeggingen te doen in de richting van de bezwaarschriftencommissie. Want we zijn echt heel erg blij met deze externe professionele bezwaarschriftencommissie, die … Je kan het ook zien aan het college volgt vrijwel altijd het advies van de commissie en als dat niet zo is, is er echt iets bijzonders aan de hand. Als het jaarverslag uitkomt, dan hebben de gemeentesecretaris en ik ook altijd een gesprek met de voorzitter en de secretaris
van de bezwaarschriftencommissie om in zijn algemeenheid het gesprek te kunnen voeren over: wat kom je nu tegen en wat zijn dat, hoe moeten we omgaan met de aanbevelingen en zijn er knelpunten die we op kunnen lossen met elkaar? Maar het is ook gewoon belangrijk om elkaar te kennen en te weten wie wie is. En ook op die manier ervoor te zorgen dat de drempels laag zijn zodat we ook bij elkaar kunnen binnenstappen als dat nuttig is. Want er valt veel te leren en wij beschouwen de bezwaarschriftencommissie als één grote school over alles wat ze tegenkomen. En dat is dus heel belangrijk maar ook heel erg fijn. Die wet open overheid, mijnheer Van den Berg zei het eigenlijk ook al, daar kom ik niet altijd juichend van thuis, moet ik eerlijk bekennen. Wij hebben ook wel eens meegemaakt toen het nog de WOB heette dat mensen acteren op een manier waarvan mijn moeder vroeger zei en dat is niet beledigend bedoeld maar meer dit komen wij tegen: één gek kan meer vragen dan tien wijzen kunnen beantwoorden. En zulk soortige WOB-aanvragen komen we ook wel eens tegen, zelfs zo ver dat in een nog niet zo heel ver verleden de rechter zelfs gezegd heeft: u hoeft hier niet meer op in te gaan want we hadden fulltime iemand daar mee aan het werk, met één WOB-verzoeker die maar aan de gang bleef. Dus dat komt ook voor en dat is heel erg lastig.
Maar voor het overige en dat weet u ook wel van mij en zo zit het college er ook in en ik denk de raad ook, zoveel mogelijk open en transparant. Wij zijn hier om onze inwoners te dienen en helemaal nergens anders voor. Maar soms komt het voor dat je in het belang van de gemeente iets niet openbaar kan doen, bijvoorbeeld omdat anders privacy geschaad wordt of dat we onze onderhandelingspositie ondermijnen, of nou ja. Dat is ook vrij duidelijk in de wet omschreven waar je allemaal wel besloten over kan zijn en dat zijn eigenlijk deze twee dingen. Ieder jaar verstrekt de griffie ook een overzicht van waar we nu weer over gesproken hebben in de beslotenheid, nou, dat is zo goed als niks. Ik weet wel toen ik raadslid werd, dacht ik: vertrouwelijk, staat er ook nog geheim op, spannend. Ging altijd over geld. Niks spannend. Nou, zo is het hier eigenlijk ook. Dus het is goed dat die wet er is, het moet ons helpen om open en transparant te zijn, maar het valt niet altijd mee. En inderdaad, we moeten de mensen ervoor opleiden en we hebben daar een aantal mensen voor die daar al heel goed in geschoold zijn en daar laten we ons ook heel graag door adviseren. En dus mijn antwoord is: ja, we zitten op schema. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Rijsdijk, is daarmee uw vraag voldoende beantwoord? Dat wordt bevestigd, dus dan zijn we hiermee aan het einde van agendapunt 4.
Nou, mijnheer Vervorst, nogmaals bedankt voor het helpen van de portefeuillehouder. 5.
Verzoek Gemeenschappelijke Regeling Nieuw Reijerwaard inzake onderzoek naar uittreding/opheffing De voorzitter: Dan kunnen wij over naar agendapunt 5, verzoek gemeenschappelijke regeling Nieuw Reijerwaard inzake onderzoek naar uittreding c.q. opheffing. Er wordt geadviseerd om het ter debat te doen. Mijnheer Alkema, ChristenUnie. De heer Alkema: Dank u wel voorzitter. Wat ons betreft kan het ter vaststelling, ik zou echt niet weten waar het debat over moet gaan. De voorzitter: De heer Rottier, SGP. De heer Rottier: Dank u wel voorzitter. De SGP denkt er ook zo over. Er staat ook in de conceptbrief, ja, dat er eerst gedegen onderzoek nodig is en dat je dan pas uitspraken kan dan. Dus ook wat ons betreft zien we niet in waar je dan nu over zou moeten debatteren, dat kan in het volgende stadium. De voorzitter: Dank u wel. De heer Rijsdijk, PvdA/GROENLINKS.
De heer Rijsdijk: Ja voorzitter, ik zou hem op zich wel ter debat willen, al is het maar voor een uitgebreide stemverklaring. Dank u wel. De voorzitter: Zijn er andere fracties die wat willen meegeven? Nee, dan gaat hij ter debat, vrees ik. Inmiddels zijn de portefeuillehouder, de heer Van Os, en de heer Breedveld hiervoor aangeschoven. In haar zienswijze op de ontwerpbegroting 2023 van de gemeenschappelijke regeling Nieuw Reijerwaard heeft de gemeente Barendrecht laten weten graag eerder dan de afgesproken einddatum van 1 januari 2030 op constructieve wijze met de gemeente Rotterdam en Ridderkerk te willen spreken en onderhandelen over uittreding c.q. opheffing van de gemeenschappelijke regeling. Het algemeen bestuur vraagt aan de gemeenteraad van Ridderkerk of hij bereid is om mee te werken aan uittreding c.q. opheffing van de gemeenschappelijke regeling zodat het gesprek en onderzoek naar de gevolgen in gang gezet kan worden. Het college stelt voor als reactie te geven dat Ridderkerk mee wil werken aan een onderzoek maar nog niet vooruit wil lopen op de uitkomsten daarvan. Zoals we dat net hebben aangegeven, het gaat ter debat, dus ik ga niet meer vragen of u daar alsnog mee instemt.
Wethouder Van Os, heeft u hier nog iets aan toe te voegen? De heer Van Os: Jazeker voorzitter, want het is wel grappig dat het ter debat gaat, want er is een brief gekomen vanuit het AB van de gemeenschappelijke regeling waarin gevraagd wordt in een alinea aan de raad om mee te werken aan het onderzoek maar er had eigenlijk college moeten staan. Nou, abusievelijk is daar raad komen te staan en hebben we een raadsvoorstel moeten maken, dus daarom zitten we hier met elkaar. Maar eigenlijk had het AB het verzoek aan het college moeten doen. Maar ik verneem graag welke vragen er zijn en anders zien we het in de raadsvergadering met elkaar. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Zijn er commissieleden die vragen willen stellen? De heer Rijsdijk, PvdA/GROENLINKS, hoeveel vragen heeft u? Mevrouw Van Nes-de Man. Mijnheer Schop. Burger op 1 was twee vragen, toch? Of één? Twee, ja. Zijn er verder nog fracties die vragen hebben? Nee, mijnheer Schop, dan geef ik u als eerste het woord. De heer Schop: Dank u wel voorzitter. Na het lezen van het stuk vroegen wij ons af wat de beweegreden is van Barendrecht om een onderzoek te starten. De voorzitter: Wethouder Van Os, ik hoop dat u weet wat de beweegredenen zijn van de gemeente Barendrecht. De heer Van Os: Dat zou toch mooi zijn, hè, voorzitter, als ik hier dat kon vertellen wat de beweegredenen van Barendrecht zijn.
Nee, Barendrecht maakt haar eigen politieke keuzes en die heeft het AB verzocht om te onderzoeken of het mogelijk is om eerder uit de gemeenschappelijke regeling te treden. En dat is een legitiem verzoek van de gemeente Barendrecht en dat verzoek ligt hier en is het aan de gemeente Ridderkerk om wel of niet mee te werken aan het onderzoek. En afhankelijk van dat onderzoek, de uitkomsten daarvan, wel of niet mee te werken aan de vervroegde opheffing van de gemeenschappelijke regeling. Uittreden kan namelijk niet, het is of met z’n drieën of met z’n allen stoppen. De voorzitter: Mijnheer Schop, is daarmee uw vraag voldoende beantwoord? De heer Schop: Dank u wel, ja. De voorzitter: Prima. Mevrouw Van Nes-de Man, Burger op 1, u had twee vragen, dat zijn er nu nog steeds twee? Wilt u ze tegelijk stellen?
Mevrouw Van Nes-de Man: Ja, dank u. Mijn eerste vraag is: wat zegt Rotterdam hierover? Wil die meewerken aan het onderzoek? En het bestuur van Dutch Fresh Port, want het wordt steeds over gemeenschappelijke regeling Nieuw Reijerwaard gesproken, in mijn beleving gaan die ‘…’ een beetje door elkaar lopen. Is daar Dutch Fresh Port, is het gemeenschappelijke regeling Nieuw Reijerwaard, of is dat niet hetzelfde? Anders dan daar graag een toelichting op. De voorzitter: Dank u wel. Wethouder Van Os. De heer Van Os: Ja, dank u wel voorzitter. Ja, Rotterdam maakt ook onderdeel van het dagelijks bestuur en het algemeen bestuur van de gemeenschappelijke regeling. Heeft dus ook ingestemd met de inhoud van deze brief, dus Rotterdam die is ook voornemens om mee te werken aan het onderzoek. Dutch Fresh Port en Nieuw Reijerwaard zijn echt twee verschillende dingen. De gemeenschappelijke regeling Nieuw Reijerwaard is opgericht om, nou ja, de polder Nieuw Reijerwaard uit te geven als Agrofood Fresh logistiek terrein. En Dutch Fresh Port is eigenlijk de overkoepelende benaming van de agrofoodlogistiek in Ridderkerk en Barendrecht. De voorzitter: Mevrouw Van Nes-de Man, uw vragen zijn daarmee voldoende beantwoord zie ik. Mijnheer Rijsdijk, PvdA/GROENLINKS. U heeft vier vragen, zou u ze per twee willen stellen? De heer Rijsdijk: Dat ga ik doen, voorzitter, dank u wel.
Mijn eerste vraag is: is er al een indicatie te geven wat het onderzoek zal gaan kosten? En mijn andere vraag die betreft, de wethouder gaf aan: we gaan met z’n allen door of we stoppen met elkaar. Maar is het juridisch mogelijk dat één van de partijen zeg maar, ja, uittreedt? Dank u wel. De voorzitter: Wethouder Van Os. De heer Van Os: Dank u wel. Indicatie van de kosten heb ik niet direct, wel de mededeling dat de kosten betaald gaan worden vanuit de grondexploitatie van de gemeenschappelijke regeling Nieuw Reijerwaard. Dus dat gemeenten afzonderlijk niet voor de kosten belast worden. Eén lid uittreden vanuit de gemeenschappelijke regeling is vanuit de gemeenschappelijke regeling Nieuw Reijerwaard niet mogelijk. Het is wat ik zeg: of met z’n drieën gewoon een gemeenschappelijke regeling aangaan of opheffen. En dan na opheffen is er altijd nog de keuze om met twee gemeenten een gemeenschappelijke regeling aan te gaan, maar dat zit niet in deze gemeenschappelijke regeling. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Rijsdijk, PvdA/GROENLINKS, u had nog twee vragen. Zou u die willen stellen? De heer Rijsdijk: Ja, dank u wel voorzitter. Ja, er wordt gezegd, het onderzoek is opheffing of uittreding. Maar dan is het in principe opheffing van de gemeenschappelijke regeling, zo leg ik de onderzoeksvraag dan uit.
En op het moment dat er geen overeenstemming is, dat is de, ja, de tweede vraag, dan wordt de gemeenschappelijke regeling ook gewoon, nou ja, of gewoon, dan wordt hij voortgezet? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Wethouder Van Os. De heer Van Os: Ja, dank u wel voorzitter. Ja, één vraag, maar misschien goed om aan te geven dat het onderzoek wat nu wordt gedaan uiteindelijk toch een keer gedaan moeten worden. Zij het in 2030 als de gemeenschappelijke regeling van rechtswege stopt, dan moet ook dit onderzoek gedaan worden voor een groot gedeelte om te kijken: nou ja, dat zijn de baten? Wat zijn de lasten? Wat is de verdeling? En eigenlijk op
verzoek van Barendrecht vervroegen we dat onderzoek om te kijken of het interessant is om eerder uit die gemeenschappelijke regeling met elkaar te stappen. Maar uiteindelijk moet dit onderzoek wel een keer plaats gaan vinden. En als, nou ja, nu bij het onderzoek blijkt dat het niet interessant is om de gemeenschappelijke regeling te ontbinden, dan gaat die door. Maar van rechtswege stopt hij gewoon ergens in 2030 meen ik. En dan moet ook alle grond uitgegeven zijn en de infrastructuur aangelegd zijn en dan moet er alsnog tot opheffing worden overgegaan. En dan is ook weer een onderzoek nodig tegen die tijd. De voorzitter: Mijnheer Rijsdijk, PvdA/GROENLINKS, zijn uw vragen daarmee voldoende beantwoord? Blijft de … De heer Alkema, ChristenUnie. De heer Alkema: Mag het nog, voorzitter? De voorzitter: U krijgt het woord, dus dan mag het. De heer Alkema: Ja nou, ik had toch nog een vraag. En dat is: is de provincie ook, ja, op de hoogte gebracht officieel? De voorzitter: Dank u wel. Wethouder Van Os. De heer Van Os: Ja, dank u wel voorzitter. Het zijn openbare stukken. De provincie neemt ook deel in de stuurgroep Dutch Fresh Port, dus die is op de hoogte van het voornemen van Barendrecht om het algemeen bestuur te verzoeken om het onderzoek om eerder uit te treden. Er is niet een brief vanuit de gemeenschappelijke regeling naar de provincie gegaan, zo.
Maar ze zijn wel op de hoogte van het verzoek. En dat er een onderzoek plaats gaat vinden als alle raden daarmee instemmen. De voorzitter: Dank u wel. De heer Alkema, ChristenUnie. De heer Alkema: Als ik de stukken goed begrijp, dan gaan zij dus straks ook beslissen of in elk geval een mening geven over het wel of niet uittreden. De voorzitter: Dank u wel. Wethouder Van Os. De heer Van Os: Dank u wel. Ja, op dit moment is de provincie ook het bevoegd gezag als het gaat om het provinciaal inpassingsplan. Er ligt niet een bestemmingsplan zoals we dat in Ridderkerk kennen, maar er ligt een provinciaal inpassingsplan en dat komt sowieso volgend jaar ook van rechtswege al vanwege afspraken naar Ridderkerk toe. Dus dan is de provincie ook geen bevoegd gezag meer als het gaat om het bestemmingsplan of het provinciaal inpassingsplan. Natuurlijk zal de provincie er wat van vinden of wat van moeten vinden, maar uiteindelijk is het de gemeenschappelijke regeling van drie gemeenten. En die drie gemeenten maken de keuze om het wel of niet voort te zetten. De voorzitter: Dank u wel. De heer Alkema, is daarmee uw vraag voldoende beantwoord? De heer Alkema: Nou, niet helemaal, want nu ben ik in verwarring omdat in de regeling wel iets staat dat de Gedeputeerde Staten een mening gaat geven. Dus nu weet ik niet of dat wel of niet zo is.
Ik begrijp nu een soort half van niet, maar dan had het niet in de regeling moeten staan. De voorzitter: Dank u wel. Wethouder Van Os.
De heer Van Os: Ja voorzitter, de provincie heeft natuurlijk ook bevoegdheden zelf als het gaat om gemeenschappelijke regelingen en om het provinciaal inpassingsplan, dus die zullen er wel wat van vinden, dat geef ik net aan. Maar die zullen niet richting de drie gemeenten zeggen: u zult niet uit mogen treden eerder. Dus ze hebben zeker een mening, nou, dat geeft de heer Alkema ook aan. En die zal ook gevraagd worden aan de provincie lopende het onderzoek. Maar die is niet aan de voorkant gevraagd. De voorzitter: Dank u wel. Ik zie de heer Alkema instemmend knikken dat hij tevreden is met het antwoord. Blijft de commissie van mening dat het ter debat gaat? Er was in ieder geval één partij, PvdA/GROENLINKS. Hoeveel tijd denkt u nodig te hebben? De heer Rijsdijk: Nou, twee minuten is wel voldoende voorzitter. De voorzitter: Zijn er andere partijen die tijd nodig hebben? Niet? Dan gaan we hem voor de zekerheid maar op tien minuten zetten want ik wil geen ruzie met de raadsvoorzitter. Dan wil ik wethouder Van Os bedanken en de heer Breedveld voor dit agendapunt. 6.
Zienswijze Beleidsplan 2023-2027 VRR De voorzitter: Dan gaan wij over naar agendapunt 6. En ik wil graag burgemeester mevrouw Attema en mevrouw Tascilar uitnodigen om voor mij plaats te nemen. Agendapunt 6 is de zienswijze beleidsplan 2023 2027 Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond. Het gaat om informatie-uitwisseling, het voorstel zou zijn om het ter vaststelling te laten gaan. Voor ons ligt het conceptbeleidsplan 2023 2027 van de Veiligheidsregio Rotterdam. Het beschrijft de koers voor de komende jaren. De raad wordt gevraagd de zienswijze te geven op dit beleidsplan. Het college heeft voorgesteld als reactie te laten weten dat de combinatie van de raadsinformatiebijeenkomst, de infographic en de online publicatietool voldoende zicht op het beleidsplan bieden. Zoals ik net al aangaf zou het ter vaststelling kunnen gaan, althans dat wordt geadviseerd vanuit de griffie. Kunt u daarmee instemmen? Ik zie geen handen, dus dan gaan we voor ter vaststelling en ik vraag het aan het einde van de vragenronde eventueel nog een keertje. Mevrouw Attema, heeft u hier nog wat aan toe te voegen? Burgemeester Attema: Uiteraard, zou ik bijna willen zeggen. Wat voor u ligt is een beleidsplan voor de komende vier jaar. Daar is wel heel hard aan gewerkt en heel veel van u waren aanwezig bij de presentatie van de VRR in de brandweerkazerne. En er ligt nog een, nou min of meer, een afspraak.
Dat gaan we via de griffie ook regelen om op bezoek te komen in het World Port Center waar de meldkamer bijvoorbeeld is. En dat is een belevenis, dus dat gaan we via de griffie doen en doe daar vooral ook aan mee, dat is heel erg indrukwekkend. Die veiligheidsregio is sowieso heel erg indrukwekkend, we zijn afgelopen, nou, twee jaar van crisis naar crisis gehobbeld zo ongeveer, via corona naar opvang van Oekraïners, naar crisis noodopvang van asielzoekers en weer terug, zullen we maar zeggen. Dus het was wel echt ook een jaar, de afgelopen twee jaar, van erop of eronder. En wij verheugen ons echt in een heel goed professionele veiligheidsregio. En daar zijn we ook heel trots op, maar we moeten ook wel, zo hebben we het vorig jaar met elkaar besproken, een been bijtrekken. En daarom was ook dat hele ontwikkelingsplan nodig. Daar hebben we vorig jaar ook met u veel over gesproken en dat heeft ook nog geleid tot een nieuwe verdeelsleutel over hoe de kosten betaald moeten worden door die nu nog vijftien deelnemende gemeenten. Maar met ingang van volgend jaar zijn het er dertien omdat er een herindeling plaatsvindt en dan komt er een nieuwe gemeente, Voorne aan Zee, daar zitten Brielle, Hellevoetsluis en Westvoorne in, dat wordt dan één gemeente, Voorne aan Zee. Het is ook hartstikke mooi daar aan zee.
Nou, u heeft zelf de aanbiedingsbrief denk ik wel kunnen lezen en, nou, het is allemaal prachtige stukken en gelukkig zit mevrouw Tascilar naast mij om uw technische vragen op te vangen.
De voorzitter: Dank u wel. Zijn er commissieleden die vragen willen stellen? Mevrouw Van der Heijde-Keijzer, hoeveel vragen heeft u? Mevrouw Van der Heijde-Keijzer: Eén, voorzitter. De voorzitter: Verder commissieleden? De heer Rijsdijk. Dan ga ik toch echt heel ouderwets doen en de dames voor laten gaan. Ja, ik ben ook al op leeftijd. Mevrouw Van der Heijde-Keijzer, CDA Ridderkerk, u heeft een vraag, zou u die willen stellen? Mevrouw Van der Heijde-Keijzer: Voorzitter, dank u wel. Op pagina 26 wordt er geschreven dat de VRR ook uiteraard adviseert met regelmaat bij omgevingsvergunningen. Nu als het goed is, als ik goed heb opgelet bij de nieuwe omgevingswet die per 1 januari als het goed is in werking gaat, wordt daar gesproken over een acht weken termijn bij onder andere Bopa’s en die termijn is nu vaak 26 weken. In hoeverre is er eigenlijk bij de VRR capaciteit om die adviezen binnen acht weken uit te kunnen brengen en zijn ze daar al op voorbereid? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Attema, wilt u de vraag beantwoorden of mag ik mevrouw Tascilar het woord geven? Mevrouw Tascilar. Mevrouw Tascilar: Nou, de VRR en de GGD en de GHOR, die hebben een integrale samenwerking. En hierin bereiden de drie samenwerkingsverbanden eigenlijk een, ja, bereiden ze zich voor op de capaciteit die hen komen gaat met de inwerkingtreding van de omgevingswet.
Dus daarop zijn ze voorbereid, zeker. De voorzitter: Mevrouw Van der Heijde-Keijzer, is daarmee uw vraag voldoende beantwoord? Ik zie u knikken. Dan ga ik nu graag over naar de heer Rijsdijk, PvdA/GROENLINKS. De heer Rijsdijk: Dank u wel voorzitter. In het beleidsplan staat dat het, ja, soms moeilijk is om de aanrijtijden van ambulances, ja, te halen. En daar worden ook allerlei redenen voor gegeven zoals wegopbrekingen, dertigkilometerwegen. Maar er staat: om snel zorg te kunnen verlenen dat er ook gebruik gemaakt zal gaan worden van biketeams. En nu vroeg ik mij af: gaan we die ook in Ridderkerk zien? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Attema, mag ik u het woord geven? Of wilt u mevrouw Tascilar het woord geven? Mevrouw Attema. Burgemeester Attema: Ja, ik weet niet precies hoe dat zit met die wijkteams, moet ik u eerlijk opbiechten. Ik weet wel dat er veel gesproken wordt over alles binnen de bebouwde kom inrichten als dertigkilometergebied en alles wat professioneel chauffeur is wil zich daartegen verzetten. Dus daar zijn we ook nog lang niet uit. Maar hoe het zit met de wijkteams, wij hebben wel een wijkbrandweerman, maar dat wordt er niet mee bedoeld, denk ik, hè? En die wijkbrandweerman, dat is een pilot. En we zullen kijken of dat succes heeft. De voorzitter: De heer Rijsdijk, PvdA/GROENLINKS. De heer Rijsdijk: Dank u wel voorzitter.
Misschien zei ik het niet duidelijk, maar ik bedoelde geen wijkteam maar een biketeam, dat mensen op de fiets zeg maar, ja, de zorg komen verlenen. Ik wilde vragen of we dat in Ridderkerk gingen zien, maar wel bedankt ook voor de andere uitleg die u gaf. De voorzitter: Mevrouw Attema.
Burgemeester Attema: Nee, maar we hebben wel een biketeam, maar dat zijn onze boa’s, die dan in het weekend op de bike door ons mooie dorp heen crossen. Nee, ook dat is een probeersel, om, nou ja, je moet, flexibel moet je wezen. En dit is één van de uitprobeersels om te kijken of je dan sneller bij mensen zou kunnen zijn en of dat één van de oplossingen zou kunnen zijn in de dertig-kilometergebieden. Maar dat hebben we hier in Ridderkerk niet, dat wordt in de binnenstad van Rotterdam uitgeprobeerd. De voorzitter: Dank u wel. De heer Rijsdijk, is daarmee uw vraag voldoende beantwoord? Prima. Blijft de commissie van mening dat dit agendapunt ter vaststelling kan? Prima, dan hoeven we daar ook geen tijd voor vast te stellen. 7.
Zienswijze 2e Begrotingswijziging 2022 Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond De voorzitter: Dan kunnen wij overgaan naar agendapunt 7. Mevrouw Attema en mevrouw Tascilar u kunt blijven zitten. Voor ons ligt de zienswijze van op de tweede wijziging van de begroting 2022 van de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond. Er zijn geen wijzigingen in de gemeentelijke bijdrage en het niveau van de dienstverlening blijft gehandhaafd. Het college stelt voor geen inhoudelijke opmerkingen te maken. Het voorstel is om dit onderwerp ter vaststelling laten gaan. Kan de commissie hiermee instemmen? Ja. Mevrouw Attema, heeft u hier nog wat aan toe te voegen? Nee, dan wil ik vragen of er commissieleden zijn die vragen willen stellen. Ook niet, dan gaat het ter vaststelling naar de raad. Dank u wel, mevrouw Tascilar en mevrouw Attema.
8.
Startnotitie Nota Economisch Beleid 2023 e.v. De voorzitter: Dan gaan wij over naar agendapunt 8. Aan de orde is de startnotitie nota economisch beleid Ridderkerk 2023 en verder. De startnotitie beschrijft de kaders en de processen om te komen tot een nieuwe nota voor het economisch beleid. Het voorstel zou zijn om het ter vaststelling te laten gaan. Kan de commissie hiermee instemmen? De heer Ros, D66, sorry, PvdA/GROENLINKS. De heer Ros: Dank je wel. Dank u wel voorzitter. Ja, daar wil ik toch wel iets over zeggen want een startnotitie is juist een document waar je iets mee kan geven. En we worden pas helemaal aan het eind van het traject, juni 2023, weer betrokken nadat iedereen zijn mening heeft kunnen geven. Dus ik heb wel behoefte om juist over dit stuk in deze fase iets mee te geven. Dus ter debat. De voorzitter: Dus inderdaad: u geeft als antwoord op mijn vraag, u wilt dat het ter debat gaat? Prima. Zijn … Ja, maar als u wilt dat het ter debat gaat, dan gaat het al ter debat. Dus u hoeft niet de rest te overtuigen. Dat mogen zij gelukkig allemaal zelf bepalen. Wethouder Van Os, ik had al een kleine inleiding gegeven. Heeft u hier nog wat aan toe te voegen? De heer Van Os: Zeker voorzitter.
Waar ik het bij het vorige onderwerp grappig vond dat de brief naar de raad was gestuurd, ben ik blij dat de commissie in ieder geval dit onderwerp ter debat vraagt, een startnotitie. Ik mag dat als collegelid natuurlijk niet onderschrijven, wat de heer Ros zegt, maar het is goed dat zoiets in de raad besproken wordt, zo’n startnotitie. We raken er natuurlijk wel enigszins snel aan gewend, maar wellicht dat u het allemaal nog weet, is dat wij een jaar geleden uitgeroepen zijn door MKB-Nederland als MKBvriendelijkste gemeente van de regio Rotterdam-Rijnmond. Daar zijn we natuurlijk enorm trots op. Nou, dat heeft mede te danken aan ons economisch beleid. Waar we natuurlijk volop mee aan de slag gaan. Maar onze nota economisch beleid en de detailhandelsvisie zijn natuurlijk enigszins gedateerd, dus die moeten gewoon geüpdatet worden. Zo hebben we in onze detailhandelsvisie staan dat wij niet proactief iets doen in de
detailhandel. Nou goed, de raad heeft eerder al een ontwikkelperspectief centrum vastgesteld. We gaan investeren in de openbare ruimte, we proberen winkels hier te houden. Dus we zijn een stuk actiever geworden dan dat in de detailhandelsvisie staat. Dus het lijkt ons goed om te gaan werken aan de nieuwe nota economisch beleid. Vandaar deze startnotitie en we horen graag wat raad daarvan vindt. De voorzitter: Er is al aangevraagd om ter debat te gaan. Dat betekent dat er alleen maar technischinhoudelijke vragen gesteld kunnen worden. Zijn er commissieleden die vragen willen stellen? De heer Ros, hoeveel vragen heeft u? De heer Rottier, hoeveel vragen heeft u? De heer Mijnders. De heer Bakker. Mevrouw Van Nes-de Man. De heer Lapaer. De heer Knape. Dan ga ik nu starten met de heer Rottier, SGP Ridderkerk. De heer Rottier: Dank u wel voorzitter. De startnotitie is een helder verhaal en in de notitie worden vooral zaken beschreven die gedaan gaan worden, die zeg maar vooruitwijzen naar de toekomst: hoe moet het anders? En mijn vraag is of er ook een evaluatieonderdeel van uit zou kunnen maken, door terug te kijken naar de afgelopen periode en te bezien wat er zeg maar goed ging. Er is al iets van genoemd. Maar ook om te kijken wat er eventueel nog beter kan. De voorzitter: Wethouder Van Os. De heer Van Os: Ja, dank u wel voorzitter.
Ja juist, de twee documenten die genoemd zijn, dus de detailhandelsvisie in de nota economisch beleid, juist daarvan gaan we kijken: nou, wat hebben we daar nou uitgehaald wat we heel goed hebben gedaan? Wat heeft er niet van gewerkt? En dat zal zeker onderdeel uitmaken van het onderzoek en de totstandkoming tot de nieuwe nota, zeker, ja. De voorzitter: De vraag is voldoende beantwoord. Mevrouw Van Nes-de Man, u had ook één vraag. Mevrouw Van Nes-de Man: Ja, dank u, die kan er gelijk stapelend dan wel bij. Want die ging ook over de evaluatie, want in de gespreksnotitie, of de startnotitie, staat: in de nota wordt geformuleerd hoe de raad wordt geïnformeerd over de voortgang. Het hele beleid zal worden geëvalueerd bij de volgende nota. Daar haal ik uit dat u dus niet … Dat dit beleid niet meer geëvalueerd wordt, dat het komende beleid. Dus dat mag u even uitleggen. De voorzitter: Wethouder Van Os. De heer Van Os: Ja, ik dacht eigenlijk dat ze bedoelde dat u het uit moest leggen, voorzitter, maar ik denk dat ik het uit moet leggen. De voorzitter: Ik ben van het delegeren vanavond. De heer Van Os: Dank u wel, ja. Nee zeker, natuurlijk, maar we nemen de ervaringen mee die we de afgelopen jaren hebben opgedaan naar aanleiding van het economisch beleid wat ooit is vastgesteld, naar aanleiding van de detailhandelsvisie. En dat is ook gewoon evalueren van wat er allemaal is gebeurd.
En dat hoeft niet altijd direct op papier te komen. Er zijn gewoon ook heel veel ervaringen natuurlijk binnen de ambtelijke organisatie, binnen het bestuur, bij het bedrijfsleven. En dat wordt allemaal meegenomen straks in de nieuwe nota. De voorzitter: Mevrouw Van Nes-de Man.
Mevrouw Van Nes-de Man: Ja, dank u. Dus de evaluatie wordt verwerkt in de nieuwe nota en wij zien daar niets van terug? De voorzitter: Volgens mij heeft de wethouder dat nu net aangegeven. Dat klopt toch, wethouder Van Os? De heer Van Os: Ja voorzitter, we kunnen natuurlijk wel alles opschrijven maar we zijn meer van het vooruitkijken en het verbeteren van hetgeen wat we hebben en in de nieuwe nota verwoorden. We kunnen natuurlijk weer met elkaar afspreken: we gaan een evaluatie maken op de beleidsstukken die er zijn, maar we weten wat er allemaal gebeurd is in de afgelopen jaren op het gebied van economie. En daar pakken we natuurlijk gewoon de ervaring in mee in de nieuwe nota. Dus het college was niet voornemens om een evaluatie te schrijven richting de raad voorafgaand aan de nieuwe nota die geschreven wordt. Die ervaring nemen we gewoon mee straks. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Van Nes-de Man, wilt u daar nog op reageren? U houdt ook even erg in dat het ter debat gaat, inderdaad hè? Mevrouw Van Nes-de Man: Het gaat nu spontaan ter debat, dat was niet zo. De voorzitter: Nou, dan heeft u inmiddels toch wat bereikt vanavond. De heer Rottier, SGP. U wilde een stapelende vraag stellen? De heer Rottier: Ja, dat klopt voorzitter. Dank u wel voor het woord. Ja, naar aanleiding van wat nu gezegd wordt begin ik mijn antwoord toch iets anders te bezien.
Ik heb niet bedoeld dat er een aparte evaluatie moet komen als een los document of iets dergelijks. Maar ik zou het wel op prijs stellen als er nu tenminste enige zinnen of een paar alinea’s aan worden gewijd voor wat dan de leerpunten zijn geweest. Zou de wethouder dat kunnen toezeggen? De voorzitter: Dank u wel. Wethouder Van Os. De heer Van Os: Dank u wel. Ik denk niet direct in de nota, maar wel in het raadsvoorstel wat straks ten grondslag ligt aan de nota, dat we daar iets over kunnen zeggen. Volgens mij zijn er ook paragrafen waar we dat prima in kunnen verwoorden. De voorzitter: Dank u wel. Ik zie dat de heer Rottier aangeeft dat de vraag voldoende beantwoord is. De heer Lapaer, Leefbaar Ridderkerk. De heer Lapaer: Ja, dank u voorzitter. Wij zien onder het kopje financiën staan dat er gebruik gemaakt wordt van externe expertise voor 12K. En wij vragen ons af of dat we dat niet zelf kunnen doen, zonder die externe expertise. De voorzitter: Dank u wel. Wethouder Van Os. De heer Van Os: Ja, dank u wel. Wat ik net aangaf in mijn inleiding zetten we heel veel in op het economisch beleid in Ridderkerk en dat willen we ook blijven doen.
En als we aan de nota zelf moeten gaan werken met onze bedrijfscontactfunctionarissen, onze beleidsmedewerkers, dat betekent dat die handjes dan daar naartoe gaan en niet zozeer meer in het uitvoeren van het economisch beleid wat we nog steeds hebben. Dus daarvoor kiezen we ervoor om een extern bureau in te schakelen, ook omdat die ervaring heeft met de participatie, het meenemen van de stakeholders en niet het zelf schrijven van de nota.
De voorzitter: Dank u wel. Is uw vraag daarmee voldoende beantwoord? Ik zie dat dat aan de orde is. De heer Knape, ChristenUnie. U had twee vragen, zijn dat er nog steeds twee? De heer Knape: Ja. De voorzitter: Wilt u ze tegelijkertijd stellen? De heer Knape: Dat wil ik. Voorzitter, dank aan de wethouder voor de beantwoording van de schriftelijke vragen. We zijn blij dat daar ook een stukje integraliteit uit blijkt als het gaat om de beleidsvelden die worden meegenomen. Ik heb nog een verduidelijkende vraag daarop: hebben wij er nu een juist beeld van dat het proces dat straks voor het opstellen van de nota doorlopen gaat worden door de ambtenaren en door de ingehuurde adviseur, dat die ook dan in gesprek gaan met collega’s binnen het ambtelijk apparaat over veiligheid, klimaatadaptatie en verduurzaming? Kortom, hebben die ook een stem zeg maar in het ontwikkelen van dit beleid? En mijn tweede vraag is: in het raadsvoorstel staat een heel mooi kopje duurzaamheid. Nou, achter dat kopje duurzaamheid, daar wordt heel mooi die integraliteit omschreven die u ook in de antwoorden op de vragen hebt aangegeven. Maar de duurzaamheid an sich lijkt daar eigenlijk een beetje bij onder te sneeuwen. En daarnaast zien we ook dat stukje duurzaamheid niet terugkomen in de startnotitie zelf.
Kan de wethouder toezeggen dat dit wel ook aandacht krijgt in de nota die straks opgesteld gaat worden? Dat waren mijn vragen. De voorzitter: Dank u wel. Wethouder Van Os, kunt u beide vragen beantwoorden? De heer Van Os: Jazeker voorzitter. Het klopt dat er meerdere clusters betrokken wordt straks door het externe bureau, dus meerdere clusters binnen de ambtelijke organisatie, of het nou over verkeer gaat, veiligheid, duurzaamheid, daar zijn gewoon gelegenheidstafels voor zoals dat met veel meer nota’s gaat. Dus die inbreng, die wordt gevraagd en die wordt zeker ook gegeven. Directe stem hebben ze natuurlijk niet want uiteindelijk gaat de raad over hetgeen wat opgeleverd wordt straks. De tweede vraag met betrekking tot duurzaamheid, is misschien ook wel goed om aan te geven dat het bedrijfsleven daar zelf ook enorm veel op inzet. Als we bijvoorbeeld naar Nieuw Reijerwaard kijken, nou, Van Gelder die is een paar maanden geleden in Londen geweest omdat hij één van de meest duurzaamste gebouwen van Europa heeft neergezet. BREEAMcertificaat volgens mij, BREEAM Excellent of iets dergelijks. En je ziet het steeds meer terugkomen, niet alleen maar vanuit duurzaamheidsambities want het blijven ondernemers ook vanuit winstoogmerk, nou ja, klanten vragen er ook gewoon om. Dus dat zit eigenlijk al in het DNA van heel veel ondernemers.
Dus ja, duurzaamheid die zal zeker een onderdeel vormen van de beleidsnotitie die straks geschreven gaat worden. Maar ik denk dat we ook wel zo helder moeten zijn dat het niet heel prominent onderdeel gaat zijn van het economisch beleid. Dat is natuurlijk meer dan duurzaamheid. Maar het zal zeker onderdeel zijn. De voorzitter: Dank u wel. De heer Knape, zijn daarmee uw vragen voldoende beantwoord? De heer Knape: Die zijn voldoende beantwoord. Dank u wel. De voorzitter: Prima, dank u wel. Dan wil ik nu overgaan naar de heer Bakker, VVD Ridderkerk. De heer Bakker: Ja, goedenavond, dank je wel voorzitter. Ik had een mooi stukje geschreven en ook twee mooie vragen gemaakt maar mijn belangrijkste vraag is eigenlijk al gesteld, die ging ook over effectiviteit en succesfactoren en of dat we dat gingen evalueren. Dus dat laat ik even achterwege. Dan blijft er nog één vraag
over en dat is eigenlijk: ik dacht te lezen dat de nota en de visie zo meteen geïntegreerd worden in één nieuwe nota economisch beleid 2023 en verder. En mijn vraag is: klopt dat? De voorzitter: Dank u wel. Wethouder Van Os. De heer Van Os: Ja, dank u wel voorzitter. Ze worden niet geïntegreerd, maar dat zijn nu de twee beleidsstukken die we hebben. En er wordt een nieuw beleidsstuk geschreven straks en die vervangt in ieder geval de twee huidige beleidsstukken. Dus die zijn nadat de raad de nieuwe beleidsstukken hopelijk heeft vastgesteld ook niet meer als beleid zo geldig. De voorzitter: Dank u wel. De heer Bakker, zijn daarmee uw vragen voldoende beantwoord? Ik zie u knikken. Dan wil ik nu graag het woord geven aan de heer Mijnders, CDA. U had twee vragen, zijn dat er nog steeds twee? De heer Mijnders: Dank u wel voorzitter. Beide vragen zijn gesteld en beantwoord, dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik nu graag over naar de heer Ros, PvdA/GROENLINKS. De heer Ros: Dank u wel voorzitter. Met de woorden dat duurzaamheid niet een prominente plek krijgt onderschrijf ik maar weer eens dat het heel belangrijk is dat we dit ter debat gaan doen. Daar kunnen we nog wel wat over zeggen. Ik heb nog één vraagje over en dat is eigenlijk maar een kort vraagje. Er staat: de raad wordt op belangrijke momenten betrokken.
En er staat daaronder een schemaatje waarin de raad aan het eind van het proces één extra commissie… of er een keer extra geagendeerd wordt om een commissievergadering in juni. Is dat wat we bedoelen met: de raad wordt op belangrijke momenten betrokken? Of mis ik iets? De voorzitter: Dank u wel. Wethouder Van Os. De heer Van Os: Ja, dank u wel voorzitter. Ja, daar ga ik haast de woorden van de heer Ros herhalen die die eerder noemde, maar ik denk dat een heel belangrijk moment is gewoon deze startnotitie in de raad straks, dus dat is een belangrijk moment waar de raad zeker haar mening kan geven over het beleid wat straks gevormd gaat worden. En ik denk juist goed en volgens mij hebben we dat in de vorige periode geïntroduceerd, dat voordat een beleidsstuk definitief opgeleverd wordt, dat we halverwege naar een commissie terugkomen om te kijken: zitten we nu op de juiste koers? Nou, volgens mij is dat ook goed bevallen in de vorige periode en dat zetten we in deze lijn door. Dus op dat moment heeft de raad ook nog de mogelijkheid om aan te geven of we op koers zitten. Zeer belangrijke momenten wat het college betreft. De voorzitter: Dank u wel. Zijn daarmee uw vragen voldoende beantwoord? Uitgebreid, prima. Blijft de commissie van mening dat het ter debat gaat? Ik had twee partijen inderdaad voor. Hoeveel tijd denkt u nodig te hebben? De heer Ros, PvdA/GROENLINKS.