2022-09-09 RIB Evaluatie minimabeleid en schuldhulpverlening - Duidingsrapportage.pdf
Tekst van het document
DUIDINGSRAPPORTAGE DASHBOARD MINIMA GEMEENTE RIDDERKERK Juli 2022
Opdrachtgever Gemeente Ridderkerk Datum juli 2022 Auteurs Michelle Ellens Jitske van der Wijk Grafisch ontwerp Senne Trip KWIZ Stavangerweg 23-5 9723 JC Groningen 050-5252473 contact@kwiz.nl
Uitgave Deze uitgave is een uitgave van KWIZ B.V. Het overnemen van cijfers en/of teksten is toegestaan, mits de bron duidelijk wordt vermeld. Niets uit deze publicatie mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden in welke vorm dan ook zonder voorafgaande toestemming van KWIZ B.V..
INLEIDING De gemeente Ridderkerk voert een actief beleid ter bestrijding van armoede en schulden. Sinds 2014 maakt KWIZ jaarlijks een Armoedemonitor voor de gemeente Ridderkerk. De monitor geeft biedt de gemeente een overzicht van de ontwikkelingen in de omvang en samenstelling van de minimapopulatie en het bereik van de minimaregelingen. Vanaf de meting over 2020 worden de cijfers in een dashboard gepresenteerd; de huidige meting over 2021 is hieraan toegevoegd. In het dashboard kan de gemeente zelf nadere analyses maken door bijvoorbeeld in te zoomen op een bepaalde groep. In deze begeleidende duidingsrapportage worden de belangrijkste bevindingen genoemd. Voor de verdere cijfers verwijzen wij u naar het dashboard. Dashboard minima De gegevens over de omvang en samenstelling van de doelgroep geven de situatie per 1 januari 2022 weer (peildatum minimapopulatie), op basis van het inkomen op het Wettelijk sociaal minimum (Wsm). Het gebruik van de regelingen is gemeten over het jaar 2021. De cijfers worden (waar mogelijk) vergeleken met die van de Armoedemonitor uit 2019 en het minimadashboard van 2020. • Methodiek van het onderzoek De gemeente heeft geen rechtstreekse toegang tot inkomensgegevens van haar inwoners.
Door gebruik van diverse informatiebronnen van gemeentelijke regelingen voor minimahuishoudens, maken we een inschatting van het aantal minimahuishoudens op 1 januari 2022. Daarvoor zijn registraties van de volgende voorzieningen gebruikt: de Participatiewet, minimaregelingen, collectieve zorgverzekering, kwijtschelding en gegevens van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), Jeugdwet (Jw) en schuldhulpverlening (shv). Met behulp van de Basisregistratie Personen (BRP) zijn de gebruikersgegevens vervolgens op huishoudniveau gegroepeerd. Op deze manier ontstaat een samenhangend beeld op de omvang en samenstelling van de minimapopulatie, de mate van gebruik van voorzieningen en de overlap in het gebruik van voorzieningen op andere beleidsterreinen. Daarnaast is een bestand van de Kamer van Koophandel met daarin alle zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers) in de gemeente gekoppeld aan de BRP. Op die manier wordt inzichtelijk hoeveel zzp’ers gebruikmaken van het minimabeleid. Daarnaast is tevens gekeken in hoeverre de tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo) is gebruikt onder zzp’ers in de gemeente. Omdat wij niet over inkomensgegevens van alle inwoners beschikken, is er een groep die, doordat ze geen gebruik maakt van de minimaregelingen, niet in de registratiebestanden voorkomt.
Dit betekent dat het feitelijk aantal minima iets hoger ligt dan het aantal dat de gemeente op basis van bovenstaande bestanden in beeld heeft. Wanneer we het in deze rapportage hebben over minimahuishoudens zijn dit de huishoudens die we in beeld hebben gekregen via de bovenstaande onderzoeksmethode; gemiddeld hebben we daarmee hebben circa 89 procent van de minimahuishoudens in de gemeente in beeld. De huishoudens die in beeld zijn op basis van bovenstaande methodiek beschouwen we als doelgroep voor het minimabeleid. De overige circa 11 procent maakt geen gebruik van het minimabeleid en ook niet van andere ondersteuning vanuit de Participatiewet waardoor ze niet als minima bekend zijn bij de gemeente. Het is op basis van de onderzoekmethodiek ook niet mogelijk om deze groep in beeld te krijgen. Het is mogelijk dat een deel van die groep ook geen gebruik wil maken van de regelingen. Opzet rapportage dashboard minima In deze rapportage worden de belangrijkste bevindingen weergegeven. We beginnen met het hoofdstuk over minimahuishoudens, waarna de belangrijkste bevindingen over de minimakinderen worden weergegeven. Daarna volgt het gebruik en bereik van de minimaregelingen en wordt de overlap met de Wmo en schuldhulpverlening beschreven. Tot slot wordt ingegaan op zzp’ers in de gemeente en het gebruik van Tozo.
MINIMAHUISHOUDENS
• • • •
1.476 minimahuishoudens op 1 januari 2022
6,9% van alle huishoudens in de gemeente Ridderkerk
30% van alle eenoudergezinnen met jonge kinderen heeft een minimuminkomen
55% van alle minimahuishoudens ontvangt een uitkering vanuit de Participatiewet
Aantal en aandeel minimahuishoudens licht gedaald. Het aandeel huishoudens tot 100 procent Wsm is aanzienlijk gestegen. Aandeel minimahuishoudens met een uitkering (Participatiewet) bleef stabiel. Een derde van alle eenoudergezinnen in de gemeente heeft een inkomen tot 110 procent Wsm. Op basis van de voor dit onderzoek aangeleverde bestanden heeft de gemeente op 1 januari 2022 1.364 huishoudens met een inkomen tot 100 procent Wsm in beeld en in totaal 1.476 huishoudens met een inkomen tot 110 procent Wsm. Hiermee is niet de gehele doelgroep in beeld. Op basis van de Armoede Index van KWIZ schatten we het totaal aantal minimahuishoudens met een inkomen tot 100 procent Wsm in de gemeente Ridderkerk op 1.425 huishoudens (6,6 procent) en de totale groep tot 110 procent Wsm op 1.650 huishoudens (7,7 procent). Gemiddeld heeft zo’n 6 à 6,5 procent van alle huishoudens in gemeenten met minder dan 50.000 inwoners een inkomen tot 110 procent Wsm. De gemeente Ridderkerk heeft naar schatting 174 huishoudens met een inkomen tot 110 procent Wsm niet in beeld (11 procent van alle minimahuishoudens in de gemeente Ridderkerk), omdat deze huishoudens geen uitkering vanuit de Participatiewet ontvangen en geen gebruikmaken van een inkomensondersteunende regeling.
Kenmerken 1.476 huishoudens Het aantal huishoudens met een inkomen tot 110 procent Wsm, namelijk 1.476 huishoudens, is gedaald ten opzichte 2020 (1.501 huishoudens) en ongeveer op hetzelfde niveau als in 2019 (1.469 huishoudens). Het aandeel minimahuishoudens is tevens gedaald tussen 2020 (7,1 procent) en 2021 (6,9 procent). Het aantal huishoudens met een inkomen op bijstandsniveau (100 procent Wsm) is aanzienlijk toegenomen in de afgelopen jaren (1.173 huishoudens in 2019, 1.204 huishoudens in 2020 en 1.364 huishoudens in 2021). Ook het aandeel minimahuishoudens is gestegen tussen 2020 (80 procent) en 2021 (92 procent). Deze toename is toe te schrijven aan de groei van het aantal individuen met een overig inkomen, zoals inkomen uit arbeid of een WW-uitkering, op het inkomensniveau van 100 procent Wsm (2020: 246 huishoudens, 2021: 432 huishoudens). Het aantal en aandeel huishoudens met een inkomen tussen 100 en 110 procent Wsm is daarentegen juist gedaald (2020: 297 huishoudens, 2021: 112 huishoudens). Het aandeel minimahuishoudens met een uitkering vanuit de Participatiewet is stabiel gebleven ten opzichte van 2020 (2021: 56 procent, 821 huishoudens; 2020: 55 procent, 829 huishoudens). Daarnaast ontvangt 15 procent van de minimahuishoudens een AOW-uitkering en bijna een derde heeft een overig inkomen, zoals inkomen uit arbeid of een WW-uitkering.
Het merendeel van de minimahuishoudens is alleenstaand (45 procent), 44 procent vormt een gezin met kinderen (29 procent eenoudergezinnen, 15 procent tweeoudergezinnen) en de overige 11 procent zijn meerpersoonshuishoudens zonder kinderen. De samenstelling van de minimapopulatie kent wat verschuivingen ten opzichte van 2020. Zo is het aandeel huishoudens met een niet-westerse migratieachtergrond gestegen (2020: 46 procent, 2021: 51 procent) en het aandeel AOW-gerechtigden licht gedaald (2020: 17 procent, 2021: 15 procent). De verdeling naar huishoudtypen en wijken is stabiel gebleven. Doelgroepen Eenoudergezinnen hebben vaker een minimuminkomen dan andere huishoudtypen, met name eenoudergezinnen met minderjarige kinderen. Een derde (282 huishoudens; 32 procent) van alle eenoudergezinnen met minderjarige kinderen (872 huishoudens) heeft een inkomen tot 110 procent Wsm. Onder meerpersoonshuishoudens met minderjarige kinderen is dit 4,5 procent (144 huishoudens). Ook huishoudens met een niet-westerse migratieachtergrond zijn oververtegenwoordigd in de minimapopulatie; 28 procent van alle huishoudens met een dergelijke achtergrond heeft een inkomen tot 110 procent Wsm. Onder huishoudens met een Nederlandse achtergrond is dit 3 procent. Daarnaast hebben inwoners van Centrum en Oost vaker dan gemiddeld een inkomen tot 110 procent Wsm.
NIEUWE EN LANGDURIGE MINIMA • •
69% van alle minima is langdurig minima
545 personen zijn ingestroomd in de minimapopulatie
47%
van de instromers heeft in 2021 te maken gehad met een inkomensdaling .
774 personen zijn uitgestroomd uit de minimapopulatie
61%
van de uitstromers heeft een overig inkomen, zoals inkomen uit arbeid
Ruim tweederde is langdurig minima in de gemeente Ridderkerk. De omvang van de minimapopulatie is gedaald: de uitstroom overtreft de instroom.
Langdurige minima Ruim twee derde van de minimahuishoudens in de gemeente Ridderkerk heeft langdurig een minimuminkomen: Op 1 januari 2022 hadden 1.023 huishoudens (69 procent van de minimahuishoudens) al drie jaar of langer een inkomen tot 110 procent Wsm. Het aandeel langdurige minima is stabiel gebleven opzichte van 2020 (1.026 huishoudens; 68 procent). Huishoudens met een bijstandsuitkering, huishoudens met een AOW uitkering en huishoudens in de wijk Centrum hebben vaker dan gemiddeld een langdurig minimuminkomen.
Instromers in de minimapopulatie In 2021 zijn 222 huishoudens (15 procent van het totale aantal minima) ‘ingestroomd’ in de minimapopulatie; dit aantal is gestegen ten opzichte van 2020 (173 huishoudens; 12 procent). Instromers in de minimapopulatie vormen een groep die gestimuleerd kan worden om de arbeidsmarkt (weer) op te gaan, of meer te gaan werken. Deze groep heeft andere kenmerken dan langdurige minima. De doelgroep is jonger (49 procent is tussen de 27 en 45 jaar), woont veelal in de wijken Bolnes en Drievliet en bijna de helft heeft overig inkomen (zoals inkomen uit arbeid). De meerderheid van de instromers in de minimapopulatie heeft een niet-westerse migratieachtergrond (125 huishoudens, 56 procent). Op persoonsniveau blijkt dat 545 personen zijn ingestroomd in de minimapopulatie, verdeeld over 222 huishoudens. Van deze groep is 46 procent als minima in de gemeente Ridderkerk komen wonen afgelopen jaar, 47 procent heeft te maken gehad met een inkomensdaling en 6 procent van de instromers in de minimapopulatie is in een minimahuishouden geboren. De meerderheid van de instromers (56 procent) heeft een uitkering vanuit de Participatiewet, is jong (50 procent is tussen de 0 en 27 jaar) en heeft een niet-westerse migratieachtergrond (59 procent). Uitstromers uit de minimapopulatie In totaliteit zijn 774 personen uitgestroomd uit de minimapopulatie.
Het grootste deel van deze groep (83 procent) is uitgestroomd omdat zij een inkomensverhoging hebben doorgemaakt naar een inkomen hoger dan 110 procent Wsm. Een klein deel (17 procent) is uitgestroomd wegens een verhuizing of overlijden. Uitstromers hebben vaak een overig inkomen (61 procent), een Nederlandse achtergrond (53 procent). Wat betreft het huishoudtype zijn uitstromers vaker gezinnen (69 procent); zowel eenoudergezinnen (36 procent) als tweeoudergezinnen (33 procent).
MINIMAKINDEREN TOT 18 JAAR • • •
1.047
minimakinderen tot 18 jaar op 1 januari 2022 oftewel:
11,8% van alle kinderen in de gemeente Ridderkerk
62% van alle minimakinderen groeit op in een huishouden met een uitkering vanuit de Participatiewet
23% van alle minimakinderen groeit op in de wijk Bolnes
•
Aantal minimakinderen is licht gedaald ten opzichte van 2020. Aandeel minimakinderen in huishoudens met een inkomen op 100 procent Wsm is gestegen. Aandeel minimakinderen dat opgroeit in een eenoudergezin is stabiel gebleven. De meeste minimakinderen groeien op in de wijk Bolnes.
Het aantal kinderen dat opgroeit in een minimahuishouden (en in beeld is bij de gemeente Ridderkerk) is licht gedaald ten opzichte van 2020 (2020: 1.061 kinderen, 2021: 1.047 kinderen). Het aandeel minimakinderen dat de gemeente in beeld heeft, komt daarmee in 2021 op 11,8 procent van alle kinderen in de gemeente Ridderkerk. Dit aandeel ligt hoger dan het landelijke gemiddelde van 7,4 procent, maar lager dan in 2020 (12,2 procent). In dit hoofdstuk geven we een aantal kenmerken van de minimakinderen weer. Kenmerken minimakinderen tot 110 procent Wsm in beeld Er zijn twee verschuivingen opgetreden in de populatie van minimakinderen. Ten eerste is het aandeel kinderen dat opgroeit in een huishouden met een huishoudinkomen tot 100 procent Wsm relatief sterk toegenomen (2020: 77 procent, 2021: 89 procent). Daarnaast is het aandeel kinderen met een niet-westerse migratieachtergrond gestegen ten opzichte van vorig jaar (2020: 59 procent, 2021: 63 procent). Verder is de verdeling naar kenmerken is bij de minimakinderen redelijk stabiel gebleven ten opzichte van 2020. Zo is het aantal kinderen dat opgroeit in een gezin met een uitkering vanuit de Participatiewet ongeveer gelijk (2020: 61 procent, 2021: 62 procent). Dat geldt ook voor de verdeling in huishoudtypen: zes op de tien minimakinderen leeft in een eenoudergezin (2020: 61 procent), 2021: 60 procent).
De meeste minimakinderen wonen in de wijk Bolnes (2020: 21 procent, 2021: 23 procent). Minimakinderen ten opzichte van alle kinderen: wat valt op? Sommige kinderen hebben meer kans op opgroeien in armoede dan andere kinderen. In de gemeente Ridderkerk groeien kinderen in een eenoudergezin vaker op in een minimahuishouden dan kinderen uit andere huishoudens: 32 procent (519 minimakinderen) van alle kinderen in een eenoudergezin groeit op in een huishouden met een inkomen tot 110 procent Wsm. Dit aandeel ligt onder kinderen uit tweeoudergezinnen aanzienlijk lager: 6 procent (422 minimakinderen). Daarnaast groeien kinderen in huishoudens met een niet-westerse migratieachtergrond vaker op in een minimahuishouden: 34 procent (662 kinderen) van alle kinderen met een dergelijke achtergrond woont in een minimahuishouden. Onder kinderen met een Nederlandse achtergrond is dit veel lager, 5 procent (320 kinderen).
MINIMAREGELINGEN • • •
Meedoen voor volwassenen én kinderen kent een goed bereik Huishoudens maken gemiddeld gebruik van 2,7 regelingen per huishouden
Het bereik van Meedoen-kindpakket is hoog, ook in vergelijking tot andere gemeenten. Het bereik van Meedoen-volwassenen en de collectieve zorgverzekering is hoog ten opzichte van vergelijkbare gemeenten. Het bereik van de regelingen is stabiel gebleven ten opzichte van 2020.
74% 71% 73%
30% 28% 27%
Kwijtschelding Bijzondere bijstand 2019
2020
58% 48% 45%
Individuele inkomenstoeslag
35%46%47%
Collectieve zorgverzekering
87% 55% 55%
90% 68%65%
28%14% 4%
Meedoen Volwassenen
Meedoen Kindpakket
Meedoen Schoolkosten
2021
Het gebruik is gemeten over het gehele jaar 2021. Het bereik van de verschillende minimaregelingen is berekend door het gebruik van de regeling af te zetten tegen de totale doelgroep (dus inclusief de minima die de gemeente niet in beeld heeft). Tot en met 2019 is het bereik berekend door het gebruik van de regelingen af te zetten tegen de doelgroep die de gemeente in beeld heeft (dus exclusief de minima die de gemeente niet in beeld heeft). Hierdoor ligt het bereik van de regelingen in 2020 en 2021 (iets) lager dan in de voorgaande jaren, maar geeft het een realistisch beeld. Daarnaast heeft de coronacrisis in 2020 en in 2021 invloed gehad op het dagelijks leven. De maatregelen hadden (onder andere) tot gevolg dat sportieve en culturele activiteiten niet door konden gaan en dat scholen meerdere keren zijn gesloten. Dit kan invloed hebben gehad op het gebruik van de regelingen. Een aantal regelingen halen een hoog bereik in de gemeente Ridderkerk; hoger of in lijn met het landelijke gemiddelde in vergelijkbare gemeenten. • Het bereik van de kwijtschelding van gemeentelijke belastingen is het hoogst van alle regelingen (73 procent) en ligt in lijn met het bereik (70 tot 75 procent) in vergelijkbare gemeenten; • In de gemeente Ridderkerk maakt 47 procent van de doelgroep gebruik van een collectieve zorgverzekering.
Dat ligt hoger dan het landelijk gemiddelde van 35 tot 40 procent; • De regeling Meedoen-volwassenen wordt door 55 procent van de doelgroep gebruikt en ligt aanzienlijk hoger dan het bereik in vergelijkbare gemeenten waar 35 tot 40 procent gebruikelijk is; • Het bereik van de regeling Meedoen-kindpakket is hoog (68 procent). Ook ten opzichte van het bereik in vergelijkbare gemeenten van 45 tot 50 procent; • Het bereik van de Individuele Inkomenstoeslag (45 procent) ligt in lijn met het landelijk gemiddelde (40 tot 45 procent); • Ook het bereik van de bijzondere bijstand (27 procent) ligt in lijn met het landelijk gemiddelde (25 tot 30 procent). Huishoudens maken het vaakst gebruik van één regeling (367 huishoudens) of twee regelingen (354 huishoudens) per huishouden. Huishoudens met minderjarige kinderen maken het vaakst gebruik van één kindregeling (368 huishoudens).
MEERVOUDIGE PROBLEMATIEKEN • •
27%
van alle minimahuishoudens heeft ook Wmo
Aandeel minimahuishoudens met een Wmo-voorziening is stabiel gebleven ten opzichte van 2020. Aandeel minimakinderen met een indicatie vanuit de Jeugdwet is licht gestegen ten opzichte van 2020.
27% 12% 20%
Wmo Schuldhulpverlening Jeugdwet op huishoudniveau Jeugdwet op kindniveau
12% van alle minimahuishoudens is in beeld bij shv
20% van alle minimahuishoudens heeft een indicatie vanuit de Jeugdwet
12% van alle minimakinderen heeft een indicatie vanuit de Jeugdwet
12%
Wmo-voorzieningen Een deel van de minimahuishoudens heeft ook andere ondersteuningsvragen. Zo krijgen 394 minimahuishoudens een of meerdere Wmo-voorzieningen (26 procent van alle minimahuishoudens). Vergeleken met het aantal huishoudens met een Wmovoorziening binnen de hele populatie (ongeacht de inkomenshoogte) van de gemeente Ridderkerk (3.434 huishoudens, 16 procent), is dat een relatief hoog percentage. Het totale aantal huishoudens met een Wmo-voorziening is toegenomen van 3.272 huishoudens in 2020 naar 3.434 huishoudens in 2021. Schuldhulpverlening Daarnaast zijn 155 huishoudens tot 100 procent Wsm bij de schuldhulpverlening in beeld (11 procent van de minimahuishoudens op dit inkomensniveau). Bij de huishoudens met een inkomen op 110 procent Wsm gaat het om 176 huishoudens (12 procent van de minimahuishoudens op dit inkomensniveau). Het aantal en aandeel minimahuishoudens tot 110 procent Wsm dat in beeld is bij de schuldhulpverlening is gestegen ten opzichte van vorig jaar (2020: 249 huishoudens, 10 procent; 2021: 306 huishoudens, 12 procent). Dit zou een mogelijk gevolg kunnen zijn van de coronacrisis waardoor (ook werkende) huishoudens moeite kregen met het betalen van de rekeningen. Jeugdwet op huishoudniveau Verder heeft 1 op de 5 minimahuishoudens (131 huishoudens, 20 procent) een of meerdere voorzieningen vanuit de Jeugdwet.
Het aantal minimahuishoudens met een Jeugdwet-voorziening is stabiel gebleven ten opzichte van 2020 toen had ook 20 procent (122 huishoudens) van de minimahuishoudens een Jeugdwetvoorziening had. Jeugdwet op kindniveau In totaal hebebn 1.014 kinderen in de gemeente Ridderkerk een Jeugdwetvoorziening; 152 kinderen daarvan wonen in een minimahuishouden met een inkomen tot 110 procent Wsm. Het aantal en aandeel minimakinderen met een Jeugdwetvoorziening is licht gestegen; 2020: 140 kinderen, 13 procent en in 2021: 152 kinderen, 15 procent. Huishoudens met een inkomen hoger dan 110 procent Wsm, maken minder vaak gebruik van een of meerdere voorzieningen vanuit de JW, Wmo of schuldhulpverlening dan huishoudens met een inkomen tot 110 procent Wsm.
ZELFSTANDIGEN EN Tozo Vanaf maart 2020 zijn door de overheid inkomensondersteunende regelingen ingesteld om inwoners te beschermen tegen de financiële gevolgen van de coronacrisis. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op het gebruik van de Tozo en kenmerken van de gebruikers. Zelfstandigen Er zijn 47.122 personen in de gemeente Ridderkerk, hiervan zijn 1.602 personen actief als zelfstandige zonder personeel (zzp’er). Dit houdt in dat 3,4 procent van alle inwoners als zzp’er actief is. Vaak is er één zzp’er per huishouden actief, dus als we het aantal zzp’ers afzetten tegen het aantal huishoudens (21.455 huishoudens) in de gemeente, dan woont in 7,5 procent van alle huishoudens een zzp’er.
88 huishoudens maakte gebruik van de Tozo in 2021
1.602 inwoners van de gemeente Ridderkerk zijn zzp’er.
Meer dan de helft (54 procent) van deze groep betreft een huishouden met kinderen. Er zijn echter meer paren met kinderen (48 procent) actief als zelfstandige dan eenoudergezinnen (6 procent). Driekwart van de zelfstandigen (74 procent) heeft een Nederlandse achtergrond. In totaal behoren 49 zzp’ers tot de minimadoelgroep met een inkomen tot 110 procent Wsm; dat is een aandeel van 3 procent van alle minimahuishoudens. Opnieuw betreft dit grotendeels huishoudens met kinderen: een kwart van de zelfstandigen die tot de minimadoelgroep behoren, leeft als paar met kinderen en 31 procent als eenoudergezin. Verder is het grootste deel (57 procent) van middelbare leeftijd. Tot slot heeft 45 procent een niet-westerse migratieachtergrond en 35 procent een Nederlandse achtergrond; hoewel er verhoudingsgewijs meer zzp’ers zijn met een Nederlandse achtergrond (74 procent), behoren meer zzp’ers met een migratieachtergrond tot de minima in de gemeente Ridderkerk. TOZO De Tozo is een regeling die tijdelijke overbrugging voor zelfstandig ondernemers verzorgde. De Tozo werd verstrekt in vijf fasen (Tozo1 tot Tozo5) waarvan Tozo1, Tozo2 en de eerste helft van Tozo3 in het onderzoek van 2020 vielen. De tweede helft van Tozo3, Tozo4 en Tozo5 wordt hier belicht.
In de gemeente Ridderkerk hebben 88 huishoudens gebruikgemaakt van de Tozo gedurende de periode van dit onderzoek (1 januari 2021 tot en met 1 januari 2022). Dat is 0,4 procent van alle huishoudens in de gemeente. Echter, alleen zelfstandig ondernemers konden gebruikmaken van de Tozo-regelingen. In de gemeente zijn 1.602 zzp’ers actief. Als het aantal huishoudens met een Tozo tegemoetkoming afzetten tegen het aantal zzp’ers (1.602), dan is het bereik 5,5 procent. Het grootste deel van de huishoudens die gebruikmaken van Tozo betreft paren met kinderen (34 procent) en alleenstaanden (28 procent). Zes op de tien huishoudens is van middelbare leeftijd (58 procent). Vier op de tien Tozo-gebruikers heeft een nietwesterse migratieachtergrond (40 procent) en de helft heeft een Nederlandse achtergrond (49 procent). Er is beperkte overlap tussen minimahuishoudens en de Tozo-gebruikers: slechts zeven huishoudens vallen in deze categorie.