2022-04-04 Reactie MBR BMR op de Evaluatie Participatie.pdf
Tekst van het document
Aan: Betreft: Datum:
Het college van burgemeester en wethouders De gemeenteraad Notitie ‘Een gemiste kans’ Reactie MBR en BMR op de RIB Evaluatie Participatie in Ridderkerk 2022 d.d. 18 maart 2022 4 april 2022
Samenvatting Het participatieproces rondom deze evaluatie is niet gelukt. De gemeente heeft haar principieel voornemen niet toegepast, namelijk ‘het is hoe dan ook belangrijk om aan het begin van een participatieproces met alle betrokkenen te bespreken welke vorm van participatie in dat proces beoogd wordt’ (zie pag. 7 van de notitie Evaluatie Participatie). Dat is in dit geval niet gebeurd. Een gemiste kans. Het MBR en het BMR hebben daar wel in dit evaluatietraject op ingezet. Wij hebben veelvuldig aangegeven in dialoog te willen werken naar consensus over conclusies en aanbevelingen over deze evaluatie. Hierover is geen overeenstemming bereikt. Dit raakt de essentie van participatie. Overigens bevat deze evaluatie nota goede aanknopingspunten om de Participatie op een hoger niveau te brengen. Het MBR en BMR stellen voor om in ieder geval consensus te bereiken over de kaders en de spelregels inzake de participatie in het Sociale Domein en voor de Minima en die verdiepingsslag alsnog te maken. Toelichting Met interesse hebben het Maatschappelijke Burgerplatform Ridderkerk en Burgerplatform Minima Ridderkerk kennisgenomen van de RIB “Evaluatie Participatie in Ridderkerk 2022” en het participatieboekje “Input evaluatie participatie 2022” d.d. 18 maart 2022. Dit raakt de kern van ons werk. In dit kader geven wij graag onze reactie.
Hierbij concentreren wij ons op de aanbevelingen algemeen (1), de aanbevelingen specifiek voor de platforms (2), de niveaus van participatie (3) en de dilemma's (4) . Tenslotte staan wij ook stil bij de procedure (5). 1. Algemene aanbevelingen. De zeven algemene aanbevelingen geven aan dat de gemeente belangrijke verbeteringen wil realiseren. Wij ervaren deze als waardevol en nuttig. De aanbevelingen zijn vooral gericht op verbetering en beheersing van de participatieprocessen. Er is een positieve intentie, dit stellen wij zeer op prijs. Wij denken evenwel dat er meer nodig en mogelijk is. Wat wij missen, is dat participatie in deze evaluatie niet expliciet wordt ingezet op het versterken van het vertrouwen burger - overheid. Het alom bekende tanende vertrouwen, wordt niet als een probleem benoemd noch geanalyseerd. Denk aan de lage opkomst bij gemeenteraadsverkiezingen, het teruglopend kader van politieke partijen en participatieorganen, de verontrustende en soms extreme signalen uit de samenleving zoals onverschilligheid, desinteresse, geklaag en gemopper, maar ook het respectloos en soms zelfs het agressief bejegenen van overheidsfunctionarissen en -maatregelen. In de evaluatie wordt participatie niet geplaatst in het kader van het versterken van de relatie burger - overheid. Het teruglopend vertrouwen hebben het MBR/BMR herhaaldelijk benoemd.
Zij hebben voorstellen gedaan om hierop te investeren. Dit komt niet aan bod in deze evaluatie en aanbevelingen. Hier ligt de grote uitdaging.
1
2. Aanbevelingen voor de platforms De specifieke aanbevelingen voor de platforms zijn een goede steun in de rug om als burgerplatforms beter te kunnen functioneren. Wij hebben veel inbreng kunnen leveren en in goed overleg is op zeven van de acht punten een overeenstemming bereikt. De achtste aanbeveling (vernieuwing van het convenant) verdient verbetering. Het MBR en BMR functioneren niet alleen op basis van een convenant, maar ook op basis van de Participatieverordening. De Participatieverordening vloeit voort uit de wettelijke verplichting van de drie decentralisatiewetten om cliënten en ingezetenen te betrekken bij de vaststelling van gemeentelijk beleid en regelgeving. In het overleg met de gemeente hebben MBR en BMR aangegeven dat het een goede zaak zou zijn als de burgerplatforms – al dan niet op verzoek van de Raad – ook rechtstreeks kunnen adviseren aan de Raad. Op basis van de huidige verordening kan de Raad zelf geen advies vragen aan de burgerplatforms. In het kader van het verbeteren van de dualiteit van bestuur (macht en tegenmacht) is het wenselijk dat de burgerplatforms signalen uit de samenleving rechtstreeks kunnen doorgeven aan de gemeenteraad. Dit aspect is niet overgenomen in de aanbevelingen, de reden waarom dit niet is gebeurd wordt niet vermeld.
Dit raakt een ander punt, namelijk hoe wordt het begrip ‘participatie’ ingevuld en welke spelregels horen hierbij. Het MBR en BMR hebben sterk aangedrongen om – juist als het gaat om conclusies n.a.v. de evaluatie - in dialoog te streven naar consensus over hoe ‘participatie’ wordt ingevuld en de spelregels die daarbij horen. MBR en BMR hebben gepleit om een vorm van participatie die recht doet aan de onderscheiden posities, taak en verantwoordelijkheden van de gemeente resp. de burgerplatforms. Dit zien wij nu niet terug in de notitie van de gemeente. Wij vertrouwen er op dat dit alsnog kan worden uitgewerkt. 3. De niveaus van participatie De burgerplatforms hebben herhaaldelijk aangegeven dat het door hun gewenst participatieniveau 'coproductie van beleid’ is, en dat dit via een goede dialoog tot stand komt. Onze analyse is dat de samenleving hieraan behoefte heeft. Het is in ieder geval onze visie en onze missie, ook al kunnen wij dit op dit moment door onderbezetting nog niet voldoende realiseren. De gemeente heeft wel een algemene kader geschetst voor alle participatieorganen, nl.
‘het is belangrijk om aan het begin van een participatieproces af te spreken welke vorm van participatie wordt beoogd’...’Hoe hoger op de participatieladder wil nog niet zeggen dat er een beter participatieproces is.’…‘De niveaus van de participatieladder niet relevant zijn, wel de behoefte van de deelnemers.’ Het MBR en BMR hebben aangegeven moeite te hebben met dit algemeen kader, met name met de stellingen dat de niveaus van participatie niet relevant zouden zijn en met de relativering van het niveau coproductie van beleid en om die reden geen streefdoel zou zijn. Bovendien doet dit geen recht aan de specifieke verantwoordelijkheid van het MBR en BMR, die o.a. mede is bepaald door de drie decentralisatiewetten. Uit de eigen evaluatie van het MBR en BMR blijkt, dat de nu voorgestelde aanpak op dit moment absoluut niet de praktijk is. Afspraken over het niveau van participatie zijn nooit gemaakt en op de wens om nu een afspraak te maken op het niveau van ‘coproductie van beleid via dialoog’ is niet gereageerd. Tot op dit moment is een echt goede dialoog tussen de ambtenaren en de platforms nauwelijks op gang is gekomen. De communicatie van de gemeente blijkt meer gericht op ‘zenden’, dan op ‘ontvangen’. Ongeveer driekwart van de adviezen is tot nog toe zonder motivering terzijde geschoven. Adviezen zijn gepareerd, alsof de platforms een oppositiepartij zijn.
Er is niet ingegaan op aangedragen onderbouwingen van de adviezen. De gemeente herhaalde meestal met fraaie
2
volzinnen haar eerder ingenomen standpunt. Deze ervaringen leidden ertoe dat veel capabele leden van de burgerplatforms intussen zijn afgehaakt, omdat ze hun inzet als niet zinvol hebben ervaren. De burgerplatforms zijn hierdoor verzwakt. Zie verder ook punt 4 ‘dilemma’s’. De respons van de gemeente in de huidige situatie is ontoereikend voor een goed functionerend MBR en BMR. Tevens is onze waarneming dat er al geruime tijd sprake is van een (structureel) tekort aan ambtelijke capaciteit voor de vele taken en een onvoldoende op participatie ingestelde gemeentelijke cultuur. In het voorwoord van de RIB ‘De evaluatie van de participatie 2022’ benadrukt de wethouder het belang van participatie: ‘...een goede participatie leidt tot een betere besluitvorming…, het levert een productieve kracht op… en de democratische processen worden versterkt…’. Dat vraagt juist echter een investering in meer ambtelijke capaciteit en in een cultuurverandering van de gemeentelijke organisatie. Op deze wijze kan de participatie op een hoger peil worden gebracht en worden de betrokkenheid van en het draagvlak bij de burgers vergroot. Het versterkt de gemeenschapszin. 4. De dilemma’s De notitie schetst drie dilemma’s, nl.
(1) participatieve democratie versus representatieve democratie, (2) participatie voorzieningen met vaste deelnemers versus participatievoorzieningen met ad hoc deelnemers en (3) participatieresultaten waarbij deelnemers hun inbreng gehonoreerd zien (tevredenen) versus participatieresultaten waarbij deelnemers hun inbreng niet is gehonoreerd (teleurgestelden). Volgens het woordenboek van Dale is een dilemma ‘een toestand waarin tussen twee wegen die beide grote bezwaren opleveren een keuze moet worden gedaan’ en/of ‘een netelig vraagstuk’. Bij een dilemma ontstaat (altijd) een verlies en/of een verliezende partij. De tegenstellingen zijn niet overbrugbaar. Het MBR en het BMR zien de geschetste situaties niet als dilemma’s , maar als een paradox. Volgens van Dale is een paradox ‘een schijnbare tegenstrijdigheid’. De geschetste tegenstellingen zijn overbrugbaar. Dit vergt echter wel nader onderzoek en een verdieping in de materie. Het MBR en BMR zien paradoxen eerder als een uitdaging om schijnbare tegenstrijdigheden te ontrafelen en standpunten nader tot elkaar te brengen. Dit vergt wel een goede communicatie op basis van verdieping in de wederzijdse standpunten en een inzet op empathie over en weer. Het MBR en BMR kiezen voor die dialoog, waarbij de standpunten over en weer nader tot elkaar worden gebracht. Wij missen deze ambitie in de gemeentelijke evaluatienotitie. 5.
De procedure De gemeentelijke evaluatienotitie bevat geen procedurevoorstel voor het vervolg op deze notitie. Het MBR en BMR stellen voor een verdiepingsslag te maken en in ieder geval consensus te bereiken over de kaders en de spelregels inzake de participatie voor haar platforms en het gesprek voort te zetten. Overigens is het o.i. ook gewenst (half)jaarlijks te evalueren en niet 1 keer in de 4 jaar. Maatschappelijk Burgerplatform Ridderkerk
Burgerplatform Minima Ridderkerk
Riet Bolink, wnd voorzitter
Ger Scholtens, voorzitter
3