2022-03-18 RIB Participatie en afdoening motie 2020-95 - evaluatie.pdf
Tekst van het document
EVALUATIE PARTICIPATIE IN RIDDERKERK MAART 2022
WO O R D VO O R A F Terugkijken en met volle kracht vooruit
In deze notitie beschouwen we hoe we in Ridderkerk de afgelopen jaren vorm en inhoud hebben gegeven aan participatie. We hebben opgeschreven wat goed gaat en wat beter kan.We mogen onze successen vieren en we leren van onze ervaringen. Want zoals zoveel in het leven is participatie mensenwerk. Afhankelijk van de context waarin we het participatieinstrument inzetten, verschillen de beelden en verwachtingen. Daarom is er voor succesvolle participatie geen kant en klaar recept. Het is een voortdurende zoektocht naar de juiste afbakening, de juiste doelgroep, de juiste middelen en de juiste momenten. In het collegeprogramma 2018-2022 Veel kleuren, één palet,Van Palet naar prestatie is opgenomen dat we de participatieinstrumenten evalueren en waar nodig verbeteren, vernieuwen of intensiveren. Of het initiatief van een project nu bij de gemeente of bij de samenleving ligt, we trekken hierin samen op. Het gemeentebestuur functioneert in dienst van en midden in de lokale samenleving. Participatie is daarin een verbindend instrument. We zien participatie als een productieve kracht. Onze gezamenlijke inzichten, kennis en kunde dragen bij aan een optimaal eindresultaat. Daarnaast helpt participatie de democratische processen. Met behulp van participatie ontstaat bij bestuur én inwoners helderheid over soms tegenstrijdige belangen.
Dat is alleen maar goed, omdat zo duidelijk wordt op welke gronden en overwegingen de gemeenteraad of het college zijn besluiten baseert.
Voor de voormalige huishoudschool wordt een nieuwe bestemming gezocht.
Dat maakt het besturen van een gemeente meteen ook lastig en complex. We zijn ervan overtuigd dat goede participatie leidt tot betere besluitvorming. Maar we hebben ook oog voor de participatieparadox.
Een verschijningsvorm van die paradox is de teleurstelling die participatie ook kan opleveren. Namelijk als inwoners hun inbreng niet of slechts gedeeltelijk terugvinden in het uiteindelijk genomen besluit. Er wordt dan soms gauw en luidruchtig geroepen dat het gemeentebestuur geen boodschap heeft aan de opbrengst van de participatie. Maar dat wil ik hier graag bestrijden. Raad en college hebben de opdracht om bij het nemen van hun besluit álle aspecten en álle belangen tegen elkaar af te wegen. Soms ook is de speelruimte voor veranderingen en bijstelling van de plannen minder groot dan inwoners wensen. Participeren is je laten horen bij het gemeentebestuur, met je mening, je kijk op de zaak, je argumenten. Hoe meer hoe beter, wat mij betreft. Maar dat is niet automatisch hetzelfde als je zin krijgen. Deze evaluatie geeft ons inzicht in de verschillende dilemma’s die aan participatie zijn verbonden. Zoals de ruimte voor inbreng van inwoners versus het primaat van politiek en bestuur. De evaluatie heeft ons ook geleerd hoe belangrijk het is om aan het begin van het participatieproces helderheid te scheppen over wederzijdse verwachtingen, het verloop van het proces, de informatie-uitwisseling, de kaders waarbinnen en instrumenten waarmee geparticipeerd wordt en ieders rol in dit proces.
Het moet voor alle deelnemers duidelijk zijn of het gaat om informeren, raadplegen, adviseren, coproduceren of meebeslissen.
Tot slot Aan de totstandkoming van deze evaluatie hebben onze inwoners, wijkoverleggen, platforms en ambtenaren hard meegewerkt. Er vonden vele gesprekken plaats, ervaringen zijn gedeeld, perspectieven zijn gehoord en aanbevelingen zijn meegegeven. Dit helpt ons de particpatie-instrumenten te verbeteren. Daarnaast geeft het een goed zicht op wat er in onze samenleving leeft.
Deze evaluatie nodigt uit om met participatie bezig te blijven, te leren van de opgedane ervaringen en samen met inwoners en ondernemers aan de slag te gaan om dit instrument te optimaliseren en nog beter in te zetten. Komende wetgeving op dit terrein, zoals de Omgevingswet en het wetsvoorstel ‘Versterking participatie op decentraal niveau’, vormen extra stimulansen hiervoor. Datzelfde geldt voor ontwikkelingen op technologisch gebied, waardoor bijvoorbeeld met e-participatie nieuwe groepen participanten hun rol kunnen gaan spelen. Dat alles in het besef dat onze samenleving voortdurend aan verandering onderhevig is en dit dus van invloed is op de participatie-instrumenten. Genoeg uitdagingen dus. We hebben teruggekeken op participatie in Ridderkerk. Wat mij betreft is het nu, met deze vergaarde kennis, volle kracht vooruit. Marten Japenga, wethouder
Foto omslag: In de openlucht meepraten over het Mobiliteitsplan
2
3
CONTEXT Maatschappelijke en politieke context Hoe groter het persoonlijke belang bij een plan of project des te groter vaak ook de animo om deel te nemen aan participatieactiviteiten. Er is ook een groep burgers die zich niet laat horen. Een deel van deze groep heeft misschien geen tijd of interesse. Een ander deel is misschien gewoon tevreden als de overheid zorgt dat de straat schoon is, het vuil wordt opgehaald en het veilig is op straat.
De burger wordt mondiger en heeft onder andere via de sociale media steeds meer mogelijkheden zich te uiten. Daarmee kan de individuele burger meer invloed uitoefenen op het maatschappelijke en politieke debat. Het is voor politieke bestuurders en ambtenaren belangrijk om de opvattingen van de burger te kennen en mee te nemen bij het maken van beleid en het ontwikkelen en uitvoeren van projecten.
In het collegeprogramma 2018-2022 staat het volgende over participatie: “We koppelen actief terug op meldingen, reacties en ideeën vanuit de samenleving.We evalueren de bestaande participatie-instrumenten en waar nodig verbeteren, vernieuwen of intensiveren we deze. Komen ideeën uit de samenleving niet overeen met de gemeentelijke visie, dan zeggen we dat en leggen we uit waarom we wel of niet meegaan met deze ideeën.”
De overheid zet steeds meer in op het betrekken van burgers. Onder meer door middel van participatie. De participatiemiddelen ontwikkelen zich in de loop der tijd. In het verleden werden avonden georganiseerd waarop inwoners hun meningen en adviezen konden geven. Daar zijn digitale middelen zoals online enquêtes of websites als geaccepteerde instrumenten bijgekomen. Start van de bouw van De Botterhof, een bewonersinitiatief.
LEESWIJZER Deze notitie beschrijft wat wij als gemeente doen op het gebied van participatie. Nagegaan is in hoeverre het bestaande beleid en de bestaande instrumenten succesvol zijn, en wat daarvoor bepalende factoren zijn. Op basis van deze inzichten én het proces dat is doorlopen met inwoners, wijkoverleggen, platforms en ambtenaren zijn aanbevelingen geformuleerd voor de verdere ontwikkeling van participatie. Het document is als volgt opgebouwd:
Context
Projecten en processen
In dit hoofdstuk gaan we in op de maatschappelijke en politieke context waarin we participatie inzetten. We beschouwen de ontwikkelingen hiervan in de afgelopen jaren. Aspecten als individualisering, het mondiger worden van de burger, de groter wordende kloof tussen rijk en arm, de opkomst van digitale media en de kansen en bedreigingen hiervan zijn hierbij betrokken.
We beschouwen participatie in relatie tot gemeentelijke projecten en processen.Voor welke projecten en processen zijn participatieinstrumenten ingezet? En hoe beïnvloedt het onderwerp van een project of proces de inzet van deze instrumenten?
Stakeholders praten mee over de centrumontwikkeling.
In dit hoofdstuk wordt een aantal projecten en participatietrajecten van de afgelopen jaren geëvalueerd. Naar aanleiding van deze uiteenzetting kunnen we concluderen waarom het ene project/traject wel succesvol is geweest en het andere niet.
Visie op participatie In dit hoofdstuk blikken we terug en beantwoorden we de vraag of onze visie “Ridderkerk dragen we samen” uit 2016 nog actueel is. We hebben geëvalueerd wat de stand van zaken is van de uitvoering van de actiepunten uit deze notitie. Tot slot wordt een relatie gelegd met de ontwikkelingen in de maatschappij.
Ook dit hoofdstuk eindigt met een aantal constateringen.
Aanbevelingen
Participatie-instrumenten
De voorgaande hoofdstukken brengen ons bij een aantal aanbevelingen voor de doorontwikkeling van participatie.
We onderscheiden de verschillende huidige participatieinstrumenten die de gemeente inzet om inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties te betrekken bij (de uitvoering van) gemeentelijk beleid en projecten. We geven aan hoe vaak deze worden ingezet, hoe inwoners deze ervaren, waarom we deze instrumenten inzetten, wat het doel is aan de voorkant van participatie en of dit doel bereikt wordt.
We maken in deze notitie onderscheid in: 1. Beleid inzake participatie: de visie op participatie zoals die in Ridderkerk is vastgesteld met als laatste notitie “Ridderkerk dragen we samen” uit 2016 2. Participatie-instrumenten: alle instrumenten die wij inzetten om bewoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties te betrekken bij wat de gemeente doet 3. Platforms: de diverse adviesplatforms die het gemeentebestuur adviseren over het te voeren beleid, maatschappelijke vraagstukken en uitvoeringskwesties 4. Projecten en processen: processen in het kader van het opstellen van (beleids-)visies en de uitvoering van projecten waarbij participatie heeft plaats gevonden
Met de platforms hebben we gesproken over hun rol in participatieprocessen en hebben we geëvalueerd waar we nu staan. Daarbij is stilgestaan bij de doelstelling, de samenstelling, de ledenwerving en ondersteuning van de platforms. We gaan in op resultaten, afspraken met de gemeente (wel of geen convenant), en de tevredenheid over het functioneren van de platforms. De beschouwing van de participatie-instrumenten heeft geleid tot een aantal constateringen. Die zijn in dit hoofdstuk opgesomd.
Bij dit document behoort een bijlage met daarin de opbrengst van het doorlopen evaluatieproces: ‘Input Evaluatie Participatie 2022’
4
5
Visie op participatie
Burgerparticipatie, overheidsparticipatie
De hierboven beschreven notities zijn de bouwstenen van het participatiebeleid. Bij de evaluatie stellen we vast of uitgangspunten zijn gewijzigd. Ook evalueren we wat er met aanbevelingen en acties is gedaan. In de uitgangspunten voor participatie (2013) is de volgende visie op participatie opgeschreven: “Wij als gemeentebestuur, dus raad én college, zijn er voor de burgers van Ridderkerk. Daarom moeten wij weten wat onze burgers van ons verwachten. Participatie in Ridderkerk is erop gericht om de opvattingen van de Ridderkerkers bij het gemeentebestuur terecht te laten komen. Dus vinden wij participatie belangrijk.”
De vraag rijst of het onderscheid tussen burgerparticipatie en overheidsparticipatie wel zo scherp is. Het vertrekpunt verschilt. Bij burgerparticipatie ligt het initiatief bij de overheid, bij overheidsparticipatie start het proces bij de inwoner. Voor beide geldt: participatie is vooral samenwerken: tussen inwoner/ondernemer – politiek bestuur – ambtelijk apparaat. En samen werken aan het realiseren van een visie, project of een activiteit, groot of klein. Hierbij is het managen van de verwachtingen heel belangrijk. Dat vraagt om duidelijke kaders vooraf ten aanzien van inhoud en proces. Maar ook dienen drempels te worden weggenomen zodat samenwerking makkelijker wordt. We willen samen zoeken waar de gezamenlijke doelstellingen liggen, en gezamenlijk het eindresultaat formuleren. De route naar het doel wordt dan een stuk gemakkelijker. Daarbij is het belangrijk dat alle deelnemers hun bijdrage kunnen leveren en in hun waarde gelaten worden.
In grote lijnen is deze visie op participatie nog steeds actueel. We willen nog steeds weten welke opvattingen de inwoners van Ridderkerk hebben over actuele thema’s en ontwikkelingen in Ridderkerk. Daarbij brengen bewoners kennis in over specifieke situaties en kaarten zij onderwerpen aan die hen bezighouden. Door participatie kunnen inwoners hun voorkeuren uiten of juist aangeven wat ze niet willen. Daarbij zal de overheid uiteindelijk de belangen afwegen. Dit kan tot teleurstellingen leiden wanneer een bepaalde wens niet wordt gehonoreerd.
De initiatieven die ons de afgelopen jaren bereikt hebben spelen zich vaak af op uitvoerend niveau, gericht op de realisatie van een project of idee. Het gaat niet vaak over een beleidskader.
De ambitie om Ridderkerk samen met onze inwoners te dragen is nog altijd actueel en gewenst. De beoogde effecten, zoals het ruimte bieden aan inwoners met initiatieven, het aansluiten op wat gebeurt in de lokale samenleving en het creëren van de randvoorwaarden daarvoor, zijn ook nu nog relevant.
Via het programma dienstverlening wordt gestuurd op houding en gedrag. Het is moeilijk om daar een kwalificatie aan te geven. Dit wordt onder andere gedaan in het project Klantreizen. In dat project worden gemeentelijke processen die gericht zijn op het leveren van diensten aan inwoners/organisaties bekeken door de bril van de inwoner / organisatie. Inwoners en organisaties worden hiervoor bevraagd over hun ervaringen. Een voorbeeld hiervan is het proces rond het verstrekken van een evenementenvergunning.
De plannen voor het Oosterpark zorgden voor veel maatschappelijke discussie.
V I S I E O P PA R T I C I PAT I E
Inwoners weten wijkregie als aanspreekpunt voor initiatieven goed te vinden. Om de bekendheid van de wijkregisseurs te vergroten, staan zij elke week met hun contactgegevens in De Blauwkai. In enkele gevallen is de ‘mindmap’ gebruikt als instrument voor het voeren van gesprekken met initiatiefnemers.
Evalueren: is de visie nog actueel? Al een aantal jaren maakt de gemeente Ridderkerk actief beleid op het gebied van participatie. Naast de wettelijk voorgeschreven ‘inspraak’, ontstonden er in de vorige eeuw al burgeroverleggen in de wijken en rond thema’s zoals natuur en milieu en de toekomst van Ridderkerk.
2006
2016
Omdat participatie best ingewikkeld bleek, heeft de gemeente in 2006 ‘Spelregels voor Participatie’ gemaakt. In die spelregels stonden afspraken die de doelen van het bestuur en de verwachtingen van de burgerparticipanten beter op elkaar zouden afstemmen. Na een evaluatie zijn deze spelregels in 2010 vervangen door ‘uitgangspunten’. Meest belangrijke verschil met de spelregels was, dat inwoners voortaan niet alleen het college van burgemeester en wethouders adviseerden, maar ook het hele gemeentebestuur, dus inclusief de gemeenteraad.
In 2016 is de notitie “Ridderkerk Dragen we samen” opgesteld. Deze notitie gaat in op de ontwikkeling van burgerparticipatie naar overheidsparticipatie en is tot nu toe het vertrekpunt geweest voor gemeentelijke participatie-activiteiten. De relatie tussen gemeente, inwoners en partners verandert. Naast het betrekken van inwoners bij het beleid van de gemeente, willen we als gemeente ook aansluiten bij en leren van initiatieven die van bewoners zelf uitgaan. Hierdoor ontstaan nieuwe vormen van participatie. De gemeente krijgt hierbij een andere rol. Minder zelf doen of (willen) oplossen, maar goed luisteren, nabij zijn en faciliteren waar nodig. Dit houdt in dat er meer initiatief komt te liggen bij inwoners en partners, en dat zij ook meer verantwoordelijkheid krijgen.
2013 In 2013 volgde de notitie “Uitgangspunten participatie burger en bestuur”. Deze notitie geeft de uitgangspunten weer voor participatie in Ridderkerk. In de notitie wordt ingegaan op de vraag hoe inwoners met de gemeente in contact kunnen komen om adviezen te delen en hoe de gemeente van haar kant uit met burgers in contact komt om adviezen op te halen. Ook vertelt de notitie hoe de gemeente terugkoppelt op adviezen. De notitie beschrijft verder het werken met platforms die de gemeente adviseren.
Een aanjaaggroep, bestaande uit een aantal betrokken inwoners, ondernemers en raadsleden, heeft meegedacht over de veranderende rol van alle betrokkenen bij overheidsparticipatie. Eén van de opbrengsten is de mindmap die door inwoners en medewerkers kan worden gebruikt om over alle relevante aspecten het gesprek te voeren bij initiatieven uit de samenleving.
In de notitie uit 2013 is uitgesproken dat we meer wilden inzetten op het bevorderen van burgerparticipatie. We streven naar een grotere rol voor inwoners, ondernemers en maatschappelijke partners bij het opstellen van gemeentelijke plannen en ontwikkelen en uitvoeren van projecten door de gemeente.
6
7
PA R T I C I PAT I E - I N S T R U M E N T E N Tijdens de evaluatie zijn de participatie-instrumenten geïnventariseerd. Dit zijn alle middelen, in welke vorm dan ook, die worden ingezet om participatie mogelijk te maken.Van fysieke bijeenkomsten tot de inzet van digitale middelen, van informatiebrieven tot artikelen in de krant. De afgelopen twee jaar zijn de mogelijkheden om aan participatie te doen behoorlijk beperkt door de COVID-pandemie. Om ook in deze periode belanghebbenden te betrekken bij voor hen relevante onderwerpen zijn veel digitale instrumenten ingezet zoals online bewonersbijeenkomsten. Dit heeft er ook toe geleid dat we bewuster zijn gaan nadenken over de inzet van digitale instrumenten, zoals ook is verwoord in de visie op e-participatie. Naast de inzet van deze participatie-instrumenten gebeurt veel participatie ook in reguliere contacten van collegeleden en ambtenaren met inwoners en ondernemers. Deze contacten betreffen tal van onderwerpen zoals verkeersvraagstukken, de huisvesting van vluchtelingen op de asielboot en ook tijdens ruimtelijke procedures zoeken betrokkenen contact met betrokken bestuurders of ambtenaren.
Voor de komst en het verblijf van het asielschip De Holland werd een beheerscommissie ingesteld met daarin onder anderen vertegenwoordigers van de wijk en ondernemers.
De instrumenten worden vaak in combinatie maar ook los van elkaar gebruikt.
Platforms
kinderen en kleinkinderen en de jeugd was eigenlijk al massaal online. E-participatie is voor een steeds bredere doelgroep te gebruiken en de verwachting is dat dat in de toekomst alleen maar verder toeneemt.
Een overzicht van de geïnventariseerde participatie-instrumenten:
Wijkspreekuren Wijkschouw Buurtent Mindmap
Instrument Website www.ridderkerk.nl Digitale enquête (Enalyzer) De Blauwkai (in De Combinatie) Social media: Facebook, Twitter
In Ridderkerk bestaat een aantal platforms die het gemeentebestuur op diverse thema’s adviseren over het te voeren beleid. Deze platforms zijn per thema (natuur en milieu, sociaal domein, jongeren etc.) of per wijk (wijkoverleg) georganiseerd. Platforms bestaan uit deskundige bewoners. In sommige platforms zitten ook organisaties die belangen (van bewoners) vertegenwoordigen.
E-participatie is binnen de gemeente Ridderkerk niet nieuw, maar kan aan inzet, promotie en resultaat winnen om het bestaande doelgroepen makkelijker te maken, om nieuwe doelgroepen te bereiken en om participatie laagdrempeliger te maken. E-participatie dient meer en bewuster ingezet te worden in de participatiemiddelen-mix als een waardevolle aanvulling op offline participatie.
Spreekuur college Ideeëndag
Burgerinitiatief
De gemeente ondersteunt de platforms, bijvoorbeeld door het verzorgen van het secretariaat en/of de vergaderlocaties. De platforms komen een aantal keer per jaar bij elkaar. De meeste platforms hebben een convenant met de gemeente gesloten waarin afspraken over de samenwerking en ondersteuning zijn vastgelegd.
Bewonersavonden Informatiebijeenkomsten (grote) projecten Participatie(bijeenkomsten) bij opstellen visies
Meldsysteem openbare ruimte MOOR
In Ridderkerk kennen we de volgende platforms.
Sociale kaart (Mijn Buurtje) Culturele kaart
Platform
Ondersteuning
Convenant JA / NEE
Beleidsplatform Minima Ridderkerk (BMR)
Notulist en vergaderfaciliteiten georganiseerd door gemeente Contactpersoon gemeentelijke organisatie
Ja
Maatschappelijk Burgerplatform Ridderkerk (MBR)
Notulist en vergaderfaciliteiten georganiseerd door gemeente Contactpersoon gemeentelijke organisatie
Ja
Beleidsplatform Natuur, Milieu & Duurzaamheid (NMD)
Notulist en vergaderfaciliteiten georganiseerd door gemeente Contactpersoon gemeentelijke organisatie
Nee
Fairtrade werkgroep
Contactpersoon gemeentelijke organisatie
Nee
Duurzaamheidskring
Contactpersoon gemeentelijke organisatie
Nee
Ondernemersplatform
Contactpersoon gemeentelijke organisatie
Ja
Jongerenraad
Vergaderfaciliteiten georganiseerd door gemeente Contactpersoon gemeentelijke organisatie Facet jongerenwerk (advies)
Ja
E-participatie
Wijkoverleggen
Notulist en vergaderfaciliteiten georganiseerd door gemeente Contactpersoon gemeentelijke organisatie
Ja
De digitalisering van de samenleving is al vele jaren gaande. Het afgelopen jaar is een versnelling waargenomen naar online werken, online winkelen en online recreëren. Steeds meer inwoners raken gewend aan online vergaderen, opa’s en oma’s videobellen met
Wijkideeteams
Gemeente doet financiële administratie
Via convenant wijkoverleggen
Tabel: Overzicht participatie-instrumenten
Per instrument zijn geëvalueerd: beheer, vorm, uitvoering en digitale beschikbaarheid.
Maatwerk per wijk
Beheer - Er is gekeken wie het instrument beheert. Dat kan de gemeente zijn maar soms is het ook de aanbieder van een website of digitale tool.
Wijkregie zet diverse instrumenten in om participatie vanuit de wijk te bevorderen. Zo worden er wijkschouwen en wijkspreekuren georganiseerd, wijkprogramma’s en jaarplannen gemaakt en worden er wijkoverleggen gehouden. Deze instrumenten zijn ook geëvalueerd.
Vorm - De vorm van het instrument is in beeld gebracht. Is het een bijeenkomst, een krant of is het een digitale tool zoals een website.
De deelname aan wijkschouwen en wijkspreekuren is wisselend per wijk. Reden kan zijn dat er nu diverse andere mogelijkheden zijn om meldingen te maken of vragen te stellen. De wijkoverleggen worden afhankelijk van de wijk wisselend bezocht. Ook de samenstelling wisselt per wijk. In enkele wijken is met name één buurt sterk vertegenwoordigt en in andere wijkoverleggen juist een bepaalde leeftijdsgroep.
Uitvoering - Geïnventariseerd is wie het instrument uitvoert.Vaak is dat de beheerder van het instrument, maar soms ook wordt het instrument juist door anderen gevuld (voorbeeld: de sociale kaart. Deze wordt beheerd door MijnBuurtje.nl maar de buurtverbinders vullen de kaart.) Digitaal - Ten slotte is in kaart gebracht of het instrument digitaal inzetbaar is.In 2020 is een kanalenstrategie vanuit communicatie vastgesteld waarin keuzes zijn gemaakt inzake de instrumenten die vanuit communicatie worden ingezet. Daar is een evaluatie van het gebruik van de kanalen aan vooraf gegaan. Onderzocht is met name hoe vaak een kanaal wordt gebruikt.
Voor de wijkprogramma’s en jaarplannen is een format ontwikkeld dat in alle wijken wordt gebruikt. Uit de gesprekken met de wijkoverleggen is naar voren gekomen dat meer maatwerk per wijk kan bijdragen aan een grotere betrokkenheid bij wat er in de wijk georganiseerd wordt.
In het boekje ‘Input Evaluatie Participatie 2022’ is het overzicht opgenomen met de instrumenten en de punten waarop ze zijn geëvalueerd.
8
9
De platforms zijn een belangrijk element in het Ridderkerkse participatiebeleid. In het kader van de evaluatie van de platforms heeft een gesprek plaatsgevonden met de voorzitters van de wijkoverleggen, met een delegatie van het beleidsplatform NMD en een afvaardiging van het MBR en het BMR.
waarbinnen adviestrajecten moeten worden doorlopen. In andere convenanten is afgesproken dat per adviestraject een planning wordt gemaakt. Het opstellen van een advies of de behandeling van een advies kan soms langer duren dan vooraf afgesproken. De communicatie hierover is niet altijd voldoende.
Er is met de platforms over de volgende zaken gesproken: 1. De afbakening van de advisering: van welke beleidsterrein is het platform? 2. Aan wie adviseert het platform? Sommige platforms adviseren aan zowel het college als de gemeenteraad, andere platforms adviseren alleen het college. 3. Adviseert het platform over beleid of ook over de uitvoering. En in welk stadium van het proces van beleidsontwikkeling wordt het platform dan betrokken? 4. Het gebruik van externe deskundigheid door het platform. 5. Het aantal leden dat het platform heeft en hoe komt platform aan nieuwe leden komt. 6. De representativiteit van het platform voor haar beleidsterrein, doelgroep of wijk. 7. Het toekomstperspectief van het platform.
De platforms zijn niet altijd representatief voor de doelgroep, de wijk of het onderwerp waar het van is. In een wijkoverleg wordt bijvoorbeeld slechts een deel van de wijk gerepresenteerd door het ontbreken van een bepaalde leeftijdscategorie.
Constateringen
De samenleving wordt complexer en dat geldt ook voor de onderwerpen waar de platforms op adviseren. Soms is deskundigheid van buiten nodig of nuttig om de ingewikkelde materie te doorgronden.
De platforms genieten onvoldoende bekendheidheid bij inwoners, maar ook bij medewerkers van de BAR-organisatie. Daardoor is het voor platforms moeilijk om aan nieuwe leden te komen. Ook worden ze daardoor niet altijd betrokken bij de ontwikkeling van beleid of projecten terwijl hun advies wel gevraagd zou moeten worden. Het ledenaantal van diverse platforms loopt terug. Dat geldt voor enkele wijkoverleggen maar ook voor platforms als het NMD en de JRR. Velen leverden een inbreng voor het Ontwikkelperspectief Centrum.
Uit de gesprekken met de platforms en de ingevulde vragenlijsten zijn de volgende constateringen naar voren gekomen. Het is niet altijd duidelijk over welk onderwerp / beleidsterrein welk platform adviseert. Bij de platforms die een convenant met de gemeente hebben, staat dit in het convenant beschreven. Maar soms is de beschrijving voor meerdere interpretaties vatbaar. Zo is bij het MBR het sociaal domein benoemd als terrein waarop het platform adviseert. Voor de gemeente gaat het dan om de drie decentralisaties. Het MBR ziet het sociaal domein breder, namelijk alles wat het maatschappelijk welzijn aangaat inclusief thema’s als leefbaarheid en volksgezondheid.
Een goede samenwerking tussen de voorzitter van een platform en de contactpersoon van het platform bij de gemeente is belangrijk. In de wisselwerking tussen de voorzitter en de contactpersoon kunnen adviesaanvragen reeds in een vroeg stadium worden aangekondigd, kunnen vragen snel worden beantwoord en kunnen eventuele onduidelijkheden worden weggenomen. Goede en snelle communicatie helpt om de samenwerking vlot te laten verlopen. Hiervoor is het ook belangrijk dat de taak van de gemeentelijke contactpersoon helder is omschreven. Dat is nu niet het geval.
Gevolg van deze onduidelijkheid is dat de gemeente de platforms soms ook benadert voor advisering over beleidsterreinen / projecten waarover dat platform gewoonlijk niet adviseert.
Een mogelijke adviesrol voor platforms inzake de uitvoering van beleid door de BAR-organisatie is niet benoemd of beschreven. Dat leidt tot discussie over wenselijkheid van deze adviesrol. De discussie spitst zich dan met name toe op wat precies het niveau van de uitvoering is waarop het platform wil adviseren. Gaat het om adviseren op het niveau van de beleidsregels voor de uitvoering of ook advisering naar aanleiding van individuele casussen.
Platforms willen soms adviseren over onderwerpen die volgens hun verordening buiten hun scoop vallen. Platforms willen dat dan omdat zij verbanden met aanpalende terreinen/ onderwerpen zien, die vanuit de beleidsvelden soms niet gezien worden. De status en de wijze van behandeling van ongevraagde adviezen is niet goed vastgelegd. De reactie op het ongevragde advies komt dan soms niet bij het platform via de met dat platform gemaakte afspraken, maar via het voor dat specifieke onderwerp vastgestelde participatieproces.
De convenanten met de platforms zijn in 2016 voor het laatst herzien. In de afgelopen jaren hebben zich bij diverse platforms wijzigingen voor gedaan in de werkwijze. Zo is de Jongerenraad meer gebruik gaan maken van de sociale media. Bij andere platforms zijn er aandachtsgebieden toegevoegd, zoals het onderwerp inclusie bij het MBR.
De planning van een adviestraject is niet altijd duidelijk. In sommige convenanten zijn procesafspraken opgenomen over de termijnen
PROJECTEN EN PROCESSEN In de afgelopen jaren zijn meerdere (beleids)visies en projecten tot stand gekomen in de vorm van participatieve processen. Deze processen hadden als doel om een visie op een beleidsterrein of een gebiedsontwikkeling te formuleren. Bij dit soort processen worden diverse participatie-instrumenten ingezet.
Constateringen Uit de ingevulde vragenlijsten zijn de volgende constateringen naar voren gekomen over participatie bij projecten en processen.
Een aantal van deze processen is intern geëvalueerd. Bij deze interne evaluatie is met name gekeken naar de wijze waarop de participatie is vormgegeven. Het gaat om de volgende processen: -
10
Bij de evaluatie van deze processen zijn de volgende vragen gesteld. 1. Hoe zijn de betrokken belangen en relevante belanghebbenden in beeld gebracht en uitgenodigd? 2. Welke participatie-instrumenten zijn ingezet en hoeveel deelnemers hebben er gebruik van gemaakt? 3. Op welke wijze is de inbreng en de reactie op inbreng gedeeld met de deelnemers aan de participatie? Wie heeft de belangenafweging gemaakt ten aanzien van de input uit de participatie? 4. Heeft de participatie geleid tot wijzigingen ten opzichte van de initiële plannen of ideeën? Is er sprake van participatie ná besluitvorming?
Voorbeelden van dergelijke processen zijn: - Woonvisie Ridderkerk - Ontwikkelperspectief Centrum 2035 - Visie Rivieroevers - Ontwikkeling Oosterpark - Groenvisie - Diverse wijkprogramma’s: Rijsoord, Oostendam, Drievliet ’t Zand, West & Oost - Mobiliteitsplan - Nota Integraal Beleid Sociaal Domein - Vernieuwing sportpark Slikkerveer / sportpark Ridderkerk / sporthal Drievliet - Verkeerssituatie Erasmuslaan - Warmtevisie - Geluidsschermen in Oost en West - Nieuwbouwprojecten
Er is aandacht voor participatie. Bij veel grote projecten / processen vindt participatie plaats. Vertrouwen tussen bewoners / ondernemers – politiek en bestuur – ambtenaren speelt een belangrijke rol in het participatieproces.
Integraal Beleid Sociaal Domein Ontwikkelperspectief Centrum Groenvisie Herontwikkeling Oosterpark Klimaatvisie Gebiedsvisie Rivieroevers Mobiliteitsplan
Vaak is er inzet van veel verschillende participatie-instrumenten, gericht op verschillende betrokken deelnemers.
11
In onderstaande tabel is van de geëvalueerde processen aangegeven welke participatie-instrumenten zijn ingezet:
Instrument
IBSD
Ontwikkelperspectief Centrum
Groenvisie
Visie Oosterpark
Website
X
Digitale enquête Blauwkai
X
X
Social media: Facebook Twitter
X
Beleidsplatform
Visie Rivieroevers X
X
X
Geluidsscherm Oosterpark
Dillenburgplein: herinriching
X
X
X
X
X
X
X
X
Ideeëndag Participatie (bijeenkomst) bij opstellen visies
Mobiliteitsplan
X X
X
X
X
X
X
X
X Ideeëndag in de Hofzaal, 19 september 2018
MBR BMR Wijkoverleg
JRR MBR Wijkoverleg
NMD Wijkoverleg
NMD MBR Wijkoverleg
Wijkoverleg
Wijkoverleg MBR
Wijkoverleg
Wijkoverleg
AANBEVELINGEN
We geven op basis van de constateringen van de evaluatie aanbevelingen voor de toekomst.
Aanbevelingen (algemeen) Aan het begin van een participatietraject is niet altijd duidelijk waar de participatie wel en niet over gaat. Soms zijn er vooraf al kaders vastgesteld of zijn er wettelijke bepalingen waaraan voldaan moet worden. Als dit niet vooraf gedeeld wordt, kunnen deelnemers teleurgesteld raken wanneer pas achteraf blijkt dat hun idee niet binnen de kaders past en dus niet haalbaar of uitvoerbaar is.
De mate van tevredenheid over participatie versus tijdsinvestering van deelnemers, gemeentebestuur en organisatie is niet altijd in balans. Bij de meeste processen zijn meerdere participatieinstrumenten ingezet en was de deelname aan de participatie groot. Toch blijven er ook bij deze processen deelnemers teleurgesteld achter omdat zij van mening zijn dat hun inbreng niet voldoende is meegenomen in de uiteindelijke belangenafweging.
De communicatie over inbreng tijdens de participatie en de besluitvorming kan beter. In een aantal processen is met de in het verleden vastgestelde formats alle inbreng tijdens het participatieproces gedeeld met de partners en is ook uitgebreid teruggekoppeld hoe het besluitvormingsproces er uit zag en welke besluiten genomen zijn. In andere processen is de inbreng van de participatie en wat daar mee tijdens het besluitvormingsproces is gebeurd slechts terug te lezen in de stukken die aan de gemeenteraad ter besluitvorming zijn aangeboden.
De verwachtingen over het niveau van de participatie in een participatieproces lopen soms uiteen. Dat kan leiden tot teleurstellingen, bijvoorbeeld als deelnemers de verwachting hadden dat zij mee mochten beslissen maar het uiteindelijk ‘slechts’ om het ophalen van hun adviezen ging.
12
4) Er is een ontwerpwetsvoorstel 2020 ‘Versterking participatie op decentraal niveau’ in voorbereiding. Dat wetsvoorstel breidt het recht op inspraak uit naar meer participatie. Als dat wetsvoorstel wordt aangenomen, moet dit worden meegenomen in een mogelijke herijking van het gemeentelijk participatiebeleid en moet er een verordening worden opgesteld die de huidige inspraakverordening vervangt. 5) Om goed deel te kunnen nemen aan een participatieproces is het van belang dat de deelnemers over de juiste en dezelfde informatie kunnen beschikken. De benodigde informatie moet makkelijk te vinden zijn. Het advies is te onderzoeken of dit meegenomen kan worden met de verdere ontwikkeling van de sociale kaart (WieWatWaarRidderkerk.nl). 6) In het verleden zijn afspraken gemaakt over de organisatie van participatietrajecten en de terugkoppeling van wat tijdens de participatie wordt ingebracht. Uit de evaluatie van de verschillende processen is gebleken dat participatietrajecten niet altijd op deze wijze worden uitgevoerd. Dit verdient aandacht. 7) Een aan te stellen adviseur Participatie kan het bestuur, organisatie en samenleving adviseren bij participatieprojecten.
1) Om het participatieproces goed te laten verlopen is het noodzakelijk om bij het begin van het proces de wederzijdse verwachtingen over het verloop van het proces helder te hebben. Daarbij hoort dat de kaders vooraf bepaald en gecommuniceerd worden. Hierbij past ook dat bij de start van het participatietraject het niveau van de participatie vastgesteld wordt en besproken wordt met alle deelnemers. Het moet voor alle deelnemers duidelijk zijn of het gaat om informeren, raadplegen, adviseren, coproduceren of meebeslissen. 2) Het is belangrijk om van de deelnemers aan een participatieproces te weten in welke hoedanigheid ze aan een proces deelnemen. Daarom moeten we de rollen definiëren van leden van platforms, vertegenwoordigers van belangengroepen en individuele deelnemers. 3) Om de deelnemers aan een participatieproces mee te nemen in het verloop van de besluitvorming kan de communicatie over het besluitvormingsproces verbeterd worden. Het verdient aanbeveling inzichtelijk te maken aan welke tafel of in welk overleg over de inbreng uit de participatie besloten wordt, wat er is besloten en waarom dat besloten is.
13
Aanbevelingen (platforms) 1) Nieuwe of vernieuwde afspraken zijn nodig om duidelijkheid te scheppen over de verdeling van beleidsterreinen over de diverse platforms. 2) Vanzelfsprekend blijft het mogelijk dat platforms adviseren over andere of aanpalende beleidsterreinen. Om er voor te zorgen dat ook op deze “ongevraagde” adviezen wordt gereageerd is het nuttig om afspraken te maken op welke wijze deze adviezen worden behandeld. Terugkoppeling is gewenst als een advies in onze ogen niet valt onder het onderwerp van het “gevraagde” advies. 3) Diverse platforms hebben aangegeven dat zij in een eerder stadium van het beleidsproces betrokken willen worden. Door het tijdig starten van de dialoog kunnen platforms meedenken over welke aspecten bij de behandeling van een bepaald onderwerp aan de orde moeten komen. De platforms hebben dan meer inzicht in hoe een beleidsnota of project tot stand komt, welke belangen er spelen en welke overwegingen en keuzes aan de orde zijn. Deze manier van samenwerken vraagt wel om een zekere ruimte om samen over ideeën en mogelijke oplossingen van gedachten te wisselen zonder dat definitieve standpunten worden ingenomen. 4) Indien er sprake is van nieuwe of complexe materie waarvoor een platform nog niet alle deskundigheid in huis heeft kan het aanbieden van deskundigheidsbevordering gewenst zijn.
Dit kan op allerlei manieren, variërend van schriftelijke of mondelinge informatie tot workshops of deelname aan congressen of opleidingen.
5) De gemeente kan de platforms helpen bij het werven van nieuwe leden. Dat kan door communicatiekanalen ter beschikking te stellen zoals De Blauwkai of social media. Maar ook door de sociaal makelaars van Facet te vragen mee te zoeken naar geschikte kandidaten. 6) De samenwerking tussen de voorzitter van een platform en de contactpersoon bij de gemeente is heel belangrijk. De rol van deze gemeentelijke contactpersoon voor een platform moet worden beschreven zodat helder is welke taken en rol deze contactpersoon heeft. De contactpersoon moet op zijn minst op de hoogte zijn van alle communicatie met het platform, ook als deze communicatie via andere collega’s loopt. 7) Als beleidsplatforms knelpunten signaleren die voortkomen uit de wijze waarop beleid wordt uitgevoerd kunnen zij dit signaleren en adviezen ter verbetering geven. Beleidsplatforms worden niet betrokken bij individuele casuïstiek. Daarvoor kan een cliënt een klachtenprocedure volgen of de ombudsman raadplegen. 8) De meeste convenanten met de platforms zijn in 2016 vernieuwd. De afspraak is dat de convenanten per raadsperiode worden geëvalueerd en indien gewenst vernieuwd. Uit deze evaluatie komt een aantal punten naar voren die mogelijk in de convenanten opgenomen kunnen worden.
Daarom verdient het aanbeveling de convenanten met de platforms in de nieuwe raadsperiode te vernieuwen.Voor het convenant met het MBR geldt dat in het convenant in elk geval het beleidsterrein inclusie moet worden opgenomen.
Niveaus van participatie
Dilemma’s bij participatie
Er zijn verschillende soorten participatietrajecten. Het abstractieniveau verschilt per project, soms gaat het om een visie op beleid, soms gaat het om de inrichting van een speeltuintje.
Het eerste dilemma is dat van de participatieve democratie tegenover de representatieve democratie. De participatieve democratie wordt gevormd door participatieprocessen waar inwoners aan meedoen. De representatieve democratie wordt gevormd door het staatsrechtelijke bestel, in ons geval het gemeentebestuur bestaande uit college en gemeenteraad. Het dilemma gaat dan over de ruimte voor inbreng van burgers vs. het primaat van de politiek.
We onderscheiden de volgende vormen van participatie. 1. Informeren: verstrekken van informatie. Bijvoorbeeld: wegwerkzaamheden, groenonderhoud, bekendmakingen (vergunningen) 2. Raadplegen: vragen wat men er van vindt 3. Adviseren: vragen hoe men vindt dat je iets zou moeten doen 4. Coproduceren: samen tot een resultaat komen 5. Meebeslissen: samen een besluit nemen
Een tweede dilemma is de vraag of je bij participatie wil werken met vaste groepen (bijv platforms – wijkoverleggen) of juist met adhoc deelnemers aan participatieprocessen. Het voordeel van vaste groepen is dat er een zekere bekendheid met participatie en de inhoudelijke materie ontstaat. Het nadeel is dat er een soort leemlaag van “usual suspects” ontstaat. Het voordeel van ad hoc- deelnemers kan juist een frisse blik zijn, maar wel een grotere tijdsinvestering vragen vanwege onbekendheid met participatie.
Deze vormen van participeren worden ook wel weergegeven in de zogenoemde participatieladder. Deze vorm suggereert: hoe hoger op de ladder, hoe meer participatie, en hoe beter het participatieproces. De metafoor van de ladder doet echter geen recht aan de complexiteit in de praktijk, waaarin een mix aan vormen wordt ingezet, met als leidraad de behoefte van de deelnemers.
Het derde dilemma is de participatie-paradox. De mate van tevredenheid over participatie komt niet overeen met de tijdsinvestering van deelnemers, bestuur en organisatie. Er blijven deelnemers ontevreden als zij hun inbreng niet of slechts gedeeltelijk terugvinden in het uiteindelijk genomen besluit, ook of vooral als zij veel tijd en energie hebben gestoken in het participatieproces.
Het is hoe dan ook belangrijk om aan het begin van een participatieproces met alle betrokkenen te bespreken welke vorm van participatie in dat proces beoogd wordt. Dit kan teleurstellingen ‘aan het einde van de rit’ voorkomen.
Bewoners van de Slingehof denken mee over het opknappen van de binnentuin.
14
15