2021-09-17 RIB Minimabeleid en Schuldhulpverlening - Armoedemonitor Duidingsrapport.pdf
Tekst van het document
DUIDINGSRAPPORTAGE DASHBOARD MINIMA GEMEENTE RIDDERKERK Augustus 2021 versie 0.2
Opdrachtgever Gemeente Ridderkerk Datum Augustus 2021 Auteurs Michelle Ellens Grafisch ontwerp Senne Trip
KWIZ Stavangerweg 23-5 9723 JC Groningen 050-5252473 contact@kwiz.nl
Uitgave Deze uitgave is een uitgave van KWIZ B.V. Het overnemen van cijfers en/of teksten is toegestaan, mits de bron duidelijk wordt vermeld. Niets uit deze publicatie mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden in welke vorm dan ook zonder voorafgaande toestemming van KWIZ B.V..
INLEIDING Sinds 2014 maakt KWIZ jaarlijks een Armoedemonitor voor de gemeente Ridderkerk. De Armoedemonitor geeft inzicht in de doelgroep (omvang en kenmerken) van het minimabeleid, alsmede het bereik van de regelingen. Vanaf 2021 worden de cijfers in het dashboard gepresenteerd. In het dashboard kunnen ook verschillende filters en analyses worden gemaakt. Hierdoor kan er op verschillende zaken worden ingezoomd. In dit rapport worden de belangrijkste bevindingen weergegeven. Voor de verdere cijfers verwijzen wij u door naar het dashboard. Dashboard minima Het dashboard beschrijft de doelgroep voor het lokale armoedebeleid aan de hand van een aantal kenmerken. Daarnaast brengt de monitor het gebruik en bereik van de verschillende minimaregelingen in beeld. De gegevens over de omvang en samenstelling van de doelgroep geven de situatie per 31 december 2020 weer (peildatum minimapopulatie), op basis van het inkomen op het Wettelijk sociaal minimum (Wsm). Het gebruik van de regelingen is gemeten over het jaar 2020. De cijfers worden (waar mogelijk) vergeleken met die van de Armoedemonitor 2019. Methodiek van het onderzoek De gemeente heeft geen rechtstreekse toegang tot inkomensgegevens van haar inwoners. Door gebruik van diverse informatiebronnen van gemeentelijke regelingen voor minimahuishoudens, maken we een inschatting van het aantal minimahuishoudens op 31 december 2020.
Daarvoor zijn registraties van de volgende voorzieningen gebruikt: de Participatiewet, minimaregelingen, collectieve zorgverzekering en kwijtschelding gemeentelijke belastingen. Tevens zijn voor dit onderzoek de registraties van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), de Jeugdwet (JW) en schulddienstverlening via PLANgroep. Met behulp van de Basisregistratie Personen (BRP) zijn de gebruikersgegevens vervolgens op huishoudniveau gegroepeerd. Op deze manier ontstaat een samenhangend beeld op de omvang en samenstelling van de minimapopulatie, de mate van gebruik van voorzieningen en de overlap in het gebruik van voorzieningen op andere beleidsterreinen. Daarnaast is een bestand van de Kamer van Koophandel met daarin alle ZZP’ers in de gemeente gekoppeld aan de BRP. Op die manier wordt inzichtelijk hoeveel ZZP’ers gebruikmaken van het minimabeleid. Omdat wij niet over inkomensgegevens van alle inwoners beschikken, is er een groep die, doordat ze geen gebruik maakt van de minimaregelingen, niet in de registratiebestanden voorkomt. Dit betekent dat het feitelijk aantal minima iets hoger ligt dan in deze Armoedemonitor wordt gerapporteerd. Wanneer we het in deze monitor hebben over minimahuishoudens zijn dit de huishoudens die we in beeld hebben gekregen via de bovenstaande onderzoeksmethode; daarmee hebben ongeveer 90 procent van de minimahuishoudens in de gemeente in beeld.
De huishoudens die in beeld zijn op basis van bovenstaande methodiek beschouwen we als doelgroep voor het minimabeleid. De overige circa 10 procent maakt geen gebruik van het minimabeleid en ook niet van andere ondersteuning vanuit de Participatiewet waardoor ze niet als minima bekend zijn bij de gemeente. Het is op basis van de onderzoeksmethodiek ook niet mogelijk om deze groep in beeld te krijgen. Het is mogelijk dat een deel van die groep ook geen gebruik wil maken van gemeentelijke ondersteuning. De kenmerken van het huishouden zijn gebaseerd op de kenmerken van de oudste Opzet rapportage dashboard minima In deze rapportage worden de belangrijkste bevindingen weergegeven. We beginnen met het hoofdstuk over minimahuishoudens, waarna de belangrijkste bevindingen over de minimakinderen worden weergegeven. Daarna volgt het gebruik en bereik van de minimaregelingen en tot slot wordt de overlap met Jeugdwet, Wmo en schulddienstverlening beschreven.
MINIMAHUISHOUDENS • • •
1.501
minimahuishoudens op 31 december 2020
7,1%
van alle huishoudens in de gemeente Ridderkerk
35%
van alle eenoudergezinnen met jonge kinderen heeft een minimuminkomen
68%
van alle minima is langdurig minima
Aantal en aandeel minimahuishoudens licht gestegen. Aandeel minimahuishoudens met een uitkering vanuit de Participatiewet licht gestegen. Ruim een derde van alle eenoudergezinnen in de gemeente heeft een inkomen tot 110 procent Wsm.
Op basis van de Armoede Index van KWIZ schatten we het totaal aantal minimahuishoudens met een inkomen tot 110 procent Wsm in de gemeente Ridderkerk op 1.600 huishoudens, 7,5 procent van alle huishoudens in de gemeente. Op 31 december 2020 heeft de gemeente Ridderkerk 1.501 huishoudens met een inkomen tot 110 procent Wsm in beeld, de overige 99 huishoudens zijn niet in beeld omdat zij geen uitkering vanuit de Participatiewet ontvangen en geen gebruikmaken van een inkomensondersteunende regeling. Dit houdt in dat we in dit onderzoek 1.501 minimahuishoudens in beeld kunnen brengen. Deze 1.501 minimahuishoudens vormen 7,1 procent van alle huishoudens in de gemeente Ridderkerk. Kenmerken 1.501 huishoudens Het aantal en aandeel huishoudens met een inkomen tot 110 procent Wsm is licht gestegen. Dit komt omdat het aantal en aandeel minimahuishoudens met een inkomen op bijstandsniveau (100 procent Wsm) is gestegen (2018: 1.449 huishoudens, 2019: 1.173 huishoudens en 2020: 1.204 huishoudens). Daarentegen is het aantal minimahuishoudens met een inkomen tussen 100 procent en 110 procent Wsm gelijk gebleven. Van de 1.501 minimahuishoudens in 2020, ontvangt 55 procent (829 huishoudens) een uitkering vanuit de Participatiewet. Het aantal en aandeel huishoudens met een uitkering vanuit de Participatiewet is ten opzichte van 2018 (769 huishoudens) en 2019 (757) gestegen.
Dit kan te maken hebben met de Coronacrisis. Het aantal en aandeel minimahuishoudens met een overig inkomen is gedaald. In de samenstelling van de minimapopulatie zijn de verschillen ten opzichte van 2018 en 2019 nihil. Het merendeel van de minimapopulatie is een alleenstaand huishouden en 42 procent is tussen de 45 en 66 jaar. Het aandeel minimahuishoudens met een Nederlandse achtergrond is licht gedaald van 47 procent in 2018, 45 procent in 2019 naar 43 procent in 2020. Daarentegen is het aandeel minimahuishoudens met een niet-westerse migratieachtergrond iets gestegen. Doelgroepen Eenoudergezinnen hebben vaker een minimuminkomen dan andere huishoudtypen, met name eenoudergezinnen met jonge kinderen; 35 procent (289 huishoudens) van alle eenoudergezinnen met jonge kinderen heeft een inkomen tot 110 procent Wsm. Onder meerpersoonshuishoudens met jonge kinderen is dit 4 procent. Naar herkomst zijn huishoudens met een niet-westerse migratieachtergrond oververtegenwoordigd; 28 procent van alle huishoudens met een dergelijke achtergrond heeft een inkomen tot 110 procent Wsm. Onder huishoudens met een Nederlandse achtergrond is dit 4 procent. Tot slot hebben huishoudens in het Centrum en in Oost vaker dan gemiddeld een minimuminkomen. Deze verhoudingen komen overeen met die in 2018 en 2019.
Nieuwe minima en langdurige minima Op 31 december 2020 hadden 1.026 huishoudens (68 procent) al drie jaar of langer een inkomen tot 110 procent Wsm. Deze groep is in de periode 2018 - 2020 groter geworden. Huishoudens met AOW en huishoudens zonder kinderen hebben vaker dan gemiddeld langdurig een minimuminkomen. In 2020 zijn 181 huishoudens (12 procent) ‘ingestroomd’ in de minimapopulatie.
Minimakinderen tot 18 jaar • • •
1.061
minimakinderen tot 18 jaar op 31 december 2020
12,2% van alle kinderen in de gemeente Ridderkerk
61%
van alle minimakinderen groeit op in een huishouden met een uitkering vanuit de Participatiewet
21% van alle minimakinderen groeit op in de wijk Bolnes
Aantal en aandeel minimakinderen tot 18 jaar stijgt. Aandeel kinderen in huishoudens met een uitkering vanuit de Participatiewet gestegen. Aandeel minimakinderen in eenoudergezin het hoogst, meeste minimakinderen wonen in Bolnes. Tussen 31 december 2018 en 31 december 2020 is het aantal minimakinderen tot 18 jaar dat bij de gemeente Ridderkerk in beeld is toegenomen van 976 kinderen in 2018, 1.001 in 2019 naar 1.061 kinderen in 2020. Het aandeel minimakinderen komt daarmee op 12,2 procent van alle kinderen in de gemeente.
Kenmerken minimakinderen Het aantal minimakinderen dat opgroeit in een huishouden met een uitkering vanuit de Participatiewet is in 2020 gestegen (2018: 58 procent, 2019: 56 procent en 2020: 61 procent). Dezelfde trend is te zien bij het aantal minimahuishoudens met een uitkering vanuit de Participatiewet. De samenstelling van de minimakinderen zijn de verschillen ten opzichte van 2018 en 2019 nihil. Het merendeel van de minimakinderen (48 procent) is tussen de 4 en 12 jaar en de helft van de minimakinderen groeit op in een eenoudergezin. Bijna 60 procent van de minimakinderen heeft een niet-westerse migratieachtergrond en 36 procent heeft een Nederlandse achtergrond. Minimakinderen ten opzichte van alle kinderen Sommige kinderen hebben meer kans op armoede dan andere kinderen: zo groeien kinderen in een eenoudergezin, kinderen met een niet-westerse migratieachtergrond en kinderen uit Oost, Bolnes en het Centrum vaker op in een minimahuishouden dan kinderen uit andere gezinnen. 39 procent van alle kinderen in een eenoudergezin (met minderjarige kinderen) groeit op in een huishouden met een inkomen tot 110 procent Wsm. 35 procent van alle kinderen met een nietwesterse migratieachtergrond groeit op in een minimahuishouden.
Minimaregelingen • • Individuele inkomenstoeslag en collectieve zorgverzekering kent goed bereik
•
Het gebruik van de bijzondere bijstand, individuele inkomenstoeslag en collectieve zorgverzekering is gestegen. Het gebruik van de andere regelingen is gedaald. Het gebruik en bereik van de meedoenregelingen (volwassenen en kindpakket) is in 2020 gedaald. Het bereik van de individuele inkomenstoeslag ligt hoger dan gemiddeld.
Gebruik Meedoen Volwassenen, Meedoen Kindpakket gedaald
82% 74% 69%
31% 30% 30%
58% 58% 57%
41% 35% 46%
84% 87%56%
87% 90%72%
30%28%18%
Kwijtschelding Bijzondere bijstand
Individuele inkomenstoeslag
Collectieve zorgverzekering
Meedoen Volwassenen
Meedoen Kindpakket
Meedoen Schoolkosten
2018
2019
2020
Het gebruik is gemeten over het gehele jaar 2020. Het bereik van de verschillende minimaregelingen is berekend door het gebruik van de regeling af te zetten tegen de totale doelgroep (dus inclusief de minima die de gemeente niet in beeld heeft). In de voorgaande jaren is het bereik berekend door het gebruik van de regelingen af te zetten tegen de doelgroep die de gemeente in beeld heeft (dus exclusief de minima die de gemeente niet in beeld heeft). Hierdoor ligt het bereik van de regelingen in 2020 iets lager dan in de voorgaande jaren. Door de Coronacrisis is 2020 een bijzonder jaar. De maatregelen zorgden ervoor dat niet alle sportieve en culturele activiteiten door konden gaan. Dit kan invloed hebben gehad op het gebruik van de regelingen. De individuele inkomenstoeslag en de collectieve zorgverzekering kennen een goed bereik en liggen ook hoger dan het gemiddelde bereik in andere gemeenten. Ten opzichte van 2018 en 2019 is het gebruik van deze regeling ook gestegen. Het bereik van de bijzondere bijstand ligt in lijn met het gemiddelde bereik in andere gemeenten, het gebruik is ten opzichte van 2018 en 2019 gestegen. Het gebruik van de Meedoenregeling voor Volwassenen en Meedoen Kindpakket is gedaald. Logischerwijs is het bereik van beide regelingen ook lager dan in 2018 en 2019. Dit kan dus (deels) verklaard worden door de coronacrisis.
Ook het gebruik en bereik van de regeling Meedoen schoolkosten is gedaald ten opzichte van 2018 en 2019, in 2020 is het bereik 18 procent van de doelgroep.
Meervoudige problematieken • •
Aandeel minimahuishoudens die in beeld zijn bij de schulddienstverlening is licht gedaald ten opzichte van 2019. Aandeel minimakinderen met een indicatie vanuit de Jeugdwet is licht gestegen ten opzichte van 2019.
26%
van alle minimahuishoudens heeft ook Wmo
10%
van alle minimahuishoudens is in beeld bij SDV
19%
van alle minimahuishoudens heeft een indicatie vanuit de JW
13%
van alle minimakinderen heeft een indicatie vanuit de JW
Een deel van de minimahuishoudens heeft ook andere ondersteuningsvragen; 26 procent heeft een of meerdere Wmo-voorzieningen en 10 procent is in beeld bij schulddienstverlening. Bijna één op de vijf minimagezinnen (19 procent) heeft een indicatie vanuit de Jeugdwet en 13 procent van alle minimakinderen heeft een indicatie vanuit de Jeugdwet. Huishoudens in de gemeente die geen minimuminkomen hebben, maken minder vaak gebruik van een of meer van deze voorzieningen.