2021-08-26 RIB Nieuwe achtervangovereenkomst WSW - brief VNG.pdf
Tekst van het document
De laatste laag die achtervangers bieden in de zekerheidsstructuur van het stelsel resulteert in een AAA-rating van WSW. Zo zorgen we samen voor optimale financiering voor woningcorporaties en de volkshuisvestelijke opgaven in uw gemeente. Hoe groot is het risico dat mijn oemeente renteloze geldleningen aan WSWmoet verstrekken? Het is niet mogelijk om het risico exact te kwantificeren. Zoals hierboven toegelicht kent de zekerheidsstructuur een gelaagdheid, die in volgorde worden aangesproken. Gemeenten en de Staat zijn de laatste laag in de zekerheidsstructuur en worden als laatste aangesproken.
Met het strategisch programma en de nieuwe achtervangovereenkomst is de positie van gemeenten verder verbeterd. In het strategisch programma is de obligoverplichting voor deelnemers gewijzigd van een éénmalige heffing, naar een buffer in combinatie met een jaarlijkse heffing. Het stelsel kan daarmee herstellen na een eventuele aanspraak. Met het gespreide aanspraakkarakter van de dienst der lening (WSW neemt bij een aanspraak in beginsel de rente en aflossing van de corporatie over en betaalt dus in termijnen) kan WSW middels het jaarlijks obligo langjarig verplichtingen blijven voldoen, en na het voldoen middels het jaarlijks obligo de risicobuffer weer aanvullen. Daarnaast is de terugbetaling van renteloze geldleningen in de nieuwe achtervangovereenkomst beter geregeld. Dus mocht uw gemeente onverhoopt toch renteloze geldleningen verstrekken dan is de wijze van terugbetaling hiervan beter geregeld. Hiermee is het risico voor gemeenten (ten opzichte van de ‘oude situatie’) verder gedaald.
« Betreft
Nadere toelichting aanpassing achtervangovereenkomst WSW/gemeente
Pagina
7/8
lll=IUEIU=lll (VNG)
I Hoe verhouden de achtervangovereenkomst van gemeenten en de Staat zich tot elkaar? WSW sluit met zowel de gemeenten als de Staat achtervangovereenkomsten. Inhoudelijk zijn deze overeenkomsten nagenoeg identiek. Die overeenkomsten zorgen ervoor dat zowel gemeenten als de Staat renteloze geldleningen aan WSW verstrekken wanneer het risicovermogen van WSW het garantieniveau onderschrijdt. Gemeenten en de Staat staan ieder voor 50% in de achtervang. De gemeentelijke achtervangovereenkomst wijkt op een enkel punt af van de achtervangovereenkomst tussen WSW en de Staat. Zo geldt voor gemeenten een verdeelsleutel voor verstrekking van renteloze geldleningen en hebben gemeenten de mogelijkheid een limiet te bepalen voor een deelnemer die werkzaam is in hun gemeente. Daarbij geldt dat wanneer een deelnemer werkzaam is in meerdere gemeenten die limiet slechts dan wordt bepaald, in geval alle bij die deelnemer betrokken gemeenten hiertoe besluiten.
Hoe wordt in de nieuwe achtervangovereenkomst het totaal aan renteloze leningen verdeeld over gemeenten? Zoals hierboven toegelicht wordt het totaal aan renteloze leningen dat op enig moment nodig is voor 50% opgevraagd bij de Staat en voor 50% opgevraagd bij gemeenten.
De 50% die WSW bij gemeenten opvraagt wordt bepaald op basis van de marktwaarde van de DAEBregistergoederen en wordt als volgt verdeeld: a. de helft wordt verdeeld over de gemeenten waar deelnemers die DAEB-registergoederen bezitten en waarvoor WSW werd aangesproken op geborgde geldleningen van die deelnemers. De verdeling van dit bedrag over die gemeenten geschiedt naar evenredigheid van aanspraken, b. de andere helft van dit bedrag wordt verdeeld over alle Gemeenten die een achtervangovereenkomst met WSW zijn aangegaan naar evenredigheid van het schuldrestant van alle geborgde geldleningen. Hoe worden de oude en nieuwe verdeelsleutel voor verstrekkina van renteloze geldleningen door gemeenten gecombineerd mocht het ooit komen tot verstrekken hiervan? De uitkomst van de ledenraadpleging heeft erin geresulteerd dat voor nieuwe geborgde geldleningen (vanaf 1 augustus 2021) de generieke verdeelsleutel geldt. Voor reeds bestaande geborgde geldleningen blijft de bestaande individuele gemeentelijke achtervang van kracht. Zodra een geborgde geldlening onder het oude systeem afloopt wordt deze, wanneer er nog steeds een (her)financieringsbehoefte bij de deelnemer bestaat, onder de nieuwe gemeentelijke achtervangovereenkomst afgesloten. Zo doorlopen we gestaag de transitie naar een volledig nieuw (verdeel)systeem.
In de tussentijd bestaat er een duaal systeem. Het aandeel waarvoor uw gemeente in de achtervang van geborgde geldleningen staat is bepalend voor het aandeel waarvoor u renteloze leningen dient te verstrekken.
Een voorbeeld, stel: De totaal geborgde schuld bedraagt € 80 miljard. Uw gemeente heeft tien ‘oude’ achtervangposities van 100 mln waarin u elk volledig in de achtervang staat, tezamen is dit een achtervangpositie van € 1 miljard. Uw gemeente heeft één 'nieuwe’ achtervangpositie van € 1 miljard waarin u gegeven de waarde van het bezit voor 20% in de achtervang staat, dit resulteert in een achtervangpositie van € 200 miljoen.
Betreft
Nadere toelichting aanpassing achtervangovereenkomst WSW/gemeente
Pagina
Q/Q
IIIEU1EUJEIII (vng)
f Per saldo resulteert dit in een achtervangpositie van € 1,2 miljard op totaal € 80 miljard. (1,2/80 = 1,5%). Dit is de wijze waarop ‘oude’ en nieuwe’ verdeelsleutel samen leiden tot een achtervangpositie voor uw gemeente en daarmee de verhouding waarin u participeert in de verstrekking van renteloze leningen.
Wat gebeurt er wanneer een deelnemer zich terugtrekt uit mijn gemeente of al het vastgoed verkoopt? In de nieuwe achtervangovereenkomst staat een gemeente in de achtervang naar rato van de marktwaarde in verhuurde staat van het DAEB-bezit in de betreffende gemeente. Stel een deelnemer is in vier gemeenten actief en heeft in elke gemeente een gelijke marktwaarde in verhuurde staat aan DAEB-bezit, dan staat elk van de vier gemeenten voor 1/4 in de achtervang voor leningen van de betreffende corporatie. De marktwaarde van het DAEB-bezit wordt vastgesteld op ultimo kalenderjaar in de jaarrekening van de corporatie. Stel dat uit het vastgoedbezit ultimo kalenderjaar blijkt dat een corporatie al haar DAEB-bezit in één specifieke gemeente heeft verkocht, dan staat die gemeente niet meer in de achtervang. De overige gemeenten dragen dan 1/3 van de achtervangpositie. In beginsel lijkt de achtervangpositie voor de overige drie gemeente toe te nemen. Echter de middelen die vrijkomen door verkoop worden ook weer ingezet; zo kan met de opbrengst nieuw DAEB bezit worden gebouwd waardoor dat bezit ook gaat participeren in de verdeling. Of er wordt afgelost op de geborgde schuld. Wat gebeurt er wanneer mijn gemeente de nieuwe achtervangovereenkomst niet (tijdig) ondertekent? WSW borgt dan geen nieuwe geldleningen meer van deelnemers die werkzaam zijn in uw gemeente.
Dat betekent dat die deelnemer(s) voor investeringen in uw gemeente ongeborgde leningen moet aantrekken (met een hogere rente) of dat er niet meer in uw gemeente wordt geïnvesteerd in sociaal bezit. Bestaande geborgde geldleningen blijven geborgd door WSW en uw gemeente behoudt daarvoor de bestaande achtervangpositie.