2021-07-02 RIB Motie 98-2020 - definitieve Nota van Beantwoording.pdf
Tekst van het document
Nota van beantwoording
Binnengekomen reacties op het conceptrapport “Motie geluidmaatregelen Rotterdamseweg, Effecten extra geluidschermen Rotterdamseweg” opgesteld door het adviesbureau DGMR, d.d. 23 april 2021 (hierna conceptrapport).
Datum
1 juni 2021
Inleiding Op basis van de opdracht die de gemeenteraad aan het college heeft gegeven in de motie groen scherm Rotterdamseweg (bijlage 2) en het voorstel van het burgerinitiatief 3VO.Biotoop voor een scherm van het type Greenwall® langs de Rotterdamseweg (bijlage 3. Het voorstel is door 3VO.Biotoop in december 2020 aan alle fractieleden van de gemeenteraad gestuurd.) heeft het adviesbureau DGMR een conceptrapport opgesteld waarin 4 varianten schermen langs de Rotterdamseweg zijn berekend. Participatie Het conceptrapport is voor reactie aangeboden aan inwoners van Ridderkerk die zich hiervoor per mail aangemeld hadden. Hiervoor is er een mail uitgedaan naar alle bekende contacten uit het participatie traject van de Aanpak van het Oosterpark. Ook konden inwoners via de website er kennis van nemen en is er aangegeven hoe men zich kon aanmelden. Wij hebben op het conceptrapport twee reacties ontvangen. Op 17 mei 2021 is er een online bijeenkomst ‘Vragenuur’ voor de inwoners georganiseerd. Hiervoor was de heer Bakermans van het adviesbureau DGMR aanwezig voor de beantwoording van de technische akoestische vragen en de heer Slotboom van Green Engineers voor inhoudelijke vragen over de kostenraming. Tijdens deze digitale bijeenkomst waren er 4 leden van 3VO.Biotoop aanwezig. Wij hebben de volgende reacties ontvangen (zie tabel 1).
Ook zijn alle reacties toegevoegd als bijlagen (4 en 5) bij deze nota. Tabel 1: Overzicht van de ontvangen reacties Indiener A) Particulier op het concept rapport B) Burgerinitiatief 3VO-Biotoop op het concept rapport C) Burgerinitiatief 3VO-Biotoop op de (concept) Nota van beantwoording van 11 mei 2021 D) Burgerinitiatief 3VO-Biotoop vragen voor het online vragenuur van 17 mei 2021 E) Burgerinitiatief 3VO-Biotoop op de definitieve Nota van beantwoording van 21 mei 2021
Datum document 26 april 2021 April 2021 14 mei 2021 17 mei 2021 29 mei 2021
Datum ontvangst 26 april 2021 2 mei 2021 14 mei 2021 17 mei 2021 29 mei 2021
Bijlage 4 5a 5b 5c 5d
Nota van beantwoording In deze nota staat in tabelvorm een samenvatting van de ontvangen reacties en vragen met daarachter de beantwoording met een conclusie (zie tabel 2).
Tabel 2: Samenvatting van de reacties met de beantwoording en conclusie Nr. Indiener Samenvatting van reacties en vragen Beantwoording en conclusie 1 A Indiener geeft aan dat op blz6 wordt uitgegaan van Voor een nieuw scherm kiezen we voor een (groen) absorberend scherm ter geluidsabsorberende schermen. Maar op blz7 wordt voorkoming van reflectie van geluid afkomstig van de A15. er aangesloten op het bestaande glazen scherm. Is het dan nuttig om ook het bestaande scherm In verband met een kostenafweging blijft bij de varianten 1 en 3 het bestaande geluidsabsorberend te maken? transparante scherm bij de bushalte bestaan en wordt een nieuw scherm aan de westzijde van het fietspad geplaatst. Conclusie Deze reactie geeft geen aanleiding tot aanpassing van het rapport. 2
A
Indiener geeft aan dat het heel fijn is dat er op blz7 is gekeken naar de geluidsbelasting op 1,5m. omdat dit ook tuin niveau is. En daar zit je toch vaak in de zomer.
Omdat mensen vaak op de begane grond een groot deel van hun dag doorbrengen en in de zomer inderdaad ook vaak in de tuin te vinden zijn is er gekozen om naar een geluidbelasting op 1,5 meter te kijken. Conclusie Deze reactie geeft geen aanleiding tot aanpassing van het rapport.
3
4
A
A
Indiener geeft aan dat op blz9 er een mogelijkheid is om met een korter scherm hetzelfde resultaat te krijgen. En heeft de volgende vragen: -Waarom is dit niet onderzocht? -Wat zijn daarvan de nadelen? -Wat is daarvan het financiële voordeel?
Vanuit de motie en het voorstel van 3VO.Biotoop, zoals in de inleiding is beschreven, zijn de varianten bepaald. De door indiener genoemde variant gaan we ook onderzoeken.
Indiener geeft aan dat gezien de kosten het overduidelijk is dat buiten deze maatregelen de gemeente ook zal moeten blijven aandringen op snelheidsreducties op de ons omringende wegen.
Deze reactie heeft inhoudelijk geen relatie met het conceptrapport. Deze reactie wordt ter kennisgeving aangenomen.
Conclusie Deze reactie geeft aanleiding tot aanpassing van het rapport. We voegen een nieuwe variant toe (variant 5) met een korter scherm langs de Rotterdamseweg.
Conclusie Deze reactie geeft geen aanleiding tot aanpassing van het rapport.
Pagina 2 van 24
5
B
Indiener geeft aan dat de kwaliteit van het rapport tegen valt en stelt dat het rapport onvolledig is en fouten bevat.
Wij delen de reactie van de indiener niet. Het adviesbureau DGMR is een gerenommeerd akoestisch adviesbureau wat goed werk heeft opgeleverd. Dat er vragen zijn naar aanleiding van het conceptrapport begrijpen wij, aangezien het gaat om een specialistisch onderzoek. De gestelde vragen en reacties worden in deze nota voorzien van een beantwoording. Conclusie Deze reactie geeft aanleiding tot aanpassing van het rapport. Het verzoek van indiener tijdens het vragenuur van 17 mei jl. was om meer informatie te verstrekken over de uitgangspunten en kaders die gebruikt zijn bij de berekeningen. Deze worden als bijlage toegevoegd aan het rapport.
6
B
Indiener verzoekt de gemeente om hen zo snel mogelijk de notitie toe te sturen, waarin het effect van de herinrichting van het Oosterpark ten opzichte van de bestaande inrichting wordt beschreven (zie H1.1).
Dit onderzoek heeft geen relatie met het onderzoek naar de motie “groen scherm Rotterdamseweg”. Het maakt onderdeel uit van achtergrondinformatie bij het raadsvoorstel Aanpak Oosterpark. Dit wordt openbaar als de raadsstukken openbaar worden. Conclusie Deze reactie geeft aanleiding tot het aanpassen van het rapport. Omdat het akoestisch onderzoek naar het groene scherm langs de Rotterdamseweg niets te maken heeft met het akoestisch onderzoek voor de aanpak van het Oosterpark worden deze verwijzing uit dit rapport verwijderd.
7
B
Indiener vraagt of er voor de berekeningen van het aantal gehinderden in hoofdstuk 5 de relatie tussen Lden en ‘% erge hinder’, zoals getoond in de grafiek in hoofdstuk 2, is toegepast.
De figuur op pagina 5 geeft de relatie tussen het geluidniveau en het percentage ernstig geluidgehinderden weer. Deze relatie is gebruikt bij het bepalen van het aantal ernstig gehinderden. Naast het aantal ernstig gehinderden is ook de relatie tussen de geluidbelasting en het aantal gehinderden (niet ernstig) opgenomen in de berekening van het totaal aantal gehinderden. Hierdoor wordt ook gecorrigeerd voor mensen die wel last hebben, maar niet ernstig gehinderd zijn. De berekening van het totaal aantal gehinderden, zoals in het rapport, zal dus niet 1 op 1 de lijn uit de figuur volgen. Voor de formules zie het antwoord bij reactie nummer 12.
Pagina 3 van 24
Conclusie Deze reactie geeft geen aanleiding tot aanpassing van het rapport. 8
B
Indiener vraagt op welke manier rekening is gehouden met de te verwachten groei van het verkeer op de A15 door verbreding tussen Papendrecht en Gorinchem.
Het geluid langs rijkswegen wordt beheerd door geluidproductieplafonds (GPP’s). In deze plafonds is bij de vaststelling rekening gehouden met toekomstige toenames. Hiervoor is er 1,5 dB ruimte opgenomen in de GPP’s. Deze 1,5 dB is opgeteld bij de geluidemissies in de rekenmodellen (geluidregister rijksweg). Rijkswaterstaat monitort jaarlijks de GPP’s op (dreigende) overschrijdingen op basis van de werkelijke aantallen voertuigpassages, inclusief de verdeling personenauto’s en vrachtverkeer. Mocht naar aanleiding van de verbreding tussen Papendrecht en Gorinchem de GPP’s worden overschreden dan is Rijkswaterstaat verplicht om onderzoek te doen naar aanvullende maatregelen en, indien doelmatig, deze uit te voeren. Conclusie Deze reactie geeft geen aanleiding tot aanpassing van het rapport.
9
B
Indiener vraagt of de berekeningen zijn gecorrigeerd voor de door de Gemeente Ridderkerk vastgestelde onjuiste verdeling tussen personenvoertuigen en vrachtvoertuigen op de A15.
In de berekening is uitgegaan van de GPP’s. Zie beantwoording van nr. 8. De constatering van de gemeente over de onjuiste verdeling in het aandeel middelzwaar en zwaar verkeer in 2017 heeft niet tot gevolg dat er GPP’s ter hoogte van het Oosterpark (dreigend) overschreden worden. Wij zijn in gesprek met Rijkswaterstaat voor het verbeteren van de geluidsmetingsystematiek en het aantal metingen van de afzonderlijke voertuigcategorieën. Conclusie Deze reactie geeft geen aanleiding tot aanpassing van het rapport.
10
B
Indiener vraagt of bij de berekening van de geluidsniveaus ook rekening gehouden met het verkeer op de N915 van en naar Hendrik-IdoAmbacht.
Deze weg zit in de modellen opgenomen, de N915 is een rijksweg. De bijdrage aan het totale geluidniveau door het geluid van de N915 ten opzichte van de Rotterdamseweg en de A15 is echter minimaal. Conclusie Pagina 4 van 24
Deze reactie geeft geen aanleiding tot aanpassing van het rapport. 11
B
Indiener vraagt welke situatie representeren de absolute geluidsniveaus in de tabel in hoofdstuk 5. Is dat de situatie in 2018 (de verkeersstromen dateren immers uit 2018) of zijn ze omgerekend naar de toekomst. Zo ja, welk jaar?
Voor de snelweg is uitgegaan van de gegevens zoals deze in het geluidregister zijn opgenomen. Zie beantwoording van nr. 8. Voor de overige wegen is uitgegaan van de verkeerscijfers van het jaar 2018 met een ophoging van 10% voor toekomstige groei. Uitgaande van een gemiddelde verkeersgroei van circa 1% per jaar zou dit een toekomstsituatie over circa 10 jaar beschrijven (ca 2028). Het effect van de 10% intensiteitsverhoging bedraagt ongeveer 0,5 dB op de geluidniveaus. Conclusie Deze reactie geeft geen aanleiding tot aanpassing van het rapport.
12
B
Indiener vraagt om een uitleg over de wijze waarop het aantal ‘gehinderden’ in de tabel in hoofdstuk 5 is berekend. Hoe er uitgekomen is op 1028 gehinderden bij de Referentiesituatie.
Het totaal aantal gehinderden is bepaald aan de hand van de formules voor het percentage gehinderden plus het percentage ernstig gehinderden. In de handreiking geluidhinder wegverkeer van het RIVM staan deze formules (technisch) weergegeven:
Om gebruik te maken van deze formules is de geluidbelasting per gebouw bepaald op begane grondniveau. Via publieke informatie van het BAG zijn deze gebouwen gekoppeld aan een aantal bewoners per gebouw. Het aantal (ernstig) gehinderden is vervolgens bepaald door het percentage gehinderden en ernstig gehinderden horende bij de geluidbelasting te vermenigvuldigen met het aantal bewoners. Voor het totaal aantal gehinderden zijn beide aantallen gehinderden gesommeerd over alle woningen. Een beschrijving van de bepaling van het aantal gehinderden wordt als bijlage aan het rapport toegevoegd. Pagina 5 van 24
Conclusie Deze reactie geeft aanleiding tot aanpassing van het rapport. Het verzoek van indiener tijdens het vragenuur van 17 mei jl. was om af te ronden op 1 decimaal. Ter onderbouwing van de berekening van het aantal gehinderden worden de onafgeronde getallen in de tabellen opgenomen (in 1 decimaal). Ook wordt een beschrijving van de bepaling van het aantal gehinderden als bijlage bij het rapport gevoegd. In bijlage 1 van deze nota is ook een tabel opgenomen met onafgeronde getallen van het conceptrapport. 13
B
Indiener vraagt of en klopt dat de twee categorieën “gehinderden” en “enigszins gehinderden” (zie pagina 3 van dit document) mee moeten tellen.
Bij de vergelijking van de varianten is alleen het aantal ernstig gehinderden en (gewoon) gehinderden meegenomen. Deze zijn bij elkaar opgeteld. De enigszins gehinderden zijn hierbij niet meegenomen. Dit is een keuze in analogie met het onderzoek naar het scherm in het Oosterpark, om duidelijk het verschil in varianten te zien. Zie ook de beantwoording nr.12. Conclusie Deze reactie geeft geen aanleiding tot aanpassing van het rapport.
14
B
Indiener vraagt of hun berekening zoals in de bijlage weergegeven van het totaal aantal gehinderden per variant onderschreven wordt. Indien dat niet zo is, hoe zou het dan moeten zijn?
Op basis van de toegestuurde informatie, zoals opgenomen in bijlage 1 van de reactie, lijkt het dat de berekening van de indiener juist is uitgevoerd. Alleen de factoren (% per geluidniveau) zijn afgelezen uit de grafiek, terwijl hiervoor een formule gebruikt wordt. De berekening van het aantal gehinderden is uitgelegd in de beantwoording van nr. 12. Een beschrijving van de bepaling van het aantal gehinderden wordt als bijlage aan het rapport toegevoegd. Conclusie Pagina 6 van 24
Deze reactie geeft aanleiding tot aanpassing van het rapport. Het verzoek van indiener tijdens het vragenuur van 17 mei jl. was om af te ronden op 1 decimaal. Ter onderbouwing van de berekening van het aantal gehinderden worden de onafgeronde getallen in de tabellen opgenomen (in 1 decimaal). Ook wordt een beschrijving van de bepaling van het aantal gehinderden als bijlage bij het rapport gevoegd. In bijlage 1 van deze nota is ook een tabel opgenomen met onafgronde getallen van het conceptrapport. 15
B
Indiener vraagt om een volledig overzicht voor Lnight van het aantal bewoners in de geluidsklassen vanaf 48 dB t/m 54 dB (niet getotaliseerd, maar per klasse).
Een overzicht van Lnight zal als bijlage in het rapport worden toegevoegd. In de Lden zit ook in de Lnight verwerkt. Voor de Lden is de toetshoogte genomen van 1,5 meter. Voor de Lnight is een toetshoogte van 4,5 meter gekozen. Conclusie Deze reactie geeft aanleiding tot aanpassing van het rapport. Er wordt een overzicht van de Lnight en slaapverstoorden als bijlage in het rapport toegevoegd. In bijlage 1 van deze nota is ook een tabel opgenomen van de L night en slaapverstoorden van het conceptrapport.
16
B
Indiener vraagt om aan te geven hoe u uit deze getallen het aantal slaapverstoorden heeft afgeleid?
Zie beantwoording van nr. 12, met als formule: %HSD = 20,8 – 1,05 (Lnight) + 0,01486 (Lnight)² Vanaf een geluidbelasting van 39 dB. Dit is het percentage ernstig slaapverstoorden. Conclusie Deze reactie geeft geen aanleiding tot aanpassing van het rapport.
17
B
Indiener vraagt hoe het mogelijk is dat het aantal slaapverstoorden bij variant 4 toeneemt, terwijl het aantal bewoners dat ’s nachts een geluidsbelasting tussen de 50 dB en 54 dB ervaart, afneemt t.o.v. variant 1.
Het aantal slaapverstoorden wordt bepaald vanaf een onafgeronde geluidbelasting vanaf 39 dB. Verschuivingen lager dan 50 dB, of verschillen in de niet afgeronde geluidbelastingen kunnen hierdoor verschil geven in het aantal slaapverstoorden. Conclusie Deze reactie geeft geen aanleiding tot aanpassing van het rapport. Pagina 7 van 24
18
B
Indiener vraagt meer informatie over het type geluidsscherm dat voor de begroting is aangenomen en de wijze waarop de kosten zijn begroot. Is dit een ‘groen’ geluidsscherm? Is een type “Greenwall” overwogen, zoals ook langs de rest van de Rotterdamseweg is gebruikt (of een vergelijkbaar type van een andere fabrikant)?
De berekeningen van de ramingen zijn uitgevoerd door Green Engineers. Dit bureau is gespecialiseerd in het opstellen van ramingen voor civiele werken. De kosten, zoals genoemd in het conceptrapport van het adviesbureau DGMR, zijn een raming van alle voorkomende kosten bij het realiseren van een geluidsscherm. Hierbij zijn aannames aangehouden voor: - de bestaande ondergrond (i.v.m. heipalen); - voorkomende windbelasting; - de specifieke situatie ter plaatse (het scherm moet minimaal 1 meter vanaf het fietspad worden gebouwd, er is bouwruimte nodig en er ligt op een deel van het tracé een schuin talud); - de kosten, die te maken hebben met werkvoorbereiding en uitvoering (zoals inrichten en afzetten bouwplaats, bouwkeet, VAT-kosten e.d.). Het rekenen met de door de leverancier afgegeven m 2 prijs houdt geen rekening met bovenstaande factoren en is daarom niet volledig. Er zijn inderdaad meerdere keuzemogelijkheden qua scherm die in prijs niet veel uiteenlopen. Bij het opstellen van de ramingen hebben wij de gemiddelde prijs van een Greenwall® scherm gebruikt. Conclusie Deze reactie geeft geen aanleiding tot aanpassing van het rapport.
Pagina 8 van 24
19
20
21
22
B
B
B
B
Bij variant 4 is er sprake van een scherm van 5 meter hoog dat over een lengte van 52 meter aansluit op de bestaande wal met scherm. In de bijlage wordt vermeld, dat hiervoor een nieuw transparant scherm wordt voorgesteld. Indiener vraagt waarom het bestaande houten scherm niet wordt verhoogd. Dat is naar de mening van de indiener goed mogelijk en het zou ook praktischer zijn omdat dit scherm zich voor een groot deel in de bosschages bevindt. Een transparant scherm heeft dan niet veel zin en het wordt ook snel vuil.
Het bestaande scherm doet al 20-25 jaar dienst. Bij het ophogen van het bestaande scherm moet goed gekeken worden naar de gebruikte fundering en bijbehorende constructie en de windbelasting die er op komt bij de verhoging. Dan moet bepaald worden of dit technisch op te hogen is en dat de totale constructie dan nog minimaal 40 jaar mee kan. Dit achten wij niet mogelijk, daarom zijn we hier niet vanuit gegaan.
Op de tekeningen in de bijlagen is weergegeven dat het ‘blauwe’ scherm langs de A15 eindigt bij de onderzijde van het talud van de Rotterdamseweg. Dit levert een gat op ter plaatse van het talud. Er was toegezegd dat het scherm zou doorlopen tot bovenaan het talud. Indiener vraagt om helderheid te verschaffen over de wijze waarop het nieuwe scherm aan zal sluiten op het talud.
Zoals inderdaad is toegezegd zal het scherm langs de A15 aansluiten op het talud. Dit wordt aangepast op de figuren in het rapport.
Indiener ziet graag nog een vijfde variant uitgewerkt om te kunnen beoordelen of dat nog een financieel aantrekkelijker variant is dan variant 4, zonder dat dit erg ten koste gaat van de geluiddemping. Deze variant 5 is feitelijk variant 4, maar eindigt na het 180 meter lange en 5 meter hoge scherm. De drie delen van 60 meter lang met afnemende hoogte vervallen bij deze variant. Het scherm loopt dan tot iets voorbij de kruising met de N915.
Zie beantwoording van nr. 3
Indiener geeft naast bovenstaande vragen de volgende opmerkingen aan over hoofdstuk 1.1.:
Naast de motie is ook het voorstel van de indiener betrokken bij de keuze van de 4 varianten. Het klopt dat er geen overleg is geweest met 3VO Biotoop. Dit is verkeerd weergegeven.
Conclusie Deze reactie geeft geen aanleiding tot aanpassing van het rapport.
Conclusie Deze reactie geeft aanleiding tot aanpassing van het rapport.
Conclusie Deze reactie geeft aanleiding tot aanpassing van het rapport. We voegen een nieuwe variant toe (variant 5).
Pagina 9 van 24
-
-
Er is geen overleg geweest met 3VO.Biotoop, dit is wel aangeboden maar geen gebruik van gemaakt. De uitgangssituatie is onzeker omdat de inrichting van het Oosterpark nog niet definitief is.
Voor de berekening van het effect van de verschillende schermvarianten langs de Rotterdamseweg zijn de gevolgen van het huidige schetsontwerp (dd april 2021) van de aanpak Oosterpark meegenomen. Conclusie Deze reactie geeft aanleiding tot aanpassing van het rapport. De zin “(in overleg met de bewonersorganisatie 3VO.Biotoop)” zal verwijderd worden. In plaats hiervan wordt aangegeven dat het voorstel van 3VO.Biotoop van december 2020 betrokken is bij de keuze van de varianten. In het rekenmodel voor het (definitieve) rapport wordt er gerekend met een verdere detaillering en optimalisatie van het laatste ontwerp van de aanpak van het Oosterpark.
23
B
Indiener geeft naast bovenstaande vragen de volgende opmerking aan over hoofdstuk 2.2: - Er moet niet teveel waarde worden gehecht aan de grenswaarden uit het Actieplan geluid. Het ligt voor de hand dat deze waarden in de toekomst omlaag zullen moeten naar de WHO advieswaarden.
Wij zijn het niet eens met deze reactie van de indiener. De huidige vastgestelde plandrempel van 63 dB en de ambitiewaarde van 59 dB zijn zeker wel relevant. Dit zijn namelijk onze huidige beleidswaarden waaraan wij nu toetsen. De vraag of de beleidswaarden in de toekomst wel of niet verlaagd worden wordt onderzocht bij het volgende Actieplan geluid waarbij de gemeente kijkt naar reële beleidswaarden. Conclusie Deze reactie geeft geen aanleiding tot aanpassing van het rapport.
24
B
Indiener geeft naast bovenstaande vragen de volgende opmerking aan over hoofdstuk 4: - Variant 1 en 4 zijn de varianten die in de motie zijn gevraagd. - Varianten 2 en 3 voegen ten opzichte van de varianten 1 en 4 niets toe. - De variant 4 lijkt veel op het scherm dat in december 2020 door indiener is voorgesteld.
Zowel de akoestische effecten als de financiële gevolgen zijn onderzocht. Voor een goede afweging op beide aspecten zijn deze 4 varianten doorgerekend, waarbij ook gekeken is naar het behoud van het bestaande geluidscherm.
Conclusie Deze reactie geeft geen aanleiding tot aanpassing van het rapport.
Pagina 10 van 24
Hierin zit een verbetering doordat het bestaande scherm ook 5 meter hoog wordt. 25
26
27
B
B
C
Indiener geeft naast bovenstaande vragen de volgende opmerking aan over hoofdstuk 5: - Op basis van de grafiek in hoofdstuk 2, op blz. 5 zou het aantal gehinderden veel lager moeten zijn. - Als deze grafiek gebruikt is in de berekening dan moet in de tabel erg gehinderden staan.
Het genoemde aantal gehinderden in de tabel in hoofdstuk 5 is de som van het aantal gewoon gehinderden en ernstig gehinderden. Zie de berekening van het aantal gehinderden in de beantwoording van nr. 12.
Indiener geeft naast bovenstaande vragen tot slot de volgende opmerkingen: - In het rapport staat een uitspraak over de doelmatigheid van een scherm. De indiener vindt dit ongepast.
Wij hebben aan het adviesbureau DGMR gevraagd om de doelmatigheid te onderzoeken. Dit is van belang voor de afweging. Het beschreven advies wordt verwijderd uit de rapportage.
Indiener verzoekt de tekst in de Nota van beantwoording aan te passen over het ingestuurde voorstel omdat de lezer kan afleiden dat het voorstel van 3VO.Biotoop pas op 26 maart 2021 is ingestuurd. 3VO.Biotoop heeft dit voorstel ingestuurd in december 2020 voorde behandeling van het onderwerp ‘Geluidsscherm langs de A15’ in de gemeenteraad.
Conclusie De tekst van deze Nota van beantwoording is aangepast en aangevuld naar aanleiding van deze reactie.
Conclusie Deze reactie geeft geen aanleiding tot aanpassing van het rapport.
Conclusie Deze reactie geeft aanleiding tot aanpassing van het rapport.
Pagina 11 van 24
28
29
C
C
Indiener geeft de volgende reactie op de beantwoording van nr. 1: Ook bij variant 4 gaat u uit van een nieuw op te richten glazen scherm (eerste deel vanaf de wal, 52 meter lang). Dat is niet in lijn met uw antwoord bij deze vraag en ook niet in lijn met de opdracht vanuit de Gemeenteraad. Een glazen scherm heeft als nadelen dat het slecht absorbeert en door onvoldoende massa ook slecht dempt. Een glazen scherm is hier ook niet praktisch gezien de aanwezige beplanting. Een ‘Groen’ scherm zal beter functioneren en is vermoedelijk ook goedkoper. Graag het ontwerp op dit punt aanpassen
Op dit moment staat op het eerste deel een houten scherm (3m hoog), dat langs de weg overgaat in een glazen scherm (2.5m hoog). Vanuit sociale veiligheid kan een transparant scherm, zoals genoemd in variant 4, wenselijk zijn. Hierdoor zijn de fietsers op dit deel van het fietspad zichtbaar vanaf de Rotterdamseweg. Een glazen of houten scherm absorbeert inderdaad weinig geluid, maar het houdt net zoveel geluid tegen als een groen of betonnen scherm. De afschermende werking is dus hetzelfde. Een scherm moet minimaal een massa hebben van 40 kg/m2 voor een goede afschermende werking. De kosten van een transparant scherm en een groen scherm zijn eveneens vergelijkbaar. Of dit schermdeel dus transparant of absorberend (groen) wordt uitgevoerd kan in een later stadium nog besloten worden. Dit heeft geen effect op de resultaten.
Indiener geeft de volgende reactie op de beantwoording van nr. 6: Wij zijn het niet eens met uw antwoord dat het rapport over het effect van de herinrichting van het Oosterpark op de geluidsbelasting bij woningen geen relatie heeft met het onderzoek naar een groen scherm langs de Rotterdamseweg. Er is alle aanleiding om te veronderstellen dat, door het uitbreiden van de accommodatie van de Rowdies en de daarmee gepaard gaande bomenkap, de geluidsbelasting van de woningen langs de Tarbot zal toenemen. Deze woningen worden ook getroffen door de geluidsoverlast uit zuidoostelijke richting vanaf de A15, de Rotterdamseweg en de N915. Voor deze bewoners is het van belang dat de
Zoals ook in de beantwoording van nr. 6 staat maakt dit onderzoek onderdeel uit van achtergrondinformatie bij het raadsvoorstel Aanpak Oosterpark. Dit wordt openbaar als de raadsstukken openbaar worden.
Conclusie Deze reactie geeft aanleiding tot aanpassing van het rapport. Met informatie over waarom er gerekend is aan een transparant scherm (in verband met de sociale veiligheid). Maar dat hierover nog in een later stadium een keuze gemaakt kan worden.
Bomen geven een zeer beperkte geluidafschermende werking (blijkt uit literatuur). Pas als er hele grote dichte stroken beplanting verwijderd worden kan hier enig effect van gemeten worden. In de berekeningen is dan ook geen rekening gehouden met enige afscherming door beplanting. Er is alleen gekeken naar het effect van een veranderende bodem. In het laatste half jaar is er veel doorontwikkeling en optimalisatie geweest van de aanpak in het Oosterpark. De laatste versie van de aanpak van het Oosterpark is in het conceptrapport verwerkt. Deze veranderingen leiden tot het andere getal van gehinderden. Pagina 12 van 24
30
C
toenemende geluidsoverlast door de herinrichting van het Oosterpark minimaal wordt gecompenseerd door een geluidsbescherming voor het geluid uit zuid-oostelijke richting. Het is derhalve niet correct de verwijzing naar het rapport over het effect van de herinrichting van het Oosterpark te schrappen en wij dringen er nogmaals op aan het rapport op korte termijn openbaar te maken.
In vergelijking met het rapport Oosterpark Ridderkerk- uitwerking effect schermen van 15 oktober 2020 waarin de verschillende varianten van de locatie van de Rowdies zijn onderzocht, is het geluidmodel wat nu gemaakt is veel gedetailleerder.
Indiener geeft de volgende reactie op de beantwoording van nr. 10: Als het verkeer op de N915 in de modellen is meegenomen, dan moet dit ook in het rapport vermeld worden. Een goed onderzoeksrapport geeft een volledige inzicht in de opbouw van de theoretische modellen en moet helder zijn over de uitgangspunten.
Bij het opstellen van het (concept)rapport is er bewust gekozen voor een rapport dat voor een ieder goed leesbaar is. Daarom zijn er veel technische gegevens niet vermeld omdat dit de leesbaarheid niet ten goede komt. Uiteraard zijn alle gegevens beschikbaar.
Conclusie Deze reactie geeft aanleiding tot aanpassing van het rapport. In het rekenmodel voor het (definitieve) rapport wordt er gerekend met een verdere detaillering en optimalisatie van het laatste ontwerp van de aanpak van het Oosterpark.
De N915 is een rijksweg en is dan ook opgenomen in het Geluidregister Weg. In het rapport is deze weg meegenomen en is dit beschouwd als onderdeel van de A15. Conclusie Deze reactie geeft aanleiding tot aanpassing van het rapport. Er zal vermeld worden dat ook de N915 in het rekenmodel is opgenomen. Andere uitgangspunten voor de berekeningen worden in een bijlage van het rapport opgenomen.
31
C
Indiener geeft de volgende reactie op de beantwoording van nr. 12: U geeft aan dat het aantal gehinderden zoals weergegeven in de tabel de optelsom is van het aantal gehinderden en het aantal ernstig gehinderden berekend met de formules zoals gegeven door het RIVM in haar document “RIVM Rapport 609300020/2011”, bij tabel 7 op pagina 48. U zegt dat uw reactie geen aanleiding is om het
Een beschrijving van de bepaling van het aantal gehinderden wordt als bijlage aan het rapport toegevoegd. Conclusie Deze reactie geeft aanleiding tot aanpassing van het rapport door toevoegen van een bijlage.
Pagina 13 van 24
conceptrapport aan te passen. Wij zijn het daarmee niet eens. Het is van belang dat in het rapport wordt vermeld hoe het aantal gehinderden is berekend. 32
C
Indiener geeft de volgende reactie op de beantwoording van nr. 14: U stelt in uw antwoord dat de verschillen tussen de berekening van 3VO en de berekening van DGMR wordt veroorzaakt door afronding van getallen. Wij hebben echter in onze berekening niet afgerond. Alleen de uitkomst is afgerond op 1 decimaal. U stelt dat DGMR ook niet heeft afgerond, hoewel ze de uitkomst wel hebben afgerond op hele getallen. Bij deze kleine getallen verhoogt dat het inzicht niet. Wij hebben de berekeningen herhaald met gebruikmaking van de formules uit antwoord 12. Dit zou tot hetzelfde resultaat moeten leiden als de berekening van DGMR, maar dat is niet het geval. De berekening komt wel tamelijk goed overeen met onze berekening op basis van de grafieken. Ter controle hebben we ook nog een schatting gedaan van de afname van het aantal gehinderden op basis van de plattegrond op pagina 21 (variant 4 , Lden). Deze afschatting leidt tot een afname van het aantal gehinderden voor variant 4 met 5,0. Dit komt beter overheen met onze berekening dan met die van DGMR. De resultaten en de wijze van berekening worden in de bijlage van dit document getoond. De verschillen tussen de diverse varianten in de berekening van DGMR zijn voor ons niet te begrijpen en lijken in relatie tot de schermvarianten onlogisch. Het gaat dan met name om de berekening van het
Het adviesbureau DGMR heeft hier nog een keer goed naar gekeken. Uit de controle is gebleken dat er bij variant 4 een fout zat in de formule, dit wordt aangepast in het definitieve rapport. In de bijlage bij deze nota zijn de tabellen van het aantal gehinderden en slaapverstoorden opgenomen met 1 decimaal op basis van het conceptrapport (nog niet van het definitieve rapport). Conclusie Deze reactie geeft aanleiding tot aanpassing van het rapport. De formule van variant 4 wordt aangepast en de tabellen worden aangepast met een afronding op 1 decimaal.
Pagina 14 van 24
aantal gehinderden en het aantal slaapverstoorden. Bij onze berekeningen is er een meer logische relatie tussen schermvarianten en het effect daarvan. Zolang het niet duidelijk is, waardoor de verschillen veroorzaakt worden, is het ons inziens niet mogelijk om een keuze tussen de varianten te maken. We vragen daarom om meer transparantie over de manier waarop DGMR tot de resultaten is gekomen. 33
34
C
C
Indiener geeft de volgende reactie op de beantwoording van nr. 15: U antwoordt dat een overzicht van Lnight als bijlage bij het definitieve rapport wordt toegevoegd. We merken op dat deze informatie van belang is voor de Commissievergadering begin juli en daarom moet deze informatie ruim vóór deze Commissievergadering beschikbaar worden gesteld. Uw opmerking dat Lnight ook in Lden zit verwerkt, lijkt te suggereren dat het verstrekken van Lnight niet nodig is. Het aantal slaapgestoorden kan echter alleen worden bepaald als Lnight bekend is en het verstrekken van deze informatie is dus wel relevant.
Een overzicht van de Lnight van het conceptrapport zal tegelijkertijd met deze nota van beantwoording beschikbaar worden gesteld (zie bijlage 1).
Indiener geeft de volgende reactie op de beantwoording van nr. 16: U geeft in uw antwoord de formule voor %HSD. Met deze formule wordt alleen het aantal ‘Ernstig Slaapgestoorden’ berekend. Er is ook een formule voor (gewoon) ‘Slaapgestoorden’. Deze formule is: %SD = 13.8 – 0.85*Lnight + 0.01670*(Lnight)2. Net als bij de ‘Gehinderden’ zijn ook die slaapgestoorden relevant. U heeft deze groep echter niet in de
Om het verschil in slaapverstoorden tussen varianten in beeld te brengen is alleen gerekend met het %ernstig slaapverstoorden. Dit is een keuze in analogie met het onderzoek naar het scherm in het Oosterpark, om duidelijk het verschil in varianten te zien.
Conclusie Deze reactie geeft aanleiding tot aanpassing van het rapport. Er wordt een overzicht van de Lnight en slaapverstoorden als bijlage in het rapport toegevoegd.
Er wordt een bijlage in het rapport opgenomen met de beschrijving hoe het aantal slaapverstoorden is berekend. Conclusie Pagina 15 van 24
35
36
C
C
berekening meegenomen. Er is daarnaast ook een formule voor ‘Enigszins Slaapgestoorden’. Het is een keuze of deze wel of niet meegenomen wordt. Het zou goed zijn om wel uit te rekenen hoe groot deze groep is. Ook hier zegt u dat de door u in het antwoord gegeven informatie geen aanleiding is om het conceptrapport aan te passen. Wij zijn het daarmee weer niet eens. Het is van belang dat in het rapport wordt vermeld hoe het aantal slaapgestoorden is berekend.
Deze reactie geeft aanleiding tot aanpassing van het rapport door toevoegen van een bijlage.
Indiener geeft de volgende reactie op de beantwoording van nr. 17: Uw uitleg is algemeen van aard en gaat niet in op de specifieke vraag. De uitleg is ook niet controleerbaar zolang wij niet beschikken over de nog te verstrekken meer gedetailleerde informatie voor Lnight (zie uw antwoord bij vraag 15). Wij verzoeken u daarom deze informatie op korte termijn naar ons toe te sturen Indiener geeft de volgende reactie op de beantwoording van nr. 18: Wij begrijpen dat er naast de kosten voor het eigenlijke scherm ook kosten zijn voor de voorbereiding van het werk. Wij hadden dat ook al (enigermate) in onze begroting meegenomen. Het kan zijn dat wij deze kosten hebben onderschat, maar dat de begroting van Green Engineers bijna drie keer zo hoog uitkomt, vinden wij wel een heel groot verschil. Dat zou betekenen dat de bijkomende kosten twee keer zo hoog zijn als de kosten van het eigenlijke scherm. Overigens merken we op dat voor de meeste ‘groene schermen’ geen heipalen nodig
Zie beantwoording nr. 15. Conclusie Deze reactie geeft aanleiding tot aanpassing van het rapport. Er wordt een overzicht van de Lnight en slaapverstoorden als bijlage in het rapport toegevoegd. In bijlage 1 van deze nota is ook een tabel opgenomen van de L night en slaapverstoorden van het conceptrapport. De prijs zoals afgegeven door de firma Greenwall® per m2 is exclusief : - Aanbrengen fundatie voor geluidscherm(afhankelijk van nog uit te voeren bodem- en sonderingsonderzoeken); - Verkeersmaatregelen ter plaatse van het fietspad en Rotterdamseweg; - Opnemen en afvoeren bestaand groen; - Opnemen en herplaatsen na gereedkomen werkzaamheden van bestaande vangrail; - Herstelwerkzaamheden aan fietspad ná uitvoering werkzaamheden geluidscherm; - Aanbrengen grondkering achter geluidscherm om meer horizontale werkruimte te genereren; - Afhankelijk van het bodemonderzoek(sonderingen) en nog uit te voeren berekeningen zal er een paallengte worden bepaald; Pagina 16 van 24
zijn. Deze kostenpost wordt in uw argumentatie wel genoemd.
-
VAT kosten voor voorbereiding(bestek, onderzoeken e.d.), administratie en toezicht zijn voor dit project vastgesteld op 17 % van de totale bouwsom.
Bovengenoemde werkzaamheden zijn wel meegenomen in de raming zoals in het rapport vermeld. Conclusie Deze reactie geeft geen aanleiding tot aanpassing van het conceptrapport. 37
C
Indiener geeft de volgende reactie op de beantwoording van nr. 20: U antwoordt dat het scherm langs de A15 volledig zal aansluiten op het talud. Dan lijkt het ons logisch dat de tekening in het rapport dit ook zo weergeeft. Het rapport dient op dit punt aangepast te worden.
Zie de aangepaste beantwoording nr. 20. Conclusie Deze reactie geeft aanleiding tot aanpassing van het rapport. De figuren in het rapport worden aangepast zodat het scherm langs de A15 aansluit op het talud.
38
C
Indiener geeft de volgende reactie op de beantwoording van nr. 21: Fijn dat u ook de door ons gevraagde 5e variant gaat doorrekenen. Het resultaat van deze berekening is van belang is voor de Commissievergadering begin juli en daarom moet deze informatie ruim vóór de Commissievergadering beschikbaar worden gesteld.
Conclusie De resultaten van de 5e variant worden toegevoegd aan het definitieve rapport. Deze zal op 2 juli beschikbaar komen en gemaild worden. Dit is conform de planning die is afgesproken met het college. Dit traject is van te voren ook gecommuniceerd aan de betrokkenen.
39
C
Indiener geeft de volgende reactie op de beantwoording van nr. 22: Wij hebben diverse keren aangeboden om onze visie te geven op de geluidsbeschermende maatregelen die worden onderzocht om de geluidsoverlast van de A15 binnen de perken te houden. In ons periodiek overleg met de verantwoordelijke wethouder hebben we ook aangeboden en gevraagd inbreng te hebben in de
Zie beantwoording nr. 22
Conclusie Deze reactie geeft aanleiding tot aanpassing van het rapport. De zin “(in overleg met de bewonersorganisatie 3VO.Biotoop)” zal verwijderd worden. In plaats
Pagina 17 van 24
40
41
C
D
uit te voeren onderzoeken. Bovendien weet ook het ambtelijk apparaat donders goed dat wij een mening hebben over de te treffen voorzieningen. In de mail van 26 maart staat dit inderdaad niet nog eens herhaald. Die mail was bedoeld om u eraan te herinneren dat wij in december een uitgewerkt voorstel hadden gedaan. We vermoeden dat de opdracht aan DGMR toen ook al was verstrekt.
hiervan wordt aangegeven dat het voorstel van 3VO.Biotoop van december 2020 betrokken is bij de keuze van de varianten.
Indiener geeft de volgende reactie op de beantwoording van nr. 26: U geeft aan dat u aan DGMR gevraagd heeft een uitspraak te doen over de doelmatigheid van de schermvarianten. Wij vinden dat net zo goed ongepast. Wij vinden dat noch het ambtelijk apparaat noch het adviesbureau daarover een uitspraak kan doen. De Gemeenteraad neemt uiteindelijk over de doelmatigheid van de varianten een besluit. Wij zijn van mening dat een uitspraak over de doelmatigheid in een onderzoeksrapport een ‘sturende’ werking heeft en zo’n uitspraak beïnvloedt de onafhankelijke wijze waarop de besluitvorming dient plaats te vinden. Wij vinden dat de uitspraak over doelmatigheid uit het rapport verwijderd moet worden.
DGMR is een onafhankelijk adviesbureau en heeft dit onderzoek uitgevoerd in opdracht van de gemeente Ridderkerk. Voor de bepaling van doelmatigheid van geluidmaatregelen (kosten versus baten) in projecten gelden wettelijke regels (bijvoorbeeld ‘Regeling doelmatigheid geluidmaatregelen Wet geluidhinder’).
Indiener heeft voor het online vragenuur de volgende vraag gesteld: Effect Herinrichting Oosterpark op geluidsoverlast: Wij hebben het laatste rapport van DGMR vergeleken met de rapportage van DGMR voor de Raadsbehandeling in december. In het rapport van oktober 2020 is het aantal gehinderden voor de
Zie beantwoording nr.29 en 32.
In het rekenmodel voor het (definitieve) rapport wordt er gerekend met een verdere detaillering en optimalisatie van het laatste ontwerp van de aanpak van het Oosterpark.
Conclusie Deze reactie geeft aanleiding tot aanpassing van het conceptrapport. Er wordt in het rapport wel aangegeven of het wel of niet doelmatig is. Het advies wordt verwijderd.
Conclusie Deze reactie geeft aanleiding tot aanpassing van het rapport. De formule van variant 4 en de tabellen worden aangepast met een afronding op 1 decimaal. En in het rekenmodel voor het (definitieve) rapport wordt er gerekend met een verdere Pagina 18 van 24
42
D
Rowdies variant ‘zuid-zuid’ met een 6 meter hoog scherm (variant 2) berekend op 1013. In het nu voorliggende rapport is het aantal gehinderden na de herinrichting berekend op 1028. Dat zijn 15 gehinderden meer. Conclusie is dus dat de situatie door de meest recente plannen voor herinrichting van het Oosterpark voor de bewoners in de zuidoost hoek van Drievliet aanmerkelijk slechter wordt. Dat is voor deze bewoners onacceptabel. Ze willen erop vooruitgaan, niet achteruit. Hoe kan deze achteruitgang worden omgebogen in een vooruitgang ?? [Referentie: Toetsing schermvarianten Oosterpark (incl. varianten Rowdies) – 15 oktober 2020]
detaillering en optimalisatie van het laatste ontwerp van de aanpak van het Oosterpark.
Indiener heeft voor het online vragenuur de volgende vraag gesteld: Het scherm langs de A15 wordt volgens het laatste plan 1700 meter lang. De tunnelingang voor de flyover in de A15 bevindt zich 1525 meter vanaf het talud van de Rotterdamseweg. Er is dus een overlap van 175 meter. Op mijn eerdere vraag of dat niet korter (en dus goedkoper) kan, was het antwoord: “Dit gaan we niet doen. Hierdoor ontstaat namelijk een geluidslek richting de woningen in de wijk Oost. Als we een dergelijke voorziening aanleggen, willen we dit wel goed doen”. Het effect van zo’n inkorting is echter nooit berekend !! De doelmatigheid van de overlap dus ook niet !! De wijk Oost ligt op meer dan 400 meter afstand van het scherm. De woningen aan de Tarbot liggen 60 meter tot 300 meter van het scherm langs de Rotterdamseweg en daarvoor geldt het argument “dat u het goed wil doen” kennelijk
Het is gebruikelijk om in dergelijke situaties het volgende te doen: om geen geluidlek te krijgen moet een overlap gecreëerd worden met een lengte van 2 tot 3 maal de afstand tussen de schermen. Hieraan voldoet het scherm in het Oosterpark. (Dit scherm heeft een lengte van 1729 meter) Dit principe is ook toegepast in dit conceptrapport bij het scherm langs de Rotterdamseweg. De afstand tussen de schermen is ongeveer 5 meter. Conclusie Deze reactie geeft geen aanleiding tot aanpassing van het conceptrapport.
Pagina 19 van 24
niet. Bij dit scherm meent u verder dat een overlap van 10 meter al voldoende is. Vooral omdat deze bewoners ook al getroffen worden door de verhuizing van de Rowdies, voelt het alsof er met twee maten wordt gemeten. Het geld dat vrij zou komen door inkorting van het scherm langs de A15 (wat ons inziens goed mogelijk is) dekt al voor een groot deel de kosten voor een scherm langs de Rotterdamseweg. Wij begrijpen daarom de keuzes niet. Graag uw reactie hierop. [Referentie: Reacties n.a.v. berichtgeving op de website en de bijeenkomsten Oosterpark 22 en 23 maart 2021 ; reactie 16 – mail J. Bos 16-4-2021] 43
D
Indiener heeft voor het online vragenuur de volgende vraag gesteld (behoort bij antwoord 12 NvB): De berekening van het aantal gehinderden is onnavolgbaar. Volgens onze berekening neemt het aantal geluidgehinderden o.b.v. Lden af met 5,5. Volgens DGMR is dat 3. Wij hebben dezelfde formules gebruikt, dus we snappen het niet !! Volgens DGMR scoort variant 4 slechter dan variant 3 voor het aantal slaapverstoorden. Dat lijkt ons met de gekozen schermconfiguraties zeer onwaarschijnlijk. Graag uw verklaring hiervoor. De berekening kunnen we nog niet controleren, omdat de gegevens hiervoor ontbreken. Wanneer kunnen we deze gegevens verwachten ?? [Referentie: de bijlage bij de Reactie van 3VO.Biotoop op de Nota van beantwoording]
Zie de beantwoording van nr.: 32 en 33. Conclusie Deze reactie geeft aanleiding tot aanpassing van het rapport. De formule van variant 4 en de tabellen worden aangepast met een afronding op 1 decimaal. Ook wordt er wordt een overzicht van de Lnight en slaapverstoorden als bijlage in het rapport toegevoegd.
Pagina 20 van 24
44
45
46
D
D
E
Indiener heeft voor het online vragenuur de volgende vraag gesteld (behoort bij antwoord 18 NvB): Volgens onze berekeningen zullen de kosten voor schermvariant 4 ergens tussen de 500 k€ en 750 k€ bedragen. DGMR zegt dat dit 1.365 k€ is. Dat is ca 2 keer zoveel. De kosten per gehinderde zijn door 3: en 4: in onze berekening maximaal 30% van de kosten per gehinderde zoals door DGMR berekend. Dat is een heel groot verschil en een aanzienlijke verbetering van de doelmatigheid. [Referentie: de bijlage bij de Reactie van 3VO.Biotoop op de Nota van beantwoording]
Zie beantwoording nr. 18 en 36.
Indiener heeft voor het online vragenuur de volgende vraag gesteld (behoort bij DGMR-rapport blz. 9 en antwoord 21 NvB): U heeft in uw nota van beantwoording aangegeven dat u ook een 5e variant gaat doorrekenen. Wanneer kunnen we daarvan de resultaten verwachten ??
Zie beantwoording nr. 38.
Indiener geeft de volgende reactie op de beantwoording van de definitieve Nota nr. 32: In de Nota van Beantwoording staat bij punt 32 dat er in het DGMR rapport een fout is gevonden in de formule voor variant 4. Het is jammer dat pas in het definitieve rapport voor ons zichtbaar zal worden wat het effect is van deze fout op het aantal gehinderden bij deze variant. Overigens zijn wij van mening dat ook de formules bij de andere varianten nog eens grondig gecheckt moeten worden, want ook bij de andere varianten
Het adviesbureau DGMR heeft alle formules uitvoerig gecontroleerd. Er zijn geen verdere fouten geconstateerd. Het effect van deze herstelde fout betekent dat het aantal gehinderden voor alle varianten lager wordt. De aangepaste tabel wordt opgenomen in het rapport.
Conclusie Deze reactie geeft geen aanleiding tot aanpassing van het rapport.
Conclusie De resultaten van de 5e variant worden toegevoegd aan het definitieve rapport. Deze zal op 2 juli beschikbaar komen en gemaild worden. Dit is conform de planning die is afgesproken met het college. Dit traject is van te voren ook gecommuniceerd aan de betrokkenen.
De (kleine) verschillen in uitkomsten tussen de berekening van DGMR en de controleberekening van indiener zijn allen verklaarbaar, doordat indiener niet de complete set met geluidbelastingen per woning tot zijn beschikking heeft (waarin gewerkt is met de onafgeronde geluidbelasting en daaruit afgeleide gehinderden), maar alleen de overzichtstabel met aantal personen per dB-klasse.
Pagina 21 van 24
47
48
E
E
komen wij op significant andere uitkomsten voor het aantal gehinderden. Zie de bijlage voor meer details over de verschillen in de uitkomsten. In het PDF document staan de verschillen overzichtelijk onder elkaar op pagina 1.
Conclusie Deze reactie geeft geen aanleiding tot verdere aanpassing van het rapport.
Indiener geeft de volgende reactie op de beantwoording van de definitieve Nota: Wij hebben nu ook kennis kunnen nemen van de berekende (gesimuleerde) geluidsbelastingswaarden voor Lnight en het daaruit afgeleide aantal slaapverstoorden. Helaas komen wij ook hier op geheel andere uitkomsten voor het aantal slaapverstoorden. Wij hebben de berekening gedaan voor “Ernstig slaapverstoorden” (HSD) èn voor “Gewoon slaapverstoorden” (SD) en daarbij gebruik gemaakt van de door DGMR opgegeven formules en uiteraard ook van de door DGMR opgegeven geluidsbelastingstabel voor Lnight. In analogie met de berekening van het aantal gehinderden vinden we dat het aantal “Gewoon slaapverstoorden” ook meegeteld moet worden.
Voor de verklaring van de verschillen in uitkomsten tussen de berekening van het adviesbureau DGMR en van de indiener zie de reactie op nr. 46.
Indiener geeft de volgende reactie op de beantwoording van de definitieve Nota: Volgens de berekening van DGMR scoort variant 1 het beste, dwz deze variant geeft het kleinste aantal slaapverstoorden. Dat lijkt ons niet logisch. Variant 1 is immers een laag scherm en wij begrijpen niet dat deze variant beter beschermt tegen
De tabel die in de bijlage 1 van de Nota van beantwoording van 21 mei 2021 is opgenomen, is nog gebaseerd op dezelfde berekening uit het concept geluidsrapport, alleen nu met decimalen. De geconstateerde fout is hierin nog niet hersteld.
Het verzoek van indiener dat bij het bepalen van het aantal slaapverstoorden niet alleen gekeken wordt naar het aantal ernstig slaapverstoorden, maar ook het aantal gewoon slaapverstoorden mee moet worden gewogen, wordt afgewezen. De reden hiervoor is dat we een consistent afwegingskader gebruiken. Als we nu de gewoon (en licht) slaapverstoorden mee zouden nemen dan is dit niet meer vergelijkbaar met de resultaten van het onderzoek “Geluidhinder Oosterpark Ridderkerk” (scherm Oosterpark) en de aanpak van het Oosterpark. Deze werkwijze sluit ook aan bij de 5 jaarlijkse geluidsbelastingkaarten en Actieplannen geluid. Daarnaast zal het meenemen van de gewoon (en licht) slaapverstoorden niet leiden tot andere conclusies en verschillen tussen de varianten. Conclusie Deze reactie geeft geen aanleiding tot verdere aanpassing van het rapport.
Zie ook de beantwoording van nr.: 32 en 33.
Pagina 22 van 24
49
E
nachtelijk geluid dan de varianten 3 en 4 die bij wezenlijk hogere schermen behoren. Volgens onze berekening scoort variant 3 het beste, wat logischer is, hoewel wij eigenlijk verwacht hadden dat variant 4 nog beter zou scoren. Niettemin blijft het effect van de schermen op het aantal slaapverstoorden verbazingwekkend klein. Zie pagina 2 van het PDF-document voor het overzicht van de verschillen tussen de DGMRberekening en onze berekening. Indiener geeft de volgende reactie op de beantwoording van de definitieve Nota: We vragen DGMR de berekeningen nog eens te controleren, want het is onbegrijpelijk dat volgens hun berekening variant 1 het beste scoort. Ook vragen we of DGMR kan verklaren waarom variant 3 een beter resultaat geeft dan variant 4 (zowel in hun berekening als in die van ons). Heeft dat te maken met een te kleine overlap van de schermen ? En wat zou er nog gedaan kunnen worden om het effect van de schermen te verbeteren ?? Over het geheel genomen vinden wij de verschillen tussen de berekening van DGMR en onze berekeningen te groot om te negeren. We hebben dezelfde formules gebruikt, dus de uitkomsten zouden ook gelijk moeten zijn. Is daar een verklaring voor ?
Conclusie Deze reactie geeft aanleiding tot aanpassing van het rapport. De formule van variant 4 en de tabellen worden aangepast met een afronding op 1 decimaal. Ook wordt er wordt een overzicht van de Lnight en slaapverstoorden als bijlage in het rapport toegevoegd.
Het verschil tussen deze scores werd veroorzaakt door de geconstateerde fout. Zie de beantwoording van nr. 46 en 48. Conclusie Deze reactie geeft aanleiding tot aanpassing van het rapport. De formule van variant 4 en de tabellen worden aangepast met een afronding op 1 decimaal. Ook wordt er wordt een overzicht van de Lnight en slaapverstoorden als bijlage in het rapport toegevoegd.
Pagina 23 van 24
Bijlage 1 – tabellen gehinderden en slaapverstoorden (horende bij het conceptrapport)
Pagina 24 van 24