2021-05-25-verslag-commissie-Samen-leven.pdf
Tekst van het document
Woordelijk verslag vergadering commissie Samen leven 25 mei 2021
1.
Opening en vaststelling agenda De heer Slingerland: Het is acht uur, ik ga de voorzitter het woord geven. De voorzitter: Ja, dank u wel. Misschien de luidspreker uit. Oké. Welkom allemaal bij deze commissie Samen Leven. De meeste fracties zijn vertegenwoordigd. D66 heeft laten weten vanavond niet aanwezig te kunnen zijn. De fractie van Burger op 1 zou komen, is er nog niet, maar wat niet is kan altijd nog komen dan. Dat zullen wij even af moeten wachten. Nou, de vergadering is live, wordt die uitgezonden en later ook terug te luisteren. U bent ermee bekend, of u de microfoon uit wil laten zolang u het wordt niet heeft gekregen. Als u het woord wil dan graag middels het opsteken van uw handje, dan probeer ik dat hier een beetje in goede banen te leiden. U heeft allemaal de agenda gehad, kunt u zich daarin vinden? Dat lijkt bij niemand niet het geval te zijn, dus gaan we ervan uit dat dat zo is.
2.
Spreekrecht voor hen die zich hebben aangemeld De voorzitter: Agendapunt 2 is het spreekrecht, daarvoor heeft zich niemand aangemeld.
3.
Overleg met het college over Ontwikkelopgaven Wmo De voorzitter: Dan kunnen wij door naar agendapunt 3, dat is het overleg met het college over de ontwikkelopgaven voor de Wmo. Nou, daar is de raad eerder voor aangegeven dat deze commissie daar betrokken te willen worden bij de aanbesteding. U bent daar door het college in de afgelopen periode regelmatig op de hoogte gehouden middels de raadsinformatiebrieven. Vanavond kunnen we daarover in gesprek met de wethouder. Om te beginnen voor dit agendapunt zal er een korte presentatie worden gegeven. Ik wil voorstellen om, mocht u tijdens de presentatie vragen hebben, om die even te noteren en dat we die na afloop van de presentatie dan wel meenemen. Omdat in deze digitale setting het anders wellicht heel erg rommelig wordt. En dan zou ik nu graag het woord geven aan wethouder Franzen. Wethouder Franzen, gaat uw gang. De heer Franzen: Ja, dank, voorzitter. Het klopt, wij hebben inderdaad al een behoorlijk aantal keren … De voorzitter: We horen u niet, wethouder. Althans ik niet. Maar ik begrijp de rest wel dus dat zal aan mij liggen. Gaat uw gang, sorry. De heer Franzen: Het klopt, voorzitter, we hebben al een aantal keren over deze aanbesteding met elkaar van gedachten gewisseld, dus we zitten inmiddels, ja, ver in de uitvoering.
Maar het is, ja, het leeft erg bij de commissieleden dus het is goed om nu nog een laatste keer van gedachten te wisselen met elkaar over in ieder geval de voorgenomen aanbesteding door het college. Omdat we ook binnenkort over een maand het bestek zullen gaan publiceren. Dus ja, we willen graag nog een keer de commissieleden meenemen in ons voorgenomen voornemen. Belangrijk is om te weten, in de commissie in december is eerder gekozen voor een doorontwikkeling van wat we al hadden, dat staat voorop. Ook de open house constructie staat voorop. En ja, we hebben ook gezegd, we willen een ontwikkelopgave koppelen aan die aanbesteding om samen met partners te werken aan de goede dingen voor onze kwetsbare inwoners. Die ontwikkelopdracht willen we vooraf kenbaar maken zodat ook aanbieders weten, wat wordt er gedurende de looptijd van het contract van Pagina 1 van 14
jullie verwacht? En dan zou ik nu graag het woord willen geven aan de heer Schaap voor de presentatie, en die neemt jullie allen mee in alle keuzes en alle dingen die wij voornemens zijn. De voorzitter: Mijnheer Schaap, ga uw gang. De heer Schaap: Dank u wel, wethouder, dank u wel, voorzitter. Ik ga proberen mijn scherm met u allen te delen om zo de prestatie te laten zien. Als het goed is ziet u nu inmiddels de presentatie in het scherm verschijnen, als dat niet het geval is dan hoor ik dat ook graag. Inmiddels kan ik uw gezichten daardoor ook niet meer zien inderdaad. Nou ja, we proberen zo snel mogelijk door de stukken heen te gaan zodat er ook meer dan voldoende tijd en ruimte overblijft voor eventuele vragen en of verduidelijkingen. En in de tussentijd, nou ja, mocht er toch een onderbreking noodzakelijk zijn dan willen we vragen om dat even via audio kenbaar te maken want zoals ik al zei, ik kan nu op dit moment niemand meer zien. Dan de stap naar de inkoopstrategie voor de Wmo. Zoals wethouder Franzen al heeft toegelicht, willen we vanavond met u stilstaan op de inkoopstrategie voor de Wmo, en dan specifiek gericht op de begeleiding dagbesteding kortdurend verblijf en hulp bij het huishouden. Vanavond willen we het met u hebben over een aantal zaken.
U heeft al een raadsinformatiebrief gehad over dit onderwerp, maar specifiek willen we u verder informatie geven over de wijze van aanbesteding en ook de ontwikkelopgaven die daarbij horen en de ambities die het college daarbij heeft vastgelegd voor de komende jaren. Daarnaast willen we met u stilstaan over wat er bedoeld wordt, wat we willen bereiken met deze doelstellingen en hoe dit aansluit tot integraal beleid sociaal domein en vervolgens, hoe we deze ambities tot uitvoering denken te brengen. En we zullen een nadere toelichting geven op die ontwikkelagenda en ook meer vertellen over de marktanalyse die is uitgevoerd ten behoeve van deze inkoopstrategie, om vervolgens een duidelijke vertaling te maken naar wat deze inkoopstrategie uiteindelijk voor de inwoner zal betekenen en hoe we hopen dat dit de inwoner ten goede komt. Om maar een stap te maken naar het inhoudelijke onderdeel, wat willen we hiermee bereiken, wat staat er centraal bij deze inkoopstrategie? Nou, de ambitie die leidend is voor de inkoopstrategie is eigenlijk al geformuleerd in het integraal beleid sociaal domein. Daarin heeft de gemeenteraad en het college een aantal maatschappelijke effecten geformuleerd, die centraal moeten staan in het sociaal domein de komende jaren, en waarbij de gemeente tracht een aantal zaken te realiseren voor de kwetsbare inwoners.
Nou, zoals u op deze sheet kunt zien, dit zijn de belangrijkste maatschappelijke effecten. Zonder ze allemaal op te gaan lezen, staat in ieder geval de zelfredzaamheid van de burger centraal en de inwoner, en de wijze waarop we dat kunnen ondersteunen. Dit vormde echt het vertrekpunt voor het formuleren van de inkoopstrategie voor de Wmo. Dus in feite vormt het integraal beleid sociaal domein de basis en deze inkoopstrategie en deze aanbesteding zal vervolgens uitvoering geven aan de ambities die daarin zijn geformuleerd. De doelstelling is dus ook dat we, nou ja, wat hier ook staat, uitvoering geven aan het Integraal Beleid Sociaal Domein middels deze aanbesteding, dus alle keuzes die hierin worden gemaakt nemen IBSD als vertrekpunt. Nou, wat willen we daarmee bereiken? Zoals wethouder Franzen ook al heeft aangegeven, heeft de commissie Samen Leven op 15 december 2020 al een duidelijke opdracht meegegeven. Een duidelijk voorkeur uitgesproken voor ons kader voor deze aanbesteding, en dat was inderdaad het doorontwikkelen van het huidige bestek, dus kijken wat er op dit moment al goed functioneert, dat behouden en vervolgens daar bovenop een aantal doorontwikkelingen laten plaatsvinden. Maar wel met het huidige bestek als vertrekpunt, dus daarin in de basis niets wijzigen.
Middels een open house procedure, dat past ook bij het kader, bij het karakter hoe het zorglandschap op dit moment al is ingevuld. En zo behouden we ook de diversiteit aan partijen die in Ridderkerk actief zijn, maar dan wel een wijziging in de bekostigingssystematiek. Even in herinnering roepend, op dit moment is de bekostigingssystematiek resultaatgericht, en die moeten we dus wijzigen naar productiebekostiging. Wordt ook wel prijs maal kwantiteit genoemd, P x Q, en nou, dat is in ieder geval, dat was het kader dat we hebben meegekregen van het college, mede op advies van de commissie. Nou, een Pagina 2 van 14
aantal duidelijke kaders dus, maar hoe brengen we die ambitie tot uitvoering? En deze, de ambities zijn vervolgens de inkoopstrategie gevat in een ontwikkelagenda Wmo. Wat staat er in die ontwikkelagenda, dat is een aantal zaken. Namelijk wat we de komende jaren of wat de komende jaren doorontwikkeld moet worden binnen de dienstverlening van de Wet maatschappelijke ondersteuning? Wat hebben we daarvoor gedaan? We hebben een aantal stappen doorlopen. We hebben namelijk eerst met de commissie en vervolgens met het college informatie opgehaald over de huidige situatie. De commissievergadering van 15 december jongstleden, 2020 is daarvoor benut. En vervolgens hebben we ook de knelpunten met professionals uit het zorglandschap in Ridderkerk en de uitvoeringsorganisaties, dus de klantmanagers Wmo, hebben we de knelpunten in de huidige aanpak in kaart gebracht. Dus we hebben met elkaar bekeken, hoe verloopt het nu, en wat kan er of moet er beter? En vervolgens hebben we dat getoetst bij ook dus de gecontracteerde zorgpartijen. Dus wat we hebben gedaan, we hebben een voorjaarsbijeenkomst gehouden waarbij alle gecontracteerde partijen, of in ieder de grootste gecontracteerde partijen in gemeente Ridderkerk zijn uitgenodigd en daar hebben we een aantal belangrijke ontwikkelingen bij hen getoetst.
En vervolgens hebben we die onder… Nou, daar kwamen een aantal belangrijke knelpunten uit, en die hebben we vervolgens ondergebracht in een ontwikkelagenda. En die is gestructureerd aan de hand van vier segmenten, zoals u ook in de bijlage van de raadsinformatiebrief heeft kunnen lezen, namelijk algemene ontwikkeldoelstellingen, en die hebben dan zowel betrekking op de uitvoering van de ambtelijke organisatie als de wijze waarop het zorglandschap an sich is ingericht. We hebben vervolgens ook inhoudelijk naar de dienstverlening gekeken, en daar eigenlijk een aantal segmenten in herkend, namelijk herstelgerichte ontwikkelondersteuning, structurele ontwikkeldoelstellingen en ontwikkeldoelstellingen gericht op specifiek de doelgroep ouderen, die natuurlijk ook belangrijk is en steeds belangrijker zal worden gelet op de toenemende vergrijzing waar ik zo meteen wat nadere informatie op zal geven. Waar komen deze segmenten nou vandaan? Nou, allereerst natuurlijk uit de inventarisatie van de knelpunten die ik zojuist heb aangehaald, maar ook uit een model dat in opdracht van de VNG is vastgesteld door het onderzoeksbureau EhdK. Die hebben namelijk het zorglandschap van de Wmo in een aantal doelgroepen ondergebracht, en hier kunt u ze zien staan.
Inderdaad, ouderen en dan inderdaad volwassenen met perspectief op toenemende zelfstandigheid of zonder perspectief op verhogende zelfstandigheid. En daarnaast ook nog het onderscheid makend tussen multiproblematiek of enkelvoudige problematiek. Nou, dat is een hele mooie manier eigenlijk om naar het landschap te kijken en dat heeft ook aanleiding gegeven voor de wijze waarop we onze ontwikkeldoelstellingen hebben vastgelegd. Dat even ten aanzien van de wijze waarop de ontwikkelagenda die u heeft toegestuurd gekregen tot stand is gekomen. Dan zou ik ook graag nog even met u willen stilstaan bij de marktanalyse die we hebben uitgevoerd ten behoeve van de inkoopstrategie. Op deze slide ziet u een aantal zaken staan. Allereerst ziet u staan een verzameling aan aanbieders en hoe deze zijn verdeeld qua omzet en het aantal cliënten dat ze bedienen in de gemeente Ridderkerk. Dit betreft alle aanbieders van de Algemene Voorziening Schoonmaak, dus dat is de AVS, de lichte vorm van huishoudelijke ondersteuning die we op dit moment bieden. En wat daaruit opvalt, een belangrijk opvallend onderdeel hiervan is, dat eigenlijk 90, 95 procent van, 95 procent van al het budget en 90 procent van alle cliënten die geholpen worden vanuit de AVS, zit dus bij de top 5 grootste aanbieders van huishoudelijke hulp, lichte huishoudelijke hulp.
En wat daar verder nog opvallend aan is, is dat dus ook een aantal lokale partijen, en dan zeker met name Stichting Riederborgh hierin een belangrijke speler is. Ditzelfde beeld geldt voor de maatwerkvoorziening huishoudelijke hulp, dat is de wat zwaardere versie van huishoudelijke hulp, ook daarvoor geldt dat de top 5 aanbieders een zeer groot aandeel van alle inwoners ondersteunt, in dit geval zelfs 97 procent van alle cliënten. En de verdeling van de belangrijkste aanbieders is hier hetzelfde. Een net iets wat gespreider beeld ontstaat op het moment dat we naar de begeleiding dagbesteding kijken. Op deze slide ziet u namelijk alle, de top 10 grootste aanbieders van begeleiding en dagbesteding. En wat daarin opvalt, zeker ten opzichte van de huishoudelijke hulp en de AVS, is dat eigenlijk een wat groter, dat er wat meer spreiding is in belangrijke spelers. Dat is ook niet vreemd want als het gaat Pagina 3 van 14
om welke doelgroep ondersteund wordt vanuit de begeleiding dagbesteding, dan weten we dat er eigenlijk veel meer pluriformiteit, veel meer verschillen zitten in de zorgvraag van de inwoner die aanleiding geeft tot begeleiding of dagbesteding. De belangrijkste partijen zijn in ieder geval Stichting Pameijer en Stichting IJsselmonde Oost en Stichting Riederborgh op een derde plek. Als het in ieder geval om omzet gaat, als we kijken naar het aantal cliënten, dan schuift dat beeld net iets. In ieder geval zijn dat de belangrijkste partijen in de regio als het gaat om begeleiding in dagbesteding. Dan wil ik ook nog met u kort stilstaan bij de marktanalyse. In ieder geval de demografische cijfers achter de marktanalyse. Wat goed is om te realiseren is dat wij eigenlijk de komen jaren in Ridderkerk naar een aantal ontwikkelingen kijken die sterk invloed zullen hebben op de Wmo. Dat gaat zowel over de ontwikkeling in totaal aantal inwoners. Nou, als u, zoals u kunt zien, is op basis van cijfers van het CBS, blijkt dat we een kleine daling zullen verwachten van het aantal inwoners in de gemeente. Maar opvallender nog is dat vooral de samenstelling gaat wijzigen, want als je kijkt naar de totaal aantal aanbieders tussen de 20 en 74, dan zien we dat dat aandeel zal dalen. En in 2040 ten opzichte van de huidige situatie zelfs met 5,8 procent, en dat is best fors.
Tegelijkertijd neemt het aandeel ouderen in de gemeente, en dan met de ouderen bedoel ik in dit geval inwoners van 75 jaar en ouder, neemt aanzienlijk toe. Van 5.300 in 2020 tot iets meer dan 8000 inwoners in 2040. Nou, dat is dus een dubbele beweging, er is zowel sprake van ontgroening als van vergrijzing. En dat zal, die gecombineerde beweging zal leiden tot meer grijze druk in de maatschappij. Per saldo valt dus ook te verwachten dat het aandeel inwoners dat een beroep zal doen op een Wmo voorziening, op de lange termijn zal toenemen. Nou, dat is een belangrijk gegeven om dat in het achterhoofd te houden als het gaat om de inkoopstrategie. En dan eigenlijk, ja, naar wat betreft voor mij de belangrijkste sheet, op welke manier komt het de inwoner ten goede? Wat betekent al deze ontwikkeldoelstellingen die u heeft gelezen voor de dienstverlening en ook de marktanalyse die we hebben uitgevoerd? Er zijn eigenlijk een aantal belangrijke ontwikkelingen die we willen doorvoeren. Als het gaat om de huishoudelijke hulp is het voornemen om in ieder geval te beschikken op het aantal uur dat geleverd wordt, en dat biedt meer zekerheid voor de inwoner want dan weten inwoners aan de voorkant ook hoeveel uur huishoudelijke hulp geleverd zal worden. Vervolgens is de ambitie om in te zetten op een signaalfunctie binnen de huishoudelijke hulp.
En wat moet u zich daarbij voorstellen? Dat de huishoudelijke hulp, die een belangrijke persoon, een belangrijke hulpverlening is die achter de voordeur komt bij de inwoner, zal signaleren op het moment dat er sprake is van een verzwakkend netwerk om de inwoner, of wellicht een ontwikkelende hulpvraag. Dus, en die kan vervolgens daarop een aantal … Die kan vervolgens dit signaleren aan ons als opdrachtgever zodat wij vanuit de toegang kunnen kijken welke ondersteuning er nodig is voor de inwoner, en daar eventueel op kunnen bijschalen of onze aanpak op kunnen afstemmen. Dus dat is in die zin, komt er meer ruimte voor maatwerk voor de inwoner. Als we kijken naar de begeleiding, dan zien we hier dat de belangrijkste ontwikkeling vanuit de inkoopstrategie is, een focus op herstelgerichte begeleiding. Wat we op dit moment al doen is een onderscheid maken tussen reguliere en gespecialiseerde begeleiding, de focus in de toekomst komt dus met name te liggen ook op herstelgerichte begeleiding. Zoals u al eerder heeft kunnen zien vanuit de verschillende doelgroepen in de Wmo, is er dus ook een duidelijk deel inwoners dat het perspectief heeft op meer zelfredzaamheid dan op dit moment het geval is. En daar hebben ze eigenlijk een steuntje in de rug bij nodig, daar kunnen ze ondersteuning bij gebruiken voor het ontplooien van die zelfredzaamheid.
De individuele begeleiding is een uitstekende vorm van dienstverlening om de inwoner daarbij te helpen. Dus specifiek daarvoor komt meer aandacht, zowel in de wijze waarop de dienstverlening wordt ingekocht, maar ook de manier waarop de Wmo toegang daar op de evaluatie van de beschikking en de herindicatie zal doen. Als we vervolgens kijken naar de dagbesteding, dan ligt daar de nadruk met name in het nog versterken eigenlijk van de relatie tussen Wmo-dienstverlening en de voorliggende voorzieningen zoals welzijnsaanbod. En welzijnsaanbod gericht ook op collectieve dagbesteding. Nou, wat we zien is dat er op dit moment eigenlijk al vanuit de welzijnspartij al een mooi aanbod is, maar de ambities is dus ook om dat aanbod te versterken. Op de korte termijn door de … En door op de korte termijn Pagina 4 van 14
door de verbinding te leggen met een aantal belangrijke maatschappelijke initiatieven die er zijn, zoals de buurtwinkels in Ridderkerk, en op de middellange termijn door het ontwikkelen van collectief aanbod voor inwoners met een behoefte aan dagbesteding. Waarbij dan de nadruk inderdaad komt te liggen op toegankelijkheid van die voorziening, en ook, nou ja, een brede spreiding in de gemeente zodat er ook vanuit verschillende wijken gebruik van gemaakt kan worden. Nou, ik denk dat deze doorontwikkelingen van dienstverlening, is denk ik een belangrijke stap de komende jaren. En zal zeker ook de inwoner, als het gaat om huishoudelijke hulp, meer aandacht voor de individuele hulpbehoefte, als het gaat om de begeleiding, meer ondersteuning bij het worden van zelfredzaam en daar ook gericht ondersteuning bij ontvangen, en als het gaat bij de dagbesteding dus ook op meer laagdrempelige ondersteuning. Nou, ik denk dat dat uiteindelijk, nou ja, dat is uiteindelijk een mooie ontwikkeling ook voor de inwoner van Ridderkerk. Dus, nou, dat was eigenlijk in een notendop de inkoopstrategie die het college voor ogen heeft bij de aanbesteding van deze vorm van dienstverlening, en de zaken waar de komende jaren dus extra tijd en energie in geïnvesteerd zal worden. En tot zover deze korte presentatie. Dan zal ik het delen van het scherm stopzetten. De voorzitter: Oké.
Dank u wel, mijnheer Schaap, voor het heldere betoog. Even kijken of er vanuit de commissie vragen zijn voor in eerste instantie voor de wethouder uiteraard. Waarbij het u ook vrij staat om nog input mee te geven aan de wethouder die per slot van rekening over een maand tot een definitief bestek hoopt te komen dus als u nog wat mee wil geven is dit daar denk ik een uitgelezen moment voor. Ik ga even de namen noteren, ik zag mevrouw Kayadoe, ik zag mevrouw De Wolff, mevrouw Stip. Inmiddels is erbij gekomen, de heer Borst, mevrouw Ripmeester en de heer Kranendonk. Daarbij heb ik niemand over het hoofd gezien? Dat lijkt niet het geval te zijn. Dan kunt u uw handje weer intrekken, laten zakken, wat u ook maar wil maar dat die in ieder geval weg is. En dan geef ik het woord aan mevrouw Kayadoe. Mevrouw Kayadoe: Dank u wel, voorzitter, en bedankt voor de prestatie. Ik vraag me alleen af in hoeverre dit ook strookt met de realiteit hoe die nu is, en of het ook gehaald gaat worden de doelen? Ik noem maar even het laatste voorbeeld, die heb ik nog even het aller helderst op mijn netvlies staan, de huishoudelijke hulp krijgt een signalerende functie. Ik ben benieuwd, gebeurt dat nu ook al? Want die huishoudelijke hulp die zit nu ook al achter de voordeur.
Maar daarnaast hoor ik ook ontzettend vaak gebeuren dat er heel veel wisseling is in de huishoudelijke hulp, ook dat zo nu en dan het voor kan komen dat een huishoudelijk hulp niet op kan dagen, dat kan soms overmacht zijn. Dus wat dat betreft heb ik … Toevallig heb ik dan zelf net het nodige aan de hand met mijn moeder waarbij je echt tegen van alles en nog wat oploopt om zo iemand hulp te laten krijgen. Ik vind het heel erg idealistisch opgesteld, en ik ga me echt afvragen of het gaat werken zoals het nu, wat nu de ambities zijn. En dan wordt gesteld, Aafje is de grootste aanbieder, dat heb ik ook inmiddels begrepen. Als je snel hulp nodig hebt, dan ben je eigenlijk niet anders dan aangewezen op Aafje. Alleen daar heb ik van begrepen, maar ik kan het mis hebben, dat die het ook weer uitbesteed als ze zelf niet het een en ander rondkrijgt, dus hoe blijven we dan oog erop houden? Dat waren eigenlijk voor nu even mijn opmerkingen, vragen, enzovoorts. De voorzitter: Ja. Wethouder Franzen. De heer Franzen: Ja, dank, voorzitter. Ik heb een aantal vragen gehoord. Wat betreft die realiteit, ja, ik denk dat het zeker realistisch is om te realiseren wat we nu voor ogen hebben in de komende jaren. We moeten zeker ons blijven doorontwikkelen, en door ook die doelen te stellen kunnen we daarnaartoe groeien. En doen we dat niet, dan blijft het zoals het is.
En we moeten echt gewoon het beste voor onze inwoners proberen te behalen, en met deze ontwikkeldoelstellingen denk ik echt dat het kwalitatief beter gaat voor onze inwoners. Wat betreft die signaleringsfunctie, die is, gebeurt nu soms ad hoc, die zit niet in de formele opdracht. Dat
Pagina 5 van 14
betekent dat het soms gebeurt gewoon vanuit enthousiasme, uit professie van zo’n huishoudelijke hulp zelf. En door hem te verstevigen in de opdracht zijn we ervan … Kunnen we ervan op aan dat iedereen waarbij die signaleringsfunctie in de beschikking staat, dat dat gewoon bij de taak van de huishoudelijke hulp hoort, dus dat het altijd gebeurt en niet persoonsafhankelijk is. De wisselingen in personeel, die hebben we als gemeente niet in de hand. We proberen een zo reëel mogelijk tarief te berekenen. En dat betekent ook dat een zorgaanbieder voor een goede prijs iemand kan inhuren en daarmee hoop je indirect het personeelsverloop te beperken omdat een zorgaanbieder een goed werkgever kan zijn. Maar nogmaals, als gemeente kan ik niet zeggen hoelang iemand in dienst moet blijven bij de zorgaanbieder. Ik kan wel zorgen dat iemand een, ja, zo’n reëel mogelijk tarief krijgt, gewoon een eerlijk loon, en dan hoop je ook dat zo’n zorgaanbieder uit zichzelf een nog betere werkgever wordt dan ze nu al zijn. Wat betreft die uitbestedingen van Aafje kijk ik even de heer Schaap aan. De voorzitter: Eerst even mevrouw Kayadoe. Mevrouw Kayadoe, u had nog een … Mevrouw Kayadoe: Ja, ik had even mijn handje opgestoken, ik zal hem gelijk even naar beneden halen.
Nee, ik snap dat wij als gemeente niet kunnen eisen hoelang iemand in dienst moet zijn of moet blijven, maar als wij als doel stellen van dat een huishoudelijke hulp een signalerende functie heeft en daar … De voorzitter: Ik ben bang dat we mevrouw Kayadoe even kwijt zijn. Dus dan zal ze hopelijk zich zo weer bij ons melden. Mevrouw Kayadoe, bent u er weer? Mevrouw Kayadoe: Ik ben er weer, mijn internet stuiterde even, ben ik niet gewend van mijn internet. Maar ik zei dus, natuurlijk hebben wij het niet in de hand dat er mensen heel lang in dienst blijven en dus bij eenzelfde cliënt achter de voordeur komen, maar hoe gaan we dat dan controleren of daadwerkelijk de signalerende functie wordt uitgevoerd? Dat is hem eigenlijk even in het kort. De voorzitter: Mevrouw Ripmeester. Mevrouw Ripmeester: Dank u wel, voorzitter. Ik ben blij dat die signalerende functie terug is want die is inderdaad wegbezuinigd en nu er weer en ik onderstreep het verzoek van mevrouw Kayadoe over hoe we dan gaan meten hoe dat werkelijk gaat. Ik wil nog even inhaken op de andere vraag van mevrouw Kayadoe, waarop de wethouder zegt, heeft geantwoord dat ze door het bieden van een fatsoenlijk, of van een goed tarief, dat ze hopen dat de organisatie een goede werkgever zal zijn.
Kunnen wij daar ook niet meer invloed uitoefenen? Kunnen we niet iets zeggen over het minimumtarief wat mensen zouden moeten verdienen, huishoudelijk hulpen? Zeg 14 euro per uur, dat is toch een algemeen geaccepteerd minimumtarief? Kunnen wij niet ook afspraken maken over klantentevredenheid of over het meten van de gemiddelde contractduur van personeel? Of dat we gesprekken hebben met de aanbieder om juist hierop te blijven hameren. Ik vind het hopen dat zij het goede doen omdat ze een goed tarief krijgen, dat, ja, mijn vertrouwen in de commerciële organisaties en dat kapitalistische deel is niet zo heel groot. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Wethouder Franzen, ik geloof dat u eerst nog een vraag door de heer Schaap wilde laten beantwoorden, en wellicht dat u daarna nog kunt reageren op hetgeen zojuist ter berde is gebracht. De heer Franzen: Ja, dat is prima. Aan mijnheer Schaap zou ik even willen vragen om iets te zeggen over het uitbesteden van werk door Aafje?
Pagina 6 van 14
De heer Schaap: Ja, uitbesteden van werkzaamheden, dat is in de contractvorm niet toegestaan. Of Aafje uiteindelijk personeel zal inhuren, dus niet in loondienst zal nemen maar inhuurpersoneel zal gebruiken, dat is aan, nou ja, in dit geval wordt Aafje als voorbeeld genoemd maar dat geldt natuurlijk voor alle gecontracteerde partijen, is aan de zorgorganisatie zelf. Wat daarbij goed op te merken is, dat we natuurlijk, ja, er is veel personeelskrapte in de zorgbranche dus in die zin is dit, ja, komt dit voor. Dus, nou ja, dat ten aanzien van (niet hoorbaar) maar uitbesteden is in ieder geval niet toegestaan. De voorzitter: Wethouder Franzen, u reageert nog even op het … De heer Franzen: Ja, wat betreft die signaleringsfunctie, die zit er nu echt in als opdracht, dus daarmee borg je ook dat een huishoudelijke hulp meer tijd heeft voor een bepaalde cliënt. Er komt gewoon een stukje tijd bij en dat noemen we dan de signaleringsfunctie, dus dat is echt dat gesprek, die schouder om die arm, dat probeer je daarmee echt, ja, goed te positioneren bij die cliënt. Hoe controleren we daarop? Ja, we hebben natuurlijk contractmanagement waarmee we dus de algemene kwaliteit van de zorg die geleverd wordt in de gaten houden. En ook in de gesprekken met aanbieders, zullen we dat soort dingen goed meenemen.
En datzelfde geldt voor die uitkomsten uit cliëntervaringsonderzoeken, ook dat is een hele nuttige inbreng waarmee we weten van, hoe gaat het, hoe presteren onze zorgaanbieders? En welke, ja, presteren minder goed dan de rest? En daar kan je dan nog nadere gesprekken mee voeren. Dus via die lijnen proberen we, ja, proberen we eigenlijk te bereiken dat elke cliënt zo goed mogelijk dus de zorg krijgt die die nodig heeft. De voorzitter: Mevrouw Ripmeester. Mevrouw Ripmeester: Dank u wel, voorzitter. Ik ben blij dat er via gesprekken geprobeerd werd om het goede resultaat te bereiken. Maar wat voor hardere maatregelen kunnen we treffen als de gesprekken niet werken? De voorzitter: Wethouder Franzen. De heer Franzen: Ook dat, ook daarvoor zullen, ja, zullen eventueel indien nodig maatregelen getroffen worden. Maar het begint met het goede gesprek, en het begint met die punten bespreekbaar maken met zo’n aanbieder. We hebben uitgesproken, we willen als partners naast elkaar rondom die inwoner gaan staan en daar past ook, ja, een stukje vertrouwen in die aanbieder bij aan de voorkant. En voor die enkeling waarbij het niet werkt, ja, daar zal het contractmanagement maatregelen moeten nemen. Maar zover wil ik nu nog niet gaan, maar de mogelijkheid wordt altijd in het bestek en in het contract opgenomen dat wat, als, als, als, nou ja, dat komt dan later maar dat zit wel in het contract.
De voorzitter: Mevrouw Kayadoe, uw vragen daarmee beantwoord? Mevrouw Kayadoe: Nou ja, ik zit nog met een hoop vragen in mijn hoofd maar laat ik ze voor nu even, misschien dat ik zo meteen nog even aanvullend stapelend vraag maar voor nu even goed. De voorzitter: Dan mevrouw De Wolff. Mevrouw De Wolff-ter Beek: Dank u wel, voorzitter. Nou, als eerste werd ik echt een paar keer echt blij als ik deze ontwikkelagenda lees en, nou ja, de dingen die erin staan, Buurtcirkel die echt expliciet genoemd wordt. En wat me ook opviel is dat je … Dat er practice based interventies worden ingezet, dus dat zijn, ja, daar word ik wel blij van. Ik had even een vraag over die herstelgerichte begeleiding. Het lijkt een interessante move maar ik zat wel te denken, hoe werkt dat dan? Als je net schetste, er zijn ontzettend veel mensen die ouder Pagina 7 van 14
worden in Ridderkerk, een groot deel daarvan zou dement gaan worden. Bij dementie is weinig herstelgerichte begeleiding mogelijk, natuurlijk wel wat met domotica maar dat is ook nog maar beperkt. Dus ik ben wel benieuwd, voor welke doelgroep gaat dit nou precies het grootste verschil maken? Dat is één. En ik las in de ontwikkelagenda dat als men eenmaal toe is aan structurele ondersteuning, dan vindt die plaats middels een strenge toets. En waaraan moet ik dan denken bij het woord streng? Nou, dan staat er verderop bij 3, pagina 3, in eerste instantie is er een collectief aanbod aanvullend gespecialiseerd. En ik zou graag wat woorden willen horen over, hoe verhoudt zich dat dan met de PGB en maatwerk? En dan was er een zin, en ik dacht, ik snap hem echt niet, complexiteit in het zorgveld rondom een oudere moet worden gerealiseerd. Kunt u daar iets meer woorden aan geven, iets meer voorbeelden? Dank u wel. De voorzitter: Wethouder Franzen. De heer Franzen: Ja, wat betreft herstelgericht, hebben we onderscheid gemaakt tussen volwassenen en ouderen. Bij ouderen ligt het accent altijd op zorgen dat, ja, het behoud van de huidige situatie. Want vaak door ouderdom is gewoon herstelgericht, ja, dat is een onnatuurlijke beweging, dat lukt niet. Dus je moet zorgen dat iemand zo lang mogelijk in die vertrouwde omgeving blijft.
Bij volwassenen heb je eigenlijk twee groepen, je hebt een groep die minder kansen heeft dan de ander. Nou, daar zet je diezelfde maatregelen in en zorgen dat die veilige omgeving blijft. Maar we zien ook een groep die we nu vergeten hebben, waar wel degelijk meer perspectief op zelfstandigheid is. En door voor hen voortdurende indicaties af te geven met een hoger aantal uren per week, hoop je een impuls te kunnen geven aan die zelfstandigheid. Dus dat is … Bij die groep zul je vooral herstelgericht kunnen indiceren. Maar dat zal bij lange na niet bij iedereen zijn maar als die kans er is dan moet je hem inzetten dus vandaar dat we hem nu ook willen toevoegen aan de huidige vorm van begeleiding. Met betrekking tot die structurele toets en het collectieve aanbod kijk ik even de heer Schaap aan. Waarbij ik wel wil uitspreken van, PGB en ZiN zijn gelijkwaardig bij ons, en hebben het nu vooral over de ZiN producten, over de ZiN en niet over de PGB’s. PGB is altijd los mogelijk als de cliënt daar om vraagt. En ze zijn wat ons betreft ook gelijkwaardig maar ja, heel veel mensen willen gewoon niet de bonnetjes hoeven te doen en niet die opdracht hoeven te geven dus die zullen voor ZiN kiezen en daar hebben we het vanavond over. De voorzitter: Mijnheer Schaap. De heer Schaap: Dank u wel.
Inderdaad, om te beginnen bij het collectief aanbod ten opzichte van maatwerk, ten opzichte van PGB. Nou, PGB dat valt, zoals wethouder Franzen als aangaf, dat valt eigenlijk buiten de vergelijking. Nou, hoe zit het dan dat collectieve aanbod ten opzichte van maatwerkvoorziening? Wat je eigenlijk ziet is, en dat sluit mooi aan bij de vraag van mevrouw De Wolff, is dat een groot aandeel van de inwoners structurele hulpbehoefte heeft, voor een langere periode, en daarbij is stabiliteit en toegankelijkheid van zo’n voorziening is zeer wenselijk. En daar is, met name op die behoefte speelt zo’n collectieve voorziening zeer sterk in. Dus dat is een laagdrempelige voorziening waarbij geen formele beschikking nodig … En nou valt mijn scherm viel even vast, maar in ieder geval, dan is geen beschikking nodig vanuit de Wmo. Dan kan er vanuit de welzijnsvoorziening, kan worden toegeleid naar een collectieve voorziening. En dan het liefst zo laagdrempelig mogelijk en dichtbij in de buurt zodat er ook geen vervoersopgave bij zit maar dat het gewoon goed toegankelijk is voor de inwoner. Zo’n maatwerkvoorziening, daarbij wil je eigenlijk veel meer inzetten op daadwerkelijk gespecialiseerde ondersteuning.
Dus wat complexere ondersteuning voor inwoners met een complexere hulpbehoefte, denk dan aan meervoudige hulpbehoeftes of inderdaad eventueel vraagstukken op het gebied van onbegrepen gedrag, dat soort onderdelen. Nou, daarvoor is met name maatwerkvoorziening zeer toepasselijk. En voor die groep wil je dan ook juist inzetten op kwalitatief, nou, in
Pagina 8 van 14
ieder geval kwalitatief goede maatwerkvoorzieningen en daar moet je dan ook op inzetten. Dus op die manier wil je dat onderscheid creëren. Nou, en dat is eigenlijk, zo verhouden die twee producten, die vullen elkaar eigenlijk aan. Zowel ten opzichte van het huidige zorglandschap waarbij we eigenlijk veel vaker zien dat er direct naar maatwerkvoorzieningen wordt verwezen, terwijl er eigenlijk misschien veel eerder behoefte is aan een laagdrempelige voorziening voor de inwoner. Nou, op die manier verrijk je het zorglandschap. De voorzitter: Mevrouw De Wolff, zijn daarmee uw vragen beantwoord of …? Mevrouw De Wolff-ter Beek: Even nog die toegang tot structurele ondersteuning middels een strenge toets, waar ik dan aan moest denken? De heer Schaap: Ja, inderdaad, dank u wel. Nou, dus dat moet u eigenlijk zo lezen dat je eigenlijk met name de toegang, dus de Wmo toegang moet met name gaan kijken, voor welk inwoners is er nog kans op toenemende zelfredzaamheid. En die toets moet aan de voorkant goed worden gemaakt. Dus dat wil zeggen dat je eigenlijk alle inwoners die de gelegenheid hebben om te groeien in zelfstandigheid, dat je die kans ook moet willen bieden. Nou, daar moet je goed op toetsen, alvorens je iemand structurele ondersteuning wil geven waarbij veel minder ingezet wordt op toenemende zelfredzaamheid. Nou ja, dus en daar moet je aan de kant in die zin zwaar op toetsen.
Want als je die toets hebt gedaan, dan zul je wat minder vaak, dus iemand valt in de doelgroep structurele ondersteuning, dan zul je misschien wat minder vaak de beschikking opnieuw onder ogen nemen omdat je dan juist inzet op die stabiliteit en die voorspelbaarheid van die ondersteuning. Dus op die manier kunt u dat eigenlijk lezen. Mevrouw De Wolff-ter Beek: Helder, voor nu even genoeg. De voorzitter: En dan gaan we door met de vraag van mevrouw Stip. Mevrouw Stip: Dank u wel, voorzitter. Als eerste wil ik mijnheer Schaap bedanken voor de heldere presentatie, daar heb ik geen vragen over. Maar partij 18PLUS wil graag het volgende meegeven ten aanzien van de aanbesteding huishoudelijke hulp. Sinds de invoering van het abonnementstarief is er een significante stijging in het gebruik, deze betreft vooral de midden en hoge inkomens. Inmiddels adviseert ook de VNG gemeente om maatregelen te nemen. Laten we net als Krimpen aan den IJssel een inkomenstoets invoeren of ga met een plafond werken en help alleen de schrijnende gevallen. Straks zijn de kosten niet meer te overzien voor Ridderkerk. Dat wilden wij graag meegeven. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Stip. U heeft wel het risico nu dat u minister De Jonge aan uw broek krijgt.
Maar wethouder Franzen, wilt u daar nog op reageren? De heer Franzen: Ja, wij hebben het standpunt van partij 18PLUS gehoord en we nemen het als college mee in de verdere afweging voor zover mogelijk. Maar goed, we kijken de commissie verder nog even rond, hoe breed het gedeeld wordt. De voorzitter: Ik zie dat mevrouw Kayadoe daarop wil reageren. Mevrouw Kayadoe, ga uw gang. Mevrouw Kayadoe: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik hoor inkomensafhankelijk, enzovoorts. Als je puur alleen naar de inkomsten kijkt weet je niet hoeveel ze aan schulden eventueel open hebben staan. Hoe gaan we dat dan eventueel, stel dat we partij 18PLUS zouden volgen, in beeld krijgen?
Pagina 9 van 14
De voorzitter: En ik zie dat mevrouw Ripmeester daar ook nog op wil reageren. Mevrouw Ripmeester: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik geef toe dat het moeilijk is om de goede inkomenstoets of vermogenstoets toe te passen en ik weet ook dat de heer De Jonge er nog geen voorstander van is. Maar vanuit de Partij van de Arbeid Ridderkerk willen we ook meegeven dat wij zeker wel willen nadenken over zo’n begrenzing. Omdat het eigenlijk onbestaanbaar zou moeten zijn dat de huishoudelijke hulp voor de laagste inkomens onder druk komt te staan doordat er zo’n toestroom is vanuit de hoge inkomens. Dus ik weet dat het nog niet mogelijk is maar meedenken met Krimpen en met alle andere partijen kijken wat wel mogelijk is, steunen wij van harte. De voorzitter: Ja. Mijnheer Kranendonk, daar ook nog iets over op te merken? De heer Kranendonk: Nou ja, voorzitter, ik wil niet zo direct helemaal aansluiten bij mevrouw Ripmeester maar ik snap haar punt heel erg. Meedenken daarbij, het is lastig het onderwerp. Maar net wat ze ook aangeeft, het zou toch niet zo moeten zijn, het geld ligt niet op de plank helaas, dus de mensen die het echt nodig hebben, die moeten het krijgen en de mensen die het prima kunnen betalen, daarvan zouden we ook kunnen afvragen van, is dat verstandig om het daaraan te verstrekken? Dus bij deze zou ik willen zeggen, wethouder, neem dat alsjeblieft mee.
En met de heer De Jonge aan de broek krijgen nu vanavond lijkt me lastig want die zit in mijn buurt op dit moment. De voorzitter: Mevrouw De Wolff. Mevrouw De Wolff-ter Beek: Ik sluit me helemaal aan bij de voorgangers. En ja, ik geloof dat er echt wel mogelijkheden zijn om daar een oplossing voor te gaan verzinnen. De voorzitter: Mijnheer Hullhoven dan nog even op dit punt. Mijnheer Hullhoven, als u uw microfoon … De heer Hullhoven: Ja, daar gaat een microfoon. Hèhè, mijn computer is wat traag lijkt het. Maar net als de ChristenUnie wil ook het CDA zich wel aansluiten bij de vorige sprekers. Wij vinden ook dat de stijging van kosten zorgwekkend is natuurlijk in de Wmo, dus dan moet de hulp aan de lagere inkomens zeker gegarandeerd blijven. Dus wij sluiten ons aan bij andere sprekers. De voorzitter: Mevrouw Van Nes. Mevrouw Van Nes-de Man: Ja, dank u. Ik vind het wel een goede opmerking van partij 18PLUS. Ik denk zeker dat de wethouder dit mee moet nemen, ja. De voorzitter: Oké. Nou, wethouder, er lijkt dus vrij breed animo voor te zijn om toch in lijn met wat gemeente Krimpen per 1 juli wil gaan doen. En wat volgens mij andere gemeenten al stoutmoedig hebben doorgevoerd, kijken of dat op een of andere manier vorm kan krijgen.
Ik weet niet of u nog wil reageren op opmerkingen van mevrouw Kayadoe over mensen met schulden in relatie tot de inkomenstoets? De heer Franzen: Nou ja, inkomen en schulden, dat is een … Dat moet je altijd, het een moet je met het andere verrekenen dus dat is een uitvoeringsaspect. Maar ik ben blij dat de commissie zich duidelijk heeft uitgesproken op dit punt, dus dat biedt ook kansen. De voorzitter: Ja. Dan gaan wij door met de vraag van de heer Borst van de VVD. Mijnheer Borst, gaat uw gang. Pagina 10 van 14
De heer Borst: Ja, dank u wel, voorzitter. We hebben het al even gehad over de ontwikkelagenda, ik had eigenlijk zelf nog een vraag over de rib over de inkoopstrategie Wmo van 19 februari. Daar staat op pagina 2 onder het kopje uitvoeringsaspecten, omdat zorgvuldigheid voor onze inwoners is geboden willen wij dit proces herindiceren nader bekijken en eventueel hiervoor extra ambtelijke capaciteit aantrekken. Ik vroeg me af, heeft u extra ambtelijke capaciteit aangetrokken, of verwacht u dat in de toekomst nog te moeten doen? Dat was het voor nu even. De voorzitter: Oké. Wethouder Franzen. De heer Franzen: Het betreft extra ambtelijke capaciteit om echt te herindiceren en de gesprekken te voeren. En zoals in de tabel daaronder staat, daar staan de tijdsvlakken genoemd wanneer herindicatie moet plaatsvinden, dus het is allemaal nog in de toekomst. De voorzitter: Dan gaan wij door met de vragen van mevrouw Ripmeester. Mevrouw Ripmeester, gaat uw gang. Mevrouw Ripmeester: Dank u wel, voorzitter. Allereerst ben ik ook inderdaad blij van het lezen van het stuk, ik ben blij dat de signalering weer terug is na wegbezuinigd geweest te zijn. Ik ben ook blij dat het resultaat weglaten naar productie gaan zodat we weer wat rechtmatiger werken. Ik maak me nog … We gaan nu een aanbesteding in, dat doen we alleen voor Ridderkerk.
Dat geeft natuurlijk kansen want bij het Wmo-vervoer kon er blijkbaar niks veranderen omdat we gebonden waren aan Albrandswaard in Barendrecht. Ik zou graag van de wethouder willen weten hoeveel ruimte we na de aanbesteding nog hebben om zaken aan te passen in de uitvoering die ons niet … Waar wij het niet mee eens zijn, en hoe we dat dan zouden moeten doen? De wethouder gaf ook aan, we gaan uit van vertrouwen in relatie met de zorgaanbieders. En dat vind ik heel mooi en dat is ook heel goed en positief. Tegelijkertijd hebben we de afgelopen periode ook te maken gehad met zorgcowboys die zich verrijkten en dan weer verdwenen zeg maar. Dus hoe bewaart u dan de kwaliteit? Daar ben ik benieuwd naar. U gaf ook aan, wij gaan in gesprek met, nou, we hebben het nu over Aafje omdat dat de grootste aanbieder is en ze krijgen een goed tarief. En ik zou daar toch wel, de winst die Aafje maakt is niet onaanzienlijk. Dus ik zou toch ook wel willen weten of dat inderdaad bij de medewerkers komt? En ik zou het heel erg waarderen als de gemeente ook wel uit zou spreken dat die medewerkers een fatsoenlijk inkomen zouden moeten hebben. En 9 euro, 10 euro per uur, is geen fatsoenlijk uurtarief voor een volwassen vrouw om een huishouden op te kunnen draaien. Dus ik zou echt mee willen geven, maak daar ook een statement. En ik hoop dat de wethouder dat ook zou willen doen.
En ik heb nog vragen over de dagopvang. Er staan opmerkingen in dat er nu dagopvang opgegeven wordt buiten Ridderkerk. Kun je ook aangeven wat de reden is voor inwoners van Ridderkerk om te willen reizen naar dagopvang van buiten Ridderkerk? Ik heb daar echt geen beeld bij. En met de … Er wordt meer dagopvang nabij gezocht. Ik weet dat er heel veel initiatieven zijn om mensen bijeen te brengen, maar wie bewaakt dan de kwaliteit van die dagbestedingsmomenten? Wie bewaakt de kwaliteit? Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Oké. Wethouder Franzen. De heer Franzen: Ja, dit is wat we nu in ieder geval richting de commissie hebben gecommuniceerd, dat is de richting die we opgaan voor de komende vier jaar. Dat zijn de, ja, dat zijn de uitgangspunten. Mochten er tussentijds iets worden aangepast, ja, dan kan dat altijd. Het is niet het uitgangspunt om nu al te zeggen, we gaan gedurende de looptijd alles aanpassen. Wat we wel hebben geborgd of willen gaan borgen in het nieuwe bestek, is dat als er goede ideeën van de partners komen aan de opgavetafels, en we willen dat realiseren in Ridderkerk, dat het ook mogelijk moet zijn. Dus via die route zou er wat aangepast kunnen worden. En stel de Pagina 11 van 14
gemeenteraad zou een heel ander beleid vaststellen, dan kan dat eventueel ook doorwerken in de aanbesteding maar dat heeft wel financiële consequenties. Als je ineens totaal ander beleid vaststelt dan in het bestek staat, ja, dan is er kans op claims van aanbieders. Maar goed, de lijn is, dit gaan we doen. En mochten er goede ideeën komen van onze partners, dan kunnen we dat realiseren binnen het bestek. Wat betreft de zorgcowboys, ja, de … Ja, onze … De landelijke wetgeving heeft bepaalde regels opgelegd om dat soort partijen te ontmoedigen, dus lokaal kunnen we, doen we daar niet heel veel van zelf. We kijken, we vallen echt terug op die landelijke regels. Wat betreft kwaliteit voor zorgaanbieders, ook kwaliteit voor dagopvang. Ja, die kwaliteitseisen die zullen in het bestek komen te staan, daar zullen dus eisen aan de organisatie worden gesteld maar ook aan het personeel dat die organisaties inhuren. Want bij sommige diensten die we gaan inkopen zal je een (niet hoorbaar) Juist om die goede (niet hoorbaar). En wat betreft de dagopvang buiten Ridderkerk kijk ik even de heer Schaap aan, wat de reden zijn dat er bepaalde inwoners een locatie buiten Ridderkerk hebben gezocht en misschien ook kan aangeven hoeveel dat er ongeveer zijn. Het is een zeer beperkte groep. De voorzitter: Mijnheer Schaap. De heer Schaap: Ja, dank u wel, voorzitter.
Ja, de reden voor inwoners met een beschikking voor dagopvang om buiten Ridderkerk dienstverlening op te zoeken kan zijn, kan te maken hebben met specifieke hulpbehoefte. U kunt zich wellicht voorstellen dat er inwoners zijn met een hele specifieke aandoening, wat specifieke vormen van dagbesteding noodzakelijk maakt. En wellicht dat we bepaalde vormen van ondersteuning niet in Ridderkerk hebben maar dat je dat buiten de gemeentegrens moet opzoeken. Nou, dat kan aanleiding zijn voor een inwoner om specifiek een dagbesteding op te zoeken buiten die gemeentegrenzen. Even om een voorbeeld te noemen inderdaad, nou ja, bijvoorbeeld niet aangeboren hersenletsel maar wel specifiek met een bepaald ziektebeeld wat daarbij hoort. Nou, dan kan het zijn dat daar specifieke dagbesteding in het land is omdat we open house aanbesteden zitten heel veel aanbieders zitten in die overeenkomst dus dat kun je dan buiten Ridderkerk opzoeken. Tegelijkertijd zien we ook dat we heel veel aanbod in Ridderkerk wel hebben. Dus als we kijken naar alle inwoners die ondersteuning hebben, dan zien we, u zag net al in de presentatie een aantal cijfers als het gaat om inwoners die dagbesteding genieten, en dan zien we dat het overgrote merendeel bij Pameijer, Riederborgh en IJsselmonde Oost zitten.
En met name bijvoorbeeld Riederborgh en IJsselmonde Oost zijn natuurlijk echt die lokale partijen die ook echt locaties in Ridderkerk hebben. En bij elkaar zijn dat voor Riederborgh uit mijn hoofd 48 en bij IJsselmonde Oost zijn dat 50 inwoners die daar dagbesteding op die manier in ieder geval op locatie ontvangen. Dus dat geeft al aan, dat zijn belangrijke dagbestedingslocaties in Ridderkerk. Dus, nou ja, een groot deel van de inwoners kiest ook voor lokale dienstverlening. De voorzitter: Mevrouw De Wolff. Mevrouw De Wolff-ter Beek: Ja, ik vind best begrijpelijk dat om dagbesteding buiten de gemeente niet te bekostigen. Maar is er ook overwogen om de verantwoordelijkheid voor het vervoer bij de aanbieder te leggen? En bijvoorbeeld door een, nou ja, een all-in bedrag of door een versleutelde prijs, nou ja, dat vervoer daar op te leggen. De voorzitter: Mevrouw Ripmeester. Mevrouw Ripmeester: Dank u wel, voorzitter. Ik begrijp dat er dus zo nu en dan opvang buiten Ridderkerk gezocht moeten worden, en dat dat altijd mogelijk zal blijven. Maar blijft het ook mogelijk, tenminste, zorg en hulp is niet alleen maar techniek, daar zit heel veel subjectiviteit bij. Als ouders nou heel graag, of Pagina 12 van 14
mantelzorgers nou heel erg overtuigd zijn van een bepaalde dagbesteding, ook al is dat dan buiten Ridderkerk, is dat dan nog steeds mogelijk? Dat is één vraag. En ik ga weer even terug op de kwaliteit van de dagbesteding. Sommige dagbesteding, dan komen mensen bijeen en dan doen ze eigenlijk de hele dag niks meer dan stickertjes plakken op een vel papier, dat is het. Dat vind ik geen kwaliteit. Hoe wordt dan die kwaliteit bewaakt? Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Wethouder Franzen. De heer Franzen: Ik kijk voor beide vragen even naar de heer Schaap aan of die daar een kort en krachtig antwoord op kan geven? De heer Schaap: Ja, dank u wel. De voorzitter: Mijnheer Schaap. De heer Schaap: O, dank u wel, voorzitter. Excuus, ik was iets te snel. Inderdaad, toezicht wordt onder andere gehouden door in de vorm van contractmanagement inderdaad, en de kwaliteitseisen in de overeenkomst is daarvoor leidend. En daarnaast doet regionale GGD voert ook toezicht op de kwaliteit van de dienstverlening. Dus op het moment dat wij signalen krijgen over de kwaliteit van de dienstverlening van bijvoorbeeld inwoners, dan is de lokale GGD gemandateerd om daar controle op uit te oefenen. En zij doen ook steekproefsgewijze controle op de kwaliteit van de dienstverlening, dus op die manier wordt daar ook controle op gehouden.
Daarnaast hebben de Wmo klantmanagers natuurlijk ook een terugkoppeling vanuit de inwoner over gegeven dienstverlening. Dus dat kan aanleiding zijn om de signalen met de lokale GGD te delen. Dus dat ten aanzien van het toezicht op kwaliteit. En ja, voor buiten, of in ieder geval dagbesteding buiten de gemeentegrenzen, dat blijft natuurlijk gewoon mogelijk. Alleen inderdaad een vervoersoplage daarvoor valt binnen de gemeentegrenzen. Maar je kunt nog steeds kiezen voor een dagbesteding buiten Ridderkerk. Alleen het vervoer daarvan, nou ja, daarvan wordt dan gezegd, dat valt daar dan voor de vervoerder of voor de aanbieder of voor de inwoner. Dus dat ten aanzien van de dagbesteding buiten de gemeentegrens. De voorzitter: Mevrouw Ripmeester, daarmee zijn uw vragen beantwoord? Mijnheer Kranendonk, ik zag uw handje maar dat komt goed uit want u bent ook gelijk aan de beurt om uw vragen te stellen dus ga uw gang. De heer Kranendonk: Ja, laat die nou toevallig precies gaan over het onderwerp waar we net mee bezig waren. Want de heer Schaap gaf net ook aan van, als je dus kiest, om wat voor reden dan ook, voor een dagbesteding buiten Ridderkerk, dan vervallen de kosten voor het vervoer.
Ik kan me daar iets bij voorstellen alhoewel ik wel vind dat bepaalde groepen, zeer kwetsbaren in de samenleving die om wat voor reden dan ook, het kan identiteitsgebonden zijn, het zal niet onbekend zijn dat de SGP daar sterk aan hecht. Of om wat voor reden dan ook buiten Ridderkerk een besteding zoeken, die worden nu … Ja, die krijgen nu extra kosten voor zich. Maar het voorbeeld wat u net gaf aan mevrouw Ripmeester over iemand die bijvoorbeeld zwaar hersenletsel heeft en die net in Ridderkerk dan niet kan vinden, die krijgt nu extra kosten op zijn of haar rekening omdat het buiten Ridderkerk gezocht moet worden. Dus dat was even mijn vraag, hoe zit dat precies? De voorzitter: Wethouder Franzen. De heer Franzen: Ik zie dat de heer Schaap het antwoord graag wil geven dus daar zou ik even het woord aan willen geven.
Pagina 13 van 14
De voorzitter: Oké. Mijnheer Schaap, ga uw gang. De heer Schaap: Ja, dank u wel. In dergelijke bepalingen, dus we hebben kunnen inhoudelijk niet vooruitlopen op de contractteksten want dat in verband met de aanbestedingswetgeving. Maar je ziet dat in dergelijke bepalingen vaak rekening wordt gehouden met de dichtstbijzijnde passende vormen van dagbesteding. En passend kan dan inderdaad zijn op basis van specifieke ondersteuningsbehoefte of inderdaad, nou ja, een overtuiging als het gaat om passendheid van de dienstverlener. Dus dat zijn zaken die daarin meegewogen kunnen worden. De heer Kranendonk: Oké, daarop aanhakend, voorzitter. Dan wil ik echt de wethouder meegeven om dat ook nadrukkelijk voor mensen die voor zeer kwetsbare en identiteitsgebonden zorg buiten de gemeente zoeken, dat het ook daarvoor geldt. Dat was het. De voorzitter: Oké, dank u wel, mijnheer Kranendonk. Wethouder Franzen, heeft u nog behoefte om te reageren op iets specifieks of in zijn algemeenheid? Want het lijkt dat de vragen gesteld zijn en beantwoord, u heeft wat input meegekregen. De heer Franzen: Ja, terugkomend, dit punt wat de heer Kranendonk meegeeft, zullen we meenemen. Het betreft een zeer beperkt aantal gevallen waar die op doelt. En zoals de heer Schaap aangeeft zijn er ook in dat soort specifieke gevallen oplossingen. Dus dat zou het ene met het ander moeten verhelpen.
En ik ben blij dat de commissie een en ander heeft doorgenomen. En ja, partij 18PLUS heeft nog een duidelijke suggestie gedaan die breed gedragen lijkt te worden, dus dat is mooi en voor ons als college om in onze overwegingen mee te nemen. De voorzitter: Oké. Mevrouw Ripmeester, u had nog iets wat u met ons wilde delen? Mevrouw Ripmeester: Nou, ik heb nog geen goede reactie gehoord op het meenemen van het minimumtarief van 14 euro voor de hulpen. Maar dat is wel gehoord dus vandaar dat ik aarzelde met handje aan, handje uit. Dus dank u wel. De voorzitter: Oké. 4.
Rondvraag leden De voorzitter: Dat brengt ons dan vervolgens bij agendapunt 4 voor deze commissievergadering, dat is de rondvraag. Zijn er leden die iets hebben voor de rondvraag? Dat lijkt niet het geval. Dan wens ik u allen voor nu een hele prettige avond en ongetwijfeld ga ik een aantal van u morgenavond weer terugzien. Tot dan.
Pagina 14 van 14