CConstaterende datRidderkerk
Koppel je AI →
Document · PDF

2021-04-16 RIB Actualisatie beleidsregels en besluit Maatschappelijke Ondersteuning - reactie opmerkingen MBR.pdf

Commissie Samen leven RK 19 mei 2021, gemeente RidderkerkBij agendapunt: 13: Ter kennisneming: raadsinformatiebrieven3.054 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Reactie op de ontvangen opmerkingen van het MBR bij de Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning Ridderkerk 2021 Bijlage bij antwoordbrief opmerkingen MBR bij beleidsregels maatschappelijke ondersteuning In onderstaande tabel leest u in de tweede kolom de ontvangen opmerkingen van het MBR. In de derde kolom is de reactie van het college weergegeven. Nr. 1.

2.

3.

Opmerking MBR pag. 4 1e alinea ‘meer taken’ Dus een aanvulling op reeds bestaande taken op het gebied van zorg en welzijn, waaronder voor mensen met psychische of psychosociale problemen. In de voorgaande wetten (waaronder de ’oude’ WMO en Welzijnswet) nam het (Algemeen) Maatschappelijk Werk een ruime plaats in, nl. individuele en groepsgerichte immateriële hulp bij: - werkloosheid, te weinig inkomen, schulden, financiële huishouding - relatieproblemen, echtscheiding, omgaan met conflicten, huiselijke geweld, opvoeding van de kinderen, communicatie met anderen - ‘naar binnen gerichte problematiek’ zoals somberheid, eenzaamheid, zelfverwaarlozing, zingeving, zelfhulp, verslaving, rouwverwerking, slachtofferrol - ‘naar buiten gerichte problematiek’ zoals agressiebeheersing, te dominant gedrag. pag. 6 bij hulpvraag ‘ onze inwoners kunnen de hulpvraag……………..indienen middels het meldingsformulier’ . Door deze formulering ontstaat de indruk, dat melding bij de gemeente en melding bij het wijkteam, gescheiden trajecten zijn. Dit lijkt ons onwenselijk. pag. 6 bij Melding ‘Vraagverheldering’ Wellicht is het nuttig om een onderscheid dan wel een apart traject te volgen bij een vraagverheldering over materiële diensten en immateriële hulp ( vraag om begeleiding).

Reactie n.v.t.

In Ridderkerk zijn Wmo klantmanagers niet in het wijkteam, maar zelfstandig gepositioneerd. Hieruit volgt dat Wmo-meldingen niet bij het wijkteam maar bij het Wmo-team ingediend moeten worden. Meldingen die toch bij het wijkteam binnen komen worden vanzelfsprekend naar Wmo-team doorgezet. De onderzoeksfase is uniform voor alle soorten hulpvragen omdat het onderzoek Wmo altijd alle leefgebieden van de cliënt betreft.

1

4.

5.

‘ schriftelijke bevestiging van de melding’ ; In dit schriftelijk bericht dient volgens het MBR te worden vermeld: 1. de datum van de melding 2. de datum van het eerste contact met de gemeente/wijkteam inzake het vooronderzoek/informatie en advies 3. de datum en de contactpersoon betreffende het onderzoek en/of de consensus over de vraag 4. de datum van het besluit 5. zo mogelijk de datum van de start van de verstrekking van de voorziening dan wel de start begeleiding en/of mogelijke wachttijden. Deze informatie is zowel van belang voor management informatie voor de gemeente als voor de route, die de cliënt kan verwachten. Pag. 7 2.5 Vooronderzoek; ‘Ook ontvangt de cliënt uitleg over de mogelijkheid van gratis onafhankelijke cliëntondersteuning vanuit MEE’ In de WMO artikel 1.1.1 staat: “cliëntondersteuning: onafhankelijke ondersteuning met informatie, advies en algemene ondersteuning die bijdraagt aan het versterken van de zelfredzaamheid en participatie en het verkrijgen van een zo integraal mogelijke dienstverlening op het gebied van maatschappelijke ondersteuning, preventieve zorg, zorg, jeugdhulp, onderwijs, welzijn, wonen, werk en inkomen;”

Cliënt krijgt na melding bevestiging van ontvangst en informatie over het verloop van de toegangsprocedure. Ten tijde van ontvangst van de melding is informatie over punten 2-5 proces afhankelijke redenen niet beschikbaar en kan derhalve ook niet met de cliënt worden gedeeld.

Het noemen van MEE bevestigd juist de onafhankelijke positie van de cliëntondersteuner. Het noemen van MEE voorkomt dat ten tijde inzet van de cliëntondersteuner verwarring ontstaat. Client is hiermee immers op de hoogte door wie de onafhankelijke ondersteuning geboden wordt.

De toevoeging dat de onafhankelijke ondersteuner op de loonlijst staat bij MEE, kan grote verwarring veroorzaken voor de cliënt en is niet relevant voor zijn rol. De elementen uit de wet opnemen in dit artikel maakt de reikwijdte van de ondersteuning zichtbaar. 6.

2.6 Onderzoek en termijn van onderzoek 1. Wat is de hulpvraag…. Aanvullend kan gevraagd worden of de hulpvraag al eerder is gesteld, bij wie en met welk resultaat en wat maakt de hulpvraag nu anders. Is er sprake van een problematiek op meerdere leefgebieden (meervoudige problematiek, en/of moet er hulp op de diverse terreinen worden ingezet (één gezin, één plan, één centraal contactpersoon).

1. Het vragen naar de (zorg)historie van de cliënt is reeds onderdeel van het onderzoek. Bij het beoordelen welke ondersteuning naar aard en omvang nodig is (punt 3 van het onderzoek) kijkt de klantmanager Wmo ook naar de reeds ontvangen ondersteuning en de resultaten ervan. 2

7.

2. Is de klantmanager WMO voldoende geschoold om de anamnese op psychosociaal gebied in kaart te brengen? Is het niet juist noodzakelijk, dat op dit punt tijdig een daartoe specifiek geschoolde cliëntondersteuner/ wijkteammedewerker wordt ingeschakeld?

2. De Wmo klantmanagers beschikken over de benodigde kennis en ervaring. Wanneer (hoog) specialistische kennis nodig is voor het beoordelen van een hulpvraag kan hiervoor medisch advies worden opgevraagd.

2.7 Het verslag Wat als de cliënt zich niet kan vinden in de weergave van het besprokene? Het gaat immers over de hulpvraag van de cliënt. Zijn visie op de hulpvraag moet leidend zijn, niet de visie van de klantmanager of zijn mogelijke interpretatie van het verhaal van de cliënt. Het woord ‘oorspronkelijk’ lijkt erop te duiden dat de aanvullingen en correcties op het verslag niet leidend zijn.

De hulpvraag van de cliënt staat centraal, aanvullingen en correcties worden in het dossier opgeslagen en indien nodig meegenomen in de aanvraag en besluit fase (b). Cliënt kan namelijk, tegen het advies van de klantmanager Wmo in, een aanvraag indienen (conform 2.8). Een afwijzing of toewijzing moet altijd onderbouwd zijn. Bij een afwijzing ligt de route bezwaar en beroep open.

Tevens verzoekt het MBR om een bepaling op te nemen wanneer de klantmanager en de cliënt geen overeenstemming hebben over het besprokene, om de argumenten van de cliënt op te nemen in het verslag en de reden waarom ze worden weerlegd door de klantmanager. 8.

2.8 De aanvraag wordt door de cliënt gebaseerd op het plan van aanpak, gebaseerd op de uitkomst van het onderzoek. Bij meervoudige problematiek worden de diverse facetten in beeld gebracht, dan wel worden de diverse hulpvragen verwerkt in één plan.

n.v.t.

9.

2.9 (bovenaan pagina 9) ‘De gemeente regelt een tijdelijke maatwerkvoorziening, zoals (extra) huishoudelijke hulp, begeleiding thuis …. Het MBR is van mening dat de mogelijkheid tot het bieden van crisisopvang moet worden aangeboden. Hierbij kan verwezen worden naar de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) en de daarbij horende procedures.

Onder de gemeentelijke taken valt het aanbieden van kortdurend verblijf (zie 7.2 pag. 32). Indien crisisopvang nodig is zal de Wmo-klantmanager contact opnemen met de daarvoor bevoegde instanties. Het opnemen van aanpalende wetgeving en bijbehorende procedures is onwenselijk. Wel zijn verwijzingen naar aanpalende wetgeving opgenomen.

3

10.

Hoofdstuk 3. 3.4 Onderaan pag. 10 ‘De cliënt wordt geacht ….’ Als de cliënt en zijn/haar (primair) netwerk op dat enig moment niet voldoende eigen kracht heeft dringt de vraag zich op hoe met begeleiding iemand en/of het netwerk in de eigen kracht kan worden gebracht. Dit punt komt onvoldoende aan bod in deze beleidsregels. Er zijn wel degelijk methoden om een cliënt en/of zijn omgeving te versterken in zijn eigen kracht. De hulpvraag wordt dan of en hoe iemand in zijn eigen kracht kan worden gebracht, c.q. niet afhankelijk blijft van voorzieningen die worden aangeboden door de overheid.

Uw advies betreft een inhoudelijke beleidswijziging. Graag nemen wij, indien mogelijk, uw advies mee bij het opstellen van de verordening-, beleidsregels- en besluit maatschappelijke ondersteuning Ridderkerk 2022.

11.

Bovenaan pag. 11 ‘Bij het onderzoek ….en eigen netwerk vast’ Volgens deze omschrijving is NIET de visie van de cliënt leidend, wat zijn eigen kracht is en de mogelijkheden van zijn netwerk, maar de visie van de klantmanager. De criteria op grond waarvan de klantmanager tot die visie komt, zijn niet omschreven. Evenmin wordt hier geduid om welke procedure moet worden gevolgd als de klantmanager en de cliënt geen overeenstemming hebben over dit onderwerp. Deze procedure zou wel in deze beleidsregels moeten worden opgenomen.

Beoordeling van eigenkracht en ondersteuning vanuit het eigen netwerk zijn vastgelegd in het onderzoeksverslag. Cliënt kan tegen het advies van de klantmanager Wmo in, een aanvraag indienen (conform 2.8). Een afwijzing of toewijzing moet altijd onderbouwd zijn. Bij een afwijzing ligt de route bezwaar en beroep open.

12.

Bovenaan pag. 11 ‘ ondersteuning vanuit het netwerk is geen verplichting…..’ Het MBR heeft bij het aankomend Plan Integraal Beleid Sociaal Domein geadviseerd een voorziening te treffen om – indien cliënten of hun sociale omgeving over onvoldoende eigen kracht beschikken – waar mogelijk een route uit te zeten om die eigen kracht op te bouwen, o.a. door het versterken van de sociaal-emotionele competenties en/of sociale vaardigheden/leefstijl. Dit punt is (nog) niet uitgewerkt in deze beleidsregels. Zie verder heet hoofdstuk ‘begeleiding’

Dat is juist. Graag nemen wij, indien mogelijk, uw advies mee bij het opstellen van de Verordening-, Beleidsregelsen Besluit Maatschappelijke Ondersteuning Ridderkerk 2022.

4

13.

14.

15.

Pagina 13 ‘Algemene voorzieningen en algemeen toegankelijke voorzieningen in de gemeente’ Bij het begrip algemene voorzieningen en algemeen toegankelijke voorzieningen wordt geen onderscheid gemaakt tussen zgn. nulde voorzieningen en eerste lijn voorzieningen. Dit is wel wenselijk. Ambulante jeugdhulp, onafhankelijke cliëntondersteuning en maatschappelijk werk zijn thans ondergebracht in het wijkteam en zijn een eerste lijn voorziening. Met andere woorden, is er voldoende afstemming met de inrichting van het zorgstelsel met nulde lijn voorzieningen, eerste lijn voorzieningen (wijkteam) en 2de lijn voorzieningen (gespecialiseerde voorzieningen)? Voor het MBR is dit een belangrijk punt in het kader van transformatie in het sociale domein. 3.9 de paragraaf Cliëntondersteuning Clientondersteuning (versterken eigen kracht en de kracht van het sociaal netwerk) is een taak van het wijkteam (niet alleen van MEE), c.q. van professionele hulpverleners in het wijkteam die geen verantwoordelijkheid hebben bij WMO-indicatiestelling en dito zorgtoewijzing. Het MBR ervaart het als een gemis dat dit in deze beleidsregels niet zo is benoemd. Clientondersteuning via vrijwilligersorganisaties is mooi als het zou kunnen, maar het biedt onvoldoende garantie voor de vereiste kwaliteit.

Dit type ondersteuning kan beter worden aangeduid met een andere term, bijvoorbeeld zoals morele steun of iets dergelijks. Clientondersteuning kan niet worden verricht door de WMO-klantmanager omdat het belang van zorgaanvrager/cliënt kan conflicteren met het belang van de gemeente. Onafhankelijke cliëntondersteuning helpt tunnelvisie te voorkomen, o.a. bij interpretatie van de zorgbehoefte of bij verdenking van fraude. Het MBR hecht zeer aan onafhankelijke cliënt ondersteuning, ter voorkoming van situaties zoals de kindertoeslagen affaire bij de rijksoverheid. Pag. 17 ‘ Relevante omstandigheden met betrekking tot de PGB-vaardigheid (dit is niet een limitatieve lijst)’ Indien personen niet over de hier genoemde PGB-vaardigheid beschikken, is dit op zichzelf een symptoom van onvoldoende zelfredzaamheid; derhalve komen deze personen in principe in aanmerking voor ‘begeleiding’, zoals genoemd in deze regeling.

Wij delen uw mening. Graag nemen wij, indien mogelijk, uw advies mee bij het opstellen van de verordening-, beleidsregels- en besluit maatschappelijke ondersteuning Ridderkerk 2022.

Paragraaf 3.9 is enkel gericht op de ondersteuning die MEE biedt tijdens het toegangsproces Wmo en is een wettelijke verplichting.

Alle leefgebieden zijn onderwerp van onderzoek. Derhalve komt ook de noodzaak en/of behoefte voor Wmo begeleiding aan bod.

5

16.

Pag. 19 ‘4.10 Toezicht en handhaving’ Het MBR heeft op 7 juli 2020 een advies uitgebracht over toezicht en handhaving in het sociale domein, waaronder de volgende twee punten: a. Het MBR adviseert ,dat in geval van vermoeden van misbruik of oneigenlijk gebruik, de cliënt gebruik kan maken van een cliëntbegeleider uit het wijkteam en dat hem/haar op die mogelijkheid wordt gewezen; b. Het MBR adviseert om tegelijk met het vaststellen van een beleid en een verordening Toezicht en Handhaving Sociaal Domein, het beleid en de regelgeving inzake de klachtenregeling te actualiseren en te concretiseren; De uitwerking van deze punten, dan wel een relevante verwijzing waarin dit is geregeld, komen niet terug in deze beleidsregels.

a. Graag verwijzen wij terug naar onze brief van 21 september 2020 (punt 5, pag. 2) waarin wij reageren op het door u op 7 juli 2020 uitgebrachte advies: “Als een inwoner wordt benaderd over een onderzoek wordt de inwoner geïnformeerd over de mogelijkheden voor een cliëntondersteuner. Als het onderzoek leidt tot een beschikking, vermelden wij uiteraard de bezwaar en beroep mogelijkheden.”. b. Het actualiseren van de klachtenregeling is een project dat onze aandacht heeft en reeds in gang is gezet. Dit is ook met u besproken tijdens het bestuurlijk overleg van 11 november 2020.

17.

Pag. 19 ‘steeksproefsgewijs’ Dit dient steekproefsgewijs te zijn.

Tekstuele aanpassing is doorgevoerd.

18.

Pag. 21 ‘ Het thuis kunnen zorgen voor kinderen die tot het gezin behoren’ Indien onvoldoende voor de kinderen kan worden gezorgd, kan er sprake zijn van verwaarlozing respectievelijk kindermishandeling. In zo’n geval dient er een onderzoek te worden gedaan door de jeugdhulp professionals in het wijkteam. De hier genoemde vrijwilligers activiteiten kunnen mogelijk enig soelaas bieden, doch een check met het wijkteam lijkt onontbeerlijk.

n.v.t.

19.

Pag. 24 ‘Ouderlijke zorgplicht bij echtscheiding’ Naast het vraag over de noodzaak van huishoudelijke hulp bij een van de ouders in geval van echtscheiding en/of ernstiger relatieproblemen en het effect daarvan op de minderjarige kinderen (o.a. verwaarlozing), dient dit aspect terug te komen in de paragraaf over begeleiding.

Dat is juist. Graag nemen wij, indien mogelijk, uw advies mee bij het opstellen van de verordening-, beleidsregelsen besluit maatschappelijke ondersteuning Ridderkerk 2022.

6

20.

‘6.1 Doelgroep begeleiding’ Het vaststellen van psychiatrisch en psychogeriatrische problematiek is alleen voorbehouden aan daartoe BIG-geregistreerde specialisten. Het woord psychosociale problematiek is niet opgenomen in deze lijst, maar is wel opgenomen in de definities van de WMO , namelijk :’het ondersteunen van de zelfredzaamheid en de participatie van personen met een beperking of met chronische psychische of psychosociale problemen, zoveel mogelijk in de eigen leefomgeving.’ Dit omvat het domein van o.a. huwelijks- en relatieproblemen, de immateriële kant van schulden en armoedeproblematiek, discriminatie, eenzaamheid, naar binnen gericht en/of depressief gedrag, naar buiten gericht en/of agressief gedrag, verward gedrag, huiselijk geweld enz.

Het diagnosticeren van psychogeriatrische problematiek is voorbehouden aan specialisten. Dit gebeurd niet door de klantmanager Wmo. Deze stelt de ondersteuningsbehoefte vast die voortkomt uit deze klachten. Functioneren met psychosociale problematiek valt onder ad. 5. Persoonlijk functioneren en wordt dus wel degelijk meegenomen bij het onderzoek en Wmo Begeleiding voorziet in deze ondersteuning. Vanuit de Wmo gezien betreft deze ondersteuning dus een voorliggende voorziening vanuit het wijkteam.

‘ Om die reden zijn voorliggende voorzieningen, zoals welzijnswerk, Mee, cliëntondersteuning, maatschappelijk werk..’ Mee, professionele cliënt ondersteuning en maatschappelijk werk zijn per definitie maatwerk (en dus geen voorliggende voorziening) dat loopt via het wijkteam c.q. waarvoor een maatwerk besluit moet worden genomen.

21.

Pag. 26 ‘Ad 4: Resultaatgebied: Ondersteuning bij zelfzorg’ De zelfzorg is vooral gericht op het ‘uiterlijk voorkomen’ (ziet iemand er verzorgd uit?). Zelfzorg dient volgens het MBR ook gericht te zijn op autonomie (zelfverantwoordelijkheid, zelfstandigheid, zelfacceptatie enz.). Dit betreft o.a. levensstijl en levensvaardigheden (sociaal-emotionele competenties), gericht op persoonlijk, fysiek en geestelijk welbevinden. Het MBR verwacht dat deze aanpak effectief is ter voorkoming van stijgende kosten in de jeugdzorg, de schuldsanering en de ouderenzorg.

Eens, daarom is zelfverantwoordelijkheid, zelfstandigheid, zelfacceptatie opgenomen als onderdeel van ad 5. Persoonlijk functioneren.

7

22.

23.

24.

‘Ad 5. Persoonlijk functioneren’ Bij het persoonlijk functioneren dient o.i. ook het accent te liggen op het kunnen aangaan en onderhouden van (duurzame) relaties, wederkerigheid , luisteren, verbinding, contact, empathie, acceptatie en omgaan met verschillen, de zorg voor elkaar. De maatregelen die het MBR voorstelt liggen op het niveau van psycho-educatie en daaraan verbonden gedragstraining., dus niet op het terrein van psychotherapie en (trauma)behandeling. Deze maatregelen zijn vooral van belang voor de doelgroep en de problematieke omschreven in de opmerking bij 6.1. Het gaat om preventieve maatregelen en 1ste lijn hulp. Niet om GGZ-hulp. Het MBR verwacht dat deze aanpak effectief zal zijn ter voorkoming van stijgende kosten in de jeugdzorg, schuldsanering en ouderenzorg. Het MBR heeft ten aanzien van autonomie en relatie geadviseerd een programma psycho-educatie ontwikkeling en sociaal-emotionele competenties te ontwikkelen, dat kan worden uitgevoerd door daartoe geschoolde eerste lijn zorgmedewerkers. Psycho-educatie onderscheid zich duidelijk van therapie of ‘behandeling. Dit behoort tot het domen van de tweede lijn zorg. Pag. 27 ‘6.4 Bepaling van omvang, frequentie en vorm van Begeleiding’ De hier omschreven begeleiding is een beperkt segment van de begeleiding en geen betrekking op psycho-sociale problematiek.

Zoals eerder aangegeven verplicht de Wet Maatschappelijke Ondersteuning gemeenten om ook deze aspecten op te nemen in hun WMO-plan. Pag. 39 ‘8.15 Hulpmiddelen ten behoeve van het normale gebruik van de woning’ Het MBR is van mening dat er onvoldoende wordt geluisterd naar de behoefte van de cliënt en dat daardoor de leveranciers met oplossingen kunnen komen, die vooral duur zijn maar niet voldoen aan de gestelde eisen. Een onafhankelijk advies en daarna pas een keuze maken welke leverancier kan de gemeente veel kostenbesparing opleveren en de cliënt een beter passende oplossing. Graag wil het MBR met de gemeente in gesprek om dit aan de hand van concrete voorbeelden toe te lichten.

Zie reactie 20. Daarnaast zijn we ons bewust van de behoefte aan een lichtere vorm van begeleiding. Daarom nemen we uw advies mee bij de vormgeving van definitie van de vernieuwde dienstverlening die valt onder de aanbesteding Begeleiding Wmo 2021.

Zie reactie 20 en 22.

Dank voor uw aanbod. Vanzelfsprekend kan een dergelijk gesprek georganiseerd worden.

8

25.

Pag. 40 ‘Vervoersvoorzieningen’ Het MBR heeft op dit punt al separaat advies uitgebracht, waarnaar we graag verwijzen.

Uw advies betreft een inhoudelijke beleidswijziging. Graag nemen wij, indien mogelijk, uw advies mee bij het opstellen van de verordening-, beleidsregels- en besluit maatschappelijke ondersteuning Ridderkerk 2022.

26.

Pag. 44. ‘Hoofdstuk 12. Slotbepalingen’ Een klachtenregeling of een verwijzing naar een klachtenregeling ontbreekt.

De klachtenregeling is opgenomen in de Verordening maatschappelijke ondersteuning Ridderkerk 2019. De verordening en beleidsregels vormen samen de lokale uitwerking van de Wet maatschappelijke ondersteuning.

27.

Pag. 46 ‘ Bijdrage van kinderen aan het huishouden’ Hierbij moet worden onderzocht of kinderen onterecht in de positie van jonge mantelzorger, worden gebracht, of de zorg voor de ouders, ongewild, moeten overnemen. De vraag is of de WMO-klantenmanager voldoende geschoold is om dit vast te stellen. Inschakeling van op dit gebied kundige wijkteamprofessionals is noodzakelijk. Voorkomen van parentisering van de kinderen.

Eens. Bij een vermoeden van gezins- en/of kindgerelateerde problematiek en/of zorg neemt de klantmanager Wmo, na afstemming met de cliënt, contact op met een collega van het wijkteam.

9

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.ridderkerk.nl/api/v1/meetings/763/documents/28736