2021-04-09 RIB Werkplan DCMR - plan 2021 Ridderkerk.PDF.pdf
Tekst van het document
DCMR WERKPLAN 2021 RIDDERKERK
TERUG NAAR INHOUDSOPGAVE
DCMR WERKPLAN 2021 → Ridderkerk →
1
DCMR WERKPLAN 2021 Ridderkerk Auteur: W.A.M. van Mil Afdeling: Reguleren, Advies en Omgeving Documentnummer: 22304976 DCMR MILIEUDIENST RIJNMOND Parallelweg 1 3112 NA Schiedam Op werkdagen van 8.00 tot 17.00 uur Telefoon 010 246 8000 E-mail info@dcmr.nl januari 2021
TERUG NAAR INHOUDSOPGAVE
DCMR WERKPLAN 2021 → Ridderkerk →
2
INHOUD 1 INLEIDING 1.1 Gemeenschappelijke regeling, rollen en bevoegdheden 1.2 Van beleidsbegroting naar werkplannen 1.3 Milieuaandachtspunten in de gemeente Ridderkerk 1.3.1 De gemeente en de bedrijven 1.3.2 Beleid en prioriteiten 1.3.3 Milieumeldingen van bewoners 1.4 Wijze van verantwoorden 1.5 Coronamaatregelen
4 4 4 5 5 5 9 9 10
2 2.1 2.2 2.3 2.4
11 11 12 12 13
FINANCIEEL KADER Financieel kader 2021 De tariefstructuur Budgetteringsmethodiek voor VTH-taken Indeling in producten en clusters
3 3.1 3.2 3.3
TERUG NAAR INHOUDSOPGAVE
PROGRAMMA MILIEUBEHEER Inleiding Uitgangspunten en programma VTH Uitgangpunten voor toetsing en advisering in ruimtelijke plannen en beleidsontwikkeling 3.4 Uitgangspunten voor databeheer, meten en monitoring 3.5 Toelichting op de clusters 3.5.1 Cluster Reguleren 3.5.2 Cluster Wabo-toezicht 3.5.3 Cluster Handhaving 3.5.4 Cluster Juridische werkzaamheden 3.5.5 Cluster Kwaliteit en ontwikkeling VTH 3.5.6 Cluster Overige VTH-taken 3.5.7 Cluster Ruimtelijke Ontwikkeling 3.5.8 Cluster Beleidsadvisering 3.5.9 Cluster Bodem 3.5.10 Cluster Lucht 3.5.11 Cluster Geluid 3.5.12 Cluster Monitoring en databeheer 3.5.13 Cluster Accountbeheer 3.5.14 Cluster Projectbijdragen 3.5.15 Cluster Materiële kosten
14 14 14
4 AANVULLENDE OPDRACHTEN
26
5 Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6 Bijlage 7 Bijlage 8
28 29 32 38 40 42 43 51 53
BIJLAGEN Samenvatting werkzaamheden 2021 Overzichtstabel DCMR werkzaamheden Regiogemeenten Taken, bevoegdheden en mandaat Budgetteringsmethodiek VTH-taken Projectbijdragen Dienstbrede Projecten VTH uitvoeringsplan 2019-2022 EN MJP VTH 2021-2024 Reguleren en overzicht vergunningplichtige bedrijven Afkortingenlijst
DCMR WERKPLAN 2021 → Ridderkerk →
15 16 16 16 16 18 18 19 19 20 21 21 22 22 23 24 24 25
3
1 INLEIDING 1.1 GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING, ROLLEN EN BEVOEGDHEDEN
Gemeente Ridderkerk is aangesloten bij de Gemeenschappelijke Regeling van de DCMR. Naast Ridderkerk zijn 14 andere gemeenten en de provincie Zuid-Holland aangesloten bij het samenwerkingsverband. De DCMR is één van de vijf regionale uitvoeringsdiensten in Zuid-Holland en verricht zijn taken voornamelijk in het Rijnmondgebied. Voor een aantal taken heeft de DCMR een groter werkgebied: de uitvoering van Brzo-taken voor de provincies Zeeland en Zuid-Holland, de meldkamer (geheel Zuid-Holland) en bij de landelijke Brzo-coördinatie. De rol en taakuitvoering van de DCMR worden bepaald door de opdrachten die door de gemeenten en provincie Zuid-Holland (hierna: participanten) bij de DCMR zijn belegd. Deze opdrachten hebben betrekking op de uitvoering van het door hen vastgestelde milieubeleid, binnen de daartoe beschikbaar gestelde middelen. De DCMR is dan ook vergelijkbaar met een onderdeel van een gemeente of provincie, dat de uitvoering verzorgt van het programma milieu door producten en diensten te leveren die moeten bijdragen aan het realiseren van vastgestelde milieudoelstellingen. Uw gemeente heeft taken ter uitvoering bij de DCMR neergelegd. Dit zijn met name wettelijke taken op grond van Wet milieubeheer, Wabo en Wet bodem bescherming op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving. Het basistakenpakket1 maakt hier onderdeel vanuit.
Daarnaast verricht de DCMR adviserende, ondersteunende en uitvoerende werkzaamheden op het gebied van zorg voor de leefomgeving, het milieu en duurzaamheid. Het werkplan 2021 is een uitwerking van de afspraken voor 2021 die met uw gemeente als opdrachtgever zijn gemaakt. Voor een aantal taken zijn bevoegdheden door uw gemeente aan de DCMR gemandateerd. In bijlage 3 is het mandaat van uw gemeente opgenomen.
1.2 VAN BELEIDSBEGROTING NAAR WERKPLANNEN
Het Rijnmondgebied kenmerkt zich door een grote bevolkingsdichtheid en een sterke concentratie van bedrijven en grote industrie. De bestuurlijke ambitie van de regio is erop gericht dat de ontwikkeling als economische topregio hand in hand gaat met behoud en verbetering van de leefkwaliteit en veiligheid. De regio verwacht een consequente en continue aandacht voor een gezond leefklimaat en veilige woon- en werkomgeving. Dat vergt professioneel toezicht op en regulering van bedrijvigheid in de regio. De DCMR is daar al bijna 50 jaar de uitvoerder van. Om de ambities te verwezenlijken en alle functies in dit drukke gebied te combineren, is een adequate ruimtelijke planvorming cruciaal. Digitalisering, slimme informatieverwerking, gedragswetenschappelijke inzichten en nieuwe (opsporings-)technieken bieden kansen om onze kerntaken steeds robuuster uit te voeren. De werkzaamheden die de DCMR voor de participanten uitvoert zijn beschreven in het programma Milieubeheer. Dit programma bevat alle bedrijfsgerichte activiteiten, zoals reguleren, inspecteren en handhaven, maar ook de ruimtelijke adviestaken en de activiteiten voor verbetering en bewaking van leefomgevings kwaliteit. De DCMR combineert de gebiedsgerichte kennis en taken, met de bedrijfsgerichte uitvoering.
1
Op grond van de wet VTH zijn gemeenten en provincies verplicht de uitvoering van bepaalde taken, het basistakenpakket, door de omgevingsdiensten uit te laten voeren. Wet VTH: Wet van 9 december 2015 tot wijziging van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (verbetering vergunningverlening, toezicht en handhaving).
TERUG NAAR INHOUDSOPGAVE
DCMR WERKPLAN 2021 → Ridderkerk → Inleiding
4
De beleidsbegroting van de DCMR heeft ten aanzien van de uit te voeren werkzaamheden een kaderstellend en richtinggevend karakter. De concrete invulling van de uit te voeren werkzaamheden wordt per participant in de werkplannen 2021 vastgelegd. De in dit werkplan genoemde producten en diensten zijn sinds 2015 gebaseerd op de Zuid-Hollandse PDC (Producten en Diensten Catalogus). De beleidsbegroting 2021 van de DCMR is op 8 juli 2020 door het Algemeen Bestuur van de DCMR vastgesteld. Daarmee is het financiële kader voor de werkplannen voor de door de DCMR uit te voeren taken in 2021 vastgelegd. Een verdere uitwerking daarvan voor uw gemeente vindt u in hoofdstuk 3.
1.3 M ILIEUAANDACHTSPUNTEN IN DE GEMEENTE RIDDERKERK 1.3.1 DE GEMEENTE EN DE BEDRIJVEN De bedrijvigheid in Ridderkerk kenmerkt zich door grootschalige bedrijventerreinen aan de rand van de gemeente en door historisch gegroeide bedrijfsactiviteiten langs de grote rivieren. In Ridderkerk zijn 1.131 milieu relevante bedrijven. 1.3.2 BELEID EN PRIORITEITEN BELEID EN PRIORITEITEN VAN DE GEMEENTE RIDDERKERK Collegeprogramma Ridderkerk 2018-2022 “Van palet naar prestatie” In het Collegeprogramma Ridderkerk 2018-2022 “Van palet naar prestatie” zijn de ambities uit het coalitieakkoord ‘Veel kleuren, één palet’ vertaald naar prestaties. Het college zorgt daarbij dat ze dichtbij en benaderbaar is voor de samenleving. Het collegeprogramma benoemt daarnaast onderstaande prioriteiten voor de komende jaren, waarbij de inzet van DCMR benodigd kan zijn: • In de eerst volgende wijziging van de APV worden de openingstijden voor de terrassen in het centrum gelijkgesteld aan de openingstijden van de horecaondernemingen; • We streven naar een voor alle Ridderker¬kers aantrekkelijk, goed functionerend en toekomstbestendig centrum; • We zetten ons in om verdere reductie van het geluid van de A15, A16 en de Rotterdamseweg te realiseren en onderzoeken welke mogelijkheden er zijn om fijnstof af te vangen.
Ook op andere manieren blijven we actief werken aan verbetering van de luchtkwaliteit en het terugdringen van geluidsoverlast. Het actieplan Lucht en het actieplan Geluid zijn inmiddels door de gemeenteraad vastgesteld. In het bijzonder zetten we in op maatregelen in West en bij het Oosterpark; • We willen een afvalloze gemeente worden; • Uitgangspunt is een betaalbare, betrouwbare, schone en veilige energievoorziening voor iedereen in 2050, waarbij het energiever¬bruik volledig wordt gedekt door energie uit duurzame of restbronnen; • Wij ontwikkelen Ridderkerk in de richting van een circulaire economie.
Verder heeft de gemeente Ridderkerk de volgende prioriteiten gesteld: Geluid • Blijvende aandacht bij het bedrijventerrein Verenambacht in verband met de klachten in de afgelopen jaren; • Blijvende aandacht bij controles in het kader van de Wet milieubeheer bij de bedrijventerreinen die direct grenzen aan woongebieden (met name Donkersloot en Maasoevers); • Blijvende aandacht voor geluidsaspecten bij controle van horeca-inrichtingen in het kader van de Wet milieubeheer, met name bij bedrijven, waarover veel klachten zijn ontvangen.
TERUG NAAR INHOUDSOPGAVE
DCMR WERKPLAN 2021 → Ridderkerk → Inleiding
5
Externe Veiligheid Blijvende aandacht voor externe veiligheidsaspecten bij vergunningverlening en controles in het kader van de Wet milieubeheer, met name bij Ridderhaven. Bodem Frequente controle in het kader van de handhavingstaken uit het Besluit Bodemkwaliteit. Drinkwaterwingebied Aandacht voor bedrijven in het drinkwaterwingebied van Oasen die een potentieel gevaar vormen voor de winning en de kwaliteit van het drinkwater. Andere ontwikkelingen met directe gevolgen voor het werkplan: Gronduitgifte bedrijfsterrein Cornelisland In 2011 is het eerste perceel op Cornelisland uitgegeven. In 2017 en 2018 heeft de verkoop een vlucht genomen. Eind 2019 zijn nagenoeg alle gronden verkocht. De DCMR zal al voor definitieve uitgifte van de percelen bij de bedrijfsvestigingen worden betrokken. De toename van het aantal bedrijven heeft ook invloed op de kosten voor het werkplan. Nieuw-Reijerwaard Door de provincie Zuid-Holland is in juni 2013 een inpassingsplan vastgesteld voor 95 ha bedrijfsterrein op Ridderkerks grondgebied. Het inpassingsplan is eind 2015 onherroepelijk geworden. Er is een gemeenschappelijk regeling tot stand gebracht die ten doel heeft de 95 ha bedrijfsterrein te realiseren. De gemeente Ridderkerk vormt samen met de gemeenten Barendrecht en Rotterdam de gemeenschappelijke regeling. In 2015 en 2016 zijn de eerste fasen van de uit te geven gronden bouwrijp gemaakt.
De uitgifte van de eerste bedrijfskavels heeft in 2017 en 2018 plaatsgevonden. Op basis van de Grondexploitatie van het gebied is een procentuele verdeling gemaakt voor de kosten die DCMR gaat maken. Deze verdeling wordt jaarlijks bijgesteld en gehanteerd bij de aanpassingen van het werkplan de komende jaren. NIEUWE WET- EN REGELGEVING In 2016 is de Wet VTH (Vergunningen, Toezicht en Handhaving) van kracht geworden, inclusief de bijbehorende kwaliteitscriteria. Op 14 mei 2019 nam de Eerste Kamer de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen aan. Inwerkingtreding van de wet is doorgeschoven naar 1 januari 2022. Die wet heeft als doel de bouwkwaliteit en het bouwtoezicht te verbeteren door inschakeling van private kwaliteitsborgers. Daarnaast wordt de aansprakelijkheid van aannemers ten opzichte van particuliere en professionele opdrachtgevers uitgebreid. Ook de Omgevingswet hangt boven de markt en krijgt steeds meer vorm. Inwerkingtreding van deze wet is ook doorgeschoven naar 1 januari 2022.
Het milieutoezicht bij asbestverwijdering is een wettelijke Basistaak voor de DCMR. Het college heeft de taak per 1 januari 2019 overgedragen. Naast het toezicht op de asbestverwijdering bij bedrijven is ook het toezicht bij particulieren overgedragen. De taken en het bijbehorend budget zijn verwerkt in het Werkplan van Ridderkerk. De nieuwe wet- en regelgeving raakt de werkwijzen van de DCMR en de milieu- en Wabo-taken (bouw en sloop) die binnen de BAR-organisatie worden uitgevoerd. Met betrekking tot dit onderwerp zal ook in 2021 afstemming plaats blijven vinden tussen de DCMR en de BAR-organisatie. Het jaar 2021 wordt gebruikt voor de implementatie van de Omgevingswet, zowel bij de gemeente als bij DCMR. Ook wordt dit jaar gebruikt om de werkafspraken tegen het licht te houden en af te stemmen op de nieuwe wet- en regelgeving (zowel inhoudelijk, procesmatig als financieel).
TERUG NAAR INHOUDSOPGAVE
DCMR WERKPLAN 2021 → Ridderkerk → Inleiding
6
BAR-ORGANISATIE Het ambtelijk apparaat van de gemeenten Barendrecht, Albrandswaard en Ridderkerk is met ingang van 1 januari 2014 ondergebracht in een Gemeenschappelijke regeling. De inzet is om tot meer samenwerking te komen voor de drie gemeentebesturen. Het eigen werkplan voor Ridderkerk blijft hierbij gehandhaafd. Op ambtelijk niveau wordt waar mogelijk gezocht naar efficiencymogelijkheden. Zo worden de Trimesteroverleggen en het integraal handhavingsoverleg in BAR-verband georganiseerd. In 2020 is gestart met werken volgens de doelstellingen van BAR2020. Een organisatieontwikkeling met als doel meer aandacht voor de medewerkers, meer aandacht voor het bestuur, beter inspelen op maatschappelijke opgaven en beter kunnen sturen.
Daarnaast wordt BAR-breed gewerkt aan de verdere verbetering van de aansturing van alle Verbonden Partijen, waaronder de DCMR. Hierbij is voor 2021 bepaald welke aansturingsvariant voor DCMR passend is: varianten Chauffeur, Bijrijder en Achterbankzitter (zie figuur 1). FIGUUR 1: AANSTURINGSVARIANTEN
Gekozen is voor de variant Chauffeur op basis van de volgende argumenten. Eerste aanleiding is het Albrandswaards lidmaatschap namens de subregio van het DB tijdens deze bestuursperiode. Door deze bestuurlijke positie van Albrandswaard heeft ook Ridderkerk door de BAR-samenwerking meer mogelijkheden om aan de voorkant te sturen op de ontwikkeling van de gemeenschappelijke regeling. Dit kost de BAR-organisatie wel meer menskracht (ook van collega’s vanuit andere disciplines, als financiën en ICT) en vergt een andere aanpak waarbij het vormen van een netwerk en coalities belangrijk is om doelstellingen te bereiken. Tweede aanleiding is de huidige financiële situatie van de DCMR en de verandering op directieniveau ten opzichte van de vorige bestuursperiode. Er is minder stabiliteit in de directie van de DCMR en er zijn uitdagingen op financieel vlak, rond bedrijfsvoering en automatisering. Dit vergt extra sturing, waarbij de inzet van collega’s noodzakelijk is. BELEID EN PRIORITEITEN VAN DE DCMR Excellente organisatie De DCMR wil een excellente uitvoeringsorganisatie zijn. Dat betekent een voortdurende focus op mogelijkheden voor verbetering en innovatie, een taak uitvoering die state-of-the art is en een organisatie die zich flexibel aanpast op nieuwe ontwikkelingen in de samenleving en veranderende vragen bij opdrachtgevers.
TERUG NAAR INHOUDSOPGAVE
DCMR WERKPLAN 2021 → Ridderkerk → Inleiding
7
Omgevingswet De Omgevingswet zal in 2022 in werking treden. De DCMR streeft er naar dat participanten straks optimaal worden geadviseerd over hoe initiatieven en ontwikkelingen mogelijk gemaakt kunnen worden binnen de kaders die het omgevingsplan stelt. Faciliteren is daarbij het uitgangspunt, uiteraard met een scherp oog voor de eisen die omgevingsplan en omgevingsvisie stellen aan leefbaarheid, veiligheid en milieu. Ook regulering en toezicht moeten in lijn zijn met het omgevingsplan, dat een veel bredere strekking heeft dan het huidige bestemmingsplan. Diverse milieuthema’s (zoals geluid, bodem, agrarische geur, externe veiligheid , energie, circulariteit, biodiversiteit, klimaat), moeten in regelvorm in het plan terugkomen. Doordat de gemeente ‘eigenaar’ wordt van deze regels zal een nauwere relatie in de planfase tussen de DCMR en gemeente nodig zijn. Datagedreven organisatie Om het werk van de DCMR optimaal uit te voeren is het verder verbeteren en inzetten van innovatieve en slimme informatievoorziening een belangrijke randvoorwaarde. Complexe analyses van milieudata en nalevingsgegevens en de toenemende mogelijkheden om te voorspellen en te monitoren, bieden ruimte om een vernieuwende rol als gebiedsadviseur in te nemen. Dit betekent dat de medewerkers van de DCMR moeten beschikken over de kennis, vaardigheden en houding om het werk datagedreven uit te voeren.
Dit betekent ook dat investeringen in ICT-voorzieningen, mogelijkheden voor data-analyse en in apparatuur voor metingen, registratie en monitoring op afstand, een groter deel van de begroting zullen gaan vormen. De DCMR werkt aan toegankelijke informatie in alle fasen van de beleidscyclus. De DCMR beschikt over en gebruikt vanuit eigen data en externe bronnen milieuinformatie. Dit wordt ingezet bij de primaire processen reguleren (vergunning verlening en milieueffectrapportage), inspecteren (toezicht) en adviseren (gebiedsontwikkeling, ruimtelijke plannen en monitoren). Het informatiebeheer is er op gericht de data zo te beheren en op orde te hebben dat deze beschikbaar, bruikbaar en bestendig toegankelijk zijn, zowel voor de DCMR als voor externe doelgroepen. De DCMR werkt aan toekomstproof toezicht. Slim gebruik van data vanuit eigen monitoring en externe bronnen, stelt de DCMR in staat haar toezicht risico gestuurd en datagedreven uit te voeren en om burgers, bedrijven en andere overheden in het gebied pro-actief te informeren. De kansen die technologische innovatie biedt voor het toezicht worden verder ontwikkeld en geïmplementeerd. Sneller signaleren, toezicht op afstand en gebiedsgericht maatwerk zijn daarbij het doel. De DCMR werkt verder aan de Altijd Actuele Digitale Vergunning.
De implemen tatie en doorontwikkeling van het digitale voorschriftenregister en de werkwijzen voor het beheer daarvan in de eigen organisatie. Tevens worden, daar waar dat meerwaarde oplevert, optimalisaties doorgevoerd in het vergunningen- en toezichtproces. Met de altijd actuele digitale vergunning kan de toegankelijkheid en de kenbaarheid van geldende regels (uit vergunningen en AmvB’s) worden vergroot. Dit leidt tot efficiency voordelen, en vergrote transparantie voor het bevoegd gezag, bedrijven en burgers. Het Meerjarenprogramma De beleids- en collegedoelstellingen van de participanten van de DCMR zijn bij de uitvoering van het werk de leidraad. Deze zijn in samenspraak met de participanten vertaald in een meerjarenprogramma. Daarin zijn focuspunten beschreven die voor de DCMR de leidraad zijn bij het stellen van prioriteiten. Onderwerpen die bij de colleges prioriteit hebben zoals klimaat, circulaire economie, gezondheid en energiebesparing zijn terug te vinden in het meerjarenprogramma. In 2020 is samen met de participanten een nieuw meerjarenprogramma ontwikkeld om focus te houden op de uitvoering van de werkzaamheden van 2021 tot 2024.
TERUG NAAR INHOUDSOPGAVE
DCMR WERKPLAN 2021 → Ridderkerk → Inleiding
8
1.3.3 MILIEUMELDINGEN VAN BEWONERS De meldkamer van de DCMR registreert meldingen van bewoners van de gemeente over overlast uit hun omgeving. Een jaaroverzicht van de klachten wordt opgenomen in het jaarverslag en in de eindrapportage 2020.
Van de gemeente Ridderkerk is in dit werkplan een overzicht opgenomen van de klachten per soort en over een aantal jaren (2018, 2019, 2020 tot oktober). Een deel van de traceerbare klachten is veroorzaakt door bedrijven die onder gemeentelijk bevoegd gezag vallen. Voor de behandeling van de andere klachten werkt de DCMR samen met andere partijen, zoals de provincie, buurgemeenten, Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) en (bij vliegtuiglawaai) de Commissie Regionaal Overleg Rotterdam-The Hague Airport (RTHA). Meer informatie hierover staat in paragraaf 3.5.2. FIGUUR 2: MILIEUMELDINGEN RIDDERKERK KLACHTER PER HOOFDAARD 600 500 400 300 200 100 0
2018
2019
2020 tot okt.
GELUID
142
138
164
VLIEGVERKEER
20
321
58
GEUR
38
37
25
(afval, bodem, stof, OVERIG visuele hinder, water)
14
22
1
TOTAAL
214
518
258 BRON: DCMR
1.4 WIJZE VAN VERANTWOORDEN
Opdrachtgever en opdrachtnemer In het werkplan zijn de taken opgenomen die de DCMR in het kader van de Gemeenschappelijke Regeling uitvoert voor de gemeente. De DCMR heeft bij de uitvoering van deze taken de rol van opdrachtnemer. In deze rol ondersteunt en adviseert de DCMR de gemeente ten aanzien van de zorg voor de leefomgeving, het milieu en duurzaamheid. Hierbij bepaalt de opdrachtgever welke producten en adviezen door de DCMR worden geleverd. Periodiek bespreekt de DCMR de voortgang op het werkplan met de opdrachtgever. Terugkoppeling over de voortgang en uitvoering Over de voortgang en uitvoering van de werkplannen zijn de volgende afspraken gemaakt: Maandrapportage Maandelijks stelt de DCMR een cijfermatige rapportage op. Deze maandrapportage wordt binnen twee weken na afloop van een maand per mail verzonden naar de gemeente. De rapportage sluit aan bij het niveau van de
TERUG NAAR INHOUDSOPGAVE
DCMR WERKPLAN 2021 → Ridderkerk → Inleiding
9
overzichtstabel (bijlage 1). Naast uitputting in uren en euro’s op het niveau van de productgroep, wordt ook per product het gerealiseerde aantal opgenomen. Eindrapportage Over het gehele jaar stelt de DCMR een eindrapportage op, die na afloop van het jaar naar de gemeente verstuurd wordt. De eindrapportage bevat de eindconclusies op financieel en inhoudelijk gebied, in de vorm van infographics met kernachtige teksten. Een overzicht van de klachten maakt hiervan deel uit. Participantenoverleg Vier keer per jaar vindt gezamenlijk overleg plaats tussen de milieucontactambtenaren van de participanten en de DCMR. Hierin worden relevante ontwikkelingen van de werkzaamheden en van de organisatie besproken. Voortgangsoverleg Vier keer per jaar vindt gezamenlijk overleg plaats tussen de milieucontactambtenaren van de participanten en de DCMR. Hierin worden relevante ontwikkelingen van de werkzaamheden en van de organisatie besproken. Trimesteroverleg2 Drie keer per jaar vinden de trimesteroverleggen plaats. In de eerste twee overleggen bespreken de relatiemanager, de gebiedscoördinator en de accountmanager de voortgang van het werkplan en inhoudelijke dossiers met de milieucontactpersoon van de gemeente. In het derde overleg (augustus/ september) maken de accountmanager en de relatiemanager daarnaast ook afspraken over het werkplan voor het volgend jaar.
Bestuurlijk overleg3 Tweemaal per jaar hebben een directielid en accountmanager overleg met de verantwoordelijke wethouder. In deze overleggen bespreken zij onder andere de bestuurlijke thema’s, de voortgang van het werkplan en de milieumeldingen (klachten). Afstemming bouwen Wekelijks is een medewerker van de DCMR bij de BARorganisatie gestationeerd. Er vindt dan met de medewerkers van de Afdeling Vergunningen, Toezicht en Handhaving Wabo afstemming plaats over onder meer de ingediende omgevingsvergunningen. Integraal Handhavingsoverleg Zes keer per jaar bespreken de BAR-organisatie, de VRR, politie en de DCMR de ontwikkelingen met betrekking tot handhaving binnen de gemeente. Dit overleg heeft tot doel om de handhavingspartners onderling te informeren en waar nodig te zorgen voor een goede afstemming
1.5 CORONAMAATREGELEN
Het is niet uit te sluiten dat de corona maatregelen in 2021 van invloed zullen zijn op de werkzaamheden van de DCMR. Dit geldt zeker met name voor het toezichtsprogramma. Ondanks de beperkingen vanwege corona zal de DCMR de toezichtcapaciteit optimaal en zo slim mogelijk blijven inzetten, bijvoorbeeld door te controleren via videobellen of door het opvragen van een foto van een getroffen voorziening. Verwachting is dat aanpassingen bij het toezicht houden voorlopig nodig blijven (afstand houden, aankondigen van inspecties, minimaal gebruik van OV, fysieke controle zo kort mogelijk houden, werken vanuit huis). Ook zijn er branches waar mogelijk het toezicht (tijdelijk) niet aan de orde zal zijn vanwege verplichte sluiting of (tijdelijk) niet kan worden uitgevoerd.
2 3
ls gevolg van de doorontwikkeling van het accountmanagement bij de DCMR, kan de invulling wat A betreft aanwezigen en hun functienamen in 2021 veranderd zijn. Het vermelde onder voetnoot 2 geldt ook voor het Bestuurlijk Overleg.
TERUG NAAR INHOUDSOPGAVE
DCMR WERKPLAN 2021 → Ridderkerk → Inleiding
10
2 FINANCIEEL KADER 2.1 FINANCIEEL KADER 2021
Het budget voor het werkplan 2021 DCMR voor de gemeente Ridderkerk is € 994.170. In tabel 1 ziet u hoe dit bedrag tot stand is gekomen. Het werkplanbudget voor 2021 is ten opzichte van 2020 met 1,4% verhoogd conform de brief van 12 februari 2020 (Zaaknummer 120018) van de gezamenlijke colleges van burgemeester en wethouders van de gemeentelijke participanten over de indexering. In het Algemeen Bestuur van december 2018 is besloten de bijdrage aan de Meldkamer van de participanten stapsgewijs te verhogen zodat de Meldkamer toekomstbestendig kan worden georganiseerd. Voor omgevingsveiligheid (3.5.7), de informatieplicht energiebesparing (3.5.6) en het toezicht op de asbestsanering (3.5.6.) is extra budget toegevoegd. Daarnaast is budget vanuit het voorschot aan het werkplanbudget toegevoegd om het basisbudget vth-taken aan te kunnen TABEL 1: FINANCIEEL KADER WERKPLAN 2021
KADER 2021
BUDGET
Beleidsbegroting inclusiefincl. 1,4% indexering
€903.837
Omgevingsveiligheid (via gemeentefonds)
€6.500
Omgevingsveiligheid (overig)
€12.500
Informatieplicht energiebesparing
€12.760
Overige correcties
€58.573
TOTAAL
€
BRON
TERUG NAAR INHOUDSOPGAVE
994.170 BEDRAG
Factuurbedrag
€946.542
Voorschot
€47.628
TOTAAL
€
DCMR WERKPLAN 2021 → Ridderkerk → Financieel kader
994.170
11
2.2 DE TARIEFSTRUCTUUR
Voor de uitvoering van de in dit werkplan opgenomen activiteiten worden de tarieven 2021 gehanteerd die door het Algemeen Bestuur van de DCMR op 8 juli 2020 zijn goedgekeurd. De tarieven stijgen gemiddeld met 1,36% ten opzichte van 2020. TABEL 2: TARIEVEN 2021
TARIEFGROEP
SALARISSCHAAL
TARIEF 2021
1
5 t/m 8
€90,00
2
9
€101,00
3
10
€111,00
4
11
€122,00
5
12
€130,00
6
13
€134,00
7
14 t/m 18
€142,00
2.3 BUDGETTERINGSMETHODIEK VOOR VTH-TAKEN
De VTH-basistaken zijn de bedrijfsgerelateerde Wabo-taken op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving. Voor het bepalen van het benodigde budget heeft het Algemeen Bestuur van de DCMR op 12 december 2018 de methodiek voor het vaststellen van budgetten voor de VTH-taken vastgesteld. Een wezenlijk onderdeel voor het bepalen van het VTH-basisbudget is het bedrijvenbestand. Zie bijlage 4 voor een beschrijving op hoofdlijnen van deze methodiek en voor de berekening van het VTH-basisbudget voor 2021.
TERUG NAAR INHOUDSOPGAVE
DCMR WERKPLAN 2021 → Ridderkerk → Financieel kader
12
2.4 INDELING IN PRODUCTEN EN CLUSTERS
Voor de werkplannen van de DCMR is een verdeling gemaakt in clusters. De eerste vijf clusters betreffen de VTH-basistaken. In de overzichtstabel van bijlage 2, is per cluster aangegeven welke producten daaronder vallen. Deze producten sluiten aan bij de Producten- en Dienstencatalogus Zuid-Holland (PDC). In de volgende tabel zijn de voor de gemeente Ridderker relevante clusters opgenomen en is de begrote inzet in uren en budget voor 2021 per cluster aangegeven. TABEL 3: DE CLUSTERS VAN HET PROGRAMMA MILIEUBEHEER
PRODUCTGROEP
UREN
BUDGET
975
€109.561
4.553
€484.059
Handhaving
237
€27.942
Juridische werkzaamheden
44
€5.237
Kwaliteit en ontwikkeling VTH
292
€35.217
Overige VTH- taken
958
€98.271
Ruimtelijke Ontwikkeling
468
€54.698
Beleidsadvisering
566
€68.081
Bodem
150
€16.418
Lucht
98
€11.717
Geluid
80
€9.376
Monitoring en Databeheer
48
€5.335
Accountbeheer
429
€47.245
Reguleren WABO Toezicht
Projectbijdragen
€17.873
Materiële kosten
€3.140
TOTAAL
TERUG NAAR INHOUDSOPGAVE
BEGROTING
DCMR WERKPLAN 2021 → Ridderkerk → Financieel kader
8.898
€994.170
13
3 PROGRAMMA MILIEUBEHEER 3.1 INLEIDING
De DCMR geeft uitvoering aan haar werkzaamheden in een samen hangend programma Milieubeheer, waarin al haar primaire VTH- en advies werkzaamheden zijn ondergebracht. In dit hoofdstuk wordt aangegeven welke werkzaamheden in 2021 binnen het programma Milieubeheer uitgevoerd worden. De DCMR werkt langs de volgende drie sporen: Vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) Dit zijn reguleren, inspecteren en handhaven op basis van wetgeving zoals de Wabo, het Activiteitenbesluit, Bodemwet- en regelgeving, Luchtvaartwet- en regelgeving, de Provinciale milieuverordening en de Ontgrondingenwet. Toetsing van en/of advisering voor ruimtelijke plannen en beleidsontwikkeling Dit betreft, de advisering op de milieueffectrapportage en de advisering op en toetsing van ruimtelijke afwijkingen en plannen, waaronder Omgevingsplannen. De DCMR ondersteunt op verzoek bij het ontwikkelen van leefomgevingsbeleid van participanten. Databeheer, meten en monitoring Door het verzamelen van data, het monitoren van trends, en het ontwikkelen van een transparante informatievoorziening wordt de kwaliteit van de leefomgeving in kaart gebracht. De informatie vormt de basis voor planontwikkeling, interventies of nieuw beleid. Daarnaast is deze informatievoorziening de basis voor vergunningverlening en het toezicht en voor de ruimtelijke advisering.
3.2 UITGANGSPUNTEN EN PROGRAMMA VTH
In het Besluit omgevingsrecht (Bor) zijn de procescriteria vastgelegd voor de uitvoering van de VTH-taken. Deze procescriteria beschrijven de eisen die gesteld worden aan de sluitende beleidscyclus, de BIG-8. Voor de uitvoering gaat ook de DCMR uit van de BIG-8 cyclus, zie onderstaande figuur. FIGUUR 3: BIG-8 CYCLUS
TERUG NAAR INHOUDSOPGAVE
DCMR WERKPLAN 2021 → Ridderkerk → Programma Milieubeheer
14
De BIG-8 voor de VTH-taken Op basis van het strategisch beleidskader (van toepassing zijnde wet- en regelgeving en beleidsnota’s van participanten) zijn twee documenten voor de operationalisering van het beleid door het Algemeen Bestuur vastgesteld: het VTH Uitvoeringsbeleidsplan 2019-2022 en het Meerjarenprogramma VTH 2021-2024 (MJP). Het uitvoeringsbeleidsplan is met name gericht op de wijze waarop de DCMR toezicht en reguleren uitvoert. Het Meerjarenprogramma (MJP) bevat de inhoudelijke prioriteiten. Op basis van deze documenten, de beleidsbegroting en het beschikbaar gestelde budget worden de werkplannen opgesteld. Deze geven op hun beurt richting aan de uitvoering, de onderste cirkel van de BIG-8 (uitvoeringscyclus). De brancheplannen en het actualisatieprogramma reguleren, zijn voorbeelden van documenten die sturing geven aan de uitvoering en vormen gezamenlijk het uitvoeringsprogramma. In paragraaf 3.3 is het uitvoeringsprogramma in de eerste vijf clusters toegelicht. Ter sluiting van de cyclus worden de resultaten van de uitvoering van beleid en het uitvoeringsprogramma gemonitord (verantwoording). Hiermee wordt input geleverd voor de beleidsevaluatie en wordt informatie gegenereerd voor eventuele bijsturing van de uitvoering. Risicogericht toezicht De DCMR voert toezicht en reguleren risicogestuurd uit.
Dit gebeurt op basis van vooraf opgestelde brancheplannen voor inspectie en op een actualiseringsprogramma voor reguleren. Deze werkwijze is vastgelegd in het VTH Uitvoeringsplan 2019-2022 en het Meerjarenprogramma VTH 2021-2024 (MJP). In het MJP zijn de focuspunten benoemd die actueel zijn in een branche. Het betreft de volgende punten: • Procesveiligheid in de industrie; • Beperken gevolgen incidenten; • Veilige opslag en verwerking van gevaarlijke stoffen; • Crimineel gedrag en ondermijning door bedrijven voorkomen; • Geurhinder voorkomen; • Geluid- en trillinghinder voorkomen; • Uitstoot van zeer zorgwekkende stoffen (ZZS) verminderen; • Uitstoot van fijnstof en stikstof verminderen; • Gezondheidsrisico’s m.b.t. asbest voorkomen; • Energietransitie: meer duurzame energie /nieuwe brandstoffen / energieverbruik / uitstoot broeikasgassen verminderen; • Aanwezigheid van schadelijke stoffen in de bodem voorkomen; • Circulaire economie. In bijlage 6 is de methodiek van risicogestuurd toezicht nader toegelicht evenals diverse onderdelen van het VTH Uitvoeringsplan en MJP.
3.3 UITGANGPUNTEN VOOR TOETSING EN ADVISERING IN RUIMTELIJKE PLANNEN EN BELEIDSONTWIKKELING
De uitdaging voor de gemeenten is om duurzame ontwikkeling te realiseren en de veiligheid, duurzaamheid en een gezonde leefomgeving te verbeteren. Dit met een gezonde balans tussen milieu, economie en ruimte. Dat vergt een aanpak waarin niet alleen gekeken wordt naar de afzonderlijke thema’s van veiligheid, duurzaamheid en een gezonde leefomgeving maar ook naar de verbanden tussen deze thema’s en naar de relaties tot andere beleidsterreinen, zoals gezondheid, verkeer, economie en ruimtelijke ordening. Op verzoek van de gemeente kan de DCMR hierover adviseren in alle fasen van de besluitvorming binnen het omgevingsrecht. En op basis van betrouwbare en actuele (milieu) gegevens en de meest actuele kennis van het instrumentarium. Vanaf paragraaf 3.5.7. wordt een toelichting op de werkzaamheden gegeven.
TERUG NAAR INHOUDSOPGAVE
DCMR WERKPLAN 2021 → Ridderkerk → Programma Milieubeheer
15
3.4 U ITGANGSPUNTEN VOOR DATABEHEER, METEN EN MONITORING
De DCMR werkt aan data die beschikbaar, bruikbaar en bestendig (de 3B’s) zijn voor alle fasen van de beleidscyclus. Een passende ICT infrastructuur wordt ontwikkeld en geïmplementeerd. De DCMR zorgt voor heldere uitgangspunten van datakwaliteit en het juiste beheer en goede ontsluiting van de data. Om data, die betrekking hebben op de omgevingskwaliteit in het Rijnmondgebied, zowel intern als extern beschikbaar te hebben en te maken wordt samen met de participanten uitvoering gegeven aan het meerjarenprogramma regionale omgevings-informatie. In 2017 is het ontwikkelprogramma ROI (Regionale Omgevingsinformatie) gestart. In ROI werkt de DCMR samen met participanten aan een vernieuwde opzet en organisatie van het gegevensbeheer. ROI wordt uitgevoerd onder begeleiding van een klankbordgroep waarin naast de gemeente Rotterdam ook de provincie en een drietal regiogemeenten zitten. Het programma ROI is ambitieus en strekt zich uit over meerdere jaren. De DCMR streeft naar de realisatie hiervan vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet in 2022. Met de instelling van een Transitie team Informatievoorziening heeft de DCMR in de loop van 2019 het onderwerp informatievoorziening breder opgepakt. De activiteiten van ROI passen in dit bredere blikveld. Doel van ROI is het verbeteren van de 3B’s van de bij de DCMR aanwezige omgevingsinformatie.
Dit leidt tot kwalitatief betere informatie maar ook tot meer samenhang tussen de diverse activiteiten op het gebied van omgevingsinformatie. Het programma is opgebouwd rond vier thema’s: omgevingsinformatie, bedrijfsinformatie, beheer & organisatie en IHP / externe ontwikkelingen. In 2019 is besloten om het programma uit de bestemmingsreserve te financieren.
3.5 TOELICHTING OP DE CLUSTERS
In deze paragraaf wordt een toelichting gegeven op werkzaamheden binnen de clusters van het programma Milieubeheer. 3.5.1 CLUSTER REGULEREN Onder reguleren in het kader van de Wet milieubeheer vallen de volgende taken: • Vergunningaanvragen beoordelen, vergunning opstellen en verlenen; • Uitvoeren van een actualisatie toets bij oudere vergunningen (conform actualisatieprogramma); • Meldingen accepteren, registreren en bevestigen; • Maatwerkvoorschriften opstellen; • Juridische beleidswerkzaamheden en juridische ondersteuning bij reguleren.
Een nadere beschrijving staat in bijlage 7. 3.5.2 CLUSTER WABO-TOEZICHT Onder toezicht in het kader van de Wet milieubeheer vallen de volgende taken: • Preventief toezicht (conform inspectieprogramma); • Afhandeling klachten incidenten en bedrijfsmeldingen; • Repressief toezicht naar aanleiding van eerder geconstateerde overtredingen tijdens preventief toezicht en voorvalonderzoek; • Juridische ondersteuning bij toezicht; • Meldkamer.
Programmatische aanpak De DCMR pakt preventief toezicht voornamelijk programmatisch op. Elke vier jaar stelt de DCMR voor iedere van de ongeveer veertig branches een brancheplan op. Integraal onderdeel zijn de focuspunten vanuit het MJP. Dat plan wordt elk jaar bijgesteld en na vier jaar wordt de balans
TERUG NAAR INHOUDSOPGAVE
DCMR WERKPLAN 2021 → Ridderkerk → Programma Milieubeheer
16
opgemaakt. Enkele oorzaken voor die bijstelling is wijziging in de risico’s, andere wensen vanuit de participanten of nieuwe wetgeving. In het plan staat welke mix aan instrumenten ingezet gaat worden om tot zo effectief mogelijk toezicht op de relevante risico’s in die branche te komen. Risicoanalyse Belangrijke instrumenten om die risico’s in beeld te krijgen en zo tot een effectieve toezichtstrategie te komen, zijn het RIAN model: de analyse van externe informatiebronnen en de brancheaanpak. Het RIAN geeft inzicht in trends in bijvoorbeeld naleving, incidenten, inspectiehistorie en klachten. Naast het RIAN model zet de DCMR in op analyse van informatie van andere bronnen zoals collega toezichthouders of openbare bronnen. Deze inzichten vullen branchetrekkers aan met hun kennis van de branche. Branchetrekkers onderzoeken systematisch de motivatie bij onder toezicht gestelde (OTG) en mogelijke ander gedrag van de OTG beïnvloedende partijen. Al deze inzichten helpen een effectieve toezichtstrategie te formuleren die bij elke (sub)branche er anders uit kan zien. Daarnaast zet de DCMR ook gericht gebiedscontroles in om ontwikkelingen bij bedrijven in beeld te hebben en daarmee het bedrijvenbestand actueel te houden. Ook kunnen signalen van klokkenluiders aanleiding zijn voor de inzet van (extra) toezicht.
Toezichtslab Het Toezichtslab is opgericht om het toezicht doelgerichter en aantoonbaar effectiever te maken. Het Toezichtslab draagt hieraan bij door gedragswetenschappelijke inzichten, effectmetingen en data-analyse een prominentere rol te laten spelen in het risicogestuurd toezicht. Daarmee helpt het Toezichtslab inzicht te verkrijgen in de belangrijkste toezichtproblemen en het ontwikkelen van een effectieve aanpak daarop. De aanpak bestaat uit een (data-) analyse (van het gedrag) van bedrijven, kansrijke interventies om dit gedrag te beïnvloeden en methodes om de effectiviteit van interventies te meten. Hiervoor zet het Toezichtslab in op duurzame en structurele gedragsverandering. Een voorbeeld daarvan is beïnvloeding van cultuur bij bedrijven. Milieupiket Het milieupiket is een onmisbare schakel in het operationele toezicht. Het operationele toezicht is ongepland en direct inzetbaar op basis van signalen van acute overlast of andere milieuproblematiek. Deze vorm van toezicht is gericht op het stoppen van de overlast door het vinden van de bron en het uitvoeren van de eerste noodzakelijke interventie. Binnen het operationele toezicht wordt het milieupiket onder regie van de meldkamer ingezet om de bron van overlast te achterhalen.
Zo mogelijk zet het milieupiket ook de eerste interventie in of wordt problematiek op een zodanige wijze in kaart gebracht dat anderen dat kunnen doen. Meldkamer De meldkamer van de DCMR vormt gedurende 24 uur per dag en 7 dagen per week, een schakel tussen de dienst, bewoners en bedrijven in het Rijnmondgebied. Binnen de meldkamer van de DCMR wordt operationeel toezicht uitgevoerd. Operationeel toezicht is gericht op het stoppen of (als dit niet mogelijk is) het in kaart brengen van de acute milieuoverlast, door het vinden van de bron en het (laten) uitvoeren van de eerste noodzakelijke interventie. De ambitie is om het operationeel toezicht in de toekomst zo goed te kunnen uitvoeren dat milieuoverlast voorkomen wordt. Ter uitvoering van het operationele toezicht ontvangen deskundige meldkamerinspecteurs, via onder meer telefoon en sensoren, signalen van milieuhinder vanuit de omgeving. Bewoners kunnen bij de meldkamer overlast in hun leefomgeving melden en de bedrijven melden verstoringen van hun processen. Deze signalen worden vervolgens door de meldkamer-inspecteurs geïnterpreteerd, gecombineerd en gekoppeld aan o.a. meteo- en sensorgegevens om de bron van overlast te achterhalen. Daarna beoordelen de meldkamerinspecteurs of er direct acties ingezet moeten worden om de overlast te stoppen. Wanneer het stoppen van de overlast niet van afstand mogelijk is of als er meer
TERUG NAAR INHOUDSOPGAVE
DCMR WERKPLAN 2021 → Ridderkerk → Programma Milieubeheer
17
onderzoek nodig is, dan wordt het binnen de afdeling Inspectie en Handhaving georganiseerde milieupiket ingeschakeld om het voorval te onderzoeken. De meldkamer maakt ook gebruik van het We-nose netwerk. Dit netwerk bestaat uit circa 250 stationaire e-noses die in en rond het Rotterdamse havengebied staan opgesteld. De meldkamer van de DCMR monitort het We-nose netwerk, waarbij verhoogde meetwaarden worden geregistreerd, geanalyseerd en in bepaalde gevallen onderzocht. Eens per kwartaal wordt een rapportage van alle voorvallen opgesteld. De meldkamer monitort ook op het verbod op varend ontgassen. Hiervoor is een tool op de e-noses geïnstalleerd. Verder vervult de meldkamer de rol van backoffice tijdens de crisisbeheersing. De meldkamer houdt tijdens een incident het overzicht van een crisissituatie en informeert zowel de piketmedewerkers in het veld als de directiewacht in het Regionaal Operationeel Team ROT, waar de incidentbestrijding gecoördineerd wordt. De directie, het bestuur en (indirect) de omgeving worden per mail door of op aangeven van de meldkamer, via het 24/7-communicatiepiket, geïnformeerd.
Bij vijftien of meer klachten per voorval, bij incidenten of bijzondere voorvallen bij Brzo- en RIE4-bedrijven, of bij een groot incident, informeert de meldkamer het communicatiepiket en betrokkenen binnen de DCMR en de andere operationele diensten zoals politie, brandweer en het Havenbedrijf Rotterdam. Het communicatiepiket informeert vervolgens de bestuurders van de betrokken gemeenten en de provincie. Ook informeert het communicatiepiket de bewoners via website en Twitter. Het Algemeen Bestuur heeft in december 2018 besloten om de bijdrage voor de Meldkamer stapsgewijs te verhogen zodat de meldkamer toekomstbestendig kan worden georganiseerd. 3.5.3 CLUSTER HANDHAVING Bij constatering van overtredingen treedt de DCMR repressief op, volgens de ‘Sanctiestrategie voor milieuovertredingen’. De sanctiestrategie geeft, in de vorm van een matrix, een richtinggevend kader voor het opleggen van een passende sanctie op basis van de ernst van de overtreding en het gedrag van de overtreder. Zie bijlage 6.
Bestuurlijke maatregelen zijn een last onder dwangsom, een last onder bestuursdwang en de intrekking van de omgevingsvergunning. Strafrechtelijke maatregelen zijn een proces-verbaal, een voorlopige maatregel en een Bestuurlijke Strafbeschikking Milieu. Nieuw is het publiceren van alle milieu-handhavingsbeschikkingen op de website van de DCMR. In de zienswijzebrief en het daarop volgende besluit, staat niet alleen de opdracht om de overtreding ongedaan te maken (het handhavingsbesluit) maar ook de beslissing om over te gaan tot publicatie op internet. Tegen dit besluit tot handhaven en publiceren is bezwaar en beroep voor het bedrijf mogelijk. 3.5.4 CLUSTER JURIDISCHE WERKZAAMHEDEN Onder dit cluster vallen diverse juridische werkzaamheden, zoals het voorbereiden van handhavings-, intrekkings- en invorderings- en Wob-besluiten. Daarnaast is dit cluster verantwoordelijk voor de verdediging van besluiten voor een bezwarencommissie, bij de rechtbank of bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Ook juridische beleidswerkzaamheden vallen onder de werkzaamheden van het cluster. De juridische ondersteuning bij repressief toezicht en reguleren valt sinds 2020 onder de clusters Reguleren en Wabotoezicht.
TERUG NAAR INHOUDSOPGAVE
DCMR WERKPLAN 2021 → Ridderkerk → Programma Milieubeheer
18
3.5.5 CLUSTER KWALITEIT EN ONTWIKKELING VTH In het cluster Kwaliteit en ontwikkeling VTH zijn de Borgingstaken en de inhoudelijke uitwerking van het MJP en Themabeheer opgenomen. De benodigde uren worden over alle participanten verdeeld.
Borgingstaken Het Besluit Omgevingsrecht vereist dat in de uitvoering van vergunningverlening, toezicht en handhaving een complete plan-do-checkact-cyclus (inclusief kwaliteitsborging) is opgenomen. De werkzaamheden die hiervoor nodig zijn, zijn hier samengevat met de term ‘borgingstaken’. Regie, verantwoording naar de participanten en monitoring betreffen de aansturing van de uitvoering en het verwerken van resultaten. Omdat deze werkzaamheden gaan over meer dan alleen Wabo toezicht en inhoudelijk goed aansluiten bij de borgingstaken zijn deze taken vanuit het Cluster Wabo-toezicht verschoven naar de post dienstbrede borgingstaken. Het gaat om 900 uur. Ter voorbereiding op de omgevingswet is 900 uur uit de dienstbrede borgingstaken toegevoegd aan de post beleidsontwikkeling, van waar uit projectmatig pilots worden uitgevoerd. In bijlage 6 is een beschrijving van de werkzaamheden die vallen onder de Borgingstaken opgenomen. Themabeheer en MJP Themabeheer en MJP gaan over de inhoudelijke ontwikkeling en sturing van de VTH-taken. Sinds 2020 zijn deze werkzaamheden ondergebracht bij het nieuwe cluster Kwaliteit en ontwikkeling VTH. 3.5.6 CLUSTER OVERIGE VTH-TAKEN In dit cluster zijn VTH-taken opgenomen die niet meegenomen worden in de budgetteringsmethodiek VTH-taken voor bedrijven. Zij worden op verzoek van de gemeente uitgevoerd. TABEL 4: OVERIGE VTH-TAKEN4
OVERIGE VTH-TAKEN
PDC
Wob-verzoeken
R41
wel
Beoordeling rapportages / E-PRTR
T05
niet
Advisering- en handhaving bij evenementen
R08 T12
op verzoek
Advies ontheffing route gevaarlijke stoffen
R12
op verzoek
Advies ontheffing bouwlawaai
R08
op verzoek
Indieningstoetsen bij Wabo-vergunningen van bedrijven (Wabo-coördinatie & handhaving)
A01
wel
Overleggen met betrekking tot handhaving (Wabo-coördinatie & handhaving)
A01
wel
Toezicht op asbestverwijdering (zie verder)
R28
wel
Behandeling en toezicht meldingen en vergunningaanvragen bodemenergiesystemen
R09
wel
Behandeling en toezicht meldingen lozingen buiten inrichtingen
R09
wel
Informatieplicht energiebesparing (zie verder)
A02
wel
Toelichting op toezicht op asbestverwijdering Voor het toezicht op de asbestsanering beoordeelt de DCMR de sloopmeldingen en houdt administratief en fysiek toezicht. Een planningsmodule biedt ondersteuning om een afweging te maken van de saneringen waar toezicht gehouden moet worden. Omdat het een vrij nieuwe taak is voor omgevingsdiensten, werkt de DCMR landelijk samen 4
TERUG NAAR INHOUDSOPGAVE
e werkzaamheden voor het cluster Overige VTH vallen buiten de budgetteringsystematiek voor VTH en D worden wel, niet of (incidenteel) op verzoek van de gemeente, uitgevoerd.
DCMR WERKPLAN 2021 → Ridderkerk → Programma Milieubeheer
19
met omgevingsdiensten aan een level playing field. Ook doet de DCMR actief aan voorlichting en worden vragen beantwoord via de asbesttelefoon. Het voorkomen van gezondheidsrisico’s door asbest is ook een focuspunt in het MJP. Toelichting op informatieplicht energiebesparing Gemeentelijke bijdrage hiervoor is € 12.760. Zie voor een beschrijving hoofdstuk 4. 3.5.7 CLUSTER RUIMTELIJKE ONTWIKKELING Op verzoek van de gemeente adviseert de DCMR in ruimtelijke planprocessen. Dit vindt plaats door voorafgaand aan planvorming relevante kaders aan te geven, tussentijds bij planvorming te adviseren en de uitgewerkte plannen voor de besluitvorming te toetsen op basis van die kaders. Als uitgangspunt hanteert de DCMR de eisen die voortvloeien uit wet- en regelgeving, het beleid en de ambities van het Rijk, de provincie en van de gemeente op het gebied van veiligheid, duurzaamheid en een gezonde leefomgeving.
In de volgende tabel is een overzicht opgenomen van mogelijke werkzaamheden. De werkzaamheden worden op verzoek en in nauw overleg met de gemeente uitgevoerd. TABEL 5: WERKZAAMHEDEN/PRODUCTEN TEN BEHOEVE VAN RUIMTELIJKE ONTWIKKELING
DCMR PRODUCT TYPERING RO
PRODUCTVARIANT PDC
QuickScan light (tabel met kleurcodes relevantie)
A01: QuickScan bestemmingsplan
QuickScan uitgebreid (inventarisatie van alle relevante milieuaspecten)
A01: QuickScan bestemmingsplan
Inhoudelijke adviezen over één of meerdere thema’s
A01: Advies milieu-aspecten ruimtelijke plannen
Inventarisatie milieucategorieën
A01: Advies milieu-aspecten beleid bevoegd gezag
Toetsen GRO
A01: Beoordeling GRO bestemmingsplan
Opstellen GRO (deeltekst)
A01: Advies milieu-aspecten ruimtelijke plannen
Advies MER-plicht
A04: Nulstap-advies m.e.r.
Advies MER-plicht
A04: Vormvrije m.e.r. beoordeling
Hogere waarden procedure
R25: Beschikking hogere waarde
IOV (zie verder)
A01: Advies Milieu-aspecten beleid bevoegd gezag
Project Nestgeluid (zie verder)
A02: Beleidsadvies
TOTAAL
UREN 2021
468 UREN
Advies omgevingsveiligheid Voor de gemeente worden in het kader van externe veiligheid, EV- rapporten, die behoren bij de veiligheidsparagraaf van de ruimtelijke plannen, beoordeeld op juistheid en volledigheid. Het gaat hierbij om de beoordeling van de plaatsgebonden- en groepsrisico’s van inrichtingen met gevaarlijke stoffen en de relevante transportroutes (weg, water, spoor en buisleidingen). Daarnaast worden voor QuickScans en bestemmingsplannen de groepsrisico’s voor nieuwe ontwikkelingen in beeld gebracht ten behoeve van de verantwoording van het groepsrisico. Tot 2020 is een bijdrage voor dit product vergoed vanuit het programma Impuls Omgevingsveiligheid (IOV). Van 2021 tot 2024 ontvangen gemeenten daarom vanuit het Rijk een gedeelte van de financiën voor externe veiligheid direct in het gemeentefonds. Tevens houdt de DCMR het Register risicosituaties gevaarlijke stoffen voor de gemeente bij.
TERUG NAAR INHOUDSOPGAVE
DCMR WERKPLAN 2021 → Ridderkerk → Programma Milieubeheer
20
Toelichting op Project Nestgeluid In het ‘project nestgeluid werkgebied DCMR’ kijkt de DCMR samen met gemeenten hoe om te gaan met nestgeluid van afgemeerde schepen. Nestgeluid moet worden meegenomen in de vergunning van het bedrijf waar deze schepen aan de kade liggen. 3.5.8 CLUSTER BELEIDSADVISERING Onder dit cluster vallen diverse milieuadviezen en overleggen. Een milieuadvies kan gaan over concrete milieuvraagstukken, (landelijke en Europese) wetgeving, bedrijfstakken en branches, en beleidsvelden. Ook werkzaamheden ter voorbereiding op de Omgevingswet zijn in dit cluster gepland. De volgende tabel geeft de werkzaamheden van de DCMR voor de gemeente Ridderkerk in schema weer. TABEL 6: WERKZAAMHEDEN/PRODUCTEN TEN BEHOEVE VAN BELEIDSADVISERING
DCMR PRODUCT TYPERING BELEIDSADVISERING
PRODUCTVARIANT PDC
URENSCHATTING 2021
Verstrekken van algemene adviezen op verzoek A01: Advies milieubeleid bevoegd gezag van de gemeente. Gezamenlijk thema: voorbereiden op de Omgevingswet (§1.3)
A01: Advies milieubeleid bevoegd gezag
Voorbereiden en deelnemen aan bestuurlijke overleggen, beantwoorden van raadsvragen en vragen vanuit het bestuur.
A02: Beleidsadvies milieu
TOTAAL
556 UREN 3.5.9 CLUSTER BODEM De DCMR voert diverse bodemwerkzaamheden uit voor de gemeente Ridderkerk. Beleidsadvisering over specifieke bodemzaken valt onder het cluster Beleidsadvisering. De volgende tabel geeft de mogelijke bodemwerkzaamheden van de DCMR voor de gemeente weer.
TABEL 7: BODEMWERKZAAMHEDEN
DCMR PRODUCT TYPERING BODEM
PRODUCTVARIANT PDC
Begeleiden van het onderzoekstraject en/ of saneringstraject, eventueel inclusief aanbesteden aan onderzoeksbureau, aannemer.
D03: Coördinatie bodemsanering
Adviseren bij omgevingsprocedures (bouw) en grondtransacties en procedures in het kader van de ruimtelijke ordening, bijvoorbeeld een MER of bestemmingplan.
A01: Advies milieu-aspecten bij ruimtelijke plannen • QuickScan bodemverontreiniging
Advies over aanpassing van beleid, bijvoorbeeld BBK, PFAS, ZZS en bodembeleid t.b.v. invulling Omgevingswet
A02: Beleidsadvies milieu
Beantwoorden van Ad hoc vragen van gemeenten, bedrijven en burgers via de bodemtelefoon en bodemmailadres.
D11: Informatieontsluiting
Invoeren van rapporten in het bodem informatiesysteem en onderhouden van het systeem.
D11: Informatieontsluiting
TERUG NAAR INHOUDSOPGAVE
DCMR WERKPLAN 2021 → Ridderkerk → Programma Milieubeheer
URENSCHATTING 2021
21
DCMR PRODUCT TYPERING BODEM
PRODUCTVARIANT PDC
Beoordelen van meldingen in het kader van het besluit bodemkwaliteit, adviseren over grondstromen, eventueel op basis van de bodemkwaliteitskaart.
R15: • Behandeling melding Besluit bodemkwaliteit • Beoordeling melding toepassen IBC bouwstof • Beoordeling melding circulaire bouwstoffen • Coördinatie en advisering grondstromen
Beoordeling bodemonderzoek.
T08: Beoordelen: • Bodemonderzoek in het kader van de Bouw verordening en de Wet bodembescherming • PVA voor nieuw geval bodemverontreiniging
Toezicht houden op het toepassen van grond (ook schone grond), bagger en bouwstoffen. Controleren van tijdelijke opslag van grond. Controleren naar aanleiding van meldingen, klachten en voorvallen. Waar nodig vindt handhaving plaats.
T09: Controle: • Bodemsanering ernstig / niet ernstig • BBK • Ontgronding • Lozen buiten inrichting • Nazorglocaties • Herstelplicht Wm • IBC toepassing • Grondwaterbescherming. • Gebiedscontroles bodembescherming
Beoordelen WKO meldingen
R09: Behandeling WKO melding
TOTAAL
URENSCHATTING 2021
150 UREN
3.5.10 CLUSTER LUCHT Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) Rapportage monitoring NSL Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) is een nationaal programma om de luchtkwaliteit in Nederland te verbeteren. Het NSL houdt rekening met voorgenomen grote projecten die de luchtkwaliteit verslechteren en zet hier maatregelen om de luchtkwaliteit te verbeteren tegenover. Het doel van het NSL was te voldoen aan de Europese grenswaarden voor fijnstof (PM10) in 2011 en stikstofdioxide (NO2) in 2015. In december 2016 is het NSL verlengd tot de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Monitoring vindt plaats met de NSL Monitoringstool. Dit is een rekentool en nationale database met verkeer-gerelateerde invoergegevens. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de jaarlijkse actualisatie van de database met o.a. verkeersgegevens en milieukenmerken.
Vanaf 2018 verzorgt de DCMR de actualisatie van verkeersgegevens en milieukenmerken voor alle regiogemeenten. Verkeersgegevens worden gratis geleverd door de gemeente Rotterdam. Milieukenmerken worden geactualiseerd op basis van door gemeenten beschikbaar gestelde data. Daarnaast levert de DCMR ook een NSL-coördinator, die namens alle gemeenten het proces van actualisatie begeleidt en landelijke overleggen bezoekt. Er is in 2018 een gezamenlijk project gestart door de DCMR om deze taken voor alle gemeenten uit te voeren. Voor de gemeente Ridderkerk betreft het 98 uur. 3.5.11 CLUSTER GELUID Zonering industrielawaai (zonebewaking en zonebeheer) De DCMR voert namens de gemeente het beheer uit voor een of meerdere gezoneerde terreinen, dan wel een terrein waarvoor een geluidruimteverdeelplan is vastgesteld. In de Wet milieubeheer is geregeld dat vergunningen geweigerd kunnen worden indien niet voldaan kan worden aan de grenswaarden. Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning milieu op een bedrijventerrein dat is gezoneerd, of waarvoor aanvullend beleid is vastgesteld, toetst de DCMR of aan de grenswaarden wordt voldaan: is de vergunning inpasbaar in de zone respectievelijk voldoet de vergunning aan de beleidsafspraak?
TERUG NAAR INHOUDSOPGAVE
DCMR WERKPLAN 2021 → Ridderkerk → Programma Milieubeheer
22
De toetsing (zonebewaking) gebeurt middels geluidmodellen die de DCMR beheert en onderhoudt. Met de geluidmodellen wordt tevens inzichtelijk gemaakt hoeveel geluidruimte binnen een zone of beleidsafspraak beschikbaar is. In de Wet geluidhinder is zonebewaking een (wettelijke) gemeentelijke bevoegdheid. Deze wettelijke taak bestaat niet alleen uit zonebewaking, maar ook uit zonebeheer. De wettelijke zonebeheerder heeft de taak de geluidboekhouding zodanig op orde te houden dat de beschikbare geluidruimte binnen de zone effectief en efficiënt beheerd wordt. Veranderingen binnen het terrein moeten in het beheermodel bijgehouden worden. Economische en ruimtelijke ontwikkelingen rondom het industrieterrein worden getoetst en geborgd in het model. De DCMR voert deze boekhouding voor de gemeente uit met behulp van het Informatiesysteem Industrielawaai (I-kwadraat, I2). Sinds 2018 monitort de DCMR de geluidontwikkeling en informeert de gemeenten hier jaarlijks over. 3.5.12 CLUSTER MONITORING EN DATABEHEER Databeheer algemeen Voor alle primaire processen die de DCMR uitvoert in opdracht van zijn participanten (vergunningverlening, advies, toezicht, monitoring) zijn goed toegankelijke, betrouwbare en bestendige data noodzakelijk. De vraag naar betrouwbare cijfers ter onderbouwing en ondersteuning van onder andere ruimtelijke ontwikkelingsprojecten neemt bovendien toe.
De naderende introductie van de nieuwe Omgevingswet versterkt de vraag naar ruimtelijke (geografische) data. Ook zijn, om de beperkt beschikbare milieuruimte op een verantwoorde manier te kunnen verdelen en monitoren, kwalitatief geborgde, eenduidige en snel beschikbare milieugegevens nodig.
Daarnaast zet de overheid, in het kader van de nieuwe Omgevingswet, in op verbeterde beschikbaarheid, bruikbaarheid en betrouwbaarheid van data (‘Digitaal Stelsel Omgevingswet’). Participatie (op basis van kwalitatief geborgde data) en transparantie (van het openbaar bestuur) zijn daarbij kernwoorden. Om deze ambities te realiseren zijn beschikbare, bruikbare en bestendige (de 3B’s) gegevens nodig in een vorm (veelal door kaarten en/of digitale interactieve modellen) die snel en eenduidig weergeeft hoe het staat met de leefomgevingskwaliteit en inzicht geeft of nieuwe bedrijvigheid inpasbaar is in de omgeving. Dit houdt in dat data/gegevens/informatie geografisch te ontsluiten moet zijn en aansluit bij de eisen van het Digitaal Stelsel Omgevingswet. Ook de milieurelevante bedrijvigheid in het gebied moet continu in beeld zijn, wat lastiger wordt door de verschuiving van vergunningplicht naar meldingsplicht. Databeheer betreft het daadwerkelijk uitvoeren van het gegevensbeheer (zoals aanschaffen, beschrijven, opslaan, actualiseren, publiceren, archiveren en verwijderen) ten dienste van de primaire processen bij de DCMR. De kosten voor databeheer worden verdeeld over de participanten.
Verhouding tot ROI (paragraaf 3.4) Waar het bij ROI gaat om een (eindige) ontwikkelopgave (het definiëren en vastleggen van gewenste kwaliteit, de passende organisatieafspraken en governance) gaat het bij databeheer om het daadwerkelijke (continue) beheer. Beheer milieudeel Regionale Verkeers- en Milieukaart De Regionale Verkeersen Milieukaart (RVMK) bestaat uit een verkeersdeel en een milieudeel en voorziet in goede, regionaal afgestemde gegevens over verkeers- en milieu-effecten. Jaarlijks wordt medio maart door de MRDH een verkeersdataset geleverd ten behoeve van milieumodellering. Deze dataset wordt door de DCMR verwerkt in de RVMK. Voor zowel lucht- als geluidsmodellering geldt dat deze jaarlijks geüpdatete dataset gebruikt moet worden. De RVMK is zodanig opgebouwd, dat het alle kenmerken bevat die voor lucht- en geluidmodellering noodzakelijk zijn. In opdracht van de gemeente Rotterdam en de regiogemeenten beheert de DCMR de RVMK en levert op verzoek van een gemeente een gemeentelijke
TERUG NAAR INHOUDSOPGAVE
DCMR WERKPLAN 2021 → Ridderkerk → Programma Milieubeheer
23
RVMK-dataset. Datasets zijn opvraagbaar via het Loket Omgevingsdata van de DCMR. Bij de verwerking van verkeersdata worden voor gemeentelijke en waterschaps wegen de verkeersintensiteiten per rijrichting vastgelegd. Op basis van de BGT (Basisregistratie Grootschalige Topografie) worden rijlijnen geografisch gecorrigeerd, zodat verkeerstromen geplaatst worden op de locatie waar ze daadwerkelijk plaatsvinden. Bij de verwerking van data van provinciale wegen en rijkswegen wordt (in een later stadium) gebruik gemaakt van data, die geleverd wordt door Rijkswaterstaat en de provincie Zuid-Holland binnen het NSL-traject. De totale verkeersaantallen die beschikbaar zijn vanuit NSL komen overeen met de verkeersaantallen zoals opgenomen in de RVMK. Gemeenten leveren milieukenmerken (stagnatie, verhardingstype etc.) aan en deze worden verwerkt in het milieudeel van de RVMK. Daarbij wordt o.a. de aanwezigheid van stoplichten, gemiddelde snelheid, stagnaties, hoogteligging en stil asfalt vastgelegd. De RVMK dient als basisbestand voor een verdere verwerking in milieumodellen, zoals GeoNoise (geluid) en NSL (lucht). Met een RVMK-databestand kan niet direct gerekend worden. Zeker bij NSL is verdere verwerking van verkeers- en milieudata noodzakelijk om geschikte databestanden te creëren. Benodigde informatie over rekenpunten, maatregelengebieden, tunnelmonden, etc.