CConstaterende datRidderkerk
Koppel je AI →
Document · PDF

2021-03-16 RIB Woonvisie Ridderkerk 2021-2026 - Participatieboekje.pdf

Commissie Samen wonen RK 30 maart 2021, gemeente RidderkerkBij agendapunt: 6: Concept Woonvisie Ridderkerk 2021 - 202616.303 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Wijkoverleg West Vanwege de Corona maatregelen heeft er eind 2020 geen wijkoverleg in West plaatsgevonden.

Gemeente Ridderkerk t.a.v. mw. A. Blankendaal, mail: visieopwonen@ridderkerk.nl Ridderkerk, 18 december 2020 Betreft: aandachtspunten en vragen traject ontwikkeling Woonvisie Ridderkerk Geachte mevrouw Blankendaal, Op 7 december woonden een aantal leden van Wijkoverleg Oost, waaronder wij beiden namens het wijkoverleg, de informatiebijeenkomst over het ontwikkelen van de nieuwe woonvisie bij. Dank voor het toezenden van de presentatie en de startnotitie. Op ons wijkoverleg van donderdag 17 december stond de te ontwikkelen woonvisie op de agenda. Inbreng vanuit ons digitaal gehouden overleg zal via de wijkregisseur worden ingebracht. Als aanvulling daarop hechten we eraan u deze brief te schrijven namens het wijkoverleg zodat ook deze reactie bij de ontwikkeling van de visie kan worden betrokken. Hoewel de aankondiging van de bijeenkomst (op donderdag 3 december in De Combinatie) laat was, stellen we het op prijs dat deze is georganiseerd. We blijven als Wijkoverleg Oost graag gesprekspartner in het verdere traject waar het de participatie en inspraak van inwoners betreft. In de bijeenkomst begrepen we dat een woonvisie en woningmarktbeleid niet alleen gaan over nieuw te bouwen woningen, ook over de inrichting van de wijken waar ook bestaande woningen staan.

Is dat een juiste aanname? Een andere vraag die we hebben is of de woonvisie zoals de gemeente die zich voorstelt, een visie is of een beleidsdocument dat bindend is voor de uitvoering? Daarmee verbonden de vraag: in de startnotitie staat over de woonvisie dat deze vrij eenvoudig te actualiseren moet zijn. Op welke wijze wordt gezorgd en geborgd dat er uiteindelijk niet een visie ontstaat die significant afwijkt van de oorspronkelijke versie terwijl de huidige partijen er dan geen participatie meer in kunnen hebben? In de startnotitie wordt gerefereerd aan het Regio-akkoord (pag 2) Wat is naar de regio toegezegd over de verhouding sociale en niet-sociale woningbouw binnen het aangeboden contingent (pag. 1) waarvan een deel sociale huurwoningen betreft? In de startnotitie worden aantal partijen onderscheiden: stakeholders, inwoners, B&W en Raad. Hoe verhouden zich de belangen van stakeholders en inwoners in het participatietraject en in de uiteindelijke visie? In de planning (startnotitie pag. 3) worden inwoners op de eerste plaats genoemd (bij 2c): Kunt u aangeven op welke wijze verdere inwonersparticipatie geregeld en geborgd wordt? Hoe specifiek wordt de visie op het punt van de verschillende wijken in Ridderkerk? Hoe worden wijkoverleggen daarover geïnformeerd? In de startnotitie wordt een grote hoeveelheid beschikbare documenten genoemd.

Al deze documenten zijn openbaar nemen we als wijkoverleg aan. Die kunnen we desgewenst ontvangen? Een adviesbureau gaat de woonvisie opstellen. Met respect voor dat bureau: op welke wijze is lokale betrokkenheid i.c. de eigen sturing daarin van de directbetrokkenen gewaarborgd? De startnotitie eindigt immers met de zin: “..voor onze inwoners is het van belang om een visie te hebben op de toekomst van het wonen”. Voor inwoners is het ook belangrijk dat zij de woonvisie zelf goed kunnen lezen en begrijpen wat de betekenis ervan voor de eigen wijk/ woonomgeving is. Ons verzoek is dan ook om vakjargon zoveel als mogelijk te vermijden en de visie in begrijpelijke taal te formuleren. We zien uw reactie op onze brief graag tegemoet. Dank. Vriendelijke groeten, namens Wijkoverleg Oost, Sandra van Herk, voorzitter Jacques Verheijke, lid

Notulen gesprek inzake woonvisie Oost Vergadering: Donderdag 18 februari 2021 Tijdstip: 19:30 – 20.30 uur Plaats: digitaal via Teams Aanwezig: Jan Willem Steeman (Wijkregisseur) Sander Reith (adviesbureau Companen) Anneloes Blankendaal (beleidsadviseur Wonen gemeente Ridderkerk) Sandra van Herk (voorzitter wijkoverleg) Jacques Verheijke Allegonda Bos Rianne van der Welle (notuliste) Het wijkoverleg is verplaatst, met een klein deel van het wijkoverleg vindt nu dit overleg plaats om van gedachten te wisselen over de vragen die het wijkoverleg Oost per brief stelde over de Woonvisie. Deelnemers van het overleg stellen zichzelf voor.

Het wijkoverleg Oost heeft een brief gestuurd aan mevrouw Blankendaal met een aantal vragen naar aanleiding van de informatiebijeenkomst op 7 december 2020 en naar aanleiding van de Woonvisie. Vanavond sluiten Anneloes Blankendaal en Sander Reith aan om de vragen te beantwoorden en in gesprek te gaan met het wijkoverleg. De Woonvisie gaat niet alleen over nieuwbouwwoningen, maar ook over bestaande woningen. Voor nieuwbouw geldt dat er een analyse is gedaan naar toekomstige woningbehoefte. Wat er nieuw gebouwd gaat worden, moet dan de juiste aanvulling zijn. De Woonvisie gaat niet over de inrichting van de wijken, de ruimtelijke ordening. Maar, waar het gaat over de bestaande woningvoorraad, daar is ook aandacht voor de leefomgeving. Klimaatadaptatie en groen bijvoorbeeld. Het accent in de onderliggende documenten ligt sterk op de bestaande woningvoorraad. De breedte van de Woonvisie gaat over vijf onderwerpen: voldoende woningen en de juiste woningen (meer variatie, ook binnen de wijken), duurzame woningvoorraad (nieuw en bestaand), wonen en zorg (gevarieerd aanbod) en leefbare wijken (fijn leven in de wijken, ontmoeten). In alle wijken is naar voren gekomen dat er concentratie van bepaalde woningen is. Dit is een aandachtspunt voor de woningcorporaties. In de sturing van het nieuwe woningcontingent is het goed om hiermee rekening te houden.

Wat is het karakter van de Woonvisie? Het document is een visie op wonen in Ridderkerk, hierin staat hoe we het graag willen. Voor initiatiefnemers is het een toetsingskader, het document biedt randvoorwaarden. Hiermee kan de gemeente sterker sturen op nieuwe projecten, maar ook realiseren van betaalbare woningen, sociale huurwoningen.

Er wordt opgemerkt dat een Woonvisie qua naam niet direct uitstraalt dat het (bindend) beleid is, het is verwarrend. Het document is een deels visie naar aanleiding van wat er is opgehaald en doorvertaald naar beleid. Er wordt opgemerkt dat in de startnotitie staat dat de Woonvisie eenvoudig te actualiseren moet zijn. Het document moet niet in beton gegoten zijn, omdat de ontwikkelingen op de woningmarkt snel kunnen gaan en kleine aanpassingen mogelijk moeten zijn. Wanneer er aanpassingen moeten worden gedaan die wezenlijk zijn, dan zal er een herijking plaats moeten vinden, waarbij het hele proces met stakeholders, de Raad etc doorlopen moet worden. De Woonvisie zal een geldigheid hebben van 4-5 jaar, daarnaast wordt er door Companen voorgesteld om na 2 jaar te evalueren, te monitoren en dit ook te doen met (professionele) stakeholders. De Visie is voor 4-5 jaar en een uitvoeringsprogramma voor één/twee jaar. Er wordt opgemerkt dat de communicatie rond de informatiebijeenkomst erg last-minute was. Er wordt aangegeven dat de bedoelde oproep in de Combinatie een herinnering was en e.e.a. eerder in de krant heeft gestaan. Door de vergadercyclus van Oost is het onderwerp twee weken daarvoor op de agenda geplaatst. Langs andere weg werd het wijkoverleg niet geïnformeerd, dat zou zeker op prijs worden gesteld.

Het wijkoverleg heeft daarna haar best gedaan om haar input te geven aan Anneloes, zodat deze meegenomen kon worden naar de Raad. Uit de Raadsstukken komt naar voren dat dit beperkt besproken is. Wordt de input vanuit de wijken voldoende meegenomen? Jacques geeft aan dat er op de website van Companen gesproken wordt over een enquête, er is voor gekozen om dit niet te doen. Door een combinatie van redenen (tijdspanne) is hier niet voor gekozen. Het is de wens van de wethouder geweest om de Woonvisie voor de zomervakantie klaar te hebben. Door de COVID-19 maatregelen vanaf maart 2020 is de Startnotitie met vertraging behandeld, wat effect heeft op de wijze van uitvragen. Daarnaast is ervoor gekozen de Woonvisie in 2 rondes van besluitvorming voor te leggen. In de eerste ronde wordt het concept aan het college en de raadscommissie voorgelegd. In de tweede ronde de definitieve versie aan het college, de raadscommissie en de gemeenteraad. Deze processen kosten veel tijd. Over de zomervakantie heen tillen van de vaststelling is niet wenselijk, omdat dan kan gebeuren dat de Raad het uitstelt om vast te laten stellen door de nieuwe Raad. Dit geeft ongewenste vertraging, terwijl Ridderkerk de Woonvisie heel hard nodig heeft. Companen werkt in opdracht van de gemeente, maar is onafhankelijk. Wat er op regionaal niveau gebeurd, speelt mee, maar dit is een Woonvisie van Ridderkerk.

Er zijn gesprekken met wethouder, adviseurs etc. waarin Companen vanuit zijn expertise sturing geeft op keuzes. De invloed vanuit de regio is onmiskenbaar, maar de Woonvisie is het verhaal van Ridderkerk. Op vraag vanuit het Wijkoverleg naar de invloed van de Gemeente Rotterdam in dit voor de regio belangrijke thema wordt toegelicht dat vanuit de Gemeente Ridderkerk geen sprake is van een 'wisselgeldsituatie'. De Gemeente Ridderkerk zal een zelfstandig standpunt innemen. Het bod wat gedaan is binnen het Regioakkoord past binnen Ridderkerk en is realistisch. Er moeten inderdaad afspraken gemaakt, afstemming gedaan worden tussen gemeenten.

In de Woonvisie wordt er aandacht besteed aan de positionering van Ridderkerk binnen de regio. De kracht van Ridderkerk komt in het document naar voren, de democratisch gekozen Raad moet ermee instemmen dat dit overeenkomt met wat er leeft binnen Ridderkerk. De wijkplannen zijn bijvoorbeeld geraadpleegd, de Woonvisie zoomt in op wijkniveau omdat ze onderling flink verschillen. Het toewijzingsbeleid en de invloed die dit heeft op het karakter van de wijk is onmiskenbaar. Mede door toewijzingsbeleid moet ervoor gewaakt worden dat het karakter van een wijk niet te sterk in een richting veranderd die niemand wil. Nu is het in delen van Oost al zo dat nieuwe bewoners die er relatief kort blijven wonen, zich niet makkelijk verbinden met al langer in de wijk wonende bewoners. Er is discussie of deze verandering alleen komt door het

toewijzingsbeleid of dit een algemene ontwikkeling van de maatschappij is. Er wordt erkent dat een grote concentratie van een bepaald type woningen effect heeft op de wijk, dit is een onderwerp wat terugkomt in de Woonvisie. Er moet gestreefd worden naar een veel grotere mix van bewoners. Er wordt gesproken over hoe het toewijzingsbeleid is gewijzigd, ook onder Europese wetgeving. Hieruit is het Passend Toewijzen voortgevloeid. Binnen de wijk zal de komende jaren veel meer aandacht moeten zijn voor leefbaarheid van de wijk. Woningtoewijzing gaat via Wooncompas, er zijn verschillende bemiddelingsmodellen (inschrijvingstijd, wens- en wachtmodel, lotingsmodel, etc.), een woningcorporatie kan maar op beperkte mate sturen (samenstelling huishouden, lokale binding, inkomen etc.). Veel onderwerpen van sturen zijn gebonden aan wettelijke maximum (bijvoorbeeld maximaal 25% voor lokale binding). Voor nieuwbouwprojecten kan er gekozen worden om dit met voorrang aan eigen bewoners te verhuren, dit gaat wel van die eerder genoemde 25% af. Uit de praktijk blijkt dat maar een klein deel van de oorspronkelijke bewoners terugkeert in de nieuwbouw. Wooncompas geeft ook een terugkeergarantie. Wat betreft de planning: in maart 2021 gaat het concept naar het College en zal het College deze aanbieden aan de Raad (april 2021). Er vindt daarna een terugkoppeling plaats aan de stakeholders.

Ook zal deze geplaatst worden op de website en iedereen hier de gelegenheid krijgen om te reageren (verwachting half maart 2021 - begin april 2021). Na aanpassing vindt er een nieuwe ronde College, Raadscommissie en Raad plaats. Nabranders via visieopwonen@ridderkerk.nl

Schriftelijke inbreng inwoners Woonvisie Ridderkerk november - december 2020 Inwoner Wij als Ridderkerkers die ons hele leven in een eengezinswoning hebben gewoond, willen als de kinderen uit huis gaan, naar een appartement. Onze rijtjeshuizen zijn nu rond de 275.000 waard en dan kun je alleen maar in het kloosplantsoen gaan wonen. Andere appartementen zijn te duur. Prachtig al die mooie appartementen die gebouwd worden maar helaas niet toegankelijk voor iemand die een rijtjeshuis achterlaat en in een koop appartement wil gaan wonen. Verder zou ik graag zien dat er Tiny houses gebouwd worden. Op dat stukje waar die woonboot ligt (lag). Lijkt me zo leuk. Inwoner Laatst las ik een idee van een buurgemeente. Daar is het volgende creatieve plan: https://www.hoekschnieuws.nl/2020/10/22/verhuisregeling-voor-70-plussers-die-een-huurwoning-hebben-inde-hoeksche-waard/ Ik heb dit idee ook aan Wooncompas doorgegeven. Men geeft aan, dat zij ook bemiddelen. Alleen in de Hoekse Waard bieden ze de huurders een verhuisvergoeding aan. Tevens kan men voor dezelfde huurprijs als in de oude woning een andere woning betrekken. Dit kan zeker voor een goede doorstroom in Ridderkerk zorgen. Inwoner Tijdens de online bewonersbijeenkomst is ter sprake gekomen hoe bepaald wordt naar welk type woningen er vraag is.

Companen heeft toegelicht dat dit een combinatie is van landelijke onderzoeken/ woonwensonderzoeken, dit is ook opgenomen in het verslag van de online bewonersbijeenkomst. Ook gaf Companen aan dat de specifieke doelgroepen (waaronder mindervaliden met bijhorende woningbehoefte) hiermee niet in beeld komen en momenteel ook nog niet goed in beeld gebracht zijn. In het gespreksverslag is opgenomen dat ‘MIVA-woningen ook van belang zijn’. Dit komt op mij ‘karig’ over. Hierbij een aantal opmerkingen/input: • In het verslag staat dat voor een deel van de senioren de bereikbaarheid met bijvoorbeeld scootmobielen en rolstoelen belangrijk is. Dit geldt niet uitsluitend voor senioren, ook in de groep 55- en binnen gezinnen kunnen personen rolstoelgebonden zijn. • De focus mag wat breder. • Het lijkt mij belangrijk om de woningbehoefte van (gezinnen met) mindervaliden in kaart te brengen. Dit lijkt mij een lastige opgave maar wel een belangrijke. • Wij wonen in een complex waar met de bouw o.a. onvoldoende rekening gehouden is met de doorgankelijkheid van het gebouw voor mindervaliden (dit kan ik verder toelichten). Dat terwijl in eerste instantie 22 woningen in het gebouw bestemd en gelabeld waren voor mindervaliden.

Doordat alle 22 (oorspronkelijk) MIVA woningen dezelfde grootte en indeling hebben (slechts 2 slaapkamers, niet echt geschikt voor gezinnen), zijn er uiteindelijk maar zo’n 3 woningen verhuurd als MIVA woning. • Leerpunt: de doelgroep voor MIVA woningen is gevarieerd, bouw ook gevarieerd. • Koopwoningen in de lagere prijsklasse zijn vaak gedateerd en niet rolstoeldoorgankelijk of geschikt voor mindervaliden. Mindervaliden (en evt. partner/gezin) met een smalle beurs zijn daardoor aangewezen op (sociale) huurwoningen en bijhorend aanbod. • Bij Wooncompas is er niemand die zich bezig houdt met de doelgroep voor MIVA woningen (enige tijd geleden naar geïnformeerd), er is alleen een seniorenconsulent. Het baart mij zorgen dat de specifieke doelgroepen en bijhorende woningbehoefte (denk aan MIVA woningen) nog niet in beeld zijn. De doelgroep valt nu vaak ‘buiten de boot’, de komst van een nieuwe woonvisie kan hier verandering in brengen!

Inwoner Wij wonen in de wijk Rijsoord, bewoning door 2 personen van een vrij groot huis is daar best ook wel het geval. Waarom wordt er met de bouw van woningen (koop) geen rekening gehouden met een mooi (kleinschalig) appartementen gebouw. Met dan wel ruime appartementen, met extra vertrekken, voor kantoor, hobby of extra ruime slaapkamer. De woonkamer - keuken moet dan ook gelijk zijn aan een woonhuis. Bijvoorbeeld zoals de terrasflat bij winkelcentrum Walburg (Zwijndrecht). Inwoner Ingezonden artikel De Combinatie, 26 november 2020, p. 25: https://www.jambooty.be/nl/document/2200511 Bouwen In de Blauwkaai stond een oproep om na te denken over wensen en mogelijkheden om woningen te bouwen in Ridderkerk. Een veel gehoorde klacht is dat er onvoldoende goedkope woningen zijn voor mensen met een laag inkomen. Of die geen inkomen hebben. Er zijn mensen die na jaren met hun gezin in een eengezinswoning hebben gewoond en niet mogen doorstromen naar iets kleiners, omdat ze onvoldoende inkomen hebben om aan de nieuwe huurverplichting te kunnen voldoen. Vreemd natuurlijk als je bedenkt dat ze nu in een veel te grote woning moeten blijven. Met huursubsidie. Dat komt blijkbaar uit een ander potje. Maar dat al die potjes samen van de gemeente Ridderkerk zijn ziet niemand. Enige jaren terug hadden we de kans om 3 rijen woningen te bouwen langs de Hogeweg.

Tussen de Lagendijk en het Reijerpark. Daar kon de woningvoorraad voor de eerste 25 jaar worden neergezet. Zeker als dit hoogbouw was geworden. Dit was mogelijk geweest als er gekozen was voor het plan van ingenieursbureau Movares voor de Overdekte Snelweg. Dan hadden we in heel Ridderkerk minder geluidsoverlast gehad. En veel minder andere luchtverontreiniging. Want in deze overkapping zaten ook zuiveringsinstallaties, om de uitstoot af te vangen. Deze installaties, samen met de overkapping zorgden er in het plan voor dat je zonder gezondheidsrisico’ s tot net naast de snelweg kon bouwen. Maar wat de boer niet kent…………… Het probleem was dat Rijkswaterstaat niet wilde betalen voor een oplossing die de gemeente Ridderkerk geld opbracht bij het innen van de WOZ. Een verdere wens is dat er geen aanvragen worden gedaan voor hogere grenswaarden. Maar dat er wordt voldaan aan de grenswaarden volgens de WHO. Zowel voor geluid, als voor luchtverontreiniging. Verder is er tussen de Oudelande en de verzakkende Oostmolendijk nog een puntje landbouwgrond. Omdat de A15 hier nog maar 5 rijstroken heeft is een niet te hoog geluidsscherm waarschijnlijk voldoende om daar riant te kunnen wonen. En in de tuin te kunnen zitten s ’zomers. Of we geven het deel tussen de Waalweg en Langeweg van het zieltogende Waalbos op en bouwen daar goedkope woningen voor starters en minderbedeelden.

Maar dan moet er wel een behoorlijke weg en openbaarvervoer naartoe gelegd worden. Anders is het wel een uithoek. C.G.J. Broeders

ADVIES Aan : Anneloes Blankendaal, Sander Reith en Jolyn Laurs Van : Maatschappelijk Burgerplatform Datum : 14 december 2020 Betreft : Gevraagd Advies en reactie MBR op Notitie Woonvisie Ridderkerk

Op de eerste plaats vermelden wij aspecten die in deze nota niet of naar onze mening onderbelicht zijn: • Er is in het recente verleden een Woonwensenonderzoek gehouden. In de nu voorliggende nota wordt daaraan niet gerefereerd, dat verbaast ons. • Er is niet zolang geleden een nota Woningbouwstrategie opgesteld. Ook hiervoor geldt dat hieraan voorbij wordt gegaan. • Door de Adviescommissie Ouderenbeleid Ridderkerk is een nota opgesteld “Het Ouderen Vraagstuk”. De hierin geschetste behoefte-ontwikkeling aan woningen voor ouderen die zelfstandig wonen, ouderen die met een eenvoudige tot complexe zorgbehoefte wonen, is nog steeds relevant. De cijfers die daarin worden gepresenteerd, zijn nog steeds van toepassing. • Er wordt geen melding gemaakt van de woningbehoefte statushouders met een verblijfsvergunning. • De doordecentralisatie van beschermd wonen is uitgesteld tot 2023, maar er moet nu worden nagedacht welke consequenties dat heeft voor onze gemeente. • In de analyse wordt geen melding gemaakt van huishoudens onder de armoedegrens en de verdeling ervan over de woonwijken. Het is een groeiende groep, terwijl het bestand goedkope woningen krimpt. • In de nu voorliggende nota wordt een aantal cijfers gepresenteerd in percentages. In percentages kun je niet wonen. Het schetst alleen een beeld van de mate waarin bepaalde typen woningen aanwezig zijn.

Ook wordt in de Woonvisie Ridderkerk vergeleken met ‘een gemiddelde’. Daardoor wordt er gerelateerd aan een gemiddelde en niet aan een gewenst aantal per categorie. Hierdoor kan de aandacht worden afgeleid van de werkelijke problematiek. Welke aantallen ziet de gemeente voor diverse groepen als gewenst? Demografische ontwikkeling De toename van het aantal nieuwkomers in Ridderkerk laat vooral een beeld zien van huishoudens die van buiten Ridderkerk komen. Wat ontbreekt om het beeld compleet te hebben, is het aantal vertrokken bewoners. Dit beeld zal, naar onze verwachting, laten zien dat met name autochtone Ridderkerkers vertrekken naar elders, omdat zij hier geen passende huisvesting kunnen bemachtigen. Het binnenlandse migratiesaldo zou verder onderbouwd moeten worden met een onderverdeling van redenen waarom de groep naar Ridderkerk komt. Zo’n verdeling kan helpen meer begrip te krijgen bij de Ridderkerkse bevolking waarom zij geen en anderen wel een woning in Ridderkerk kunnen vinden. Ook wordt niet duidelijk gemaakt in hoeverre de import van elders bijdraagt aan een evenwichtiger bevolkingsopbouw. Komen met name jongeren of juist ouderen, gezinnen of alleenstaanden, zorgbehoeftigen of levenskrachtige, arme of rijke mensen naar Ridderkerk. In elk geval moet vermeden worden om dit beeld aan te vullen met etniciteit, religie of andere heel persoonlijke aspecten.

Arbeidsmigranten Een zorgelijke ontwikkeling is de huisvesting van arbeidsmigranten in Ridderkerk. De werkgelegenheid is in hoge mate afhankelijk van arbeidsmigranten. Echter is de huisvesting van deze groepen, ook in Ridderkerk, bedenkelijk. Te veel personen op een kleine oppervlakte en te weinig sociaal gebonden aan de directe omgeving. Het zou de gemeente sieren indien er voor deze groep woningzoekenden (huisvestingsbehoeftigen) een goede huisvesting wordt ontwikkeld. Te denken valt aan het verbouwen van leegstaande kantoorgebouwen etc.

Pagina 1 van 8

MBR-contactadres: frans.velders@kpnmail.nl

De woningvoorraad De samenstelling van de woningvoorraad wordt ook in percentages geschetst. Ook hier wordt een vergelijk gemaakt met een gemiddelde. Het vergelijken met een gemiddelde is weliswaar een beeld dat een bepaald gevoel geeft bij de cijfers, maar als de onderliggende cijfers er niet bij gegeven worden is het moeilijk hierop een beleid te maken naar specifieke aantallen in bepaalde wijken. Het staatje ‘samenstelling woningvoorraad’ is op z’n minst onvolledig en onzorgvuldig. In drie categorieën worden de eengezinswoningen onderverdeeld. Maar daartegenover worden alle flatwoningen op een hoop gegooid. Terwijl hier juist behoefte bestaat aan een meer gedifferentieerd beeld. In een van de staatjes wordt een beeld geschetst van de sociale woningvoorraad in de regio (pagina 6). Voor de overige woningen zegt het niets of dit woningen zijn in de (particuliere) vrije sector of koopwoningen. Voor Ridderkerk geldt dat bijna de helft van het aantal woningen sociale huurwoningen zijn. Dit gegeven is aardig om te weten, maar geeft geen enkel sturingsmechanisme als het erom gaat aan welk type woning en in welke categorie er behoefte is. Op z’n minst zou dit beeld aangevuld moeten worden met een verdeling van sociaal, vrije sector huur en koop én naar woningtype. Pas dan wordt het beeld volledig.

Opmerkelijk is het grote verschil in het percentage sociale woningvoorraad tussen de BAR-gemeentes en het relatief lage % koopwoningen in Ridderkerk. aantal inwoners - sociale woningvoorraad - koopwoningen. Albrandswaard 25.589 28,1 % 69% Barendrecht 48.713 20,9 % 70% Ridderkerk 46.204 49,4 % 56% appartementen De mate waarin een appartement bereikbaar is, zowel in fysieke als in financiële zin, is van essentieel belang voor de woningkeuze van de woningzoekende. Is het een portiek-etagewoning, is het een galerijwoning, is het een woning in een torenflat, of juist in een compact complex? De ligging van een appartement zegt slechts in beperkte mate iets over de geschiktheid van de woning voor ouderen of jongeren met een handicap. De bereikbaarheid met een lift en lage drempels zijn wel een belangrijke voorwaarde om geschikt te zijn, maar als de afmetingen van doorgangen tot en in de woning zelf, het gebruik van een rolstoel of andere hulpmiddelen onmogelijk maken. Als de badkamer, het toilet te krap is of ongelukkig is ingedeeld, kan het zo zijn dat de hulpbehoevende gedwongen wordt naar een andere vorm van huisvesting om te zien, of nog erger, overgeplaatst moet worden naar een vorm van beschermd wonen, bij voorbeeld een verpleeghuis.

Het beeld is nog steeds zo, dat in Ridderkerk het aanbod van woningen die geschikt zijn om vierentwintig uur nabije zorg (intensieve zorg) te bieden ver achterblijft bij de behoefte. Alleen voor ouderen is er op dit moment een noodzakelijke voorraad van 1800 van dergelijke woningen nodig. Uit de gepresenteerde overzichten is af te lezen dat de wijken Centrum en Oost relatief veel appartementen hebben. In beide wijken bestaan die appartementen wel voor een substantieel deel uit portieketagewoningen. Bolnes en West kennen ook relatief veel appartementen. Hier zijn deze dan wel in hoogbouw terug te vinden. wonen met uitzicht Veel hoogbouw is in Ridderkerk gesitueerd aan de randen van de wijken, bijvoorbeeld langs de rivier of een park. Het uitzicht uit die woningen maakt deze woningen geliefd. Waar je echter hoogbouw zou verwachten om economische redenen, nl. in het centrum van Ridderkerk, is deze nauwelijks aanwezig. Ridderkerk-Centrum is relatief dun bevolkt. Daarom is een ontwikkeling van hoogbouw in en om het Centrum (PC Hooftstraat en omgeving) gewenst. Hierdoor kan de kwijnende winkelstand een nieuwe boost krijgen. prijsontwikkeling van het wonen De bereikbaarheid van een woning wordt voor een belangrijk deel bepaald door de woonlasten die ermee samenhangen. In de voorliggende nota is een grafiek weergegeven van de stijging van de koopprijs van woningen.

Deze is in de afgelopen jaren (2016-2020) in Ridderkerk met ca. 45% toegenomen.

Pagina 2 van 8

MBR-contactadres: frans.velders@kpnmail.nl

Hier staat tegenover dat de prijs van huurwoningen (sociale sector) in diezelfde periode met 12% is toegenomen. Voor alleenstaande starters en na echtscheidingen is het nog problematischer om zich op de huizenmarkt een plek te veroveren. De ‘bankslapers’ zijn niet goed in beeld. kopen De grafiek ‘ontwikkeling van de koopprijs’ geeft wel weer hoeveel de prijs van woningen gemiddeld is gestegen, maar zegt weinig over de verdeling van de woningen in prijsklassen. Voor starters op de huizenmarkt is het van eminent belang dat er goedkope koopwoningen beschikbaar zijn. Het is inmiddels al vele jaren usance, dat binnen een huishouden beide partners een vast inkomen hebben, om enige kans van slagen te maken op de woningmarkt. Helaas ontbreekt in de visie een oplossing voor de ontwikkeling van het gat, dat er is tussen de stijging van de koopprijs en de mindere stijging van het gezinsinkomen. huren Ook het huurniveau van de totale voorraad sociale woningen is de laatste jaren in Ridderkerk sterk gestegen. Wat de ontwikkeling hiervan is, is in voorliggende nota niet aangegeven. Wooncompas, de grootste en bijna enige speler op het gebied van sociale huisvesting in Ridderkerk, is voortvarend aan de gang gegaan in het vervangen van relatief oude woningen door moderne aan de huidige tijd aangepaste woningen. Veel goedkope tot zeer goedkope woningen zijn inmiddels gesloopt.

Lang niet altijd was de technische toestand van de woning de doorslaggevende reden. Veel woningen zijn gesloopt door een achterstand in comfort. Wat terugkwam waren mooie woningen, waar eenieder graag in wil wonen, maar die een veel hogere (aanvangs-)huur kennen dan de woning waar men uit kwam. Natuurlijk bestaat er zoiets als Huurtoeslag. Maar dit mag geen reden zijn om dure woningen bereikbaar te maken voor lage inkomens. Het beslag op de Huurtoeslag neemt dan sterk toe. Dit betekent dat er van overheidswege elk jaar steeds meer geld moet toestromen naar de sociale huursector. Om dit te beperken heeft de overheid slechts één middel: minder sociale huurwoningen bouwen. ontwikkeling van het aantal huishoudens Op pagina 6 staan twee schema’s afgebeeld, die iets over een toekomstige ontwikkeling zeggen. Opvallend is dat het aantal huishoudens in 2030 hoger is dan het aantal woningen dat beschikbaar is. Hoe dit met elkaar gerijmd kan worden, is niet duidelijk. ‘scheef wonen’ Er zijn twee vormen van ‘scheef wonen’. De eerste is dat mensen met een relatief hoog inkomen een sociale huurwoning bewonen, die qua huurstelling ver onder het beschikbare vrije inkomen ligt. Ze wonen naar verhouding te goedkoop. Hierdoor worden kansarmen, mensen met lage tot extreem lage inkomens gehinderd om een (financieel) passende huisvesting te vinden.

Een corporatie kan middelen ontwikkelen om dit ‘scheef wonen’ te beperken door bijvoorbeeld de huur (voor de periode dat die ‘scheefwoner’ er woont) extra te verhogen, zodat er en prikkel ontstaat om, om te zien naar een duurdere woning. De andere wijze van ‘scheef wonen’ is het bezet houden van een eenpersoons- of tweepersoonshuishouden van een huurwoning voor een gezin. Ook hier is het middel van huurverhoging toepasbaar. Maar in beide gevallen is een goed gesprek wellicht een fraaiere oplossing. woningbehoefte Met in achtneming van hetgeen hiervoor al is aangehaald, is een evenwichtiger woonvisie te ontwikkelen. Ook zou gekeken kunnen worden naar bijzondere wijzen van realisatie van husvesting. Op een aantal wordt hier ingegaan. het vrije bouwen De gemeente Ridderkerk kan locaties ontwikkelen waar kandidaten een huisvesting kunnen realiseren naar eigen inzicht en kundigheid. Voorbeelden hiervan zijn er in den lande te vinden, o.a. het wilde wonen in Almere.

Pagina 3 van 8

MBR-contactadres: frans.velders@kpnmail.nl

Hier geen betutteling van bouwregelgeving of bestemmingsplannen, maar ruimte geven aan de creatieve geest. Tiny-houses De gemeente Ridderkerk kan locaties ontwikkelen waar Tiny-houses gebouwd kunnen worden. Deze huizen kunnen zowel permanent als tijdelijk zijn. De kavels dienen dan wel ruimte te bieden, om als de huishoudenssituatie dit vereist, een andere of grotere woning te realiseren. Tiny-houses kunnen starters op de woningmarkt helpen een plek te veroveren. klushuizen Er zijn in Ridderkerk veel verouderde woningen. Je kunt deze, zoals we nu steeds doen, vervangen, maar je zou ook de zittende of nieuwe bewoner de mogelijkheid kunnen geven om deze woning zelf op te knappen en passend te maken aan de huishoudenssituatie. Een corporatie kan de woningen in huur houden, waarbij het huurniveau van het moment waarop het kluscontract wordt aangegaan bevroren wordt (hierdoor ontstaat er financiële ruimte bij de huurder) of de woning verkopen aan een kandidaat die dan de opdracht krijgt om de woning in drie jaar tijd in bewoonbare en verkoopbare staat te hebben. wonen voor woongroepen Er zijn diverse groepen bewoners die in aanmerking willen komen voor een vorm van groepswonen. Zulke groepen kunnen jongeren zijn die in een sociaal verband samen willen wonen of ouderen, die met elkaar deze vorm van wonen ambiëren. De ontwikkeling van een “Knarrenhof” is hier een voorbeeld van.

Ook naar woningen voor meerdere generaties, binnen een familie, is een grotere vraag. Groepswonen kan zowel in de huursector als in de koopsector gerealiseerd worden. Uit ervaringen in Rotterdam, waar diverse complexen van groepswonen zijn gerealiseerd, is gebleken dat deze vorm van wonen veel kan toevoegen aan het woongenot. Woonvisie Veel mensen met een lichamelijke beperking wonen in een voor hen ongeschikte woning. Voor ouderen bestemde huizen worden niet door hen bewoond. Zelfs als deze huizen aan de juiste doelgroep zouden worden toegewezen, dan is er nog een tekort aan aangepaste/ouderenwoningen. Bewoners van verzorgingshuizen zouden best zelfstandig kunnen wonen, mits de huren lager zijn en de thuiszorg (nog) beter georganiseerd is. De woningcorporaties en de gemeente moeten een veel actiever huisvestingsbeleid voor ouderen en starters voeren. Veel gemeenten weten niet hoeveel 65-plussers en seniorenwoningen er zijn en waaraan behoefte is’. Dat zouden ze eerst eens moeten inventariseren. Er wordt ook te weinig gebruik van subsidiemogelijkheden voor woningaanpassing. ‘Woningvernieuwing’ betekent vaak huurverhoging. De overheid wil veel plaatsen in verzorgingshuizen opheffen, terwijl er al te weinig seniorenwoningen zijn.

In de uitvoering wordt de gemeente vaak belemmerd door zaken waar ze geen invloed op hebben: • gebrek aan geschikte grond, jaren durende wijzigingen van bestemmingsplannen, • te hoge kosten van woningen en • de vrijheid van inschrijvingen voor woningen. Ook is het soms jammer dat de gemeente geen doorzettingsmacht heeft over het gegeven dat ouderen, die met een lage huur in een (te) groot huis wonen, een soort doorstromingssubsidie krijgen als ze naar een kleinere, maar duurdere woning gaan. Het is belangrijk dat er gebouwd wordt aan levensloopbestendige woningen, die geschikt zijn voor verschillende soorten bewoners. Als mensen iets gaan mankeren hoeven ze niet te verhuizen. Naast bewoning voor ouderen zijn er grote tekorten: • aan betaalbare woningen voor starters, • aan woningen voor de middeninkomens, • aan betaalbare huur- en koopwoningen in het algemeen, • aan woonvormen voor ouderen en • aan aangepaste woningen.

Pagina 4 van 8

MBR-contactadres: frans.velders@kpnmail.nl

Leegstaande gebouwen zouden een nieuwe invulling moeten krijgen die past bij een locatie door herbestemming voor woningbouw. Het binnenlandse migratiesaldo is de laatste vijf jaar de grootste groep die naar Ridderkerk is gekomen. Daarbinnen zijn diverse groepen te onderscheiden, die van belang kunnen zijn voor de beeldvorming. De eerste groep "de spijtoptanten", mensen die uit Ridderkerk zijn vertrokken en nu weer terug willen naar Ridderkerk. De reden van hun vertrek kan divers zijn, maar interessant is het te weten of binnen die groep een substantieel deel is dat om reden van sloop van hun voormalige huurwoning in Ridderkerk niet gehuisvest konden worden, elders een woning moesten accepteren en zijn blijven aandringen, proberen weer een woning in Ridderkerk te verkrijgen. De tweede groep zijn mensen die economisch gebonden zijn aan Ridderkerk - hun werk hier hebben - en om die reden naar Ridderkerk kwamen. De derde groep zijn mensen die geherhuisvest moesten worden, omdat hun woning in een andere gemeente gesloopt of gerenoveerd werd, of urgent woningzoekend werden door een calamiteit en om die reden elders, lees in Ridderkerk, met voorkeur gehuisvest werden. Deze laatste twee groepen zijn vooral ‘verdringers’ van de Ridderkerkse woningzoekenden. Vertrekkende autochtone Ridderkerkers Ook hierin zijn verschillende groepen te onderscheiden.

De eerste groep is onderdeel van de groep die hierboven al genoemd werd. Zij hadden eigenlijk nooit de gemeente uit gewild, maar vanwege hun urgentie en de schier onmogelijke situatie om in Ridderkerk een passende woning te vinden, hebben zij tegen wil en dank, elders een woning geaccepteerd. Zij blijven met "buikpijn" daar wonen en een deel van die groep zal proberen terug te keren naar Ridderkerk. De tweede groep zijn ‘arbeidsmigranten’, ofwel Ridderkerkers die vertrekken omdat zij elders, ver weg van Ridderkerk, andere, passende arbeid hebben gevonden. Van deze groep kan je zeggen dat zij definitief Ridderkerk de rug hebben toegekeerd. De derde groep - en dat is een schrijnende groep - zijn jongeren. De woningmarkt in Ridderkerk zit op slot en is daardoor voor jongeren moeilijk bereikbaar, zodat zij niet of pas na vele jaren in aanmerking komen voor een woning. Redenen hiervoor kunnen zijn dat de woning te duur is in verhouding tot hun inkomen. Of hun inkomen is te onzeker en kan er geen hypotheek worden verstrekt aan deze jongeren. Ze worden gedwongen om bij hun ouders te blijven wonen of om buiten de gemeente te proberen een woning te vinden. De vierde groep zijn de ouderen. Onderscheid moet hier worden gemaakt tussen ouderen die zelfstandig in een huurwoning wonen en ouderen die in een koopwoning wonen. De eerste subgroep zijn cliënten van Wooncompas.

Wooncompas heeft de verplichting deze groep bewoners ten dienste te zijn. Dat wil zeggen: Wooncompas moet actief bemiddelen voor deze bewoners om een passende huisvesting te vinden in Ridderkerk. Verhuizen naar een andere gemeente levert een grotere kans op sociaal isolement op voor deze groep. Daarmee helpt Wooncompas om een van de vormen van ‘scheef wonen’ op te lossen. De andere vorm van ‘scheef wonen’ zou daar ook op z'n best mee geholpen zijn. Daarvoor moet Wooncompas haar huurders actief kennen en benaderen, vooral met de vraag of hun huidige woonsituatie nog passend is bij de leefomstandigheden. De tweede subgroep zijn de bewoners van een eigen woning. Uit het Woonwensenonderzoek in Slikkerveer is naar voren gekomen dat er een substantieel deel van de ouderen in een eigen woning op

Pagina 5 van 8

MBR-contactadres: frans.velders@kpnmail.nl

zoek is naar een woonvorm, die meer overeenkomt met hun huidige leefsituatie. Zij bewonen een eengezinswoning, vrijstaande woning of woning "twee onder één kap", die te groot is voor hun huishoudenssituatie. Zij kunnen hun tuin en huis niet meer onderhouden en zijn daarvoor aangewezen op de hulp van hun kinderen, buren of moeten dit uitbesteden. Indien dat niet mogelijk is door de inkomenssituatie, kan achterstalligheid ontstaan. De oplossing hiervoor is niet eenvoudig. Wel kan de gemeente beleid stimuleren om deze groep te helpen. Hierbij kan gedacht worden aan het ontwikkelen van initiatieven, zoals "het Knarrenhof", woongroepenhuisvesting, het omzetten van leegstaande kantoorpanden en andere daarvoor geschikte gebouwen in ouderenhuisvesting. Deze ouderen wonen vaak in woningen waarop nog een kleine restschuld rust of zelfs hypotheekvrij zijn. Daardoor zijn de opbrengsten bij verkoop vrijwel geheel in te zetten voor de nieuwe huisvesting. Een kanttekening is hierbij wel op z'n plaats. Deze ouderen zullen moeilijk een hypotheek kunnen verkrijgen die hoger uitvalt dan € 100.000,-. Dat heeft te maken met de levensverwachting die zij hebben en daardoor voor hoge aflossingsbedragen komen te staan. Een hypotheeklooptijd van meer dan 10 jaar zal voor deze groep een utopie zijn en ergo tot mogelijk hoge woonlasten zal leiden.

Als we naar de demografische ontwikkeling van Ridderkerk in de afgelopen vijf jaar kijken, kunnen we concluderen dat de huidige trend van bevolkingsafname voorlopig nog wel zal doorzetten bij ongewijzigd beleid en dat we met een serieuze krimp van de bevolking rekening zullen moeten houden. In "Het Ouderen Vraagstuk" van de ACOR is ook een scenario van krimp als een mogelijke ontwikkeling opgenomen. Het heeft er nu alle schijn van dat dit realiteit zal zijn. De enige groei van de bevolking is te danken aan de huisvesting van mensen met een migratieachtergrond. Hoe weerbarstig dit ook klinkt, bij ongewijzigd beleid zullen we hiervan de komende jaren afhankelijk zijn om een bevolkingsgroei te verwachten. Prijsverschillen in koophuizen tussen wijken (de woningmarkt in beeld) De verkoopprijs van een eengezinswoning in Drievliet en Bolnes ligt lager dan eenzelfde woning in Slikkerveer of Ridderkerk West. Deze prijsverschillen worden, volgens sommigen, door de op de Ridderkerkse woningmarkt actieve makelaars, kunstmatig in stand gehouden. Kwalitatief en naar comfort is er geen verschil tussen de woningen in die wijken, die zo'n verschil rechtvaardigen. kwetsbare groepen (specifieke doelgroepen in de visie) Hoeveel mensen in Ridderkerk noodgedwongen op straat leven is onduidelijk. Als die er zijn, dan zouden er opvanglocaties moeten komen om de dakloosheid aan te pakken.

We kunnen dat niet overlaten aan Rotterdam. In het AD van 18/7/2019 suggereerde wethouder Sven de Langen dat er in Ridderkerk wellicht ‘maar twee daklozen’ zijn. Mogelijk verplaatsen daklozen, waaronder jongeren, zich naar Rotterdam, omdat daar opvang mogelijk is. vraag: Heeft de gemeente zicht op het aantal Ridderkerkers, dat met een CO (centrale Opvangpas), is geregistreerd in Rotterdam? De Gemeente Rotterdam heeft in samenspraak met de regiogemeenten het regionale beleidsplan MO en BW2018-2020 ingezet op opvang en uitstroom (terug) naar de regio. vraag: Betekent dit dat er daadwerkelijk meer terugstroom van daklozen/thuislozen (bankslapers en buitenslapers), probleem/zwerfjongeren en kwetsbare burgers is of komt naar Ridderkerk? Over welke aantallen gaat het dan? Welke plannen heeft de gemeente voor deze groepen? vraag: Veel dakloosheid ontstaat door huisuitzettingen. Is dat ook de ervaring van het College van B&W? vraag: Een zorgelijke ontwikkeling is de huisvesting van arbeidsmigranten in Ridderkerk. De werkgelegenheid is in hoge mate afhankelijk van arbeidsmigranten. Echter is de huisvesting van deze groepen,

Pagina 6 van 8

MBR-contactadres: frans.velders@kpnmail.nl

ook in Ridderkerk, bedenkelijk. Te veel personen op een kleine oppervlakte en te weinig sociaal gebonden aan de directe omgeving. Vaak ook tegen woekerhuren. Het zou de gemeente sieren, indien er voor deze groep woningzoekenden (huisvestingsbehoeftigen) een fatsoenlijke huisvesting wordt ontwikkeld. Te denken valt aan het verbouwen van leegstaande kantoorgebouwen etc. Deelt het College van B&W dit standpunt? vraag: Er zijn diverse kwetsbare burgers die acuut in de problemen komen door scheidingen, huiselijk geweld, uitstroom uit maatschappelijke opvang, medische noodzaak, probleemjongeren. Is daar binnen het huizenbestand van Ridderkerk voldoende opvang voor? Aan toewijzing van huurwoningen aan Ridderkerkers kan een percentage worden gehangen. Dat percentage is op dit moment laag, veel lager dan andere gemeenten hanteren. Het MBR stelt dat ervoor een percentage ruim boven de 50% moet worden gekozen. Het MBR stelt 60% voor. Er zijn onderaan de woningvisie enkele specifieke vragen gesteld aan het MBR. Een deel van de antwoorden zijn in ons betoog opgenomen. Toch willen we nog op enkele vragen nader ingaan.

Worden de eerste analyses voor de gemeente en de schetsen van de verschillen tussen de wijken gedeeld? In de analyse zijn geen gegevens opgenomen over de inkomenssituatie van de huishoudens, met name in welke mate huishoudens onder de armoedegrens verkeren en geconfronteerd worden met schulden. Uit cijfers van het CBS blijken zo’n 584.000 huishoudens onder de armoedegrens te verkeren. Dat is 7,9 % van alle huishoudens. Met zo’n groot aantal is het van groot belang om deze cijfers inzichtelijk te maken per wijk. Het is in hoge mate bepalend voor het sociaal klimaat en daarmee voor de potenties van wijken of delen ervan. Welke specifieke opgaven liggen er volgens u op het gebied van wonen-welzijn-zorg? Waar ligt in de komende jaren volgens het MBR prioriteit? De huisvesting van statushouders, dus met een verblijfsvergunning ontbreekt. Her rijk zal gemeentes een opgave opleggen naar verwachting. Het lijkt raadzaam hierop in de planning te anticiperen. Wij adviseren deze categorie niet onder de spoedzoekers te plaatsen hetgeen in het verleden weleens heeft geleid tot ‘sobere collectieve woonvoorzieningen voor alleenstaande statushouders’, hetgeen leidde tot grote onrust. Toegankelijkheid zou bij elk nieuwbouwproject een vast agendapunt moeten zijn. Wijkontwikkelingsprogramma en vergrijzing. Hierop is in de tekst uitvoerig ingegaan.

Wel blijft de vraag liggen hoeveel seniorenwoningen er precies zijn en wat de planningen zijn voor de komende jaren in het kader van de vergrijzing? De verzorgingshuizen staan onder financiële druk. Zijn er realistische alternatieven voor de ouderen? Innovatieve woonconcepten Ook aan dit onderwerp is in de bovenstaande tekst aandacht besteed. Strategische Nieuwbouw Idem De woningmarkt stagneert Op verschillende momenten is hier in de bovenstaande tekst aandacht aan geschonken. Er zijn weinig 1 slaapkamer woningen beschikbaar. Aan verschillende thema’s is in de notitie weinig aandacht geschonken. We hebben dat aangegeven in de tekst. Daarover zijn vragen geformuleerd. Onze inbreng is ondergebracht bij de verschillende onderwerpen. Eén onderwerp springt eruit: het toewijzen van huurwoningen aan Ridderkerkers. Dit percentage moet ruim boven de 50% komen te liggen naar ons oordeel. Er wordt een steeds groter beroep gedaan op mantelzorgers. Als deze mantelzorgers niet meer in Ridderkerk kunnen wonen, zal de professionele druk op de ondersteuning van ouderen en mensen met een beperking steeds groter worden.

Pagina 7 van 8

MBR-contactadres: frans.velders@kpnmail.nl

Welke thema’s worden gemist? Er zou een armoedebeleid dan wel schuldenbeleid moeten worden toegevoegd aan de huisvestingsopgave. Door de stijging van de huurkosten en de verkleining van het bestand van goedkope woningen, raakt de doelgroep op of onder de armoedegrens steeds verder achterop. Dit heeft een desintegrerend effect op de huishoudens. Als er zich een concentratie van armoede voordoet in bepaalde woonblokken en/of wijken, dan is dit van directe invloed op de leefbaarheid van de omgeving. Het huidige beleid hieromtrent is ons onduidelijk. De indruk bestaat dat het zwaartepunt ligt op het handhaven van de openbare orde c.q. corrigerende en sanctionerende maatregelen. Voor hulp aan de gezinnen in armoede en/of schulden is men aangewezen op vooral het minimabeleid en de schuldhulpverlening. Het is bekend dat armoede ‘zelden alleen komt’ en meerdere oorzaken en facetten kent, waaronder het immateriële vlak. Minimabeleid en schuldhulpverlening beperken zich, formeel, tot het materiële vlak. Vroeger beschikten sommige woningbouwcorporaties over maatschappelijk werk om deze problematiek aan te pakken of men maakte afspraken hierover met het algemeen maatschappelijk werk. Dit type hulpverlening is nu ondergebracht bij de sociale wijkteams. Het probleem is dat het maatschappelijk werk in de wijkteams niet is meegegroeid met de toegenomen armoede en schuldenproblematiek.

Het MBR heeft onlangs gesignaleerd en beargumenteerd dat de wijkteams onvoldoende zijn toegerust voor dit type werk. Het is derhalve zeer wenselijk dat in de woonvisie meer focus, maar vooral meer uitvoeringscapaciteit komt, voor deze problematiek. Aan het onderhoud van de woningen wordt in de visie geen specifieke aandacht geschonken. Toch verdient dit punt aandacht, omdat er in meerdere wijken wel sterk verwaarloosde woningen zijn te vinden, die afbreuk doen aan het woongenot. Het MBR gelooft in buurten en wijken waar gezinnen, mensen met een beperking door woningaanpassing, alleenstaanden en ouderen wonen, waar allen zich medeverantwoordelijk voelen voor de leefbaarheid. Namens het MBR,

W.H. Blok voorzitter

Pagina 8 van 8

MBR-contactadres: frans.velders@kpnmail.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.ridderkerk.nl/api/v1/meetings/800/documents/28214