2021-03-05 RIB Gebiedsvisie Rivieroevers notitie reikwijdte en detailniveau - PlanMER.pdf
Tekst van het document
RAPPORT Notitie Reikwijdte en Detailniveau PlanMER Gebiedsvisie Rivieroevers Ridderkerk Klant:
Gemeente Ridderkerk
Referentie: BH4396TPRP2008111318 Status:
S2/02
Datum:
18 februari 2021
Openbaar
HASKONINGDHV NEDERLAND B.V.
Laan 1914 no.35 3818 EX AMERSFOORT Transport & Planning Trade register number: 56515154 +31 88 348 20 00 T +31 33 463 36 52 F info@rhdhv.com E royalhaskoningdhv.com W
Titel document: Notitie Reikwijdte en Detailniveau Ondertitel: Referentie: BH4396TPRP2008111318 Status: 02/S2 Datum: 18 februari 2021 Projectnaam: NRD Gebiedsvisie Rivieroevers Ridderkerk Projectnummer: BH6564 Auteur(s): Véronique Maronier
Gecontroleerd door: Mark Huuskes Datum: 08-02-2021 Goedgekeurd door: Wouter Porton Datum: 18 februari 2021
Classificatie Openbaar
Behoudens andersluidende afspraken met de Opdrachtgever, mag niets uit dit document worden verveelvoudigd of openbaar gemaakt of worden gebruikt voor een ander doel dan waarvoor het document is vervaardigd. HaskoningDHV Nederland B.V. aanvaardt geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor dit document, anders dan jegens de Opdrachtgever.Let op: dit document bevat persoonsgegevens van medewerkers van HaskoningDHV Nederland B.V. en dient voor publicatie of anderszins openbaar maken te worden geanonimiseerd. 18 februari 2021
BH4396TPRP2008111318
i
Openbaar
Inhoud 1
Inleiding
1
1.1
Waarom deze Notitie Reikwijdte en Detailniveau?
1
1.2
Inspraak op NRD
2
1.3
Leeswijzer
2
2
Achtergrond gebiedsvisie en planMER
3
2.1
Plangebied
3
2.2
Totstandkoming gebiedsvisie en relatie met MER
4
2.3
Ambities
4
3
Reikwijdte en Detailniveau van het planMER
5
3.1
De methode
5
3.2
Alternatieven
6
3.3
Beoordelingskader
7
4
Wanneer welke vervolgstappen
8
4.1
Participatie
8
4.2
Proces en tijdspad gebiedsvisie
8
4.3
Proces en tijdspad plan-m.e.r.
8
4.4
Monitoring en evaluatie
9
Begrippenlijst
18 februari 2021
10
BH4396TPRP2008111318
ii
Openbaar
1
Inleiding
1.1
Waarom deze Notitie Reikwijdte en Detailniveau?
De gemeente Ridderkerk kenmerkt zich onder meer door de oevers van de Nieuwe Maas en de Noord (hierna: Rivieroevers) zie, figuur 1.1. De Rivieroevers zijn van oudsher in gebruik voor (watergebonden) bedrijvigheid en worden gekarakteriseerd door veelvuldige contrasten. Naast bedrijvigheid bevinden zich in het gebied o.a. historische woonlinten en vrijstaande woningen, natuur en voorzieningen voor recreatie. Daarom streven we er naar de ruimtelijke kwaliteit langs de oevers van de rivieren de Nieuwe Maas en de Noord te verbeteren.
Ridderkerk
Figuur 1.1 De omgeving van Rivieroevers (blauw is plangebied)
In toenemende mate zijn er (particuliere) initiatieven om niet-woonlocaties te transformeren naar woningbouw. Veel overheden, bevoegde gezagen en particulieren hebben tegenstrijdige belangen in het gebied. Daardoor kan er sprake zijn van conflicterende ruimteclaims, waardoor de ruimtelijke kwaliteit onder druk staat en het gebied gekenmerkt wordt door barrières met weinig groen. Bestaande initiatieven voor transformatie kunnen in impasses terechtkomen of zijn niet goed te beoordelen. Deze context vraagt om een integrale gebiedsvisie, waarbij sprake is van een balans tussen wonen, werken en groen. Hiervoor dienen goed onderbouwde keuzes te zijn gemaakt waar alle stakeholders in zijn meegenomen voor voldoende draagvlak. Het is te verwachten dat de gebiedsvisie het kader wordt voor m.e.r.-(beoordelings)plichtige activiteiten. In dat geval is het opstellen van een planMER verplicht, omdat de uitvoering van de gebiedsvisie belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben. De gebiedsvisie wordt daarom samen opgesteld met een 18 februari 2021
BH4396TPRP2008111318
1
Openbaar
Milieueffectrapport (MER). Hierin worden keuzes eenduidig en verifieerbaar onderbouwd en getoetst met het oog op haalbaarheid en optimale ontwikkeling van ambities. Het voorliggende document is de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (in het vervolg noemen we dit ‘de NRD’). De publicatie van de NRD is de eerste stap in de m.e.r.-procedure. Deze NRD beschrijft welke alternatieven, omgevingsaspecten en effecten in het MER onderzocht gaan worden (‘reikwijdte’). Daarnaast geeft het informatie over de manier waarop de effecten van de gebiedsvisie onderzocht zullen worden en met welke diepgang (‘detailniveau’). De NRD vormt de basis voor het raadplegen van betrokken instanties en voor de ter inzage legging. Het MER zelf wordt later, tegelijk met de ontwerp gebiedsvisie, ter inzage gelegd.
1.2
Inspraak op NRD
Tijdens de inzageperiode van de NRD kan eenieder reageren op de aanpak van het MER voor de gebiedsvisie zoals beschreven in deze NRD. Reacties kunnen schriftelijk bij de gemeente ingediend worden op de in de kennisgeving aangegeven wijze. De reacties worden gebruikt bij de verdere uitwerking van het MER. Daarnaast worden bestuursorganen en instanties geraadpleegd over de inhoud van de NRD. Deze betreffen in ieder geval: • Buurgemeenten • Waterschap Hollandse Delta • Rijkswaterstaat • Metropoolregio Rotterdam Den-Haag • Provincie Zuid-Holland • DCMR milieudienst Rijnmond • GGD Rotterdam-Rijnmond • Oasen drinkwater • Veiligheidsregio Rotterdam Rijnmond • Natuur- en Milieufederatie Zuid-Holland • Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid • Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed De NRD wordt in een gemeenschappelijke bijeenkomst aan de diverse bestuursorganen gepresenteerd.
1.3
Leeswijzer
In hoofdstuk 2 wordt de achtergrond van de gebiedsvisie en het planMER nader toegelicht. Dit hoofdstuk gaat nader in op het plangebied, beschrijft de totstandkoming van de gebiedsvisie en beschrijft de ambities. In hoofdstuk 3 worden de reikwijdte en het detailniveau van het MER toegelicht. Dit hoofdstuk beschrijft welke omgevingsaspecten, alternatieven en effecten in het MER onderzocht gaan worden. In hoofdstuk 4 wordt tenslotte ingegaan op de procedure en participatie in het verdere besluitvormingsproces. Het gaat om de procedure voor de gebiedsvisie met de bijbehorende plan-m.e.r en monitoring en evaluatie. Aan het eind is een begrippenlijst opgenomen met per begrip een uitleg wat het betekent.
18 februari 2021
BH4396TPRP2008111318
2
Openbaar
2
Achtergrond gebiedsvisie en planMER
2.1
Plangebied
Het plangebied voor de gebiedsvisie Rivieroevers is weergegeven in figuur 2.1. Het gebied is ca. 7 km lang en bevindt zich buitendijks langs de Nieuwe Maas en de Noord. Aan de zuidzijde wordt het plangebied voor een groot gedeelte begrensd door wegen (o.a. Ringdijk, Benedenrijweg, Donkerslootsedijk, de Oostmolendijk en de A15). Het meest zuidelijke deel van het plangebied is gelegen in de Crezéepolder, een buitendijks natuurgebied van 75 hectare bestaande uit diverse getijdegeulen. Aangrenzend is de Gorzen gelegen. Dit betreft een heuvelachtig natuurgebied met veel waterpartijen dat omgevormd is vanuit een voormalige vuilstort. Omdat de ondergrond van de Gorzen verzakt, moet het gebied worden heringericht.
Bolnes
Figuur 2.1: Plangebied Rivieroevers
Het midden en het noorden van het plangebied wordt gekenmerkt door diverse bedrijven, zoals de Schiepo locatie, maar ook woningen. Ter hoogte van buitenplaats Huis ten Donck ligt langs de Nieuwe Maas een open en groen terrein, waar recent het historische haventje is hersteld.
18 februari 2021
BH4396TPRP2008111318
3
Openbaar
2.2
Totstandkoming gebiedsvisie en relatie met MER
Om tot de gebiedsvisie voor Rivieroevers te komen wordt een aantal stappen doorlopen (zie figuur 2.2). Er is gestart met een inventarisatie en analyse van het gebied. Vervolgens heeft een ruimtelijke verkenning plaatsgevonden hoe het gebied momenteel functioneert en welke ideeën en initiatieven leven. Hiervoor is gesproken met de interne gemeentelijke organisatie (‘binnenlab’), de in het gebied gevestigde bedrijven, instanties en initiatiefnemers en de vertegenwoordigers van de omliggende wijken en belangenorganisaties (‘buitenlab’). Parallel aan de verkenning is gewerkt aan het beoordelingskader van het planMER (zie paragraaf 3.3.), de Foto van de Leefomgeving en de Notitie Reikwijdte en Detailniveau. De Foto van de Leefomgeving beschrijft de referentiesituatie waarmee de effecten van de gebiedsvisie mee worden vergeleken (zie par 3.1). Begin 2021 werkt de gemeente aan verschillende alternatieven voor de gebiedsvisie (zie ook paragraaf 3.2). Hiervoor wordt input gevraagd aan iedereen die zich betrokken voelt (‘open lab’). Het planMER geeft hiervoor inzicht in effecten van verschillende mogelijkheden om de visie vorm te geven. Mede op basis van de resultaten uit het planMER wordt uiteindelijk gekozen voor een voorkeursalternatief (VKA).
Dit voorkeursalternatief wordt nader geoptimaliseerd, getoetst bij belanghebbenden, uitgewerkt en landt uiteindelijk in de ontwerp gebiedsvisie. Ook dit voorkeursalternatief wordt in het planMER beoordeeld. Het planMER gaat gezamenlijk met de ontwerp gebiedsvisie ter inzage. Het is de verwachting dat dit in het derde kwartaal van 2021 plaatsvindt.
Figuur 2.2 processchema gebiedsvisie en planMER Rivieroevers
2.3
Ambities
Voor de gebiedsvisie zijn op hoofdlijnen ambities geformuleerd. De komende periode worden deze ambities verder geconcretiseerd. In het planMER wordt getoetst in hoeverre de alternatieven en het voorkeursalternatief bijdragen aan deze ambities. De ambities zoals deze op dit moment voor ogen zijn betreffen: • Ruimtelijke kwaliteit binnen Rivieroevers verbeteren. • Optimale balans tussen groen, wonen en (watergebonden) bedrijvigheid. • Toegankelijke oevers en water voor recreatief gebruik door wandelaars en fietsers. • Het creëren van een gezonde woon-, werk- en leefomgeving. Deze thema’s vormen de hoofdambities en zijn nog verder te detailleren. Zo is de cultuurhistorische waarde van dit gebied een belangrijk onderdeel van de ruimtelijke kwaliteit. Daarnaast zijn o.a. de volgende thema’s basis- of randvoorwaardelijk voor de ontwikkeling: bereikbaarheid, nautische veiligheid, veiligheidsafstanden en milieubelasting.
18 februari 2021
BH4396TPRP2008111318
4
Openbaar
3
Reikwijdte en Detailniveau van het planMER
3.1
De methode
Het planMER brengt het volgende in beeld: 1. Kwaliteiten van de leefomgeving in de referentiesituatie (foto van de leefomgeving); 2. Effecten van (alternatieven van) de gebiedsvisie Rivieroevers; 3. Mate waarin wordt bijgedragen aan de ambities zoals beschreven in paragraaf 2.3. Foto van de Leefomgeving: de referentiesituatie Als eerste stap in het planMER wordt een Foto van de Leefomgeving opgesteld, ook wel de referentiesituatie genoemd. De referentiesituatie vormt de situatie waarmee de effecten van de gebiedsvisie van Rivieroevers Ridderkerk worden vergeleken. De referentiesituatie bestaat uit een beschrijving van de huidige situatie van de leefomgeving inclusief autonome ontwikkelingen. De autonome ontwikkeling omvat alle ontwikkelingen en activiteiten die met enige zekerheid zullen plaatsvinden zonder dat de gebiedsvisie doorgaat. Het gaat dan om vastgestelde plannen en projecten waarover al definitieve besluitvorming heeft plaatsgevonden of zich in de ontwerpfase bevinden. Voor het bepalen van de milieueffecten wordt als referentiejaar het jaar 2030 gehanteerd. De referentiesituatie is opgebouwd aan de hand van het beoogde beoordelingskader van het planMER en onderverdeeld in People, Planet en Profit. Elke laag is onderverdeeld in meerdere thema’s en beoordelingsaspecten (zie tabel 3.1). De referentiesituatie is beschreven op het niveau van de beoordelingsaspecten.
De referentiesituatie geeft inzicht in het huidige gebruik van de ruimte en mogelijke knelpunten en aandachtspunten. Bij het uitwerken van de gebiedsvisie kan rekening gehouden worden met de conclusies en aandachtspunten. Effecten van de gebiedsvisie De effecten op de leefomgeving van (alternatieven van) de gebiedsvisie worden beoordeeld ten opzichte van de referentiesituatie. Dit laat zien wat de verwachte effecten van de nieuwe gebiedsvisie zijn en in welke mate dat de kwaliteiten van de leefomgeving beïnvloedt. De visie voorziet in een kader en geeft randvoorwaarden voor toekomstige ontwikkelingen. Het biedt een toekomstperspectief, maar vormt geen ‘blauwdruk’ voor het gebied. Daarom heeft de visie over het algemeen een abstract karakter. De beoordeling van effecten in het planMER sluit aan op het abstractieniveau van de gebiedsvisie. Daarom worden de effecten van de alternatieven van de gebiedsvisie in het planMER beschreven in termen van kansen op positieve effecten en risico’s op negatieve effecten. Er vindt geen kwantitatief onderzoek plaats; er wordt kwalitatief en op basis van expert judgement beoordeeld. Daar waar mogelijk zal de effectbeoordeling van het voorkeursalternatief concreter van aard zijn.
Mate van doelbereik Naast de effecten van de alternatieven op de leefomgeving wordt in het MER ook bepaald in welke mate de beoogde inrichting van de Rivieroevers bijdraagt aan het halen van de ambities die met de gebiedsvisie worden nagestreefd. De ambities zijn op hoofdlijnen beschreven in paragraaf 2.3 en worden de komende periode verder uitgewerkt. Dit krijgt een plek in het planMER.
18 februari 2021
BH4396TPRP2008111318
5
Openbaar
3.2
Alternatieven
In het planMER worden verschillende alternatieven voor invullen van de gebiedsvisie onderzocht. De basis voor de alternatieven wordt gevormd door de ambities en diverse beleidskaders. Een belangrijke basis is de omgevingsvisie Ridderkerk 2035 (2017). Hierin is het belang van vergroten van de toegankelijkheid van de rivieroevers voor langzaam verkeer genoemd als belangrijk punt. In de omgevingsvisie worden de rivieroevers benoemd als ‘’Parels aan de Rivier’’ waarbij als hoofdpunten zijn benoemd: • ‘vergroting recreatieve kansen jachthaven’’; • “verkleuring van werken naar wonen langs de rivier’’; • ‘’de Schans als voorbeeld op het drierivierenpunt’’. Verder zijn nog de toekomstvisie groen en recreatie IJsselmonde (2020), net als de Groenvisie Ridderkerk 2020, Mobiliteitsplan Ridderkerk 2020 en de Woonvisie (in ontwikkeling). De alternatieven dienen in eerste instantie om de gevolgen van keuzen inzichtelijk te maken en gaan daarom uit van meer extreme situaties; niet als realistisch eindpunt, maar als handvatten om tot een voorkeursalternatief te komen. Op hoofdlijnen wordt de basis van elk alternatief gevormd door versterking van het groene en recreatieve karakter van het gebied: de rode draad door alle genoemde beleidskaders. Hier overheen worden alternatieven geprojecteerd met de focus op (watergebonden) bedrijvigheid en een focus op een gebiedstransformatie naar wonen.
Vervolgens wordt gekeken naar de effecten indien deze focus (bedrijvigheid danwel wonen) wordt geclusterd, danwel verspreidt. Op deze wijze worden de zogenaamde ‘hoeken van het speelveld’ in beeld gebracht met als doel om te komen tot een optimale balans en ruimtelijke verdeling tussen groen/recreatie – bedrijvigheid en wonen. Het planMER brengt hiermee de maximale bandbreedte aan mogelijke milieugevolgen in beeld. Uit de effecten volgt een beschrijving van de randvoorwaarden waaronder herontwikkeling uitvoerbaar is. Samen met de ruimtelijke verkenning (zie par 2.2.) volgt hieruit een voorkeursalternatief dat wordt uitgewerkt in de ontwerp gebiedsvisie. De alternatieven worden begin 2021 uitgewerkt.
18 februari 2021
BH4396TPRP2008111318
6
Openbaar
3.3
Beoordelingskader
De kwaliteiten van de leefomgeving in de Foto van de Leefomgeving en de effecten van de alternatieven worden in beeld gebracht aan de hand van een beoordelingskader met leefomgevingsthema’s. Het beoordelingskader is opgebouwd aan de hand van people, planet en profit. Het beoordelingskader is weergegeven in tabel 3.1. Tabel 3.1 Voorstel beoordelingskader planMER Gebiedsvisie
Thema
Laag
Gezondheid - gezondheidsbescherming People Gezondheid- bevordering Veiligheid
Natuur & biodiversiteit
Landschap en cultuurhistorie Planet
Bodem Water
Klimaat
Duurzame energie en circulariteit
Bedrijvigheid & ruimte
Aspect Luchtkwaliteit Geur Geluidhinder Lichtuitstoot Gezonde leefstijl en leefomgeving Groen- en water(beleving) Omgevingsveiligheid (externe veiligheid) Verkeersveiligheid Natura 2000-gebieden Natuurnetwerk Nederland Biodiversiteit (gemeentelijke natuur) Beschermde soorten (flora & fauna) Landschappelijke kwaliteit Cultuurhistorie en erfgoed Archeologie Bodemkwaliteit Bodemdaling Grond- en oppervlaktewater Hitte Droogte Wateroverlast Overstromingen CO2-uitstoot Duurzame energieopwekking Circulariteit Vitaliteit werklocaties Economische transitie Multifunctioneel ruimtegebruik
Profit
Bereikbaarheid weg en water Mobiliteit
Wandel- en fietsnetwerk Openbaar vervoer
Wonen & voorzieningen
18 februari 2021
Woningaanbod en behoefte Voorzieningenaanbod en behoefte
BH4396TPRP2008111318
7
Openbaar
4
Wanneer welke vervolgstappen
4.1
Participatie
Om alle belangen zo goed mogelijk te kunnen meewegen, is participatie van alle belanghebbenden belangrijk. Binnen dit project worden de verschillende doelgroepen op verschillende momenten betrokken in de vorm van ‘labs’. Het OpenLab is een bijeenkomst voor iedereen die daar bij aanwezig wil zijn en worden verschillende onderwerpen die van belang zijn voor de gebiedsvisie (in ieder geval ‘groen’, ‘wonen’ en ‘werken’) besproken. Het participatieplatform, de website die speciaal is ingericht voor dit project, geeft daarnaast iedereen die wil de mogelijkheid om opmerkingen op een kaart achter te laten die als input worden gebruikt voor deze Openlabs. Met de BuitenLabs (in de vorm van interviews of een werksessie) wordt in gesprek gegaan met externe partijen met een direct belang langs de rivieroevers. Als derde zijn er de BinnenLabs. In deze bijeenkomsten werkt de gemeente met het projectteam en interne gemeentelijke stakeholders aan de gebiedsvisie.
4.2
Proces en tijdspad gebiedsvisie
De gemeente streeft er naar om de ontwerp-gebiedsvisie in de commissie Samenwonen van 17 juni 2021 te bespreken, zodat deze na de zomer ter inzage kan worden gelegd.
4.3
Proces en tijdspad plan-m.e.r.
De m.e.r.-procedure voor de gebiedsvisie Rivieroevers verloopt in lijn met de wettelijke vereisten als volgt: 1. Openbare kennisgeving van het voornemen door bevoegd gezag De m.e.r.-procedure start met een bekendmaking van het voornemen via een openbare kennisgeving en publicatie van voorliggende NRD voor de gebiedsvisie Rivieroevers. De bekendmaking vindt plaats via de officiële gemeenteberichten in de Blauwkai, persbericht, sociale media en het digitale platform. 2. Raadplegen betrokken instanties over reikwijdte en detailniveau van het MER en vaststellen reikwijdte en detailniveau (voorjaar 2021) Bij de planvorming betrokken bestuursorganen en organisaties worden actief geraadpleegd over de reikwijdte en het detailniveau van het planMER. Verder kan eenieder schriftelijk reageren op deze NRD door het indienen van een zienswijze. De ontvangen zienswijzen en adviezen op de reikwijdte en het detailniveau worden beantwoord in een nota van beantwoording en meegenomen bij het opstellen van het planMER. 3. Opstellen planMER (tot medio 2021) Wanneer de NRD is vastgesteld, wordt het proces direct vervolgd met het opstellen van het planMER. Het opstellen van het planMER loopt gelijk met de uitwerking van de gebiedsvisie. 4.
Ter inzage leggen planMER en ontwerp gebiedsvisie (september – oktober 2021) Als het planMER gereed is, wordt het, na vrijgave door de raadscommissie Samen Wonen, voor 6 weken ter inzage gelegd samen de ontwerp gebiedsvisie. Eenieder kan in deze 6 weken zienswijzen indienen op het planMER. De Commissie m.e.r. toetst in deze periode de kwaliteit en volledigheid van het planMER en beoordeelt of de juiste (milieu)informatie aanwezig is om een besluit over de gebiedsvisie te kunnen nemen. 5. Besluit en vervolg (november/december 2021) De gebiedsvisie en de bijbehorende planMER worden vastgesteld door gemeenteraad van Ridderkerk. . 18 februari 2021
BH4396TPRP2008111318
8
Openbaar
4.4
Monitoring en evaluatie
Wettelijk bestaat bij activiteiten die worden voorbereid met behulp van m.e.r. de verplichting om evaluatieonderzoek te verrichten. In een MER dient daarom een voorstel voor een evaluatieprogramma te worden opgenomen. Het beoordelingskader van het planMER biedt een basis voor de te hanteren monitoringsparameters. Het planMER laat op hoofdlijnen zien hoe de kwaliteit van de leefomgeving naar verwachting verandert. Met de resultaten van de evaluatie kan worden bepaald of en zo ja welke aanvullende maatregelen nodig zijn. Hierbij is het van belang om na te gaan in hoeverre voorspelde effecten in dit MER overeen met de werkelijke effecten.
18 februari 2021
BH4396TPRP2008111318
9
Openbaar
Begrippenlijst
Autonome ontwikkeling
Ontwikkelingen van de fysieke leefomgeving die plaatsvinden op basis van ontwikkelingen waarover een besluit is genomen, ongeacht of de gebiedsvisie/ één van de alternatieven uit het planMER gerealiseerd worden.
Beoordelingskader
Set criteria waarmee beoordeeld wordt a) in hoeverre met de beoogde ontwikkeling de doelen worden gehaald ('doelbereik') en b) wat de effecten van het beleid zijn op de leefomgeving.
Bevoegd gezag
Eén of meer overheidsinstanties die bevoegd zijn om over de activiteit van de initiatiefnemer (de gemeente Ridderkerk) het besluit te nemen.
Commissie m.e.r.
Een bij wet ingestelde landelijke commissie van onafhankelijke milieudeskundigen. Zij adviseren het bevoegd gezag over de kwaliteit en volledigheid van de informatie in het milieueffectrapport en naar wens ook over reikwijdte en detailniveau van het milieueffectrapport.
Effect (in plan-MER)
Concreet gevolg van het voornemen en de alternatieven daarvoor op de leefomgeving.
Gebiedsvisie
Document waarin de gemeente haar visie voor een gebied voor de lange termijn in vastlegt.
Inspraak
Mogelijkheid om een mening, wensen of bezwaren kenbaar te maken, bijvoorbeeld voor een activiteit waarover door de overheid een besluit zal worden genomen.
Kennisgeving
Het openbaar maken van een voornemen om een m.e.r.-procedure te starten en of een m.e.r.-plichtig plan vast te stellen.
NRD
Notitie Reikwijdte en Detailniveau: notitie die beschrijft waar de m.e.r.procedure wel en niet overgaat (‘reikwijdte’), welke aspecten in het planMER onderzocht gaan worden en met welke diepgang (‘detailniveau’).
Plan-m.e.r
M.e.r. staat voor ‘milieueffectrapportage’ en is de procedure waarbinnen een MER wordt opgesteld. De toevoeging ‘Plan’ wil zeggen dat het om een m.e.r. voor een plan gaat, zoals een gebiedsvisie.
Plan-MER
MER staat voor ‘Milieueffectrapport’ en bevat de resultaten van het onderzoek naar de (milieu)effecten binnen een m.e.r. De toevoeging ‘Plan’ wil zeggen dat het om een MER voor een plan gaat, zoals een gebiedsvisie.
Alternatieven
De mogelijke ‘manieren’ waarop de beoogde ontwikkeling gerealiseerd kan worden. De Wet milieubeheer en ook de Omgevingswet stellen dat alleen de alternatieven die redelijkerwijs een rol kunnen spelen in de besluitvorming beschouwd moeten worden.
Ter inzage leggen
Gedurende een bepaalde periode belanghebbende de gelegenheid geven om op een voornemen of ontwerp-plan te reageren met een zienswijze.
18 februari 2021
BH4396TPRP2008111318
10