2021-02-12 RIB Monitor regioakkoord 2019 - monitor.pdf
Tekst van het document
MONITOR REGIOAKKOORD Regio Rotterdam
2019
INHOUDSOPGAVE 1.
Ontwikkeling van de totale woningvoorraad ....................................................................... 3
2.
Ontwikkeling van de sociale woningvoorraad ..................................................................... 6
3.
Ontwikkeling spreiding van de sociale woningvoorraad ................................................... 11
4.
Regioafspraak toewijzing aan primaire doelgroep ............................................................ 14
5.
Regioafspraak corporatiewoningen onder de tweede aftoppingsgrens ............................ 16
2
1. Ontwikkeling van de totale woningvoorraad 1.1 Verandering in totaal aantal woningen Ontwikkeling van de totale woningvoorraad in absolute aantallen voor de geselecteerde gemeente of de regio. Waarden per 1-1 van het betreffende jaar. De rode lijn geeft de totale streefvoorraad in 2030 weer voor de geselecteerde gemeente/regio. 700.000 600.000
583.959
641.428
588.459
587.190
500.000 400.000 300.000 200.000 100.000 0
0 2017
2018
2019
Totale woningvoorraad
2020
Doel 2030
1.2 Relatieve ontwikkeling woningvoorraad t.o.v. jaar eerder Ontwikkeling van de totale woningvoorraad in procenten t.o.v. het voorgaande jaar voor de geselecteerde gemeente of de regio. De waarde bij 2018 geeft aan met hoeveel procent de totale woningvoorraad is gegroeid/gekrompen tussen 1 januari 2017 en 1 januari 2018, de waarde bij 2019 geeft de ontwikkeling aan tussen 1 januari 2018 en 1 januari 2019, et cetera. Voor 2017 wordt geen relatieve ontwikkeling gegeven: 2017 is het beginjaar in de monitor, de periode 1 januari 2016 tot 1 januari 2017 nemen we dus niet mee.
0,6%
0,6%
0,5% 0,4% 0,3%
0,2%
0,2% 0,1% 0,0%
0,0% 2018
2019
2020 3
1.3 Relatieve progressie tot nu toe (totale woningvoorraad) Het bovenste balkje (Tijd) geeft in procenten weer hoeveel tijd van de periode 2017-2030 is verstreken tot aan het jaar dat hier boven de Monitor is geselecteerd. We meten in hele jaren. 2017 stond gelijk aan 0%, in 2030 staat het balkje op 100%. Het huidige jaar (2020) wordt in de monitor nog niet meegenomen als verstreken tijd. Pas vanaf 1 januari 2021 wordt 2020 gezien als verstreken. Het onderste balkje (Benadering doel 2030) geeft weer hoeveel procent van de in 2017 vastgestelde doelen is bereikt voor de geselecteerde gemeente of de regio, binnen de geselecteerde periode (2017 tot aan het jaar dat hier boven de Monitor is geselecteerd). Stel dat een gemeente bij aanvang van de periode een opgave had van 100 woningen en er nu 50 netto zijn bijgebouwd, dan is 50% van het doel gerealiseerd. Stel dat een gemeente 100 woningen aan de voorraad moest onttrekken en er 50 netto zijn onttrokken, dan is ook 50% van het doel voor die gemeente gerealiseerd. Het doel in absolute aantallen is weergegeven in figuur 1.1 (rode lijn 'doel 2030'). Een doel kan ook (tussentijds) voorbij worden gestreefd. Stel dat een gemeente een opgave had van 100 woningen, en er tot nu toe al 200 extra woningen zijn bijgekomen. In dat geval is 200% van het doel gerealiseerd. Andersom geldt hetzelfde.
Wanneer een gemeente op basis van de biedingen 100 woningen moest onttrekken en de woningvoorraad al met 200 woningen is gekrompen, dan geeft de figuur weer dat 200% van het doel is gerealiseerd. De blauwe balk in figuur 1.1 voor het meest recente jaar komt in dat geval uit boven de doellijn (rode lijn in figuur 1.1).
Jaar
Stand 2017 (CBS)
Doel stand Verschil 2030 stand 2017 Ontwikkeling (biedingen) / doel 2030 2017 - 2019 Resterende opgave
2019
583.959
641.428
Tijd
15%
Benadering doel 2030
7,8%
0% Verstreken tijd
57.469
20%
4.500
40%
60%
52.969
80%
100%
Gerealiseerd t.o.v. doel 2030
4
1.4 Relatieve progressie totale woningvoorraad tot nu toe - overzicht gemeenten en regio totaal De figuur geeft voor alle gemeenten en voor de regio weer hoeveel procent van de in 2017 vastgestelde doelen is gerealiseerd. De waarde in deze figuur is voor de geselecteerde gemeente/regio (links bovenin het model) dus gelijk aan de waarde van het onderste balkje in figuur 1.3 links ('Gerealiseerd t.o.v. doel 2030'). Een gemeente kan (tussentijds) zijn doel voorbij schieten (meer onttrokken of gebouwd dan doel conform Regioakkoord). Ook kan een gemeente tussentijds juist verder van het doel afraken dan de stand was in 2017. Voorbeeld: stel er zijn nu 10 woningen per saldo onttrokken sinds 2017, terwijl er juist 100 bij zouden moeten komen tot 2030 op basis van de bieding. De realisatie komt dan voor nu uit op -10% van het doel. Dit is vanzelfsprekend een tussenstand tot nu toe. Voor een uitgebreidere toelichting op de berekening van het 'gerealiseerd t.o.v. doel 2030' zie ook de toelichting bij de figuur 1.3..
Rotterdam
6,2%
Vlaardingen
10,6%
Schiedam
3,9%
Maassluis
8,7%
Brielle
8,9%
Westvoorne
11,8%
Hellevoetsluis
45,2%
Nissewaard
-5,3%
Albrandswaard
5,1%
Barendrecht
11,5%
Ridderkerk
41,8%
Krimpen aan den IJssel
33,5%
Capelle aan den IJssel
8,0%
Lansingerland
8,1%
Regio
7,8% -20%-10% 0% 10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% 80% 90%100% Gerealiseerd t.o.v. doel 2030
5
2. Ontwikkeling van de sociale woningvoorraad 2.1 Verandering in absolute aantallen sociale voorraad totaal (prijsgrens 2019 = t/m € 174.000) Ontwikkeling van de sociale woningvoorraad in absolute aantallen voor de geselecteerde gemeente of de regio. Onder de sociale woningvoorraad wordt verstaan: sociale corporatiehuurwoningen, sociale particuliere huurwoningen en sociale particuliere koopwoningen. let op: voor de sociale koop is voor 2017 en 2018 de prijsgrens tot en met € 140.000 aangehouden. Voor 2019 is in deze figuur reeds inzichtelijk gemaakt hoe de omvang van de sociale koopvoorraad eruit ziet wanneer een verhoogde prijsgrens tot en met € 174.000 wordt aangehouden. In de begeleidende notities wordt dit nader toegelicht. De pijllabels geven voor het betreffende jaar de omvang van de totale sociale voorraad (sociale corporatiehuur, sociale particuliere huur en sociale koop samen) weer. We merken op dat mutaties in de sociale woningvoorraad niet altijd gevolg zijn van sloop- of nieuwbouw. Zo kan de sociale koopvoorraad krimpen als gevolg van prijsstijgingen (minder woningen vallen dan in het sociale segment), de sociale corporatiehuurwoningvoorraad kan bijvoorbeeld krimpen als gevolg van uitponden.
400.000
327.375
333.982 315.030
350.000 300.000
55.155
54.975
53.537
250.000 Particuliere sociale huur 200.000 150.000
217.110
Sociale corporatiehuur
215.005
Sociale koop
216.185
100.000 50.000 55.110
43.870
2017
2018
65.440
0
2019
0 2020
0
6
Toelichting gebruik bronnen en duiding cijfers De absolute woningaantallen (figuur 2.1) wijken voor de sociale voorraad voor 2017 af van de aantallen zoals benoemd in het Regioakkoord. Oorzaak hiervan is een verschil in benadering en brongebruik tussen het Regioakkoord (Socratesmodel ABF) en de voorliggende Monitor (o.a. CBS, dVi-cijfers Maaskoepel, Lokale Monitor Wonen). Dit verschil is tevens toegelicht in de begeleidende notitie bij deze Monitor. Toelichting sociale particuliere huur berekening: De omvang van de sociale particuliere huurvoorraad is gebaseerd op cijfers uit de Lokale Monitor Wonen (LMW). Deze cijfers lopen een aantal jaar achter op het huidige jaar. De omvang van de sociale particuliere huurvoorraad in reeds verstreken jaren, en waarvoor LMW-cijfers momenteel nog ontbreken, bepalen we middels een alternatieve rekenmethode. Zo scheppen we alsnog een beeld van de omvang en ontwikkeling van de sociale particuliere huurvoorraad. We vermenigvuldigen de omvang van de totale particuliere huurvoorraad (o.b.v. CBS cijfers) met het percentuele aandeel sociale particuliere huurwoningen (o.b.v. de meest recente cijfers uit de Lokale Monitor Wonen). Bijvoorbeeld, het aandeel sociale woningen binnen de particuliere huurvoorraad lag op basis van LMW voor de regio op 65,4% in 2017. Dit is het meest recente jaar waarvoor cijfers beschikbaar zijn.
Voor het bepalen van de sociale particuliere huurvoorraad in 2018 nemen we dus 65,4% van de totale particuliere huurvoorraad in 2018 (o.b.v. CBScijfers). Voor het bepalen van de sociale particuliere huurvoorraad in 2019 nemen we 65,4% van de totale particuliere huurvoorraad in 2019 (o.b.v. CBS). Wanneer de Lokale Monitor Wonen is aangevuld voor 2018 corrigeren we de cijfers voor 2018. Daarnaast worden de cijfers voor 2019 en eventueel andere verstreken jaren opnieuw berekend, op basis van het aandeel sociale woningen binnen de totale particuliere voorraad o.b.v. LMW 2018. Wanneer de cijfers voor 2019 bekend zijn, corrigeren we de cijfers wederom, en zo verder.
7
2.2 Relatieve ontwikkeling sociale woningvoorraad t.o.v. jaar eerder (prijsgrens 2019 = t/m € 174.000) Ontwikkeling van de sociale woningvoorraad in procenten t.o.v. het voorgaande jaar voor de geselecteerde gemeente of de regio. De waarde bij 2018 geeft aan met hoeveel procent de sociale woningvoorraad is gestegen/gekrompen tussen 1 januari 2017 en 1 januari 2018, de waarde bij 2019 geeft de ontwikkeling weer tussen 1 januari 2018 en 1 januari 2019, et cetera. Voor 2017 wordt geen relatieve ontwikkeling gegeven: 2017 is het beginjaar in de monitor, de periode 1 januari 2016 tot 1 januari 2017 nemen we dus niet mee. Per segment (sociale corporatiehuurwoningen, sociale particuliere huurwoningen en sociale particuliere koopwoningen) geven we de ontwikkeling weer t.o.v. de totale sociale voorraad het jaar daarvoor. Daarnaast staat de ontwikkeling van de totale sociale voorraad t.o.v. het voorgaande jaar. Het kan dus zijn dat de voorraad groeit in één segment (b.v. sociale corporatiehuur), maar dat de totale sociale voorraad nog steeds kleiner is geworden t.o.v. een jaar eerder (b.v. doordat de sociale koopvoorraad is gekrompen).
8,0% Totale sociale voorraad
6,0% 4,0%
6,8%
2,0%
Particuliere sociale huur
0,0% -2,0%
-3,4%
-4,0%
-0,3% -0,1%
-6,0%
6,0%
-3,8%
-0,4% -0,5% Sociale corporatiehuur
per soort
totaal
per soort
totaal
2018
2018
2019
2019
Sociale koop
8
2.3 Absolute groei of krimp per jaar sociale woningvoorraad (prijsgrens 2019 = t/m € 174.000) Ontwikkeling van de sociale woningvoorraad in absolute aantallen t.o.v. het voorgaande jaar voor de geselecteerde gemeente of de regio. De waarde bij 2018 geeft aan met hoeveel woningen de sociale voorraad is toegenomen/gekrompen tussen 1 januari 2017 en 1 januari 2018, de waarde bij 2019 geeft de ontwikkeling weer tussen 1 januari 2018 en 1 januari 2019, et cetera. Voor 2017 wordt geen ontwikkeling gegeven: 2017 is het beginjaar in de monitor, de periode 1 januari 2016 tot 1 januari 2017 nemen we dus niet mee. Per segment (sociale corporatiehuurwoningen, sociale particuliere huurwoningen en sociale particuliere koopwoningen) geven we de ontwikkeling weer t.o.v. de totale sociale voorraad het jaar daarvoor. Daarnaast staat de ontwikkeling van de totale sociale voorraad t.o.v. het voorgaande jaar. Het kan dus zijn dat de voorraad groeit in één segment (b.v. sociale corporatiehuur), maar dat de totale sociale voorraad nog steeds kleiner is geworden t.o.v. een jaar eerder (b.v. doordat de sociale koopvoorraad is gekrompen). In onderstaande tabel ziet u voor het geselecteerde jaar (gekozen links bovenin de monitor) de opgave voor de geselecteerde gemeente in absolute aantallen.
Ook ziet u hoeveel van de opgave in absolute zin is gerealiseerd in de periode tussen 2017 en het geselecteerde jaar. Hieruit volgt de resterende opgave.
Jaar 2019
Opgave start regioakkoord (Saldo 2030 t.o.v. 2017)
Ontwikkeling 2017 - 2019
Resterende opgave
-19.191
6.607
-25.798
Toelichting gebruik bronnen en duiding cijfers Bij figuur 2.3 rekenen we met de geschetste opgave voor de sociale voorraad zoals per gemeente is benoemd in tabel 2 van het Regioakkoord (de kolom "Saldo 2030 t.o.v. 2017"). We kijken dus nadrukkelijk naar de ontwikkeling van de sociale voorraad, om te corrigeren voor het verschil in absolute woningaantallen (figuur 2.1, zie toelichting daar) voor de sociale voorraad voor 2017 tussen het Regioakkoord en de Monitor.
9
2.1 Verandering in absolute aantallen sociale voorraad totaal (prijsgrens 2019 = t/m 174.000) Ridderkerk
2.2 Relatieve ontwikkeling sociale woningvoorraad t.o.v. jaar eerder (prijsgrens 2019 = t/m 174.000) Ridderkerk
2.3 Absolute groei of krimp per jaar sociale woningvoorraad (prijsgrens 2019 = t/m 174.000) Ridderkerk
3. Ontwikkeling spreiding van de sociale woningvoorraad 3.1 Aandeel sociale woningvoorraad binnen de totale voorraad Het aandeel van de sociale woningvoorraad in procenten t.o.v. de totale woningvoorraad voor de geselecteerde gemeente of de regio. Veranderingen in het aandeel van de sociale voorraad zijn direct het resultaat van veranderingen in zowel de totale woningvoorraad als van de sociale woningvoorraad (figuren 1.1 en 2.1). Daalt het aandeel sociale woningvoorraad in onderstaande figuur? Dan kan dit dus komen doordat de sociale voorraad is gekrompen maar de totale voorraad in omvang gelijk is gebleven, maar ook bijvoorbeeld doordat de totale voorraad is gegroeid en de sociale voorraad in omvang gelijk is gebleven. Bekijk onderstaande figuur daarom nadrukkelijk in samenhang met figuren 1.1 en 2.1. De rode lijn geeft de gewenste spreiding van de sociale voorraad weer in 2030 voor de geselecteerde gemeente/regio. 60,0%
56,1%
53,7%
56,8% 50%
50,0% 40,0% 30,0% 20,0% 10,0%
0,0%
0,0% 2017
2018 Aandeel sociale woningvoorraad
2019
2020 Doel 2030
Toelichting gebruik bronnen en duiding cijfers Bij figuren 3.1, 3.2 en 3.3 rekenen we met het aandeel sociale woningvoorraad binnen de totale voorraad o.b.v. de bronnen die worden gehanteerd voor de Monitor. De absolute woningaantallen (figuur 2.1) wijken voor de sociale voorraad voor 2017 af van de aantallen zoals benoemd in het Regioakkoord. Oorzaak hiervan is een verschil in benadering en brongebruik tussen het Regioakkoord (Socratesmodel ABF) en de voorliggende Monitor (o.a. CBS, dVi-cijfers Maaskoepel, Lokale Monitor Wonen). Dit verschil is nader toegelicht in de bijgevoegde notitie bij deze Monitor. Als gevolg hiervan wijkt ook het aandeel sociale woningvoorraad voor 2017 zoals hier genoemd af van het aandeel zoals benoemd in tabel 3 van het Regioakkoord.
10
3.2 Aandeel sociale woningvoorraad binnen de totale voorraad (alle gemeenten en regio) De figuur geeft voor alle gemeenten en voor de regio het aandeel weer van de sociale woningvoorraad binnen de totale woningvoorraad voor het hierboven geselecteerde jaar. U kunt hierboven het jaar selecteren waarvoor u de vergelijkende figuur wilt zien. De figuur geeft dan het aandeel sociale voorraad op 1 januari in het betreffende jaar weer. In de figuur is de waarde voor de geselecteerde gemeente of de regio gelijk aan de waarde van het balkje in figuur 3.1 voor het geselecteerde jaar. Indien voor een gemeente of op regionaal niveau de data onvolledig is wordt dat weergegeven achter de betreffende gemeentenaam. Dit resulteert dan ook in een "0%" waarde. Rotterdam
65,0%
Vlaardingen
63,6%
Schiedam
65,4%
Maassluis
48,4%
Brielle
33,6%
Westvoorne
33,1%
Hellevoetsluis
46,4%
Nissewaard
54,0%
Albrandswaard Barendrecht
27,9% 22,9%
Ridderkerk
48,3%
Krimpen aan den IJssel
40,4%
Capelle aan den IJssel Lansingerland
52,0% 19,7%
Regio 0,0%
56,8% 10,0%
20,0%
30,0%
40,0%
50,0%
60,0%
70,0%
Aandeel sociale woningvoorraad
11
3.3 Opgave in % om tot het streefaandeel sociale woningvoorraad binnen de totale voorraad te komen De figuur geeft voor alle gemeenten en voor de regio weer hoe ver het aandeel sociale voorraad in procentpunten af ligt van het streefaandeel zoals is vastgelegd in het Regioakkoord. De figuur geeft de opgave weer voor hetzelfde jaar als voor figuur 3.2. U kunt zelf een jaar selecteren in het begin van de monitor. Een negatief percentage betekent dat het aandeel sociale woningen voor de betreffende gemeente/regio en het betreffende jaar nog hoger ligt dan de streefwaarde in het Regioakkoord. Een positief percentage betekent juist het omgekeerde. Lees voor juiste interpretatie van de gegevens ook de 'toelichting gebruik bronnen en duiding cijfers' onder figuur 3.1 Indien voor een gemeente of op regionaal niveau de data onvolledig is wordt dat weergegeven achter de betreffende gemeentenaam. Dit resulteert dan ook in een "0%" waarde. Rotterdam Vlaardingen Schiedam Maassluis Brielle
-6,8% -11,5% -8,0% -4,3% -24,1%
Westvoorne Hellevoetsluis Nissewaard Albrandswaard Barendrecht
-7,4% -8,3% -7,0% -0,3% -2,0% -1,4% -1,1%
Ridderkerk Krimpen aan den IJssel Capelle aan den IJssel Lansingerland Regio -30,0%
-5,0% 1,6% -6,6% -25,0%
-20,0%
-15,0%
-10,0%
-5,0%
0,0%
5,0%
Afwijking in %-punt t.o.v. doel
12
4. Regioafspraak toewijzing aan primaire doelgroep 4.1 Vrijgekomen huurwoningen van corporaties met een huurprijs tot de liberalisatiegrens toegewezen aan de primaire doelgroep De figuur geeft het aandeel vrijgekomen sociale corporatiewoningen per jaar weer dat is toegewezen aan de primaire doelgroep in de geselecteerde gemeente/regio. De rode stippellijn geeft het streefdoel zoals is opgenomen in het Regioakkoord: Op gemeentelijk niveau wordt tenminste 75% van de vrijgekomen huurwoningen van corporaties met een huurprijs onder de liberalisatiegrens toegewezen aan de primaire doelgroep. 100% 90% 80%
75,2% 74,5% 73,4%
75%
70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0% 2017
2018
2019
0,0%
0,0%
0,0%
0,0%
0,0%
0,0%
0,0%
0,0%
0,0%
0,0%
0,0%
2020
2021
2022
2023
2024
2025
2026
2027
2028
2029
2030
Aandeel toegewezen aan primaire doelgroep Gewenst aandeel toegewezen aan primaire doelgroep
tin Toelichting gebruik bronnen en duiding cijfers
We kijken in deze figuren (4.1 en 4.2) naar cijfers over het corporatiebezit van de woningcorporaties die zijn aangesloten bij Maaskoepel. Gegevens over toewijzing van (het relatief beperkt aantal) corporatiewoningen van andere corporaties in de regio worden dus niet meegenomen. 13
4.2 Vrijgekomen huurwoningen van corporaties met een huurprijs tot de liberalisatiegrens toegewezen aan de primaire doelgroep (alle gemeenten en regio) Onderstaande figuur geeft voor alle gemeenten en voor de regio het aandeel vrijgekomen sociale corporatiewoningen weer dat is toegewezen aan de primaire doelgroep in het geselecteerde jaar. U kunt op het tabblad 'Monitor - I (€ 140K)' links bovenin de pagina het jaar selecteren waarvoor u de vergelijkende figuur wilt zien. De rode stippellijn geeft het streefdoel zoals is opgenomen in het Regioakkoord: Op gemeentelijk niveau wordt tenminste 75% van de vrijgekomen huurwoningen van corporaties met een huurprijs onder de liberalisatiegrens toegewezen aan de primaire doelgroep. 100% 86,4%
90% 80%
68,8%
70%
81,9%
81,0%
78,3%
76,2%
74,1%
77,6%
73,6%
66,3%
73,2%
73,4%
Krimpen aan Capelle aan den Lansingerland den IJssel IJssel
Regio
64,8% 60,3%
60%
53,5%
50% 40% 30% 20% 10% 0% Rotterdam
Vlaardingen
Schiedam
Maassluis
Brielle
Westvoorne
Hellevoetsluis
Aandeel toegewezen aan primaire doelgroep
Nissewaard
Albrandswaard
Barendrecht
Ridderkerk
Gewenst aandeel toegewezen aan primaire doelgroep
14
5. Regioafspraak corporatiewoningen onder de tweede aftoppingsgrens 5.1 Aandeel corporatiewoningen met een huurprijs tot de tweede aftoppingsgrens De figuur geeft van het corporatiebezit het aandeel weer met een huurprijs tot maximaal de tweede(= hoogste) aftoppingsgrens. De rode stippellijn geeft het streefdoel zoals is opgenomen in het Regioakkoord: Op gemeentelijk niveau een sociale huurvoorraad van de corporaties die voor tenminste 70% bestaat uit woningen met een huurprijs tot de bovenste aftoppingsgrens. 100,0% 90,0%
85,9% 85,9% 85,9%
80,0%
70%
70,0% 60,0% 50,0% 40,0% 30,0% 20,0% 10,0%
0,0%
0,0% 2017
0,0%
0,0%
0,0%
0,0%
0,0%
0,0%
0,0%
0,0%
0,0%
0,0%
2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 Aandeel corporatiewoningen met een huurprijs tot de bovenste aftoppingsgrens
2029
2030
Gewenst aandeel corporatiewoningen met een huurprijs tot de bovenste aftoppingsgrens
tin Toelichting gebruik bronnen en duiding cijfers We kijken in deze figuren (5.1 en 5.2) naar cijfers over het corporatiebezit van de woningcorporaties die zijn aangesloten bij Maaskoepel. Gegevens over het huurprijsniveau van (het relatief beperkt aantal) corporatiewoningen van andere corporaties in de regio worden dus niet meegenomen.
15
5.2 Aandeel corporatiewoningen met een huurprijs tot de tweede aftoppingsgrens (alle gemeenten en regio) De figuur geeft voor alle gemeenten en voor de regio het aandeel weer van het sociale corporatiebezit met een huurprijs tot maximaal de tweede aftoppingsgrens in het geselecteerde jaar. U kunt op het tabblad 'Monitor - I (€ 140K)' links boven in de pagina het jaar selecteren waarvoor u de vergelijkende figuur wilt zien. De rode stippellijn geeft het streefdoel zoals is opgenomen in het Regioakkoord: Op gemeentelijk niveau een sociale huurvoorraad van de corporaties die voor tenminste 70% bestaat uit woningen met een huurprijs tot de bovenste aftoppingsgrens. 100% 87,6%
90% 80%
87,5%
89,4%
86,9%
84,8%
85,0%
82,1%
81,1%
85,9%
82,8%
77,2%
73,8%
77,1%
------------------------------------------------------------------
70%
73,1%
72,1%
60% 50% 40% 30% 20% 10%
eg io R
ng er la nd La ns i
de n C
ap el le
aa n
aa n pe n Kr im
--------
IJ ss el
IJ ss el de n
id de rk er k R
Ba re nd re ch t
iss ew aa rd N
Al br an ds wa ar d
H
el le vo et slu is
e rn es tv oo W
Br ie lle
aa ss lu is M
Sc hi ed am
Vl aa rd in ge n
R
ot te rd am
0%
Aandeel corporatiewoningen met een huurprijs tot de bovenste aftoppingsgrens Aandeel corporatiewoningen met een huurprijs tot de bovenste aftoppingsgrens Gewenst Aandeel corporatiewoningen met een huurprijs tot de bovenste aftoppingsgrens
17