CConstaterende datRidderkerk
Koppel je AI →
Document · PDF

2020-11-20 RIB Wonen - 7. Monitor woonruimtebemiddeling regio Rotterdam 2019.pdf

Commissie Samen wonen RK 7 januari 2021, gemeente RidderkerkBij agendapunt: 9: Ter kennisneming: raadsinformatiebrieven27.574 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

rotterdam.nl/onderzoek

Monitor woonruimtebemiddeling regio Rotterdam 2019

Onderzoek en Business Intelligence

1

Inhoudsopgave

1 Samenvatting en conclusies

3

2 Inleiding 2.1 Inleiding . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 2.2 Woonruimteverdelingssysteem in de regio Rotterdam . . . . . . . . . . . . . . . .

7 7 7

3 Deel I ­ tabellen en figuren 3.1 Woningvraag . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 3.2 Woningaanbod . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 3.3 Geslaagden . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 3.4 Druk op de huurmarkt . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 3.5 Doelgroepen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 3.6 Intraregionale verhuisbewegingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

10 10 12 13 15 19 21

4 Deel II ­ Feitenkaart Feitenkaart Woonruimtebemiddeling Gemeente Rotterdam . . . . . . . . . . . . . . . . Feitenkaart Woonruimtebemiddeling Gemeente Ridderkerk . . . . . . . . . . . . . . . . Feitenkaart Woonruimtebemiddeling Gemeente Barendrecht . . . . . . . . . . . . . . . Feitenkaart Woonruimtebemiddeling Gemeente Albrandswaard . . . . . . . . . . . . . . Feitenkaart Woonruimtebemiddeling Gemeente Lansingerland . . . . . . . . . . . . . . Feitenkaart Woonruimtebemiddeling Gemeente Capelle aan den IJssel . . . . . . . . . Feitenkaart Woonruimtebemiddeling Gemeente Krimpen aan den IJssel . . . . . . . . . Feitenkaart Woonruimtebemiddeling Gemeente Maassluis . . . . . . . . . . . . . . . . . Feitenkaart Woonruimtebemiddeling Gemeente Vlaardingen . . . . . . . . . . . . . . . Feitenkaart Woonruimtebemiddeling Gemeente Schiedam . . . . . . . . . . . . . . . . . Feitenkaart Woonruimtebemiddeling Gemeente Nissewaard . . . . . . . . . . . . . . . . Feitenkaart Woonruimtebemiddeling Gemeente Hellevoetsluis . . . . . . . . . . . . . . Feitenkaart Woonruimtebemiddeling Gemeente Brielle . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Feitenkaart Woonruimtebemiddeling Gemeente Westvoorne . . . . . . . . . . . . . . .

23 24 26 28 30 32 34 36 38 40 42 44 46 48 50

5 Deel III Bijlagen

52

6 Afkortingen en definities

75

2

1

Samenvatting en conclusies

In deze rapportage Monitor Woonruimtebemiddeling doen we verslag van de resultaten van de woonruimteverdeling in de regio Rotterdam. Deze rapportage 2019 gaat over verhuurde corpora­ tiewoningen tot aan de liberalisatiegrens. De volgende thema’s staan in deze rapportage centraal: de groep actief woningzoekenden, het woningaanbod, de groep geslaagden en de druk op de woningmark. Woningzoekenden Samenstelling van de groep actief woningzoekenden in 2019 Qua samenstelling zag de groep actief woningzoekenden er in 2019 als volgt uit: • In Barendrecht, Albrandswaard, Lansingerland en Krimpen aan den IJssel waren meer door­ stromers dan starters actief. In de andere gemeenten waren juist meer starters actief. • In de meeste gemeenten behoorde ten minste 69% van de actief woningzoekenden tot de primaire doelgroep van het volkshuisvestingsbeleid. Hierop zijn drie uitzonderingen. In Albrandswaard, Barendrecht en Schiedam ligt dit aandeel lager (respectievelijk 63%, 65% en 65%). In alle gemeenten behoorde ten minste 15% van de actief woningzoekenden tot de secundaire doelgroep. • Qua leeftijd valt dat op dat de leeftijdscategorie 23­34 jaar in alle gemeenten het grootste is onder de actief woningzoekenden (minimaal 44%). Daarna is de leeftijdsgroep 35­44 jaar het grootst (minimaal 18%).

• Eenpersoonshuishoudens en eenoudergezinnen vormen in alle gemeenten de ruime meer­ derheid van de actief woningzoekenden (tussen de 72%­80%). Gezien de inkomenseisen voor een sociale huurwoning is het niet verrassend dat huishoudens met een gemiddeld lager huishoudensinkomen sterk vertegenwoordigd zijn. • Een zeer grote meerderheid van de actief woningzoekenden heeft geen voorrangspositie (in alle gemeenten tussen de 92% en 94%): dat wil zeggen dat ze niet tot de groep ’urgenten’ of ’herhuisvestingskandidaten’ gerekend worden. Ontwikkeling van de groep actief woningzoekenden • In alle gemeenten in de regio Rotterdam waren in 2019 meer woningzoekenden actief dan in 2018. In de gemeenten Westvoorne (+100%, van bijna 1400 naar bijna 2800) en Brielle (+62%, van ruim 2900 naar ruim 4700) is de stijging het hoogst geweest. In Rotterdam is het aandeel actief woningzoekenden met een kleine 6% gestegen tot bijna 72 duizend. Als er een vergelijking verder terug in de tijd wordt gemaakt, valt op dat ten opzichte van 2010 het aantal actief woningzoekenden in alle gemeenten is toegenomen, het meest in Ridderkerk, Hellevoetsluis, Nissewaard en Krimpen aan den IJssel waar dit aantal meer dan verdrievoudigd is (in Ridderkerk zelfs vernegenvoudigd).

Ontwikkeling binnen de groep actief woningzoekenden • In alle gemeenten nam zowel het aantal starters als het aantal doorstromers dat actief een woning zoekt toe in de periode 2018­2019. De groei van de groep starters lag in alle gemeen­ ten hoger dan de groei van de groep doorstromers. Het aantal actief woningzoekenden dat tot de primaire doelgroep behoorde, lag in 2019 in zeven gemeenten tussen 11% en 29% hoger dan in 2018. • In alle gemeenten, uitgezonderd Maassluis, is het aantal actief woningzoekenden behoren­ de tot de secundaire doelgroep toegenomen. In de meeste gemeenten lag deze groei tussen

3

de 24% en 52%. Het aantal actief woningzoekenden behorende tot de niet­EC doelgroep steeg in alle gemeenten (m.u.v. Brielle) in 2019 t.o.v. 2018. • Op de langere termijn (tussen 2010 en 2019) is het aantal woningzoekenden behorende tot de niet­EC doelgroep in 8 van de 14 gemeenten duidelijk afgenomen, terwijl de primaire en secundaire doelgroep in alle gemeenten in 2019 is gestegen vergeleken met 2010. Woningaanbod Definitie en berekeningswijze Het beschikbare woningaanbod kan in het aanbodmodel op twee verschillende manieren wor­ den aangeboden: via internet en door directe bemiddeling. Voor woningen die via internet worden aangeboden kunnen vier bemiddelingsmodellen worden gebruikt (a) inschrijfduurmodel; b) loting­ model; c) direct kansmodel en d) wens&wachtmodel). Samengenomen vormen deze de ‘aanbie­ dingen’. Indien er geen geschikte kandidaten reageren, kunnen woningen vaker worden aange­ boden. In die gevallen telt die woning ook vaker mee als aanbieding. Voor alle duidelijkheid: het aantal aanbiedingen in 2019 komt niet overeen met het aantal verhurin­ gen in dat jaar, omdat sommige in 2019 aangeboden woningen pas in 2020 zijn/worden verhuurd en sommige verhuringen in 2019 nog betrekking hadden op een in 2018 aangeboden woning. In de volgende paragraaf komen we terug op het aantal verhuringen.

Daarnaast tellen bij de aanbie­ dingen de directe bemiddelingen niet mee; deze tellen bij verhuringen wel mee. Duidelijke afname van woningaanbiedingen in 2019 • Het aantal aangeboden woningen is in 2019 op regioniveau met 10.876 lager dan in 2018 toen dit aantal 12.156 was. Dit betekent een afname van het aantal aanbiedingen met bij­ na 11% t.o.v. 2018. Niet in elke gemeente nam het aanbod af: in Krimpen aan den IJssel, Schiedam, Hellevoetsluis, Maassluis, Westvoorne en Brielle was er (in volgorde van grootste toename naar kleinste toename) een toename. Gemiddeld nam onder deze zes gemeenten het aanbod toe met 32 woningen. In de andere gemeenten waren er minder aanbiedingen waarbij de afname in Barendrecht met 34% opvallend is. In Rotterdam is het aantal aanbie­ dingen in 2019 met ruim 800 aanbiedingen lager dan in 2018 (afname 12%). Als we over een langere periode kijken ligt het aantal aanbiedingen in de regio in 2019 36% onder het gemiddelde van de periode 2010­2018 (17.084). • Rond de 71% van de aanbiedingen in 2019 gaat via internet: van deze 71% is 74% aange­ boden via het inschrijfduurmodel, 14% via het lotingmodel, 9% via het direct kansmodel en 3% via het wens&wachtmodel (totaal 71%). Rond de 29% van de totale aanbiedingen gaat via directe bemiddeling en wordt dus aangeboden buiten het internet om.

• Ten opzichte van 2018 is het aandeel aanbiedingen in 2018 via het internet gedaald (van 78% naar 71%), en het aandeel aanbiedingen via directe bemiddeling is gestegen van 22% in 2018 tot 29% in 2019. Geslaagden Het totaal aantal geslaagde woningzoekenden was in 2019 op regioniveau lager dan in 2018, met respectievelijk 11.028 en 11.588 geslaagden: een afname van 5%. In 8 van de 14 gemeenten in de regio Rotterdam zijn in 2019 minder woningzoekenden geslaagd dan in 2018. • 71% van de geslaagden is via internet geslaagd; ruim een kwart is via directe bemiddeling geslaagd. Iets meer dan de helft van de geslaagde woningzoekenden betreft doorstromers en 44% is starter (klein deel is onbekend). • Eenpersoonshuishoudens vormen de grootste groep van de geslaagde woningzoekenden (55%) gevolgd door eenoudergezinnen (19%), gezinnen zonder kinderen (10%) en gezinnen met kinderen (8%). • Iets meer dan 70% van de geslaagden in de regio behoort tot de primaire doelgroep, een vijfde behoort tot de secundaire doelgroep en 5% behoort tot de niet­EC doelgroep. Daarmee zijn deze aandelen vrijwel hetzelfde als in 2018. • Het aandeel verhuringen met voorrang aan inwoners uit de eigen gemeente/plaats (lokale binding) of de regio (regionale binding) verschilt per gemeente (hoofdstuk 5, tabel 5.11). In de gemeenten Rotterdam, Capelle aan den IJssel, Lansingerland, Hellevoetsluis, Nissewaard

4

en Krimpen aan den IJssel ligt het aandeel verhuringen met lokale binding op maximaal 10% (bij de vier eerstgenoemde gemeenten is dit aandeel minder dan 5%). In Vlaardingen, Albrandswaard, Schiedam en Barendrecht ligt dit aandeel tussen de 24% en 29%, in Maa­ sluis, Ridderkerk en Brielle tussen 36% en 47% en in Westvoorne is dit aandeel met 60% het hoogst. Indien het aantal verhuringen als gevolg van directe bemiddeling ook wordt mee­ geteld, dan dalen de bovengenoemde percentages aanmerkelijk en is er nog in een viertal gemeenten nog sprake van overschrijding van 25% voor lokale binding. Druk op de huurmarkt De druk op de huurmarkt wordt in deze monitor weergegeven door middel van de gemiddelde slaagkans per gemeente en de gemiddelde inschrijfduur van geslaagde woningzoekenden per gemeente. A) Slaagkansen In 2019 is voor elke gemeente per halfjaar de slaagkans van verschillende groepen woningzoe­ kenden berekend. Het gemiddelde van deze halfjaarslaagkansen is gebruikt om de slaagkans voor heel 2019 te berekenen. • De slaagkans varieerde tussen de 0,7% (Albrandswaard) en 5,7% (Rotterdam). De slaag­ kans lag in de meeste gemeenten tussen 1,2% en 2,2%. De slaagkans in 2019 ligt in alle gemeenten lager dan in 2018, alleen in Barendrecht is de slaagkans (1,2%) onveranderd gebleven.

Deze afgenomen slaagkans wordt veroorzaakt door een toename van het aantal actief woningzoekenden bij een lichte afname van het aantal verhuurde woningen. • In 13 gemeenten maakten doorstromers meer kans dan starters. In 10 gemeenten zijn de verschillen in slaagkans tussen de twee groepen kleiner dan 0,7 %­punt. • De slaagkans van de primaire doelgroep was in de helft van de gemeenten lager dan die van de secundaire doelgroep. De slaagkans van de primaire doelgroep varieerde van 0,6% (Albrandswaard) tot 5,9% (Rotterdam); de slaagkans van de secundaire doelgroep varieerde van 0,6% (wederom Albrandswaard) tot 5,7% (Rotterdam); de slaagkans van de niet­EC­ doelgroep varieerde van 0,3% (Ridderkerk) tot 3,4% (Rotterdam). • Ten opzichte van 2018 is de slaagkans van de primaire doelgroep in 2019 in alle gemeenten afgenomen. De secundaire doelgroep ziet een afname in alle gemeenten, uitgezonderd Ba­ rendrecht en Vlaardingen. De niet­EC doelgroep ziet ook een afname van de slaagkans in alle gemeenten (m.u.v. Krimpen aan den IJssel en Barendrecht). De afgenomen slaagkans hangt samen met de toename van het aantal actief woningzoekenden. B) Inschrijfduur • De geslaagde reguliere woningzoekenden stonden in 2019 gemiddeld 24 maanden in de rij voor een woning in Capelle aan den IJssel (de kortste inschrijfduur) tegenover gemiddeld 72 maanden in Lansingerland (de langste inschrijfduur).

Het regiogemiddelde is 41 maanden, dit is inclusief de groep direct bemiddelden, maar exclusief voorrangskandidaten (urgenten en herhuisvestingskandidaten). In 2018 waren de kortste en langste inschrijfduren respec­ tievelijk 25 en 82 maanden en de gemiddelde wachttijd 40 maanden voor de gehele regio. • Voor de primaire doelgroep geldt dat de (regulier) geslaagde woningzoekenden het kortst in de rij stonden voor een woning in Capelle aan den IJssel (23 maanden) en het langst in Lan­ singerland (70 maanden). Voor de secundaire doelgroep was de gemiddelde inschrijfduur het kortst in Capelle aan den IJssel (26 maanden) en het langst in Ridderkerk (94 maan­ den) Voor de niet­EC­doelgroep was de gemiddelde inschrijfduur het kortst in Brielle (18 maanden) en het langst in Krimpen aan den IJssel (126 maanden). • Voor een eengezinswoning stonden geslaagde reguliere woningzoekenden gemiddeld 114 maanden ingeschreven in Lansingerland (de langste inschrijfduur) tegenover gemiddeld 38 maanden in Brielle (de kortste inschrijfduur). • Vergeleken met 2018 is de gemiddelde inschrijfduur in 2019 afgenomen voor de groep ge­ slaagden via direct kansmodel (­1 maand). Bij de primaire doelgroep is geen verandering.

Bij de volgende groepen is de inschrijfduur gestegen: niet­EC doelgroep (+9 maanden), geslaagden via inschrijfduurmodel (+4 maanden), geslaagden via wens&wachtmodel (+3 maanden), geslaagden via lotingmodel (+2 maanden), secundaire doelgroep (+2 maanden),

5

Bij geslaagden via directe bemiddeling, doorstromers en starters is de inschrijfduur met 1 maand toegenomen. Verhuringen naar doelgroep • In 2019 viel 77% van de verhuurde woningen onder de aftoppingsgrens en 23% viel boven deze grens. Deze aandelen zijn daarmee vergelijkbaar met 2018. • Van alle geslaagde woningzoekenden uit de primaire doelgroep is minimaal 88% en maxi­ maal 100% terecht gekomen in voor hen bestemd aanbod; dat wil zeggen aanbod met een huurprijs tot de aftoppingsgrens. Voor het totaal van de regio ligt dat percentage op 98%. Het aandeel van de primaire doelgroep dat tot de aftoppingsgrens een woning heeft gekregen is daarmee stabiel t.o.v. 2018. Ook de secundaire doelgroep en niet­EC doelgroep laten t.o.v. 2018 een stabiel beeld zien (respectievelijk 79% en 81% boven de aftoppingsgrens). • Van alle verhuurde woningen met een huurprijs tot de aftoppingsgrens is regionaal gezien 91% verhuurd aan woningzoekenden uit de primaire doelgroep. Per gemeente varieerde dit van 76% (Schiedam) tot 100% (Westvoorne). • Daarnaast is, regionaal gezien, 8% van de verhuurde woningen met een huurprijs vanaf de aftoppingsgrens verhuurd aan woningzoekenden uit de primaire doelgroep.

Intraregionale verhuizingen In 7 van de 14 gemeenten in de regio Rotterdam hebben de verhuringen van sociale huurwoningen in 2019 voor minstens de helft geleid tot verhuisbewegingen binnen de eigen gemeentegrenzen. Rotterdam kende de meest lokaal georiënteerde sociale huurwoningmarkt: 78% (absolute aantal 6.040) van de geslaagde woningzoekenden in Rotterdam woonde al in deze gemeente. Gezien de omvang van corporatiebestand, het inwonertal van de gemeente en de omvang van het aantal ac­ tief woningzoekenden (ten opzichte van de rest van de regiogemeenten) is dat niet onverwacht. Overigens vertrekken ruim 1.200 Rotterdammers naar een sociale huurwoning binnen de regio (en komen er andersom ruim 600 vanuit de regio in Rotterdam wonen, netto betekent dat een ver­ trekoverschot vanuit Rotterdam naar regiogemeenten van bijna 600). De andere gemeenten waar minstens de helft van de geslaagde woningzoekenden al binnen de gemeentegrenzen woonden zijn Lansingerland, Maassluis, Vlaardingen, Schiedam, Nissewaard en Westvoorne. In de overi­ ge gemeenten was juist minder dan de helft van de geslaagde woningzoekenden al woonachtig binnen de gemeentegrenzen.

6

2

Inleiding

2.1

Inleiding

In de jaarlijkse rapportage Monitor Woonruimtebemiddeling doen we verslag over de resultaten van de woonruimteverdeling in de regio Rotterdam. Deze rapportage 2019 gaat over verhuurde corporatiewoningen tot aan de liberalisatiegrens (€ 720,42) die in het jaar 2019 zijn verhuurd. Vrije sector huurwoningen vallen dus buiten deze rapportage. Sinds 1 juli 2015 is zowel de regionale regelgeving als het aanbodmodel veranderd: er is in elke ge­ meente in de regio dezelfde lokale Verordening Woonruimtebemiddeling vastgesteld (en in 2019 met een jaar verlengd tot 1 juli 2020) en Woonnet Rijnmond heeft modernere manieren ingevoerd om het zoeken en vinden van de juiste woning te faciliteren. De cijfers in deze rapportage zijn afkomstig van Woonnet Rijnmond en zijn in opdracht van Maaskoepel en de veertien gemeenten van het Samenwerkingsverband Wonen regio Rotterdam door de afdeling Onderzoek en Busi­ ness Intelligence (OBI) van de gemeente Rotterdam geanalyseerd. In deze rapportage staan de woningvraag, het woningaanbod en de geslaagden centraal. Daarbij wordt ook ingegaan, aan de hand van slaagkansen en inschrijfduur, op de druk op de woningmarkt. Voorts staan we specifiek stil bij in hoeverre specifieke inkomensgroepen terechtkomen in de voor hen bestemde segmen­ ten van de verhuurde woningen.

Deze rapportage begint met een samenvatting van de belangrijkste conclusies over de woon­ ruimteverdeling in 2019 (hoofdstuk 1). Daarna volgt per onderwerp een analyse op het gemeen­ teniveau en voor de Rotterdamse deelgebieden. Hierna volgen gemeentelijke feitenkaarten met daarin tabellen met de belangrijkste onderwerpen met gegevens die waar mogelijk tot 2010 terug­ gaan. Ten slotte worden verdere verdiepende tabellen per onderwerp gepresenteerd.

2.2

Woonruimteverdelingssysteem in de regio Rotterdam

In de sociale huursector in de regio Rotterdam wordt gewerkt met één woonruimteverdelings­ systeem: het aanbodmodel. Bij het aanbodmodel wordt eigen initiatief van de woningzoekenden verwacht: corporaties adverteren hun beschikbare woningen op internet en woningzoekenden die­ nen hier bij belangstelling zelf op te reageren (via internet of aan de balie van een corporatie). Sinds juli 2015 is een nieuwe werkwijze ingevoerd. Deze is in het kort als volgt te omschrijven. Het beschikbare woningaanbod wordt in het aanbodmodel op twee verschillende manieren aangebo­ den: via de website van WoonnetRijnmond en door directe bemiddeling. Binnen de aanbiedingen die via de website gaan worden vier verschillende bemiddelingsmodellen gebruikt: het inschrijf­ duurmodel, het lotingmodel, het direct kansmodel en het wens&wachtmodel. Een woning kan in één model worden aangeboden, niet in meerdere tegelijk. De woningzoekenden krijgen inzicht in het totale aanbod en kiezen zelf op welke manier zij aan een woning willen komen. Iedere woningzoekende heeft toegang tot elk model. De modellen sluiten aan bij verschillende klantseg­ menten: a. Inschrijfduurmodel voor reguliere, oriënterende woningzoekenden. Dit zijn mensen die op zoek zijn naar een betere woning of woonsituatie. De rangorde wordt bepaald op basis van de inschrijfduur. b. Lotingmodel voor starters, snelzoekers en spoedzoekers.

De rangorde in het model wordt

7

bepaald door loting. c. Direct kansmodel voor starters, snelzoekers en spoedzoekers. De rangorde in het model wordt bepaald op basis van wie het eerst reageert. d. Wens&wachtmodel voor gerichte zoekers. Dit zijn woningzoekenden die weten waar ze wil­ len wonen. De rangorde wordt bepaald op basis van de datum en tijd van de reactie. Aan bestaande wachtlijsten (bijvoorbeeld van zorgcomplexen) kunnen nieuwe reacties worden toegevoegd. Deze sluiten achteraan de bestaande wachtlijst aan. Dit is de vijftiende jaarrapportage sinds de Overeenkomst Woonruimteverdeling in 2005 in werking is getreden. Ook verschenen eerder al 41 kwartaal­ en halfjaarrapporten waarin de nadruk op de slaagkansen van de woningzoekenden lag. Over heel 2019 werkten alle corporaties in de regio­ gemeenten met een gezamenlijk aanbodmodel, dat ondergebracht is in de uitvoeringsorganisatie WoonnetRijnmond. De brongegevens voor deze rapportage zijn afkomstig van WoonnetRijnmond. In Figuur 2.1 is het werkingsgebied van WoonnetRijnmond in 2019 in kaartvorm weergegeven. Door administratieve correcties kan het voorkomen dat aantallen uit de jaarrapportage niet over­ eenkomen met de cumulatieve aantallen uit de halfjaarrapportages.

Figuur 2.1: Werkingsgebied WoonnetRijnmond, 2019

Bemiddelingsmodel WoonnetRijnmond

Lansingerland

Capelle a/d IJssel Maassluis

Schiedam Vlaardingen

Westvoorne

Rotterdam

Krimpen a/d IJssel

Brielle

Ridderkerk Albrandswaard

Barendrecht

Hellevoetsluis Nissewaard

Deze jaarrapportage bestaat uit drie delen. In deel I (hoofdstuk 3) staan tabellen en figuren beho­ rende bij de volgende onderwerpen: woningvraag, woningaanbod, geslaagden, druk op de huur­ markt, doelgroepen en verhuisbewegingen. Elk onderwerp wordt voorafgegaan door een korte toelichting, met definities en de berekeningswijze. Deel II (hoofdstuk 4) bestaat uit feitenkaarten, die per gemeente de belangrijkste cijfers weergeven sinds 2007. Deel III (hoofdstuk 5) ten slot­ te bestaat uit een lijst met gebruikte afkortingen/definities en huurprijs­/inkomensgrenzen en een

8

tabellenbijlage: tabellen met de achterliggende cijfers uit deel I. Hier worden ook alle cijfers per Rotterdams deelgebied weergegeven.

9

3 3.1

Deel I ­ tabellen en figuren Woningvraag

Definitie en berekeningswijze De corporaties adverteren hun beschikbare woningen op internet; belangstellende woningzoe­ kenden dienen hier vervolgens zelf op te reageren. De aandacht gaat hier uit naar de omvang en de kenmerken van de groep woningzoekenden in de regiogemeenten. Hiermee wordt de woning­ vraag in beeld gebracht. Het uitgangspunt voor de berekening van het aantal woningzoekenden is het aantal verhuringen in 2019. Alle woningzoekenden die op een in 2019 verhuurde woning hebben gereageerd of via directe bemiddeling zijn geslaagd vormen de totale groep actief wo­ ningzoekenden. Omvang groep actief woningzoekenden Voor alle duidelijkheid: in onderstaande Tabel 3.1 gaat het om woningzoekenden (naar inkomens­ groepen) die in een gemeente op zoek zijn geweest naar een sociale huurwoning en niet om woningzoekenden uit die gemeente. De aantallen kunnen daarom niet worden opgeteld tot een totaal aantal woningzoekenden voor alle gemeenten. Woningzoekenden kunnen immers in meer gemeenten op zoek zijn geweest en tellen dan in meer gemeenten mee als woningzoekende. Om toch na te kunnen gaan hoeveel actief woningzoekenden er op regioniveau geweest zijn, tellen we voor dit regioniveau alle woningzoekenden maximaal eenmaal mee. In de hele regio zijn in totaal 90.662 actief woningzoekenden geweest (die dus in meerdere ge­ meenten naar een woning gezocht kunnen hebben).

In Rotterdam is het aantal actief woningzoekenden met bijna 72 duizend het grootst, gevolgd door Vlaardingen, Nissewaard, Schiedam en Capelle aan den IJssel. Gezien de (relatief grote) omvang van het sociale huuraanbod en het inwonertal in deze gemeenten is dit niet verrassend. In alle gemeenten is in 2019 de groep actief woningzoekenden groter dan in 2018. In de gemeenten Westvoorne (+100%, van bijna 1400 naar bijna 2800) en Brielle (+62%, van ruim 2900 naar ruim 4700) is de stijging het hoogst geweest. In Rotterdam is het aantal actief woningzoekenden met een kleine 6% gestegen tot bijna 72 duizend. Ontwikkeling omvang groep actief woningzoekenden periode 2010­2019 Als we het aantal actief woningzoekenden in de verschillende gemeenten voor de periode 2010­ 2019 vergelijken (zie de Feitenkaarten in deel II), valt op dat ten opzichte van 2010 het aantal actief woningzoekenden in alle gemeenten duidelijk hoger is. In vier gemeenten (Ridderkerk, Hellevoet­ sluis, Nissewaard en Krimpen aan den IJssel) is dit aantal met meer dan een factor 3 gestegen, met Ridderkerk als absolute uitschieter met een stijging met een factor 9.

10

Totaal

Westvoorne

Brielle

Hellevoetsluis

Nissewaard

Schiedam

Vlaardingen

Maassluis

Krimpen aan den IJssel

Capelle aan den IJssel

Lansingerland

9.923 4.047 1.280

Albrandswaard

Barendrecht

Primaire doelgroep 50.451 13.881 Secundaire doelgroep 15.833 4.158 Niet­EC­doelgroep 5.645 1.857

Rotterdam

Ridderkerk

Tabel 3.1: Aantal actief woningzoekenden per gemeente in 2019

6.969 10.610 18.996 17.156 13.845 22.504 18.115 21.778 12.997 3.456 1.941 3.123 3.769 5.599 3.394 2.528 6.059 6.579 5.700 2.720 868 640 1.047 1.028 2.037 2.019 1.038 1.746 3.025 2.226 820 428 195

71.929 19.896 15.250 11.139 15.407 26.632 22.569 17.411 30.309 27.719 29.704 16.537 4.752 2.776

Figuur 3.1: Actief woningzoekenden naar inkomensgroepen per gemeente in 2019 (in %) Rotterdam Ridderkerk Barendrecht Albrandswaard Lansingerland Capelle aan den IJssel Krimpen aan den IJssel

70%

22%

8%

70%

21%

9%

27%

8%

28%

9%

65% 63% 69% 71% 76%

Maassluis Vlaardingen

7% 8%

15%

9%

80%

15%

74%

Schiedam Nissewaard Hellevoetsluis Brielle Westvoorne 0%

24% 21%

20%

65%

24% 73% 79%

20% Primaire doelgroep

40% Secundaire doelgroep

60%

23%

80%

7%

16% 5% 18%

70%

6% 11%

19%

73%

6%

9% 7%

100%

Niet­EC­doelgroep

Samenstelling groep actief woningzoekenden 2019 De groep actief woningzoekenden bestaat in Rotterdam, Ridderkerk, Capelle aan den IJssel, Maassluis, Vlaardingen, Schiedam, Nissewaard, Hellevoetsluis, Brielle en Westvoorne uit meer starters dan doorstromers. In de andere gemeenten (Barendrecht, Albrandswaard, Lansinger­ land en Krimpen aan den IJssel) is juist de groep doorstromers groter. Als we kijken naar de samenstelling naar inkomen, zien we dat in de gemeenten ten minste 69% van de groep actief woningzoekenden tot de primaire doelgroep van het volkshuisvestingsbeleid behoort. Hierop zijn twee uitzonderingen. In Albrandswaard en Schiedam ligt dit aandeel met respectievelijk 63% en 65% lager. Verder behoort in alle gemeenten ten minste 15% van de actief woningzoekenden tot de secundaire doelgroep. Het aandeel dat tot de niet­EC doelgroep behoort varieert van 5% (Hellevoetsluis) tot 11% (Schiedam). Qua leeftijd valt het op dat de leeftijdscategorie 23­34 jaar in alle gemeenten het grootste is onder de actief woningzoekenden (minimaal 44%) (zie hoofd­ stuk 5, tabel 5.3). Daarna is de leeftijdsgroep 35­44 jaar het grootst (minimaal 18%).

Gegeven de toewijzingsregels en het feit dat eenpersoonshuishoudens en eenoudergezinnen relatief vaak een lager inkomen hebben, is het niet verrassend dat deze twee typen huishoudens tezamen in alle gemeenten met 72% en 80% de grote meerderheid van de actief woningzoekenden in de gemeenten vormen. Tot slot is een zeer grote meerderheid (in alle gemeenten tussen de 92% en 94%) een actief woningzoekende zonder voorrangspositie, dat wil zeggen dat ze niet tot de groep ‘urgenten’ of ‘herhuisvestingskandidaten’ gerekend worden.

11

Ontwikkelingen binnen de groep actief woningzoekenden 2018­2019 In alle gemeenten nam zowel het aantal starters als het aantal doorstromers dat actief een wo­ ning zoekt toe in de periode 2018­2019, waarbij de procentuele groei van de groep starters in alle gemeenten hoger lag dan de groei van de groep doorstromers. Het aantal actief woningzoeken­ den dat tot de primaire doelgroep behoorde, lag in 2019 in zeven gemeenten tussen 11% en 29% hoger dan in 2018. In vier gemeenten lag de procentuele groei boven de 29%. In Barendrecht en Schiedam was de toename het kleinst (respectievelijk 1% en 5% groei) en in Rotterdam was het aandeel stabiel. In alle gemeenten, uitgezonderd Maassluis, is het aantal actief woningzoekenden behorende tot de secundaire doelgroep toegenomen in de periode 2018­2019. In de meeste gemeenten lag de­ ze groei tussen de 24% en 52%. Het aantal actief woningzoekenden behorende tot de niet­EC doelgroep steeg in alle gemeenten, uitgezonderd Brielle, in 2019 t.o.v. 2018. Op de langere ter­ mijn (tussen 2010 en 2019) is het aantal woningzoekenden behorende tot primaire en secundaire doelgroep in alle gemeenten gestegen. De niet­EC doelgroep is in een meerderheid van gemeen­ ten duidelijk afgenomen wat ook te verklaren is uit de invoering van de Wet passend toewijzen in 2015.

In 6 gemeenten (Krimpen aan den IJssel, Ridderkerk, Nissewaard, Hellevoetsluis, Lansin­ gerland en Schiedam) is deze groep procentueel toegenomen t.o.v. 2010 (en alleen in Krimpen aan den IJssel is deze procentuele toename sterker dan de totale toename van alle actief woning­ zoekenden).

3.2

Woningaanbod

Definitie en berekeningswijze Het beschikbare woningaanbod kan in het aanbodmodel op twee verschillende manieren worden aangeboden: 1) via internet en 2) directe bemiddeling. Voor woningen die via internet worden aangeboden kunnen vier bemiddelingsmodellen worden gebruikt: ( a) inschrijfduurmodel; b) lo­ tingmodel; c) direct kansmodel; d) wens&wachtmodel). Voor nadere toelichting verwijzen we naar hoofdstuk 2. Samengenomen vormen de aangeboden woningen via internet en directe bemidde­ ling de ‘aanbiedingen’. Indien er geen geschikte kandidaten reageren, kunnen woningen vaker worden aangeboden. In die gevallen telt die woning ook vaker mee als aanbieding. Voor alle duidelijkheid: het aantal aanbiedingen in 2019 komt niet overeen met het aantal verhurin­ gen in dat jaar, omdat sommige in 2019 aangeboden woningen pas in 2020 zijn/worden verhuurd en sommige verhuringen in 2019 nog betrekking hadden op een in 2018 aangeboden woning. In de volgende paragraaf bespreken we het aantal verhuringen. Afname van woningaanbiedingen in 2019 Het aantal aangeboden woningen is in 2019 op regioniveau met 10.876 duidelijk lager dan in 2018 toen dit aantal 12.156 was. Dit betekent een afname van het aantal aanbiedingen met bijna 11% t.o.v. 2018.

Niet in elke gemeente nam het aanbod af: in Krimpen aan den IJssel, Schiedam, Hellevoetsluis, Maassluis, Westvoorne en Brielle was er (in volgorde van grootste toename naar kleinste toename) een toename. Gemiddeld nam onder deze zes gemeenten het aanbod toe met 32 woningen. In de andere gemeenten waren er minder aanbiedingen waarbij de afname in Ba­ rendrecht met 34% opvallend is. In Rotterdam is het aantal aanbiedingen in 2019 met ruim 800 aanbiedingen lager dan in 2018 (afname 12%). Als we over een langere periode kijken ligt het aantal aanbiedingen in 2019 36% onder het gemiddelde van de periode 2010­2018 (17.084). Rond de 71% van de aanbiedingen in 2019 gaat via internet: van deze 71% is 74% aangeboden via het inschrijfduurmodel, 14% via het lotingmodel, 9% via het direct kansmodel en 3% via het wens&wachtmodel (totaal 71%). Rond de 29% van de totale aanbiedingen gaat via directe bemid­ deling en wordt dus aangeboden buiten het internet om. In 2019 is het aandeel directe bemiddeling (29%) duidelijk hoger dan in 2018 (22%), een procentu­ ele stijging van rond de 32%. Verder zien we een procentuele daling van het aantal aanbiedingen tussen 2018 en 2019 bij de categorie internet (daling 19%, absolute afname van bijna 1800) en een toename voor de categorie directe bemiddeling (stijging 18%, absolute toename van bijna 12

500). Binnen de categorie internet zien we overigens een toename van het aantal aanbiedingen bij wens&wacht (toename van 67 naar 248 aanbiedingen).

Brielle

Schiedam

Nissewaard

Totaal

Totaal

Maassluis

5.703 676 1.106 248 3.143

Ridderkerk

Inschrijfduur 2.336 250 112 46 120 187 153 267 636 517 660 276 68 75 Direct kans 369 28 5 10 4 97 15 21 109 0 1 16 0 1 Loting 924 0 17 8 9 66 15 1 0 0 56 10 0 0 Wens & Wacht 232 0 3 0 0 9 0 0 0 0 3 1 0 0 Directe bemiddeling 2.187 96 31 30 89 94 56 47 196 161 92 45 10 9

Rotterdam

Westvoorne

Hellevoetsluis

Vlaardingen

Krimpen aan den IJssel

Capelle aan den IJssel

Lansingerland

Barendrecht

Albrandswaard

Tabel 3.2: Aantal aanbiedingen naar bemiddelingsmodel per regiogemeente in 2019

6.048 374 168 94 222 453 239 336 941 678 812 348 78 85 10.876

Figuur 3.2: Aangeboden woningen naar bemiddelingsmodel per regiogemeente in 2019 (in %) Rotterdam Ridderkerk Barendrecht Albrandswaard Lansingerland Capelle aan den IJssel Krimpen aan den IJssel

39%

6%

15%

11% 54%

26% 10%

18%

9%

32%

4%

41%

40%

21%

15%

64%

6%

68%

21%

6%

23%

79%

Schiedam Nissewaard Hellevoetsluis Brielle Westvoorne Totaal

6%

12%

24% 81%

7%

79% 5%

52%

20%

40% Direct kans Directe bemiddeling

6%

60%

14% 21%

76%

Inschrijfduur Wens & Wacht

3.3

7%

67% 49%

Maassluis Vlaardingen

0%

36% 67%

11% 13%

87%

13%

88%

11%

10%

29%

80%

100%

Loting

Geslaagden

Omvang groep geslaagden Het aantal geslaagde woningzoekenden betreft degenen aan wie in 2019 een woning is verhuurd. Dit komt ­ zoals in de vorige paragraaf is uitgelegd ­ niet overeen met het aantal aangeboden wo­ ningen in 2019 zoals die besproken is in paragraaf 3.2. Het aantal geslaagde woningzoekenden ligt in 2019 op 11.028 en ligt daarmee 5% onder het aantal geslaagden van 11.588 in 2018. In 8 van de 14 gemeenten zijn minder woningzoekenden geslaagd dan in 2018. De daling van het aantal geslaagden is minder groot dan de daling van het aantal aangeboden woningen (bijna 11% afname, zie vorige paragraaf).

13

Samenstelling geslaagden Ruim een kwart van de geslaagden heeft een woning gekregen door middel van directe bemid­ deling. De overige 71% heeft een woning via de website van Woonnet verkregen: 51% via het in­ schrijfduurmodel, 10% via het lotingsmodel, 6% via direct kansmodel en 4% via wens&wachtmodel. In Lansingerland en Rotterdam slagen relatief veel woningzoekenden via directe bemiddeling. In Capelle aan den IJssel, Rotterdam en Albrandswaard hebben relatief weinig geslaagden (minder dan 44%) de woning via het inschrijfduurmodel verkregen. In Brielle en Westvoorne ligt dit aandeel boven de 85%. In sommige gemeenten (Schiedam, Brielle en Westvoorne) slagen woningzoeken­ den nauwelijks via loting/wens&wacht/direct kans, terwijl in Capelle aan den IJssel de helft van de geslaagden via één van deze modellen is geslaagd. Van de groep geslaagde woningzoekenden behoorde op regioniveau iets meer dan 70% tot de pri­ maire doelgroep, ongeveer een vijfde van de geslaagden behoort tot de secundaire doelgroep en vijf procent behoort tot de niet­EC doelgroep. Daarmee zijn deze aandelen vrijwel hetzelfde als in 2018. In Hellevoetsluis, Lansingerland, Krimpen aan den IJssel en Westvoorne ligt het percentage behorende tot de primaire doelgroep rond de 80%, dus boven het regiogemiddelde van 72%.

Het aandeel in Barendrecht, Albrandswaard en Brielle ligt dan juist bijzonder laag (tussen de 52% en 59%). Voor de secundaire doelgroep geldt dat vooral het aandeel in Barendrecht (41%) bijzonder sterk afwijkt van het regiogemiddelde van 22%. De niet­EC doelgroep is bovengemiddeld hoog in Schiedam 14% van alle geslaagden (regiogemiddelde 5%). Iets meer dan de helft van de geslaagde woningzoekenden (55%) betreft doorstromers en een iets kleinere groep betreft starters (44%)(klein deel is onbekend). Het aandeel doorstromers is in Krim­ pen aan den IJssel 13 procentpunt hoger dan het regiogemiddelde; het aandeel starters is hier dus relatief laag. Bijna tweederde van de geslaagden heeft geen voorrangspositie; 25% heeft urgentie en 10% is herhuisvestingskandidaat. Westvoorne, Maassluis, Brielle en Albrandswaard hebben relatief veel geslaagden zonder voorrangspositie. Lansingerland heeft relatief veel urgenten (39%) onder de geslaagden terwijl in Maassluis deze groep met 13% het laagst van alle gemeenten is. Schiedam kent met 20% relatief veel herhuisvestingskandidaten onder de geslaagden. Ten op­ zichte van 2018 is het aandeel herhuisvestingskandidaten in Nissewaard en Maassluis duidelijk afgenomen.

Eenpersoonshuishoudens vormen de grootste groep van de geslaagde woningzoe­ kenden (55%), gevolgd door eenoudergezinnen (19%), gezinnen zonder kinderen (10%) en ge­ zinnen met kinderen (8%). In Rotterdam ligt het aandeel eenpersoonshuishoudens het hoogst met 61%. Het aandeel van de verschillende huishoudenstypen binnen de groep geslaagden is nau­ welijks veranderd t.o.v. 2018. Eenpersoonshuishoudens vormen de grootste groep van de geslaagde woningzoekenden (56%), gevolgd door eenouder gezinnen (19%), gezin zonder kinderen (11%) en gezin met kinderen (8%). In Rotterdam ligt het aandeel eenpersoonshuishoudens het hoogst met 61%. Het aandeel gezin­ nen zonder kind ligt in alle gemeenten boven het regiogemiddelde, uitgezonderd de gemeenten Rotterdam en Capelle aan den IJssel. Het aandeel van de verschillende huishoudenstypen is nauwelijks veranderd t.o.v. 2017.

Totaal

Brielle

Totaal

Hellevoetsluis

7.891 2.393 542 202

Nissewaard

693 406 591 299 46 54 295 123 165 41 25 12 27 88 50 7 7 3 13 10 16 7 0 0

Schiedam

Westvoorne

Primaire doelgroep 4.404 252 120 51 186 379 180 230 Secundaire doelgroep 1.306 61 94 24 34 129 31 53 Niet­EC­doelgroep 273 7 13 8 7 9 21 22 Onbekend 95 38 3 8 0 2 0 10

Vlaardingen

Maassluis

Krimpen aan den IJssel

Capelle aan den IJssel

Lansingerland

Albrandswaard

Barendrecht

Ridderkerk

Rotterdam

Tabel 3.3: Aantal geslaagde woningzoekenden per gemeente in 2019

6.078 358 230 91 227 519 232 315 1.028 627 822 354 78 69 11.028

In het Regioakkoord “Nieuwe Woningmarktafspraken 2018­2030” ­dat eind januari 2019 is ondertekend­ 14

Figuur 3.3: Geslaagden naar inkomensgroepen per gemeente in 2019 (in %) Rotterdam Ridderkerk Barendrecht Albrandswaard Lansingerland Capelle aan den IJssel Krimpen aan den IJssel

72% 70%

17%

52% 56%

26%

11% 41%

6%

9%

9%

82%

15%

73%

25%

78%

Maassluis Vlaardingen

13%

73%

9%

17%

7%

67%

Schiedam Nissewaard Hellevoetsluis Brielle Westvoorne Totaal 0%

21% 4%

29%

65%

20% 72%

14% 20%

84% 59%

32% 78%

Primaire doelgroep Onbekend

40%

60%

Secundaire doelgroep Regioafspraken primaire doelgroep (75%)

9%

17% 4%

72%

20%

6%

12%

22% 5%

80%

100%

Niet­EC­doelgroep

is afgesproken dat er per gemeente tenminste 75% van de vrijgekomen huurwoningen van corpo­ raties met een huurprijs onder de liberalisatiegrens wordt toegewezen aan de primaire doelgroep. Om een eerste indicatie te krijgen van welke gemeenten hiervoor extra aandacht nodig zal zijn, is in figuur 3.3 aangegeven waar de 75%­norm ligt. Alleen voor Hellevoetsluis en Lansingerland zou het behalen van deze norm gemakkelijk moeten lukken.

3.4

Druk op de huurmarkt

Druk op de huurmarkt geeft inzicht in de populariteit van de verschillende marktsegmenten die worden aangeboden. Druk op de huurmarkt wordt weergegeven door de gemiddelde slaagkans per gemeente en de gemiddelde inschrijfduur van geslaagde woningzoekenden per gemeente. Slaagkans: definitie en berekeningswijze De slaagkans geeft weer welk aandeel van de woningzoekenden met succes heeft deelgenomen aan het aanbodmodel en een corporatiewoning heeft gevonden. De slaagkans wordt beïnvloed door de omvang van het beschikbare woningaanbod én de omvang van de groep actief woning­ zoekenden. De definitie van slaagkans luidt als volgt: ”het aantal woningzoekenden (per subgroep) dat in de betreffende periode een woning heeft ver­ kregen via de media of via directe bemiddeling, gedeeld door het aantal actief woningzoekenden (per subgroep) dat op die woningen heeft gereageerd plus het aantal geslaagde direct bemiddel­ den die niet ook al hebben gereageerd, uitgedrukt als een percentage” Slaagkans in de regiogemeenten in 2019 De slaagkans in 2019 is het gemiddelde van de halfjaarslaagkansen in dat jaar. De slaagkans varieerde tussen de 0,7% (Albrandswaard) en 5,7% (Rotterdam). De slaagkans lag in de meeste gemeenten tussen 1,2% en 2,2%. De slaagkans in 2019 ligt in alle gemeenten lager dan in 2018, alleen in Barendrecht is de slaagkans (1,2%) onveranderd gebleven.

De daling ligt niet zozeer alleen aan een verandering in een lager aantal verhuringen (het aantal verhuurde woningen in het

15

kalenderjaar daalde weliswaar met 5% van 11.588 verhuringen naar 11.028 verhuringen), maar heeft toch vooral te maken met een toename van de vraag (het aantal woningzoekenden in ge­ meenten steeg behoorlijk, zie paragraaf 3.1). Slaagkans doelgroepen De slaagkans van de primaire doelgroep was in de helft van de gemeenten lager dan die van de secundaire doelgroep. De slaagkans van de primaire doelgroep varieerde van 0,6% (Albrands­ waard) tot 5,9% (Rotterdam); de slaagkans van de secundaire doelgroep varieerde van 0,6% (wederom Albrandswaard) tot 5,7% (Rotterdam); de slaagkans van de niet­EC­doelgroep vari­ eerde van 0,3% (Ridderkerk) tot 3,4% (Rotterdam). Ten opzichte van 2018 is de slaagkans van de primaire doelgroep in alle gemeenten in 2018 afgenomen. De secundaire doelgroep ziet een afname in alle gemeenten, uitgezonderd Barendrecht en Vlaardingen (stijging met respectievelijk 0,4%­punt en 0,3%­punt) en de niet­EC doelgroep ziet ook een afname van de slaagkans in al­ le gemeenten, uitgezonderd Krimpen aan den IJssel (stijging 0,2%­punt) en Barendrecht (geen verandering). In 8 van de 14 gemeenten is de daling in procentpunten het grootst onder de se­ cundaire doelgroep. In 4 gemeenten was de afname het grootst onder de niet­EC doelgroep en in 2 gemeenten bij de primaire doelgroep.

Slaagkans doorstromers en starters De slaagkans is in 13 van de 14 gemeenten groter voor doorstromers dan starters. In Brielle was deze kans groter voor starters dan doorstromers. In 10 gemeenten zijn de verschillen in slaagkans tussen de twee groepen kleiner dan 0,7 %­punt. In Rotterdam en Schiedam zijn de verschillen het grootst waarbij doorstromers een 1,4 %­punt hogere slaagkans hebben dan starters. In 2019 is de slaagkans voor starters in alle gemeenten lager dan in 2018 (m.u.v. Barendrecht waar een kleine toename van de slaagkans is geweest), en in Westvoorne is de afname het grootst met 2,4%­punt. Voor de doorstromers is in 13 van de 14 gemeenten de slaagkans in 2019 lager dan in 2018, Barendrecht kent hier een stabiele slaagkans. Slaagkans herhuisvestingskandidaten, urgenten en de groep zonder voorrang De slaagkans is in 9 van de 14 gemeenten het hoogst voor de groep herhuisvestingskandidaten, in de vijf andere gemeenten (Lansingerland, Nissewaard, Hellevoetsluis, Brielle en Westvoorne) is de slaagkans het hoogst voor (andere) urgent woningzoekenden. In alle gemeenten hebben woningzoekenden zonder voorrang de laagste slaagkans: tussen de 0,6% in Albrandswaard en Krimpen aan den IJssel tot en met 3,7% in Rotterdam.

Urgenten hebben een slaagkans van 1,6% in Albrandswaard tot 27,3% in Rotterdam en herhuisvestingskandidaten hebben een slaagkans van 0% (Brielle en Westvoorne) tot 38,4% (Rotterdam). Voor urgenten is de slaagkans in 2019 t.o.v. 2018 lager in 12 van de 14 gemeenten waarbij de afname varieert van ­5,5%­punt tot ­0,5 %­punt. In Barendrecht en Krimpen aan den IJssel is er sprake van een kleine toename van de slaagkans voor de urgenten (respectievelijk 0,9%­punt en 0,3%­punt toename). De ontwikkeling bij de groep herhuisvestingskandidaten laat een toename van de slaagkans zien bij 3 gemeenten, waarbij de toename van de slaagkans voor deze groep in Capelle aan den IJs­ sel met 13%­punt opvallend hoog is. In 10 gemeenten neemt voor herhuisvestingskandidaten de slaagkans af, in Maassluis en Nissewaard is deze afname ongeveer ­20%­punt. Voor de groep zonder voorrang, waarvoor de slaagkans in alle gemeenten het laagst is, is de slaagkans verder afgenomen in alle gemeenten met ­1,7%­punt tot ­0,1 %­punt. Barendrecht is de enige gemeente waar deze groep wel een stijging kent (+0,1%­punt).

16

Figuur 3.4: Slaagkans per regiogemeente Rotterdam Ridderkerk Barendrecht Albrandswaard Lansingerland Capelle aan den IJssel Krimpen aan den IJssel

5,7% 1,4% 1,2%

1,2% 1,5%

Maassluis Vlaardingen

1,4% 2,6%

Schiedam Nissewaard Hellevoetsluis Brielle Westvoorne

1,7% 2,1% 1,7% 1,4% 2,2%

0%

2%

4%

6%

8%

10%

12%

14%

12%

14%

Figuur 3.5: Slaagkans naar inkomensgroepen per regiogemeente in 2019 (in %) Rotterdam Ridderkerk Barendrecht Albrandswaard Lansingerland Capelle aan den IJssel Krimpen aan den IJssel Maassluis Vlaardingen Schiedam Nissewaard Hellevoetsluis Brielle Westvoorne 0%

2% Primaire doelgroep

4%

6%

Secundaire doelgroep

17

8%

10%

Niet­EC­doelgroep

Inschrijfduur: definitie en berekeningswijze Bij de gemiddelde inschrijfduur nemen we reguliere woningzoekenden (exclusief urgenten en her­ huisvestingskandidaten) mee die geslaagd zijn via het inschrijfduur­, woningloting­, directkans­ en wens&wachtmodel of via directe bemiddeling. Bij de berekening wordt de periode in aantal maan­ den geteld tussen de datum van inschrijving en de datum waarop de verhuring is geregistreerd. Dit zegt daarmee niet per definitie iets over hoe lang een woningzoekende zelf actief op zoek is naar een woning. Gemiddelde inschrijfduren per gemeente worden pas gerapporteerd wanneer deze berekend zijn over minimaal 5 inschrijfduren. Inschrijfduur in de regiogemeenten in 2019 De geslaagde reguliere woningzoekenden stonden in 2019 gemiddeld 24 maanden in de rij voor een woning in Capelle aan den IJssel (de kortste inschrijfduur) tegenover gemiddeld 72 maanden in Lansingerland (de langste inschrijfduur). Gemiddeld was de wachttijd voor de regio als geheel 41 maanden. In 2018 was de gemiddelde inschrijfduur 40 maanden. In 9 gemeenten is de ge­ middelde inschrijfduur gestegen tussen 2018 en 2019 (in vijf van deze gemeenten tussen de 1 en 4 maanden stijging), in drie gemeenten is de inschrijfduur afgenomen (Barendrecht, Hellevoet­ sluis en Rotterdam) en in twee is deze gelijk gebleven (Capelle aan den IJssel en Vlaardingen).

De grootste daling van de inschrijfduur zien we in Barendrecht (afname met 13 maanden) en de grootste toename doet zich voor in Lansingerland (toename met 22 maanden). Inschrijfduur doelgroepen Geslaagde woningzoekenden die behoren tot de primaire doelgroep hebben met gemiddeld 37 maanden de kortste inschrijfduur, gevolgd door secundaire doelgroep (47 maanden) en de niet­EC doelgroep (56 maanden). Voor de primaire doelgroep geldt dat de (regulier) geslaagde woning­ zoekenden het kortst in de rij stonden voor een woning in Capelle aan den IJssel (23 maanden) en het langst in Lansingerland (70 maanden). Voor de secundaire doelgroep was de gemiddelde inschrijfduur het kortst in Capelle aan den IJssel (26 maanden) en het langst in Ridderkerk (94 maanden) Voor de niet­EC­doelgroep was de gemiddelde inschrijfduur het kortst in Brielle (18 maanden) en het langst in Krimpen aan den IJssel (126 maanden). Doorstromers hebben gemiddeld een langere inschrijfduur dan starters (44 maanden en 37 maan­ den) en dit zien we in alle gemeenten terug, uitgezonderd Schiedam en Brielle. De inschrijfduur voor eenpersoonshuishoudens is met 36 maanden het kortst, andere typen huishoudens hebben een inschrijfduur van 39­49 maanden. Geslaagden via het inschrijfduurmodel hebben met gemiddeld 60 maanden een beduidend lan­ gere inschrijfduur dan geslaagden via directe bemiddeling (20 maanden).

Geslaagden via direct kansmodel en lotingsmodel kennen een inschrijfduur van 10 en 15 maanden. Dat deze twee laatst­ genoemde groepen een kortere inschrijfduur hebben, is logisch omdat bij deze modellen inschrijf­ duur niet van belang is bij de selectie van de uiteindelijke kandidaat. De gemiddelde inschrijfduur bij wens&wacht is 19 maanden. Voor een eengezinswoning stonden geslaagde reguliere woningzoekenden gemiddeld 114 maan­ den ingeschreven in Lansingerland (de langste inschrijfduur) tegenover gemiddeld 38 maanden in Brielle (de kortste inschrijfduur). Vergeleken met 2018 is de gemiddelde inschrijfduur in 2019 afgenomen voor de groep geslaag­ den via direct kansmodel (­1 maand). Bij de primaire doelgroep is geen verandering. Bij de volgende groepen is de inschrijfduur gestegen: niet­EC doelgroep (+9 maanden), geslaag­ den via inschrijfduurmodel (+4 maanden), geslaagden via wens&wachtmodel (+3 maanden), ge­ slaagden via lotingmodel (+2 maanden), secundaire doelgroep (+2 maanden), Bij geslaagden via directe bemiddeling, doorstromers en starters is de inschrijfduur met 1 maand toegenomen.

18

Westvoorne

Hellevoetsluis

Nissewaard

Vlaardingen

Krimpen aan den IJssel

Capelle aan den IJssel

Lansingerland

70 23 57 54 42 50 46 47 45 31 37 79 26 63 60 48 52 50 54 39 59 47 74 23 126 42 47 67 67 78 18 56

Inschrijfduur Direct kans Loting Wens & Wacht Directe bemiddeling

56 10 16 19 15

76 82 94 12 11 16 12

94 48 8 8 12 17 48 15

tot jongeren/kwaliteitskortingsgrens tot aftoppingsgrens 1­2phh tot aftoppingsgrens 3+phh tot huurprijsgrens

17 18 29 59 36 50 42 122

Totaal

33

3.5

Doelgroepen

33 46 20 42 52 85 76

55 27 23 43 68 21 53 124 25 92 55 31

65 69 62

72 24

Totaal

55 64 50 94 72 75 85 83

Brielle

28 42 41

Schiedam

Primaire doelgroep Secundaire doelgroep Niet­EC­doelgroep

Maassluis

Ridderkerk

Barendrecht

Rotterdam

Albrandswaard

Tabel 3.4: De gemiddelde inschrijfduur van geslaagde woningzoekenden naar inkomensgroepen, bemiddelingsmodel en huurprijs per gemeente (in maanden)

81 62 58 60 56 59 43 39 8 11 9 10 20 14 10 34 13 25 69 24 21 23 25 26 27

60 10 15 19 20

32 26 49 56 55 49 51 87 72 89 54 88 54 42 65

25 38 49 49

28 48 54 54

37 21 45 44 33 48 62 83 33 55

67 54 44 54 49 49 40 37 41

Definitie en berekeningswijze De basis van deze paragraaf wordt gevormd door alle verhuringen in 2019. Gekeken wordt in wel­ ke mate de inkomensgroep in voor hen bestemde of qua huurprijs geschikte woningen terecht zijn gekomen. De passendheidsnorm verplicht corporaties ten minste 95% van de huurtoeslaggerech­ tigden bij verhuizing naar een sociale huurwoning een huur te rekenen onder de aftoppingsgrens. Als eerste wordt de inkomensgroep als uitgangspunt genomen, en als tweede worden de ver­ huurde woningen (tot de aftoppingsgrens) als uitgangspunt genomen. Samengevat wordt in deze paragraaf achtereenvolgens gekeken naar: • % uit de inkomensgroep dat geslaagd is in woningen met een huurprijs tot de aftoppings­ grens (ofwel het aantal verhuringen aan inkomensgroep X in woningen tot aftoppingsgrens gedeeld door het totaal aantal verhuringen aan inkomensgroep X in alle verhuurde wonin­ gen (zowel onder als boven de aftoppingsgrens) • % van de woningen met een huurprijs tot de aftoppingsgrens verhuurd aan een woningzoe­ kende uit de inkomensgroep (ofwel het aantal verhuringen aan inkomensgroep X gedeeld door het aantal verhuurde woningen tot de aftoppingsgrens) In 2019 viel 77% van de verhuurde woningen onder de aftoppingsgrens en 23% viel boven deze grens. Deze aandelen zijn daarmee vergelijkbaar met 2018.

De primaire doelgroep wordt geacht een woning te huren tot de aftoppingsgrens en deze groep krijgt in dit segment voorrang. De secundaire doelgroep wordt niet geacht in het segment tot de aftoppingsgrens te huren en is aan­ gewezen op een woning boven de aftoppingsgrens (tot aan de liberalisatiegrens). Met andere woorden: de goedkopere woningen zijn bestemd voor de lagere inkomens. De iets duurdere wo­ ningen zijn bestemd voor de iets hogere inkomens. In 2019 wordt aan 98% van de primaire doelgroep (degene die volledige huurtoeslagvergoeding ontvangen) een woning tot de aftoppingsgrens verhuurd. Voor de gemeenten ligt dit aandeel tus­ sen de 88% (Barendrecht) tot 100% (Albrandswaard, Krimpen aan den IJssel, Schiedam en Briel­ le). Van de primaire doelgroep huurt in 2019 dus 2% een nieuwe woning boven de aftoppingsgrens. Van de secundaire doelgroep huurt in 2019 21% een nieuwe woning tot de aftoppingsgrens en dus 79% een woning boven de aftoppingsgrens. Tot slot huurt 19% van de niet­EC doelgroep een nieuwe woning tot de aftoppingsgrens en 81% een woning boven de aftoppingsgrens.

19

Het aandeel van de primaire doelgroep dat tot de aftoppingsgrens een woning heeft gekregen is daarmee stabiel t.o.v. 2018. Ook de secundaire doelgroep en niet­EC doelgroep laten een stabiel beeld zien. Als we kijken naar het aantal verhuringen aan de verschillende inkomensgroepen zien we dat 91% van alle woningen tot de aftoppingsgrens verhuurd is aan de primaire doelgroep (variërend van 76% in Schiedam tot 100% in Westvoorne), 6% aan de secundaire doelgroep (variërend van 0% in Brielle tot 19% in Schiedam) en 1% aan de niet­EC doelgroep. Bij de verhuurde woningen boven de aftoppingsgrens is 8% aan de primaire doelgroep verhuurd, 75% aan de secundaire doelgroep en 17% aan de niet­EC doelgroep. Tabel 3.5: % uit de primaire doelgroep dat geslaagd is in woningen met een huurprijs tot de aftoppingsgrens per gemeente onder aftoppingsgrens boven aftoppingsgrens aantal % aantal %

Onbekend aantal %

aantal

totaal % 100 100 100 100 100 100 100 100 100 100 100 100 100 100

Rotterdam Ridderkerk Barendrecht Albrandswaard Lansingerland Capelle aan den IJssel Krimpen aan den IJssel Maassluis Vlaardingen Schiedam Nissewaard Hellevoetsluis Brielle Westvoorne

4.271 249 105 51 179 368 180 222 689 406 586 290 46 52

97 99 88 100 96 97 100 97 99 100 99 97 100 96

133 3 15

3 1 13

7 11

4 3

8 4

3 1

5 9

1 3

2

4

4.404 252 120 51 186 379 180 230 693 406 591 299 46 54

Totaal

7.694

98

197

2

7.891 100

Leesvoorbeeld: in Rotterdam is in 2019 97% van de woningzoekenden uit de primaire doelgroep geslaagd in een woning met een huurprijs tot de aftoppingsgrens. 3% van de woningzoekenden uit de primaire doelgroep is in Rotterdam geslaagd in een woning met een huurprijs vanaf de aftoppingsgrens. Tabel 3.6: % van de woningen met een huurprijs tot de aftoppingsgrens verhuurd aan een wo­ ningzoekende uit de inkomensgroep per gemeente Primaire doelgroep Secundaire doelgroep Niet­EC­doelgroep aantal % aantal % aantal % Rotterdam Ridderkerk Barendrecht Albrandswaard Lansingerland Capelle aan den IJssel Krimpen aan den IJssel Maassluis Vlaardingen Schiedam Nissewaard Hellevoetsluis Brielle Westvoorne

4.271 93 249 85 105 90 51 78 179 90 368 89 180 97 222 85 689 89 406 76 586 93 290 92 46 98 52 100

193 6 9 5 19 37 5 22 64 88 27 16

4 2 8 8 10 9 3 8 8 17 4 5

51

1

1 1 6

2 1 1

7 7 29 1 1 1

Totaal

7.694

491

6

105

91

Onbekend aantal % 87 2 38 13 3 3 8 12 2

0

3 1 5 0 0 2

10 13 10 15 7

4 2 2 2 2

1

193

2

aantal

totaal %

4.602 293 117 65 199 413 185 261 773 533 629 314 47 52

100 100 100 100 100 100 100 100 100 100 100 100 100 100

8.483 100

Leesvoorbeeld: in Rotterdam is in 2019 93% van de woningen met een huurprijs tot de aftoppings­ grens verhuurd aan een woningzoekende uit de primaire doelgroep. Regionaal gezien is 91% van de in Rotterdam geslaagde woningzoekenden uit de primaire doelgroep heeft een woning met een huurprijs vanaf de aftoppingsgrens.

20

3.6

Intraregionale verhuisbewegingen

Definitie berekeningswijze Hieronder wordt ingegaan op de verhuisbewegingen in de regio Rotterdam die het gevolg zijn van verhuringen van corporatiewoningen gelegen in de regio Rotterdam in 2019. Het is van belang om te beseffen dat dit géén totaalbeeld geeft van alle verhuisbewegingen tussen de gemeenten in de regio; er vinden immers ook verhuizingen plaats in de particuliere huursector en in de koop­ sector. Ook zijn de verhuisbewegingen van vertrekkers uit corporatiewoningen uit de regio naar gemeenten buiten de regio (ongeacht type van de nieuwe woning) niet meegenomen. Omvang intraregionale verhuisbewegingen In 2018 vond 65% van alle verhuringen (inclusief verhuringen aan geslaagde woningzoekenden van buiten de regio) plaats aan een geslaagde woningzoekende die reeds in die gemeente woonde (tabel 3.7). Bij de overige 35% van deze verhuringen, verhuisde een geslaagde woningzoekende naar een woning in een andere gemeente (intergemeentelijke verhuizing). In 2018 lagen deze percentages op respectievelijk 67% en 33%. Een groot deel van de verhuizingen van de geslaagde woningzoekenden (met vestiging binnen de regio) omvat de groep die binnen de stad Rotterdam is verhuisd (43%, 4.720 van 11.028).

De stad Rotterdam speelt daarnaast ook een zeer belangrijke rol binnen de regionale woningmarkt als ont­ vanger van geslaagde woningzoekenden die uit een andere regiogemeente (binnen de regio) zijn verhuisd (631 van de 1.261 zijn verhuisd naar Rotterdam, 50%). Ook als verzender van geslaag­ de woningzoekenden vanuit Rotterdam naar een andere regiogemeente is Rotterdam belangrijk (1.211 van de 1.852 vestigers in de 13 gemeenten exclusief Rotterdam –exclusief vestigers van buiten de regio­ 65%, hebben Rotterdam als herkomst). Geslaagde woningzoekenden die Rot­ terdam verlaten, verhuizen binnen de regio vooral naar Nissewaard, Capelle aan den IJssel en Vlaardingen (in totaal 48% ofwel 582 van 1.211). Rotterdam speelt al met al een belangrijke rol als bestemmingsgemeente en herkomstgemeente voor sociale huurders binnen de regio. Daarbij vertrekken meer Rotterdammers naar een sociale huurwoning naar een regiogemeente dan personen vanuit de regio die in Rotterdam in een sociale huurwoning gaan wonen. Er is dus een vertrekoverschot vanuit Rotterdam naar regiogemeenten (1211 vertrekkers minus 631 vestigers betekent een vertreksaldo vanuit Rotterdam van 580). Van buiten de regio komen 1.198 geslaagde woningzoekenden in de regio wonen. Hiervan komt 58% in Rotterdam wonen.

Iets minder dan een vijfde van de geslaagde woningzoekenden van buiten de regio betreft voorrangskandidaten (tabel 3.8, 213 van 1.198, 18%). In 2019 is het aantal geslaagden van buiten de regio qua omvang vergelijkbaar met 2018. Tabel 3.8 laat de vestiging en het vertrek naar gemeente zien van voorrangskandidaten. Drie­ kwart van de geslaagde voorrangskandidaten (2.808 van 3.747) vindt een nieuwe woning binnen de eigen gemeente, en daarmee ligt dit aandeel hoger dan voor de totale groep geslaagde wo­ ningzoekenden (tabel 3.8). Voorrangskandidaten vinden in 10 van de 14 gemeenten vaker een woning binnen de eigen gemeente dan de totale groep geslaagde woningzoekenden. Verder is het aandeel van de verhuizingen die herkomst of bestemming in Rotterdam hebben (inclusief ver­ huizingen binnen Rotterdam) voor de groep voorrangskandidaten met 77% iets hoger dan voor de hele groep geslaagde woningzoekenden (68%).

21

Tabel 3.7: Aantal verhuizingen naar gemeente van vestiging en vertrek

Rotterdam

Ridderkerk

Barendrecht

Albrandswaard

Lansingerland

Capelle aan den IJssel

Krimpen aan den IJssel

Maassluis

Vlaardingen

Schiedam

Nissewaard

Hellevoetsluis

Brielle

Westvoorne

VESTIGING IN:

Rotterdam 4.720 Ridderkerk 23 Barendrecht 54 Albrandswaard 22 Lansingerland 24 Capelle aan den IJssel 156 Krimpen aan den IJssel 16 Maassluis 18 Vlaardingen 48 Schiedam 149 Nissewaard 90 Hellevoetsluis 21 Brielle 6 Westvoorne 4 buiten regio 689

93 168 12 4 0 8 0 0 1 5 1 2 1 0 63

99 7 82 5 2 8 2 1 2 2 3 2 0 0 15

30 2 3 29 2 0 0 0 1 0 3 0 1 0 20

67 0 0 0 114 8 0 0 5 1 2 0 1 0 28

191 0 1 0 3 200 12 1 5 13 5 2 1 1 83

61 0 0 0 2 26 113 1 2 6 1 1 0 0 19

59 1 1 0 1 2 0 178 18 12 3 0 0 1 39

191 3 3 2 4 7 2 14 501 86 18 6 2 1 70

128 2 3 0 1 8 4 6 26 394 10 2 1 1 41

200 6 6 12 9 6 0 2 17 17 438 19 3 3 77

65 0 1 2 0 8 0 3 7 11 34 160 6 9 47

16 0 0 1 0 0 0 0 0 1 7 7 35 2 5

11 1 1 1 0 0 0 1 1 2 1 3 0 45 2

Totaal

6.040

358

230

91

226

518

232

315

910

627

815

353

74

69

% uit eigen gemeente

78% 47% 36% 32% 50% 39% 49% 57% 55% 63% 54% 45% 47% 65%

VERTREK UIT:

Tabel 3.8: Aantal verhuisde voorrangskandidaten naar gemeente van vestiging en vertrek

Rotterdam

Ridderkerk

Barendrecht

Albrandswaard

Lansingerland

Capelle aan den IJssel

Krimpen aan den IJssel

Maassluis

Vlaardingen

Schiedam

Nissewaard

Hellevoetsluis

Brielle

Westvoorne

VESTIGING IN:

Rotterdam 2.072 Ridderkerk 4 Barendrecht 8 Albrandswaard 3 Lansingerland 4 Capelle aan den IJssel 49 Krimpen aan den IJssel 5 Maassluis 2 Vlaardingen 10 Schiedam 34 Nissewaard 21 Hellevoetsluis 1 Brielle 1 Westvoorne 0 buiten regio 130

36 49 5 3 0 2 0 0 0 1 0 1 0 0 8

30 1 8 0 1 3 0 0 1 0 0 1 0 0 5

7 0 0 6 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 6

27 0 0 0 37 5 0 0 0 1 1 0 1 0 19

33 0 0 0 0 92 2 0 0 2 0 0 0 0 1

13 0 0 0 0 7 46 0 0 3 1 0 0 0 5

18 0 1 0 0 2 0 20 5 1 0 0 0 0 2

78 3 2 1 2 2 1 4 108 31 8 2 1 0 7

60 1 2 0 0 3 3 1 6 180 2 0 0 1 10

56 1 2 2 1 3 0 0 3 6 150 6 3 1 8

23 0 1 1 0 3 0 0 2 3 20 32 0 4 9

5 0 0 1 0 0 0 0 0 0 2 1 3 0 3

2 0 0 0 0 0 0 0 0 2 1 0 0 5 0

Totaal

2.344

105

50

19

91

130

75

49

250

269

242

98

15

10

% uit eigen gemeente

88% 47% 16% 32% 41% 71% 61% 41% 43% 67% 62% 33% 20% 50%

VERTREK UIT:

22

4

Deel II ­ Feitenkaart

Inhoudsopgave Feitenkaarten Feitenkaart Woonruimtebemiddeling Gemeente Rotterdam . . . . . . . . . . . . . . Feitenkaart Woonruimtebemiddeling Gemeente Ridderkerk . . . . . . . . . . . . . . Feitenkaart Woonruimtebemiddeling Gemeente Barendrecht . . . . . . . . . . . . . Feitenkaart Woonruimtebemiddeling Gemeente Albrandswaard . . . . . . . . . . . Feitenkaart Woonruimtebemiddeling Gemeente Lansingerland . . . . . . . . . . . . Feitenkaart Woonruimtebemiddeling Gemeente Capelle aan den IJssel . . . . . . . Feitenkaart Woonruimtebemiddeling Gemeente Krimpen aan den IJssel . . . . . . Feitenkaart Woonruimtebemiddeling Gemeente Maassluis . . . . . . . . . . . . . . Feitenkaart Woonruimtebemiddeling Gemeente Vlaardingen . . . . . . . . . . . . . Feitenkaart Woonruimtebemiddeling Gemeente Schiedam . . . . . . . . . . . . . . Feitenkaart Woonruimtebemiddeling Gemeente Nissewaard . . . . . . . . . . . . . Feitenkaart Woonruimtebemiddeling Gemeente Hellevoetsluis . . . . . . . . . . . . Feitenkaart Woonruimtebemiddeling Gemeente Brielle . . . . . . . . . . . . . . . . Feitenkaart Woonruimtebemiddeling Gemeente Westvoorne . . . . . . . . . . . . .

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.ridderkerk.nl/api/v1/meetings/751/documents/27499