20191030-vng-ledenbrief-vuurwerkverbod-def.pdf
Tekst van het document
Brief aan de leden T.a.v. het college en de raad
Datum
1 november 2019 Kenmerk
TRE/U201900754/ Lbr 19/084 Telefoon
070 37 38 39 3 Bijlage(n)
1
Onderwerp
Wijziging Vuurwerkbesluit en voorbeeldbepaling APV inzake gemeentelijk vuurwerkverbod Samenvatting De staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat heeft ervoor gekozen om geen landelijk vuurwerkverbod in te voeren maar deze besluitvorming aan de individuele gemeenten over te laten. Met een wijziging van het Vuurwerkbesluit wil de staatssecretaris buiten twijfel stellen dat de gemeenteraad ook de bevoegdheid heeft tot een geheel vuurwerkverbod binnen de gemeente. Deze wijziging treedt naar verwachting nog dit jaar in werking. Wij informeren gemeenten in deze ledenbrief alvast over de consequenties van de wijziging van het Vuurwerkbesluit. Tevens bieden wij een voorbeeldbepaling voor de Algemene Plaatselijke Verordening aan en geven enkele bestuurlijke overwegingen mee.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten Nassaulaan 12 Den Haag | Postbus 30435 | 2500 GK Den Haag 070 - 373 83 93 | info@vng.nl
U201900754
PROD
Aan de leden
Datum
1 november 2019 Kenmerk
TRE/U201900754/ Lbr 19/084 Telefoonnummer
070 37 38 39 3 Bijlage(n)
1
Onderwerp
Wijziging Vuurwerkbesluit en voorbeeldbepaling APV inzake gemeentelijk vuurwerkverbod
Geacht college en gemeenteraad, De staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat heeft ervoor gekozen om geen landelijk vuurwerkverbod in te voeren maar deze besluitvorming aan de individuele gemeenten over te laten. Met een wijziging van het Vuurwerkbesluit wil de staatssecretaris buiten twijfel stellen dat de gemeenteraad ook de bevoegdheid heeft tot een geheel vuurwerkverbod binnen de gemeente. Deze wijziging treedt naar verwachting nog dit jaar in werking. Wij informeren u in deze ledenbrief alvast over de consequenties van de wijziging van het Vuurwerkbesluit. Tevens bieden wij u een voorbeeldbepaling voor de Algemene Plaatselijke Verordening aan en geven u enkele bestuurlijke overwegingen mee. Bestuurlijke overwegingen Voor een geheel verbod om consumentenvuurwerk binnen het grondgebied van een gemeente tot ontbranding te brengen, bepaalt de gemeente zelf het geschikte moment om het verbod in te voeren. Wel geven wij u mee dat ondernemers voor de vuurwerkverkoop in 2019 mogelijk al investeringen en uitgaven hebben gedaan en er afspraken nodig zijn over de handhaving van een algeheel vuurwerkverbod.
Verder adviseren wij gemeenten om bij de motivering van de APV overwegingen op te nemen waarom het verbod naar lokale omstandigheden geschikt, proportioneel en noodzakelijk is om redenen van openbare orde, openbare veiligheid, de volksgezondheid of de bescherming van het milieu. Deze motivering bieden wij niet in een model aan, omdat de overwegingen en motieven in elke individuele gemeente verschillend kunnen zijn.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten Nassaulaan 12 Den Haag | Postbus 30435 | 2500 GK Den Haag 070 - 373 83 93 | info@vng.nl
U201900754
PROD
Bevoegdheid tot gedeeltelijk vuurwerkverbod In het Vuurwerkbesluit (artikel 2.3.6) is bepaald dat het verboden is om consumentenvuurwerk af te steken op een ander tijdstip dan tussen 31 december 18.00 uur en 1 januari 02.00 uur van het daarop volgende jaar. Het afsteken van consumentenvuurwerk wordt op dit tijdstip toelaatbaar geacht vanwege de koppeling van het vuurwerkgebruik aan de feestelijkheden rond de jaarwisseling en de inbedding daarvan in de Nederlandse volkscultuur. Toch kunnen er plaatsen zijn waar het afsteken van consumentenvuurwerk te allen tijde onwenselijk kan worden geacht (bijvoorbeeld bij ziekenhuizen, bejaardentehuizen, huizen met rieten daken, dierenasiels en in winkelstraten). Voor een gedeeltelijk vuurwerkverbod staat een bepaling in de model-APV van de VNG. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft de bevoegdheid hiertoe bevestigd en kaders gegeven voor de invoering daarvan (ABRvS 1412-2016, ECLI:NL:RVS:2016:3342). Bevoegdheid tot geheel vuurwerkverbod Met een voorgenomen wijziging van het Vuurwerkbesluit wil de staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat buiten twijfel stellen dat de autonome verordenende bevoegdheid die de raad heeft op grond van artikel 149 van de Gemeentewet, naast een gedeeltelijk vuurwerkverbod, eveneens kan worden aangewend voor een geheel vuurwerkverbod binnen de gemeente.
Hiermee wordt het Vuurwerkbesluit niet doorkruist. Europees recht Uit overleg met het ministerie van EZK en Europa Decentraal komt naar voren dat een geheel of gedeeltelijk verbod op het afsteken van consumentenvuurwerk in een gemeente buiten het toepassingsbereik van de Dienstenrichtlijn (2006/123/EG) valt. De norm richt zich tot de consument en is geen eis of vergunningstelsel in de zin van de Dienstenrichtlijn. Gemeenten die een geheel of gedeeltelijk verbod op het afsteken van consumentenvuurwerk willen invoeren, hoeven dit niet te notificeren in het kader van de Dienstenrichtlijn. Een geheel of gedeeltelijk verbod om consumentenvuurwerk af te steken, kan een drukkend effect hebben op de handel in consumentenvuurwerk. Het is in dat geval een kwantitatief invoerverbod of maatregel van gelijke werking die onder het vrij verkeer van goederen moet worden beoordeeld. De gemeente zal dan in het licht van de richtlijn voor pyrotechnische artikelen (2013/29/EU) moeten ingaan op de geschiktheid en proportionaliteit van de verboden en onderbouwen waarom die nodig zijn omwille van de openbare orde, veiligheid, gezondheid of milieubescherming. Naarmate steeds meer gemeenten een geheel of gedeeltelijk verbod invoeren om consumentenvuurwerk af te steken, kan er op termijn feitelijk sprake zijn van een nationaal verbod op consumentenvuurwerk.
In dat geval komt de notificatieverplichting onder richtlijn 1535/2015 (technische voorschriften goederen) in beeld en/of een schending van artikel 4(1) van de richtlijn voor pyrotechnische artikelen (2013/29/EU). Het is dan echter aan de rijksoverheid om dit te monitoren en na te gaan wanneer een notificatie nodig is.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
3/4
Voorbeeldbepaling We geven een voorbeeldbepaling voor een geheel verbod om consumentenvuurwerk binnen de gemeente tot ontbranding te brengen, met inbegrip van de mogelijkheid om het college toch enkele plaatsen binnen de gemeente van dit verbod uit te laten zonderen. Daarmee wordt de huidige bepaling in de model-APV in feite “omgedraaid”: van een “ja, tenzij” regeling naar een “nee, tenzij” regeling. Nogmaals geven wij met nadruk aan dat het hier gaat om een voorbeeldbepaling: in 2020 besluiten wij in samenspraak met gemeenten of deze bepaling al dan niet wordt overgenomen in de modelAPV van de VNG. Zoals hierboven reeds aangegeven adviseren wij voor 2019 nog geen algeheel vuurwerkverbod in te voeren. Indien een dergelijk algeheel vuurwerkverbod in uw gemeente toch wenselijk wordt geacht dient u een wettelijke grondslag in de APV te verankeren. In de bijlage staat een modelraadsbesluit tot wijziging van de Algemene plaatselijke verordening. Artikel 2:73 Gebruik van consumentenvuurwerk tijdens de jaarwisseling 1. Het is verboden om consumentenvuurwerk tot ontbranding te brengen. [[2.] Het verbod is niet van toepassing op door het college aangewezen plaatsen.] [3.] Het verbod is [voorts] niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1˚, van het Wetboek van Strafrecht.
Artikelsgewijze toelichting Met het eerste lid voert de raad een geheel verbod binnen de gemeente in om consumentenvuurwerk tot ontbranding te brengen. Het tweede lid biedt de mogelijkheid om het college plaatsen te laten aanwijzen waar consumentenvuurwerk bij uitsluiting tot ontbranding mag worden gebracht. Het derde lid geeft voorrang aan een strafrechtelijke sanctie in de situatie waarin iemand een vuurwerk op zo korte afstand van gebouwen of goederen ontsteekt, dat daardoor brandgevaar kan ontstaan. Met vriendelijke groet, Vereniging van Nederlandse Gemeenten
J. Kriens Algemeen directeur
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
4/4
Bijlage
Model Raadsbesluit wijziging Algemene plaatselijke verordening Besluit van de raad van de gemeente [naam gemeente] tot wijziging van de Algemene plaatselijke verordening [naam gemeente en eventueel jaartal] (Algemene plaatselijke verordening [naam gemeente en eventueel jaartal]) De raad van de gemeente [naam gemeente]; gelezen het voorstel van college van burgemeester en wethouders van [datum en nummer]; gelet op artikel 149 van de Gemeentewet; gezien het advies van de [naam commissie]; overwegende dat het wenselijk is tijdens de jaarwisseling te verbieden om consumentenvuurwerk tot ontbranding te brengen [EN] alleen op bepaalde plaatsen toe te (laten) staan dat consumentenvuurwerk tot ontbranding wordt gebracht. besluit: Artikel I De [citeertitel Verordening Algemene plaatselijke verordening] wordt als volgt gewijzigd: [A.] Artikel 2:73 komt te luiden:
Artikel 2:73 Verbod consumentenvuurwerk tijdens de jaarwisseling 1. Het is verboden om consumentenvuurwerk tot ontbranding te brengen. [[2.] Het verbod is niet van toepassing op door het college aangewezen plaatsen.] [3.] Het verbod is [voorts] niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1˚, van het Wetboek van Strafrecht.
[B. In artikel 6:1, eerste lid, worden de onderdelen [… (bijvoorbeeld e)] tot en met [… (bijvoorbeeld q)] geletterd [… (bijvoorbeeld f)] tot en met [… (bijvoorbeeld r)] en wordt een nieuw onderdeel [… (bijvoorbeeld e)] ingevoegd, luidende: [… (bijvoorbeeld e)]. artikel 2:73;] Artikel II Dit besluit treedt in werking op [datum]. Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van [datum]. De voorzitter, De griffier,