Vragen vragenhalfuurtje PvdA-PR-GL - Proces Kruising Achterbergsetraatweg-N233
Tekst van het document
Vertrouwen in participatie •
•
•
• •
Eind 2024 is een amendement aangenomen door de raad, waarmee een pas op de plaats wordt gemaakt met het verbreden van het kruispunt van de Achterbergsestraatweg en de N233. Er zou een participatietraject komen, dat niet zou worden ingekaderd door een voorkeursvariant. Medio 2025 is door de portefeuillehouder een subsidieaanvraag gedaan om middelen achter de hand te hebben, mocht de variant die uit de participatie komt duurder uitvallen. In 2025 is het participatietraject gestart. Inwoners klagen echter over het gebrek aan transparantie in dit proces, over wie mogen participeren en wie niet, hoe die selectie plaatsvindt, waar de participatie eigenlijk over gaat, etc. Begin januari heeft de portefeuillehouder vragen beantwoord die schriftelijk zijn gesteld door PvdA en Progressief Rhenen/GroenLinks Participatie is een belangrijk instrument om onze inwoners te betrekken en er staat nog een aantal belangrijke participatietrajecten op stapel.
1. Onderkent de portefeuillehouder, hoewel dit participatieproces wordt georganiseerd door de provincie, dat het om grondgebied en inwoners van Rhenen gaat, waardoor inwoners het al dan niet slagen van dit traject direct in verband brengen met de gemeente, ook met de kwaliteit van toekomstige participatietrajecten? 2. Met dat in het achterhoofd: a. welke stappen zijn tot nu toe ondernomen om dit participatieproces ten goede te beïnvloeden? b. kan de portefeuillehouder er bij de provincie op aandringen dat alle geïnteresseerden mee kunnen praten in deze participatieronde? c. vindt de portefeuillehouder dat het participatieproces nu goed verloopt en is hij gerust op een goede uitkomst? d. Zo nee: welke stappen worden nog ondernomen om in dit participatieproces in plaats van een adviesrol, de gedeelde regie te pakken en echt samen te werken met de provincie in dit proces? e. Welke lessen worden meegenomen naar toekomstige participatietrajecten? 3. De portefeuillehouder heeft, voorafgaand aan het aanvragen van de bovengenoemde subsidie, steeds aangegeven dat het gaat om middelen die achter de hand worden gehouden, en pas na de uitkomst van het participatietraject wordt bekeken of deze daadwerkelijk nodig zijn en zo ja, waarvoor. Ook in de schriftelijke beantwoording van de vragen wordt dit onderkend.
Toch doet de portefeuillehouder in de media uitspraken alsof de middelen al bestemd zijn en die suggereren dat de gemeente al een voorkeursvariant heeft.
a. onderkent de portefeuillehouder dat deze uitspraken verwarrend kunnen werken voor de deelnemers aan het participatieproces en het vertrouwen in de uitkomst van dit proces schaden? b. kan de portefeuillehouder duidelijkheid geven over het doel van de subsidie in relatie tot het participatieproces en de zorgen van de deelnemers in het participatieproces wegnemen?