CConstaterende datRhenen
Koppel je AI →
Document · PDF

UT034000002 Definitieve beschikking Wbb 9-3-2021

Raadsvergadering 31 mei 2022, gemeente RhenenBij agendapunt: Technische vragen Gewijzigd vaststellen bestemmingsplan Franseweg 953.548 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Archimedeslaan 6 Postbus 85242 3508 AE Utrecht

Land en Opstallen B.V. T.a.v. de heer P. van Dronkelaar Korte Holk 1 1 3861 MJ NIJKERK

Datum Zaakkenmerk Briefnummer Uw nummer Onderwerp

9 maart 2021 Z-BHZVER-2020-4688 Z/20/690014-851337 Definitieve beschikking Wbb ernst, spoed en saneringsplan Franseweg 95 te Elst; UT034000002

Contactpersoon Telefoonnummer E-mailadres Aantal bijlage(n) Pagina

Bodemloket 030-7023300 bodemloket@rudutrecht.nl 1 1 van 8

Geachte heer Van Dronkelaar, Inleiding Op 25 november 2020 ontvingen wij van EnviroPlan Nederland B.V. namens u een melding in verband met een bodemverontreiniging op de locatie Franseweg 95 in Elst, gemeente Rhenen (UT034000002). De locatie is kadastraal bekend als: gemeente Rhenen, sectie H, percelen 3257, 3859, 3860, 4906, 6162 en 7243. Bij de melding zijn twee bodemonderzoeksrapporten en een saneringsplan gevoegd. Op 16 december 2020 ontvingen wij als aanvullende gegevens het evaluatierapport (23 juni 1997) van een uitgevoerde deelsanering op de locatie. Op 7 januari 2021 ontvingen wij nog verdere aanvullende gegevens over de melding. Op de locatie zullen 11 rijwoningen (met tuin) en 1 vrijstaande woning (met tuin) worden gebouwd. Ter plaatse van de kadastrale percelen 6162 en 7243 zal een parkeerterrein worden aangelegd. Historie van de locatie Op 4 juli 2000 hebben wij bij beschikking (kenmerk: 00/930513 MBE) vastgesteld dat: • Ter plaatse van de kadastrale percelen 3257, 3859 en 3860 sprake is van een geval van ernstige verontreiniging als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de Wet bodembescherming. • Met toepassing van artikel 37, er geen sprake is van urgentie om dit geval van ernstige bodemverontreiniging te saneren.

• In de periode 1992 tot 1995 zijn op de locatie, in overleg met de provincie Utrecht, een aantal deelsaneringen uitgevoerd ten behoeve van de renovatie van de aanwezige gebouwen. Middels deze beschikking is de status van het geval van bodemverontreiniging vastgesteld op basis van de verontreinigingssituatie zoals geconstateerd vóór de uitvoering van de deelsaneringen. • De locatie is tot 1991 in gebruik geweest als bedrijfsterrein van het galvanisch bedrijf Duke en Roks. Het bedrijf is in de jaren ‘40 gestart als slijperij. In de loop der jaren is het bedrijf uitgebreid en is overgeschakeld naar een galvanisch bedrijf. De verontreinigingen in de grond en in het grondwater zijn ontstaan door het weglekken van procesvloeistoffen via voegen en scheuren in de vloeren alsmede via lekkages in de bedrijfsriolering en rioolputten. Daarnaast is er via een bezinkput rechtstreeks in de bodem geloosd. • De grond buiten de genoemde perceelsgrenzen is niet verontreinigd en het grondwater buiten de perceelsgrenzen is slechts licht verontreinigd.

De Regionale Uitvoeringsdienst (RUD) Utrecht verleent vergunningen en handhaaft wetten en regels op het gebied van milieu, natuur, bodem, landschap en water. De RUD werkt voor de provincie Utrecht en 11 gemeenten.

•

Tijdens herbemonsteringen van het grondwater in 1996 en 1999 is aangetoond dat geen tot slechts een lichte verspreiding van de verontreinigingen in het grondwater is opgetreden. In 1996 zijn de gehalten aan cadmium, koper, nikkel en zink sterk verhoogd. In 1999 zijn alleen plaatselijk de gehalten aan chroom en nikkel nog sterk verhoogd. Het grondwaterniveau bevond zich in 1999 tussen 7,0 en 8,3 m-mv.

Uitgevoerde deelsaneringen (1992-1995)

Ter plaatse van de bedrijfsgebouwen zijn in de periode 1992-1995 enkele deelsaneringen uitgevoerd (zie bij de paragraaf kadastrale informatie voor de locatie hiervan). Dit betreft de terreindelen (groot gedeelte van het bedrijfsterrein) die het langst in gebruik zijn geweest voor het galvaniseren. Binnen deze delen bevond zich ook een bezinkput waarop het procesafvalwater werd geloosd. De sterk verontreinigde grond (koper, nikkel, zink en cyanide) is ontgraven (plaatselijk tot circa 4,2 m-mv.) en afgevoerd. Plaatselijk zijn in de ondergrond (1,3 à 1,5 mmv.) kleine restverontreinigingen met nikkel, zink en cyanide achtergebleven.

Huidige verontreinigingssituatie

In principe zijn de bronlocaties (de voormalige nikkel-/chroomafdeling en een voormalige bezinkput), van waaruit de grondwaterverontreiniging is ontstaan, reeds gesaneerd tijdens de uitgevoerde deelsaneringen. De restconcentraties in de grond zijn lager dan de interventiewaarden, met uitzondering van een paar (zeer) kleine spots die vanwege de bebouwingssituatie niet verder konden worden ontgraven. Aangezien de verontreinigingsbronnen zijn verwijderd, er is vastgesteld dat er geen verspreiding in het grondwater optreedt, er nog slechts plaatselijk sprake is van een sterke verontreiniging in het grondwater (afname in gehalten) en gezien de diepe grondwaterstand wordt een stabiele situatie in het grondwater verondersteld. De verontreinigingssituatie van het grondwater is niet veranderd ten opzichte van de beschikking van 4 juli 2000. In 2019 en 2020 zijn op de locatie actualisatie bodemonderzoeken (grond) uitgevoerd. Beschikking Op basis van de ingediende gegevens besluiten wij het volgende: Het bij beschikking van 4 juli 2000 (kenmerk: 00/930513 MBE) vastgestelde geval van ernstige verontreiniging als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de Wet bodembescherming (Wbb) wordt hierbij uitgebreid met het kadastrale perceel 4906. Het eerder genomen besluit dat geen sprake is van urgentie om dit geval van ernstige bodemverontreiniging te saneren, blijft ongewijzigd.

Het saneringsplan voldoet aan de eisen die bij of krachtens de artikelen 38 en 39 van de Wet bodembescherming zijn gesteld. Wij stemmen daarom op grond van artikel 39 lid 2 Wet bodembescherming in met het saneringsplan en wij verbinden hieraan de volgende voorschriften: In het bodemonderzoek is ter plaatse van de terreindelen C (noordelijke deel bebouwing) en G (open terrein) (weinig) puin aangetroffen. Na sloop van de vloeren dient eerst een verkennend asbestonderzoek volgens NEN 5707 te worden uitgevoerd. De resultaten van dit onderzoek dienen door de RUD Utrecht te worden beoordeeld. In overleg met de RUD Utrecht kan dan vervolgens worden gestart met de sanering op deze terreindelen. In de bijlage bij deze beschikking zijn de algemene voorschriften opgesomd die wij aan onze instemming verbinden. Procedure Wij hebben voor deze beschikking de uniforme openbare voorbereidingsprocedure van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht gevolgd. De ontwerpbeschikking en de bijbehorende onderzoeksrapporten/documenten hebben zes weken ter inzage gelegen. De terinzagelegging hebben wij kenbaar gemaakt op www.officielebekenmakingen.nl. Belanghebbenden konden gedurende deze periode hun zienswijze over de ontwerpbeschikking naar voren brengen. Er zijn geen schriftelijke of mondelinge zienswijzen ingebracht.

2

Z-BHZVER-2020-4688-851337

Rapporten De volgende rapporten/documenten liggen ten grondslag aan deze beschikking: ▪ Verkennend bodemonderzoek (NEN 5740) Franseweg 99, Elst (U); EnviroPlan Nederland B.V.; kenmerk: 20195482/R01, 4 oktober 2019; ▪ Verkennend bodemonderzoek (NEN 5740) Franseweg 95, Elst (U); EnviroPlan Nederland B.V.; kenmerk: 20185345/R01/V02, 19 november 2020; ▪ Saneringsplan bodemverontreiniging Franseweg 95 te Elst (Utrecht); EnviroPlan Nederland B.V.; kenmerk: 20185345/R02/V02, 25 november 2020; ▪ Bodemonderzoek en bodemsanering Franseweg 95 te Elst (Utrecht); EnviroPlan; kenmerk: P-1005-01, 23 juni 1997 (aanvullende gegevens 16 december 2020); ▪ Aanvullende gegevens Franseweg 95 te Elst (Utrecht); EnviroPlan Nederland B.V.; kenmerk: 20185345/B01/GPe, 7 januari 2021. Actualisatie bodemonderzoeken (4 oktober 2019 en 19 november 2020) Verkennend bodemonderzoek Franseweg 95 (19 november 2020): kadastrale percelen 3257, 3859, 3860 en

4906 (geval van ernstige bodemverontreiniging) De in het verleden gesaneerde terreindelen (circa 400 m2) zijn niet meer onderzocht. Dit is gebeurd omdat de activiteiten die na de saneringen hebben plaatsgevonden niet als verdacht worden beschouwd en de desbetreffende terreindelen zijn voorzien van een verharding van beton of betonplaten. Ter plaatse van de uitgevoerde saneringen is schoon zand aangebracht. Verspreid over het grootste deel van de onderzochte terreindelen (B t/m G), zijnde de al eerder beschikte percelen 3257, 3859 en 3860 en perceel 4906, zijn in de grond (met name in de laag van 0,0-1,0 m-mv. en plaatselijk tot circa 1,6 m-mv.) sterk verhoogde gehalten aan zware metalen en cyanide (koper, nikkel en zink en eenmalig voor cadmium, chroom en cyanide) aangetroffen. Ter plaatse van de terreindelen A (parkeerterrein en toegangsweg) en H (zuidelijkste deel locatie) is de grond maximaal licht verontreinigd. Ter plaatse van een voormalig tri-bad (gebouw C) is geen verontreiniging met vluchtige gechloreerde koolwaterstoffen aangetroffen. In het onderzoek is er niet naar gestreefd de grondverontreinigingen verticaal af te perken omdat dit met het oog op de voorziene aanpak van de sanering (realiseren leeflaag) niet van direct belang is. Wel kan uit de meetresultaten van de XRF-meter worden opgemaakt dat op een diepte van circa 2 m-mv.

geen sterk verhoogde gehalten aan metalen meer voorkomen. Er wordt geschat dat in de bovenste meter op de onderzoekslocatie circa 470 m3 sterk verontreinigde grond voorkomt (zware metalen en/of cyanide). De aangetoonde sterke verontreinigingen in de grond komen voor binnen de interventiewaardecontour bij de beschikking van 4 juli 2000. Locatie E, gelegen op perceel 4906, is ook sterk verontreinigd (bovengrond is sterk verontreinigd met nikkel en ondergrond is sterk verontreinigd met koper). De verontreinigingscontour blijft derhalve grotendeels hetzelfde, maar wordt uitgebreid met perceel 4906. -

Verkennend bodemonderzoek Franseweg 99 (4 oktober 2019): kadastrale percelen 6162 en 7243, gelegen ten westen van de overige percelen (geval van ernstige bodemverontreiniging) en toekomstig parkeerterrein Deze twee percelen hebben geen deel uitgemaakt van het voormalige bedrijfsterrein. De bovengrond is (zeer) licht verontreinigd met lood en PCB. Aan de zijde van de locatie Franseweg 95 is de bovengrond matig verontreinigd met zink en licht verontreinigd met zware metalen, PCB, PAK en cyanide (in geringe mate afspoeling van verontreiniging afkomstig van het voormalige bedrijfsterrein Franseweg 95). Het bodemvolume met licht tot matig verontreinigde grond bedraagt circa 50 m3. In de ondergrond op de locatie zijn geen verontreinigingen aangetoond.

Bodemverontreiniging Op 4 juli 2000 hebben wij per beschikking (kenmerk: 00/930513 MBE) vastgesteld dat ter plaatse van de kadastrale percelen 3257, 3859 en 3860 sprake is van een geval van ernstige verontreiniging met chroom, nikkel en zink in de grond en in het grondwater.

3

Z-BHZVER-2020-4688-851337

Van een geval van verontreiniging is sprake als de verontreiniging van de bodem betrekking heeft op grondgebieden die vanwege die verontreiniging, de oorzaak of de gevolgen daarvan in technische, organisatorische en ruimtelijke zin met elkaar samenhangen (zie artikel 1 van de Wet bodembescherming). Van een geval van ernstige bodemverontreiniging is sprake indien in minimaal 25 m3 bodemvolume in het geval van grondverontreiniging of in 100 m3 bodemvolume in het geval van grondwaterverontreiniging, voor tenminste één stof de gemiddelde gemeten concentratie hoger is dan de interventiewaarde (zie Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013, Staatscourant 2013 nr. 16675). Uit de destijds gebruikte bodemonderzoeksrapporten voor de beschikking van 4 juli 2000 blijkt dat in de grond en in het grondwater van de genoemde kadastrale percelen 3257, 3859 en 3860 verontreinigende stoffen (chroom, nikkel en zink) zijn aangetroffen in gemiddelde concentraties die hoger zijn dan de vastgestelde interventiewaarden. Op basis van het uitgevoerde actualisatie bodemonderzoek (19 november 2020) is ook op perceel 4906 sprake van verontreinigende stoffen die zijn aangetroffen in gemiddelde concentraties die hoger zijn dan de vastgestelde interventiewaarden (sterke verontreinigingen met nikkel en koper in de grond).

De aangetroffen verontreinigingen in zowel de grond als het grondwater hangen in technische, organisatorische en ruimtelijke zin met elkaar samen. Omdat de gemiddelde concentratie gemeten in grond en in het grondwater van de stoffen chroom, nikkel en zink in minimaal 25 m3 en gemeten in grondwater in minimaal 100 m3 hoger is dan de interventiewaarde voor deze stoffen is er sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging ter plaatse van de kadastrale percelen 3257, 3859, 3860 en 4906. Risicobeoordeling

Risicobeoordeling 4 juli 2000 (bedrijfsterrein) Voor de risicobeoordeling is in 2000 de systematiek, op basis waarvan tot de beslissing urgent/niet-urgent wordt gekomen, toegepast. Deze staat beschreven in de circulaire Saneringsregeling Wet bodembescherming: beoordeling en afstemming van 19 december 1997. Hierbij is het volgende vastgesteld voor het gebruik als bedrijfsterrein. Er zijn geen actuele milieuhygiënische risico’s aanwezig en er is geen sprake van urgentie om het geval van verontreiniging te saneren.

Actuele risicobeoordeling toekomstig gebruik (wonen) De Circulaire bodemsanering (per 1 juli 2013, Staatscourant 2013 nr. 16675) geeft aan hoe het risico van bodemverontreiniging moet worden bepaald. Levert de aangetroffen sterke verontreiniging onaanvaardbare risico’s op voor mens, plant of dier of van verspreiding? Daarbij wordt zowel naar het huidige als naar het toekomstige gebruik van de locatie gekeken. Uit de uitgevoerde standaard risicobeoordeling1 blijkt dat de aangetroffen verontreiniging geen onaanvaardbare risico’s voor mens, plant of dier of van verspreiding met zich meebrengt voor de toekomstige gebruiksfunctie wonen. Omdat er geen sprake is van een onaanvaardbaar risico stellen wij geen termijn vast waarop gestart moet worden met de sanering. Saneringsdoelstelling

Algemeen Volgens de Wet bodembescherming moet de sanering ▪ de verontreinigde bodem in ieder geval geschikt maken voor het na sanering beoogde gebruik; ▪ het risico voor mens, plant of dier of van verspreiding van de verontreiniging zoveel mogelijk beperken; ▪ tot zo min mogelijk nazorg en gebruiksbeperkingen leiden.

1 De actuele risicobeoordeling is opgenomen in de aanvullende gegevens van 7 januari 2021.

4

Z-BHZVER-2020-4688-851337

Hieronder gaan wij kort op elk punt in.

Geschikt maken voor het beoogde gebruik ▪ ▪

▪

Ter plaatse van de kadastrale percelen 3257, 3859, 3860 en 4906 wordt (sterk verontreinigde) grond ontgraven (tot maximaal circa 1,3 m-mv.). Er wordt een leeflaag van 1,0 meter aangelegd. De leeflaag dient minimaal van bodemkwaliteitsklasse Wonen te zijn. Op de laagscheiding tussen leeflaag en (verontreinigde) ondergrond dient een signaleringslaag aanwezig te zijn. Afhankelijk van de bouwmethode (woningen met of zonder kruipruimte) zal ter plaatse van de woningen zelf een geringere leeflaagdikte worden aangebracht. In de eventuele kruipruimte zal 40 cm grond van (minimaal) bodemkwaliteitsklasse Wonen aanwezig zijn. Voor de percelen 6162 en 7243 (toekomstig parkeerterrein): Omdat de (lichte-matige) verontreiniging op het oostelijke deel van deze percelen zich uitsluitend in de bovengrond bevindt (boven maximale waarde Wonen) zal deze verontreiniging ontgraven worden.

Na sanering is de bodem ter plaatse van de kadastrale percelen 3257, 3859, 3860 en 4906 geschikt voor het toekomstige gebruik voor de functie “wonen met tuin".

Risico na sanering In de huidige situatie en na de sanering is geen sprake van risico’s voor mens, plant, dier of van verspreiding.

Nazorg en gebruiksbeperkingen ▪ ▪ ▪

Een verbod op diepwortelende beplanting Een verbod op het oppompen van grondwater Geen graafwerkzaamheden dieper dan de leeflaag

Kadastrale informatie De locatie waarop deze beschikking betrekking heeft, is aangegeven op de onderstaande kadastrale kaarten (sterke verontreinigingen in de grond en uitgevoerde deelsaneringen).

5

Z-BHZVER-2020-4688-851337

Sterk verontreinigde grond (perceelsgedeelten), Interventiewaardecontour

6

Z-BHZVER-2020-4688-851337

Deelsaneringen 1992-1995

7

Z-BHZVER-2020-4688-851337

Op grond van artikel 55 van de Wet bodembescherming sturen wij een afschrift van de beschikking aan het Kadaster. Het besluit wordt dan ingeschreven in het Kadaster op basis van de interventiewaardecontour2 van de verontreiniging in de grond. Deze is op de kadastrale kaart gearceerd weergegeven. De te registreren kadastrale percelen zijn:

Kadastrale gemeente

Sectie

Nummer

Oppervlakte (m2)

Rhenen Rhenen Rhenen Rhenen

H H H H

3257 3859 3860 4906

94 1.205 871 261

Bij de beschikking van 4 juli 2000 (kenmerk: 00/930513 MBE) is de interventiewaardecontour van de verontreiniging in de grond ter plaatse van de kadastrale percelen 3257, 3859 en 3860 per abuis niet bij het Kadaster geregistreerd. Middels onderhavige beschikking gebeurt dit alsnog. Wij zullen ons definitieve besluit publiceren op de website van de overheid www.officielebekendmakingen.nl . Beroep Belanghebbenden kunnen binnen zes weken na de bekendmaking tegen dit besluit beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Postbus 20019, 2500 EA, Den Haag. Daarvoor is een griffierecht verschuldigd (zie www.rechtspraak.nl voor de hoogte van het griffierecht). Indien beroep is ingesteld, kan ook om een verzoek om een voorlopige voorziening worden gevraagd als er tijdelijke maatregelen nodig zijn waarmee niet tot de uitspraak op het beroepschrift kan worden gewacht. Het verzoek moet worden gedaan bij de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Daarbij is hetzelfde griffierecht opnieuw verschuldigd. Meer informatie U kunt, onder vermelding van de code UT034000002, meer informatie vragen bij het Bodemloket van de RUD Utrecht, cluster Bodem Vergunningverlening, bereikbaar via het telefoonnummer of het e-mailadres dat in de kop van deze brief op bladzijde 1 is vermeld.

Met vriendelijke groet, Gedeputeerde Staten van Utrecht, namens hen,

drs. A.R. (André) van Nieuwpoort Strategisch manager/teamleider RUD Utrecht

2 Dat is het sterk verontreinigde deel van de grond.

8

Z-BHZVER-2020-4688-851337

Bijlage Voorschriften voor instemming met het saneringsplan Termijn voor uitvoering van de sanering Als er niet met spoed gesaneerd hoeft te worden, omdat de bodemverontreiniging geen risico’s met zich meebrengt voor mens, dier, plant of van verspreiding en de sanering meer dan vijf jaar na afgifte van deze beschikking zal starten, moet ruim voor de start een geactualiseerd saneringsplan bij ons worden ingediend, met recent bodemonderzoek. Pas als wij met dit geactualiseerde saneringsplan hebben ingestemd, kan de sanering starten. Saneringsuitvoering De sanering wordt uitgevoerd overeenkomstig: ▪ de Beoordelingsrichtlijn uitvoering bodemsanering: BRL SIKB 7000 van de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer (SIKB); ▪ het SIKB protocol 7001: Uitvoering van landbodemsanering met conventionele methoden; ▪ het SIKB protocol 7002: Uitvoering van landbodemsanering met in-situ methoden. Milieukundige begeleiding De werkzaamheden worden milieukundig begeleid.

De milieukundige begeleiding wordt uitgevoerd overeenkomstig: ▪ de beoordelingsrichtlijn milieukundige begeleiding: BRL SIKB 6000 van de SIKB; ▪ het VKB-protocol 6001: Milieukundige begeleiding en evaluatie landbodemsanering met conventionele methoden van de SIKB; ▪ het VKB-protocol 6002: Milieukundige begeleiding en evaluatie landbodemsanering met in situ methoden; Erkenning De onderzoeken, de uitvoering van de sanering en de milieukundige begeleiding moeten worden uitgevoerd door een persoon of instelling die op grond van het Besluit bodemkwaliteit beschikt over een door het Agentschap NL afgegeven erkenning voor het uitvoeren van de betrokken werkzaamheden. Melding start sanering Degene die de bodem saneert, of degene die de sanering feitelijk uitvoert, meldt ons de feitelijke start van de sanering uiterlijk vijf werkdagen voor de start en levert daarbij de volgende gegevens aan: ▪ geplande einddatum van de sanering; ▪ de naam van de aannemer die de saneringswerkzaamheden gaat uitvoeren; ▪ de naam van het bureau en de persoon die de saneringswerkzaamheden milieukundig begeleiden; ▪ de naam van de beoogd grondverwerker of grondbewerker. Als de sanering niet start op de gemelde startdatum, moet de melder ons dit direct melden en de nieuwe startdatum zo snel mogelijk doorgeven, uiterlijk vijf werkdagen voor de feitelijke start.

Melding van wijziging van de saneringswerkzaamheden en onvoorziene omstandigheden Als u vooraf of tijdens de werkzaamheden wilt of moet afwijken van het saneringsplan, dan dient u ons hiervan direct op de hoogte te stellen. Daarnaast moet u met ons overleggen bij onvoorziene omstandigheden tijdens de uitvoering van de sanering. Melding van bereiken einddiepte Als bij de sanering ontgraving van verontreinigde grond plaatsvindt, meldt degene die de sanering feitelijk uitvoert ons het verwachte tijdstip waarop over het hele gebied van de ontgraving de einddiepte bereikt zal worden. Deze

9

Z-BHZVER-2020-4688-851337

melding wordt gedaan zodra de melder een redelijk vermoeden heeft van dat tijdstip maar uiterlijk één werkdag voorafgaande aan het bereiken van dat punt en voordat gestart wordt met aanvullen van de ontgraving. Bij ontgraving en aanvulling in gedeeltes, geldt de verplichting tot melding per gedeelte. Melding einde sanering Degene die de sanering feitelijk uitvoert meldt ons het einde van de sanering binnen twee weken na beëindiging. Bij een gefaseerde sanering wordt het einde van iedere afzonderlijke fase gemeld. Wijze van melden Het melden van de start van de sanering, het wijzigen van de startdatum, het bereiken van de einddiepte, het melden van het einde van de sanering en het melden van wijzigingen en onvoorziene omstandigheden gebeurt op een van de volgende manieren: ▪ per e-mail: handhavingbodem@rudutrecht.nl; of: ▪ schriftelijk: RUD Utrecht, team Vergunningverlening Bodem en Water, Postbus 85242, 3508 AE Utrecht. De melder maakt daarbij gebruik van de standaardformulieren, te vinden op onze website: https://www.;rudutrecht.nl Opslag en aan- en afvoer van grond Bij sanering van verontreinigde grond met vluchtige componenten is gebruik van tijdelijke depots niet toegestaan.

Bij bodemverontreiniging met immobiele verontreinigingen gelden voor de tijdelijke opslag van verontreinigde grond op de saneringslocatie minimaal de volgende eisen: ▪ Het is niet toegestaan een depot voor de opslag van bij de sanering vrijkomend materiaal in werking te hebben na het beëindigen van de grondsanering. ▪ Het is niet toegestaan partijen verontreinigde grond van verschillende kwaliteit en samenstelling te mengen. ▪ Partijen verontreinigde grond moeten naar aard, samenstelling en verontreiniging in te onderscheiden deelpartijen worden opgeslagen. Tussen deze deelpartijen moet een afstand van ten minste één meter worden aangehouden of een fysieke scheidingswand worden aangebracht. ▪ Vrijgekomen asbesthoudende grond en bodemmateriaal dient uiterlijk vier werkweken na het vrijkomen afgevoerd te worden naar een erkende verwerker (conform BRL 7500). ▪ De sanering kan pas als afgerond worden beschouwd, als alle ontgraven sterk verontreinigde grond is afgevoerd naar een BRL 7500 erkend eindverwerker. Evaluatieverslag De milieukundig toezichthouder stelt, in uw opdracht, na afloop van de sanering een evaluatieverslag op, zoals bedoeld in artikel 39c van de Wet bodembescherming.

Bij afronding van elke verschillende fase van de bodemsanering dient binnen drie maanden een tussenevaluatie te worden opgesteld en te worden toegezonden aan RUD Utrecht, team handhaving Bodem en Water, Postbus 85242, 3508 AE Utrecht. Wanneer de gehele bodemsanering kan worden afgerond, dient uiterlijk binnen drie maanden na de melding einde sanering een evaluatieverslag in drievoud aan ons toegezonden worden waarin de resultaten van alle fasen zijn meegenomen, zodat deze rapportage als onderdeel van de beschikking op de evaluatie volledig en transparant door belanghebbenden kan worden ingezien. (RUD Utrecht, team Vergunningverlening Bodem en Water, Postbus 85242, 3508 AE Utrecht).

10

Z-BHZVER-2020-4688-851337

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11544162/1