TV RB - Kaders gemeenteraad aanpassing kruising Achterbergsestraatweg N233
Tekst van het document
GEMEENTE RHENEN Technische vragen Onderwerp: Kaders gemeenteraad aanpassing kruising Achterbergsestraatweg N233 Commissie: Ruimte & Economie Datum: 14 februari 2024 Fractie: RB Vragen 1. ‘Spoorkruising blijft gelijkvloers’. Enkele jaren terug gaf ProRail aan van de gelijkvloerse spoorovergangen af te willen. Wanneer is deze opstelling van ProRail gewijzigd: Is dit recentelijk met ProRail besproken? 2. Bestuurlijk voorstel Waarom wordt omgevingsplan door de gemeente Rhenen opgesteld en voorgefinancierd i.p.v. voorlopige verdeling in financieringskosten inschatten en naar ratio financiering voorfinancieren? 3. Bijlage 1 SWOV: citaat: ‘De intensiteiten op de hoofdtakken van het kruispunt (in de richting van het kruispunt) zijn hoog: in de spitsuren gemiddeld ca. 650 motorvoertuigen per uur per tak. De intensiteiten in de spitsuren liggen dicht bij de maximumcapaciteit van het kruispunt. De intensiteiten op de zijtakken zijn aanzienlijk lager met overdag gemiddeld 160 motorvoertuigen per uur per tak.
1 Hoe moet onze fractie deze cijfers interpreteren in het licht van de grote hoeveelheid sluipverkeer door de Zuiderlijke Meentsteeg en Friesesteeg? (Is dit verkeer dat N233 vermijdt meegenomen in capaciteitberekening of niet) 2a Als sluiproute van oneigenlijk verkeer op binnenwegen wordt tegengegaan, gaan we dan over de maximum capaciteit heen? 2b hoeveel en welke weging wordt er aan leefbaarheid Achterbergse bewoners en scholieren gegeven? 2c Wordt er cameratoezicht op de gelijkvloerse kruising toegepast of anderszins extra gehandhaafd ten opzichte van nu?
Antwoorden
4. Citaat: “De Bergweg-West is een 50km/uur-gebiedsontsluitingsweg en dient te zijn voorzien van vrijliggende fietspaden. Het detailontwerp dient rekening te houden met een hogere ontwerpsnelheid voor fietsers dan wat normaal gebruikelijk is voor solitaire (brom)fietspaden, dit vooral heuvelaf richting het kruispunt met de N233”. 1. Wat houdt een hogere ontwerpsnelheid (gemotiveerd/hoeveel hoger) voor fietsers in? 2. welke risico’s kleven hiervoor fietsers en medeweggebruikers aan? 3. Rhenen vergrijsd; in welke mate is er voor kwetsbare weggebruikers sprake van extra risico’s bij het noodzakelijke hogere snelheidsontwerp en op welke wijze (gewone en elektrische fiets?)wordt hiermee rekening gehouden? 5. In vergelijking met pagina 5 is de zinsnede op pagina 7 “Gegeven de uitkomst van de enquête is een toename van het fietsverkeer overigens niet waarschijnlijk en blijft het aantal fietsers ongeveer gelijk, zelfs met een nieuwe ongelijkvloerse brug” onbegrijpelijk omdat op pagina 5 staat scholieren 4-7 jaar nu 2% per fiets oplopend naar 23% volgens enquete en fietsers 8-12jr van nu 43% naar 88% scholieren per fiets wijzigt volgens enquete. Graag onderbouwing hoe pagina 7 stellingname dat aantal fietsers ongeveer gelijk blijft correspondeert met enquête uitslag pagina 5 fietsverkeertoename bij ongelijkvloerse kruising.