Tussentijdse Evaluatie Strategische Agenda 2020-2025 DEF
Tekst van het document
Strategische Agenda 2020-2025
TUSSENTIJDSE EVALUATIE 21 december 2023
INHOUDSOPGAVE 1.
Voorwoord ........................................................................................................................................ 4
2.
Inleiding ............................................................................................................................................ 5
3.
2.1.
Strategische Agenda 2020-2025 ............................................................................................. 5
2.2.
Opzet tussentijdse evaluatie .................................................................................................... 6
Wat hebben we opgehaald? ............................................................................................................ 8 3.1.
Reflectie ................................................................................................................................... 8
3.2.
De Strategische Agenda in zijn Geheel ................................................................................. 10
3.3.
Landbouwtransitie en Vitaal Platteland ................................................................................. 24
3.4.
Voeding voor een Gezond Leven .......................................................................................... 30
3.5.
Energietransitie ...................................................................................................................... 35
3.6.
Human Capital ....................................................................................................................... 40
3.7.
Innovatie, Clustervorming en Circulaire Economie ............................................................... 44
3.8.
Fysieke Randvoorwaarden .................................................................................................... 48
3.9.
Quality of Living ..................................................................................................................... 56
4.
Conclusies ...................................................................................................................................... 61
5.
Expert Opinions .............................................................................................................................. 63
6.
Verantwoording en Bijlagen ........................................................................................................... 65
2 | Tussentijdse Evaluatie Strategische Agenda | 21 december 2023
AFKORTINGEN Wij maken in dit rapport gebruik van de volgende afkortingen:
AB Algemeen Bestuur Regio Foodvalley CSA - Commissie Strategische Agenda EB Economic Board Regio Foodvalley HC - Human Capital HCA - Human Capital Agenda MKB - Midden- en kleinbedrijf RFV - Regio Foodvalley RPLG - Regionaal Perspectief Landelijk Gebied SA Strategische Agenda
3 | Tussentijdse Evaluatie Strategische Agenda | 21 december 2023
1.
VOORWOORD
De Strategische Agenda 2020-2025 is een voortzetting van ons gezamenlijk voornemen om thema’s regionaal en in triple helix verband op te pakken. In de uitvoering laten wij de kracht van de regio zien: een grote hoeveelheid gedreven mensen die bereid is om samen de schouders te zetten onder uitdagende vraagstukken, om zo ook samen stappen vooruit te zetten. Het feit dat we dit vanuit overheid, ondernemers en onderwijs oppakken is iets waar we trots op mogen zijn. Er zijn talloze mensen die hier elk op hun eigen manier een bijdrage aan leveren. We zijn zeer dankbaar voor die inzet. We willen die samenwerking graag voortzetten, met de Strategische Agenda 2026-2030 als richtlijn. Om deze nieuwe agenda goed te kunnen opzetten is eerst een evaluatie uitgevoerd om op te halen hoe de huidige agenda wordt ervaren en waar ruimte is voor verbetering. Het resultaat van deze evaluatie is het rapport dat voor u ligt. De uitkomsten zullen worden meegenomen door de Commissie Strategische Agenda (CSA) die de nieuwe agenda zal opstellen en aan zal bieden aan het Algemeen Bestuur.
Arjen Droog Directeur Regio Foodvalley
4 | Tussentijdse Evaluatie Strategische Agenda | 21 december 2023
2.
INLEIDING
2.1. STRATEGISCHE AGENDA 2020-2025 In de Strategische Agenda Regio Foodvalley 2020-2025 worden de ambities, uitdagingen en kansen voor Regio Foodvalley geschetst. Centraal staat als ambitie: Regio Foodvalley is een topregio op het gebied van landbouw en voeding, ingebed in een omgeving waar het goed wonen, werken en ondernemen is. Vanuit ervaring en kennis, innovatiekracht, betrokkenheid en onderlinge verbinding zetten we gericht in op het duurzaam realiseren van brede welvaart. We zijn trots op onze regio en we zijn een voorbeeld in het combineren en verbinden van economische welvaart, fijne leefomstandigheden, gezondheid, natuurwaarden en het bijdragen aan mondiale voedseloplossingen. De Strategische Agenda vormt het kader voor de programma’s en projecten die we binnen Regio Foodvalley oppakken. Met de Strategische Agenda spreken de triple helix partijen binnen de regio af wat (realiseren gezamenlijke doelen) we met elkaar willen bereiken in Regio Foodvalley en hoe (ambities en inspanningen in lijn brengen en onder de noemer van de Regio Foodvalley uitdragen) we dat willen gaan doen. Voor de gemeenten binnen Regio Foodvalley betekent dit dat de Strategische Agenda richtinggevend is voor de werkprogramma’s.
De afspraken hebben we in gezamenlijkheid gemaakt (onder leiding van een Commissie Strategische Agenda) in 2019 en vanaf 2020 is de Strategische Agenda van kracht en in uitvoering. De wereld heeft sindsdien niet stilgestaan. De ontwikkelingen sinds 2019 hebben invloed op de manier en snelheid waarop wij dagelijks als overheden, onderzoeks- en onderwijsinstellingen en bedrijfsleven in de richting van onze ambitie toe bewegen. Het laat zien dat onze Strategische Agenda niet statisch is. Tegelijkertijd blijft onze visie even relevant als drie jaar geleden: In de strategische agenda zijn 7 thema’s benoemd waar we als regio incl. alle stakeholders aan willen werken. De triple-helix (dus bedrijven, onderwijs en kennisinstellingen en overheden) hebben hier samen een agenda voor gemaakt en deze is ook gedragen door alle drie de kolommen. De invloed van de triple-helix is wel verschillend per thema en dan gaat het vooral om het mandaat dat er voor de overheid is om besluiten te nemen en de rol van bedrijven en onderwijs- en kennisinstellingen. In het onderstaande plaatje wordt dit samengevat.
5 | Tussentijdse Evaluatie Strategische Agenda | 21 december 2023
Voor de zeven thema’s is ook een uitwerking gemaakt met operationele doelen en globale aanpak voor de komende jaren (verdieping van de Strategische Agenda 2020-2025). En deze zijn uitgewerkt in werkprogramma’s. Ook in de periode na 2025 willen wij blijven werken aan onze regio. Hiervoor zullen wij met vertegenwoordigers van alle kolommen in de regio een nieuwe Strategische Agenda opstellen. Het Algemeen Bestuur van Regio Foodvalley heeft op 9 juni 2023 de opdracht gegeven aan de Economic Board om een Commissie Strategische Agenda (CSA) in te stellen. Deze commissie bestaat uit bestuurlijke vertegenwoordigers van de ondernemerskolom, onderwijskolom en overheidskolom en een voorzitter die verantwoordelijk zijn voor de totstandkoming van een nieuwe Strategische Agenda. De leden van de CSA zijn collectief verantwoordelijk voor het ophalen van inhoud en het creëren van draagvlak voor de Strategische Agenda vanuit de drie kolommen. De SA wordt opgeleverd aan de EB en besluitvorming voor de overheden vindt vervolgens plaats via het AB die het ter vaststelling aanbiedt aan de gemeenteraden. In dit schema is nog niet opgenomen dat de SA ook door de ondernemers- en onderwijskolom wordt vastgesteld of op een andere manier commitment wordt gegeven. Dit is wel essentieel en wordt via de EB uitgewerkt.
2.2. OPZET TUSSENTIJDSE EVALUATIE Reflectie op de huidige SA en de voortgang die hierop wordt geboekt, is een belangrijke eerste stap op weg naar een nieuwe SA. De Economic Board heeft opdracht gegeven voor een tussentijdse evaluatie van de Strategische Agenda en heeft gevraagd om hierin met name aandacht te besteden aan een feitelijk weergaven van de stand van zaken van de huidige SA en het vooruit kijken naar de toekomst: Wat zijn de drempels die men tegenkomt bij de uitvoering van de huidige SA? En wat zijn de geleerde lessen en bouwstenen voor een nieuwe Strategische Agenda? Het doel van deze tussentijdse evaluatie is: • •
Feitelijke voortgang SA ophalen; Identificeren van de inhoudelijke successen tot nu toe;
6 | Tussentijdse Evaluatie Strategische Agenda | 21 december 2023
• • •
Identificeren van drempels die voortgang (kunnen) beperken; Ophalen van de geleerde lessen en bouwstenen ten behoeve van de verdere uitvoering van de huidige SA en de toekomstige SA; Constateringen en meningen ophalen bij de stakeholders in de regio.
De tussentijdse evaluatie is uitgevoerd door het regiokantoor van Regio Foodvalley. We wilden graag zoveel mogelijk input van betrokkenen bij de uitvoering van de SA vanuit gemeenten, provincies, bedrijven, onderwijs- en kennisinstellingen, maatschappelijke organisaties en andere partijen ophalen. Daartoe hebben we een online vragenlijst opgesteld over de thema's van de SA, de voortgang en projecten. Ook is een aantal vragen gesteld over samenwerking, plus- en minpunten en inzichten voor de nieuwe SA. De resultaten van deze vragenlijst met input vanuit de programmamanagers is aangevuld met interviews met de portefeuillehouders per thema. De vragenlijst is opgenomen als bijlage van dit rapport. Er zijn drie experts bereid gevonden op dit rapport een reflectie te geven tijdens een symposium op 25 oktober 2023. De drie experts zijn: • • •
Cees-Jan Pen (Lector de Ondernemende Regio Fontys, lid SER Brabant) Nina Tellegen (directeur-bestuurder Amsterdam Economic Board) Arie Slob (bestuurlijk verbinder Regio Zwolle)
Verslaglegging van dit symposium met de reflecties van de experts wordt toegevoegd aan de tussentijdse evaluatie. De commissie strategische agenda gebruikt de tussentijdse evaluatie inclusief de reflectie van de experts als input voor de nieuwe strategische agenda vorm te geven. De tussentijdse evaluatie wordt ook aan de Economic Board en het Algemeen Bestuur verzonden.
7 | Tussentijdse Evaluatie Strategische Agenda | 21 december 2023
3.
WAT HEBBEN WE OPGEHAALD?
3.1. REFLECTIE Tijdens het uitvoeren van de tussentijdse evaluatie zijn ons een aantal dingen opgevallen die wij van belang achten voor toekomstige SA evaluaties en de nieuwe SA.
3.1.1.
Representativiteit
Respons op de enquête is vrijwel geheel uit de overheid gekomen. Hierin speelt mee dat de enquête voornamelijk via overheidskanalen is gedeeld. De enquête is ook uitgezet via triple helix kanalen, onder andere via de Economic Board, die gevraagd is om het te delen met hun achterban, dit was echter vlak voor de zomervakantie. De strategische agenda is qua structuur en programma’s waarschijnlijk ook bekender onder de overheid net als een vraag naar reflectie op voortgang. In het symposium is genoemd dat met name ondernemers anders benaderd moeten worden. Ondernemers doen wel degelijk mee in de regio, maar in de meeste gevallen gaat het om een aantal ‘usual suspects’. Ook via bedrijvenkringen blijft het lastig om ondernemers actief te betrekken bij de SA. Bij individuele project gaat dit makkelijker. Om participatie te stimuleren zou het waardevol zijn om een gevoel van eigenaarschap van de SA te versterken. Dit is een belangrijk aandachtspunt voor de volgende Strategische Agenda. Wat betreft de enquête zou er overwogen moeten worden of één enquête dan voldoende is, of dat er een specifieke enquête (of andere vorm) opgesteld zou moeten worden voor elke kolom. Een lector of bedrijfsdirecteur zal namelijk op een andere manier bijgedragen hebben dan een wethouder of ambtenaar.
3.1.2.
Validiteit
Bij het analyseren van de gegevens werd al snel duidelijk dat er geen statistische conclusies konden worden getrokken op basis van de verzamelde gegevens. Hier zijn meerdere samenhangende redenen voor. • Zoals hiervoor genoemd waren de respondenten bijna allemaal uit de overheidskolom. Hierdoor konden er geen vergelijkingen worden gemaakt tussen de meningen en ervaringen van verschillende groepen. • Sommige enquêtes zijn individueel ingevuld en een aantal is door meer personen (fracties, college van de gemeente Ede, beleidsmedewerkers) ingevuld. Het aantal daadwerkelijke antwoorden ligt dus hoger dan het aantal ingeleverde enquêtes. • De vragen van de enquête zijn ingericht om de SA in de volle breedte te evalueren. Maar omdat er zoveel thema’s, programma’s en projecten onder vallen is het moeilijk om conclusies te trekken op basis van maar 40 reacties. Respondenten konden aangeven bij welk thema/programma ze betrokken waren, maar verreweg de meesten hebben hier twee of meer thema’s/programma’s ingevuld waardoor vergelijking moeilijk wordt. • Daarbij hebben niet alle respondenten een totaaloverzicht van de programma’s die ze evalueerden. Om hier een betere balans in te vinden hebben wij de programmamanagers gevraagd een kort overzicht te geven van de activiteiten en ontwikkelingen binnen hun programma.
Om te voorkomen dat het rapport te lang zou worden zijn deze onderdelen beperkt. Dit is geen volledige programma evaluatie. In dit rapport is ervoor gekozen om op te bouwen rondom de thema’s van de SA. Elk thema in 3.2 t/m 3.8 begint met een feitelijke beschrijving van de stand van zaken van het thema door de programmamanager (paragraaf ‘waar we zijn’). Daarna volgt een samenvatting van de respons uit vragenlijsten en andere reacties (paragraaf ‘input stakeholders’). Let op: dit zijn dus meningen en aanbevelingen van individuen of groepen die al dan niet dichtbij de thema’s staan. Dit wordt aangevuld met interviews met bestuurders rondom de thema’s. Deze vertegenwoordigen de mening van de geïnterviewden op het thema waar zij aan werken. Er is ook een hoofdstuk met algemene opmerkingen die niet direct bij een thema horen maar wel betrekking hebben op de (gehele) SA.
8 | Tussentijdse Evaluatie Strategische Agenda | 21 december 2023
3.1.3.
Monitoring en evaluatie
Bij het symposium werd door verschillende partijen genoemd dat de tussentijdse evaluatie niet de feitelijke voortgang t.o.v. ambities en doelen van de SA bevat. Een groot deel van dit probleem is gelegen in de aard van de ambities en doelen, deze zijn deels niet SMART (specifiek, meetbaar, acceptabel, realistisch, tijdgebonden) geformuleerd en vaak ook niet toegespitst op de rol die het programma speelt (bijvoorbeeld t.o.v. andere overheidslagen). Dit is voor de volgende SA wenselijk, door vooraf kaders vast te stellen voor monitoring en evaluatie, zowel kwantitatief (waar mogelijk) als kwalitatief. Dit is belangrijk voor overzicht, bijsturing en tussentijdse voortgang. Sommige programma’s hebben intern kwantitatieve targets vastgesteld waarop zij monitoren. Recent heeft het programma Human Capital voor hun HC Agenda een monitoring- en evaluatie raamwerk opgezet. Voor de programma’s uit de SA is er een (half)jaarlijkse voortgangsrapportage, maar deze is beperkt. Tijdens het uitvoeren van de tussentijdse evaluatie zijn ons een aantal dingen opgevallen die wij van belang achten voor toekomstige SA evaluaties en de nieuwe SA.
3.1.4.
Representativiteit
Respons op de enquête is bijna alleen maar vanuit de overheid gekomen. Er is een aantal reacties vanuit het onderwijs en geen vanuit het bedrijfsleven. Hierin speelt mee dat de enquête voornamelijk via overheidskanalen is gedeeld, maar hij is ook uitgezet via triple helix kanalen, onder andere via de Economic Board, die gevraagd is om het te delen met hun achterban. Helaas heeft dit niet de gewenste resultaten opgeleverd. En dit is ook terug te zien in de antwoorden. Vooral het werk dat binnen de Gemeenschappelijke Regeling wordt verricht en m.n. de economische en ruimtelijke zaken komen uitgebreid aan bod. Toen het gebrek aan breder respons werd besproken tijdens het symposium noemde Nina Tellegen, één van de experts, dat met name ondernemers anders benaderd moeten worden. Ondernemers doen wel degelijk mee in de regio, maar in de meeste gevallen gaat het om een aantal ‘usual suspects’. Ook via bedrijvenkringen blijft het lastig om ondernemers actief te betrekken bij de SA. Bij individuele project gaat dit makkelijker. Om participatie te stimuleren zou het waardevol zijn om een gevoel van eigenaarschap van de SA te versterken. Hoe dit kan zou overlegd moeten worden in triple helix verband. Dit geldt ook voor de onderwijskolom.
Wat betreft de enquête zou er overwogen moeten worden of één enquête dan voldoende is, of dat er een specifieke enquête (of andere vorm) opgesteld zou moeten worden voor elke kolom. Een lector of bedrijfsdirecteur zal namelijk op een andere manier bijgedragen hebben dan een wethouder of ambtenaar.
9 | Tussentijdse Evaluatie Strategische Agenda | 21 december 2023
3.2. DE STRATEGISCHE AGENDA IN ZIJN GEHEEL 3.2.1.
Input stakeholders
In de vragenlijsten en sessies zijn er ook opmerkingen gemaakt die niet direct bij een thema horen maar wel betrekking hebben op de SA. De uitwerking hiervan is hieronder in dezelfde vorm weergegeven als bij de individuele thema’s. Vaak werken de respondenten niet specifiek aan een of enkele thema’s of staan ze op wat meer afstand (bijvoorbeeld raadsleden).
“
Ik ben zeer positief over Regio Foodvalley, het is een zeer mooie en goede Gemeenschappelijke Regeling met goede samenwerking tussen raden. Onmisbaar voor het goed functioneren van gemeenten in deze regio. Raadslid
”
3.2.1.1. Successen De SA wordt benoemd als richtinggevend en als integrerend voor de verschillende transities die in de regio samenkomen. Ook is de SA een kapstok die aangeeft waarom we dingen doen en wie er stakeholder zijn. En als kapstok van het waarom en de juiste verbindingen. Als successen wordt een grote lijst aan projecten genoemd zoals samenwerkingsagenda’s en afspraken als de RES, de woondeal, de regionaal ruimtelijke verkenning. Deze geven concretisering aan de ambities van de SA. Daarnaast worden projecten vermeld waar budget voor de regio mee is binnengehaald zoals de MKBdeal en gelden voor mobiliteit/bereikbaarheid. De Regiodeal wordt meerdere keren genoemd als vliegwiel voor samenwerkingen tussen ondernemers, kennisinstellingen en overheid. De Innovatiemonitor en Innovatieprijs is zichtbaar in de regio, net als de geslaagde Regio Foodvalley Days en andere netwerkbijeenkomsten. Als laatste wordt positief gewaardeerd dat de regio goed vermeld wordt in nationaal beleid en documenten.
“
We hebben een regio met veel botsende werkvelden (wonen, landbouw, economie, mobiliteit) en blijven toch op goede voet met elkaar praten. We zijn een sterk merk dat zeker met de huidige vraagstukken heel aantrekkelijk is om in te investeren.
”
Ambtenaar Landbouw en Quality of Living
Het regiokantoor heeft hier positief aan bijgedragen: enthousiasme en coördinatie, met een goede informatievoorziening en een steeds verdere professionalisering. Het elkaar ontmoeten, inhoudelijke bijeenkomsten en inzet op samenwerking in de triple helix werpt zijn vruchten af. Dat is ook buiten de regio merkbaar: we zijn een goede gesprekspartner voor andere overheden en we vinden steeds beter de weg naar de provincies en Rijk met lobby. In de regio zijn we bescheiden, maar brengen we de parels goed in beeld en zetten Regio Foodvalley op de kaart. Er zijn korte lijnen, goede focus op actuele projecten en we zijn in staat om die onderwerpen bij de kop te pakken waar gezamenlijke inzet richting provincie en Rijk nodig is.
3.2.1.2. Tegenvallers Als minder succesvol wordt de rol van de Economic Board genoemd. Er wordt opgemerkt dat dit een krachtig gremium kan zijn omdat de leden breed vertakt zijn in de maatschappij, maar dat de slagkracht omhoog moet. Er ligt te veel nadruk op de overheidskolom en het is onvoldoende uitgekristalliseerd op welke wijze de EB beter in te zetten is. Daarnaast wordt er gewezen op de In het algemeen is het soms uitdaging om voor de gemeenteraden nut en noodzaak van lastig om tot echte keuzes te regionaal samenwerken op een positieve manier over te komen, in het belang van de brengen. Het is soms lastig om de directe meerwaarde voor regio. De lokale belangen zijn inwoners te duiden, vooral als het gaat over meer strategische daarbij soms te uiteenlopend. zaken.
“
Ambtenaar Verstedelijking 3.2.1.3. Belemmeringen en Landelijk Gebied Een deel van de belemmeringen om de doelen van de SA te halen, wordt gezien vanuit de verschillen tussen de acht gemeenten en de uitvoering van regionale thema’s. Er is sprake van focus op eigen problematiek en lokale belangen die uiteenlopen, beperkte capaciteit, versnippering en stroperigheid in besluitvorming. Er wordt opgemerkt dat de SA is niet goed tactisch is 10 | Tussentijdse Evaluatie Strategische Agenda | 21 december 2023
”
“
geland binnen de gemeenten en het vraagt om versterking van het commitment. Onderling is het nodig om scherper met elkaar In algemene zin willen we de keuzes te maken over hoe we grote vraagstukken aanpakken en waardering uitspreken voor de wie welke rol speelt. We hebben een duidelijk gezamenlijk samenwerking in de regio. Wij verhaal nodig. Het gevoel is dat er nu vaak ad hoc oplossingen waarderen de open dialoog die gezocht worden voor de grote problemen. De huidige snelheid zowel ambtelijk als bestuurlijk wordt nu bepaald door de capaciteit van de programma’s en niet door de ambities. De vraag die dit oproept is of we de ambities kenmerkend is voor onze moeten bijstellen of meer capaciteit moeten inzetten? Voor de samenwerking. Tegelijkertijd gemeenteraden zou een beter verwachtingsmanagement te blijft het zoeken naar de balans adviseren zijn. Door de intensiteit, complexiteit en snelheid van tussen de verantwoordelijkheid de veranderingen kan de SA de verschuivende doelen niet van ons als eigenstandige bijhouden, zie bijvoorbeeld rondom stikstof, landbouw en gemeente en de samenwerking verstedelijking. Ook de rol van de regio is sterk veranderd sinds in de regio. 2019. Zou dit voor de volgende SA meer flexibiliteit vragen? Op zijn minst is bijstelling halverwege de looptijd gewenst.
Er is College gemeente Nijkerk onvoldoende afstemming en synergie mogelijk tussen de programma’s en de ambities en doelen matchen niet altijd met de projecten die worden uitgevoerd. Als laatste worden opmerkingen gemaakt over de samenwerking in de uitvoering: hier gaat te veel tijd op aan afstemmen en wordt de capaciteit niet altijd effectief ingezet.
”
3.2.1.4. Aanbevelingen Om voortgang te boeken is essentieel om meer aansluiting te zoeken bij de onderwerpen die bij de raden leven, om focus aan te brengen en om concrete projecten uit te voeren. Hierbij moet gekozen worden voor goed onderbouwde projecten die het verschil maken voor de doelen van de SA. Er is commitment nodig om van de gekozen doelen echt naar de uitvoering te gaan en goede uitgangspunten te hanteren over hoe we samenwerken. Door te denken in de doelgroepen waar je het voor doet in de maatschappij blijf je meer in verbinding en is het duidelijker hoe je projecten aan kunt pakken en wat mogelijke consequenties zijn van keuzes. Over die keuzes en focus wordt opgemerkt dat de stelregel ‘lokaal wat lokaal kan, regionaal wat een toegevoegde waarde heeft’ een goede is. Onder andere het college van Nijkerk benadrukt dat de lokale agenda leidend moet blijven in de regionale agenda, waarbij gemeenten en regio elkaar versterken. Op deze manier blijven de gemeenteraden ook goed betrokken bij regionale processen. Laat aan gemeenteraden zien wat het kan opleveren door regionaal samen te werken.
“
De faciliterende rol van het regiokantoor mag proactiever worden nu regio en gemeentebestuurders meer keuzes moeten maken. Het versterken van het regiokantoor of regionaal samenwerken versterkt ons allemaal en bedreigt niet het mandaat of de bestuurlijke legitimatie dan wel de autonome besluitvorming van gemeenten. College gemeente Ede
”
Als advies voor de volgende SA wordt meegegeven om monitoring en verantwoording aan de voorkant te regelen, o.a. door een format. De Economic Board zou een actievere rol moeten krijgen en de governance moet eenvoudiger en helderder. Door de doelen meer terug te laten komen bij de stakeholders in de triple helix en meer draagvlak te creëren, bereiken we een meer gezamenlijke beweging. Door minder vrijblijvendheid en duidelijker aan te geven wat we verwachten van rol en taak van elke partij wordt de SA effectiever. Er is aandacht nodig voor het doorwerken van doelen op regionaal niveau in het beleid van individuele gemeenten, onderwijsinstellingen en bedrijven. De Economic Board en andere tafels waar besluiten worden genomen moeten een goede vertegenwoordiging behartigen en niet te veel uitgaan van individuele meningen en belangen van stakeholders. Er wordt geadviseerd om naar andere regio’s te kijken voor inspiratie en om waar mogelijk samen op te trekken. Voor de Regio Foodvalley is een goede beschrijving van de taak en rol van het regiokantoor onderdeel van de toekomstvisie. Voor gemeenten is het van belang dat niet alleen de bestuurders maar ook de ambtelijke top en de gemeenteraden goed zijn aangesloten op de SA. Bij bedrijven en onderwijs 11 | Tussentijdse Evaluatie Strategische Agenda | 21 december 2023
gaat het dan om o.a. directeuren. Ook werknemers die zich bezighouden met de inhoud moeten goed betrokken worden en blijven. Voor de SA kan het verstandig zijn om een transitie-perspectief te hanteren om te bepalen of dingen anders moeten. Ook doelgroepen benoemen kan behulpzaam zijn en die kunnen per thema verschillen. Het is de moeite waard om te verkennen of een scenario-aanpak of het hanteren van verschillende tijdshorizonnen nuttig is en in de SA kan er ook meer gedifferentieerd worden in rollen. Hoe dan ook moet er geprioriteerd worden en zijn de grote bewegingen en ontwikkelingen richtinggevend. 3.2.1.5. Succes- en faalfactoren In de vragenlijsten is via een meerkeuzevraag gevraagd naar de positieve lessen (succesfactoren) en de negatieve lessen (faalfactoren) van de huidige Strategische Agenda. Deze zijn hieronder weergegeven op frequentie van de antwoorden: hoe donkerder hoe vaker dit werd aangeven.
Wat zijn de belangrijkste positieve lessen van de huidige strategische agenda?
Wat zijn de belangrijkste negatieve lessen van de huidige strategische agenda?
Herkenbare thema's en ambities voor gemeenten en stakeholders in Regio Foodvalley
Te veel verschillende ambities/ doelen
Gemeenteoverstijgend aanpakken van thema's leidt tot sneller en beter resultaat
Te veel thema's
Keuze voor thema's waar we willen excelleren
Capaciteit voor uitwerking beperkt
Urgentie van verschillende ontwikkelingsopgaven en transities wordt steeds duidelijker
Gemeenten maken keuzes onafhankelijk van SA
Meer (gerichte) triple helix samenwerking onder de paraplu van de SA
De samenhang en cross-overs tussen thema's is onvoldoende
Ambities en doelen helpen om efficiënt te werken
Te weinig democratische sturing (door o.a. gemeenteraden) op uitvoering
12 | Tussentijdse Evaluatie Strategische Agenda | 21 december 2023
Daarnaast zijn respondenten gevraagd via een meerkeuzevraag wat er volgens hen nodig is om succesvol verder te werken (aan hun thema). Hieronder ziet u, van meest genoemd tot minst genoemd, wat respondenten belangrijk achten.
Meer focus en prioritering (28)
Meer draagvlak bij gemeenten creëren (20)
Meer samenwerking (18)
Opheffen belemmeringen in wet- en regelgeving (17)
Meer draagvlak en betrokkenheid vanuit ondernemers (15)
Meer capaciteit voor uitvoering (14)
Meer afstemming met provincie/rijk (11)
Meer regie door één partij (10)
Meer budget voor uitvoering (7)
Meer kennis, onderzoek of inzicht (7)
Hogere of andere ambities (3)
13 | Tussentijdse Evaluatie Strategische Agenda | 21 december 2023
Overige antwoorden Meer lobbywerk als gezamenlijke regio inzetten Flexibiliteit in doelstellingen inbouwen Scherper zijn in doel, resultaat en doelmatigheid Samenwerking die er is verdiepen/verstevigen Verminderen/verhelderen van de governance
We hebben de respondenten gevraagd naar een cijfer tussen 1 en 10 hoe zij inschatten dat de ambities van de SA haalbaar zijn tot het eind van de looptijd. Daarbij hebben we onderscheid gemaakt tussen hun eigen thema (als ze dat hebben) en het geheel. Op deze vragen kwam per thema niet voldoende respons om een gemiddelde te maken dat betekenisvol is. Het totaal van alle cijfers voor de gehele SA is een 6 gemiddeld met een spreiding tussen de 4 en de 8. Dit geeft helaas niet veel inzicht. Bij alle thema’s (zie 3.2-3.8) is gevraagd of dit thema volgende SA terug zou moeten keren of niet. Voor de respondenten die niet voor één thema de vragenlijst hebben ingevuld of die op wat meer afstand staan van de SA is de overgrote meerderheid van mening dat er geen thema af zou moeten vallen. Dit antwoord is maar liefst 17 keer gegeven. Wel zijn er kanttekeningen gemaakt die gaan over de keuze binnen thema’s en een vraag naar focus. Een respondent merkt op dat thema’s door alle 8 gemeenten gedragen zouden moeten zijn voordat ze opgenomen kunnen worden in de SA. Niet alles is relevant voor de collectieve samenwerking, ook als het thema an sich wel relevant is. Onder andere het college van Ede pleit ervoor dat in regioverband thema’s worden opgepakt als er gezamenlijk belang is om de samenwerking op te zoeken. Maar dan niet voor beleid en uitvoering, maar met een netwerkfunctie.
Leg de focus op delen van kennis en praktijkvoorbeelden en trek als gemeenten samen op als er vraagstukken zijn die in de regio opgelost moeten worden of meer efficiëntie opleveren. Ook wordt er gevraagd naar beter onderscheid tussen waar je uniek bent en wat je als regio ‘gewoon’ goed geregeld moet hebben (randvoorwaardelijke). Een aantal keer wordt genoemd dat klimaatmitigatie en klimaatverandering toegevoegd zou moeten worden. Ook natuur en demografische veranderingen worden eenmaal benoemd. Er zijn projecten en provinciale trajecten die niet in de SA zijn benoemd, maar wel worden uitgevoerd. Hoe wil Regio Foodvalley hiermee omgaan. Vergelijkbaar is de verantwoording voor trajecten rondom ruimte en wonen richting Rijk en provincies. Er zijn meerdere respondenten die de ruimtelijke opgaven bij verstedelijking en landbouw en de gevolgen voor economische functies benadrukken. Deze opgaven zijn belangrijk en moeten echt op regioschaal opgepakt worden. De regio heeft een veel sterkere ruimtelijke focus gekregen en dat zou tot uitdrukking moeten komen in de volgende SA. Daarbij zijn de hoofdthema’s van verstedelijking en landbouw al zo breed dat veel thema’s uit de huidige SA hierin terugkomen. Dan beschouw je ze niet op zichzelf maar in brede context, waarin je een strategische ruimtelijk opgave hebt waar je als regio keuzes, context en boodschap aan ophangt.
14 | Tussentijdse Evaluatie Strategische Agenda | 21 december 2023
3.2.2.
Directeur Regio Foodvalley Toen de huidige strategische agenda van Regio Foodvalley eindelijk af was wilden we dat vieren met een groot feest. Nadat corona daar na twee pogingen een dikke streep door zette zijn we maar ‘gewoon’ aan de slag gegaan. Gelukkig lijkt dat wel feestelijk uit te pakken: alle thema’s uit de strategische agenda zijn voortvarend opgepakt en dat levert veel mooie resultaten op, al is (nog) niet alles gelukt. In dit tussentijdse verslag presenteren we de resultaten tot nu toe én blikken we vast vooruit naar de nieuwe strategische agenda, waarvoor het proces wordt opgestart.
3.2.2.1. Waar we nu staan De afgelopen jaren mocht ik leidinggeven aan het team elke dag bezig is met het uitwerken en uitvoeren van de ambities in de strategische agenda. Een team waar ik onbescheiden trots op ben: er is hard gewerkt en veel belangrijker - er is ook veel bereikt. Regio Deal Door de Regio Deal Foodvalley kwam er een enorme investering en versnelling op de thema’s Voeding en gezondheid en Toekomstbestendige landbouw. De resultaten hiervan worden momenteel opgeleverd en zijn te volgen via regiodealfoodvalley.nl. Met name het meetnetwerk, het meest gedetailleerde en geavanceerde meetnetwerk van heel Europa (en waarschijnlijk de hele wereld) is hierbij een zeer opvallend resultaat. In plaats van dat we emissies van landbouw, industrie en verkeer aan de hand van modellen berekenen kunnen we die in Regio Foodvalley écht meten. Dit levert onvoorstelbaar rijke data en inzichten op. Wat zouden we hier graag verder in willen investeren! Het wordt zo veel makkelijker om te zien wat wel werkt en welke stikstofmaatregelen in de praktijk tegenvallen. Boeren zien direct wat het effect is van maatregelen die ze zelf nemen op de emissies die het bedrijf uitstoot. We willen niet alleen dat dit meetnetwerk verder wordt uitgebreid, maar ook dat er snel ruimte komt van het Rijk voor doelregelgeving doordat we het per bedrijf heel precies kunnen meten.
Dit gaat meteen zorgen voor enorme versnelling van innovaties én ook veel sneller zorgen voor aanzienlijke reductie van stikstofuitstoot. Verstedelijking (wonen, mobiliteit, economie) Ook op andere thema’s vond een versnelling plaats die we bij het schrijven van de strategische agenda nog niet konden voorspellen. Met name op de ruimtelijke thema’s en de overeenkomst met Rijk, provincies en waterschappen rond de Verstedelijkingsstrategie zorgde voor een enorme impuls op zeer kostbare, maar maatschappelijk urgente thema’s: bereikbaarheid, woningbouw, voldoende werk voor de nieuwe inwoners en een aantrekkelijke leefomgeving binnen én buiten het groeiende, stedelijke gebied. Het Rijk heeft sindsdien flink geïnvesteerd in Regio Foodvalley; de teller staat nu op 128 miljoen euro in de afgelopen twee jaar. Ook voor de komende jaren verwacht ik meer Rijksinvesteringen in onze regio. Human Capital Een thema dat nu goed in de steigers staat maar last had van opstartproblemen is Human Capital. De werkloosheid in de regio liep in de afgelopen jaren zo scherp terug, dat er vaak meer vacatures zijn dan beschikbare mensen. Bovendien doorkruiste corona de aanpak op dit thema: sessies werden afgelast en iedereen was afwachtend wat de lange termijngevolgen zouden zijn van het thuiswerken.
Tegelijkertijd ontstonden er grote tekorten op de arbeidsmarkt en lukt het daardoor niet om sommige belangrijke maatschappelijke ontwikkelingen te versnellen. Gelukkig is met alle opleiders en de vertegenwoordigers van de ondernemers inmiddels een heldere Human Capital Agenda getekend: 'Samen werken we aan een toekomstbestendige en veerkrachtige arbeidsmarkt'. Circulaire economie Het succesvolle programma Living Lab Regio Foodvalley Circulair kwam na vier jaar tot een eind, maar ondernemers, gemeenten en kennisinstellingen wilden graag door. De vele tientallen organisaties die in werkplaatsen samen aan circulariteit op verschillende gebieden werkten gaven aan graag een vervolg te willen. Inmiddels staat er een nieuw programma, wat door de aangesloten partijen samen wordt bekostigd. Immers: circulariteit is nog lang niet af, er is nog veel te bereiken.
Landelijk gebied (landbouw, landschap en eiwittransitie) De toekomst van het landelijk gebied is een thema wat de afgelopen jaren zeer sterk de agenda, óók die van ons heeft bepaald. Er hebben een aantal opvallende ontwikkelingen plaatsgevonden. Op 22 juni 2022 was ik bij de boerenprotesten in Stroe, waar de verontwaardiging van boeren voelbaar was. Maar in mijn bezoeken aan boerenerven ben ik nog nooit op een boer gestuit die absoluut niet wil veranderen. De manier waarop, het ontbreken van perspectief en de toon van het debat zorgen vooral voor die verontwaardiging. Al droegen sommige boeren zelf ook flink bij aan de scherpe toon van het debat. Zonder ons daar al te veel door te laten afleiden heeft Regio Foodvalley de afgelopen jaren samen met natuurorganisaties, grondeigenaren, boeren en alle andere betrokkenen gewerkt aan een Regionaal Perspectief voor het Landelijk Gebied. Het is onze diepe wens dat dit perspectief de leidraad zal worden voor hoe we in onze regio gaan zorgen voor perspectief voor boeren en herstel van kwetsbare natuur. We zijn daarin afhankelijk van wat het Rijk en de provincies besluiten, maar ik durf wel toe te geven dat het af en toe pijn doet om te zien dat we zó scherp tegenover elkaar zijn komen te staan, waardoor het zicht op werkbare oplossing is vervaagd.
Hier zou ik willen oproepen om botsende politieke doelstellingen niet de toon te laten bepalen, maar het warm kloppende hart voor onze prachtige natuur, voor de plattelandscultuur, voor de verbinding tussen stad en platteland, voor de toekomst van een duurzame en sterke agrarische sector en voor het innovatieve regionale agrifood-MKB de boventoon te laten voeren. Als we daar samen, op gebiedsniveau hartgrondig onze schouders onder zetten ben ik ervan overtuigd dat het leidt tot enorme reducties in emissies én volop ruimte voor boeren die met kleine of grote aanpassingen in hun bedrijfsvoering of hele nieuwe verdienmodellen écht vooruit kunnen. Wij durven in Regio Foodvalley die uitdaging wel aan! Energietransitie Eerlijk is eerlijk, dit onderwerp groeide de afgelopen jaren langzaam uit tot een hoofdpijnonderwerp. Niet alleen werden ondernemers en overheden in de regio keer op keer geconfronteerd met netcongestie waardoor we geen nieuwe aansluitingen op het stroomnet kunnen krijgen en waardoor het vaak niet lukt om duurzame opgewekte elektriciteit kwijt te kunnen op het stroomnet. Ook waren gemeenten vaak erg terughoudend om ruimte te geven aan initiatieven om windmolens te plaatsen. Die hebben we wel nodig om de stroom op te wekken die we in de Regionale Energie Strategie hebben toegezegd.
De gemeenten in de regio zullen echt een stap extra moeten zetten om voor voldoende opwek te zorgen. Positief is dat er een verbreed programma Energietransitie in de regio draait en dat er veel inzet en initiatieven zijn. De ondernemers hebben recent zelf de handschoen opgepakt om een Regionaal Energieteam Bedrijven op te starten. Economie Keer op keer blijkt uit economische onderzoeken: de economie in Regio Foodvalley draait ronduit goed. Beter zelfs dan op de meeste andere plekken in Nederland. Daar zijn een meerdere oorzaken voor, waarvan ik er drie wil noemen. Ten eerste is het MKB in deze regio gemiddeld een stuk innovatiever dan gemiddeld in Nederland. Er wordt veel in innovatie geïnvesteerd, waardoor deze bedrijven sneller in kunnen spelen op veranderingen in de markt. Ten tweede bevinden zich in deze regio een aantal economische clusters van bedrijven en instellingen. De ICT Campus in het zuiden van onze regio zorgt voor een enorme groei in het aantal ICT-gerelateerde banen, de samenwerking binnen de Food Academy en het omliggende foodcluster in het noorden groeit sterk en het internationale foodinnovatiecluster rond Wageningen University & Research kent zijn weerga niet. En dan draait het niet alleen om de WUR, maar ook om een enorme hoeveelheid organisaties in het omliggende ecosysteem waar onze zusterorganisatie Foodvalley NL zich sterk op richt.
En ten derde zit hard werken in het bloed van onze inwoners. Het wekt bewondering als je voor jezelf begint, familie en vrienden durven risico te nemen en te investeren. Veel van onze MKB-bedrijven zijn echte familiebedrijven waar kansen worden geboden. En als het economisch eens tegenzit wordt niet als eerste afscheid genomen van medewerkers. Dat schept vertrouwen. We zullen in de komende periode wel moeten zorgen voor voldoende ruimte om groeiende én nieuwe bedrijven uit de regio ruimte te bieden. Veel bedrijventerreinen raken vol en nieuwe bedrijven die op een boerenerf of in een garage in een woonwijk beginnen moeten naar een lokaal bedrijventerrein kunnen verhuizen voordat overlast ontstaat, of de ondernemer gedoe krijgt met vergunningen. Tegelijkertijd zullen we véél slimmer met de ruimte op bedrijventerreinen om moeten gaan. Bestaande terreinen zullen moeten verdichten. Dat betekent véél meer bedrijven en arbeidsplaatsen per vierkante meter, hier en daar wat hoger bouwen, minder uitgestrekte parkeerterreinen en gemakkelijker meerdere bedrijven in één pand. Zeker als het aantal inwoners gaat groeien zullen we veel slimmer met de ruimte om moeten gaan.
16 | Tussentijdse Evaluatie Strategische Agenda | 21 december 2023
3.2.2.2. Vooruitblikken Voor veel mensen is ‘Regio Foodvalley’ best ingewikkeld. Want wat is het nou eigenlijk? En waarom heten we Foodvalley terwijl het vaak over woningen en bereikbaarheid gaat? Is Regio Foodvalley wel voldoende democratisch gelegitimeerd? Allerlei vragen die ik als directeur geregeld hoor en beantwoord. Maar verreweg het meest horen mijn collega’s en ik: de scope van de regio moet eerder compacter dan breder. En hoewel deze mensen helemaal gelijk hebben, wil ik daar graag wat dieper op ingaan. Sommige mensen zeggen dat de scope moet verkleinen en bedoelen daarmee dat de regio minder thema's centraal zou moeten stellen. Andere mensen die zeggen dat de scope moet verkleinen bedoelen daarmee te zeggen dat ze niet goed kunnen overzien wat Regio Foodvalley allemaal doet. En ook dat is niet gek: een ondernemer ziet maar een beperkt aantal kanten van Regio Foodvalley, een gemiddelde inwoner ziet er zelfs nog minder. Een raadslid heeft na een aantal jaar vaak wel een aardig idee wat Regio Foodvalley omhelst, maar dat wil niet zeggen dat je het op straat gemakkelijk kunt uitleggen aan een geïnteresseerde inwoner. Andere overheden, zoals provincies, waterschappen en ministeries zien weer andere kanten van Regio Foodvalley en zo lijkt het regionale portfolio nogal diffuus. En dat is voor een groot deel onze eigen schuld.
Bij de huidige strategische agenda hebben we de regionale opgave opgeknipt in maar liefst zeven thema’s. Ik denk dat zelf onze regiobestuurders moeite zullen hebben om ze zomaar foutloos op te noemen. Dat neem ik ze niet kwalijk, want we hebben het ook wel erg ingewikkeld gemaakt. En om het nog erger te maken worden we door provincies en Rijkspartners ook regelmatig gevraagd of zelfs opgedragen om bepaalde projecten op te zetten. Zo werkten we zelf aan een Regionaal Ruimtelijk Perspectief, kwam het Rijk met de kans om een Verstedelijkingsstrategie op te stellen, kregen we daarna de status van GWG-gebied (grootschalig woningbouwgebied), vroeg de provincie Gelderland ons een regioarrangement op te stellen, werd dat onderdeel van het ontwikkelperspectief en werken we nu aan een verstedelijkingsprogramma. En zo kan ik nog wel even doorgaan, zeker als ik ook naar de andere thema’s van de regio kijk. Cabaretier Pieter Derks heeft in zijn programma een hilarische anekdote waarbij hij de strategische documenten van de Groene Metropoolregio vakkundig fileert. Dat had ook zomaar over Regio Foodvalley kunnen gaan. Al deze producten hebben een functie en leiden uiteindelijk tot concrete projecten en forse investeringen. Maar het duizelt onszelf ook wel eens, dat durf ik wel toe te geven. Maar één ding is duidelijk: we maken het allemaal echt véél te ingewikkeld.
Adviezen voor de nieuwe strategische agenda Daarom is mijn belangrijkste advies aan de commissie die gaat werken aan de nieuwe strategische agenda: maak het eenvoudig. En dat kon nog wel eens een lastige klus blijken. Want ik verwacht dat als de commissie zou willen strepen in het portfolio van de regio om de scope te verkleinen, ze zullen ervaren dat alle thema’s steunen op een serieuze maatschappelijke uitdaging waar het regionale schaalniveau juist het beste past. Dit maakt mij overigens geen tegenstander van strepen in het regionale portfolio: mijn collega’s en ik willen heel graag excelleren en dat lukt veel gemakkelijker als je je op een paar thema’s richt dan wanneer je dat op vele tientallen onderwerpen wilt doen. Drie thema’s is voldoende De afgelopen maanden heb ik nagedacht wat de regionale opgave in de nieuwe strategische agenda zou moeten zijn als ik het in mijn eentje voor het zeggen zou hebben. Ik zou er dan voor kiezen om maar drie hoofdthema’s aan te wijzen: o Verstedelijking (woningen, bereikbaarheid, werklocaties, energie-infrastructuur) o Landelijk gebied (landbouw, natuurherstel, landschap, recreatie) o Veerkrachtige en duurzame economie (clustervorming, innovatie, human capital, circulariteit, agrifood, financiering) Deze drie onderwerpen hebben samenhang, maar zijn aanzienlijk makkelijker uit te leggen.
Meer belangen aan tafel Om voortgang te boeken zal de samenwerking tussen het bedrijfsleven, de kennisinstellingen en de overheden veel concreter moeten worden: wie doet wat en wat verwachten we van elkaar? Ook zullen andere partners veel nadrukkelijker betrokken moeten worden. Dan denk ik aan natuurorganisaties, maatschappelijke organisaties, werknemersorganisaties en wellicht nog andere partijen. Vaak is het ook 17 | Tussentijdse Evaluatie Strategische Agenda | 21 december 2023
mogelijk om inwoners direct te betrekken, mits je dit goed aanpakt. Persoonlijk ben ik nog steeds erg trots op hoe het burgerberaad rond onze Regionale Energie Strategie heeft gefunctioneerd. Ik zie het wel zitten om inwoners vaker direct te betrekken bij impactrijke initiatieven. We zorgen voor overtuigende brede welvaart in Regio Foodvalley als bij ingrijpende besluiten alle belangen vanaf het begin invloed hebben gekregen en raadsleden dat ook kunnen controleren. Samenwerking kun je niet uitbesteden Een ander advies dat ik zou willen meegeven is: houd het regiokantoor compact. Een sterk groeiende regio-organisatie raakt makkelijk los van gemeenteraden, provinciale staten, ondernemers en inwoners. De regio moet dienstbaar blijven aan gemeenten, provincies, kennisinstellingen en ondernemers. Het duurt misschien soms langer om tot financiering en voldoende medewerkers te komen, maar dat winnen we dubbel en dwars terug in eigenaarschap van de uitvoering. Het is dan ook noodzakelijk dat gemeenten stevig het stuur in handen hebben. Niet omdat de regio zelf onverstandige keuzes zou maken, maar omdat de regio écht niets anders is dan een aantal gemeenten die samenwerken. En samenwerken kun je niet uitbesteden, dat moet je echt zelf én samendoen. Wie moet dat betalen? De vanzelfsprekendheid dat de gemeenten de financiers zijn van regionale projecten zal veranderen.
De financiën van gemeenten komen de komende jaren waarschijnlijk stevig onder druk te staan. En in de strategische agenda werken we met veel meer partijen samen. De gemeenten zullen altijd hun steentje bij blijven dragen, maar meerjarige bijdragen van provincies, het Rijk, maar ook van kennisinstellingen en het bedrijfsleven zijn noodzakelijk. De omvang en intensiteit zullen sterk verschillen, maar onder aan de streep moet duidelijk zichtbaar zijn dat we deze opgaven gezamenlijk dragen; ieder naar vermogen. Dit zal in de toekomstige financiële dekking zichtbaar moeten worden. Genoeg hoogdravende ambities Tenslotte wil ik het advies meegeven om van de strategische agenda vooral geen nieuwe collectie van hoogdravende ambities te maken. Op verreweg de meeste onderwerpen hebben we meer dan genoeg ambities; daar ontbreekt het niet aan. Voor een aantal thema’s geldt wel dat scherp naar deze ambities moet worden gekeken of ze geen bijstelling vereisen, maar door véél meer ambities te formuleren gaat het niet veel beter worden. Wat wel echt nodig is, is dat veel duidelijker wordt uitgewerkt wat we bij deze ambities van welke partij mogen verwachten.
Wat moet het bedrijfsleven oppakken? En welke acties zijn voor de kennisinstellingen? Wat verwachten we van het Rijk, de beide provincies en van de gemeenten? Het gaat immers om een samenwerking, dan zijn we er allemaal bij gebaat om scherp zicht te hebben op wie wat doet en wat we van elkaar mogen verwachten. Tot slot En daar verheug ik me op: met al die partijen samenwerken aan de toekomst van deze prachtige regio. Heel gericht maatschappelijke opgaves oppakken en daar succesvolle oplossingen voor vinden. Zodat onze inwoners nu en in de toekomst in een gezonde en aantrekkelijke regio kunnen wonen, werken en recreëren. Arjen Droog Directeur Regio Foodvalley
18 | Tussentijdse Evaluatie Strategische Agenda | 21 december 2023
3.2.3.
Interview voorzitter Regio Foodvalley
“Stappen zetten op weg naar gezond en duurzaam voedsel” Zichtbaar zijn in Den Haag en Europa, concrete doelen stellen en niet alles zelf willen oplossen. René Verhulst, burgemeester van Ede en voorzitter van Regio Foodvalley, kijkt uit naar de nieuwe Strategische Agenda en geeft zijn visie. Hij is positief over de samenwerking tussen onderwijs, bedrijfsleven en overheid in de regio. “We delen veel met elkaar. Met de resultaten is een goede basis gelegd voor de komende jaren.” De samenwerking heeft de afgelopen periode veel opgeleverd, vindt Verhulst. “We hebben stappen gezet op weg naar gezond en duurzaam voedsel, ook als het gaat om zorg en preventie”, zegt hij. “Daarnaast is er veel geld binnengehaald voor de Rijnbrug en een betere bereikbaarheid van de regio, er is een meetnetwerk opgezet voor het meten van luchtkwaliteit en er is een Woondeal met het Rijk gesloten”, noemt hij nog enkele successen. Het meetnetwerk, waarmee onder meer stikstof in de lucht kan worden gemeten, is volgens Verhulst een belangrijk instrument. “Beslissingen kunnen nu gebaseerd worden op metingen, in plaats van op aannames. Laten we vooral gebruik maken van het meetnet”, roept hij op. Die oproep is nodig, vindt hij. Verhulst ervaart dat er in Regio Foodvalley ‘twee werelden’ bestaan: de praktijk en de wetenschap.
“Jonge boeren hebben soms het gevoel dat de focus van wetenschappers op het milieu is gericht. En wetenschappers vinden dat er met hun kennis te weinig in de landbouw wordt gedaan.” Deze ‘kloof’ tussen wetenschap en praktijk zou Verhulst graag willen slechten. “De regio is een proeftuin, waarin landbouw en wetenschap veel meer met elkaar verknoopt zouden moeten zijn”, spreekt hij zijn hoop uit. Een proeftuin betekent uitproberen. “We kunnen hier vallen en opstaan”, zegt Verhulst. “We zouden in Europa veel nadrukkelijker een gidsregio moeten zijn op het terrein van voeding.” De volgende Strategische Agenda mag wat hem betreft dan ook meer een functie hebben als lobbydocument. “En wellicht moeten we meer optrekken met andere regio’s in Europa.” De thema’s zijn goed, vindt Verhulst. Maar de werkelijkheid is soms weerbarstig, waarschuwt hij voor hoge verwachtingen van de nieuwe agenda. “Niet alles kan gerealiseerd worden, al moet je wel ambities en doelen blijven stellen”, vindt hij. “Er kunnen altijd ontwikkelingen in de samenleving zijn die de plannen doorkruisen. Voor dit soort externe invloeden zou je in de Strategische Agenda een risicoparagraaf kunnen opnemen.” De doelen van de huidige Strategische Agenda zijn vooralsnog te ruim geweest, denk Verhulst. “Daardoor is het moeilijk te meten wat het resultaat is”, geeft hij het bezwaar aan.
“Misschien moeten we in de nieuwe Strategische Agenda concreter stellen waar we over vijf jaar willen staan. Dat betekent ook dat we soms ‘nee’ moeten zeggen tegen onderwerpen en niet alles wat voorbij komt proberen ergens onder te scharen.” Ook vindt hij dat er meer commitment mag zijn. “We zouden in de uitvoering de partners concreter op de doelen moeten binden”, noemt hij als verbeterpunt. Verhulst blijft optimistisch over de toekomst. “Ook voor grote problemen, zoals stikstof en netcongestie, zijn er oplossingen”, zegt hij. “Samen optrekken met vergelijkbare regio’s, ook internationaal, kan daarbij helpen. Laten we goed om ons heen kijken en niet alles zelf willen oplossen. Van goede voorbeelden kunnen we altijd leren.”
19 | Tussentijdse Evaluatie Strategische Agenda | 21 december 2023
3.2.4.
Interview onderwijskolom (1) Economic Board
“Een transitieagenda die thema’s in verbinding bekijkt” Rens Buchwaldt, lid van de Raad van Bestuur van Wageningen University & Research, was al voor de vorming van de Economic Board betrokken bij de SA in de triple helix stuurgroep. Hij heeft de ontwikkeling met interesse en positiviteit gevolgd want zo zegt hij “de SA is leesbaar en herkenbaar en met goede thema’s regionaal specifiek gemaakt.” Ook heeft hij de driemanschappen van de EB die per thema samen met de programma’s van de regio optrekken als intensief en leuk traject beleefd: “we hebben echt een meerwaarde kunnen leveren.” De uitdaging is om telkens de vraag te stellen “wat is de vertaling naar meetbare resultaten, wat is je rol?” want we hebben als regio de neiging om van alles als issue te benoemen en ook overal een actie aan te koppelen. “De EB moet strategische vragen stellen welke dingen we zouden moeten doen en de uitvoering niet op haar bordje nemen. Dus vooral ‘doen we de goede dingen’, maar niet zozeer ‘doen we de dingen goed.’” Van economische agenda naar transitieagenda, zo benoemt Buchwaldt de opgave voor de komende tijd. “Een transitieagenda kiest scherp en integraal, want veel van de thema’s zijn in verbinding te bekijken”. En focus is daarbij de grootste uitdaging: “Er gebeurt heel veel, maar je moet juist ook dingen buiten beschouwing laten om het behapbaar en haalbaar te maken.
Kies je inzet vanuit je doelstellingen en probeer niet in de valkuil te vallen om met alle onderwerpen iets te willen.” Buchwaldt ziet de SA als agenda van de EB om te focussen en op de gekozen thema’s verschil te maken. “Dat betekent niet dat de regio (vanuit o.a. de overheid) niet nog andere zaken kan oppakken, maar wel dat de keuzes zo zijn dat je kunt zeggen ‘dit doen we niet via de SA’. De taak van de EB is om een beeld te hebben bij wat er allemaal speelt (ook buiten Regio Foodvalley) en dat te vertalen naar engagement.”. Buchwaldt geeft daarin nog de waarschuwing mee “laten we ons niet in een veelheid aan projecten verliezen. Het gaat om de rode draad en de doelstellingen.” De blik van de WUR is (inter)nationaal en daar sluit ook Buchwaldt’s visie voor de SA van de regio bij aan. “Het is verstandig om leverage vanuit provinciale, landelijke en Europese programma’s te zoeken zodat we er meer uithalen voor de regio. Dat gaat niet zozeer om potjes geld, maar om aansluiting en opschaling. De buitenwereld is immers veel groter dan wat we zelf zijn.”. Daarnaast is de looptijd van de SA beperkt en ziet Buchwaldt daarin een noodzaak om goed te kijken wat je toevoegt aan het grotere geheel en de langere termijn. “De wereld in brede zin en ook onze regio staat voor belangrijke veranderingen.
De uitdagingen sterker bij elkaar brengen met een visie en een verhaal met eigen signatuur voor de toekomst is nu wat nodig is. Daar zitten consequenties aan die doorwerken in de hele maatschappij. In de vorming van de SA is het belangrijk om dat met alle partijen te doorleven.” Vanuit de ervaring die de WUR nationaal en internationaal heeft, biedt Buchwaldt graag aan om bij de vorming van de SA te helpen. “Wij kijken naar transities voor hele landen en grote vraagstukken. De Theory of Change zou bijvoorbeeld een goede kapstok zijn, waarbij je gestructureerd kijkt naar welke veranderingen je wilt en naar het waarom van de stappen die je zet: van input, naar output, outcomes en impact.” Wat de relatie tussen de WUR en Regio Foodvalley betreft wil Buchwaldt graag kwijt dat er zeker verbinding gezocht wordt, maar dat de organisatie al van oudsher wordt gedreven door de grote vraagstukken in de wereld. “Wij staan in die zin niet als eerste ten dienste van de regio, maar van de wereld. Daarom moet ook WUR juist die eerdergenoemde leverage zoeken om haar rol in de regio optimaal te kunnen vervullen. Het is niet effectief om zomaar in te zetten op losse lokale onderzoekprojecten, maar daarin juist de aansluiting te zoeken met en een lokale vertaalslag en verrijking te maken van beschikbare kennis en inzichten.
Daarin zijn we voluit geëngageerd in de Foodvalley als regio waar veel transities samen moeten komen.”
20 | Tussentijdse Evaluatie Strategische Agenda | 21 december 2023
3.2.5.
Interview onderwijskolom (2) Economic Board
“Ontwikkel de Economic Board als integrator met eigen werkplan” Jan Hol, bestuurder bij de Christelijke Hogeschool Ede, heeft eerder ervaring opgedaan in de zorg, communicatie en bedrijfsleven. Vanuit die rollen neemt hij voorbeelden mee naar Regio Foodvalley en hij wijst bijvoorbeeld op de uitvoering van de Life Science agenda in Amsterdam 2012-2020. Daar werd jaarlijks een werkplan met budget, tijdbesteding, uit te werken thema’s etc. opgesteld zodat de samenwerking een goede ondergrond had en er meer regie kon worden gevoerd. “De Economic Board zou een werkagenda moeten uitzetten en gedisciplineerd hieraan werken. Dan krijg je daarmee ook commitment omdat iedereen zich verantwoordelijk voelt. Dan mag het ook wat kosten, ondanks dat iedereen ook eigen werkzaamheden en bestuurstaken heeft.” De ontwikkeling die Jan voorstaat is op positieve meningen geënt, want Hol is van mening dat de EB makkelijk werkt, met goede onderlinge relaties en samenwerking. De kansen die er liggen in een volgende SA zijn voor hem een volgende stap. “Denk goed na over de EB als denktank en integrator, want dat is waar we als groep bij uitstek voor geschikt zijn.
Bewaak de uitvoering van de SA en haal goede voorbeelden van buiten naar binnen.” Zo noemt hij de regio Zwolle in de samenwerking in de triple helix en regio Venlo om van te leren hoe zij van een relatief achterblijvend gebied naar een regio met een goede economie zijn gegaan. Hol ziet vanuit zijn rol en de samenwerkingen met andere onderwijsinstellingen grote transities op de arbeidsmarkt. Sommige sectoren krimpen of hebben uitstroom aan medewerkers, andere zitten te springen om goed opgeleid personeel. Ook hebben gemeenten behoefte aan versterking bij de complexe transities waar ze mee te maken hebben. Dit gaat verder dan curricula en opleidingen, maar gaat over de hele beroepsbevolking. Ontwikkelingen als een Leven Lang Leren, digitale leerlijnen en nascholing vragen van het onderwijs om een bredere maatschappelijke verantwoordelijkheid te nemen. De strategische agenda is daarin dus meer dan een lijst van economische thema’s, maar geeft ook een visie op de ontwikkelingen die je met onderwijs, bedrijfsleven en overheid samen vorm gaat geven. “Let daarbij op”, zegt Hol, “dat je in de landelijke governance als regio niet dezelfde waarde hebt als gemeenten en provincies. Die hebben bijvoorbeeld eigen lobbypartijen.
Wij geven als EB geen directe boodschappen af.” Verder denkend over de rol van de EB zoekt Hol een vergelijking: “Je moet ons denk ik meer zien als de directie van een groot bedrijf. Dat stuurt onder de conditie dat de commissarissen en aandeelhouders de koers en de begroting goedkeuren. Dat zijn dan hier de kolommen met hun achterban.” Dit beeld laat ook zien dat er verschillende taken en rollen zijn. De afbakening van de EB t.o.v. de stakeholders mag daarin scherper gemaakt. Nu functioneert de EB te fragmentarisch en volgt te veel een beleidsagenda. Gezien de gewenste ontwikkelingen voor bijvoorbeeld het platform beroepsonderwijs is het wenselijk dat de bestuurlijke structuur van de regio versterkt wordt. “Laat het regiokantoor daarin ook meegaan” adviseert Hol. Ten slot geeft Hol mee dat het goed is om in de nieuwe SA ons niet te laten verleiden tot heel andere thema’s dan de vorige. “De gekozen thema’s hebben nog steeds waarde en lange lijnen zorgen voor herkenning en versterking.” Je kunt wel de discussie voeren in de aanloop of je brede thema’s wilt kiezen of juist smaller. En of je verkiezingsthema’s en de vorming van het nieuwe kabinet wilt laten meespelen.
21 | Tussentijdse Evaluatie Strategische Agenda | 21 december 2023
3.2.6.
Interview ondernemerskolom Economic Board
”Collectieve verantwoordelijkheid voor samenwerking in de regio” “Veel inhoudelijke discussies in de triple-helix samenwerking zijn feitelijk terug te voeren op de vraag naar wie erover gaat” zegt Willem Kuijsten. Kuijsten is voorzitter van de Federatie Ondernemersverenigingen Regio Foodvalley en sinds jaren betrokken bij de regionale samenwerking. Hij heeft namens de ondernemers zitting in de Economic Board. Zijn oproep voor de Strategische Agenda is simpel: “Heb vertrouwen in de 3 O’s en de agenda die zij uitvoeren. Er is meer slagkracht en uitvoeringskracht nodig door meer verantwoordelijkheid bij de SA neer te leggen.” Dat betekent overigens niet dat Kuijsten de afzonderlijke kolommen buitensluit en legitimatie van keuzes niet van waarde vindt. “Laten we de discussie vooraf goed voeren en afspraken maken. Juist ook omdat er nogal wat verschil is tussen de grotere en de kleinere gemeenten en hoeveel ze zelf kunnen of willen regelen. Dan kan je daarna ook mandaat geven aan een collectief dat samen snelheid wil maken.” Het commitment voor de SA is overigens bij alle drie de kolommen goed geregeld. Bij de gemeenten wordt dat formeel gegeven door het algemeen bestuur en de gemeenteraden. Bij het onderwijs en de ondernemers is dat weliswaar minder formeel, maar vindt consultatie, afstemming en bekrachtiging wel degelijk plaats.