Technische vragen verordening participatie RB
Tekst van het document
Commissie:
Samenleving
Datum: 14 februari 2022
Agendapunt 5 Verordeningen 1.Voor Rhenen is de tegenprestatie vastgesteld op 4 uur per week, waar Veenendaal uitgaat van 4 tot 8 uur. Onze fractie is het niet duidelijk waarom
wij niet dezelfde categorie als Veenendaal hanteren. -Wat wij hopen te begrijpen: Als wij standaard doorgeven dat vier uur voor ons de norm is maar dat in voorkomende gevallen -meer ervaring op doen, doorgroeien/verkleinen van afstand tot de arbeidsmarkt etc.een hoger urenaantal kan volstaan; is er sprake van maatwerk en vergemakkelijkt dit het tegenprestatiebeleid door het ambtelijke team-.
Legt u a.u.b. uit: A. Bestaat er willekeur tussen inwoners van Veenendaal en Rhenen? Het gaat om onze cliënten en deze keuze kan o.i. niet alleen worden gevoed door politieke keuzes per gemeente. B Wat is de onderbouwing waarom er apart Rhenens beleid gevoerd wordt binnen dit samenwerkingsverband en levert dit hogere uitgaven en meer Rhenense ambtelijke inzet op voor Rhenen? NOTAKWIJTSCHELDINGVEENENDAAL
2A Geldt deze toepassingsmethode alleen voor Veense cliënten of is de uitvoering voor het hele samenwerkingsverband gelijk? B Wat is de reden dat de Raad van Veenendaal in het belang van draagvlak op 8 december 2020 een uitleg heeft gekregen en klopt het (waarom?) dat Rhenense Raad niet is bijgepraat en geen breder draagvlak is gecreëerd bij overige deelnemende gemeenten? C. Op pagina 4 wordt gesproken over vragen vanuit de Veenendaalse Raad (inzake zelfredzaamheid, maatwerk enz.) Is er een presentatie, informatienota en schriftelijke beantwoording Veense raadsvragen beschikbaar en kunnen wij die toegevoegd krijgen bij onze stukken?
3. Er wordt op pag. 4 geschreven: Het voorgestelde beleid zal nu dus nog niet volledig concreet kunnen worden vertaald, ook al is daar wel draagvlak voor. Vraag: welk draagvlak bedoelt men? Is alleen draagvlak bedoeld vanuit de Raad van Veenendaal en welke rol heeft de Rhenense PoHo hier? (Is zij tijdig (wanneer) betrokken bij het proces)
ANTWOORD
4. Citaat: ‘De Participatiewet artikel 58 verplicht gemeenten om ten onrechte verstrekte uitkeringen terug te vorderen. De ‘bijstandsschuld ’wordt een vordering genoemd. In beleidsregels is het mogelijk om voorwaarden op te nemen waaronder de gemeente een vordering kan kwijtschelden. Dit beleid verschilt enigszins per gemeente’. A. Is het in het kader van maatwerk
en schaalgrootte van Rhenen, te overwegen dat Rhenen haar eigen terugvordering ter hand neemt. Onze fractie vraagt zich af of het efficiënter is om de kennisopbouw over Rhenense dossiers in ‘eigen huis’ te vergaren. Dit maakt de ‘lijnen’ korter en geeft meer inzicht waardoor op termijn verdieping in kennis en kosten wordt vergaard. Hoe staat de PoHo hierin?
4. In alinea 2.1 staat: Omvang In totaal heeft de gemeente Veenendaal voor wat betreft Werk & Inkomen 1.360 debiteuren voor een bedrag van €5.660.7735. De grootste groep heeft of had een schuld in verband met ten onrechte verstrekte uitkeringen of voor bijstand die in de vorm van een geldlening is verstrekt. Verder betreft het boetes en verhaalsvorderingen. Een persoon kan meerdere vorderingen hebben openstaan. Het gemiddelde bedrag van een terugvordering is € 4.682.’
A. Kloppen deze kerncijfers ook voor Rhenen/ is hier onderscheid in te maken? B. Welke bedragen c.q. percentage zijn van toepassing op de Rhenense cliënten?
.