Rekenkamerbriefbegroting2023
Tekst van het document
Raad van de gemeente Rhenen Postbus 201 3910 AE Rhenen Afschrift aan leden College van B&W Rhenen, 21 oktober 2022
Geachte leden van de Raad,
Rekenkamerbrief bij de begroting 2023 202 Met deze brief beogen we u een aantal handvatten te geven voor de behandeling van de begroting 2023 en de meerjarenramingen.. Dit doen we in het besef dat we in onzekere tijden leven. De oorlog in Oekraïne laat ook zijn sporen na in de gemeente Rhenen. En dan niet alleen waar het de opvang van vluchtelingen betreft, maar ook wat betreft de financiële gevolgen voor de gemeente en haar bevolking. Sterk stijgende de energielasten slaan een fors gat in de begroting van instellingen en bedrijven en veel huishoudens zien zich geconfronteerd met sterk stijgende inflatie en energiearmoede. Dat zal komende tijd veel aandacht vragen van de gemeentelijke gemeentelijke organisatie en de raad. De voorliggende begroting is beleidsarm. Het gaat in deze begroting vooral om de uitvoering van al langer lopend beleid en de uitwerking van nieuwe landelijke wetgeving naar het lokale beleid. Het nieuwe bestuursakkoord heeft zo gezegd nog geen vertaling gekregen in de voorliggende begroting. Dat biedt tegelijk ook de gelegenheid stil te staan bij de opbouw en inrichting van de programmabegroting en de financiële situatie van de gemeente. Opbouw en inrichting programmabegroting De rekenkamer is positief over de bijzondere aandacht in de begroting voor de programmaprogramma overstijgende opgaven op het terrein van duurzaamheid en wonen.
wonen Desalniettemin zien we ook nog een aantal verbeterpunten. In de beleidsprogramma’s wordt naast de volgens de BBV verplichte 3 W-vragen vragen 3 extra vragen toegevoegd: welke ontwikkelingen zien we, wie hebben we daarbij nodig, en wat kost het? Dat is een mooie aanvulling. Daarnaast wordt af en toe ook de ontwikkeling van de verplichte BBV-indicatoren BBV in de afgelopen jaren weergegeven, egeven, soms met een illustratieve vergelijking met het landelijke beeld van die indicator.
1
Op bladzijde 135 van de begroting staat: ‘We gaan nieuwe indicatoren uitwerken bij de actualisatie van bestaand beleid of bij het opstellen van nieuw beleid.’ Dit juichen wij als rekenkamer toe. Het ontwerpen van een nieuw bestuursakkoord is ook een moment om daar meer handen en voeten aan te geven. Indicatoren zijn onmisbaar om de doelstellingen van beleid meetbaar te maken. Op basis daarvan kan de mate van doelrealisatie van het beleid in beeld worden gebracht . Het werken met meetbare doelstellingen bevordert het voeren van een zinnig gesprek over wat we nu eigenlijk precies met elkaar willen bereiken, hoe we dat doen en of bijsturing van beleid en de daaraan gekoppelde inzet van middelen nodig is. Daarvoor moet je wel eerst weten wat de huidige feiten zijn, zoals: om hoeveel kinderen gaat het bij de jeugdwet en hoeveel komen er bij, hoeveel kinderen willen we helpen, hoeveel ongelukken, inbraken en/of onveilige situaties waren er, hoeveel woningen moeten (nog) van het gas af, hoeveel mensen leven in armoede en schuld, hoeveel komen er nog bij? Deze feiten worden in deze begroting (én Perspectiefnota) node gemist! Financiële positie In de begroting wordt aangegeven dat de financiële positie van de gemeente redelijk is en op sommige onderdelen goed te noemen. Op een aantal punten zien wij in de verdere toekomst ook zorgen, overigens net als het college.
Het gemeentefonds vormt het grootste deel van de gemeentelijke inkomsten. Tot nu toe volgde de omvang van het gemeentefonds de rijksuitgaven. Als het Rijk meer ging uitgeven, nam het gemeentefonds ook toe. Als het Rijk bezuinigde, nam het gemeentefonds ook af. Het kabinet Rutte IV wil deze koppeling vanaf 2026 loslaten en vanaf 2026 het gemeentefonds minder laten groeien en niet meer laten stijgen met de groei van de rijksuitgaven. Als compensatie daarvoor wordt een eenmalig extra bedrag van het gemeentefonds in 2026 in het gemeentefonds gestort. De VNG is voor de jaren 2027 en verder hierover in onderhandeling met het Rijk. Dit heeft geen effect meer op deze begroting en meerjarenramingen. In de voorliggende begroting zijn de cijfers keurig gebaseerd op het gemeentefondsontwikkeling tot en met 2026 met terechte positieve cijfers. In het achterhoofd dient er derhalve wel rekening mee te worden gehouden dat vanaf 2027 het gemeentefonds minder zal stijgen dan wellicht gewenst. Mede daardoor zal het extra nodig blijven om kritisch te blijven kijken naar de ontwikkeling van de financiële positie. Maar in de begroting staat op pagina 57 ook de leidraad die in 2014 door de raad is vastgesteld: “Een vitale samenleving is nooit blut.”. De zaken en taken waaraan een gemeente aan wordt bloot gesteld het hoofd te moeten bieden, veranderen in hoger tempo.
Daarom geldt ook voor de gemeente als organisatie dat het vitaal moet zijn en blijven. Om in het huidige tijdsgewricht de door andere uitdagingen ook soms veranderende doelen te kunnen realiseren, moet de gemeente denken in termen als wendbaarheid en weerbaarheid en niet alleen aan structurele of incidentele financiële middelen.
Wie hebben we nodig Bij de vraag ‘Wie hebben we daarbij nodig’ zijn nu alleen de formele verbonden partijen opgenomen. Een goede uitbreiding zou zijn ook andere deelnemers die nodig zijn bij het realiseren van de doelen en activiteiten van het desbetreffende programma toe te voegen. Bij enkele programma-overstijgende thema’s worden die al wel genoemd.
2
Er gaan aanzienlijke bedragen om in de samenwerkingsverbanden waarin de gemeente participeert. Alleen al voor de deelname aan de Gemeenschappelijke Regelingen gaat het om een totaalbedrag van €3.656.000 (afgeleid van pagina 139), nog exclusief de personele inzet. Voor een aanzienlijk deel gaat het om verplichte deelnemingen, in andere gevallen om eigen keuzes van de gemeente. Daarnaast zijn er nog een aantal dienstverleningsovereenkomsten, waarmee de nodige kosten zijn gemoeid. Het zou dienstbaar zijn aan de versterking van de kaderstellende en controlerende rol van de raad indien er beter zicht zou zijn op de visie op en het beleid van de gemeente aangaande gemeente-overstijgende samenwerking, de keuzes die daarin gemaakt worden en hoe de raad haar kaderstellende en controlerende taak kan vervullen. Een gemeentelijke visie/beleid/nota op bovenlokale samenwerking (in de vorm van GR en andere vormen, zoals de DVO’s met Veenendaal) zou wenselijk zijn. Wij willen als Rekenkamer overwegen de gemeente overstijgende samenwerking nader te gaan onderzoeken.
Een paar kleinere zaken De laatste zin in het bericht van het College zegt: “Wilt U meer weten? U bent van harte welkom, we vertellen het u graag.”. Een mooie oproep, maar het was krachtiger geweest als daar ook een concrete manier bij was aangegeven hoe burgers hun ideeën of opmerkingen zouden kunnen ventileren. Een uitgebreidere toelichting in programma 7, de algemene dekkingsmiddelen, zou meer inzicht kunnen geven in de ontwikkelingen van deze inkomstenbronnen. P 76: tabel ‘personen met een bijstandsuitkering”. De indicator betreft het aantal per 1.000 inwoners. p.97: in de inleiding staat het woordje ‘stelkosten’ in plaats van ‘stelposten’. p.98: nu een nietszeggende grafiek van de ontwikkeling van het gemeentefonds. Waarschijnlijk is de benaming van de verticale as weggevallen.
Namens de Rekenkamer Rhenen,
Bert Lokhorst Voorzitter
3