CConstaterende datRhenen
Koppel je AI →
Document · PDF

Rekenkamerbrief Woonlasten

Raadsvergadering 7 november 2023, gemeente RhenenBij agendapunt: Achtergrondinformatie Begroting2.382 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raad van de gemeente Rhenen Postbus 201 3910 AE Rhenen Afschrift aan leden College van B&W Betreft: Rekenkamerbrief inzake vergelijking gemeentelijke woonlasten Rhenen, 04-09-2023 Geachte leden van de Raad, In het overleg van de rekenkamer met raadsleden over mogelijke onderzoeksonderwerpen kwam de vraag naar boven om een aanvullende rekenkamerbrief over de gemeentelijke woonlasten, toegespitst op de vraag hoe Rhenen zich kan vergelijken met liefst één andere gemeente. In deze brief deelt de Rekenkamer Rhenen haar visie en advies met u. Net als in onze eerdere rekenkamerbrief over de gemeentelijke woonlasten beperken we ons tot de onroerendezaakbelasting (OZB) voor woningen, de rioolheffing en de afvalstoffenheffing. Daarbij kijkt de rekenkamer in deze brief vooral vanuit het gemeentelijke, politieke en bestuurlijke perspectief naar de gemeentelijke woonlasten. Aandacht voor gemeentelijke woonlasten De hoogte van de gemeentelijk woonlasten en deze vergelijken met andere gemeenten staan om verschillende redenen in de belangstelling van politiek en bestuur, maar ook van individuele burgers.  De gemeentelijke woonlasten raken direct aan de koopkracht van de inwoners van de gemeente.  De OZB-opbrengst bepaalt - samen met de rijksuitkeringen - de financiële ruimte voor gemeentelijk beleid en voorzieningen.

 Van relatief hoge woonlasten kan het signaal uitgaan dat er financieel teveel van de inwoners gevraagd wordt.  Relatief hoge woonlasten kunnen schadelijk zijn voor het imago van de gemeente als vestigingsplaats en voor het imago van het bestuur van de gemeente.  Relatief hoge gemeentelijke woonlasten kunnen duiden op een lage doelmatigheid van de gemeentelijke organisatie en het gevoerde beleid, relatief lage woonlasten op een hoge doelmatigheid.  Relatief hoge gemeentelijke woonlasten kunnen duiden op een relatief hoog niveau van gemeentelijke voorzieningen, relatief lage woonlasten op een relatief laag niveau. Wat zegt een vergelijking van de gemeentelijke woonlasten met die in andere gemeenten? De rekenkamer is van mening dat het vergelijken van de gemeentelijke woonlasten tussen Rhenen en andere gemeenten vanuit een politiek en bestuurlijk perspectief vooral zinvol is om tot vragen te komen, maar zelden tot een goed oordeel leidt. Daarvoor is het tot stand komen van de gemeentelijke woonlasten een te complex 1

geheel. Met deze ‘waarschuwing’ vooraf gaat hierbij toch een aantal handreikingen voor het vergelijken van de woonlasten, in het bijzonder wat geschikte referentiegemeenten zouden kunnen zijn. We maken daarbij onderscheid tussen enerzijds de OZB en anderzijds de rioolheffing en afvalstoffenheffing. OZB De OZB woningen wordt geheven bij de eigenaren van woningen. De hoogte van de OZB wordt bepaald door de waarde van de onroerende zaak (WOZ-waarde) en de hoogte van het tarief dat van toepassing is. De OZB is doorgaans de grootste lokale inkomstenbron van de gemeente. De hoogte van de OZB wordt door de gemeente zelf vastgesteld. Bij het vergelijken van de OZB in de gemeente Rhenen met de OZB in andere gemeenten kan niet voorbij worden gegaan aan de algemene uitkering uit het gemeentefonds, omdat deze uitkering gekoppeld is aan de potentiële OZB-opbrengst van de gemeente. De hoogte van de algemene uitkering wordt door meer dan 80 zogenoemde maatstaven bepaald. Dit zijn vooral kenmerken van demografische en sociaaleconomische aard en de fysieke kenmerken van de gemeente. Voorbeelden daarvan zijn het aantal inwoners, het aantal jongeren en ouderen, het aantal woonkernen en de grond- en wateroppervlakte.

Op basis van die kenmerken wordt een rijksbijdrage vastgesteld die passend is bij de gemeentelijke organisatie en de voorzieningen die de gemeente gezien zijn kenmerken geacht wordt te bieden. Op die bijdrage past de overheid vervolgens een korting toe die gerelateerd is aan de eigen belastingcapaciteit van de gemeente (OZB-opbrengst). Hoe rijker de gemeente (af te meten aan de gemiddelde WOZ-waarde van de woningen in de gemeente), des te groter de korting op de rijksbijdrage. Dit heeft tot gevolg dat verwacht wordt dat woningeigenaren in een gemeente met gemiddeld dure woningen een grotere financiële bijdrage leveren voor het realiseren van wat als passende gemeentelijke organisatie en voorzieningenniveau wordt gezien. Dat vertaalt zich dan in een hogere OZB voor de woningeigenaren dan in gemeenten met een lagere gemiddelde WOZ-waarde van de woningen. Waar in die gevallen de OZB toch relatief laag blijft, is dat veelal het gevolg van een relatief goede doelmatigheid van de gemeentelijke organisatie en de gemeentelijke voorzieningen of een beperking van de gemeentelijke dienstverlening. Een lage OZB is derhalve niet altijd positief, maar kan juist ook op een schraal aanbod van gemeentelijke voorzieningen duiden.

De hoogte van de OZB is al met al het resultaat van een complex geheel van landelijke verdeelmodellen van rijksuitkeringen, lokale belastingcapaciteit, politiek, bestuurlijke ambities en besluiten én bedrijfsmatige prestaties van de gemeentelijke organisatie en dienstverlening. Met overal net weer andere uitkomsten. Het vergelijken van de OZB in Rhenen met die in andere gemeenten, moet dan ook in het besef gebeuren dat achter de OZB-cijfers een complexe wereld schuil gaat. Al gauw worden hier appels met peren vergeleken. Niettemin kunnen raadsleden en bestuurders, maar ook individuele burgers/woningeigenaren in de gemeente vanuit imago- of koopkrachtperspectief geïnteresseerd zijn in het vergelijken van de OZB in de gemeente met die in andere gemeenten. Het ligt dan in de rede om vooral te kijken naar de OZB in de gemeenten in de directe omgeving, Voor Rhenen zouden dat de gemeenten in de regio Food Valley kunnen zijn of de direct omliggende gemeenten van Rhenen. Een andere benadering zou kunnen zijn dat er een selectie van gemeenten wordt gemaakt die min of meer vergelijkbaar is in inwoneraantal, fysisch-geografische kenmerken, sociaaleconomische status, aantal woonkernen, aanwezigheid van centrumfuncties, gemiddelde woningwaarde en hoogte van de rijksbijdrage per inwoner uit het gemeentefonds.

Dat is een meer bewerkelijke exercitie, waarbij een vergelijking van de hoogte van de OZB in die gemeenten met die in Rhenen overigens nog steeds vragen zal oproepen over het waarom van de eventueel gesignaleerde aanmerkelijke verschillen in de OZB. Het ligt daarbij in de rede dat die 2

verschillen dan vooral zitten in doelmatigheid van de gemeentelijke organisatie en dienstverlening en het niveau en aard van de voorzieningen. Afvalstoffenheffing Voor de afvalverwijdering geldt dat in principe ieder adres in de gemeente hieraan meebetaalt. Het in rekening gebrachte tarief mag maximaal 100% van de kosten bedragen. De gemeente mag geen winst prognosticeren. De hoogte van het tarief geeft derhalve inzicht in de bedrijfsvoering van de afvalinzameling en –verwerking. De kosten van afvalverwijdering hangen in hoge mate af van de bedrijfsvoering. Een efficiëntere bedrijfsvoering kan tot lagere kosten en derhalve tot lagere tarieven leiden. Maar er zijn ook andere factoren van beleid die invloed op de kosten hebben. Wanneer de gemeente er bijvoorbeeld voor kiest het huisvuil vaker op te halen dan zullen ook de kosten hoger worden. Ook het tariefsysteem kan invloed hebben op het totale afvalaanbod en daarmee op de kosten. Het tarief voor huisvuil ophalen vergelijken met andere gemeenten kan daarmee zinvol zijn als daarbij naast het aspect van bedrijfsvoering ook de andere aspecten worden meegenomen. Voor huisvuil ophalen ligt in de eerste plaats het vergelijken met gemeenten in de provincie Utrecht voor de hand.

Door de rol van de AVU voor de gemeenten van de provincie Utrecht kan juist op dit punt een vergelijking met andere gemeenten in de provincie goede inzichten bieden over de bedrijfsvoering, de systematiek van de afvalinzameling (frequentie, wel/niet omgekeerd inzamelen e.d.) en de verschillende tariefsystemen (diftar naar afvalvolume, naar huishoudensgrootte, volume van containers, per zak etc). Een complicerende factor is dat niet altijd duidelijk is welke uitgaven er precies met de heffing gedekt worden. Dat kan verschillen van gemeente tot gemeente. In die zin is enige terughoudendheid bij het vergelijken van de afvalstoffenheffing op zijn plaats. Het vergelijken van de afvalstoffenheffing in Rhenen met die in andere (Utrechtse) gemeenten heeft daarmee vooral een signaalwaarde: aanmerkelijke verschillen in heffingshoogte kunnen aanleiding zijn nader te kijken naar de bedrijfsvoering van de afvalinzamelaar en -verwerker, welke uitgaven met de heffing gedekt worden, de inzamelingssytematiek en/of het gehanteerde tariefsysteem. Rioolheffing Ook voor de rioolheffing geldt dat in principe ieder adres in de gemeente hieraan meebetaalt. Het in rekening gebrachte tarief mag maximaal 100% van de kosten bedragen. De gemeente mag geen winst prognosticeren.

Een vergelijking van de rioolheffing kan tot op zekere hoogte inzicht bieden in de doelmatigheid van aanleg en onderhoud van de riolering. Maar het is niet alleen een kwestie van bedrijfsvoering. De kosten van riolering zijn namelijk ook afhankelijk van het soort ondergrond. In veengronden kunnen door het wegzakken van de riolering de kosten veel hoger zijn dan bij gemeenten op zandgronden. Bij vergelijking met gemeenten met vergelijkbare ondergrond, spelen dergelijke verschillen niet of in ieder geval minder. Ook hier ligt in de eerste plaats vergelijken in de regio derhalve voor de hand. Een complicerende factor bij het vergelijken van de rioolheffing in Rhenen met die in andere (buur-) gemeenten is dat de heffingssystematiek niet overal hetzelfde is. De rioolheffing kan worden geheven bij eigenaren (aansluitrecht) en/of gebruikers (afvoerrecht). In Rhenen wordt de heffing verdeeld over beiden: zowel eigenaren (vast bedrag per perceel) als gebruikers (afhankelijk van het aantal kubieke meters dat wordt afgevoerd) betalen een heffing. In plaats van vastrecht of volume dat wordt afgevoerd kan ook de huishoudsamenstelling de basis voor de tariefdifferentiatie gelden. Net als bij de afvalstoffenheffing is niet voorgeschreven wat er precies met de heffing gedekt wordt. Dat verschilt weer van gemeente tot gemeente.

Terughoudendheid bij het vergelijken van de rioolheffing is dan ook op zijn plaats.

3

Conclusie Het vergelijken van de gemeentelijke woonlasten in Rhenen met die in één of meer andere gemeenten heeft in de visie van de rekenkamer een beperkte waarde. Het heeft vooral waarde voor de individuele heffingplichtige inwoner. Het raakt immers aan de koopkracht van die inwoner. Vanuit het perspectief van de gemeente, het politiek en bestuurlijke perspectief, ligt dat anders. De belangrijkste reden daarvoor is dat achter de hoogte van de OZB en heffingen een complexe wereld schuilgaat van landelijke verdeelmodellen, verschillen in belastingcapaciteit, politieke, bestuurlijke en bedrijfsmatige keuzes en verschillen in sociaal- en fysisch-geografische omstandigheden. De waarde van vergelijkingen is hierdoor beperkt, omdat al gauw moeilijk vergelijkbare eenheden worden vergeleken. Wel onderkent de rekenkamer dat van sterk afwijkende waarden voor de OZB, rioolheffing en afvalstoffenheffing een signaal kan uitgaan dat er mogelijk wat aan de hand is. Wat dat dan is, kan alleen door nader onderzoek worden vastgesteld. Mogelijk geschikte referentiegemeenten Als het onderwerp van de vergelijking de financiële last voor huiseigenaren is, dan lijkt een referentiegroep van gemeenten in de directe omgeving (directe buurgemeenten, Food Valley gemeenten of Utrechtse gemeenten) voor de hand te liggen, ook al zijn er aanmerkelijke verschillen tussen deze gemeenten.

Als het doel is om wat meer zicht te krijgen op hoe de gemeente Rhenen ‘presteert’ zou een groep van gemeenten kunnen worden samengesteld die min of meer vergelijkbaar zijn in grootte (inwonersaantallen) fysisch-geografische kenmerken, gemiddelde OZB-waarde van de woningen, sociaaleconomische kenmerken en de hoogte van de rijksuitkeringen. Aanmerkelijke afwijkingen in de hoogte van de OZB in Rhenen ten opzichte van de referentiegroep kunnen dan een signaal afgeven dat nader onderzoek naar de doelmatigheid van de gemeentelijke organisatie en of de gemeentelijke voorzieningen nodig of wenselijk is. Reden voor het vergelijken van de afvalstoffenheffing in Rhenen met die in andere gemeenten kan gemotiveerd zijn door de kosten voor de burgers voor de afvalinzameling en -verwerking. Een vergelijking van de heffingshoogte tussen gemeenten kan ook zinvol zijn om een beeld te krijgen van mogelijke effecten van verschillen in de bedrijfsvoering en de gehanteerde inzamelings- en tarievensystematiek. De voor de hand liggende referentiegemeenten zijn hier de andere gemeenten in de provincie Utrecht, omdat deze dezelfde afvalverwerker (AVU) hebben.

Voor de rioolheffing zou een vergelijking met gemeenten met vergelijkbare fysisch-geografische omstandigheden mogelijk zijn, maar hier heeft de rekenkamer aarzelingen omdat er ook grote verschillen zijn in de toerekening van kosten aan eigenaren en gebruikers en wat er precies met de heffing gedekt wordt. Alleen al het vaststellen van een geschikte referentiegroep vraagt om relatief omslachtig onderzoek. Meer informatie Voor informatie over de hoogte van de gemeentelijke woonlasten en de rijksuitkeringen uit het gemeentefonds zijn de websites van het COELO, www.coelo.nl en de VNG, www.waarstaatjegemeente.nl een goede bron. Beide bieden mogelijkheden om gemeenten onderling te vergelijken. De website van het COELO (Atlas Lokale Lasten en Atlas Rijksuitkeringen) biedt daarbij wat meer achtergrond informatie dan waarstaatjegemeente.nl. Beide websites bieden de mogelijkheid de gemeentelijke woonlasten in Rhenen te vergelijken met een andere, zelf te kiezen gemeente en het landelijk en provinciale gemiddelde. De COELO-website biedt daarnaast ook de mogelijkheid de woonlasten in Rhenen te vergelijken met de andere gemeenten in de provincie Utrecht en informatie over de plaats die Rhenen inneemt op de Nederlandse ranglijst naar hoogte van gemeentelijke 4

woonlasten1. Waarstaatjegemeente.nl biedt wat vergelijken betreft net wat meer mogelijkheden. Zo kunnen de woonlasten in de gemeente Rhenen ook vergeleken worden met onder meer de gemiddelde woonlasten in de regio Food Valley, de gemeenten in dezelfde grootteklasse (minder dan < 25.000 inwoners) en stedelijkheidsklasse (weinig stedelijke gemeenten) en gemeenten met vergelijkbare sociaal-demografisceh kenmerken (Rhenen is kleinschalige gemeente). Ook biedt waarstaatjegemeente.nl de mogelijkheid een eigen regio samen te stellen. Advies In de P&C-documenten wordt bij de ontwikkeling van de gemeentelijke woonlasten niet of nauwelijks verwezen naar de situatie in andere gemeenten. Dit zou kunnen via een link/QR-code naar de relevante webpagina’s van het COELO (www.coelo.nl) en de VNG (www.waarstaatjegemeente.nl). In de begroting zou bovendien een tabel met de gemeentelijke woonlasten in de direct omliggende gemeenten kunnen worden opgenomen. Een dergelijke tabel zou kunnen worden aangevuld met de landelijk en provinciaal gemiddelde woonlasten of de gemiddelde woonlasten van andere relevant geachte referentiegemeenten. Daarnaast zou de raad het college kunnen vragen om periodiek (minimaal 1 x per collegeperiode) te komen met een meer uitgebreide informatiebrief of discussienota over de afzonderlijke gemeentelijke woonlasten in Rhenen.

De tariefontwikkeling in Rhenen kan daarin worden afgezet tegen de ontwikkeling in referentiegemeenten die passen bij de vragen die de raad met betrekking tot de gemeentelijke woonlasten heeft . Daarin kan ook expliciet aandacht gegeven worden aan de keuzes die de raad kan maken met betrekking tot de verschillende heffingen.

Namens Rekenkamer Rhenen,

Bert Lokhorst, voorzitter

1 De benchmark vergelijkt voor alle gemeenten binnen een provincie de hoogte van de woonlasten voor

meerpersoonshuishoudens met een koopwoning. Bij de landelijke ranglijst wordt onderscheid gemaakt tussen meerpersoonshuishoudens met een eigen woning en huurders

5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13308679/1