CConstaterende datRhenen
Koppel je AI →
Document · PDF

Rekenkamerbrief Meerjarenbegroting 2026-2029

Raadsvergadering 11 november 2025, gemeente RhenenBij agendapunt: Rekenkamerbrief Meerjarenbegroting 2026-20292.565 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Aan de gemeenteraad van Rhenen Rhenen, 19 oktober 2025 Onderwerp: rekenkamerbrief bij de Meerjarenbegroting 2026-2029 Geachte leden van de raad, Met de behandeling van de Meerjarenbegroting 2026 - 2029 breekt voor uw raad een belangrijk moment in de planning- en control cyclus aan. De rekenkamer wil met deze brief bijdragen aan een evenwichtige en goed onderbouwde besluitvorming. Wij doen dit vanuit de rolopvatting dat wij onafhankelijk, maar ondersteunend zijn aan de raad. Onze adviezen vertrekken vanuit uw drie kernrollen: kaderstelling, controle en volksvertegenwoordiging. Wij richten ons nadrukkelijk op de informatie en inzichten die u als raad nodig heeft om deze drie rollen goed te kunnen vervullen, niet op de uitvoering of dagelijkse beheersing van beleid. Dat is de verantwoordelijkheid van het college van burgemeester en wethouders. Waar wij ons evenmin over uitspreken is de financiële techniek, de rechtmatigheid of de juistheid van de financiën. Daarvoor beschikt u over de door u aangestelde accountant, in samenhang met de rechtmatigheidsverantwoording van het college.

Wij erkennen daarbij de spanning die u als raad mogelijk ervaart: enerzijds bent u als raad eindverantwoordelijk voor een jaarlijkse exploitatie van afgerond 70 miljoen euro en een balanstotaal van ruim 100 miljoen euro, anderzijds kan van u niet worden verwacht dat u volledig zicht heeft op het (gedetailleerde) verloop van deze cijfers. Vanuit die spanning hebben wij naar een evenwicht gezocht – en naar ons oordeel gevonden – om u te kunnen ondersteunen bij het beoordelen van de meerjarenbegroting. Wij hechten eraan ons perspectief te onderstrepen, om uw verwachtingen aan de voorkant goed te richten. Met deze uitgangspunten hebben wij een analyse van de meerjarenbegroting gemaakt die u kunt betrekken bij de verdere voorbereiding van de oordeels- en besluitvorming. Daarbij hanteren wij het volgende analysekader: 1. Beoordeling van de programma’s vanuit de drie raadsrollen; 2. Financiële beoordeling vanuit de paragrafen; 3. Knoppen waar de raad aan kan draaien. In het vervolg van deze brief lichten wij deze onderdelen toe en geven wij per onderdeel onze bevindingen en aanbevelingen.

Pagina 1 van 5

1. Beoordeling van de programma’s vanuit de drie rollen Centraal in dit onderdeel staat de vraag of de informatie in de begrotingsprogramma’s u in staat stelt uw rol als kadersteller, controleur en volksvertegenwoordiger goed te vervullen. Om te beoordelen of u in staat bent aan de hand van de meerjarenbegroting uw rollen te vervullen, hebben wij per programma gekeken: • Of de beleidskaders bijsturing vragen; • Of de toelichting aanknopingspunten biedt voor controle; • Of de financiële mutaties aan inwoners kunnen worden uitgelegd. Kaderstellend Een analyse maakt duidelijk dat de relatie met het beleidskader niet altijd, en zeker niet altijd expliciet is gelegd. Het is in overwegende mate een beschrijving van wat het college allemaal voornemens is te gaan doen. Sommige programma’s besteden wel aandacht aan een benodigde actualisering van het kader, bijvoorbeeld de actualisering van het beleid water en riolering (P.24) In enkele gevallen wordt het ook aangestipt, zonder er verdere acties aan te koppelen. Een voorbeeld daarvan is de passage dat het jongerenwerk vanaf 2027 onderdeel wordt van de integrale opdracht voor Welzijn. Daarmee kunnen er verschuivingen optreden in onze vraag (P.38). Dit kan van betekenis zijn voor de kaders die de raad stelt, maar er wordt verder niet op in gegaan.

Meer in algemene zin zien wij onvoldoende terugkomen wat er van uw raad in kaderstellende zin voor de periode 2026-2029, met een accent voor 2026, verwacht wordt. Wij adviseren u om daar gericht naar te vragen, zodat dit ook kan worden verwerkt in de lange termijnplanning van uw raad en in de beleidsplanning van de gemeente. Dat raakt immers aan één van uw drie kerntaken. Controlerend De controlerende rol spitst zich wat ons betreft toe op een consequent terugkerend onderdeel per programma. Dit betreft het onderdeel b Activiteiten 2026 bij de vraag Wat gaan we ervoor doen? Onderdeel a (de reguliere activiteiten) is immers vaststaand beleid en bevat vooral een algemene beschrijving van de stappen die het college zet. Wij komen tot het beeld dat bij de meest impactvolle en omvangrijke programma’s (Fysiek, Sociaal Maatschappelijk, Economie & Toerisme), de toelichting diverse haakjes bevat voor controle van het college. Wij adviseren uw raad dan ook om het college te verzoeken in de jaarlijkse tussentijdse rapportages transparant te maken wat de voortgang is op de aangegeven Activiteiten 2026. Zo kan de raad voortgang monitoren en wij roepen de raad op dat ook daadwerkelijk te doen. Met betrekking tot de 3e vraag kunnen we kort zijn: de toelichting op de financiële overzichten bij het onderdeel Wat gaat het kosten ontbreekt in het geheel.

Aan de hand hiervan kunt u niet aan de inwoners uitleggen waarom er verschillen optreden in de bedragen per jaar over de periode 20262029. Wellicht dat de eventueel gestelde technische vragen bij de meerjarenbegroting u hier wel inzicht in heeft gegeven. Indien dat niet het geval is, adviseren wij u om bij het college aan te dringen op een nadere toelichting. Niet op product- of kostensoortniveau, maar in algemene zin per programma: vraag om een toelichting in maximaal drie zinnen van de belangrijkste financiële mutaties. Samenvattend: Er ontbreekt een helder beeld van wat er van de raad verwacht wordt in kaderstellende zin. Vraag het college dit te verduidelijken en vergelijk dit met uw eigen verwachtingen. Aanknopingspunten voor uw controlerende rol vindt u vooral in het onderdeel ‘activiteiten 2026’: dring aan op actieve monitoring en verantwoording met betrekking tot de ‘activiteiten 2026’ en vraag om een toelichting in maximaal drie zinnen van de belangrijkste financiële mutaties per programma.

Pagina 2 van 5

2. Financiële beoordeling vanuit de paragrafen Al eerder hebben wij gewezen op de spanning tussen uw eindverantwoordelijkheid voor een exploitatie van 70 miljoen euro per jaar en een balanstotaal van ruim 100 miljoen euro enerzijds en het blijven sturen op hoofdlijnen vanuit de drie rollen als raadslid anderzijds. Voor de financiële beoordeling sluiten wij om die reden niet aan bij de programma’s, maar bij de paragrafen uit de meerjarenbegroting. Dat zijn dwarsdoorsnedes over de programma’s heen en bevatten informatie die grote financiële impact hebben, grote politieke betekenis kennen of die een aanzienlijk belang hebben voor de realisatie van de programma’s. Zonder deze paragrafen is deze informatie versnipperd of komt de informatie maar zeer beperkt terug.

Wij onderkennen drie cruciale onderdelen die te herleiden zijn vanuit de paragrafen uit de Meerjarenbegroting 2026-2029 en die u als raadslid moet kunnen beoordelen: 1. Is de gemeente financieel weerbaar en wendbaar? 2. Kan de gemeente de risico’s aan? 3. Is er ruimte voor nieuw beleid? Met het antwoord op deze vragen, kunt u zich een onderbouwd beeld vormen over de robuustheid van de gemeentelijke financiële huishouding. Weerbaarheid en Wendbaarheid Met betrekking tot weerbaarheid en wendbaarheid kunt u aansluiting zoeken bij de financiële kengetallen zoals die staan opgenomen in het overzicht op P.74. Dat zijn verplichte kengetallen op grond van het BBV (de financiële spelregels voor gemeenten). Die zijn ooit in het leven geroepen, op advies van de Commissie Depla, om de informatiepositie van raadsleden met betrekking tot de financiële positie van de gemeente te verbeteren. Aan de hand van de kengetallen geven wij u twee dingen mee. Ten eerste, gelet op het belang van deze kengetallen is wenselijk om dit samenhangend te presenteren. In de voorliggende meerjarenbegroting is er evenwel voor gekozen om dit in twee onderdelen, op afzonderlijke plekken (P.74 en P.120/121), toe te lichten. Dat doet onzes inziens afbreuk aan de landing van deze belangrijke informatie.

Ten tweede, de kengetallen laten zien dat vanaf 2026 de netto-schuldquote toeneemt van ‘minst risicovol’ naar ‘neutraal’ en dat de solvabiliteitsratio achteruitloopt. Nog niet tot in de gevarenzone, maar over meerdere jaren gezien wel een terugloop van 30% naar 27% (10%, hieraan gerelateerd). Een toename van de schuldquote betekent vrij vertaald dat er steeds meer middelen in rente en afschrijving gaan zitten en er dus minder ruimte ontstaat in de exploitatie. Een afname van de solvabiliteit betekent dat de gemeente in afnemende mate in staat is om aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Wij adviseren uw raad om het college te verzoeken met een nadere verdieping van deze ontwikkelingen te komen en om een handelingsperspectief te vragen om aan deze neerwaartse ontwikkelingen het hoofd te kunnen bieden. Pagina 3 van 5

Risico’s De paragraaf Weerstandsvermogen & risicobeheersing biedt de benodigde informatie om risico’s in te schatten. Daarin wordt uitgelegd dat er met toepassing van een bepaalde methodiek berekend is wat de financiële impact is, als bepaalde onvoorziene omstandigheden (risico’s) zich aandienen. Dat bedrag (de benodigde weerstandscapaciteit) wordt afgezet tegen het bedrag wat beschikbaar is voor incidentele tegenvallers (de beschikbare weerstandscapaciteit). Het beleid van de gemeente is dat deze verhouding groter dan 1 moet zijn. Uit de berekeningen volgt dat deze verhouding 2,2 bedraagt. Daarmee is er aanzienlijk meer incidenteel geld beschikbaar op de balans van de gemeente dan nodig is voor het afdekken van de onvoorziene risico’s. De norm van groter dan 1 is een politieke keuze en is vastgelegd in het gemeentelijk beleid. Wel is het zo dat de verhouding van 2,2 terugloopt vanaf 2022, toen de verhouding nog op bijna 5 stond. De gepresenteerde afbeelding (P.120) laat een neerwaartse curve zien. Er zijn geen redenen tot zorg wat dit onderdeel betreft. Uit de cijfers volgt het beeld dat dat de gemeente momenteel voldoende financiële middelen heeft om de gemaakte risicoanalyses te kunnen afdekken en daarmee de risico’s aankan.

Structurele exploitatieruimte De 3e vraag gaat in op de structurele exploitatieruimte, met als uitgangspunt dat alle structurele lasten gedekt worden door structurele baten. En geeft daarmee ook het antwoord op de vraag of er ruimte is voor nieuw beleid. De toelichting laat zien (P.120) dat deze structurele ruimte licht toeneemt en boven de nul komt, wat positief is. Wat de rekenkamer daarbij inhoudelijk nieuwsgierig maakt, is wat de onderlinge relatie is tussen de gepresenteerde onderwerpen: we zien een verslechtering van de schuldpositie, van de solvabiliteit en een neerwaartse curve van de ratio weerstandsvermogen enerzijds en een verbeterde structurele exploitatieruimte anderzijds. Het college zou hierop bevraagd kunnen worden door uw raad, immers in het BBV is aangegeven dat een toelichting op de onderlinge samenhang belangrijker is dan het afzonderlijk presenteren van de kengetallen. Wij geven dit dan ook aan uw raad in overweging. Samenvattend, overweeg het college te verzoeken om in volgende versies de presentatie en nadere toelichting op de financiële kengetallen bij elkaar te plaatsen en vraag tevens om een nadere verdieping met een handelingsperspectief om de neerwaartse ontwikkelingen (schuldpositie, solvabiliteit) het hoofd te kunnen bieden.

En overweeg om het college een nadere toelichting te vragen op de samenhang en onderlinge relaties tussen een verslechterende schuldpositie, een afnemende solvabiliteit en een dalende ratio weerstandsvermogen enerzijds en een verbetering in de structurele exploitatieruimte anderzijds. 3. Knoppen om aan te draaien De raad heeft een aantal knoppen om aan te draaien op het gebied van financiële kaderstelling, in relatie tot de onderdelen zoals die in de paragrafen bij de meerjarenprogramma staan. Het betreft de volgende drie knoppen: 1. Het woonlastenbeginsel; 2. De bandbreedtes voor het weerstandsvermogen; 3. De streefwaarden voor de financiële kengetallen. De rekenkamer zegt daarbij niet dat de raad aan deze knoppen moet draaien, maar gaat in op de vraag of deze knoppen aanwezig zijn en of eraan gedraaid wordt. Het normeren van – en daarmee draaien aan – de knoppen is een politieke keuze. Het uitgangspunt van de rekenkamer is dat dit mogelijkheden zijn voor versterkte financiële kaderstelling en sturing door de raad. Het woonlastenbeginsel betreft de methodiek waarin de gemeente grenzen stelt aan de mate waarin het totaal aan woonlasten (OZB, rioolheffing en afvalstoffenheffing) mag stijgen. Hierop wordt in Rhenen in zekere zin gestuurd, zij het indirect via de zogenaamde woonlastendemping (een korting per jaar op het totaal, zie P.68).

Uit de toelichting blijkt dat dit principe van woonlastendemping wordt toegepast in 2026, daarna niet meer. Dit is uiteraard een politieke keuze. Het roept in ieder geval bij de rekenkamer de vraag op of dit nog in debat kan komen, bijvoorbeeld in het kader van de kerntakendiscussie. Wat wij met betrekking tot het woonlastenbeginsel zien, is dat er niet wordt Pagina 4 van 5

gestuurd op een totale bandbreedte waarbinnen deze lasten zich mogen ontwikkelen. De rekenkamer geeft de raad in overweging om te bezien of dit beginsel helpend kan zijn voor kaderstelling en controle met betrekking tot de woonlasten in de periode na 2026. Dat versterkt de rol van de raad. De 2e knop betreft de bandbreedtes voor het weerstandsvermogen, in meervoud. Het huidige beleid kent een ratio van 1 of meer als norm voor de verhouding tussen de benodigde en de aanwezige weerstandscapaciteit (zie ook onderdeel 2). Die ratio is een politieke keuze. Door met een bandbreedte te gaan werken – bijvoorbeeld tussen 1,0 en 2,0 of tussen 1,0 en 1,5) kan de raad richting geven aan de sturing op de incidentele middelen van de gemeente. Wij onderstrepen daarbij de mogelijkheid dat dit kan, dat de raad meer richting kan geven dan dat zij nu doet. En daarmee een knop (deels) onbenut raakt. De 3e knop om aan te draaien betreft de streefwaarden die nu ook al zijn opgenomen bij de kengetallen met betrekking tot de financiële positie (P.74). Deze waarden worden nu als feitelijke score gepresenteerd en geplaatst in een perspectief van signaalwaarden zoals de provincie die hanteert in het kader van financieel toezicht. Voor de versterking van de kaderstellende en controlerende rol zou de raad kunnen overwegen om de ontwikkeling van de kengetallen van gewenste bandbreedtes te voorzien.

Feitelijk hetzelfde als bij de 2e knop met betrekking tot de bandbreedtes van het weerstandsvermogen: de rekenkamer wijst op de mogelijkheid tot nadere sturing, of uw raad dat wenselijk acht, is een politieke keuze. Samenvattend: overweeg of toepassing van een sturing via het woonlastenbeginsel helpend kan zijn voor de periode na 2026 en of de raad het wenselijk acht om tot nadere sturing met betrekking tot de ratio weerstandsvermogen en de financiële kengetallen te komen. Daar waar onze adviezen bij de eerste twee onderdelen (beoordeling van de programma’s en de financiële beoordeling vanuit de paragrafen) zich vooral richten op vragen die aan het college gesteld kunnen worden, richt dit derde onderdeel zich in eerste instantie tot de raad zelf. Daar kan dan vervolgens weer een opdracht voor het college uit voortkomen. Tot slot Met deze brief geven wij invulling aan onze rol als onafhankelijke adviseur voor uw raad in zijn algemeenheid en met betrekking tot de majeure planning & control producten in het bijzonder. Wij vertrouwen erop u hiermee van dienst te zijn in de verdere voorbereiding bij de besluitvorming met betrekking tot de meerjarenbegroting 2026-2029. Dit betreft een rekenkamerbrief, geen onderzoeksrapport.

Voor onderzoeksrapporten passen wij de werkwijze toe zoals omschreven in ons onderzoeksprotocol voor wat betreft hoor en wederhoor en vragen wij bij onderzoeksrapporten ook het college om een bestuurlijke reactie. Bij een rekenkamerbrief zijn dit geen verplichte onderdelen en kan de 1e termijn van de Begrotingsraad worden gebruikt om van het college een bestuurlijke reactie te vernemen. Wij zullen deze brief in evaluatieve zin in ieder geval agenderen voor onze periodieke bespreking met de rekenkamerraadscommissie op 25 november aanstaande. Wij wensen u een goede verdere voorbereiding toe van de Begrotingsraad. Met vriendelijke groet, De Rekenkamer Rhenen

Judith Calmeyer Meijburg-van Reekum Voorzitter

Desi Gielkens Lid

Hans Verdellen Lid

Pagina 5 van 5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16107748/1