Raadsvoorstel zienswijze (ontwerp) Programmabegroting Omgevingsdienst Utrecht (ODU) 2026 en (ontwerp) Bijdrageverordening
Tekst van het document
Bestuurlijk voorstel raad Datum Behandelaar Zaaknummer Portefeuillehouder Besluitvormend orgaan Publicatieniveau Onderwerp
: : : : : : :
30 september 2025 Francien Gaasenbeek 4549 B.J.N. Fintelman Gemeenteraad Openbaar Zienswijze ontwerp Programmabegroting 2026 Omgevingsdienst Utrecht (ODU) en ontwerp bijdrageverordening
Voorstel De gemeenteraad besluit: 1. 2. 3. 4.
middels bijgevoegde brief (bijlage 3) een zienswijze in te dienen op de ontwerp Programmabegroting Omgevingsdienst Utrecht 2026 (inclusief kadernota 2026) en ontwerp Bijdrageverordening Omgevingsdienst Utrecht; op grond van de ontwerp Programmabegroting Omgevingsdienst Utrecht 2026: a. de structurele bijdrage voor 2026 vast te stellen op € 752.000; b. de raming in de begroting structureel te verlagen met € 35.669. de financiële gevolgen te verwerken in de Begroting 2026-2029; de zienswijze uiterlijk 17 oktober 2025 kenbaar te maken aan het Algemeen Bestuur van de ODRU en RUD Utrecht.
Inleiding Op 11 juli 2025 hebben de algemeen besturen van de ODRU en RUD Utrecht ingestemd met de ontwerp Programmabegroting Omgevingsdienst Utrecht (ODU) 2026 (inclusief kadernota 2026) en de ontwerp Bijdrageverordening ODU. Op 14 juli 2025 heeft het dagelijks bestuur van de ODRU en RUD Utrecht de ontwerp Programmabegroting ODU 2026 (inclusief kadernota 2026) en de ontwerp Bijdrageverordening ODU aan de colleges van de deelnemende gemeenten en provincie gezonden. De gemeenteraad kan hierop haar zienswijze geven. De termijn voor het geven van deze zienswijze loopt tot en met 17 oktober 2025. Ontwerp Programmabegroting ODU 2026 (inclusief kadernota 2026) Op het moment dat de gemeenschappelijke regeling in werking treedt, is de Omgevingsdienst Utrecht (ODU) een feit. Zij dient dan een programmabegroting te hebben voor het jaar 2026. De programmabegroting legt het fundament voor een stabiele, krachtige en wendbare organisatie, die door de provincie en gemeenten opgedragen taken kan uitvoeren. Hiermee kan de ODU effectief bijdragen aan een gezonde, veilige en duurzame leefomgeving in de provincie Utrecht en haar positie als professionele, betrouwbare en toekomstbestendige partner verder versterken. Het proces van de ontwerp Programmabegroting wordt doorlopen in lijn met de wettelijke vereisten in de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr).
Daarom wordt de raad in de gelegenheid gesteld om voorafgaande aan de definitieve besluitvorming een zienswijze naar voren te brengen. Ontwerp Bijdrageverordening ODU
1
In de algemene financiële uitgangspunten van de ontwerp Gemeenschappelijke regeling ODU is vastgelegd dat het algemeen bestuur een bijdrageverordening vaststelt, waarin in elk geval wordt geregeld op welke wijze en in welke mate de colleges financieel bijdrage aan de instandhouding van de Omgevingsdienst en op welke wijze wordt omgegaan met reservevorming en uitkering van reserves. De algemeen besturen van de ODRU en RUD Utrecht hebben besloten dat het ontwerp van de bijdrageverordening de eerste keer aan de staten en raden wordt voorgelegd met de mogelijkheid een zienswijze naar voren te brengen. Dit vanwege de samenhang met de ontwerp Programmabegroting en om het gehele financiële plaatje voor de raden voldoende inzichtelijk te maken. Kaders In artikel 59, lid 3, Wet gemeenschappelijke regelingen en artikel 29, lid 5, van de concept Gemeenschappelijke regeling staat beschreven dat de raad een zienswijze over de ontwerp begroting mag indienen en dat het dagelijks bestuur deze zienswijze toevoegt aan de ontwerp begroting die aan het algemeen bestuur wordt aangeboden. Beoogd doel Het college is voornemens deel te nemen aan de nieuwe, nog op te richten, Omgevingsdienst Utrecht (ODU). Deze omgevingsdienst beoogt één robuuste omgevingsdienst in de provincie Utrecht te zijn die vanuit kennis en kunde inspeelt op maatschappelijke ontwikkelingen.
De ODU bereikt daarmee beter haar doelen en draagt bij aan een gezonde, veilige en duurzame leefomgeving, met een gelijk speelveld voor inwoners en bedrijven in de gehele provincie Utrecht. De ontwerp Programmabegroting ODU 2026 en ontwerp Bijdrageverordening onderbouwen de gemeentelijke bijdrage en gaan tevens in op kwaliteitsverbetering, innovatie en efficiëntie. Met dit voorstel wordt voorgesteld een zienswijze in te dienen op deze documenten, met als doel bij te dragen aan een betere en meer evenwichtige meerjarenbegroting van de nieuw op te richten omgevingsdienst. Argumenten 1.1/4.1 De raad heeft de mogelijkheid om een zienswijze in te dienen op de (Ontwerp) Programmabegroting ODU 2026 (inclusief kadernota) en (Ontwerp) Bijdrageverordening van de Omgevingsdienst Utrecht. De basis voor de (Ontwerp) Programmabegroting ODU 2026 (inclusief kadernota 2026) en (Ontwerp) Bijdrageverordening zijn de bestuurlijke afspraken zoals deze zijn verwoord in het Richtingsplan. Deze heeft u gelijktijdig met de ontwerp Gemeenschappelijke regeling ODU van ons ontvangen. De (Ontwerp) Programmabegroting ODU 2026 en de (Ontwerp) Bijdrageverordening zijn zorgvuldig tot stand gekomen. Met de twee voorliggende producten is de vaste formatie van de nieuwe Omgevingsdienst bekend. Verder is tegemoet gekomen aan de wens van gemeenten voor een soepele regeling bij beperkte afname van uren.
1.2/4.2 Zienswijze als middel om essentiële aandachtspunten in te brengen De bijgevoegde conceptzienswijze biedt de mogelijkheid om een aantal voor de gemeente Rhenen belangrijke aandachtspunten onder de aandacht te brengen. Zo wordt benadrukt dat de nieuwe Omgevingsdienst financieel wendbaar moet blijven en dat daarbij meer inzicht nodig is in de opbouw van de vaste kosten, juist in het licht van de financiële uitdagingen waar gemeenten voor staan. Ook wordt het belang van uniformiteit van indexatiepercentages genoemd. Daarnaast wordt het belang onderstreept van tijdig inzicht in de risico’s die de ODU mogelijk loopt, zodat beoordeeld kan worden of het weerstandsvermogen toereikend is. Deze aandachtspunten zijn cruciaal voor een financieel stabiele, rechtvaardige en toekomstbestendige samenwerking binnen de nieuwe organisatie. 2.1/5.1 Op basis van de gehanteerde financieringssystematiek is de bijdrage voor de gemeente Rhenen berekend op € 752.000 De ODU hanteert een gemengde financieringssystematiek. De vaste kosten (overhead en vaste lasten voor uitvoering van taken als vergunningverlening en toezicht) worden verdeeld op basis van het aandeel afgenomen uren, zoals vastgesteld in de dienstverleningsovereenkomsten (DVO's). Het variabele deel is gebaseerd op de afname van concrete producten en diensten.
De vaste bijdrage voor Rhenen is op basis van het in de DVO opgenomen aantal uur (5.857) een aandeel van 1,7% in de vaste
2
kosten wat neerkomt op € 273.400. De variabele bijdrage bedraagt 5.857 x € 81,75 = € 478.800. De totale bijdrage komt hiermee op € 752.200. 2.2/5.2 De ODU levert Rhenen een budgettair voordeel op De samenvoeging van de ODRU en de RUD Utrecht levert herverdeeleffecten voor de deelnemende gemeenten op. De financieringssystematiek zoals hiervoor aangegeven wijkt af van de systematiek zoals deze door de ODRU werd gehanteerd. Bij de ODRU was geen sprake van een vaste en variabele bijdrage, maar werden alle kosten doorberekend in een integraal uurtarief. De bijdrage aan de ODRU en de ODU laten zich last vergelijken, omdat een deel van de uren die door de ODRU werden doorberekend nu in de vaste bijdrage zijn meegenomen. De bijdrage aan de ODRU voor Rhenen in 2025 bedroeg € 824.838. De bijdrage aan de ODU 2026 bedraagt voor Rhenen € 752.200. Per saldo is de bijdrage daarmee € 72.638 lager. Dit is echter niet het budgettaire voordeel aangezien een deel van de kosten van de ODRU 2025 worden doorberekend aan projecten en SPUK's. Het budgettaire voordeel bedraagt € 35.669. Kanttekeningen (risico's en nadelen) 1.1/5.1 De gemeentelijke financiële bijdrage staat voor de aankomende twee jaar vast. In de concept Gemeenschappelijke regeling ODU is opgenomen dat na de vaste periode van twee jaar weer wijzigingen mogelijk zijn.
Hieraan zijn net als in de huidige Gemeenschappelijke regeling ODRU in bepaalde situaties voorwaarden en verplichtingen gekoppeld (bijvoorbeeld een doorrekening van frictiekosten). 1.2/5.2 Bij niet voorziene grote ontwikkelingen kan de bijdrage hoger uitvallen. Wanneer op jaarbasis het aantal afgesproken uren in de Dienstverleningsovereenkomst (DVO) wordt overschreden met 10% of meer, vindt een herrekening plaats over de vaste bijdrage. Door monitoring en zo mogelijk prioritering houden we dit risico beperkt. Aanvullende financiële notities De ontwerp Programmabegroting ODU 2026 geeft ook inzicht in het weerstandsvermogen van de nieuwe omgevingsdienst. De algemene reserve bedraagt € 1.028.000. In de gemeenschappelijke regeling ODU is bepaald dat de algemene reserve maximaal 7% van de jaaromzet bedraagt. Op basis van de begroting is dat € 2 miljoen. Naast de algemene reserve is een post onvoorziene uitgaven in de begroting opgenomen van € 337.000 die ook kan worden meegenomen in de berekening van de weerstandscapaciteit. In de paragraaf 'weerstandsvermogen' is een risicoanalyse gegeven die uitkomt op het berekende restrisico van € 1.028.000. Hiermee komt de weerstandsratio op 1,33 en is daarmee voldoende. Wat echter ontbreekt, is een risicoanalyse voor de komende jaren. Het oprichten van een nieuwe omgevingsdienst brengt onvermijdelijk risico's met zich mee.
Hier is in de begroting geen aandacht aan besteed. Wij stellen u voor door middel van bijgevoegde brief (bijlage 3) hierover een zienswijze in te dienen. Vervolg Vervolgstappen De ontvangen zienswijzen worden meegenomen in de besluitvorming. Voorafgaande aan het vaststellen van de Programmabegroting ODU 2026 (inclusief kadernota) en de Bijdrageverordening ontvangt u een reactie op de door uw raad ingediende zienswijze. De reacties en zienswijzen worden bij de Programmabegroting ODU 2026 en Bijdrageverordening gevoegd voor de definitieve vaststelling door het algemeen bestuur van de ODU op 10 november 2025 1. Van de definitieve vaststelling ontvangt u vervolgens een mededeling. Monitoring of evaluatie De inrichting en werking van de nieuwe Omgevingsdienst Utrecht worden na de oprichting gemonitord. Gezien de omvang van het traject voor de oprichting van een nieuwe omgevingsdienst is een evaluatie vanzelfsprekend. Deze evaluatie zal in gezamenlijkheid plaatsvinden door de deelnemende gemeenten en de provincie Utrecht. In de evaluatie wordt onder andere beoordeeld of de Gemeenschappelijke regeling ODU in de praktijk werkbaar is en of deze bijdraagt aan de gestelde doelen van een robuuste, toekomstbestendige omgevingsdienst. Mocht uit de evaluatie blijken dat aanpassing van de regeling wenselijk is, dan 1
Erop vertrouwend dat op 8 oktober 2025 alle deelnemende partijen ingestemd hebben met de oprichting van de ODU. 3
worden de colleges en gemeenteraden opnieuw betrokken bij het besluitvormingsproces over die aanpassing. De planning en frequentie van de evaluatie worden nader uitgewerkt in de opstartfase van de ODU. Participatie Bij de samenvoeging van de twee Omgevingsdiensten worden inwoners niet direct betrokken. Dat geldt ook voor de Programmabegroting en de Bijdrageverordening, aangezien het om interne organisatorische aangelegenheden gaat. Communicatie Het algemeen bestuur van de ODRU en RUD Utrecht ontvangt de zienswijzebrief van de raad per mail. Bijlagen Bijlage 1: (Ontwerp) Programmabegroting ODU 2026 Bijlage 2: (Ontwerp) Bijdrageverordening Bijlage 3: (concept) Zienswijze Programmabegroting ODU 2026 en Bijdrageverordening Bijlage 4: Uitnodiging mogelijkheid indienen zienswijze (Ontwerp) Programmabegroting ODU 2026 Bijlage 5: Uitnodiging mogelijkheid indienen zienswijze (Ontwerp) Bijdrageverordening
4