CConstaterende datRhenen
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel wijziging Afstemmingsverordening participatiewet IOAW en BDZ gemeente Rhenen

Raadsvergadering 7 maart 2023, gemeente RhenenBij agendapunt: Raadsvoorstel Wijziging Afstemmingsverordening participatiewet IOAW, BDZ gemeente Rhenen2.349 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bestuurlijk Voorstel raad Datum Behandelaar Zaaknummer Portefeuillehouder Besluitvormend orgaan Publicatie Onderwerp

: : : : : : :

10 januari 2023 Juliette Groenendijk 1051699 D. Poortinga Gemeenteraad Rhenen Openbaar Wijziging Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW en Ioaz en BBZ gemeente Rhenen

Voorstel: De gemeenteraad besluit: 1. De Wijzigingsverordening Afstemmingsverordening Participatiewet, Ioaw en Ioaz en BBZ Rhenen 2022 vast te stellen, waarmee: duidelijkheid gegeven wordt hoe er gehandeld wordt als een inwoner zich gelijktijdig niet houdt aan verplichtingen uit de Participatiewet en de Wet Inburgering 2021; duidelijkheid wordt gegeven over plicht tot financieel ontzorgen, met name de verplichting van de inburgeraar om hieraan mee te werken en wat de gevolgen kunnen zijn als dat niet gebeurt; het mogelijk wordt om een bestuurlijke boete op basis van de Wet Inburgering 2021 te verrekenen met een participatiewet-uitkering; een overgangsregeling wordt getroffen voor inwoners met een inburgeringsplicht van voor de Wet Inburgering 2021; de Verordening Wet Inburgering gemeente Rhenen wordt ingetrokken .

Aanleiding/ korte voorgeschiedenis De aanleiding voor dit raadsvoorstel is het in werking treden van de Wet Inburgering per 1 januari 2022. De Wet Inburgering 2021 (voortaan Wi2021) regelt al veel, maar een aantal zaken vragen nadere besluitvorming door de gemeenteraad. Samenloop wetten Het kan zijn dat een inwoner die een inburgeringsplicht heeft en een participatiewet-uitkering ontvangt zich niet houdt aan verplichtingen uit de Participatiewet EN verplichtingen uit de Wi2021. Er is dan een samenloop van wetten. Het is aan de gemeente om duidelijkheid te geven welke keuze er dan gemaakt wordt qua handhaving; een inburgeringsboete of een Participatiewet -maatregel, in praktijk een verlaging van de uitkering. Financieel ontzorgen Op basis van de Wi2021 moeten gemeenten inwoners met een inburgeringsplicht het eerste half jaar financieel ontzorgen. Dit kan alleen als de betreffende inwoner meewerkt. Met dit besluit wordt vastgesteld hoe de gemeente handelt als de betreffende inwoner niet mee wil werken.

1

Bestuurlijke boete Wi2021 verrekenen met uitkering De Wi2021 biedt de mogelijkheid een bestuurlijke boete op te leggen aan een inburgeraar. Het is wenselijk om de mogelijkheid te hebben deze bestuurlijke boete te kunnen verrekenen met een participatiewet-uitkering. Daar vraagt een raadsbesluit in de vorm van een verordening.

Overgangsregeling en intrekken huidige verordening Verder is het wenselijk een overgangsregeling te treffen voor inwoners die een inburgeringsplicht hebben vanuit de vorige wetgeving. De raad stelt met dit besluit vast, hoe om te gaan met deze doelgroep. Tot slot is met het ingaan van de nieuwe Wet Inburgering de Verordening Wet Inburgering Rhenen overbodig geworden, deze kan dus worden ingetrokken door de raad. Kaders Dit besluit hangt samen met de Participatiewet en de Wet inburgering 2021. Beoogd effect Een geactualiseerde verordening waarin noodzakelijke wijzigingen naar aanleiding van de Wi2021 zijn verwerkt. Hiermee is het voor inburgeraars en uitvoerders van de wet duidelijk hoe er gehandeld kan en/of zal worden in situaties waarin verplichtingen niet nagekomen worden, er een inburgeringsboete wordt opgelegd en welke regels er gelden voor inburgeraars die onder voorgaande wetgeving vallen. Argumenten 1.1 A Wijzigingsverordening: duidelijkheid hoe de gemeente invulling geeft aan de samenloop tussen de Wet Inburgering 2021 (Wi2021) en de Participatiewet (Pw). Dit geldt voor inburgeraars die een bijstandsuitkering ontvangen. Over het algemeen betreft dat het overgrote deel van inburgeraars. Zij kennen dus verplichtingen vanuit de Wi2021 en Pw. Het kan voorkomen dat beide wetten geschonden worden door de inburgeraar.

In dat geval geeft de Wijzigingsverordening aan welke sanctie gehanteerd wordt. De sanctie vanuit de Wi2021, een bestuurlijke boete, of de sanctie vanuit de Pw, het verlagen van de uitkering. Dit is noodzakelijk omdat in de Wi2021 niet duidelijk is bepaald hoe moet worden omgegaan met deze situatie. Overigens is wel duidelijk dat op grond van het evenredigheidsbeginsel dubbele sanctionering niet mogelijk is. 1.1.1. A Inhoudelijke keuze: Participatiewet sanctie gaat voor Wi2021 sanctie vanwege rechtszekerheid, maar er zijn maatwerkopties Er zijn 2 keuzes mogelijk: 1. De Pw gaat voor. De volgorde is dan in het geval van samenloop: afstemmen op grond van de Pw in combinatie met de verordening (verlagen uitkering) en geen boete op grond van de Wi2021. 2. Er wordt geen keuze gemaakt tussen afstemmen op grond van de Pw en een boete op grond van de Wi2021. Hier wordt maatwerk geboden en per situatie gekeken wat een passende sanctie is. In de Wijzigingsverordening is gekozen voor het uitgangspunt dat de sancties vanuit de Pw voorgaan, ofwel optie 1. Argument voor deze keuze is dat dit meer rechtszekerheid biedt aan inburgeraars, ze weten aan de voorkant al wat het beleid is.

Deze keuze betekent dat als het college voor dezelfde gedraging de bijstand op grond van artikel 18 of 18b Pw kan verlagen MAAR OOK een boete op grond van de Wi2021 kan opleggen, dan wordt de bijstand verlaagd en wordt géén boete opgelegd. De Wijzigingsverordening biedt daarbij alsnog wel de mogelijkheid tot maatwerk. Er kan namelijk alsnog gekozen worden voor een boete op grond van de Wi2021 in plaats van een verlaging van de bijstand op grond van de Pw. Dit kan als de verlaging van de bijstand tot een financieel nadeliger situatie leidt dan het opleggen van een boete EN: • de belanghebbende nog (financieel) wordt ontzorgd op grond van artikel 56a Pw; een verlaging van de uitkering zou dit proces van ontzorgen kunnen frustreren, of

2

• de verlaging van de bijstand er toe leidt dat het inburgeringsproces van de belanghebbende vertraging oploopt, dat is een ongewenst neveneffect. U vindt de aanpassing inzake dit onderwerp in de bijlage Wijzigingsverordening, specifiek wijziging artikel 1 sub D.

1.2 B Het is duidelijk wat de gevolgen zijn voor de inburgeraar als deze niet meewerkt aan het financieel ontzorgen. Gemeenten zijn verplicht om inburgeraars het eerste half jaar financieel te ontzorgen. Dat betekent dat de gemeente voor de inburgeraar regelt dat zijn vaste lasten zoals huur, gas/water/licht en zorgverzekering worden betaald. De verplichting van de inburgeraar om mee te werken aan dit financieel ontzorgen is geregeld in artikel 56a Pw. Meewerken door de inburgeraar is noodzakelijk voor het kunnen uitvoeren van deze zorgplicht. De inburgeraar moet namelijk het college machtigen om een deel van de uitkering/hun inkomen aan een derde uit te betalen. Zonder machtiging kan dit niet. Noch in de Pw, noch in de Wi2021 is bepaald hoe wordt omgegaan met het niet meewerken aan dit financieel ontzorgen. Omdat het een wettelijke taak is van gemeenten om een deel van de uitkering door te betalen aan een derde, is in de Wijzigingsverordening bepaalt hoe wordt omgegaan bij het niet meewerken aan ontzorgen. Omdat het hier gaat om een doelgroep die wellicht tijd nodig heeft om te begrijpen waarom medewerking noodzakelijk is en om het proces van financieel ontzorgen niet onnodig te frustreren wordt er in eerste instantie gewerkt met een waarschuwing met daarbij de mogelijkheid om binnen een maand alsnog mee te werken.

De sanctie op het niet meewerken aan het financieel ontzorgen is uiteindelijk het voor één maand verlagen van de uitkering. U vindt de aanpassing inzake dit onderwerp in de bijlage Wijzigingsverordening, specifiek wijziging artikel 1 sub C. 1.3 C W12021: het kunnen verrekening van boetes op grond van deze wet met een participatiewet- uitkering, dat is: - efficiënter - dient te worden vastgelegd in een verordening. Dit onderdeel heeft betrekking op situaties waarin alleen de Wi2021 van toepassing is. Als een inburgeraar een verplichting niet nakomt kan de inburgeraar een boete krijgen op grond van de Wi2021. Deze boete kan, na een aanmaning met een dwangbevel, op grond van de Algemene wet bestuursrecht worden ingevorderd. Het starten van een procedure met dwangbevel is een ingewikkelde administratieve handeling en vraagt ook van de inburgeraar een zekere mate van zelfredzaamheid in het afhandelen van een dergelijk traject. Het invorderen van een boete door middel van verrekening met de Pw-uitkering is een relatief eenvoudige administratieve handeling en in de praktijk uiteraard nog steeds vervelend, maar minder belastend voor de inburgeraar. Dat laatste heeft dan ook de voorkeur, maar betekent iets qua besluitvorming.

Het is mogelijk om boetes op grond van de Wi2021 te verrekenen met de bijstandsuitkering, maar dan moet de bevoegdheid daarvoor in een verordening vastgelegd zijn. Artikel 4:93 lid 1 Awb bepaalt namelijk dat verrekening van een geldschuld met een bestaande vordering alleen mogelijk is als de bevoegdheid daartoe bij wettelijk voorschrift is voorzien. Een verordening is een wettelijk voorschrift in de zin van artikel 4:93 lid 1 Awb. Daarom leggen we dit vast in de Wijzigingsverordening. U vindt de aanpassing inzake dit onderwerp in de bijlage Wijzigingsverordening, specifiek wijziging artikel 1 sub B.

3

1.4 Duidelijke overgangsbepalingen voor inwoners die inburgering plichtig zijn op grond van de Wet inburgering zoals die gold voor 1 januari 2013. Er geldt geen verplichting meer tot het hebben van een verordening inburgering. De Verordening Inburgering gemeente Rhenen wordt dan ook ingetrokken (zie ook argument 1.5). Voor een kleine groep inburgeraars geldt nog wel een overgangsregime. Dit zijn nieuwkomers die voor 1 januari 2013 inburgering plichtig werden en het inburgeringsexamen nog niet hebben afgerond (regime Wet inburgering 2007-2013): Voor deze inburgering plichtige, (bedoeld in artikel 1, onderdeel, b, van de Wet inburgering), voor wie de termijn voor het behalen van het examen, (bedoeld in artikel 13, eerste lid, van die wet op grond van artikel 7, eerste lid, of 26 van die wet) is aangevangen, blijven hoofdstuk 2 en de artikelen 16, 17, eerste lid, 18, 23, eerste tot en met derde lid, 29 tot en met 37, 47 en 49 van de Wet inburgering van toepassing. Dit betekent dat een aantal bepalingen van de in te trekken verordening nog van toepassing moeten blijven op deze groep inburgeringsplichtigen. Met het overgangsrecht van artikel III in de Wijzigingsverording (zie bijlage) is dat geregeld. Ter informatie: in heel Nederland zijn nog circa 9.000 mensen met een oude inburgeringsplicht.

Bij verhuizing naar de gemeente Rhenen zal de gemeente de mogelijkheid moeten hebben deze ‘oude’ handhavingstaak toe te passen. De verwachting is dat op 1 januari 2030 er geen inburgeringsplichtigen meer zijn die onder dit regime vallen. 1.5 Geen overbodige wetgeving Er geldt geen verplichting meer tot het hebben van een verordening inburgering. En met deze Wijzigingsverordening worden die zaken geregeld waar de raad over moet beslissen. Om die reden is in de Wijzigingsverordening opgenomen dat de Verordening Inburgering gemeente Rhenen wordt ingetrokken. U vindt de aanpassing inzake dit onderwerp in de bijlage Wijzigingsverordening Wijziging artikel II sub B. Risico’s en nadelen 1.1 Bij samenloop kiezen voor de Pw kan financieel nadelig uitpakken voor de inburgeraar Het is wenselijk om willekeur te voorkomen. Om te voorkomen dat gelijke gevallen ongelijk worden behandeld, wordt geadviseerd zoveel mogelijk te volstaan met een verlaging van de uitkering (dus te kiezen voor een sanctie op basis van de Pw). Hiermee wordt voorkomen dat inwoners bij een vergelijkbare gedraging een andere sanctie krijgen. Tegelijk dient het regime van de Wi2021 in acht te worden genomen. De Wi2021 is milder dan de Participatiewet. Het goed kunnen inburgeren staat centraal. Daarom wordt in 2 specifieke situaties prioriteit gegeven aan de – mildere - Wi2021 boven de Pw.

Zo wordt een boete op grond van de Wi2021 opgelegd in plaats van een verlaging van de bijstand op grond van de Pw, als de verlaging van de bijstand tot een financieel nadeliger situatie leidt dan het opleggen van een boete EN: a. de belanghebbende nog (financieel) wordt ontzorgd op grond van artikel 56a Pw; of b. de verlaging van de bijstand er toe leidt dat het inburgeringsproces van de belanghebbende vertraging oploopt. Deze maatwerkopties bieden voldoende tegenwicht aan het risico dat de situatie onevenredig financieel nadelig uitpakt voor een inburgeraar en het inburgeringstraject.

4

1.2 Het verlagen van een uitkering wegens niet meewerken aan ontzorgen kan negatief van invloed zijn op het ontzorgen. Het financieel ontzorgen van de inburgeraar, de eerste zes maanden, is een wettelijke taak. Gemeenten hebben hierin geen beleidsvrijheid. Om te kunnen ontzorgen is een door de inburgeraar ondertekende machtiging nodig. Bij het niet afgeven van deze machtiging kan het verlagen van de bijstandsuitkering volgen. Dat kan er toe leiden dat het proces van ontzorgen wordt gefrustreerd. Om dit te voorkomen wordt aan de voorkant voorlichting gegeven en met inzet van een tolk aan de inburgeraar uitgelegd waarom deze machtiging nodig is. Er ontstaat dan immers een probleem met doorbetaling naar vaste lasten partners. Daarnaast is dus geadviseerd in eerste instantie te volstaan met een waarschuwing en pas bij recidive een verlaging toe te passen. Financiële toelichting Het vaststellen van de Wijzigingsverordening leidt niet tot wijzigingen in het budget dat op dit moment begroot is voor de uitvoering van de Participatiewet of Wet Inburgering 2021. Personele gevolgen De uitvoer van de Wijzigingsverordening ligt, via de Dienstverleningsovereenkomst (DVO), bij de gemeente Veenendaal. De wijzigingen hebben geen gevolgen voor de afspraken binnen het DVO. Duurzaamheid Niet van toepassing Participatie Het voorstel is tot stand gekomen in samenwerking met Veenendaal en Renswoude.

De adviesraad de Vallei heeft op 22 december 2022 een gevraagd advies gegeven over, onder andere, de Wijzigingsverordening. De adviesraad kan zich vinden in de beoogde wijzigen en geeft daarbij nog wel een aantal aanvullende tips dan wel adviezen mee. De onderliggende boodschap van de adviesraad is een duidelijke en heldere communicatie naar inburgeraars, ook om te voorkomen dat er een sanctie moet worden opgelegd. Deze tips en adviezen zullen worden meegenomen bij de implementatie van de beoogde wijzigingen (o.a. onderdeel gesprekken inburgeraars, voorlichtingsactiviteiten). Daarnaast zal het college in navolging van deze wijzingen de beleidsregels inburgering vaststellen waarin nadere informatie staat over op welke wijze voorschriften geïnterpreteerd dienen te worden. Communicatie De beoogde wijzigingen zijn met name relevant voor inburgeraars en mensen die bijdragen aan hun inburgeringstraject. Naast korte berichtgeving op de gemeentepagina zal met name gerichte communicatie plaatsvinden naar inburgeraars (in samenwerking met Veenendaal), vluchtelingenwerk en het netwerk nieuwkomers. Omdat het hier om een verordening gaat zal er ook publicatie plaatsvinden op de daarvoor noodzakelijke plekken, zoals overheid.nl.

Vervolgprocedure Zoals ook aangegeven onder het kopje participatie zal na vaststellen van de voorgestelde wijzigingen in de Afstemmingsverordening Participatiewet het college nadere beleidsregels vaststellen inzake inburgering. Bijlagen: Bijlage 1: Wijzigingsverordening Bijlage 2: Was-wordt schema Bijlage 3: Advies adviesraad de Vallei

5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12383017/1