Raadsvoorstel vaststellen Verordening jeugdhulp gemeente Rhenen 2025
Tekst van het document
Bestuurlijk Voorstel raad Datum Behandelaar Zaaknummer Portefeuillehouder Besluitvormend orgaan Publicatie Onderwerp
: : : : : : :
15 januari 2025 Kim Stalpers 1188529 C. Folmer Gemeenteraad Rhenen Openbaar Verordening jeugdhulp gemeente Rhenen 2025
Voorstel: De gemeenteraad besluit: 1. de Verordening jeugdhulp gemeente Rhenen 2025 vast te stellen. De belangrijke uitgangspunten zijn: • een sobere uitvoering van de Jeugdwet binnen de wettelijke kaders; • meer inzet op de eigen verantwoordelijkheid en het zelfoplossend vermogen van ouders en jeugdigen; • meer inzet op regie: eigen regie van ouders en jeugdigen en regievoering vanuit de gemeente op zorginzet en resultaat.
Inleiding Voor u ligt de nieuwe verordening jeugdhulp. Deze verordening vormt de basis voor de Rhenense uitvoering van de Jeugdwet. Uw raad heeft tijdens de commissie Samenleving van 17 september aangegeven de uitvoering te willen versoberen. Dit vanuit het gedachtengoed van de wet en de hervormingsagenda: opvoeden is in eerste instantie de verantwoordelijkheid van ouders. We zetten in op de eigen kracht, het netwerk en vrij toegankelijke hulp. Zorg is tijdelijk en gericht op het (toekomstig) zelfoplossend vermogen. Hierdoor blijft zorg beschikbaar voor de meest kwetsbare inwoners en organiseren we een financieel houdbaar stelsel. In een verordening jeugdhulp stellen we vast welke voorzieningen de gemeente aan jeugdigen en hun ouders biedt en hoe de toegang tot deze jeugdhulpvoorzieningen is geregeld. In de verordening kunnen dus niet alle stellingen een plek krijgen; deze stellingen verwerken we in beleidsregels en/of werkprocessen. De verordening is een eerste (belangrijke) stap in dit proces. De vervolgstap(pen) zijn net zo belangrijk, zo niet belangrijker: zorgen dat we de verordening verankeren in beleidsregels en werkprocessen en doorleefd wordt door het jeugdteam.
Kaders De volgende kaders zijn van toepassing op de voorliggende verordening en de afbakening met andere wetten: De Jeugdwet De Hervormingsagenda Jeugd De visie op Sociaal Rhenen 2030 De mandaatregeling Rhenen 2024 Specifiek op de afbakening: De Wet maatschappelijke ondersteuning De Wet langdurige zorg 1
-
De Zorgverzekeringswet
Beoogd doel Het doel is tweeledig: 1. Het organiseren van beschikbare en toegankelijke zorg voor onze meest kwetsbare inwoners; 2. Financiële beheersbaarheid van de uitvoeringskosten van de Jeugdwet, Beiden conform de doelstellingen uit de Hervormingsagenda jeugd. Argumenten 1.1 Actualiseren is noodzakelijk en wenselijk, gelet op de bestuurlijke visie en de financiële kaders. Op 17 september 2024 heeft de commissie Samenleving aan de hand van stellingen richting gegeven aan de gewenste uitvoering van de Jeugdwet. Dit is de basis voor de voorliggende verordening. We geven kort aan op welke wijze de stellingen verwerkt zijn in deze verordening -binnen de wettelijke kaders- en welke stellingen verwerkt worden in beleidsregels en werkprocessen. Stelling 1: Als er voorliggende wetgeving is / voorliggende voorzieningen, dan geen inzet Jeugdwet Dit is verwerkt in hoofdstuk 5 van de verordening: afbakening Jeugdwet met andere wetten. Tevens is in artikel 4 en artikel 10, lid 1, sub b duidelijk opgenomen dat een voorliggende of overige voorziening voorliggend is op een individuele voorziening. Dit is onderdeel van het onderzoek of er een noodzaak is tot een individuele voorziening. Stelling 2: Geen verlengde jeugdhulp behalve pleegzorg en gezinshuis Deze stelling is met name verwerkt in hoofdstuk 5, artikel 23. Verlengde jeugdhulp is onderdeel van de Jeugdwet.
In specifieke omstandigheden is er sprake van verlengde jeugdhulp. Deze specifieke omstandigheden -en enkel dan is er sprake van verlengde jeugdhulp- zijn opgenomen in de verordening. Ook is opgenomen wanneer er geen recht is op verlengde jeugdhulp. Stelling 3: Wij stellen enkel nog specifieke voorzieningen beschikbaar vanuit de Jeugdwet Als gemeente zijn we gehouden om de (regionaal) ingekochte jeugdhulp ook aan te bieden aan ouders (artikel 3). Ook kan het medisch domein verwijzen naar alle ingekochte jeugdhulp. Wij constateren dat de jeugdhulp voldoet aan de belangrijkste punten: de aangeboden jeugdhulp valt binnen de grenzen van de Jeugdwet. We hebben in artikel 3, lid 2 specifiek verwezen naar de voorwaarden voor het jeugdhulpaanbod en de deelovereenkomsten. Dit bakent het in te zetten hulpaanbod af: voor wie het bedoeld is, met welke doel en voor welke (maximale) duur en intensiteit. Tevens hebben we in hoofdstuk 4 (persoonsgebonden budget) in artikel 15, lid 3 sub f specifiek benoemd dat er sprake moet zijn van een erkende effectieve interventie. In de nadere regels hebben we het belang van een effectieve interventie verder aangescherpt. Ook is in verschillende artikelen (4 en 10) opgenomen dat andere voorzieningen (waaronder de (aanvullende) zorgverzekering) voorliggend zijn aan de Jeugdwet en er hiervoor geen individuele voorziening wordt toegekend.
Stelling 4: Wij stellen grenzen aan voorzieningen met betrekking tot duur, stapeling en gezinsondersteuning Deze stelling is gedeeltelijk verwerkt in de verordening; deze stelling is onderdeel van de nadere regels en het vernieuwde werkproces van het jeugdteam. De grenzen die we kunnen stellen in de verordening zijn opgenomen in artikel 3 (lid 2 en 4). Vervolgens willen we op productniveau kijken naar een verantwoord en onderbouwde maximale duur van trajecten, voor zover die nog niet zijn opgenomen in de regionale contracten. Ook dienen we in het werkproces scherpere richtlijnen op te nemen dat de interventies volgordelijk plaatsvinden in plaats van gestapeld en dat er gemonitord wordt op resultaat. Daarnaast willen we ondersteuning thuis op andere gezinsleden in principe inzetten bij dezelfde zorgaanbieder. Dit vergemakkelijkt dat de ondersteuning aan elk individueel lid zo goed mogelijk bijdraagt aan de ondersteuning aan het gezinssysteem.
Stelling 5: Gedegen onderzoek en actieve regie is bovenliggend aan wachtlijsten en Stelling 6: We maximeren het zelfoplossend vermogen, verantwoordelijkheid bij ouders en jongeren 2
De basis voor deze stellingen is opgenomen in hoofdstuk 3 van de verordening. Hierin hebben we een gedetailleerd proces uitgelijnd voor het onderzoek naar de hulpvraag. De basis is dat we uitgaan van de verantwoordelijkheid van ouders voor de verzorging en opvoeding van hun kinderen. We gaan uit van eigen kracht en zelfoplossend vormogen van het gezin en het sociaal netwerk, zoals beschreven in artikel 13 en 14. Als dit niet afdoende is, kijken we eerst naar voorliggende wetten en voorzieningen. De laatste optie is een individuele voorziening, waarbij de insteek is dat de inzet altijd tijdelijk is en (mede) gericht op het versterken van het gezin om na de inzet zelfstandig verder te kunnen. De basis voor actieve regie in de verordening is onder meer gericht op het creëren van de noodzakelijke ruimte om -al dan niet steekproefsgewijs- controles te kunnen uitvoeren op kwaliteit en kwantiteit van de geleverde zorg. In artikel 6 verscherpen we het proces rondom verwijzingen via het medisch domein, door het genoemde protocol onderdeel te laten zijn van de verordening. Hierdoor nemen we meer regie op deze verwijzingen. De verdere uitwerking van actieve regie op het gezin en de vormgeving daarvan komt terug in de vernieuwde werkprocessen van het jeugdteam.
Stelling 7: We zetten de ondersteuning eerst in op het wegnemen van de oorzaak van de hulpvraag, niet (enkel) op de gevolgvraag Ook hiervan ligt de basis in hoofdstuk 3 van de verordening: het toegangsproces en onderzoek van de hulpvraag. Uit gedegen onderzoek moet blijken welke factoren van invloed zijn op de hulpvraag en wat er nodig is om tot een duurzame oplossing te komen. Uit dit onderzoek moet vervolgens blijken of inzet vanuit de Jeugdwet noodzakelijk is of dat er eerst een andere interventie nodig is om een duurzaam resultaat te bereiken. Een verdere uitwerking en verduidelijking dient in de werkprocessen opgenomen te worden. Stelling 8: Wij geven geen beschikkingen meer af met terugwerkende kracht In onder meer artikel 5 en artikel 15, lid 4 is opgenomen dat we niet toekennen met terugwerkende kracht. Dit onderwerp heeft ook directe verbinding met de werkprocessen van het jeugdteam, met name als het gaat om herbeschikkingen. Indirect is hoofdstuk 3 hierin belangrijk: er kan geen voorziening ingezet worden zonder gedegen (her)onderzoek. Dit punt nemen we mee in de vernieuwde werkprocessen en hierop monitoren we. Ook in de nadere regels hebben we terugwerkende kracht verder verscherpt. Stelling 9: Wij houden vast aan de ministeriële Regeling van €141,- voor informeel netwerk PGB Daar waar mogelijk houden we vast aan deze regeling, conform artikel 17 in de verordening.
Het blijkt echter dat deze regeling niet kan worden ingezet voor alle vormen van informele hulp. Daar waar deze regeling niet in voorziet, hanteren we het minimumloon, wat het minst kostbare alternatief is. Voor de Wmo zijn er inmiddels uitspraken van de Centrale Raad van Beroep (hierna: CRvB) dat het minimumloon niet is toegestaan. Hierbij moet men het uurloon van de hoogste periodiek behorende bij de desbetreffende cao hanteren. Vooralsnog geldt deze uitspraak niet voor de Jeugdwet. 1.2
Ervaringen vanuit de uitvoering vragen om aanpassingen om het zowel voor de inwoners als voor de consulenten duidelijker te maken. In de praktijk is gebleken dat aanscherping van de verordening nodig is om scherpere en duurzamere keuzes te maken. 1.3 Jurisprudentie vraagt aanpassing van de lokale verordening. Recente uitspraken van de CRvB over eigen kracht en zelfoplossend vermogen verplicht gemeenten om in de verordening artikelen op te nemen over wat men hieronder verstaan en hoe dit bij het onderzoek wordt betrokken. Dit is verwerkt in de artikelen 13 en 14. Kanttekeningen (risico's en nadelen) 1.1. De Verordening moet aansluiten bij de jurisprudentie We willen de Jeugdwet uitvoeren binnen de wettelijke kaders. Dat betekent dat we gebonden zijn aan uitspraken, ongeacht of we het daar mee eens zijn. Hierdoor zijn er grenzen aan een versoberde uitvoering. 1.2.
We zijn gebonden aan de regionale inkoopafspraken en protocollen 3
De regionale contractafspraken en protocollen zijn bindend, Rhenen kan niet afwijken van deze afspraken. Mochten we op deze onderdelen willen verscherpen, dan is er regionale afstemming nodig en een regionale aanpak. Een voorbeeld hiervan is het protocol medische verwijsroute, die wij graag willen verscherpen. Hierin nemen wij reeds actie om dit regionaal te organiseren. Mochten wij aanvullende eisen willen stellen aan zorgaanbieders of zorgvoorzieningen, dan dienen we dit ook regionaal op te pakken. 1.3. De verordening vraagt om extra inzet van het jeugdteam Zoals eerder aangegeven, dient de verordening verder uitgewerkt te worden in beleidsregels en werkprocessen. Het jeugdteam denkt hierop mee en dient dit vervolgens eigen te maken om vanuit dit gedachtengoed en de werkprocessen te werken. Dit vraagt tijd en inzet. We vragen ook meer inzet rondom het onderzoek (scherpe uitvraag, afpellen van de hulpvraag en aanboren van eigen kracht en het netwerk) en actieve regie. Vooralsnog verwachten we dit op te vangen binnen de huidige formatie. Het kan echter wel betekenen dat er tijdelijk een langere doorlooptijd is van hulpvraag tot en met onderzoek. 1.4. Er is een risico op toename verwijzingen medisch domein We voorzien dat een striktere naleving op de wettelijke verantwoordelijkheid tot gevolg heeft dat meer mensen kiezen voor een verwijzing via de huisarts of jeugdarts.
Het is van belang dat we met deze partijen in overleg gaan over de nieuwe verordening en de bedoeling die daarachter zit. Daarnaast willen we zoals gezegd een verscherping op het protocol medische verwijsroute, om hier meer op te kunnen sturen. Aanvullende financiële notities Met dit voorstel verscherpen we de criteria voor de toegang naar geïndiceerde zorg. We verwachten dat dit effect heeft op aantallen indicaties, zorgzwaarte en zorgduur. Het financieel effect is echter niet op voorhand duidelijk. Vervolg Vervolgstappen Na vaststelling van de verordening jeugdhulp gemeente Rhenen 2025 dienen we deze te publiceren. Vervolgens passen we nadere regels, beleidsregels en/of werkprocessen aan op deze verordening. Monitoring of evaluatie Monitoring Op basis van de doelen van de verordening, monitoren we het effect door in ieder geval de volgende indicatoren in beeld te brengen: Aantallen cliënten (resultaat dient een afname te zijn) Beschikkingsduur per voorziening (resultaat dient een afname te zijn) Beschikkingsduur per client (resultaat dient een afname te zijn) Waarde per client (resultaat dient een afname te zijn) Dit project bevindt zich nog in een vroeg stadium en heeft verder uitwerking nodig, waaronder concretisering van het gewenste resultaat en mogelijk aanvullende indicatoren. Evaluatie We willen de verordening na 1 jaar evalueren en -waar nodig- aanpassen.
Dit heeft meerdere redenen: Ervaring leert dat een volledig nieuwe verordening -ongeacht de zorgvuldigheid van het proces- op punten gaat schuren met de daadwerkelijke uitvoering. We gaan samen met het jeugdteam de verordening gedurende het eerste jaar periodiek evalueren. Eventuele benodigde of gewenste aanscherping verwerken we. De verwachting is dat er de komende periode aanvullende jurisprudentie volgt die aanpassing van de verordening noodzakelijk maakt. De modelverordening van de VNG is binnengekomen nadat de lokale verordening in procedure is gebracht. Voor nu verwerken we deze -waar nodig en wenselijk- in de nadere regels. Voorkeur heeft het om deze op termijn op te nemen in de verordening.
4
-
We verwachten dat de uitwerking van de Hervormingsagenda Jeugd en verwachte aanpassingen in de Jeugdwet gevolgen heeft voor de gemeentelijke verordening.
Participatie Intern heeft er afstemming plaatsgevonden met de Wmo, juridische zaken en het jeugdteam. In de voorbereiding van de notitie met de genoemde stellingen heeft een gesprek plaatsgevonden met de Adviesraad Sociaal Domein. Zij gaven de leesbaarheid van de verordening als aandachtspunt mee. Vanwege het collectief ontslag van de leden van deze adviesraad, hebben we het participatietraject moeten vormgeven middels een inspraakprocedure. Deze liep van 4 december tot 15 januari jl. Er is geen enkele zienswijze binnengekomen. Wij hebben de belangrijkste ketenpartners op de hoogte gebracht van de verordening en inspraakprocedure. Communicatie Naast de publicatie van de vastgestelde verordening, willen we deze onder meer met onze ketenpartners (huisartsen, jeugdartsen, onderwijs) bespreken. Ook willen we breed de visie achter deze verordening communiceren met de inwoners van Rhenen. Bijlagen Bijlage 1: Verordening jeugdhulp gemeente Rhenen 2025 Bijlage 2: Bijlage 1 bij verordening jeugdhulp: soorten individuele voorzieningen Bijlage 3: Bijlage 2 bij verordening jeugdhulp: opgroeien en opvoeden
5