CConstaterende datRhenen
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel vaststellen Nota bodembeheer werkgebied ODRU definitieve versie

Raadsvergadering 20 december 2022, gemeente RhenenBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststellen Nota bodembeheer werkgebied ODRU2.661 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bestuurlijk Voorstel raad Datum Behandelaar Zaaknummer Portefeuillehouder Besluitvormend orgaan Publicatie Onderwerp

: : : : : : :

8 november 2022 Inez Kerkhof 1026737 B. Fintelman Gemeenteraad Rhenen Openbaar Vaststellen Nota bodembeheer werkgebied ODRU

Voorstel: De gemeenteraad besluit: 1. de “Nota bodembeheer werkgebied ODRU” met de bijbehorende bodemkwaliteitskaarten voor PFAS en standaardstoffen en de bodemfunctiekaart vast te stellen; 2. de bevoegdheid tot het nemen van besluiten met een uitvoerend karakter zoals opgenomen in hoofdstuk 11 van de “Nota bodembeheer werkgebied ODRU” aan het college te delegeren. Het betreft de volgende onderwerpen: • Wijzigen bodemfunctiekaart; • Verlengen geldigheid bodemkwaliteitskaarten; • Accepteren bodemkwaliteitskaarten van andere gemeenten; • Uitbreiden “bodembeheergebied ODRU” met het grondgebied van een buur- of regiogemeente. 3. de bestaande “Nota bodembeheer regio Zuidoost Utrecht” uit 2011 in te trekken op de dag van inwerkingtreding van de “Nota bodembeheer werkgebied ODRU”.

Aanleiding/ korte voorgeschiedenis Bij graafwerkzaamheden en bij het baggeren van watergangen komt grond en/of baggerspecie vrij. De vrijkomende grond en baggerspecie willen we om verschillende redenen zoveel mogelijk op een doelmatige en milieuverantwoorde wijze hergebruiken. De regels voor het toepassen van grond en baggerspecie zijn vastgelegd in het Besluit bodemkwaliteit en de bijbehorende Regeling bodemkwaliteit. Dit wordt het generieke kader genoemd. Artikel 44 van dit besluit biedt gemeenten beleidsruimte om voor sommige toepassingen lokale regels vast te stellen, die de landelijke regels voor die toepassingen vervangen. Dit wordt het gebiedsspecifieke kader genoemd. De gemeenten in het werkgebied van de ODRU hebben gezamenlijk een regionale nota bodembeheer (bijlage 1) op laten stellen. Hierbij is geen aanleiding aanvullend lokaal beleid op te stellen. Het college vraagt de raad deze nota vast te stellen. In de nota staat welke mogelijkheden er zijn voor het toepassen en hergebruiken van grond en baggerspecie. Met deze nieuwe nota kan grond makkelijker en duurzamer worden hergebruikt. Daardoor hoeft er bijvoorbeeld minder zand uit zandwinputten te worden gewonnen en is er minder transport van grond over grotere afstanden. Dat komt de luchtkwaliteit en de verkeersveiligheid ten goede.

Sommige regels zijn strenger geworden, bijvoorbeeld die voor het gebruiken van grond op kinderspeelplaatsen en tuinen. Andere regels zijn juist soepeler dan de landelijk geldende regels, bijvoorbeeld voor het uitwisselen van grond tussen wegbermen. Met het vaststellen van de nota geeft de gemeente Rhenen de kaders aan voor het grondverzet en hergebruik van grond binnen het gemeentelijk grondgebied.

1

Omdat we gekozen hebben om het beleid binnen het gebiedsspecifieke kader op te stellen, is het de bevoegdheid van uw raad om dit beleid en de bijbehorende kaarten vast te stellen. Voor sommige toepassingen gelden in het voorliggende beleid gebiedsspecifieke regels en zogeheten lokale maximale waarden, die de generieke maximale waarden voor die toepassingen vervangen. Als het beleid voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet (onlangs verschoven naar 1-7-2023) vastgesteld is door uw raad, belandt het beleid, via overgangsrecht, automatisch in het tijdelijke deel van het omgevingsplan. Dit heeft als grote voordeel dat de gemeente tot 1-1-2030 de tijd heeft om de beleidsregels uit te werken in het Omgevingsplan en te integreren in de overige beleidsregels t.a.v. bodem. De vernieuwde en geactualiseerde bodemkwaliteitskaarten voor PFAS en de standaardstoffen en de bodemfunctiekaart (bijlage 2) horen bij de voorliggende nota en zijn de beleids- en uitvoeringstools voor een duurzaam bodembeheer. Kaders In het Besluit bodemkwaliteit (Bbk, juli 2008) is een gebiedsspecifiek beleidskader opgenomen. Hiermee kan van een aantal regels uit het generieke kader worden afgeweken. Daarvoor moet lokaal bodembeleid vastgelegd zijn in een gemeentelijke nota bodembeheer welke door de raad wordt vastgesteld (art. 44, lid 1, Bbk).

Beoogd effect Doel van het beleid is: hergebruiksmogelijkheden van grond vergroten en met name hergebruik van gebiedseigen grond stimuleren en faciliteren op een duurzame en milieuverantwoorde wijze. Motto van het beleid is dan ook: “streng waar het moet en soepel waar het kan”. • Uniformiteit in de regio In de voorliggende nota is het te voeren gemeentelijke grond- en baggerstromenbeleid weergegeven en zijn regels en procedures voor dit beleid geformuleerd. Het beleid is gezamenlijk opgesteld met de andere ODRU-gemeenten. Hierdoor is sprake van een regionaal beleid, met eenduidige regels voor het grondverzet in het hele werkgebied van de ODRU. Dit maakt het uitwisselen van grond en baggerspecie op een eenvoudige en kostenefficiënte wijze mogelijk. Omdat er na vaststelling sprake is van eenduidige regels voor de hele regio, wordt verwacht dat dit zal leiden tot meer spontaan naleefgedrag van de regels door de spelers in het veld en minder fouten in de uitvoering. Doordat er minder onderzoek nodig is naar de kwaliteit van de grond worden tevens besparingen op kosten en tijd verwacht. • Hergebruik dichtbij De vrijkomende grond en baggerspecie willen we liefst zo dicht mogelijk bij de plaats waar deze materialen vrijkomen hergebruiken. Hierdoor hoeft er minder materiaal gestort te worden en blijven de transportafstanden beperkt.

Er zijn daardoor ook minder primaire grondstoffen (zoals zand uit zandwinputten) nodig van elders. • Bodemkwaliteit sluit aan bij gewenste bodemgebruik Bovendien willen we dat de kwaliteit van de bodem aansluit bij het gewenste bodemgebruik. Voor de meeste toepassingen is in dit beleid daarom de functie leidend gemaakt bij de eis die geldt voor het toepassen van grond en baggerspecie. Daarmee is de term ‘ schone grond’ gekoppeld aan het gebruik binnen een bepaalde functie. Dat vergroot de mogelijkheden om grond en baggerspecie her te gebruiken en zorgt er tevens voor dat de meest kwetsbare bodemfuncties, zoals kinderspeelplaatsen, (moes)tuinen en natuurgebied, beschermd blijven. • Sluit aan bij lokale opgaven Doordat voor sommige toepassingen lokale regels in het beleid zijn opgenomen in plaats van landelijke, kan beter worden aangesloten op de maatschappelijke opgaven en ambities van de gemeente op het gebied van bouwen, duurzaamheid en circulaire economie. Grond is in Nederland de grootste circulaire materialenstroom die voor hergebruik in aanmerking komt. Omdat de mogelijkheden voor het toepassen van klasse Industrie-grond, waar dit milieuhygiënisch verantwoord is, in het voorliggende beleid aanzienlijk verruimd zijn t.o.v.

het vorige beleid, wordt met vaststelling van dit beleid tevens een belangrijke bijdrage geleverd aan de maatschappelijke opgave om uiteindelijk te komen tot een circulaire economie.

2

• Toekomstbestendig Doordat het beleid ook betrekking heeft op nieuwe stoffen, zoals PFAS, en rekening houdt met de nieuwe inzichten over blootstellingsrisico’s van lood bij jonge kinderen, is het grond- en baggerstromenbeleid ook klaar voor de toekomst. Ten opzichte van de vorige nota heeft de “Nota bodembeheer werkgebied ODRU” de volgende wijzigingen ondergaan (alleen de belangrijkste beleidsthema’s zijn in het overzicht opgenomen): Beleidsthema Maximum toegestane hoeveelheid bodemvreemd materiaal in toe te passen grond differentiëren naar bodemgebruik Toepassen van uitsluitend schone grond op plaatsen waar kinderen spelen Verscherpte lood-eis bij toepassen van grond in tuinen Toepassen van klasse Industrie-grond op bedrijfs-en industrieterreinen Uitwisselen van grond tussen (spoor)wegbermen Uitwisselen van grond tussen (voormalige) boomgaardpercelen in het buitengebied Lokale regels voor de tijdelijke opslag van grond en baggerspecie voorafgaande aan de toepassing Lokale toetsingswaarden voor hergebruiken van gebiedseigen grond binnen dezelfde zone zonder bodemkwaliteitskaart Toepassing en hergebruik PFAShoudende grond Delegeren van bevoegdheden tot nemen van besluiten met een uitvoerend karakter aan het college Bij de meeste toepassingen de functie leidend maken voor het bepalen van de geldende toepassingseis Praktische regels voor het grondverzet bij aanleg en onderhoud

van kabels en leidingen

Voortzetting huidige beleid

Aanpassing beleid

Nieuw beleid

✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓

Argumenten 1.1 Het beleidsmatig verankeren van beleid Het beleid regelt het toepassen en tijdelijk opslaan van grond en baggerspecie. Het beleid heeft niet als doel om actief de bodemkwaliteit te verbeteren op plaatsen waar deze niet voldoet aan de gewenste bodemkwaliteit gelet op de functie. Het is geen saneringsbeleid. Grond die toegepast wordt, moet echter wel minimaal voldoen aan de toepassingseis die hoort bij een bepaalde bodemfunctie. De “Nota bodembeheer werkgebied ODRU” bouwt voort op de principes uit de vorige nota bodembeheer waarmee beoogd wordt tijd en geld te besparen bij het uitvoeren van werkzaamheden op of in de bodem en het bodembeheer duurzaam uit te kunnen uitvoeren. Met het vaststellen van de nota wordt het kader voor het grondverzet en hergebruik van grond binnen de gemeente Rhenen beleidsmatig verankerd. Na vaststelling van dit beleid in de gemeenteraden van

3

de overige ODRU-gemeenten is er sprake van eenduidige regels voor het toepassen en hergebruiken van grond en baggerspecie binnen het hele werkgebied van de ODRU. 1.2 Duurzaam en kostenefficiënt hergebruik van vrijkomende grond De Omgevingswet die naar verwachting in 2023 in werking treedt, richt zich ook op het duurzaam en efficiënt beheren en gebruiken van de bodem en de ondergrond. Met deze nota bodembeheer wordt hierop ingespeeld. Door het stellen van regels vinden grondstromen soepeler en dus efficiënter hun weg. Dit levert bijkomstige voordelen op: o.a. minder grondtransporten (winst voor het milieu en de verkeersveiligheid) en bijdragen aan de circulaire economie. Verder zullen de financiële lasten voor met name bedrijfsleven en overheid verminderen. 1.3 Gebiedsspecifiek beleid De gemeente heeft, in deze nota en binnen de mogelijkheden van het Besluit bodemkwaliteit, gebiedsspecifiek beleid opgesteld. Bij het gebiedsspecifieke beleid is een afweging gemaakt tussen enerzijds het beschermen van kwetsbare bodemfuncties, zoals kinderspeelplaatsen en (moes)tuinen en anderzijds het optimaliseren van de mogelijkheden om grond binnen de gemeente toe te kunnen toepassen of te kunnen hergebruiken. Voor sommige toepassingen of stoffen zijn er lokale maximale waarden ingesteld om meer gebiedseigen grond (in hetzelfde gebied) te kunnen hergebruiken.

De voordelen van gebiedsspecifiek beleid zijn: gebiedseigen grond die niet helemaal schoon is, maar wel aan de functie-eis voldoet, kan vaker hergebruikt worden; de aankoop van primaire grondstoffen (zoals zand uit zandwinputten) en secundaire grondstoffen (zoals grond van een grondbank) vermindert; transportkosten en –afstanden (en daarmee emissie) en verwerkingskosten worden verder teruggebracht; er wordt beter en sneller voorzien in grondbehoefte bij locatie-ontwikkelingen (vergroten aanbod van toepasbare grond en werk met werk maken). 2.1 Delegeren van bevoegdheden bij beperkte aanpassingen van de nota of bij de nota behorende kaarten Het gebiedsspecifieke grondstromenbeleid en eventuele toekomstige wijzigingen op dit beleid moeten, conform artikel 44 van het Besluit bodemkwaliteit, worden vastgesteld door de gemeenteraad. Om praktische redenen worden besluiten met een uitvoerend karakter gedelegeerd aan het college van burgemeester en wethouders.

Het betreft besluiten voor: ▪ Wijzigen van de bodemfunctiekaart; ▪ Het tijdelijk verlengen van de geldigheid van de bodemkwaliteitskaarten, op voorwaarde dat de wijzigingen geen invloed hebben op het in de “Nota bodembeheer werkgebied ODRU” beschreven gebiedsspecifieke beleid; ▪ Het onder voorwaarden accepteren van bodemkwaliteitskaarten van gemeenten die gelegen zijn buiten het bodembeheergebied waar het beleid voor opgesteld is (bodembeheergebied ODRU); ▪ Uitbreiding bodembeheergebied ODRU met het grondgebied van buur- of regiogemeenten die buiten het “bodembeheergebied ODRU” gelegen zijn. Risico’s en nadelen 2.1 Geldigheid kaarten Bij de inwerkintreding van de Omgevingswet blijven de bodemfunctiekaart en de bodemkwaliteitskaarten voor PFAS en de standaardstoffen geldig, via overgangsrecht. De kaarten worden maximaal 5 jaar na de bestuurlijke vaststelling geëvalueerd. Op basis van deze evaluatie wordt vastgesteld of aanpassingen van (één van) de kaarten noodzakelijk is. Uw Raad delegeert de bestuurlijke vaststelling van de aanpassingen van de kaarten aan het college van burgemeester en wethouders, onder voorwaarde dat de wijzigingen geen invloed hebben op het in deze nota geformuleerde gebiedsspecifieke beleid. 2.2 Uitbreiding bodembeheergebied Het eigen bodembeheergebied wordt uitgebreid tot alle gemeenten in het werkgebied van de ODRU.

Dit wordt het “bodembeheergebied ODRU” genoemd. De gemeente Rhenen kan besluiten het bodembeheergebied nog verder uit te breiden, bijvoorbeeld met het grondgebied van buurgemeenten, waardoor toepassingen van grond uit die gemeenten 4

mogelijk wordt onder dezelfde voorwaarden als die voor de eigen gemeente gelden. Daarmee worden de afzetmogelijkheden van grond in de regio nog verder vergroot. Uw Raad delegeert de bestuurlijke vaststelling van uitbreidingen van het “bodembeheergebied ODRU” aan het college van burgemeester en wethouders. De bodemfunctiekaart, de bodemkwaliteitskaarten en deze nota bodembeheer zijn met grote zorgvuldigheid opgesteld. De bodemkwaliteitskaart is een wettelijk bewijsmiddel voor het toepassen van grond (mits aan de bijbehorende voorwaarden wordt voldaan), maar biedt geen harde garanties voor de kwaliteit van een partij grond. De kaart doet alleen een uitspraak over de te verwachte bodemkwaliteit van de betreffende bodemkwaliteitszone. De kwaliteit van grond die onderzocht is in een individuele partijkeuring kan daarvan afwijken. Als twijfel bestaat over de kwaliteit van de grond, wordt geadviseerd alsnog een onderzoek te laten uitvoeren. De eindverantwoordelijkheid voor toepassing van grond blijft bij de initiatiefnemer en de eigenaar van de grond. Financiële toelichting Dit voorstel heeft voor de gemeente geen nadelige financiële gevolgen. De ODRU behandelt ingediende meldingen voor het toepassen van grond en baggerspecie. De kosten die hieraan verbonden zijn, zijn opgenomen in het Uitvoeringsprogramma (UVP).

Door implementatie van het beleid in de gemeentelijke werkprocessen, kunnen o.a. de volgende besparingen worden bereikt: Onderzoekskosten bij het toepassen van grond en baggerspecie; Transport- en verwerkingskosten van vrijkomende grond; Aanschafkosten voor toe te passen primaire grondstoffen (met name zand) en secundaire grondstoffen (zoals grond van een grondbank). Personele gevolgen Dit voorstel heeft geen personele gevolgen. De taken worden door de ODRU uitgevoerd. Duurzaamheid Het gebiedsspecifieke beleid gaat uit van de gebiedseigen kenmerken en eigenschappen van de bodem. Door dit als uitgangspunt te nemen voor het grondverzet, ontstaat maximale ruimte voor hergebruik van grond en worden tegelijk kwetsbare functies beschermd. Het beleid gaat uit van het stand-still principe op het schaalniveau van het “bodembeheergebied ODRU”. Dit houdt in dat de bodemkwaliteit binnen dit gebied per saldo niet verslechtert en waar mogelijk verbetert. Participatie De “Nota bodembeheer werkgebied ODRU” is opgesteld door de Omgevingsdienst regio Utrecht (ODRU) in samenspraak met alle 15 gemeenten in het werkgebied van de ODRU. Na vaststelling is er sprake van een eenduidig beleid voor het toepassen en hergebruiken van grond en baggerspecie binnen het hele werkgebied van de ODRU, dat in de nota “bodembeheergebied ODRU” wordt genoemd.

De nota geeft regels voor iedereen die bij het voorbereiden van projecten, het beheer of onderhoud van de openbare ruimte of bij andere graafwerkzaamheden in de bodem betrokken is. Bij de vervolgprocedure staat het communicatietraject met in- en externe doelgroepen beschreven. De “Nota bodembeheer werkgebied ODRU” heeft 6 weken ter inzage gelegen. Er zijn geen zienswijzen ingediend. Communicatie De “Nota bodembeheer werkgebied ODRU” is opgesteld door de Omgevingsdienst regio Utrecht (ODRU) in samenspraak met alle 15 gemeenten in het werkgebied van de ODRU. Na vaststelling is er sprake van een eenduidig beleid voor het toepassen en hergebruiken van grond en baggerspecie binnen het hele werkgebied van de ODRU, dat in de nota “bodembeheergebied ODRU” wordt genoemd.

5

Vervolgprocedure Na vaststelling van de nota wordt deze met de bijbehorende bodemkwaliteitskaarten voor PFAS en standaardstoffen en de bodemfunctiekaart met bijbehorende kaarten bekend gemaakt op Overheid.nl. De publicatie van de door uw Raad vastgestelde “Nota bodembeheer werkgebied ODRU” wordt kenbaar gemaakt aan belanghebbenden en betrokkenen. Ook wordt de nota gepubliceerd op de website van de gemeente Rhenen, zodat eenieder die gebruik wil maken van de bodemkwaliteitskaarten daar ook gebruik van kan maken. De regels van het in de nota beschreven gebiedsspecifieke grondstromenbeleid (deel 1 van de nota) komen na vaststelling door de raad, automatisch, via het overgangsrecht in het tijdelijke deel van het Omgevingsplan terecht. Na vaststelling van het vernieuwde en geactualiseerde gemeentelijke grond- en baggerstromenbeleid start er een communicatietraject. De interne en externe doelgroepen worden actief benaderd en voorgelicht over het vastgestelde beleid en het gebruik van de bodemkwaliteitskaarten. Tevens zal er een populaire versie van de nota in begrijpelijke taal worden opgesteld en zetten we middelen in die de doelgroepen zelf kunnen raadplegen. De kaarten die bij deze nota bodembeheer horen zijn raadpleegbaar op het Geoportaal van de ODRU (www.odru.nl).De meldingen voor het toepassen van grond en baggerspecie worden behandeld door de ODRU.

Na vaststelling van de voorliggende nota, zal bij het beoordelen of een gemelde toepassing is toegestaan, tevens getoetst worden of voldaan wordt aan de lokale regels uit deze nota. De nota wordt vastgesteld voor een periode van maximaal 10 jaar. Aan het einde van deze periode wordt de nota geëvalueerd. Bijlagen: Bijlage 1a: Nota bodembeheer werkgebied ODRU (ODRU, 23 mei 2022) Bijlage 1b: Leeswijzer voor de Nota bodembeheer werkgebied ODRU Bijlage 2: Rapport “Regionale bodemkwaliteitskaart van 13 gemeenten in het werkgebied van ODRU” (MARMOS Bodemmanagement, 18 oktober 2021)

6

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12079123/1