CConstaterende datRhenen
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel vaststellen belastingverordeningen 2024

Raadsvergadering 19 december 2023, gemeente RhenenBij agendapunt: Raadsvoorstel Belastingverordening 20242.846 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bestuurlijk Voorstel raad Datum Behandelaar Zaaknummer Portefeuillehouder Besluitvormend orgaan Publicatie Onderwerp

: : : : : : :

1 november 2023 Wim Schellingerhout 1115486 drs. J.G. Boerkamp Gemeenteraad Rhenen Openbaar Belastingverordeningen 2024

Voorstel: De gemeenteraad besluit: 1. de belastingverordeningen 2024, A t/m N vast te stellen; 2. de gewijzigde exploitatieopzet van de afvalstoffenheffing en de hieruit voortvloeiende tarieven voor 2024 (zie bijlage kostendekking) vast te stellen; 3. de gewijzigde exploitatieopzet van de rioolheffing en de hieruit voortvloeiende tarieven voor 2024 (zie bijlage kostendekking) vast te stellen; 4. de opbrengsten leges omgevingsvergunning in 2024 te verhogen met € 155.200 voor 2025 te verlagen met € 112.000 en vanaf 2026 te verlagen met structureel € 76.900. 5. voor de werkzaamheden die samenhangen met de vergunningverlening en handhaving een incidenteel budget beschikbaar stellen van € 75.000 en dit te dekken uit de hogere legesopbrengsten omgevingsvergunning. 6. de (extra) baten en lasten van de onder punt 2 tot en met 5 genoemde onderdelen als wijziging van de begroting 2024 te verwerken. Toelichting beslispunten 1.1. Zie de toelichting onder de verschillende belastingverordeningen. Inleiding De gemeente Rhenen kent 14 belastingverordeningen.

Hierbij worden de volgende verordeningen, zoals opgenomen in de bijlagen, voor het belastingjaar 2024 ter vaststelling aan uw raad voorgedragen; A - Verordening op de heffing en de invordering van onroerendezaakbelasting 2024 B - Verordening op de heffing en de invordering van belasting op roerende woon- en bedrijfsruimten 2024 C - Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing 2024 D - Verordening op de heffing en de invordering van rioolheffing 2024 E - Verordening op de heffing en de invordering van hondenbelasting 2024 F - Verordening op de heffing en de invordering van toeristenbelasting 2024 G - Verordening op de heffing en de invordering van precariobelasting 2024 H - Verordening op de heffing en de invordering van heffing ondernemersfonds 2024 I – Verordening op de heffing en de invordering van parkeergelden 2024 J - Verordening op de heffing en de invordering van kadegelden 2024 K - Verordening op de heffing en de invordering van marktgelden 2024 L - Verordening op de heffing en de invordering van lijkbezorgingsrechten 2024 M - Verordening op de heffing en de invordering van leges 2024 1

Hoofdstuk 1 - Algemene Dienstverlening Hoofdstuk 3 - Dienstverlening vallend onder de dienstenrichtlijn en niet vallend onder Hoofdstuk 2 N-Verordening op de heffing en de invordering van leges omgevingsvergunningen 2024 Hoofdstuk 2 - Dienstverlening en besluiten in het kader van de Omgevingswet Overige ontwikkelingen 1. Het gewogen inflatiepercentage wordt niet toegepast op de tarieven afvalstoffenheffing, rioolheffing en voor de leges waarvoor een vast tarief geldt. Hiervoor gelden andere percentages of bedragen. 2. Daarnaast blijft het tarief voor Heffing Ondernemersfonds gelijk op € 500,00 volgens de afspraken die zijn gemaakt met winkeliersvereniging Stichting Rhenen Stad bij de invoering van de heffing. Een overzicht van alle soorten belastingen en eventuele nadere uitleg vindt u hieronder. Onroerendezaakbelasting Tariefberekening woningen en niet-woningen Voorgesteld wordt de tarieven van deze heffingen te verhogen met het inflatiepercentage van 8,44%. Voor alle objecten worden op basis van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) nieuwe waarden vastgesteld, naar waarde peildatum 1 januari 2023. De waardeontwikkeling ten opzichte van de vorige waarde peildatum, 1 januari 2022, dient wettelijk gecorrigeerd te worden op de tarieven. Tarieven 2024 Eigendom woningen op 0,1052% van de WOZ-waarde Eigendom niet-woningen op 0,5037% van de WOZ-waarde

(tarief 2023 0,1011%) (tarief 2023 0,4796%)

Roerende woon- en bedrijfsruimten belasting (RWBB) Deze tarieven zijn, op grond van het bepaalde in artikel 221, lid 3, Gemeentewet, gelijk aan die van de onroerend-zaak belastingen. Afvalstoffenheffing Bij deze heffing wordt door de gemeente gestreefd naar een tarief wat 100% kostendekkend is. Een overzicht van deze berekening is als bijlage toegevoegd. Ten opzichte van de raming in de begroting 2024 zijn de kosten voor afvalverwerking € 12.300 hoger. Dit wordt veroorzaakt door enerzijds hogere opbrengsten voor zwerfafval en textiel en anderzijds hogere kosten voor luier inzameling. Hierdoor zijn de tarieven € 1 hoger dan vermeld in de paragraaf lokale heffingen. De stijging van de tarieven ten opzichte van 2023 zijn toegelicht in de paragraaf lokale heffing van de begroting 2024. Tarieven 2024 meerpersoonshuishouden € 329,00 éénpersoonshuishouden € 247,00

(tarief 2023 € 313,00) (tarief 2023 € 235,00)

extra kliko 140 liter voor restafval (grijs) € 344,00 per jaar extra kliko 140 liter voor GFT-afval (groen) € 170,00 per jaar

(tarief 2023 € 317,00) (tarief 2023 € 157,00)

Afvalpas (per stuk) € 25,00 Grof vuil ophalen (per 2 m3) € 26,50 Brengen van asbest (per 1 m2) € 4,80 Matrassen (per matras) € 11,50 B Hout (per 1 m3) € 10,50 B Hout (per 2 m3) € 21,00 KCA (per kilogram) € 0,80

(tarief 2023 € 25,00) (tarief 2023 € 26,50) (tarief 2023 € 4,45) (tarief 2023 € 10,50) (tarief 2023 € 9,60) (tarief 2023 € 19,00) (tarief 2023 € 0,75)

2

Schoon puin (per 1 m3) € 8,35

(tarief 2023 € 7,70)

Rioolheffing Bij deze heffing wordt door de gemeente gestreefd naar een tarief wat 100% kostendekkend is. Een overzicht van deze berekening is als bijlage toegevoegd. Ten opzichte van de raming in de begroting 2024 zijn de kosten voor riolering € 5.800 hoger. Dit wordt veroorzaakt enerzijds door het opnemen van een stelpost vanwege verwachte onderuitputting kapitaallasten investeringen en anderzijds door de doorberekening van de BTW kosten over de kosten van het Waterrioolplan. De wijzigingen hebben een beperkt effect op het tarief rioolheffing. Wel is ten opzichte van de begroting 2024 het tarief voor het gebruikersdeel met € 0,02 verhoogd vanwege een lager geschat waterverbruik. De stijging van de tarieven ten opzichte van 2023 zijn toegelicht in de paragraaf lokale heffing van de begroting 2024. Tarieven 2024 Eigenarendeel: vastrecht per perceel: € 115,00 Gebruikersdeel: per m3 afvalwater € 0,98

(tarief 2023 € 96,00) (tarief 2023 € 0,74)

Woonlastendemping De raad heeft met de vaststelling van de begroting ingestemd met een demping van de woonlasten in 2024 waarbij de stijging van de woonlasten van een gemiddeld huishouden niet harder mag stijgen dan 5,1%. Dit leidt tot een verlaging van de woonlasten per huishouden met € 74,72. Hondenbelasting Voorgesteld wordt de tarieven van deze heffingen te verhogen met het inflatiepercentage van 8,44%, met inachtneming van de afrondingsnormen. Tarieven 2024 Voor de 1e hond Voor de 2e hond Voor de 3e en volgende honden Per kennel

€ 68,50 € 172,00 € 191,00 € 456,00

(tarief 2023 € 63,00) (tarief 2023 € 159,00) (tarief 2023 € 176,00) (tarief 2023 € 421,00)

Toeristenbelasting Voorgesteld wordt de tarieven van deze heffingen te verhogen met het inflatiepercentage van 8,44%, met inachtneming van de afrondingsnormen. Tarief 2024 Per overnachting bedraagt het tarief € 1,55

(tarief 2023 € 1,40)

Precariobelasting Voorgesteld wordt de tarieven van deze heffingen te verhogen met het inflatiepercentage van 8,44%, met inachtneming van de afrondingsnormen. Zie voor een overzicht van de verschillende tarieven de tarieventabel bij de verordening. Heffing ondernemersfonds Dit tarief is in samenspraak met winkeliersvereniging Stichting Rhenen Stad vastgesteld op € 500,00 per jaar. Parkeerbelastingen Op 22 februari 2022 is de Verordening parkeerbelastingen 2022 vastgesteld. Deze verordening was geldig voor de jaren 2022 en 2023. Vanaf 2024 is het voorstel om deze jaarlijks opnieuw vast te laten stellen gelijk met de overige belastingverordeningen. Zie voor een overzicht van de verschillende tarieven de tarieventabel bij de verordening.

3

Kadegelden Voorgesteld wordt de tarieven van deze heffingen te verhogen met het inflatiepercentage van 8,44%, met inachtneming van de afrondingsnormen. Tarief 2024 Het tarief is € 10,00 vermeerderd met € 0,15 per kubieke meter waterverplaatsing boven de 100 kubieke meter

(tarief 2023 € 10,00 en € 0,15)

Marktgelden Voorgesteld wordt de tarieven van deze heffingen te verhogen met het inflatiepercentage van 8,44%, met inachtneming van de afrondingsnormen. Tarief 2024 Per strekkende meter € 2,80

(tarief 2023 € 2,55)

Lijkbezorgingsrechten Voorgesteld wordt de tarieven van deze heffingen niet te verhogen omdat anders het niveau van 100% kostendekkendheid wordt overschreden. Om het op verzoek samenvoegen en schudden van een graf te stimuleren is hiervoor het tarief verlaagt ten opzichte van het voorgaande jaar. Het samenvoegen en schudden van een graf stimuleert het hergebruik van een bestaand graf. Hierdoor zijn er minder nieuwe graven nodig. Het tarief voor het opgraven van een lichaam is verhoogd in verband met de hiervoor gestegen kosten. Opgraven gebeurt door een extern bedrijf. Zie voor een overzicht van de verschillende tarieven de tarieventabel bij de verordening. Leges en Leges omgevingsvergunningen Algemeen In verband met de komst van de Omgevingswet per 01-01-2024 is de gehele legesverordening (Hoofdstukken 1, 2 en 3) aangepast aan de nieuwe wetgeving. Hierdoor zijn beide verordeningen geheel opnieuw opgezet. Hiervoor heeft de VNG een nieuwe modelverordening opgesteld. Deze is als basis gebruikt om onderstaande 2 verordeningen op te stellen. Voor eventuele toekomstige aanpassingen is de nummering van de verschillende paragrafen en artikelen aangehouden zoals ze ook staan vermeld in de modelverordening van de VNG. Dit houdt in dat in de 2 verordeningen voor Rhenen op enkele plaatsen staat: ‘Niet van toepassing’.

Hiermee wordt aangegeven dat deze desbetreffende paragrafen en artikelen niet van toepassing zijn in de gemeente Rhenen omdat wij geen leges heffen voor die dienstverlening. Daarnaast is het uitgangspunt om zoveel mogelijk beleidsneutraal over te gaan. Leges (Hoofdstuk 1 en 3) Algemeen Zoals hiervoor al aangegeven is de verordening leges geheel opnieuw opgebouwd met behulp van de modelverordening van de VNG. Alhoewel sommige tarieven nu op een andere plaats staan, zijn de in 2023 bekende tarieven wel weer terecht gekomen in de verordening voor 2024. Voorgesteld wordt de tarieven van deze heffingen te verhogen met het inflatiepercentage van 8,44%, met inachtneming van de afrondingsnormen. Een uitzondering vormt het tarief voor de marktstandplaatsen. Door verhoging met het inflatiepercentage komt het tarief boven de 100% kostendekking uit. De marktstandplaatsen is een dienstverlening die valt onder de Europese Dienstenrichtlijn waar geen winst op mag worden gemaakt. Het tarief wordt voor 2024 dan ook niet verhoogd.

4

De hoogte van een aantal tarieven is wettelijk gemaximeerd. Omwille van de duidelijkheid – en voor eventuele toekomstige aanpassingen – zijn de wettelijk gemaximeerde tarieven als zodanig in de tarieventabel aangeduid. Ten opzichte van de raming in de begroting 2024 is de legesopbrengst Hoofdstuk 1 en 3 beperkt verhoogd met € 3.900. Leges omgevingsvergunningen (Hoofdstuk 2) Algemeen Zoals hiervoor al aangegeven is de verordening leges omgevingsvergunningen geheel opnieuw opgebouwd met behulp van de modelverordening van de VNG in verband met de invoering van de Omgevingswet per 01-01-2024. In samenspraak met een externe adviseur zijn alle tarieven opnieuw bekeken en eventueel aangepast aan de werkelijke kosten. Door de komst van de Omgevingswet zijn er ook nieuwe artikelen en tarieven opgenomen. Wijzigingen legesheffing (bouwen) Samen met de Omgevingswet wordt de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen ingevoerd. De omgevingsvergunning voor bouwen wordt gescheiden in een technisch en ruimtelijk deel. Dat levert twee activiteiten op: de technische bouwactiviteit en de omgevingsplanactiviteit voor een bouwwerk. Deze scheiding noemen we 'de knip'. De technische bouwactiviteit gaat over de toets van een aanvraag aan de regels voor de technische bouwkwaliteit uit het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Bijvoorbeeld de constructieve veiligheid van een bouwwerk.

Door de knip zijn er meer technische bouwactiviteiten vergunningsvrij, omdat ruimtelijke randvoorwaarden niet langer een rol spelen. De toets van het bouwen van een bouwwerk voor het ruimtelijk bouwen, in stand houden en gebruiken van een bouwwerk aan het omgevingsplan noemen we een omgevingsplanactiviteit voor een bouwwerk. Voorbeelden zijn de bouwhoogte en het bebouwingspercentage. Maar ook regels over het uiterlijk van een bouwwerk (welstand) en de functietoedeling in het omgevingsplan. Voorheen was er één tarief van 2,98% voor zowel het bouwtechnische deel als het planologische deel. Door de ‘knip’, ontstaan er nu twee verschillende vergunningen. Het bijbehorende enkele tarief is in tweeën gesplitst naar twee verschillende tarieven. Eén tarief voor het bouwtechnische deel van 1,09% en één tarief voor het planologische deel van 1,97%. De verdeling van 1/3 voor het bouwtechnische deel en 2/3 voor het planologische deel is een beredeneerde aanname en gangbare verdeling. Voor bouwactiviteiten is een maximum tarief van € 100.000,00 opgenomen. Voorheen was het maximumtarief € 125.000,00. Het ging in die gevallen om één aanvraag voor zowel het planologische als het bouwtechnische deel. Na 1 januari 2024 geldt er een ‘knip’. In plaats van één aanvraag voor een omgevingsvergunning, worden het dan vaak twee. Eén voor het bouwtechnische deel en één voor het planologische deel.

Het tarief is daarom verlaagd naar € 100.000,00. In het geval er gelijktijdig twee omgevingsvergunningen worden aangevraagd voor dezelfde ontwikkeling geldt opnieuw één maximumtarief van € 125.000,00. Er wordt niet twee maal een maximumtarief van € 100.000,00 in rekening gebracht. Een maximumtarief voorkomt overdekking door grote projecten. Een legesverordening mag namelijk maximaal 100% kostendekkend zijn. De tarieven zijn daarna doorgerekend in verband met kostendekkendheid van de leges voor de organisatie. Deze komen nu uit op ongeveer 80%. %. Dit percentage ligt iets lager dan voorgaande jaren. Dit is een eenmalig effect vanwege de incidentele capaciteit die voor 2024 wordt geraamd. Alleen gedeelte van gevolgklasse 1 Wkb treedt op 1 januari 2024 in werking. In 2024 treedt de Wkb alleen in werking voor nieuwbouwwoningen gevolgklasse 1. Gevolgklasse 2 bijvoorbeeld gestapelde woningen, gevolgklasse 3, bijvoorbeeld zwembad, parkeergarage en

5

gevolgklasse 1 enkel de verbouwing, treedt op zijn vroegst op 1 januari 2025 in werking. De minister heeft aangegeven hier halverwege 2024 meer duidelijkheid over te geven. De capaciteit van handhaving is met de voorgenomen invoering van de Wkb structureel verlaagd. Met het uitstel van de Wkb voor verbouwingen is die capaciteit in 2024 deels weer nodig. Hiervoor ramen we een incidenteel budget van € 75.000. Nieuw is dat gemeenten leges kunnen gaan heffen voor milieubelastende activiteiten Het gaat niet langer om de milieu-inrichting als zodanig, maar om de activiteiten die milieubelastend zijn. In overleg met Omgevingsdienst Regio Utrecht is gekeken of en zo ja in welke mate deze activiteiten voorkomen binnen de gemeente. Hieruit kwam naar voren dat dit betrekkelijk weinig tot geen was. Kostprijs voor een vergunning is in dat geval lastig te bepalen. Verder zijn er geen kengetallen en verschillende de huidige tarieven per gemeente. Het bepalen van tarief voor het heffen van deze leges is om die reden vooraf lastig in te schatten. Voor 2024 is daarom gekozen geen leges te heffen voor milieubelastende activiteiten. Voor de verordening 2025 wordt hier opnieuw naar gekeken. Principeverzoek/ omgevingstafel Bij ons is de intaketafel een informeel proces en is dus niet opgenomen in de legesverordening. De processen van principeoverleg en omgevingstafel kennen wij nu ook al.

Schetsplan en principeverzoek. Daarom hebben wij de artikelen uit onze oude legesverordening overgenomen en de nieuwe termen toegevoegd bij de definities van Schetsplan en principeverzoek Voorgesteld wordt de tarieven van deze heffingen te verhogen met het inflatiepercentage van 8,44%, met inachtneming van de afrondingsnormen. Ten opzichte van de begroting 2024 is de legesopbrengst voor hoofdstuk 2 met € 155.200 verhoogd. In principe wordt de legesopbrengst voor de gemeente lager omdat voor nieuwbouwwoningen gevolgklasse 1 de leges voor bouwactiviteit niet meer worden ontvangen. Met dit effect was in de meerjarenbegroting al rekening gehouden. De hogere legesopbrengst voor 2024 wordt veroorzaakt door de woningbouwplanning. In de meeropbrengst is tevens rekening gehouden met het effect dat voor 2024 de leges voor bouwactiviteit gevolgklasse 1 voor verbouwingen wel door de gemeente worden ontvangen. Als gevolg van de woningbouwplanning dalen de legesopbrengsten in 2025 met € 112.000 en vanaf 2026 structureel met € 76.900. Afronding tarieven Alle (leges)tarieven worden afgerond volgens het volgende schema; − Bedragen onder de € 10,00; afgerond op 5 cent naar onder of boven. − Bedragen tussen de € 10,00 en € 100,00; afgerond op halve euro’s naar onder of boven. − Bedragen van € 100,00 en hoger; afgerond op hele euro’s naar onder of boven.

Uitzonderingen: De tarieven voor de afvalstoffen- en de rioolheffing. Deze worden niet afgerond. De wettelijk gemaximeerde tarieven. Deze worden (indien nodig) afgerond op 5 cent naar beneden. Beoogd effect Het heffen van gemeentelijke belastingen in 2024. Argumenten 1.1 Op grond van de Gemeentewet is het de bevoegdheid van de gemeenteraad om belastingverordeningen vast te stellen; 1.2 Om rechtmatig belastingen en rechten te kunnen heffen moeten belastingverordeningen worden vastgesteld voorafgaand aan het nieuwe belastingjaar. 2.1/3.1 De tariefberekening dient gebaseerd te worden op een zo actueel mogelijk beeld van de verwachte lasten en baten 2024. 2.2/3.2 De tarieven en de berekening hiervan dienen herleidbaar te zijn tot vastgestelde begroting.

6

4.1/5.1 Op grond van artikel 189 GW heeft de raad budgetrecht. Door het budgetrecht van de raad hoort het wijzigen van de lasten en baten op (programma)niveau voor besluitvorming aan te raad te worden voorgelegd. 6.1 Op grond van artikel 191 en 192 GW dient de raad expliciet in te stemmen met een wijziging van begroting. Kosten, baten, dekking We voldoen aan de wettelijke regels dat leges maximaal 100% kostendekkend mogen zijn. De voorgestelde tarieven zijn conform een sluitende begroting 2024. Bijlagen − Bijlage 1 Concept-belastingverordeningen 2024, A t/m N − Bijlage 2 Overzicht berekening tarief afvalstoffenheffing 2024 − Bijlage 3 Overzicht berekening tarief rioolheffing 2024 − Bijlage 4 Overzicht kostendekkendheid leges 2024

7

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13489136/1