Raadsvoorstel treffen van Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Utrecht (ODU) 4912 4912 4912
Tekst van het document
Bestuurlijk voorstel raad Datum Behandelaar Zaaknummer Portefeuillehouder Besluitvormend orgaan Publicatie Onderwerp
: : : : : : :
30 september 2025 Francien Gaasenbeek 4907 Bert Fintelman Gemeenteraad Openbaar Treffen van Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Utrecht (ODU)
Voorstel: De gemeenteraad besluit: 1.
Het college toestemming te verlenen voor het treffen van de Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Utrecht door middel van bijgevoegde concept Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Utrecht, zoals bedoeld in artikel 51, vierde lid, Wet gemeenschappelijke regelingen.
<Test> Inleiding Op 17 oktober 2024 heeft het algemeen bestuur van de ODRU en RUD Utrecht de ontwerp Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Utrecht (verder ook te noemen: ontwerp Gemeenschappelijke regeling ODU) vastgesteld. Het dagelijks bestuur heeft dit ontwerp op 24 oktober 2024 toegezonden aan de colleges van de deelnemende gemeenten en provincie. Conform het vereiste in de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) hebben de colleges hun gemeenteraden vervolgens om zienswijzen op dit ontwerp gevraagd. Op 28 januari 2025 is de zienswijze op het voorstel ‘Oprichting nieuwe omgevingsdienst voor heel Utrecht’ in uw vergadering vastgesteld. Deze is vervolgens verzonden aan de stuurgroep ‘Naar één Omgevingsdienst Utrecht’. Vrijwel alle gemeenteraden hebben een zienswijze ingediend op de ontwerp Gemeenschappelijke regeling ODU. Deze zienswijzen zijn inmiddels beoordeeld door het gezamenlijk algemeen bestuur van de ODRU en de RUD Utrecht. Uit de zienswijzen blijkt brede steun voor de voorgestelde gemeenschappelijke regeling. Voor enkele artikelen uit de regeling heeft een heroverweging plaatsgevonden (bijlage 5). De concept Gemeenschappelijke regeling ODU is op deze punten aangepast en op 18 april 2025 door het algemeen bestuur van de ODRU en RUD Utrecht vastgesteld.
Op 22 april 2025 heeft het algemeen bestuur van de ODRU en RUD Utrecht het voorstel tot het treffen van de Gemeenschappelijke regeling ODU aan de colleges van de deelnemende gemeenten en provincie gezonden. Deze brief bevat, naast een reactie op de door u ingediende zienswijze, ook een toelichting en motivering van de doorgevoerde aanpassingen. Als bijlage bij deze brief is de aangepaste concept Gemeenschappelijke regeling ODU opgenomen (bijlage 2). Het college kan zich vinden in de aangepaste concept Gemeenschappelijke regeling ODU en verzoekt u als raad toestemming te verlenen voor het treffen van de Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Utrecht, conform het voorliggende tekstvoorstel. Kaders Artikel 51, lid 4, Wet gemeenschappelijke regelingen. 1
Beoogd doel Het oprichten van deze nieuwe Gemeenschappelijke Regeling draagt bij aan één robuuste omgevingsdienst voor de hele provincie Utrecht met een gelijk speelveld voor inwoners en bedrijven op het gebied van (milieu)vergunningverlening, toezicht en handhaving. Argumenten 1.1/3.1 Er is brede steun voor de voorgestelde Gemeenschappelijke regeling ODU De deelnemende gemeenten en provincie Utrecht hebben in hun zienswijzen brede steun en betrokkenheid uitgesproken naar het algemeen bestuur van de ODRU en de RUD Utrecht. 1.2 U heeft een inhoudelijke reactie ontvangen op uw zienswijze op de ontwerp Gemeenschappelijke regeling ODU U heeft een zienswijze op de ontwerp Gemeenschappelijke regeling ODU ingediend (bijlage 3). De reactie op deze zienswijze komt tegemoet aan het verzoek om tijdig inzicht te krijgen in de financiële gevolgen van de fusie voor de gemeente. De reactiebrief van het algemeen bestuur van de ODRU en RUD Utrecht is opgenomen in bijlage 4. Het proces en de planning zijn zodanig aangepast dat het college nu inclusief de financiële consequenties aan u kan adviseren om toestemming te verlenen tot het treffen van den nieuwe gemeenschappelijke regeling.
De financiële consequenties worden niet in dit raadsvoorstel behandeld, maar maken onderdeel uit van een apart raadsvoorstel waarin de gemeenteraad afzonderlijk wordt geïnformeerd en om een zienswijze wordt gevraagd. 1.3/3.1 Uit de zienswijzen van twee gemeenten volgen enkele aanpassingen in de definitieve gemeenschappelijke regeling De gemeenten Bunnik en De Bilt hebben opmerkingen geplaatst die tot tekstuele aanpassingen hebben geleid van de ontwerp Gemeenschappelijke regeling ODU. De aangepaste gemeenschappelijke regeling is opgenomen in bijlage 2. De onderbouwing van de wijziging ten opzichte van het ontwerp gemeenschappelijke regeling is opgenomen in bijlage 5. 2.1/3.1 Het college kan niet eerder overgaan tot het treffen van een gemeenschappelijke regeling dan na verkregen toestemming van de gemeenteraad Het college is op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen bevoegd een besluit te nemen over het treffen van een regeling. Voorafgaand aan dat besluit heeft het college wel toestemming nodig van de raad, zoals vastgelegd in artikel 51, lid 4, Wet gemeenschappelijke regelingen. De raad kan deze toestemming alleen weigeren op grond van strijd met het recht of strijd met het algemeen belang. De raad kan geen wijzigingen aandragen of voorwaarden aan de toestemming verbinden.
1.5/3.1 Er is geen realistisch alternatief Als de raad geen toestemming geeft tot het treffen van de Gemeenschappelijke regeling ODU is de gemeente per 1 januari 2026 geen deelnemer van de Omgevingsdienst Utrecht. De gemeente is verplicht om de aangewezen wettelijke milieutaken te beleggen bij de Omgevingsdienst van de provincie waarin zij zich bevindt. Vanaf 1 januari 2026 is er binnen de provincie Utrecht nog maar één Omgevingsdienst, de ODU. De RUD Utrecht en de ODRU zijn op dat moment niet meer operationeel. Kanttekeningen (risico's en nadelen) 1.1/3.1 De Gemeenschappelijke regeling RUD Utrecht en de Gemeenschappelijke regeling ODRU blijven in verband met een zorgvuldige liquidatie voorlopig nog naast de Gemeenschappelijke regeling ODU bestaan. Vanuit de Gemeenschappelijke regeling RUD Utrecht en Gemeenschappelijke regeling ODRU worden per 1 januari 2026 geen inhoudelijke (VTH-)taken meer uitgevoerd. Echter blijven deze gemeenschappelijke regelingen formeel bestaan tot hun formele liquidatie. Dit betekent dat er gedurende een overgangsperiode sprake is van een drieledige bestuursstructuur: de oude besturen (RUD Utrecht en ODRU) en het nieuwe bestuur van de ODU. Dit brengt extra bestuurlijke belasting met zich mee. 1.2/3.1 In het najaar volgt een liquidatieplan voor de ODRU.
2
Als gevolg van de oprichting van de nieuwe Gemeenschappelijke regeling ODU worden de ODRU en de RUD Utrecht geliquideerd. Het liquidatieplan wordt in het najaar door het algemeen bestuur vastgesteld en ter zienswijze aangeboden. Totdat dit plan is vastgesteld en wordt uitgevoerd, blijven er onzekerheden bestaan over onder andere de financiële afwikkeling van lopende verplichtingen. Aanvullende financiële notities De vaststelling van de Gemeenschappelijke regeling ODU op zichzelf heeft geen directe gevolgen voor de gemeentelijke begroting. De regeling vormt het juridische kader voor de samenwerking, maar bevat geen financiële verplichtingen op zich. Wel zijn aan het fusietraject en de inrichting van de nieuwe omgevingsdienst financiële consequenties verbonden. Ook voor de gemeente Rhenen kunnen kosten ontstaan, bijvoorbeeld voor transitiekosten, harmonisatie van systemen of deelname aan de nieuwe uitvoeringsstructuur. Deze financiële aspecten worden niet in dit raadsvoorstel behandeld, maar maken onderdeel uit van een apart raadsvoorstel, waarin de gemeenteraad afzonderlijk wordt geïnformeerd en om een zienswijze wordt gevraagd. Mochten er naar aanleiding van het fusietraject, naast bovengenoemde, aanvullende incidentele kosten ontstaan, dan komen deze voor rekening van het Rijk.
Vervolg Vervolgstappen Na verkregen toestemming van de gemeenteraad kan het college definitief besluiten tot het treffen van de Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Utrecht (ODU). De uiterste datum hiervoor is vastgesteld op 8 oktober 2025. Na vaststelling wordt het ondertekende collegebesluit aangeboden aan de programmaorganisatie, die vervolgens het verdere oprichtingstraject van de ODU in gang zet. De Gemeenschappelijke regeling ODU treedt formeel in werking nadat alle deelnemende colleges van de huidige ODRU en RUD Utrecht hun instemming hebben verleend. De gemeenschappelijke regeling wordt gepubliceerd in het Provincieblad Utrecht, waarna het provinciebestuur zorgdraagt voor de opname van de nieuwe regeling in de decentrale regelgeving op www.overheid.nl. De inwerkingtreding vindt plaats op de dag ná publicatie in het Provincieblad. Na inwerkingtreding worden de benodigde formele inschrijvingen en administratieve handelingen verricht, zoals registraties bij de Kamer van Koophandel, Belastingdienst, UWV, BNG Bank e.d. Met ingang van 1 januari 2026 start de Omgevingsdienst Utrecht formeel haar werkzaamheden. Vanaf dat moment worden colleges en gemeenteraden actief betrokken bij het besluitvormingsproces rond de opheffing van de huidige gemeenschappelijke regelingen van de RUD Utrecht en de ODRU.
Totdat deze regelingen zijn afgewikkeld conform een nog vast te stellen liquidatieplan, blijven de bijbehorende besturen formeel bestaan. Vanaf 1 januari 2026 worden echter geen inhoudelijke (VTH-) taken meer uitgevoerd binnen deze regelingen. Deze zijn vanaf dat moment volledig belegd bij de nieuwe Omgevingsdienst Utrecht. Monitoring of evaluatie De inrichting en werking van de nieuwe Omgevingsdienst Utrecht worden na de oprichting gemonitord. Gezien de omvang van het traject voor de oprichting van een nieuwe omgevingsdienst is een evaluatie vanzelfsprekend. Deze evaluatie zal in gezamenlijkheid plaatsvinden door de deelnemende gemeenten en de provincie Utrecht. In de evaluatie wordt onder andere beoordeeld of de Gemeenschappelijke regeling ODU in de praktijk werkbaar is en of deze bijdraagt aan de gestelde doelen van een robuuste, toekomstbestendige omgevingsdienst. Mocht uit de evaluatie blijken dat aanpassing van de regeling wenselijk is, dan worden de colleges en gemeenteraden opnieuw betrokken bij het besluitvormingsproces over die aanpassing. De planning en frequentie van de evaluatie worden nader uitgewerkt in de opstartfase van de ODU. Participatie
3
Voor de fase van ‘inrichting van de ODU’ is een programmaorganisatie ingericht met een programmateam en stuurgroep. Gemeenten en provincie nemen deel aan verschillende werkgroepen om samen met de projectorganisatie vraagstukken voor de inrichting te bespreken en stukken op te stellen (zoals het uitvoeringsprogramma, financieringssytematiek, governance, begroting 2026, informatielandschap en juridisch). Terugkoppeling naar alle regievoerders vindt regelmatig plaats waarbij er voldoende ruimte is voor reactie. Raadsleden en raadsrapporteurs worden op de hoogte gehouden van de ontwikkeling via het platform ‘Raadsrapporteurs in Utrecht’ en met een nieuwsbrief van de programmaorganisatie. Ook in het bestuurlijk besluitvormingsproces wordt samengewerkt met de betrokken regievoerders. Zij komen bijeen tijdens de voorbereiding op de bestuursvergadering van het Algemeen Bestuur ODRU en RUD Utrecht. Communicatie De programmaorganisatie ‘Naar één Omgevingsdienst Utrecht’ ontvangt het ondertekende besluit van het college.
Bijlagen Bijlage 1: Aanbiedingsbrief concept Gemeenschappelijke regeling ODU Bijlage 2: Concept Gemeenschappelijke regeling ODU – gemarkeerd Bijlage 3: Concept Gemeenschappelijke regeling ODU - ongemarkeerd Bijlage 4: Zienswijze gemeente Rhenen op ontwerp Gemeenschappelijke regeling ODU Bijlage 5: Reactie op zienswijze gemeente Rhenen Bijlage 6: Voorstel aanpassingen artikelen ontwerp Gemeenschappelijke regeling ODU
4