Raadsvoorstel scenarios verminderen restafval en optimalisatie Afvalbrengstation
Tekst van het document
Bestuurlijk voorstel gemeenteraad Datum Behandelaar Zaaknummer Portefeuillehouder Besluitvormend orgaan Publicatieniveau Onderwerp
: : : : : : :
1 oktober 2024 Yvette Marijnissen 1178456 C. Folmer Gemeenteraad Rhenen Openbaar Voorstel scenario’s: • verminderen restafval en • optimalisatie Afvalbrengstation
Voorstel De raad besluit: 1. voor de afvalinzameling aan huis scenario 1: ‘Optimalisatie’ (kleine veranderingen) in te voeren: • wekelijks PMD-zakken ophalen bij hoogbouw • extra luiercontainers plaatsen • meer informatie over het voorkomen en scheiden van afval • inzet toezichthouder en voorloper(s) • bechippen mini-containers restafval, gft en papier 2. voor Afvalbrengstation Remmerden scenario 0: ‘Voortzetting huidige bedrijfsvoering’ in te voeren, de belangrijkste wijzigingen zijn dan: • nieuw KCA-depot • valbeveiliging op randen bordes • onderhoudsbudget van € 40.000 per jaar • een extra medewerker tijdens alle openingsuren 3. een krediet van: • € 185.000 in 2025 beschikbaar stellen voor de optimalisatie van de afvalinzameling en • een krediet van € 220.000 in 2025 beschikbaar te stellen voor de voortzetting van de huidige bedrijfsvoering op het Afvalbrengstation.
Inleiding Op 29 september 2020 heeft de gemeenteraad ingestemd met het Afval- en grondstoffenbeleidsplan gemeente Rhenen 2020-2030 en het bijbehorende Uitvoeringsprogramma. Fase 1 van het Uitvoeringsprogramma is inmiddels uitgevoerd. Fases 2 en 3 moeten leiden tot 30 kg restafval per inwoner per jaar in 2030. Hierbij hebben we als tussentijdse doelstellingen 110 kg restafval in 2023 en 70 kg restafval in 2026. In 2023 is de hoeveelheid restafval gedaald naar 126 kg per inwoner per jaar. Dat is 16 kg meer dan de doelstelling voor 2023. Daarnaast zien we dat de huidige maatregelen steeds minder effect hebben. Dat vraagt om nieuwe maatregelen om de doelstellingen voor de komende jaren te halen. Daarom hebben we een onderzoek laten uitvoeren naar mogelijke scenario's om het aantal kg restafval per inwoner te verminderen. In dat onderzoek is ook gekeken naar het verbeteren van het Afvalbrengstation. De uitkomsten van dit onderzoek zijn op 21 mei 2024 tijdens een werksessie aan de raad gepresenteerd en consulterend besproken in de Commissie Economie en Ruimte van 18 september 2024. Daar gaf de raad unaniem aan dat zij nu pas op de plaats willen maken en dat dit voor hen voor de huis-aan-huisinzameling het scenario optimalisatie betekent en voor het Afvalbrengstation voortzetting van de huidige bedrijfsvoering. In de toekomst staan zij open
1
voor de mogelijke invoering van Diftar als volgende stap. De portefeuillehouder heeft toegezegd de huidige voorkeur van de raad uit te werken in een raadsvoorstel. Kaders De kaders zijn: • Afval- en grondstoffenbeleidsplan gemeente Rhenen 2020-2030 • Bestuursprogramma 2022 – 2026 gemeente Rhenen • Amendement 14.A.1.-A – investeringen afval - die in de raadsvergadering van 8 november 2022 bij het vaststellen van Begroting 2023-2026 unaniem is aangenomen. En de bijbehorende toezegging van wethouder Gert van Laar in dezelfde raadsvergadering: “De portefeuillehouder zegt toe te komen met een raadsvoorstel om de investering voor de afvalcontainers te bekrachtigen en niet eerder de afvalcontainers aan te schaffen.” Beoogd doel • Hoeveelheid restafval verminderen van 126 kg per inwoner per jaar naar 70 kg restafval per persoon per jaar in 2026 en 30 kg in 2030. • Optimalisatie van het Afvalbrengstation die de circulariteit ten goede komt. Landelijk is de doelstelling om in 2050 volledig circulair te zijn. Argumenten 1.1 en 2.1 Met deze scenario’s voldoen we aan de wens van de raad. De commissie Ruimte & Economie gaf – tijdens de consultatie in de commissievergadering op 18 september 2024 – aan nu niet te veel te willen veranderen en eerst het huidige systeem te willen optimaliseren. 1.2 In dit scenario worden PMD-zakken bij hoogbouw vaker opgehaald.
PMD-zakken worden vaak te vroeg buiten gehangen. Dit zorgt voor een vervuild straatbeeld. Door PMD-zakken bij hoogbouw vaker op te halen, wordt de tijd dat de zakken te vroeg buiten hangen verkort. Het lost het probleem echter niet op (zie Kanttekening 1.6) en deze maatregel zorgt ook niet voor meer ingezameld PMD of minder restafval. Het is dus puur een servicemaatregel richting de inwoner. 1.3
Zo komen er meer luiercontainers en meer informatie over afvalscheiding voor verbeterde afvalscheiding. Deze maatregelen helpen om het restafval terug te brengen naar 114 kg restafval per inwoner. Het plaatsen van meer luiercontainers is ook onderdeel van de andere uitgewerkte scenario’s. 1.4
Zo zorgen we ervoor dat alleen degenen die afvalstoffenheffing betalen, gebruik kunnen maken van de gemeentelijke afvalinzameling. Nu zijn de mini-containers voor restafval, gft en papier niet gechipt. Wij kunnen daardoor bij de inzameling niet controleren of voor de containers die wij legen, ook afvalstoffenheffing betaald wordt. Het kan dus voorkomen dat wij containers legen van personen of bedrijven die daarvoor geen afvalstoffenheffing betalen. De kosten daarvan komen terecht bij de inwoners die wel afvalstoffenheffing betalen en dat is niet eerlijk. Met het bechippen van de mini-containers zorgen we ervoor dat ook alleen degenen die afvalstoffenheffing betalen gebruik kunnen maken van de gemeentelijke afvalinzameling. Overigens is het bechippen mini-containers ook onderdeel van de andere scenario’s. 1.5
Er is mogelijk een klein effect op verbeterde afvalscheiding door extra inzet van een toezichthouder en voorloper(s). Een toezichthouder en voorlopers kunnen inwoners extra uitleg geven over afvalscheiding en kunnen daarmee proberen de vervuiling in de gescheiden afvalstromen terug te dringen. De ervaring in andere gemeenten is dat dit een heel klein tijdelijk effect heeft. We hebben nu nauwelijks afkeur van de ingezamelde afvalstromen.
2
2.1 Dit scenario is minimaal noodzakelijk om de bedrijfsvoering voort te kunnen zetten. Het KCA-depot is verouderd en moet vervangen worden. Ook de andere aanpassingen in dit scenario zijn nodig om de bedrijfsvoering veilig te kunnen voortzetten. 3.1 De benodigde investeringen kunnen gedekt worden uit bestaande middelen. De benodigde investeringen voor beide scenario’s kunnen worden gedekt uit de volgende in de begroting opgenomen kredieten: • € 1,25 miljoen voor het realiseren van de afvalambitie • € 550.000 voor de herinrichting/bouw van het Afvalbrengstation 3.2
Optimalisatie van de afvalinzameling aan huis levert inwoners op korte termijn een financieel voordeel op. In de geprognotiseerde woonlasten is nu een investering van € 1,25 miljoen opgenomen voor het realiseren van de afvalambitie. Bij de keuze voor ‘Optimalisatie’ is een lagere investering nodig van € 185.000 euro. Dit levert een voordeel in de geprognotiseerde woonlasten van € 16 per huishouden. Daar tegenover staat dat de jaarlijkse exploitatiekosten voor optimalisatie van de huis-aanhuisinzameling naar verwachting € 14 per huishouden hoger zijn (zie Bijlage 4). Netto betekent dit per huishouden € 2 verlaging van de woonlasten. Op langere termijn halen we de afvalambitie van 30 kg in 2030 niet. Deze daling in kilo’s restafval en daarmee ook de daling van de hoge verwerkingskosten van het restafval, zijn wel al doorgerekend in de geprognotiseerde woonlasten. Met het scenario ‘Optimalisatie’ daalt de hoeveelheid restafval minder, waardoor de verwerkingskosten voor restafval ook minder dalen. Dit moet in de begroting gecorrigeerd worden. Na deze correctie slaat het financiële voordeel om in een financieel nadeel. Zie meer toelichting in de rubriek ‘Aanvullende financiële notities’. Kanttekeningen (risico's en nadelen) 1.1 Optimalisatie komt niet als eerste voorkeur uit de inwonerpeiling naar voren.
De verschillende scenario’s voor de afvalinzameling zijn via een inwonerpeiling aan de inwoners voorgelegd. De meeste inwoners (46%) kiezen daarbij voor Betalen voor de hoeveelheid restafval (Diftar). Zie ook Bijlage 2 en 3. Op de tweede plek kiest 26% van de inwoners voor kleine veranderingen (scenario Optimalisatie). 1.2 Het ambtelijk advies komt niet overeen met het voorgestelde advies. Het ambtelijke advies dat in voorbereiding was, ging uit van het invoeren van Diftar. Dit, om onder andere de volgende redenen: • Met de invoering van Diftar komen we heel dicht bij ons doel 70 kg restafval per persoon per jaar in 2026. • Dit scenario voor de huis-aan-huisinzameling komt als voorkeur uit de inwonerpeiling naar voren. • Op de lange termijn houden we met dit scenario de kosten beter in de hand vanwege de stijgende kosten van restafvalverwerking • Met Diftar hebben inwoners zelf invloed op de hoogte van hun afvalkosten. • We plaatsen in dit scenario ook extra luiercontainers en bechippen de mini-containers voor een beter containerbeheer. • Met Diftar verbeteren we de circulariteit op het Afvalbrengstation (zie ook Kanttekening 2.2). 1.3 Met de keuze voor dit scenario halen 30 kg restafval in 2030 niet. Met optimalisatie daalt de hoeveelheid restafval naar 114 kg per inwoner. Dit terwijl de vastgestelde doelen 70 kg restafval per persoon per jaar in 2026 en 30 kg in 2030 zijn.
Er zijn later aanvullende maatregelen nodig om deze doelen alsnog te halen. 1.4 De keuze voor het scenario ‘Optimalisatie’ vraagt om, of bijstelling van onze beleidsdoelen, of om aanvullende maatregelen op (korte) termijn. Zie hiervoor kanttekening 1.3.
3
1.5
De jaarlijkse afvalbenchmark van de Nederlandse vereniging voor afval- en reinigingsdiensten (NVRD) laat zien dat de beste resultaten worden behaald met Diftar in combinatie met servicedifferentiatie. De NVRD voert jaarlijks een benchmark huishoudelijk afval uit. Daarin analyseert zij de afvalscheidingsresultaten in verschillende gemeenten en bekijkt ze het effect van verschillende inzamelstrategieën op de afvalscheiding, de hoeveelheid restafval en de beheerskosten. Uit de meest recente benchmark blijkt dat in gemeenten met een vergelijkbare hoogbouwklasse als gemeente Rhenen (C), Diftar in combinatie met servicedifferentiatie1 de beste resultaten geeft. Dat wil zeggen: de laagste hoeveelheid restafval en de laagste beheerkosten. Ook gemeenten met alleen Diftar en geen servicedifferentiatie scoren met hun lage hoeveelheid restafval en lagere beheerkosten beter dan gemeenten zonder Diftar (zie Bijlage 6, pagina 28). 1.6 Het probleem van PMD-zakken die te vroeg buiten hangen wordt hiermee niet opgelost. PMD-zakken die te vroeg buiten hangen en overlast geven worden nu ook al tussentijds door de wijkveger opgehaald. Het structureel wekelijks ophalen van PMD-zakken bij de hoogbouw verkort de tijd dat de zakken te vroeg buiten hangen, maar lost het probleem niet helemaal op en voldoet ook niet volledig aan de servicewens van de inwoners.
Appartementbewoners willen de zak kwijt op het moment dat deze vol is. Dit is ook de ervaring in een buurgemeente die wekelijks PMD-zakken inzamelt. Daar hangen de PMD-zakken nog steeds te vroeg buiten en willen inwoners dat de zakken vaker dan wekelijks opgehaald worden. 2.2 Dit scenario draagt niet bij aan de ambitie voor circulariteit. In het Bestuursprogramma 2022-2026 is de volgende ambitie opgenomen: 3.16 “Voor het afvalbrengstation Remmerden stellen we een visie 2.0 op, die de circulariteit ten goede komt.” In een circulaire economie is er nauwelijks afval en worden producten en grondstoffen steeds opnieuw gebruikt. In het voorgestelde scenario blijft het scheidingspercentage van de afvalstromen op het Afvalbrengstation gelijk en het hergebruik ervan ook. Met andere woorden: de circulariteit verbetert niet. In de andere scenario’s verbetert de circulariteit wel. Daar stijgt het scheidingspercentage van 80% naar 88% en het hergebruik van 0 naar + en ++. 3.1 Het scenario voor het Afvalbrengstation geeft inwoners een klein financieel nadeel. In de geprognotiseerde woonlasten is nu een investering van € 550.000 opgenomen voor de optimalisatie van het Afvalbrengstation. Bij de keuze voor ‘voortzetting huidige bedrijfsvoering’ is een investering nodig van € 220.000 euro. Dit levert met ingang van 2026 een voordeel in de geprognotiseerde woonlasten van € 5 per huishouden.
Daar tegenover staat dat de jaarlijkse exploitatiekosten voor voortzetting huidige bedrijfsvoering € 7 per huishouden hoger zijn dan wanneer er geen maatregelen worden genomen. Netto betekent dit per huishouden € 2 verhoging van de woonlasten. 3.2 Op de lange termijn houden we met dit scenario de kosten minder goed in de hand. De gemeente betaalt een steeds hoger tarief voor de verwerking van restafval. Dit stijgt de komende jaren verder. De verwachting is dat deze kosten bij het scenario optimalisatie vanaf 2026 6 euro hoger en in 2030 11 euro per huishouden hoger zijn dan wanneer het restafval omlaag wordt gebracht naar 72 kilo, zoals in het scenario Diftar. 3.3
De scenario’s voorgesteld in beslispunt 1 en 2 geven niet de laagste woonlasten voor de inwoner. De andere scenario’s voor de afvalinzameling aan huis leveren lagere woonlasten op dan het scenario Optimalisatie (zie Bijlage 4). Dit komt omdat de andere scenario’s lagere jaarlijkse kosten hebben en soms zelf jaarlijkse opbrengsten geven. De scenario’s 2 (Diftar), 4 (eerst Diftar en daarna omgekeerd inzamelen) en 5 (eerst omgekeerd inzamelen, daarna Diftar) leveren de inwoners zelf een klein financieel voordeel op ten opzichte van niets doen (zie Bijlage 4).
1 Bij servicedifferentiatie worden grondstoffen met een hoog serviceniveau ingezameld (inzameling
aan huis, hoge ophaalfrequentie) en restafval wordt met een laag serviceniveau ingezameld (met een lage ophaalfrequentie of met verzamelcontainers op buurtniveau). 4
Bij de optimalisatie van het Afvalbrengstation (zie Bijlage 5) geeft scenario 2 ‘Anticiperen op Diftar’ € 3 lagere jaarlijkse meerkosten dan het scenario ‘Voortzetting huidige bedrijfsvoering’. Dit komt omdat bij het Diftar scenario gerekend wordt met het daadwerkelijke aantal huishoudens en bij ‘Voortzetting huidige bedrijfsvoering’, wat een scenario zonder Diftar is, gerekend wordt met het gewogen aantal huishoudens (zie ook toelichting in Bijlage 5). Aanvullende financiële notities Kosten van de scenario’s (indicatief; afhankelijk van wisselende marktprijzen en scheidingsresultaten) Kosten ‘Optimalisatie’ (afvalinzameling aan huis) -
-
benodigde investering jaarlijkse kosten (+)/opbrengsten (-) jaarlijkse kosten per huishouden per jaar (indicatief) incidentele kosten waarvoor geen dekking in de begroting is
185.000 euro 110.000 euro +14 euro per huishouden + autonome prijsontwikkelingen (zoals stijgende energieprijzen) geen
Kosten ‘Voortzetting huidige bedrijfsvoering’ (Afvalbrengstation) -
benodigde investering
220.000 euro
-
jaarlijkse kosten (+)/opbrengsten (-) jaarlijkse meerkosten per huishouden per jaar (indicatief)
344.000 euro
-
+7 euro
De jaarlijkse kosten per huishouden zijn een indicatie. De tarieven voor de afvalstoffenheffing worden jaarlijks via de belastingverordeningen door de raad vastgesteld. Deze cijfers zijn ten opzichte van de huidige situatie in 2024. Echter in de meerjarenbegroting hebben we wel al de vastgestelde afvalambitie verwerkt. En dus rekening gehouden met een stapsgewijze daling van het restafval naar 30 kilo in 2030. Door dit scenario (zowel voor de afvalinzameling, als voor het Afvalbrengstation) te kiezen wijken we af van de afvalambitie en dat heeft de volgende financiële consequenties in onze meerjarenbegroting.
Effecten per huishouden kosten afvalverwerking op niveau 2024: 126 kg per inwoner investering huis aan huis verwijderen investering afvalbrengstation verwijderen afvalbelasting en CO2 heffing (loopt in 2030 op naar € 11 per hh) huis aan huis afvalverwerking: 114 kg huis aan huis extra kosten huis aanhuis investering € 185.000 afvalbrengstation extra kosten afvalbrengstation investering € 220.000 Totaal nadeel per saldo meerjarig:
2025 7 -19 0 -12
2026 14 -19 0 -4
0 14 0 5 0 8
-5 14 3 5 2 15
2027 17 -19 -5 -7 6 -5 14 3 5 2 19
2028 17 -18 -5 -6 7 -5 14 3 5 2 20
Vervolg Vervolgstappen • Vanaf 2025: uitvoeren maatregelen gekozen scenario’s • In 2027: evaluatie resultaten gekozen scenario’s • In 2027/2028: raadsvoorstel met richting voor aanvullende maatregelen om restafval verder te verminderen naar 30 kg per inwoner per jaar. 5
Monitoring of evaluatie De ingezamelde hoeveelheden restafval en scheidingspercentages worden maandelijks gemonitord. Via de financiële rapportage ontvangt de raad hier updates over. In de eerste helft van 2027 worden de resultaten van de gekozen scenario’s geëvalueerd. De raad ontvangt hiervan de resultaten. Ook delen we de belangrijkste resultaten met de inwoners via de gemeentelijke kanalen. Participatie Het tweejaarlijkse tevredenheidsonderzoek over de afvalscheiding en -inzameling wordt eind 2025 herhaald. Communicatie Inwoners worden op de volgende momenten geïnformeerd: • aankondiging en uitleg wekelijks inzamelen PMD-zakken bij appartementen • aankondiging plaatsen meer luiercontainers • aankondiging en uitleg bechippen mini-containers • doorlopend informatie en tips om goed afval te scheiden. De communicatie met bewoners gaat via bewonersbrieven, flyers, posters, de verschillende gemeentelijke kanalen en bijeenkomsten/informatiepunten. De raad wordt op dezelfde momenten geïnformeerd. Bijlagen Bijlage 1. Rapport scenarioanalyse afvalinzameling en Afvalbrengstation Rhenen Bijlage 2. Rapport inwonerpeiling toekomst afvalinzameling Bijlage 3. Factsheet inwonerpeiling toekomst afvalinzameling Bijlage 4. Alternatievennota samenvatting scenario’s afvalinzameling aan huis Bijlage 5. Alternatievennota samenvatting scenario’s Afvalbrengstation Bijlage 6.
Benchmark Huishoudelijk Afval 2022 (NVRD)
6