Raadsvoorstel programmabegroting 2025
Tekst van het document
Bestuurlijk Voorstel raad Datum Behandelaar Zaaknummer Portefeuillehouder Besluitvormend orgaan Publicatie Onderwerp
: : : : : : :
30 september 2024 Dick Roodbeen 1182582 B. Fintelman Gemeenteraad Rhenen Openbaar Programmabegroting 2025
Voorstel: De gemeenteraad besluit: 1. De (digitale) programmabegroting 2025 vast te stellen en de meerjarenraming 2026-2028 voor kennisgeving aan te nemen. 2. Het bedrag van de financiële bijstellingen bij het opstellen van de (meerjaren)begroting 2025 – 2028 te bepalen op: a. 2025: € 57.000 N; b. 2026: € 489.000 N; c. 2027: € 653.000 N; d. 2028: € 554.000 N; 3. In te stemmen met de voorgenomen investeringen 2025 van € 7.386.000; 4. Het voorlopig subsidieplafond vast te stellen op € 786.000; 5. De volgende ombuigingen (bijlage 2) vast te stellen voor: Structurele maatregelen (2025 t/m 2028 - € 1.208.000): a. Uurtarief declarabele uren (civiele) projecten verhogen van €97 naar €110 per uur: € 91.000; b. Achterwege laten ZZB- reservering stelpost: €50.000; c. Geen toewijzing terugwerkende kracht: € 65.000; d. Afval en riool kostendekkend maken: € 190.000; e. Toeristenbelasting 20% verhogen: € 35.000; f. Integraal uurtarief (inclusief overhead) toerekenen aan CDOKE middelen: € 70.000; g. Tekort bijstand (BUIG) dekken uit voorlopig budget 2025: € 481.000; h. Leges tarieven verhogen met 30%: € 226.000; Incidentele maatregelen (2025 - € 2.235.000): i. Reguliere uitgaven ten laste van specifieke SPUK’s, met name GALA: € 200.000; j. Mutaties gemeentefonds laten vervallen: € 130.000; k. Terugbetaling woonlastendemping 2024 aan algemene reserve: € 625.000; l.
Bestuursprogramma; geen onderzoek fietsbrug Spoorgat: € 50.000; m. Bestuursprogramma; geen gevelfonds: € 20.000; n. Inzet algemene reserve: € 1.210.000 (circa 7% algemene reserve 01-01-2024). 6. De (meerjaren)begroting 2025 te wijzigen met de onder beslispunt 5. genoemde ombuigingen zodat voor 2025 een structureel en reëel sluitende begroting ontstaat. Inleiding Hierbij bieden wij u de Programmabegroting aan ter vaststelling en de Meerjarenraming 2026-2028 ter kennisname aan. Ook legt het college een pakket aan ombuigingsmaatregelen voor om het tekort van 2025 op te lossen. In dit raadsvoorstel leest u meer over het tekort en de voorgestelde maatregelen.
1
Kaders a. Gemeentewet b. Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) c. Financiële beheersverordening (art. 212) Beoogd effect Door de voorliggende programmabegroting vast te stellen geeft u het college toestemming om de financiële middelen te besteden aan de afgesproken activiteiten/ beleid. De programmabegroting is een belangrijk instrument bij het uitoefenen van de kader stellende en controlerende rol van de gemeenteraad. De gemeenteraad heeft in zijn kader stellende rol het budgetrecht. Het budgetrecht geeft de gemeenteraad de bevoegdheid om financiële middelen aan het college beschikbaar te stellen. Argumenten 1.1. Op grond van artikel 191 Gemeentewet dient de raad in het jaar voorafgaand aan het begrotingsjaar de begroting vast te stellen. De begroting wordt alleen vastgesteld voor het begrotingsjaar 2025. De meerjarenraming 2026 – 2028 is ter kennisname. 1.2.Het college is verplicht om een (meerjaren)begroting op te stellen Dit staat in de gemeentewet. 1.3 Door te begroting op tijd vast te stellen voorkomen we dat de gemeente onder preventief toezicht van de provincie komt te staan Naast de tijdigheid van de aanlevering zal de provincie de (meerjaren)begroting 2025–2028 beoordelen op het reëel en structureel evenwicht.
2.1 Het Rijk verwacht steeds meer van gemeenten, maar de middelen om die taken uit te voeren, nemen af In het regeerprogramma staat dat het kabinet graag met gemeenten wil samenwerken aan de maatschappelijke opgaven. In datzelfde akkoord staat dat de taken en middelen voor gemeenten in balans moeten zijn. Maar de tekorten waar gemeenten mee kampen bewijzen eerder het tegendeel. Als gemeente zien wij de effecten hiervan terug in: a. Meerjarige begrotingstekorten. b. Gebruiken van middelen uit het bestuursprogramma voor de invulling van de ombuigingen c. Mogelijke impact van ombuigingen op het voorzieningenniveau van inwoners d. Afweging nieuwe beleidsvoornemens beperken zich tot de categorie strikt noodzakelijk De geschetste ontwikkelingen zorgen voor een grote uitdaging. Wij zullen ons echter blijven inspannen om voortgang te boeken op de maatschappelijke opgaven en de overige bestuurlijke ambities. 2.2 De hoogte van de financiële bijstellingen zijn betrouwbaar Deze bijstellingen zijn namelijk gebaseerd op gesprekken in de organisatie, ervaringscijfers en extrapolaties van lasten en baten. Bij een extrapolatie bepalen we de prognose voor het hele jaar op basis van de lasten of baten die voor een deel van het jaar bekend zijn. 3.1. Op grond van de financiële verordening 212 GW dienen de investeringskredieten expliciet te worden vastgesteld door de raad.
In de financiële verordening 212 GW is het investerings- en afschrijvingsbeleid opgenomen. Hierin staat dat de raad met de vaststelling van de begroting alle investeringen autoriseert van het begrotingsjaar 2025 (€ 7.386.000). De raad heeft de mogelijkheid om bij de begrotingsbehandeling expliciet een aantal investeringen aan te wijzen die apart ter besluitvorming aan de raad moeten worden voorgelegd. Een kritische beoordeling van het meerjarige investeringsprogramma is onderdeel van de werkzaamheden voor de ombuigingen uit de 2e fase (‘lange klap’). Dit geldt zowel voor de hoogte van de bedragen als het voorgenomen jaar van vervanging. 4.1. Het vaststellen van het subsidieplafond is op grond van artikel 6 van de Algemene subsidieverordening gemeente Rhenen een bevoegdheid van de gemeenteraad. De algemene subsidieverordening gemeente Rhenen is van toepassing voor het indienen van subsidieverzoeken. Een onderdeel van deze subsidieverordening is het instellen van een subsidieplafond voor subsidieregelingen. In de Paragraaf Subsidieverlening is voor de 2
subsidieregelingen een totaal subsidieplafonds opgenomen van € 786.000. De plafonds zijn voor 2025 geïndexeerd met 1,60%. Voor de subsidieregelingen Preventie, VVE en Peuterspeelzalen waren ten tijde van het opstellen van de begroting 2025 de subsidieplafonds nog niet bekend. Deze zijn als een nog nader te bepalen bedrag in het overzicht ‘subsidieplafonds’ opgenomen. 5.1 Ombuigingen zijn nodig om de financiële positie op de korte en lange termijn structureel te verbeteren. Vooralsnog lijkt deze opdracht niet haalbaar zonder impact voor onze inwoners. Bij het sluitend maken van 2025 kiezen wij vooral voor technische en organisatorische maatregelen en zetten de algemene reserve in. Hiermee willen wij de impact op inwoners, maatschappelijke instellingen en bedrijven in dit stadium zoveel mogelijk beperken. We ontkomen er voor 2025 niet volledig aan. Wij stellen ook een verhoging van de heffingen afval en riolering voor en willen de leges kostendekkend maken. Met de voorgestelde ombuigingen (bijlage 2) realiseren wij voor 2025 een reëel en structureel sluitende begroting die naar verwachting voldoet aan de criteria van de provincie voor het gewenste repressief toezicht.
5.2 Het pakket maatregelen is vooral een combinatie van financieel-technische keuzes, onderdelen uit het bestuursprogramma, verhoging kostendekking heffingen en de algemene reserve Het college stelt een ombuigingspakket voor dat in totaal neerkomt op € 3.444.000. De argumenten en de risico’s die bij deze maatregelen horen zijn verder uitgewerkt in bijlage 2 ‘Ombuigingsmaatregelen Begroting 2025’. In deze bijlage vindt u ook een aantal maatregelen die overwogen zijn, maar nu niet in dit voorstel voorliggen (in de rode tabellen). Zo krijgt u een volledig beeld van de keuzes die zijn gemaakt. 6.1 Hiermee voldoet de gemeente aan een belangrijk uitgangspunt van de provincie voor het gewenste repressief toezicht. Het structureel evenwicht bepaalt de provincie op basis van de gepresenteerde begrotingsresultaten en het overzicht incidentele baten en lasten. Ervan uitgaande dat de provincie onze cijfers niet corrigeert dan is, na de vaststelling van de ombuigingen, voor 2025 sprake van structureel evenwicht (€ 608.000 V). (x € 1.000)
2025
Structureel begrotingsresultaat 2025 - 2025 (boekwerk) Ombuigingsmaatregelen structureel van aard: a. Uurtarief declarabele uren (civiele) projecten verhogen b. Stelpost Zero Based Budgetting laten vervallen c. Zorg: geen toewijzing met terugwerkende kracht d. Afval en riolering 100% kostendekkend maken e. Verhogen toeristenbelasting 20% g. Doorbelasting interne uren aan CDOKE middelen o.b.v. integraal uurtarief h. Tekort bijstand voor 2025 uit hogere voorlopig budget i. Legestarieven verhogen met 30% j. Inzet algemene reserve 7% (norm onder voorwaarden max. 10%) Structureel begrotingsresultaat 2025 - 2028
2026
2027
2028
1.810 N
4.404 N
4.506 N
4.029 N
91 V 50 V 65 V 190 V 35 V 70 V 481 V 226 V 1.210 V 608 V
91 V 50 V 65 V 190 V 35 V 70 V 481 V 226 V
91 V 50 V 65 V 190 V 35 V 70 V 481 V 226 V
91 V 50 V 65 V 190 V 35 V 70 V 481 V 226 V
3.196 N
3.298 N
2.821 N
Kanttekeningen (risico's en nadelen) 2.1 Er zijn financiële zorgen over de toekomst In de perspectiefnota 2025 bent u geïnformeerd over het financieel perspectief voor de jaren 20252028. Voor alle jaren was sprake van tekorten. Het gemiddeld tekort kwam uit op € 3,7 miljoen per jaar. De belangrijkste oorzaken lagen in de kosten van de jeugdzorg, minimaregelingen en bijstand en het gemeentefonds. Bij het opstellen van de (meerjaren)begroting zijn de resultaten met gemiddeld €400.000 verslechterd. In onderstaande tabel leest u meer over de oorzaken van de tekorten:
3
In onderstaande tabel ziet u hoe de meerjarige resultaten zich hebben ontwikkeld na de perspectiefnota 2025. De resultaten zijn exclusief de verwerking van de ombuigingsvoorstellen en de septembercirculaire 2024.
De resultaten 2025-2028 ontwikkelingen zich na de voorgestelde ombuigingen als volgt:
2.2. De uitkomsten van de septembercirculaire 2024 zijn niet in het resultaat verwerkt De septembercirculaire is in het afrondende stadium van deze begroting verschenen. Hierdoor konden we de financiële gevolgen niet meer verwerken in de financiële resultaten. Daarom zijn de voorlopige uitkomsten van deze circulaire hieronder informatief opgenomen: (x € 1.000)
2025
Septembercirculaire 2024 gemeentefonds a. Extra inkomsten b. Reservering hogere inflatieverwachting c. Taakmutaties Gevolgen uitkomsten septembercirculaire 2024 voor begrotingsresultaten
2026
173 V 169 N 139 N 135 N
2027
804 V 194 N 133 N 477 V
2028
967 V 222 N 23 N 722 V
935 V 204 N 21 N 710 V
Resultaten 2025 - 2028 inclusief ombuigingen en septembercirculaire (x € 1.000)
2025
1. Begrotingsresultaten exclusief ombuigingsvoorstellen 2. Voorgestelde ombuigingsmaatregelen a. Structurele maatregelen b. Incidentele maatregelen (inclusief inzet algemene reserve) Begrotingsresultaten inclusief voorgestelde ombuigingen 3. Septembercirculaire 2024 gemeentefonds a. Extra inkomsten b. Reservering hogere inflatieverwachting c. Taakmutaties 4. Taakstelling jeugdzorg vervalt (aanvullende besparing kabinet Rutte IV) Begrotingsresultaten 2025-2028 inclusief ombuigingen en septembercirculaire
2026
2027
2028
3.442 N
4.677 N
4.434 N
3.959 N
1.208 V 2.235 V 1V
1.208 V
1.208 V
1.208 V
3.469 N
3.226 N
2.751 N
804 V 194 N 133 N 471 N 3.463 N
967 V 222 N 23 N 482 N 2.986 N
935 V 204 N 21 N 482 N 2.523 N
173 V 169 N 139 N 134 N
Toelichting punt 4: In het coalitieakkoord Rutte IV was een aanvullende besparing in het kader van Jeugdzorg (jeugdhulp, jeugdbescherming en jeugdreclassering) opgenomen, oplopend tot structureel € 511 miljoen vanaf 2027. In het hoofdlijnenakkoord is afgesproken dat deze bezuiniging vervalt. Voor 2025 was al eerder incidenteel € 500 miljoen toegevoegd aan de algemene uitkering. Bij de septembercirculaire wordt voor 2026 en latere jaren dus
4
weer € 511 miljoen toegevoegd aan het gemeentefonds. Dit geeft een voordeel in de uitkering van het gemeentefonds maar gelijktijdig vervalt de taakstelling binnen het jeugddomein.
3.1 Voor de subsidies waarvoor een subsidieplafond geldt kunnen niet rechtmatig worden verstrekt. Het subsidieplafond moet vóór het begin van de periode waarvoor het geldt worden bekendgemaakt (artikel 4:27 lid 1 AWB). Concreet houdt dit in dat voor 31 december 2024 het subsidieplafond 2025 met onderverdeling naar rubrieken gepubliceerd moet worden. Als dit niet gebeurt kunnen deze subsidies niet worden verstrekt. Het college heeft de bevoegdheid om de subsidieregelingen en per regeling de voorlopige subsidieplafonds vast te stellen. De subsidieplafonds dienen door de raad te worden bekrachtigd bij het vaststellen van de begroting 2025. Aanvullende financiële notities Niet van toepassing. Vervolg Voor een gezonde financiële positie op lange termijn richten wij ons met de ombuigingen op de perspectiefnota 2026. Na behandeling van de (meerjaren)begroting 2025 – 2028 in het college gaan de stukken naar de raadsleden en fractievolgers. De verdere behandeling ziet er als volgt uit: 08 oktober :technische behandeling is vervallen na besluitvorming hierover. 21 oktober :commissie Bestuur en Financiën 05 november :raadsvergadering Bijlagen Bijlage 1: Begroting 2025 Bijlage 2: Ombuigingsmaatregelen begroting 2025 Bijlage 3: Concept raadsbesluit
5