CConstaterende datRhenen
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel Meerjarenbegroting 2024 - 2027

Raadsvergadering 7 november 2023, gemeente RhenenBij agendapunt: Raadsvoorstel Begroting2.257 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bestuurlijk Voorstel raad Datum Behandelaar Zaaknummer Portefeuillehouder Besluitvormend orgaan Publicatie Onderwerp

: : : : : : :

3 oktober 2023 Dick Roodbeen 1133067 drs. J.G. Boerkamp Gemeenteraad Rhenen Openbaar Meerjarenbegroting 2024 - 2027

Voorstel: De gemeenteraad besluit: 1. De (digitale) programmabegroting 2024 vast te stellen en de meerjarenraming 2025-2027 voor kennisgeving aan te nemen. 2. In te stemmen met alle beleidsvoornemens categorie 2 ‘Bestuursprogramma’ uit de kadernota 2024. 3. De woonlasten voor een huishouden in 2024 te dempen met € 69. Dit is overeenkomstig het derde scenario uit de bijlage over de woonlastendemping 2024. 4. Het bedrag van de woonlastendemping 2024 uit de kadernota 2024 (categorie 2) te verhogen met € 326.000 naar € 626.000. 5. Het incidentele begrotingstekort in 2024 te verlagen met het bedrag van de woonlastendemping 2024 van € 626.000 door een leenconstructie met de algemene reserve toe te passen. 6. Als gevolg van het beslispunt onder punt 5 in 2024 een bedrag van € 626.000 te onttrekken aan de algemene reserve en datzelfde bedrag in 2025 ten laste van het begrotingsresultaat aan de algemene reserve toe te voegen. 7. In te stemmen met de voorgenomen investeringen 2024 van € 5.427.000. 8. Het voorlopig subsidieplafond vast te stellen op € 733.000. 9. De begroting 2024 en de meerjarenraming 2025-2027 te wijzigen met de beslispunten onder punt 2. tot en met 6. Aanleiding/ korte voorgeschiedenis Hierbij ontvangt u ter bespreking en vaststelling de (meerjaren)groting 2024-2027. In de kadernota 2024 In de kadernota 2024 (incl.

erratum) bent u geïnformeerd over het financieel perspectief voor de jaren 2024-2027. In dat perspectief lieten de resultaten voor 2024 en 2025 voordelen zien van respectievelijk € 519.000 en € 2.126.000. Daarentegen was voor de jaren erna sprake van tekorten. In 2026 is het tekort € 98.000 en in 2027 € 805.000. De financiële gevolgen van de noodzakelijke beleidsvoornemens (voorheen wettelijke/onvermijdelijk) waren in de resultaten van de kadernota meegenomen. Andere financiële bijstellingen die in de kadernota 2024 zijn verwerkt betreffen: a. OZB opbrengsten als gevolg van actualisatie woningbouwplanning en indexering b. Opnemen van een arbeidsmarktbudget en verhogen knelpuntenbudget voor inhuur ivm huidige krapte op de arbeidsmarkt. c. Bijstellingen maatstaven gemeentefonds en compensatie jeugd n.a.v. uitkomsten jeugd door commissie van wijzen. Bevriezen hervormingsagenda jeugd in 2024 en 2025 op het niveau 2023. De huidige begrotingsresultaten laten, met uitzondering van 2024, een veel gunstiger beeld zien dan de resultaten in de kadernota 2024. 1

*

In de begrotingsresultaten is de meicirculaire 2023 gebruikt voor de berekening van de uitkering uit het gemeentefonds. De provincie baseert hierop het toezichtregiem voor gemeenten. Medio september is de septembercirculaire 2023 verschenen met daarin de laatste ontwikkelingen over het gemeentefonds. Een eerste financieel beeld hierover inclusief en de gevolgen daarvan voor de begrotingsresultaten is verderop in dit voorstel gepresenteerd.

Hieronder volgt een overzicht van een aantal financiële bijstellingen die bij het opstellen van de begroting hebben plaatsgevonden.

Zoals hiervoor is aangegeven zijn de financiële gevolgen van de septembercirculaire niet verwerkt in de gepresenteerde begrotingsresultaten. Om u als raad een zo actueel mogelijk financieel beeld te geven zijn in onderstaande tabel de begrotingsresultaten geactualiseerd met de voorlopige uitkomsten van de septembercirculaire 2023.

Bestuurlijke ambities en de financiën De maatschappelijke opgaven in Nederland en zo ook voor gemeenten zijn groot. De groep inwoners en bedrijven waarvan de bestaanszekerheid onder druk staat neemt toe. Landelijk maar ook lokaal zien we de druk op de bestaanszekerheid terug in een toename van het aantal inwoners in armoede. Een extra zorgelijke ontwikkeling is de toename van de armoede onder kinderen. Ook de ruimtelijke opgaven vormen de komende jaren een grote uitdaging. Denk bijvoorbeeld aan de energietransitie, de woningbouwopgave, klimaatadaptatie, bereikbaarheid en landbouwvraagstukken. De aandacht voor de kwetsbare inwoners en de grote ruimtelijke opgaven vormen daarom belangrijke pijlers onder het bestuursprogramma. De grote opgaven zijn vaak complex en omvangrijk waarover hierover vaak aparte bestuurlijke besluitvorming plaatsvindt. Daarnaast zijn er beleidsvoornemens die samenhangen met de uitvoering van het bestuursprogramma die minder complex en omvangrijk zijn. Besluitvorming hierover vindt over het algemeen plaats als onderdeel van het bestuursprogramma en/of bij de kadernota 2024. De noodzakelijke beleidsvoornemens (categorie 1) uit de kadernota hebben een plek gekregen in de (meerjaren) begroting 2024. Over de beleidsvoornemens die samenhangen met de uitvoering van het bestuursprogramma (categorie 2) zijn onderdeel van de besluitvorming bij deze begroting.

Dit is overeenkomstig de afspraken in de kadernota 2024. Het college is van mening dat de voordelige 2

begrotingsresultaten 2024-2027 het mogelijk maken om alle voornemens uit de kadernota over te nemen. Dit zorgt voor veranderingen van de begrotingsresultaten. De gevolgen daarvan zijn verderop toegelicht. De meest in het oog springende voorstel in de kadernota is de woonlastendemping. Hiervoor presenteert het college een alternatief voorstel. Aangepast voorstel demping woonlasten 2024 - 2026 Een van de bijlagen bij dit voorstel is de uitwerking van verschillende scenario’s voor de demping van de woonlasten en heeft het college een voorkeursvariant aangegeven. Het totale bedrag voor de woonlastendemping blijft in de voorkeursvariant gelijk aan het bedrag uit de kadernota 2024. De demping wordt alleen anders gefaseerd in de tijd. Financieel nemen de bedragen voor de demping in 2024 en 2025 toe met respectievelijk € 326.000 en € 9.000. In 2026 daalt het oorspronkelijke bedrag van € 600.000 naar € 265.00. Deze voorgestelde variant van het college zorgt voor een meer geleidelijke ontwikkeling van de woonlasten, dempt naar de mening van het college de stijging in 2024 tot een redelijk niveau en voorkomt een zeer forse stijging van 2026 naar 2027. Bijkomend voordeel is dat het tekort in 2026 van € 99.000 omslaat in een voordeel van € 236.000. Daartegenover staat een hoger begrotingstekort in 2024 van € 691.000.

Voor het grootste deel van dat tekort stelt het college een leenconstructie met de algemene reserve voor. Bij de voorkeursvariant van het college krijgen huishoudens in 2024 een tegemoetkoming van € 74,70. Leenconstructie algemene reserve Zoals hiervoor is aangegeven zorgt het voorgestelde scenario van de woonlastendemping van het college voor een begrotingstekort in 2024 van € 691.000. Het aandeel hierin van de woonlastendemping bedraagt € 626.000. Gelet op het incidentele karakter daarvan stelt het college bij wijze van uitzondering voor om een leenconstructie met de algemene reserve toe te passen. Dit betekent dat in 2024 € 626.000 wordt onttrokken aan de algemene reserve. Dit bedrag wordt in 2025 weer toegevoegd aan de algemene reserve. Het begrotingstekort in 2024 komt daarmee uit op € 65.000 nadelig (was € € 691.000 N). Het gevolg hiervan is dat het voordelige resultaat in 2025 met eenzelfde bedrag daalt en uitkomt op € 1.446.000 V. Begrotingsresultaten na verwerking categorie 2 ‘Bestuursprogramma’ kadernota 2024 In onderstaande tabel zijn de begrotingsresultaten 2024 – 2027 gepresenteerd als de raad instemt met het uitvoeren van de beleidsvoornemens categorie 2 uit de kadernota, het aangepaste bedrag voor de woonlastendemping en de leenconstructie met de algemene reserve.

Als we bij de hierboven gepresenteerde resultaten de voorlopige uitkomsten van de septembercirculaire betrekken dan ziet het financieel perspectief er als volgt uit:

NB: Voor het jaar 2025 had het gepresenteerde begrotingsresultaat bij punt 1. € 1.446 V moeten zijn in plaats van € 1.474 V. Het bedrag van € 208 V in 2026 had € 236 V moeten zijn. Deze omissie staat ook op pagina 172 van de begroting.

3

Financiën gemeenten staan steeds meer onder druk In de kadernota 2024 heeft het college een signaal afgegeven dat toekomstige ombuigingen op het gemeentefonds niet ondenkbaar zijn. Hiervoor zijn een aantal signalen: 1. In de Voorjaarsnota heeft het kabinet sinds een aantal jaren weer op beperkte schaal moeten bezuinigen 2. Publicatie ombuigingslijst Rijk 3. De Studiegroep Begrotingsruimte adviseert een toekomstig kabinet om stevig om te buigen om de overheidsfinanciën op langere termijn houdbaar te maken 4. Publicatie van de Concept Macro Economische Verkenning 2024 (MEV) door Het Centraal Planbureau: “Het overheidstekort verslechtert sterk op middellange termijn door stijgende uitgaven aan rente, klimaat en zorg. Ook de overheidsschuld neemt toe”. De hiervoor genoemde signalen komen in een tijd dat gemeenten door de hoge inflatie en de krapte op de arbeidsmarkt al grote moeite hebben om sluitende meerjarenbegrotingen te presenteren. Bij gemeenten knelt het steeds meer in de driehoek beleid, organisatie en middelen. Beleidsmatig doet het Rijk een steeds groter beroep op gemeenten om bij te dragen aan de woningbouw, asielopvang, klimaatadaptatie en de energietransitie. Als we kijken naar het onderdeel organisatie dan hebben gemeenten moeite met de invulling van vacatures, waardoor de uitvoeringskracht onder druk staat.

Tenslotte zien we ook dat gemeenten financieel steeds meer onder druk komen te staan omdat de omvang van het gemeentefonds vanaf 2026 met € 3 miljard is gedaald. Het is daarom niet de vraag of gemeenten moeten ombuigen maar meer op welk moment. De druk op de gemeentelijke financiën was ook terug te zien op het VNG jaarcongres waarbij vrijwel unaniem de resolutie ‘Naar een rechtvaardig, duurzaam, en solide meerjarig financieel perspectief' werd aangenomen. Gemeenten gaan (financieel) een onzekere tijd tegemoet en zijn in afwachting van duidelijkheid van een nieuw kabinet. Dat geldt ook voor onze gemeente. Forse ombuigingen zullen ook gevolgen hebben voor onze investeringen in de samenleving. Als college zullen we de komende periode nadrukkelijk de vinger aan de pols houden om ervoor te zorgen dat we tijdig maatregelen kunnen treffen om onze redelijk tot goede financiële positie te behouden. Vanzelfsprekend zullen wij u als raad daarbij betrekken. Tot die tijd houden we bij het opstellen van de begroting vast aan de bestendige gedragslijn. Kaders De kaders worden gevormd door: a. Gemeentewet b. Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) c. Financiële beheersverordening (art. 212) Beoogd effect Door de voorliggende programmabegroting vast te stellen geeft u het college toestemming om de financiële middelen te besteden aan de afgesproken activiteiten/ beleid.

De programmabegroting is een belangrijk instrument bij het uitoefenen van de kader stellende en controlerende rol van de gemeenteraad. De gemeenteraad heeft in zijn kader stellende rol het budgetrecht. Het budgetrecht geeft de gemeenteraad de bevoegdheid om financiële middelen aan het college beschikbaar te stellen. Argumenten 1.1. Op grond van artikel 191 Gemeentewet dient de raad in het jaar voorafgaand aan het begrotingsjaar de begroting vast te stellen. De begroting wordt alleen vastgesteld voor het begrotingsjaar 2024. De meerjarenraming 2025 – 2027 is ter kennisname. 2.1 De beleidsvoornemens uit categorie 2 ‘Bestuursprogramma’ uit de kadernota 2023 kosten geld en de raad heeft op grond van artikel 189 GW het budgetrecht begrotingsjaar de begroting vast te stellen. 3.1. Door de hoge prijzen neemt het aantal inwoners die het financieel niet meer redden toe. Met de generieke maatregel worden huishoudens tegemoet gekomen voor de gestegen prijzen van levensonderhoud.

4

4.1 t/m 6.1 en 9.1 Op grond van artikel 189 GW heeft de raad het budgetrecht. Door het budgetrecht dienen financiële voorstellen voor besluitvorming aan de raad te worden voorgelegd. De raad bepaald daarmee het financieel kader voor het college. 7.1. Op grond van de financiële verordening 212 GW dienen de investeringskredieten expliciet te worden vastgesteld door de raad. In de financiële verordening 212 GW is het investerings- en afschrijvingsbeleid opgenomen. Hierin staat dat de raad met de vaststelling van de begroting alle investeringen autoriseert van het begrotingsjaar 2022. De raad heeft de mogelijkheid om bij de begrotingsbehandeling expliciet een aantal investeringen aan te wijzen die apart ter besluitvorming aan de raad moeten worden voorgelegd. In 2024 zijn de investeringskredieten begroot op € 5.427.000. 8.1. Het vaststellen van het subsidieplafond is op grond van artikel 6 van de Algemene subsidieverordening gemeente Rhenen een bevoegdheid van de gemeenteraad. De algemene subsidieverordening gemeente Rhenen is van toepassing voor het indienen van subsidieverzoeken. Een onderdeel van deze subsidieverordening is het instellen van een subsidieplafond voor subsidieregelingen. In de Paragraaf Subsidieverlening is voor de subsidieregelingen een totaal subsidieplafonds opgenomen van € 733.000. De plafonds zijn voor 2023 geïndexeerd met 2,40%.

Voor de subsidieregelingen Preventie, VVE en Peuterspeelzalen waren ten tijde van het opstellen van de begroting 2024 de subsidieplafonds nog niet bekend. Deze zijn als een nog nader te bepalen bedrag in het overzicht ‘subsidieplafonds’ opgenomen. Risico’s en nadelen 1.1 Het niet tijdig vaststellen van de begroting betekent dat de gemeente onder preventief toezicht van de provincie kan komen te staan. Naast de tijdigheid van de aanlevering zal de provincie de programmabegroting 2024 en de meerjarenbegroting 2025-2027 financieel inhoudelijk beoordelen. 7.1 De investeringsplanning moet door de raad worden vastgesteld om de investeringen in het jaar 2024 te kunnen uitvoeren. 8.1 Voor de subsidies waarvoor een subsidieplafond geldt kunnen niet rechtmatig worden verstrekt. Het college heeft de bevoegdheid om de subsidieregelingen en per regeling de voorlopige subsidieplafonds vast te stellen. De door het college gepubliceerde subsidieplafonds dienen door de raad te worden bekrachtigd door het vaststellen van de begroting 2024. Het subsidieplafond moet vóór het begin van de periode waarvoor het geldt worden bekendgemaakt (artikel 4:27 lid 1 AWB). Concreet houdt dit in dat voor 31 december 2023 het subsidieplafond 2024 met onderverdeling naar rubrieken gepubliceerd moet worden. Als dit niet gebeurt kunnen deze subsidies niet worden verstrekt.

Financiële toelichting Zie de begroting 2024 en meerjarenraming 2025 – 2027. Personele gevolgen Met de vaststelling stemt de raad ook in met de uitbreiding van de formatie bedrijfsvoering en de formatie voor de (civiele) projecten en de woningbouwopgave. Duurzaamheid Niet van toepassing. Participatie Niet van toepassing. Communicatie Na vaststelling van de begroting 2024 door de raad zal een infographic worden gemaakt en worden gepubliceerd. Vervolgprocedure - Technische avond 10 oktober 2023 - Commissie Bestuur en Financiën 30 oktober 2023 - Raadsvergadering 7 november 2023 5

Bijlagen: Bijlage 1: Programmabegroting 2024 – 2027 Bijlage 2: Scenario’s woonlastendemping 2024-2026

6

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13291234/1